CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20240227-rv-vvgb-woonblokken-wyborgh-bijlage-2-ruimtelijke-onderbouwing

Raadsvergadering 11 maart 2024, gemeente WestervoortBij agendapunt: Vaststellen Verklaring van geen bedenkingen Wyborg - AANGENOMEN15.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Kenmerk Datum

Woningbouw De Wyborgh Westervoort Versie 2.1 23168 ISDI/23168.01 16 januari 2024

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE o1 2

3

4

5

6

Inleiding Projectbeschrijving

4 5

Projectlocatie Projectplan Geldend bestemmingsplan

5 5 9

Ruimtelijk beleid

12

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

12 13 14 15

Omgevingsaspecten

19

Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Milieuzonering Natuur Ontplofbare oorlogsresten Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling

19 20 21 22 25 28 30 32 35 37 38 41 43

Beschrijving uitvoerbaarheid

45

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid

46

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Archeologisch onderzoek Bodemonderzoek Onderzoek externe veiligheid Geluidsonderzoek Quickscan flora en fauna Nader onderzoek vleermuizen Stikstofberekening Parkeertellingen Aanmeldnotitie m.e.r. Verslag infoavond Parkeerbalans Advies VGGM

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 3

1

INLEIDING In opdracht van Blackfish Beheer B.V. heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de gewenste ontwikkeling van 63 woningen bij het bestaande winkelcentrum De Wyborgh in Westervoort. Omdat de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘handelen in strijd met het bestemmingsplan’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd. De omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ wordt op een later moment aangevraagd.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 4

2

PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie is gelegen aan de Kerkstraat en het Dorpsplein te Westervoort en is onderdeel van het bestaande winkelcentrum De Wyborgh. De projectlocatie wordt in de zuidwesthoek omsloten door de bestaande bebouwing, die bestaat uit de voormalige Hema met bovenwoningen. Aan de noordzijde komt men via de Brugweg en de Zevenaarsweg uit op de provinciale N325, welke weer in verbinding staat met de A12. Aan de oostzijde van de projectlocatie is op maaiveld een parkeerterrein aanwezig met daarnaast het treinstation van Westervoort. Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie ter indicatie

PROJECTPLAN Achtergrond Het centrum van Westervoort is toe aan vernieuwing. In het winkelhart staan verschillende winkelpanden leeg, de passage en een deel van het winkelcentrum zijn verouderd. Afstanden zijn te lang en winkels liggen te ver uit elkaar. Het gemeentehuis is sinds corona en de ambtelijke fusie met de gemeente Duiven minder in gebruik. Het oudere deel van het gemeentehuis wordt nu benut voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De openbare ruimte is stenig en verouderd.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 5

Een integrale aanpak van het winkelcentrum, het gemeentehuis en de openbare ruimte is gewenst om verdere achteruitgang te voorkomen en om het centrum weer levendig, dynamisch en toekomstproof te maken. Investeren in het centrum van Westervoort draagt er aan bij dat de basisvoorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, welzijn, sport en detailhandel op peil blijven. Voor de integrale transformatie van het centrum werkt de vastgoedeigenaar aan vernieuwing van het winkelcentrum De Wyborgh, start de gemeente een onderzoek naar mogelijke transformatie van het gemeentehuis en onderzoeken de gemeente en vastgoedeigenaar samen de mogelijke transformatie van de openbare ruimte. Samen is dit de integrale gebiedsontwikkeling Centrum Westervoort. Aanpak winkelcentrum De Wyborgh In Project Wyborgh wordt het winkelcentrum aangepast aan de huidige tijd. Winkels worden gebundeld rondom het plein, de supermarkten krijgen een duidelijkere entree en de winkels die te ver van het plein af liggen worden getransformeerd naar woningbouw. Doelen van dit project zijn de realisatie van een levendig en toekomstbestendig winkelcentrum en de realisatie van woningbouw. De Wyborgh is onderverdeeld in een aantal deelprojecten. Zo wordt de bestaande passage verwijderd, worden de supermarkten Lidl en Albert Heijn vergroot en krijgt de Albert Heijn een ingang aan de zijde van het parkeerterrein.

