CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20240227-rv-vvgb-woonblokken-wyborgh-bijlage-8-flora-en-fauna

Commissie Ruimte en Financien 27 februari 2024, gemeente WestervoortBij agendapunt: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen Wyborgh7.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontvangstdatum : 27-11-2023 Documentnummer: D2023-00006273

Quick scan flora en fauna

De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

In opdracht van: Nieuw Holland Vastgoed 21 maart 2023

Colofon  2023 Laneco / Nieuw Holland Vastgoed Tekst en samenstelling: R. Groot BSc. Tweede lezer:

J. Geisler MSc.

Eindverantwoordelijk:

Ir. D. van Pijkeren

Projectnummer:

185.23.01

In opdracht van:

Nieuw Holland Vastgoed

Wijze van citeren:

Groot, R. (2023). Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort. Laneco, Ede.

Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologisch advies en onderzoek.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Laneco. Noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

INHOUD 1

INLEIDING .................................................................................................... 4

1.1 1.2 2

GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 5

TOETSING ...................................................................................................... 8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3

AANLEIDING ................................................................................................................................. 4

ONDERZOEKSMETHODIEK ................................................................................................................ 8 NATUURNETWERK NEDERLAND ........................................................................................................ 8 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING ........................................................ 10

WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN.............................................................. 11 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING ...................................................... 11

CONCLUSIE .................................................................................................. 20

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

NATUURNETWERK NEDERLAND ..................................................................................................... 20 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING ........................................................ 20 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN .............................................................. 20 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING ...................................................... 20 CONSEQUENTIES ......................................................................................................................... 21 AANBEVELINGEN ......................................................................................................................... 22

BIJLAGE 1

WETTELIJK KADER ...................................................................... 23

BIJLAGE 2

LITERATUURLIJST....................................................................... 27

1

INLEIDING 1.1 AANLEIDING Aan het Dorpsplein te Westervoort bevindt zich winkelcentrum De Wyborgh, bestaande uit meerdere gebouwen (blokken). Men is voornemens grote delen van het winkelcentrum te herinrichten. In een deel van het winkelcentrum, hierna aangeduid als blok A, wordt de bestaande bebouwing uitgebreid. Deze quick scan flora en fauna behandeld alleen dit gedeelte van het winkelcentrum als plangebied. Voor een overzicht zie afbeelding 1. Laneco heeft de beoogde ingreep, i.e. het uitbreiden van blok A, getoetst aan de Wet natuurbescherming en een quick scan flora en fauna uitgevoerd. In deze quick scan zijn de geschiktheid van de habitat voor beschermde planten- en diersoorten en de verwachte effecten op deze soorten beoordeeld op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een eenmalige veldverkenning. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen.

(2) (1)

(3)

(4)

Afbeelding 1. Globaal overzicht van het plangebied (rood omkaderd) aan het Dorpsplein in Westervoort (ondergrond: Google Earth, 2023).

LANECO

4

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN Het winkelcentrum, waarvan het plangebied onderdeel is, ligt in de plaats Westervoort (gemeente Westervoort, provincie Gelderland). Westervoort ligt circa 700 meter ten zuiden en circa 2 kilometer ten oosten van Arnhem, en circa 2 kilometer ten noordwesten van de stad Duiven. De ruime omgeving rondom Westervoort wordt gedomineerd door agrarische landbouwgronden. Verder takt circa 1,6 kilometer ten westen van Westervoort de IJssel van de Nederrijn af, waardoor Westervoort ten westen wordt omsloten door de uiterwaarden van de Nederrijn en ten noorden door de uiterwaarden van de IJssel. Het winkelcentrum ligt aan het Dorpsplein binnen de bebouwde kom, in het centrum van

Westervoort

en

wordt

voornamelijk

omgeven

door

woonhuizen

en

appartementencomplexen. Circa 100 meter ten noordoosten bevindt zich het treinstation van Westervoort en het bijbehorende spoor. Langs het spoor ligt een parkachtige groenstructuur met bomenrijen. Circa 500 meter ten oosten van het winkelcentrum liggen enkele sportvelden, het park ‘Bult van Putman’ en het bos ‘Het Ambacht’ met groenstructuren, bos en open graslanden. Het plangebied zelf grenst aan de noordzijde aan bebouwing (van hetzelfde winkelcentrum) met daarachter een verhard plein, ten oosten door een onoverdekte en verharde parkeerplaats, ten zuiden door de geasfalteerde straat het Dorpsplein en ten westen door de met klinkers bestraatte Kerkstraat begrenst. De bebouwing ten noorden van het plangebied omvat woningen boven de begane grond en is drie verdiepingen hoog. Hier zijn echter geen werkzaamheden gepland en worden uitwendige elementen als muren en spouwen niet aangetast. Dit deel van het complex wordt tijdens deze quick scan flora en fauna dan ook niet beschouwt als plangebied. Het plangebied bestaat uit het grootste deel van het winkelcomplex, waarin zowel winkels als woningen gevestigd zijn. De bebouwing in het plangebied is voor het grootste deel slechts één verdieping hoog.

