CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20240408-rv-wjziging-verordening-wmo-2024-bijlage-2-was-wordt-tabel

Raadsvergadering 22 april 2024, gemeente WestervoortBij agendapunt: Wijziging verordening WMO 20243.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was – wordt Verordening Maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2024

Eigen regie Wordt (nieuw artikel):

Artikel 3.7.3. Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning - eigen regie 1. Cliënten hebben ondersteuning in de huishouding nodig voor het geheel of gedeeltelijk overnemen van bepaalde huishoudelijke taken. Cliënten zijn in staat om de medewerker huishoudelijke ondersteuning zelf aan te sturen en regie te voeren. 2. Het doel van de huishoudelijke ondersteuning is dat door gedeeltelijke of gehele overname van de huishoudelijke taken, de cliënt in staat is langer zelfstandig thuis te wonen of ontlast wordt. Ter verhoging van de kwaliteit en kostenbeheersing van huishoudelijke ondersteuning verwacht gemeente dat aanbieder het gebruik van huisautomatisering door de cliënt stimuleert en zorgtechnologie inzet. 3. De dienstverlening is gericht op één of meerdere van de hieronder vermelde resultaten. De gemeentelijke toegang bepaalt voor welke resultaten een indicatie wordt afgegeven: a. Een schoon en leefbaar huis. De lichte huishoudelijke taken worden uitgevoerd (bed opmaken, stoffen, afwassen, kamers opruimen, vuilniszak verwisselen) en de zware huishoudelijke taken worden uitgevoerd (stofzuigen, schrobben/soppen van sanitair en keuken, dweilen, bedden verschonen, opruimen huishoudelijk afval). b. Beschikken over schone was (wassen in wasmachine, drogen in droger of ophangen/afhalen, vouwen en opbergen). c. Beschikken over boodschappen. d. Opruimen van boodschappen. e.

De maaltijden zijn verzorgd (bereiden van broodmaaltijden en opwarmen van warme maaltijd). f. Sturen op afschalen. 4. Medewerkers Maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning - eigen regie zijn opgeleid en getraind conform de CAO voor Thuiszorg (VVT) (2018- 2019). a. Zorghulp niveau 1/Basisopleiding schoonmaak inclusief certificaat/diploma of vergelijkbare ervaring en/of opleiding. b. Interne opleiding voor cliënt bejegening. Persoonsgebonden budget Was:

Artikel 5.3. Beheren van het pgb 1. Het beheren van het pgb kan door zowel de cliënt als door een pgb-beheerder worden uitgevoerd. Indien de pgb-beheerder het pgb gaat beheren, dan zijn de regels over het pgb-beheer waar cliënt wordt genoemd van overeenkomstige toepassing op de pgb-beheerder. 2. Het college acht een persoon niet in staat de aan een pgb verbonden taken verantwoord uit te voerenindien bij hem sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden: a. problematische schuldenproblematiek; b. ernstige verslavingsproblematiek; c. aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; d. een aanmerkelijke verstandelijke beperking;

e. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; f. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; g. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift ; 3. Een pgb-beheerder wordt geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: a. hij door de rechtbank is aangesteld als mentor, curator of bewindvoerder; b. hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht; c. er geen sprake is van een (financiële) relatie tussen de pgb-beheerder en de pgb-aanbieder; d. er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 4. Een cliënt krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-beheerder aan te dragen. Indien geen geschikte pgb-beheerder wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een pgb worden afgewezen.

Artikel 5.5. Hoogte van een pgb 1. De hoogte van een pgb: a. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 2. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen: a. Professionele aanbieder: tot deze groep behoren personen die: i. werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister en voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 5.1 lid 4 en 5. ii. aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister en voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 5.1 lid 4 en 5. b.

Informele aanbieder sociaal netwerk: tot deze groep behoren personen die tot het sociale netwerk behoren, zoals familie, vrienden, kennissen met uitzondering van een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad. c. Informele aanbieder bloed- of aanverwant: tot deze groep behoren kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, broers, zussen, schoonouders, schoonzussen en zwagers ongeacht of zij voldoen aan de voorwaarden voor een professionele aanbieder. 3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening door een professionele aanbieder bedraagt 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 4. De hoogte van het pgb voor dienstverlening door een informele aanbieder sociaal netwerk bedraagt: a. € 20,- per uur, tenzij passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht; of b. de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij de ondersteuning van de cliënt kan

worden ingekocht met een lagere tegemoetkoming; of c. de tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud. 5. De hoogte van het pgb voor dienstverlening door een informele aanbieder bloedof aanverwant bedraagt: a. het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. Dit tarief is ongeacht de diploma’s en werkervaring van de informele aanbieder; of b. de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij de ondersteuning van de cliënt kan worden ingekocht met een lagere tegemoetkoming; of c. de tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud. 6.