De gevels van de winkels rond het plein worden gemoderniseerd en er zullen twee woonblokken verschijnen. Eén aan de Kerkstraat en één aan het Dorpsplein (zuidzijde in plaats van de passage). Daarnaast wordt door ontwikkelaar en gemeente samen een plan gemaakt voor de transformatie van de openbare ruimte. Met voorliggend plan wordt nader ingezoomd op de realisatie van de twee gewenste woonblokken. Realiseren woonblokken In de huidige situatie zijn op de plek van de te realiseren woningen op de begane grond winkels en een passage aanwezig. De bebouwing bestaat uit een bouwlaag aan het Dorpsplein en uit een bouwlaag met kap aan de Kerkstraat. Deze worden gesloopt en hiervoor komt nieuwbouw terug in de vorm van gedeeltelijk drie en vier bouwlagen. Op de begane grond worden naast woonfuncties ook bergingen, parkeerplaatsen en één winkelunit in het woonblok Dorpsplein-Zuid gerealiseerd. Op de verdiepingen worden uitsluitend woningen gerealiseerd. Aan de achtergevel van het woonblok Dorpsplein-Zuid komt een vluchttrap. De bouwhoogte van het woonblok Dorpsplein-Zuid betreft voor het lage deel circa 15 meter en het hoge deel circa 18 meter inclusief installaties, pv-panelen en liftopbouw. Voor het woonblok aan de Kerstraat bedraagt de bouwhoogte circa 15 meter, ook inclusief installaties, pv-panelen en liftopbouw. Zoals gezegd betreft het de ontwikkeling van twee woonblokken.

Het te realiseren woonblok aan de Kerkstraat omvat in totaal 29 appartementen en het woonblok aan het Dorpsplein Zuid omvat 34 appartementen. In totaal worden er hier dus 63 woningen gerealiseerd en toegevoegd aan de woningvoorraad van Westervoort. Van deze 63 woningen worden er 52 ‘kleine’ woningen gerealiseerd met een oppervlakte onder de 90 m2 en 11 ‘middelgrote’ woningen met een oppervlakte tussen de 90 m2 en 120 m2 .

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 6

Figuur 2. Schets conceptplan Centrum Westervoort met nieuwbouw woningen in geel aangegeven.

Duurzaamheid Met de bouw van de woonblokken moet in ieder geval voldaan worden aan de BENG eisen en MPG. Bij uitwerking van de bouwplannen en aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen wordt specifiek gekeken welke duurzaamheidsmaatregelen eventueel nog toegepast kunnen worden. Figuur 3. Schets nieuwe situatie begane grond woonblokken in oranje (bron: Bessels).

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 7

Op bovenstaande schets is te zien dat er voor de woningen aan de Kerkstraat 16 parkeervakken op eigen terrein worden gerealiseerd en voor de woningen aan het Dorpsplein 27 parkeervakken op eigen terrein komen. Figuur 4. Impressie vogelvlucht nieuwbouw zijde Kerkstraat.

Figuur 5. Impressie vogelvlucht nieuwbouw zijde Dorpsplein

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 8

GELDEND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “Kern” geldend. Dit plan is op 28 januari 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Westervoort. De projectlocatie heeft de bestemming ‘Centrum’. Er geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een maximale bouwhoogte van 7 meter. Figuur 6 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Ook geldt voor het projectgebied het bestemmingsplan ‘Archeologie en Cultuurhistorie’. Dit plan is vastgesteld op 28 oktober 2013 door de gemeenteraad. De projectlocatie heeft op grond hiervan de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' en gebiedsaanduiding 'overige zone - specifieke vorm van waarde hoge archeologische verwachting'. Tot slot geldt voor deze locatie het ‘Parapluplan Parkeren Westervoort’, welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 19 juni 2023. Figuur 6. Uitsnede bestemmingsplankaart ter indicatie

Toets aan bestemmingsplan De voor ‘Centrum’ aangewezen gronden zijn bestemd voor centrumfuncties die op de begane grond worden uitgeoefend, te weten: cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, horeca als bedoeld in categorie I en II van de Staat van inrichtingen (horeca), kantoor als aanwezig op het moment van ter visielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor wonen op de verdieping(en), tot het bestaande aantal woningen. In de huidige situatie zijn er geen bestaande woningen ter plaatse van de projectlocatie. De gewenste woningen, welke ook gesitueerd zullen zijn op de begane grond, passen derhalve niet binnen de bestemming ‘Centrum’.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 9