Uitzondering hierop zijn een wooncomplex van vier verdiepingen hoog in de zuidwesthoek van het plangebied, een centraal gelegen supermarkt die twee verdiepingen hoog is, en een aantal winkels aan de westzijde die met hun schuine daken twee verdiepingen hoog zijn. De muren aan de oost en zuidzijde van de bebouwing in het plangebied zijn opgetrokken uit bakstenen en hebben een spouw. Open stootvoegen bieden toegang tot de spouw, alhoewel op veel plekken deze stootvoegen zijn voorzien van stootvoegroosters. Het wooncomplex aan de zuidwestzijde van het plangebied heeft een trappenhuis waarvan de muren met houten latten zijn afgewerkt. Ook aan de westzijde van het plangebied is een stuk van de bebouwing opgetrokken uit met houten latten afgewerkte muren. De platte en schuine delen van de daken zijn met bitumen bedekt. Voor een indruk van het plangebied zie afbeelding 2.

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

5

Afbeelding 2. Impressie van het plangebied (van boven naar onder: oostzijde, zuidzijde, westzijde) (foto’s: Laneco, 2023).

LANECO

6

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

De geplande werkzaamheden bestaan uit de herontwikkeling van het plangebied, i.e. blok A. Voor het oostelijke deel van het plangebied staat de realisatie van een aantal woningen bovenop de begane grond gepland. Hier bevinden zich ook een viertal bomen (cultivar) en een heg; of deze in de nieuwe situatie behouden blijven is nog niet bekend. Voor het oostelijk deel van de zuidzijde staat op de begane grond de realisatie van parkeerplaatsen en bergingen gepland. Ook hier is bovenop de begane grond en de nieuw te realiseren parkeerplaatsen en bergingen de realisatie van woningen gepland. Voor het westelijk deel is de realisatie van woningen gepland op zowel de begane grond (aanpassing bestaande bebouwing) als op de eerste verdieping (nieuwbouw). Daarnaast is een kleine uitbreiding van de begane grond aan de noordoostzijde gepland. Een overzicht van de werkzaamheden is te vinden in afbeelding 3.

Afbeelding 3. Globaal overzicht van de werkzaamheden in het plangebied (blok A) (Nieuw Holland Vastgoed, 2023).

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

7

2

TOETSING 2.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Via de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF 2013 t/m 2023) kan een indicatie worden verkregen van de beschikbaarheid van soortengegevens. De gegevens geven echter alleen een indicatie. Daarom zijn ook andere verspreidingsbronnen geraadpleegd (zie literatuurlijst in bijlage 2). De meeste gegevens betreffen relatief globale verspreidingsgegevens. De aanwezigheid van soorten in een gebied is bepaald bij een reikwijdte van 5 kilometer rondom het plangebied in de afgelopen 10 jaar. Wanneer naar de directe omgeving wordt gerefereerd, betreft het een straal van circa 100 meter rondom het plangebied. Op 25 januari 2023 hebben twee ecologen van Laneco het plangebied en de directe omgeving verkend. Doel van het veldbezoek was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid van de habitat voor de verschillende soortgroepen te beoordelen. Dit veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie en geeft slechts een globaal beeld van aanwezige soorten en habitats op basis van een momentopname.

2.2 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied ligt niet binnen begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Door de geplande werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. De afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde NNN-gebieden bedraagt circa 500 meter (Atlas Leefomgeving, 2023), zoals weergegeven in afbeelding 3. Op het NNN is externe werking niet van toepassing. Gezien de huidige situatie, aard van de ingreep en de tussenliggende elementen (bebouwing, e.d.) zijn negatieve effecten op NNNgebieden niet te verwachten. Een nadere toetsing is in dit kader dan ook niet nodig.

LANECO

8

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

Afbeelding 4. Globale locatie van het plangebied (blauwe omtrek) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (groene vlakken) (Atlas Leefomgeving, 2023).

2.2.1 Overige beleidskaders Het dichtstbijzijnde weidevogelgebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand van het plangebied. De voorgenomen werkzaamheden zijn locatie specifiek, waardoor er geen oppervlakte van dit weidevogelgebied verloren gaat. Er zijn geen andere beleidskaders uit het Natuurbeheerplan (NBP) van de provincie Gelderland van toepassing in het plangebied (Provincie Gelderland, 2023). Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er in het kader van het NBP dan ook geen consequenties te verwachten.

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

9

2.3 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING Het plangebied ligt op circa 600 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied “Rijntakken” (Natura2000, 2023; zie afbeelding 5). Door de voorgenomen ingreep gaat geen Natura 2000-gebied verloren. Effecten op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied door externe invloeden van de werkzaamheden, zoals geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trilling, zijn gezien de afstand en de tussenliggende elementen op voorhand uitgesloten.

Afbeelding 5. Het plangebied (zwarte stip) ten opzichte van Natura2000-gebieden (groene vlakken) (Natura2000, 2023).

Tijdens de aanleg- en gebruikersfase van de toekomstige inrichting wordt mogelijk de maximale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden overschreden. Een stikstofberekening is noodzakelijk om inzicht te geven over de stikstofemissie als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling en de depositie op Natura 2000-gebieden. De berekening wordt uitgevoerd middels de AERIUS Calculator en maakt geen onderdeel uit van deze quick scan flora en fauna. Als sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten, dan moet nader onderzoek middels een voortoets stikstofdepositie uitwijzen of er sprake is van significant negatieve effecten.

LANECO

10

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

2.4 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bebouwde kom boswet. Over een viertal bomen bestaat nog onduidelijkheid of deze worden gekapt of niet. Door de ligging binnen de bebouwde kom boswet en het beperkte aantal bomen is het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing als deze bomen gekapt dienen te worden.