De hoogte van een pgb voor een roerende zaak wordt vastgesteld op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. 7. De hoogte van een pgb voor een autoaanpassing of woningaanpassing wordt vastgesteld op het laagst geoffreerde bedrag. Auto- en woningaanpassingen worden maximaal één keer per zeven jaar verstrekt, tenzij de aanpassing niet meer adequaat is. 8. De hoogte van een pgb voor vervoer van en naar de dagbesteding wordt vastgesteld op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren. 9. De hoogte van een pgb voor taxi- en rolstoeltaxivervoer wordt vastgesteld op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometer per jaar; of maximaal 750 kilometer per jaar als men zich in de directe woonomgeving zelfstandig met een vervoermiddel kan verplaatsen. 10. De hoogte van een pgb voor verhuis- en herinrichtingskosten wordtn vastgesteld op basis van uitgebrachte offertes met een maximum van € 5.000,00.

Hiervan wordt maximaal € 2.500,00 toegekend voor de verhuiskosten en maximaal € 2.500 voor de stofferings-en herinrichtingskosten. De mate van inzet van derden, zowel formeel als informeel, alleen verhuizen of ook inrichten, is afhankelijk van de noodzakelijke ondersteuning van de cliënt. Hiermee is dit onderwerp van het keukentafelgesprek. 11. De hoogte van een pgb voor aanschaf en onderhoud van sportvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier tot een maximumbedrag van € 3.000,00 en dit wordt één keer per drie jaar verstrekt. 12. Het pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan, tenzij de voorziening als een maand- of jaarbudget wordt verstrekt. 13. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 14. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;

c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; 15. Het college kan de Svb gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Wordt:

Artikel 5.3. Beheren van het pgb 1. Het beheren van het pgb kan door zowel de cliënt als door een pgb-beheerder worden uitgevoerd. Indien de pgb-beheerder het pgb gaat beheren, dan zijn de regels over het pgb-beheer waar cliënt wordt genoemd van overeenkomstige toepassing op de pgb-beheerder. 2. Het college acht een persoon niet in staat de aan een pgb verbonden taken verantwoord uit te voerenindien bij hem sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden: a. problematische schuldenproblematiek; b. ernstige verslavingsproblematiek; h. aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; c. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; d. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; e. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; f. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift (niveau B2). 3. Een pgb-beheerder wordt geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: a. hij door de rechtbank is aangesteld als mentor, curator of bewindvoerder; b. hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht; c. er geen sprake is van een (financiële) relatie tussen de pgb-beheerder en de pgb-aanbieder; d. er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 4.

Een cliënt krijgt maximaal twee keer de mogelijkheid om een pgb-beheerder aan te dragen. Indien geen geschikte pgb-beheerder wordt aangedragen, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een pgb worden afgewezen.

Artikel 5.5. Hoogte van een pgb 1. De hoogte van een pgb: a. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 2. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen: a. Professionele aanbieder: tot deze groep behoren personen die: i. werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister

en voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 5.1 lid 4 en 5. aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister en voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 5.1 lid 4 en 5. b. Informele aanbieder sociaal netwerk: tot deze groep behoren personen die tot het sociale netwerk behoren, zoals familie, vrienden, kennissen 3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening door een professionele aanbieder bedraagt 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 4. De hoogte van het pgb voor dienstverlening door een informele aanbieder sociaal netwerk bedraagt: a. Bij huishoudelijke hulp: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. b. Bij begeleiding: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. c.

De tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud. d. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 5. De hoogte van een pgb voor een roerende zaak wordt vastgesteld op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. 6. De hoogte van een pgb voor een autoaanpassing of woningaanpassing wordt vastgesteld op het laagst geoffreerde bedrag. Auto- en woningaanpassingen worden maximaal één keer per zeven jaar verstrekt, tenzij de aanpassing niet meer adequaat is. 7. De hoogte van een pgb voor vervoer van en naar de dagbesteding wordt vastgesteld op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren. 8.

De hoogte van een pgb voor taxi- en rolstoeltaxivervoer wordt vastgesteld op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometer per jaar; of maximaal 750 kilometer per jaar als men zich in de directe woonomgeving zelfstandig met een vervoermiddel kan verplaatsen. 9. De hoogte van een pgb voor verhuis- en herinrichtingskosten wordt vastgesteld op basis van uitgebrachte offertes met een maximum van € 5.000,00. Hiervan wordt maximaal € 2.500,00 toegekend voor de verhuiskosten en maximaal € 2.500 voor de stofferings-en herinrichtingskosten. De mate van inzet van derden, zowel formeel als informeel, alleen verhuizen of ook inrichten, is afhankelijk van de noodzakelijke ondersteuning van de cliënt. Hiermee is dit onderwerp van het keukentafelgesprek. 11. De hoogte van een pgb voor aanschaf en onderhoud van sportvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier tot een maximumbedrag van € 3.000,00 en dit wordt één keer per drie jaar verstrekt. ii.