De maximaal toegestane bouwhoogte binnen het bouwvlak is 7 meter. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling varieert in hoogte tussen circa 15 meter en circa 18 meter (inclusief installaties, pv-panelen en liftopbouw) past het gewenste volume niet binnen de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. De balkons steken 2 meter buiten het bouwvlak uit en zijn daarmee geen ondergeschikt bouwonderdeel. Dit vormt tevens een strijdigheid. Het woongebouw aan de Kerkstraat valt voor een klein deel buiten het bouwvlak om het gebouw beter aan te sluiten bij de openbare ruimte. Als laatste wordt de oostzijde van het nieuwe gebouw aan het Dorpsplein voor een klein deel buiten het bouwvlak gebouwd. Hierdoor valt dit kleine deel binnen de bestemming Verkeer waar geen gebouwen zijn toegestaan. Figuur 7. Kleine overschrijdingen bouwvlak woonblokken Dorpsplein en Kerkstraat (rood gearceerd)

De gemeente Westervoort heeft archeologisch en cultuurhistorisch beleid opgesteld. Dit beleid geldt voor de gehele gemeente en overstijgt daarmee de plangrenzen van de verschillende bestemmingsplannen. Ter plaatse van de projectlocatie bevindt zich de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 10

voor de bescherming van de verwachtte en reeds vastgestelde archeologische waarden. Het is toegestaan om een bodemingreep uit te (laten) voeren. Hierbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hoge archeologische verwachting’ bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 40 cm alleen zijn toegestaan indien er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en/of een omgevingsvergunning voor het bouwen is verkregen. Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. In het kader van de gehele herontwikkeling van het winkelcentrum is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in paragraaf 4.2 verwerkt. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Westervoort’ ziet toe op het waarborgen van voldoende parkeer-, laad- en losmogelijkheden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ter plaatse van het projectgebied geldt de aanduiding ‘overige zone – parkeerregeling’.

Voor deze aanduiding geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, vernieuwen of uitbreiden van een gebouw en/of een omgevingsvergunning voor de verandering van het gebruik van een (bouw)perceel slechts wordt verleend indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen ten aanzien van auto’s en fietsen zoals opgenomen in de ‘Parkeernormennota Westervoort’ zoals vastgesteld op 19 juni 2023 door de gemeenteraad, of diens rechtsopvolger. Dan wel, bij het ontbreken van gemeentelijk beleid, aan de gemiddelde parkeercijfers van de CROW Parkeerkencijfers 2018 (publicatie 381) of de meest recente uitgave hiervan op het moment van het indienen van de aanvraag. De benodigde parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd en duurzaam in stand gehouden te worden op eigen terrein of gronden die duurzaam daarvoor aangewend kunnen worden en welke direct aansluitend bij het gebouw/perceel zijn gelegen. Het niet voldoen aan deze voorwaarde is een vorm van strijdig gebruik van de bestemmingsomschrijving van de geldende enkelbestemming als opgenomen in het onderliggende bestemmingsplan. Het parkeeraspect wordt nader beschouwd in paragraaf 4.12. Planologische procedure om af te wijken van het bestemmingsplan Zoals uit de toets aan het bestemmingsplan volgt, is de voorgenomen ontwikkeling op meerdere onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan.

De strijdigheden zijn gelegen in:   

Het gebruik: binnen de bestemming ‘Centrum’ zijn de gronden deels bestemd voor wonen, maar dit is niet toereikend genoeg om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Een klein deel van beide woongebouwen het gebouw aan het Dorpsplein valt binnen de bestemming ‘Verkeer’. Het bouwen: de beoogde ontwikkeling overschrijdt de maximaal toegestane bouwhoogte, balkons worden buiten het bouwvlak gebouwd en een klein deel van beide woongebouwen valt buiten het bouwvlak en binnen de bestemming ‘Verkeer’. Het parkeren: de ontwikkeling voorziet niet volledig in parkeren op eigen terrein.

Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘handelen in strijd met het bestemmingsplan’ om af te wijken van het bestemmingsplan. Bij het doorlopen van de planologische procedure dient tevens rekening te worden gehouden met het bepaalde ten aanzien van archeologie. Voor dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 4.2 van voorliggende rapportage.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 11

3

RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 8. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 12

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling Op het projectgebied zijn geen nationale belangen van toepassing. Hiermee is de Nationale Omgevingsvisie niet relevant voor het projectgebied en de realisatie van woningen op het winkelcentrum. Wel wordt de behoefte aangetoond en de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst in paragraaf 4.1. 3.1.1.2 Conclusie Geen van de 21 nationale belangen worden geraakt met voorliggend project.

Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.

PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018) Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 19 december 2018 is door Provinciale Staten van Gelderland tevens de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 21 december 2022 voor het laatst geactualiseerd op basis van de nieuwe Omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 13

Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente Westervoort dat regionaal is afgestemd met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Onder het regionale beleid is reeds aangetoond dat er een behoefte is aan de woningen uit voorliggend plan. Zie daartoe ook paragraaf 3.3.

Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en het vereiste uit de omgevingsverordening zoals bedoeld in artikel 5.64 waar de instructieregel staat dat nieuwe woningen enkel zijn toegestaan indien dit past binnen de regionale woonagenda. De projectlocatie ligt binnen een zone waar op basis van artikel 2.17 van de Omgevingsverordening een bestaand glastuinbouwbedrijf eenmalig kan uitbreiden. Dit artikel is niet van toepassing aangezien het hier over een bestaand winkelcentrum en woningbouw gaat. De locatie ligt ook binnen een waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied, waarbij er geen bestemmingen mogelijk zijn die een risico vormen voor de kwaliteit van het grondwater (artikel 2.36 en 2.37). Verder ligt het plangebied in een intrekgebied. Artikel 2.38 stelt dat de winning van fossiele energie niet is toegestaan binnen deze gebieden. Voorliggende ontwikkeling maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Daarmee past het initiatief binnen het bepaalde van artikel 2.38 uit de Omgevingsverordening. 3.2.1.2 Conclusie Het initiatief past binnen de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

REGIONAAL BELEID Woondeal 2.0 Regio Arnhem - Nijmegen Op 8 maart 2023 tekenden de samenwerkende gemeenten in de regio ‘Arnhem – Nijmegen’, provincie Gelderland en het Rijk de geactualiseerde Woondeal Arnhem-Nijmegen. Die moet niet alleen voor meer woningen zorgen, maar ook voor een betere uitvoering van de gemaakte afspraken. De snel oplopende woningtekorten, de complexe leefbaarheidsproblematiek, de strategische ligging en de groene ambities van de regio zijn daarbij voor het Rijk belangrijke overwegingen geweest. Daarmee fungeert deze woondeal mede als regiospecifieke uitwerking van het interbestuurlijk Programma (IBP) in die regio's waar de druk op de woningmarkt het grootste is. In de Woondeal zijn onder meer de volgende afspraken gemaakt:  tot 2030 worden 33.000 woningen gerealiseerd, dit is een jaarlijkse ophoging van 3.700 woningen per jaar in plaats van de eerder geplande 3.300 woningen per jaar;  op regionaal niveau wordt toegewerkt naar twee derde deel betaalbare huur- en koopwoningen;  versneld realiseren van (flexibele en tijdelijke) woningen. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de Woondeal 2.0 zijn door de samenwerkende gemeenten afspraken gemaakt om versneld extra woningen bij te bouwen. Voorliggend initiatief voorziet per saldo in een toename van 63 woningen en draagt daarmee

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 14

direct bij aan het behalen van een belangrijk doel uit de Woondeal 2.0. De woningen worden deels als huurwoningen en deels als koopwoningen gerealiseerd. Van deze 63 woningen worden er 52 ‘kleine’ woningen gerealiseerd met een oppervlakte onder de 90 m2 en 11 ‘middelgrote’ woningen met een oppervlakte tussen de 90 m2 en 120 m2. 3.3.1.2 Conclusie Het initiatief past binnen de woningbouwafspraken uit de Woondeal 2.0 Regio Arnhem - Nijmegen.

GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Westervoort Op 27 september 2021 heeft de gemeenteraad van Westervoort de Omgevingsvisie Westervoort vastgesteld. Hierin streeft de gemeente Westervoort naar het behouden en versterken van een gezonde, veilige, vitale, duurzame, leefbare en aantrekkelijke leefomgeving. Voor nu en voor de toekomst. Om dit te bereiken heeft de gemeente de Omgevingsvisie Westervoort geformuleerd als stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving van Westervoort in 2040. De visie is opgesteld in samenspraak met meerdere partijen waaronder gebruikers van de leefomgeving zoals inwoners, maatschappelijke instellingen, bedrijven en verenigingen. De Omgevingsvisie sluit aan bij nationaal, regionaal en lokaal beleid. De inhoudelijke basis voor deze Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen:  Historie: de gemeente Westervoort heeft een rijke geschiedenis waar we op voortbouwen.  Richtinggevende waarden: belangrijk zijn onder andere de vitale, sterk onderling verbonden sociale gemeenschap, de aantrekkelijke leefomgeving en de uitstekende voorzieningen van de gemeente Westervoort.  Ruimtelijke kwaliteiten: de kenmerken van het landschap, het erfgoed en de manier van wonen in de gemeente Westervoort dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente.