2.5 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING In het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soorten moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op (potentiële) verblijfplaatsen of (potentieel) leefgebied van beschermde planten en dieren. 2.5.1 Vaatplanten Het plangebied is volledig verhard en bebouwd, waardoor in het plangebied geschikte ruimtes voor vegetatie ontbreken. Ook de directe omgeving van het plangebied is grotendeels verhard. De enige aanwezige vegetatie in de vorm van heggen en gesnoeide bomen duidt op een sterk gecultiveerde en voedselrijke groeilocatie die sterk door mensen beïnvloed is en regelmatig beheerd wordt. Beschermde soorten vaatplanten zijn over het algemeen gebonden aan specifieke standplaatsen in natuurgebieden, op schrale (graan)akkers of andere bijzondere groeiplaatsen. Beschermde soorten vaatplanten groeien bovendien voornamelijk in voedselarme gebieden die niet onderhevig zijn aan zware invloed van mensen. De aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten is uitgesloten en negatieve effecten door de beoogde ingreep worden niet verwacht.

2.5.2 Grondgebonden zoogdieren Om een goed beeld te krijgen van de te verwachten soorten grondgebonden zoogdieren in de directe omgeving van en binnen het plangebied zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2013 t/m 2023a) en Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al., 2016). Nationaal beschermde soorten met provinciale vrijstelling In en in de directe omgeving van het plangebied kunnen verschillende nationaal beschermde zoogdiersoorten voorkomen, zoals de egel (Erinaceus europaeus), haas (Lepus europaeus), konijn (Oryctolagus cuniculus), ree (Capreolus capreolus), vos (Vulpes vulpes) en algemeen voorkomende soorten muizen en spitsmuizen. Voor deze soorten/soortgroepen geldt in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling een provinciale vrijstelling voor het aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen, mits de zorgplicht in acht wordt genomen (zie bijlage 1).

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

11

Niet-vrijgestelde nationale en Europees beschermde soorten Van

de

niet-vrijgestelde

nationaal

beschermde

zoogdiersoorten

is

volgens

bovengenoemde bronnen uit de ruime omgeving van het plangebied het voorkomen bekend van bever (Castor fiber), boommarter (Martes martes), bunzing (Mustela putorius), damhert (Dama dama), das (Meles meles), edelhert (Cervus elaphus), eekhoorn (Sciurus vulgaris), hermelijn (Mustela erminea), otter (Lutra lutra), steenmarter (Martes foina), waterspitsmuis (Neomys fodiens), wezel (Mustela nivalis), wild zwijn (Sus scrofa) en wolf (Canis lupus). Bever, boommarter, damhert, das, eekhoorn, edelhert, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel), otter, waterspitsmuis en wolf zijn soorten die voornamelijk voorkomen in en afhankelijk zijn van specifieke landschappen en habitats. Geschikt leefgebied voor deze, grotendeels mensenschuwe soorten omvat o.a. bossen, natuurlijke watergangen (met schoon en niet te voedselrijk water en structuur- en vegetatierijke oevers in o.a. moerasgebieden en langs beken, rivieren en meren) en kleinschalige landschappen met landschapselementen zoals bosjes, houtwallen en struwelen als schuilmogelijkheid. Het plangebied ligt in de bebouwde kom en het centrum van Westervoort. Door de ligging en door de functie als winkelcentrum zijn het plangebied en de directe omgeving sterk door mensen verstoord en beïnvloedt.

Verder is het plangebied volledig bebouwd en verhard en wordt aan alle kanten door infrastructuur, open en verharde parkeerplaatsen en bebouwing omgeven. De bomen en hagen naast het plangebied staan solitair en niet in verbinding met andere groen- of bosstructuren. Tijdens het veldbezoek zijn in deze bomen geen nesten of holtes vastgesteld. Ook ontbreken in de directe omgeving van het plangebied natuurlijke watergangen, bossen en ander geschikt leefgebied. Hierdoor is het plangebied als leefgebied voor bovengenoemde soorten ongeschikt. Bovendien zijn voor damhert, edelhert en wild zwijn leefgebieden aangewezen, zoals de Veluwe; hierbuiten, dus ook in het plangebied, geldt officieel een nulstandbeleid.

Samenvattend

zijn

negatieve

effecten

door

de

geplande

werkzaamheden op bever, boommarter, damhert, das, eekhoorn, edelhert, kleine marterachtigen

(bunzing,

hermelijn

en

wezel),

otter,

waterspitsmuis

en

wolf

uitgesloten. Steenmarter is een typisch gebouwbewonende soort die onder andere binnen de bebouwde kom en in menselijke bebouwing kan voorkomen. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen latrines, vettige sporen of prooiresten aangetroffen die op de aanwezigheid van steenmarter duiden. In de bebouwing

in

het

plangebied

toegangsmogelijkheden

in

de

zijn

vorm

ook van

geen

voor

openingen

steenmarter

groter

dan

5

geschikte centimeter

geconstateerd. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter in het plangebied kan worden uitgesloten, evenals negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op deze soort.