12. Het pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan, tenzij de voorziening als een maand- of jaarbudget wordt verstrekt. 13. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 14. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling; b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; 15. Het college kan de Svb gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Eigen bijdrage Was:

Artikel 6.1. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning. Het gaat hierbij in ieder geval om algemeen gebruikelijke kosten voor: a. het gebruik van Collectief Aanvullend Vervoer; b. uitstapjes en het gebruik van consumpties en maaltijden bij inloop; c. dag- en nachtopvang; d. het gebruik van materialen bij algemene voorzieningen; e. het gebruik van maaltijden bij algemene voorzieningen; f. het gebruik van woonruimte; g. duurzame hulprelatie (bijvoorbeeld algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning). 2. De bijdrage, bedoeld in het vorige lid, wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria, zoals richtlijnen van het Nibud tarief van het openbaar stadsvervoer of landelijke modellen voor de berekening van de huurprijs van woonruimte en bedraagt niet meer dan de kostprijs voor de aanbieder van de voorziening. 3. Voor een maatwerkvoorziening, met uitzondering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vervoersvoorzieningen, is de cliënt de maximale bijdrage in de kosten, zoals bepaald in het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, verschuldigd en deze wordt geïnd door het CAK. 4.

Een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening is verschuldigd zolang van deze voorziening gebruik wordt gemaakt of korter, bij een eenmalig pgb of verstrekking, als eerder het bedrag van de kostprijs is bereikt. 5. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 6. De eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen worden vastgesteld en geïnd door de instelling waar de cliënt verblijft. 7. De eigen bijdrage voor een voorziening voor CVV bestaat uit een jaarlijkse bijdrage dievastgesteld wordt door het college. Daarnaast worden ritgebonden kosten in rekening gebracht, bestaande uit en een bedrag per instap en een bedrag per kilometer, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de BVO DRAN op basis van de regionale tarieven voor openbaar vervoer per bus. De tarieven voor CCV worden per rit geïnd door de BVO DRAN en jaarlijks vastgesteld door de BVO DRAN in

navolging van de vaststelling van de tarieven voor openbaar vervoer door de provincie. 8. Bij de verstrekking van een woningaanpassing voor een cliënt onder de 18 jaar kan een bijdrage in de kosten worden opgelegd. 9. Geen eigen bijdrage is verschuldigd voor rolstoelen, een doventolk, activerend werk, het maatschappelijk werk en kindvoorzieningen met uitzondering van woningaanpassingen. 10. De aanbieder maakt aan de cliënt kenbaar wat de hoogte van de eigen bijdrage is. Wordt:

Artikel 6.1. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen 1. Een cliënt kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning. Het gaat hierbij in ieder geval om algemeen gebruikelijke kosten voor: a. het gebruik van collectief aanvullend vervoer; b. uitstapjes en het gebruik van consumpties en maaltijden bij inloop; c. dag- en nachtopvang; d. het gebruik van materialen bij algemene voorzieningen; e. het gebruik van maaltijden bij algemene voorzieningen; f. het gebruik van woonruimte; g. duurzame hulprelatie (bijvoorbeeld algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning). 2. De eigen bijdrage voor de in het eerste lid genoemde algemene voorzieningen wordt jaarlijks in het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning vastgesteld door het college aan de hand van objectieve criteria, zoals richtlijnen van het Nibud tarief van het openbaar stadsvervoer of landelijke modellen voor de berekening van de huurprijs van woonruimte en bedraagt niet meer dan de kostprijs voor de aanbieder van de voorziening. 3. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk vastgestelde bedragen.

Artikel 6.2 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 1. Voor een maatwerkvoorziening, met uitzondering van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vervoersvoorzieningen, is de cliënt de maximale bijdrage in de kosten, zoals bepaald in het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, verschuldigd en deze wordt geïnd door het CAK. 2. Een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening is verschuldigd zolang van deze voorziening gebruik wordt gemaakt of korter, bij een eenmalig pgb of verstrekking, als eerder het bedrag van de kostprijs is bereikt. 3. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4. De eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen worden vastgesteld en geïnd door de instelling waar de cliënt verblijft. 5. De eigen bijdrage voor een voorziening voor collectief vervoer (lid 1 onder a) bestaat uit een jaarlijkse bijdrage van €30,-. Daarnaast worden ritgebonden kosten in rekening gebracht, bestaande uit een bedrag per instap en een bedrag per kilometer, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de AVAN-gemeenten in samenspraak met BVO DRAN. De tarieven voor CCV worden per rit geïnd door BVO DRAN en jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld door de Avan-gemeenten.

6. Bij de verstrekking van een woningaanpassing voor een cliënt onder de 18 jaar kan een bijdrage in de kosten worden opgelegd. 7. Geen eigen bijdrage is verschuldigd voor rolstoelen, een doventolk, activerend werk, het maatschappelijk werk en kindvoorzieningen met uitzondering van woningaanpassingen. 8. Het college maakt aan de cliënt kenbaar wat de hoogte van de eigen bijdrage is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=5aa996f5-9a6d-4594-9fb6-64eaa15b01ad