 Ontwikkelingen & toekomstperspectief: leidraad voor de toekomst is dat we ruimte willen bieden aan de ontwikkelingen, recht doen aan ruimtelijke kwaliteiten, maatwerk leveren op basis van de leefomgevingskwaliteiten en zorg dragen voor natuur en milieu. Dit doen we samen met alle gebruikers van de leefomgeving. De lokale woonvraag en bovenlokale vraag uit de regionale woningmarkt Arnhem leiden tot de vraag naar nieuwe woonlocaties. In de eerste plaats streeft de gemeente naar inbreiding. De realisatie van woningen in het centrum en meer specifiek bij het winkelcentrum De Wyborgh zoals hier voorligt, is ook aangegeven als een van de ontwikkellocaties binnen de gemeente. Dit is op onderstaand figuur weergegeven.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 15

Figuur 9. Visiekaart wonen & werken, Omgevingsvisie Westervoort

3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de Omgevingsvisie Westervoort heeft de gemeente gewenste en geschikte inbreidingslocaties voor woningbouwontwikkelingen aangewezen. Zoals ook waarneembaar is op voorgaande afbeelding is het plangebied (3) aangemerkt als één van deze inbreidingslocaties. Voorliggend initiatief voorziet in de concrete uitwerking van de ambitie uit de Omgevingsvisie om het plangebied te ontwikkelen. In het plan dat voorligt is verder rekening gehouden met andere ambities uit de visie. Zo speelt het plan in op een urgente maatschappelijke behoefte aan betaalbare woningen voor een brede doelgroep. 3.4.1.2 Conclusie Het initiatief past binnen de Omgevingsvisie Westervoort.

Woonvisie Westervoort 2021-2030 De Woonvisie 2021-2030 van de gemeente Westervoort is vastgesteld op 14 juni 2021 door de gemeenteraad van Westervoort. Met de woonvisie wordt ingespeeld op de woonvraagstukken in

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 16

Westervoort. De gemeente geeft 'richting aan wonen' en biedt duidelijke kaders voor bestaande en nieuwe woningbouwplannen. Verder is er begin maart 2023 de Woondeal 2.0 gesloten tussen de regio ArnhemNijmegen, het rijk en de provincie. Ook is eind 2020 de Liemerse Woonagenda herijkt. Op gemeentelijk niveau is de afgelopen jaren lokaal beleid ontwikkeld, onder meer over uitvoering van het woningbouwprogramma in de Woningbouwnotitie 2018-2027 en in het Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2024. Bovendien kreeg een aantal specifieke doelgroepen als arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en spoedzoekers geen aandacht in de Woonvisie 2015. Daarom heeft de gemeente besloten een nieuwe woonvisie vast te stellen, de 'Woonvisie Westervoort 2021-2030'. Deze nieuwe woonvisie vervangt de Woningbouwnotitie 2018-2027 en het Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2024. Op deze woonvisie is op 6 maart 2023 een addendum gekomen op het streefprogramma zoals opgenomen in doel 13 van de Woonvisie. In de 'Woonvisie Westervoort 2021- 2030' heeft de gemeente drie hoofdambities geformuleerd: 1. Kwaliteit bestaande woningen en leefbare wijken; 2. Doelgroepen; 3. Meer en passende woningen. De visie is als volgt geformuleerd: “Westervoort wil haar kwaliteiten als woongemeente koesteren en versterken.

We willen de goede kwaliteit van het wonen in een aangename woonomgeving handhaven en verbeteren, zowel voor jong als voor oud, nu en in de toekomst. We willen in het verlengde van de notitie sociale spankracht de demografische opbouw van de bevolking versterken door een meer evenwichtige opbouw van de woningvoorraad met meer middeldure en dure woningen. De kracht van Westervoort is wonen in een dorpse omgeving in een verstedelijkt gebied. Dagelijkse voorzieningen zijn direct beschikbaar in Westervoort, de stedelijke voorzieningen in Arnhem en de landelijke natuur in de regio De Liemers zijn binnen handbereik. Ook de ligging bij de splitsing van de Rijn en de IJssel maken Westervoort een aantrekkelijke woongemeente. We houden dan ook rekening met een blijvende vraag naar woningen vanuit Arnhem. Er zijn in 2030 voldoende geschikte woningen voor jongeren die in hun eigen dorp willen blijven wonen en een aantrekkelijk aanbod voor doorstromers die een stap willen maken in hun wooncarrière. De vergrijzing is op een goede manier gefaciliteerd, waardoor mensen die te maken krijgen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in eigen woning en woonomgeving.” 3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling Met voorliggend project worden zowel huurappartementen als koopappartementen gerealiseerd in het centrum van Westervoort.