LANECO

12

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

Conclusie Op

basis

van

de

verspreidingsgegevens

en

biotoopinschattingen

tijdens

de

veldverkenning zijn negatieve effecten op beschermde soorten grondgebonden zoogdieren binnen het plangebied uitgesloten. Nader onderzoek naar beschermde grondgebonden zoogdieren is niet noodzakelijk. Van de algemeen voorkomende zoogdiersoorten mogen de verblijfplaatsen bij ruimtelijke ingrepen op basis van een provinciale vrijstelling worden aangetast. Wel geldt altijd de Zorgplicht. 2.5.3 Vleermuizen Om inzicht te krijgen in de aanwezige soorten vleermuizen in de directe omgeving van en binnen het plangebied zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2013 t/m 2023a), Atlas van de Nederlandse zoogdieren (Broekhuizen et al., 2016), en de Atlas van de Nederlandse vleermuizen (Limpens et al., 1997). Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die aan de hand van echolocatie hun positie bepalen. Deze nachtdieren verblijven overdag in besloten ruimtes. Vleermuizen worden globaal onderverdeeld in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is er onderscheid te maken in de zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Een groot aantal soorten overwintert in bunkers, grotten en kelders. Dit geldt ook voor sommige soorten die ’s zomers in boomholten verblijven.

Andere soorten vleermuizen verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten of achter de bast). Vanaf begin april komen vleermuizen tevoorschijn uit hun winterverblijven. Afhankelijk van het weer verschijnt de ene soort wat later dan de andere. Van half mei tot half juli vormen de vleermuizen kraamkolonies waarin de jongen worden geboren en grootgebracht. De mannetjes verblijven dan apart in kleinere groepen. In het paarseizoen, vanaf half augustus tot september, vallen de kraamkolonies uiteen. Sommige soorten vleermuizen trekken dan uit hun voortplantingsgebied weg, terwijl andere soorten nooit ver vliegen tussen zomer- en winterverblijf. De meeste vleermuissoorten paren in deze periode. Vanaf oktober gaan de verschillende soorten in winterslaap, waarbij de ene soort zich eerder terugtrekt in zijn winterverblijf dan de andere. De

soorten

maken

vaak

jarenlang

gebruik

van

vaste

aanvliegroutes

tussen

verblijfplaatsen en foerageergebied en volgen daarbij lijnelementen zoals bomenrijen of bebouwing. Het behoud van zulke lijnelementen kan daarom cruciaal zijn voor de instandhouding van het leefgebied. Alle vleermuissoorten, hun verblijfplaatsen en belangrijke onderdelen van het leefgebied zijn beschermd in de Wet natuurbescherming (artikel 3.5 en 3.6 van deze wet en bijlage IV van de Habitatrichtlijn).

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

13

Volgens de verspreidingsgegevens uit bovengenoemde bronnen komen in de omgeving van het plangebied verschillende soorten vleermuizen voor zoals baardvleermuis (Myotis mystacinus), bosvleermuis (Nyctalus leisleri), franjestaart (Myotis nattereri), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus),

kleine

dwergvleermuis

(Pipistrellus

pygmaeus),

laatvlieger

(Eptesicus

serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus), vale vleermuis (Myotis myotis) en watervleermuis (Myotis daubentonii). Van deze soorten zijn de franjestaart, rosse vleermuis en watervleermuis overwegend boombewonend, baardvleermuis, bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis verblijven in zowel gebouwen als bomen en de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en vale vleermuis zijn overwegend gebouwbewonend. Foerageergebied en vliegroutes Van vleermuizen is bekend dat zij lijnelementen, zoals bomenrijen of bebouwing, gebruiken als vliegroute van en naar foerageergebieden en verblijfplaatsen. Halfopen en bosrijk landschap, watergangen (kanalen/rivieren), vijvers, weilanden, tuinen en parken worden door verschillende vleermuissoorten gebruikt als foerageergebied. De bebouwing in het plangebied kan, samen met de bebouwing in de directe omgeving, dienen als een lijnelement en daarmee onderdeel zijn van een vliegroute voor vleermuizen. Echter zijn er in de directe omgeving van het plangebied voldoende alternatieve vliegroutes aanwezig in de vorm van bebouwing en bomenrijen. Mogelijk aanwezige vliegroute van vleermuizen in/langs het plangebied zijn daarmee niet essentieel.

Bovendien blijft de bebouwing in het plangebied door de beoogde ingreep over het algemeen bestaan, waardoor een eventuele vliegroute niet wordt aangetast. Het plangebied en de directe omgeving kunnen onderdeel zijn van het foerageergebied van vleermuizen. Wel is het plangebied volledig verhard en daarmee suboptimaal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende en meer geschikte alternatieve foerageergebieden aanwezig, onder andere gevormd door tuinen en groenstroken. Het plangebied maakt daarmee geen onderdeel uit van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Samenvattend zijn negatieve effecten op essentiële foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen uitgesloten. Verblijfplaatsen In het plangebied en de directe omgeving zijn geen bomen met geschikte holtes of loszittend bast aangetroffen. Hierdoor is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van en negatieve

effecten

door

de

geplande

werkzaamheden

op

boombewonende

vleermuissoorten in het plangebied uitgesloten. Wel heeft een deel van de bebouwing in het plangebied spouwmuren met open stootvoegen. Een deel van deze open stootvoegen is ontoegankelijk door de aanwezigheid van stootvoegroosters, maar de zuidzijde heeft (zie afbeelding 6 en 7) op

LANECO

14

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

een hoogte van circa 3 meter open stootvoegen die toegang tot de spouw bieden. Deze stootvoegen worden gedeeltelijk door een houten boeiplank bedekt. Echter is er tussen de boeiplank en de muur voldoende ruimte voor een vleermuis om naar boven te kruipen. De stootvoegen zijn voldoende groot (circa 1,5 cm) om toegang naar de spouw te

bieden

voor

kleine

vleermuissoorten

als

gewone

dwergvleermuis,

kleine

dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Door de beperkte hoogte van en het beperkte hoeveelheid beschikbaar volume in de spouw van de bebouwing is de aanwezigheid van massawinterverblijfplaatsen uitgesloten. Voor baardvleermuis zijn de stootvoegen weliswaar ook voldoende groot, maar is in het plangebied geen geschikt leefgebied door het ontbreken van voldoende groene elementen en geschikt foerageergebied, en door de grote mate van menselijke verstoring, in het bijzonder lichtverstoring door de aanwezige winkels en straatverlichting. Voor de overige gebouwbewonende soorten (bosvleermuis,

gewone

grootoorvleermuis,

laatvlieger,

meervleermuis

en

vale

vleermuis) zijn de open stootvoegen onvoldoende groot om toegang te bieden tot de spouw.

Afbeelding 6. Open stootvoegen, waar mogelijk toegang is naar voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen binnen het plangebied (rode lijnen) en naast het plangebied (rode pijl) (ondergrond: Google Earth, 2023).

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

15

De

aanwezigheid

van

verblijfplaatsen

van

een

aantal

gebouwbewonende

vleermuissoorten kan niet worden uitgesloten. Daarmee kunnen negatieve effecten op deze gebouwbewonende vleermuissoorten niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar het gebruik van de bebouwing in het plangebied door de soorten gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis is noodzakelijk.

Afbeelding 7. Overzichtsfoto's van potentiële verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten (rode pijlen; van linksboven naar rechtsonder: a) open stootvoeg onder boeiplank aan zuidzijde van het complex, b) de zuidoostzijde van het complex, hier bevinden zich een aantal open stootvoegen, c) zuidzijde van het complex, hier bevinden zich een aantal open stootvoegen tussen de eerste en derde deur vanaf het westen geteld, d) open stootvoegen bij trappenhuis ten noorden van het plangebied) (foto's: Laneco, 2023).

Buiten het plangebied, aan de noordzijde van dezelfde blok, bevinden zich meerdere open stootvoegen in de muur van een trappenhuis die toegang tot de spouw bieden (zie afbeelding 6 en 7). Deze zijn naar het plangebied toe gericht. Hier kunnen mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Tussen de geplande nieuwbouw en dit trappenhuis blijft voldoende ruimte (circa 3,5 meter) om mogelijke aanvliegroute van vleermuizen naar bovengenoemde stootvoegen vrij te houden/niet aan te tasten. Mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in de muur van het trappenhuis worden dus niet aangetast. Indien tijdens de werkzaamheden lichtverstoring wordt beperkt door het gebruiken van gebundelde en naar beneden gerichte armaturen die niet uitstralen naar het

LANECO

16

trappenhuis

zijn

ook

hier

negatieve

effecten

op

(eventueel)

aanwezige

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. Hier is nader onderzoek dan niet noodzakelijk. Conclusie Negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op essentiële foerageergebieden en

vliegroutes

van

vleermuizen

en

verblijfplaatsen

van

boombewonende

vleermuissoorten zijn uitgesloten. Daarom is nader onderzoek naar essentiële foerageergebieden

en

vliegroutes

van

vleermuizen

en

verblijfplaatsen

van

boombewonende vleermuissoorten niet noodzakelijk. Echter zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen voor verschillende gebouwbewonende vleermuissoorten door de geplande werkzaamheden niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar (de aanwezigheid van) verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, en ruige dwergvleermuis is daarom nodig. 2.5.4 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn in en om het plangebied onder andere de vogelsoorten kauw (Coloeus monedula) en Turkse tortel (Streptopelia decaocto) waargenomen. In en in de directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen nesten van vogels waargenomen. Alle vogels zijn strikt beschermd in de Wet natuurbescherming (Artikel 3.1/3.2 Wet natuurbescherming en Vogelrichtlijn). Aantasting van actief gebruikte nesten is niet toegestaan. Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen en leefgebied) het gehele jaar door beschermd. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua)).

2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden (voorbeeld: huismus).

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders (voorbeeld: kerkuil (Tyto alba) en slechtvalk (Falco peregrinus)).

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: ransuil (Asio otus)).

De vogels uit deze categorieën zijn meestal zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Door de leefwijze van deze soorten is het niet mogelijk om bij directe verstoring van de nesten te voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. De lijst van jaarrond beschermde vogels is in september 2009 door het ministerie van

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

17

LNV gepubliceerd. Ook is er een lijst vogels aangewezen waarvan alleen bij effecten op populatieniveau maatregelen nodig zijn; de zogenaamde categorie 5. In het plangebied en de ruime omgeving komen volgens de verspreidingsgegevens de soorten boomvalk (Falco subbuteo), buizerd (Buteo buteo), gierzwaluw (Apus apus), grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea), havik (Accipiter gentilis), huismus, kerkuil, ooievaar (Ciconia ciconia), ransuil, roek, slechtvalk, sperwer (Accipiter nisus), steenuil en wespendief (Pernis apivorus) voor. De gierzwaluw is een soort die alleen in de zomer in Nederland aanwezig is. De gierzwaluw is erg kritisch ten aanzien van zijn nestlocatie. Alleen tijdens de broedperiode is de gierzwaluw (mannetje en vrouwtje afwisselend) op het nest te vinden en de rest van het jaar vliegt de vogel en rust op thermiek. De soort broedt in rotsachtig biotoop of in bebouwing, bijvoorbeeld onder dakpannen. Ze broeden graag in kolonies en hebben minimaal 3 meter vrije ruimte onder de nestlocatie nodig om weg te kunnen vliegen. Het nestmateriaal bestaat uit strootjes en veren die in de lucht worden verzameld. De gierzwaluw is een erg honkvaste soort die elk jaar naar dezelfde nestlocatie terugkeert. Door het ontbreken van dakpannen en geschikte holtes in de bebouwing is er geen ruimte voor nestlocaties van gierzwaluw in het plangebied aanwezig.

De aanwezigheid van nestlocaties van gierzwaluw in het plangebied is uitgesloten en daarmee zijn ook negatieve effecten op deze soort door de geplande werkzaamheden uitgesloten. De huismus is in Nederland een standvogel. De populatie van deze soort is in de laatste tientallen jaren gehalveerd door een afname van geschikt leefgebied en broedplaatsen. De huismus leeft in en nabij menselijke bebouwing, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Het dier bouwt zijn nest in of tegen bebouwing (bijvoorbeeld in een dichte

klimop

of

onder

een

dakpan).

Er

moet

altijd

voldoende

voedsel,

schuilgelegenheden (dichte bosschages) en zandbaden nabij de nestplaats aanwezig zijn. In het plangebied zijn geen geschikte nestplaatsen voor huismus aanwezig. Ook de mogelijkheid tot het nemen van een zandbad ontbreekt. De aanwezigheid van nestlocaties van huismus in het plangebied is uitgesloten en ook negatieve effecten op deze soort door de geplande werkzaamheden worden uitgesloten. Boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief zijn soorten die voornamelijk voorkomen in en afhankelijk zijn van specifieke landschappen en habitats. Geschikt leefgebied voor deze, grotendeels mensenschuwe soorten omvat o.a. bosrijke omgevingen, agrarische gebieden, halfopen cultuurlandschappen en snelstromende beken of rivieren. Ook gebruiken deze soorten specifieke elementen als nestlocaties, zoals bijvoorbeeld natuurlijke oevers, schoorstenen, hoogspanningsmasten, schuren, goed afgeschermde plekken in grote bomen en nestkasten. Het plangebied en de directe omgeving zijn door de ligging in het centrum van Westervoort en door de functie als winkelcentrum sterk door mensen verstoord en

LANECO

18

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

beïnvloedt. Verder is het plangebied volledig bebouwd en verhard en wordt aan alle kanten door infrastructuur, open en verharde parkeerplaatsen en bebouwing omgeven. In de bomen zijn tijdens het veldbezoek geen nesten of holtes vastgesteld en deze staan niet in verbinding met groen- of bosstructuren. Ook ontbreken in de directe omgeving van het plangebied bossen, agrarische gebied en snelstromend water. Geschikt leefgebied en geschikte nestgelegenheden voor bovengenoemde soorten zijn in het plangebied daarmee niet aanwezig. Samenvattend zijn negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, havik, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief uitgesloten. De directe omgeving van het plangebied biedt geschikt leefgebied en nestlocaties voor diverse categorie 5-soorten, zoals koolmees (Parus major) en spreeuw (Sturnus vulgaris). De nesten van soorten van deze lijst zijn jaarrond beschermd als er effecten op populatieniveau op kunnen treden door een ingreep. Omdat de werkzaamheden zich beperken tot de bebouwing van het winkelcentrum zijn negatieve effecten op populatieniveau van categorie 5 soorten niet te verwachten. Conclusie Negatieve

effecten

op

jaarrond

beschermde

vogelsoorten

door

de

geplande

werkzaamheden zijn uitgesloten en nader onderzoek naar boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief is niet noodzakelijk. Wel dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden, die globaal loopt van half maart tot half juli. In deze periode kunnen vogels op het dak broeden, bijvoorbeeld kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus) en stadsduif (Columba livia). De werkzaamheden mogen alleen in het broedseizoen uitgevoerd worden als er een gerichte controle naar broedvogels is gedaan binnen drie dagen voor aanvang van de werkzaamheden om verstoring van nesten in en in de directe omgeving van het plangebied te voorkomen.

2.5.5 Overige soortgroepen Reptielen, amfibieën, insecten (vlinders, libellen, kevers) en overige soortengroepen stellen strikte eisen aan hun omgeving. De soorten hebben vaak natuurlijke watergangen, specifieke waardplanten of specifieke natuurlijke biotopen nodig zoals heide, bos, heischraal grasland en/of kleine landschapselementen. Dergelijke biotopen zijn in het plangebied niet aanwezig. Het plangebied is verhard en bebouwd en ligt binnen de bebouwde kom van Westervoort. Ook andere strikt beschermde soorten zoals vissen, mollusken en tweekleppigen kunnen door het ontbreken van water in het plangebied worden uitgesloten. Zowel de aanwezigheid van essentieel leefgebied van reptielen,

amfibieën,

vissen,

insecten

(vlinders,

libellen,

kevers)

en

overige

soortengroepen, als negatieve effecten op deze soortgroepen binnen het plangebied zijn dan ook uitgesloten.

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

19

3

CONCLUSIE Het plangebied, bestaande uit een gedeelte van een winkelcentrum, ligt aan het Dorpsplein te Westervoort. Men is voornemens het complex opnieuw in te richten en uit te breiden. Voordat de werkzaamheden plaatsvinden, dienen de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties met betrekking tot de natuur wet- en regelgeving in beeld te zijn gebracht.

3.1 NATUURNETWERK NEDERLAND Bij het uitvoeren van werkzaamheden op de locatie gaat geen oppervlakte van het dichtstbijzijnde gelegen NNN-gebied (ca. 500 meter) verloren. Gelet op de lokale aard van de ingreep, de afstand tot het NNN-gebied en de al aanwezige menselijke activiteit, zijn negatieve effecten op het NNN-gebied uitgesloten. 3.1.1 Overige beleidskaders Er zijn geen andere beleidskaders uit het Natuurbeheerplan (NBP) van toepassing in het plangebied. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er in het kader van het NBP dan ook geen consequenties te verwachten. 3.2 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL GEBIEDSBESCHERMING Het plangebied ligt op circa 600 meter afstand van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden “Rijntakken”. Tijdens de geplande werkzaamheden wordt mogelijk de maximale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden overschreden. Een stikstofberekening, middels de AERIUS Calculator, is noodzakelijk.

3.3 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL HOUTOPSTANDEN Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bebouwde kom en er worden geen bomen gekapt tijdens de geplande werkzaamheden. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is daarmee niet van toepassing.

3.4 WET NATUURBESCHERMING – ONDERDEEL SOORTENBESCHERMING In het kader van de Wet natuurbescherming moet worden getoetst of er door de ingreep sprake is van negatieve effecten op (potentiële) vaste rust- en verblijfsplaatsen of belangrijke onderdelen van leefgebied van (beschermde) plant- en diersoorten. Voor een aantal soorten die in de omgeving en mogelijk in het plangebied voorkomen zoals muizen, bruine kikker, bastaardkikker en gewone pad geldt provinciale vrijstelling voor aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen.

LANECO

20

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

Binnen het plangebied kunnen een aantal nationaal en Europees beschermde soorten voorkomen,

waarvoor

voor

aantasting

van

rust-

en

verblijfplaatsen

een

ontheffingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming geldt. Op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezige habitats en de biotoopeisen van de individuele diersoorten is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing binnen het plangebied niet uitgesloten. Door de beoogde ingreep zijn negatieve

effecten

op

verblijfplaatsen

van

gewone

dwergvleermuis,

kleine

dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis niet uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten zijn van de overige (niet-vrijgestelde) nationaal of Europees beschermde soorten, vaste rust- en verblijfplaatsen uit te sluiten binnen het plangebied. Nader onderzoek naar deze soorten is dan ook niet nodig. Wel geldt altijd de zorgplicht.

3.5 CONSEQUENTIES In het kader van de Wet natuurbescherming dient daarvoor te worden nagegaan of vaste rust- en verblijfsplaatsen of belangrijke onderdelen van leefgebied van soorten door de ingreep worden aangetast. Dit kan niet worden uitgesloten zonder nader veldonderzoek voor vleermuizen (Wet natuurbescherming en bijlage IV Habitatrichtlijn), gebouwbewonende soorten. Onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 (Netwerk Groene Bureaus, 2021) bestaat uit onderzoeksrondes in de periode juni tot half juli en onderzoeksrondes in de periode half augustus tot eind september. Beide onderzoeken dienen plaats te vinden om een volledig beeld te krijgen van de functie van het plangebied en omgeving voor vleermuizen. Een stikstofberekening is noodzakelijk om inzicht te geven over de stikstofemissie als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling en de depositie op Natura 2000-gebieden. De berekening moet worden uitgevoerd middels de AERIUS Calculator. 3.5.1 Algemene voorwaarden Twee algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming zijn altijd van toepassing: •

De start van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli) plaats te vinden om verstoring van broedvogels en het broedsucces te voorkomen. Alleen op basis van gericht onderzoek (naar broedende vogels) door een ervaren ecoloog in en in directe omgeving van het plangebied mag van deze voorwaarde worden afgeweken.

•

Op basis van de zorgplicht dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Verstoring moet worden beperkt en dieren moeten de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door:

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

21

o

Werkzaamheden, zoals graaf- en kapwerkzaamheden en het verwijderen van begroeiing, te starten buiten het voortplantingsseizoen (april - augustus) en het winter(slaap)seizoen (november - februari);

o

Het beperken van verlichting tijdens de avonduren ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren.

3.6 AANBEVELINGEN Er zijn vanuit ecologisch oogpunt aanbevelingen te doen ten aanzien van een natuurinclusieve inrichting en een verhoging van de biodiversiteit: •

Gebruik bij de inrichting voor nieuwe verlichting gebundelde en naar beneden gerichte armaturen die niet uitstralen naar de omgeving.

•

Nieuwbouw kan geschikt worden gemaakt voor vleermuizen door het gebruik van inbouw vleermuiskasten of door op een hoogte van 4 meter en hoger op verschillende windrichtingen (voorkeur voor zuidgerichte zijden) open stootvoegen van 2 cm bij 5 cm breed aan te brengen. Een andere optie is het creëren van circa 2 cm ruimte achter eventuele houten gevelbetimmering of het aanbrengen van kierende planken.

•

Nieuwbouw kan geschikt worden gemaakt voor huismus en gierzwaluw door vogelschroot twee pannen hoger te plaatsen of door het plaatsen van gevelkasten.

LANECO

22

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER 1.1

NATUURNETWERK NEDERLAND Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een onderdeel van het natuurbeleid en heeft als doel het behoud van biodiversiteit. Gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van NNN vormen een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Per NNN-gebied zijn natuurdoelen vastgelegd in het ruimtelijke provinciale beleid, waarmee rekening gehouden moet worden bij planologische ontwikkelingen. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat activiteiten niet strijdig mogen zijn met de natuurdoelen.

1.1.1 Overige beleidskaders Naast het NNN kunnen ook andere provinciale en gemeentelijke beleidskaders van toepassing zijn in het plangebied. Ook deze beleidskaders zijn niet verankerd in natuurwetgeving, maar dienen wel een rol te spelen in de planologische afweging. 1.2

WET NATUURBESCHERMING

1.1.2 Onderdeel gebiedsbescherming – Natura 2000 Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn worden aangemerkt als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van Natura 2000. De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming die per 1 januari 2017 van kracht is. Het is verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 1.1.3 Onderdeel houtopstanden Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming (voorheen de Boswet) heeft als doel bossen te beschermen en de bestaande oppervlakte bos- en houtopstanden in Nederland in stand te houden. Kort gezegd, alles wat bos is, moet bos blijven. Indien een houtopstand onder de Wet Natuurbescherming valt en deze gekapt gaat

worden,

moet

een

kapmelding

worden

gedaan.

Ook

verplicht

de

Wet

natuurbescherming om de betreffende grond binnen drie jaar opnieuw in te planten, de zogenaamde herplantplicht. Als bos definitief gekapt wordt, zal een ontheffing of compensatie van deze herplantplicht verleend moeten worden. De herplantplicht is niet van toepassing voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel.

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

23

Houtopstanden vallen onder de Wet natuurbescherming als het zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend betreffen die: •

buiten ‘de bebouwde kom Boswet’ liggen;

•

een oppervlakte hebben van 10 are of meer;

•

rijbeplantingen die meer dan 20 bomen omvatten, gerekend over het totaal aantal rijen.

1.1.4 Onderdeel soortenbescherming Wettelijk kader Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoals die ook in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomen en voor de Nederlandse situatie toegepast. Deze bescherming is, afhankelijk van het beschermingsregime, als volgt in de Wet Natuurbescherming opgenomen: Vogelrichtlijn •

Artikel 3.1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

•

Artikel 3.1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

•

Artikel 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

•

Artikel 3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage I •

Artikel 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

•

Artikel 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

•

Artikel 3.5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

•

Artikel 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

•

Artikel

3.5

lid

5:

Het

is

verboden

plantensoorten

in

hun

natuurlijke

verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

LANECO

24

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

Nationaal beschermde soorten •

Artikel 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

•

Artikel 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

•

Artikel

3.10

lid

1c:

Het

is

verboden

plantensoorten

in

hun

natuurlijke

verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Procedurele gevolgen De procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden

beïnvloed.

Kortweg

kunnen

er

drie

beschermingsregimes

worden

onderscheiden: •

Soorten van de Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

•

Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn: Dit zijn alle soorten in onderdeel A van bijlage IV van de Habitatrichtlijn inclusief bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

•

Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

Een project kan in strijd zijn met de Wet natuurbescherming wanneer een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Wettelijke belangen Om een ontheffing te krijgen voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen: •

Ter bescherming van de wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats.

•

Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.

•

Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

25

Om een ontheffing te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen: •

Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.

•

Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding is.

•

Ter bescherming van flora en fauna.

Voor nationaal beschermde soorten geldt: •

Er is sprake van een bij de wet genoemd belang.

Zorgplicht Voor alle aanwezige soorten geldt volgens de Wet natuurbescherming altijd de zorgplicht (artikel 1.11). De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen – of ze nu beschermd zijn of niet – en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.

LANECO

26

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

BIJLAGE 2 LITERATUURLIJST Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Limpens, H., K. Mosterd en W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Websites Atlas Leefomgeving,

2023.

Geraadpleegd

in

februari

2023

van

https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b93b7597de188&gm-x=150000&gm-y=455000&gm-z=3&gmb=1544180834512,true,1;1553765981928,true,0.8;&activateOnStart= Google

Earth,

2023.

Google.

Geraadpleegd

in

februari

2023

van

https://earth.google.com/web/ Natura2000, 2023. Natura2000 overzichtskaart. Geraadpleegd in februari 2023 van https://geocontent.rvo.nl/Natura2000/Overzichtskaart/index.html?provincie=1 NDFF & ZOOGDIEREN, 2023a. NDFF Verspreidingsatlas Zoogdieren. Geraadpleegd in februari 2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren NDFF & RAVON, 2023b. NDFF Verspreidingsatlas Amfibieën. Geraadpleegd in februari 2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen NDFF & RAVON, 2023c. NDFF Verspreidingsatlas Reptielen. Geraadpleegd in februari 2023 van https://www.verspreidingsatlas.nl/reptielen Netwerk Groene Bureaus, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Geraadpleegd in februari 2023 van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Provincie Gelderland, 2023. Natuurbeheerplan. Geraadpleegd in februari 2023 van https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=d8fc942b 0c7646ff8900c26f05effef9

LAN ECO

Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort

a d v i e s b ur e au v o or l an d sc h ap e n e c o l o g i e

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=7dcd4a9c-3749-4a04-9db4-196d59d6162b