De leefkwaliteit van het centrum wordt hiermee vergroot en versterkt en de woningen bereiken de doelgroepen van zowel starters als doorstromers. Er wordt een bijdrage geleverd aan zowel de kwantitatieve behoefte (toevoegen woningen) als de kwalitatieve behoefte (typologie woningen: huur- en koopappartementen). 3.4.2.2 Conclusie Het initiatief past binnen de Woonvisie Westervoort 2021-2030.

Centrumvisie Westervoort Op 14 juni 2021 is de Centrumvisie Westervoort vastgesteld door de gemeenteraad van Westervoort. Aanleiding vormt het functioneren van het centrum van Westervoort: winkelcentrum De Wyborgh is verouderd en aan modernisering toe, de overige deelgebieden kampen met leegstand. Samen met de stakeholders is de Centrumvisie opgesteld met een ruimtelijk- functioneel wensbeeld en ontwikkelkader dat moet leiden tot een vitaal en toekomstbestendig centrum. Hierbij zijn twee varianten in beeld gebracht: een voorkeursvariant en een renovatievariant. De ontwikkelaar zal samen met de gemeente ene keuze maken in de uiteindelijke variant. 3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling De voorliggende herontwikkeling van een deel van het winkelcentrum De Wyborg met als resultaat het toevoegen van 63 woningen aan het centrumgebied is onderdeel van de Centrumvisie en past daarmee

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 17

naadloos binnen dit vastgestelde visiedocument. Er is gekozen voor de renovatievariant, waarbij het oude deel van het winkelcentrum gerenoveerd wordt en waarbij appartementen aan Dorpsplein en Kerkstraat worden toegevoegd. Hiervoor zijn ook beeldkwaliteitseisen vastgelegd, waar bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen getoetst moet worden. De gemeente draagt zorg voor een hernieuwde inrichting van de openbare ruimte. 3.4.3.2 Conclusie Het initiatief is onderdeel van de Centrumvisie Westervoort en past naadloos binnen dit visiedocument.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 18

4

OMGEVINGSASPECTEN LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen:  

Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Artikel 3.1.6 van het Bro: 

Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.

Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van 63 woningen, zowel huur- als koopappartementen en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Aan de hand van het regionale woonbeleid (paragraaf 3.3) en het gemeentelijke woonbeleid (paragraaf 3.4) is reeds aangetoond dat er behoefte is aan het toevoegen van woningen binnen de gemeente Westervoort. Voorliggend project, waarbij 63 woningen toegevoegd worden aan de woningvoorraad, is reeds regionaal afgestemd en draagt zowel kwantitatief als kwalitatief bij aan de woningbehoefte in Westervoort. Daarnaast dient in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden ingegaan op de locatie van het initiatief. De prioriteit in het beleid ligt bij inbreidings- en transformatielocaties. Bij voorliggend plan is sprake

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 19

van een inbreidingslocatie midden in het centrum van Westervoort. Daarmee komt het plan tegemoet aan de wens om bij voorkeur woningen binnenstedelijk te bouwen.

Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking is met succes doorlopen en de behoefte is voldoende aangetoond.

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen of bij omgevingsvergunningen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke in 2024 in werking treedt.

Relatie tot ontwikkeling Archeologie Door SOB Research is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (SOB Research, mei 2023 ISBN/EAN: 978-94-6192-952-5) uitgevoerd voor de gehele herontwikkeling van het winkelcentrum. Een deel daarvan gaat over de voorliggende herontwikkeling aan de Kerkstraat / Dorpsplein. Op dit moment is er al een gebouw aanwezig, maar vinden kleine uitbreidingen plaats: twee driehoekige uitbreidingszones met een oppervlakte van circa 60 m2. Voor de aanleg van de nieuwe funderingen wordt de bodem verstoord tot een maximale diepte van 1.0 – 1.2 meter beneden maaiveld. De andere uitbreiding (Lidl locatie) betreft een mogelijke verstoring van circa 820 m2. Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Archeologie en cultuurhistorie’ (zie ook paragraaf 2.3) geldt een archeologische dubbelbestemming waar bij bodemverstoringen van meer dan 200 m2 en een diepte van meer dan 0.4 meter onderzoek nodig is. Aangezien de totale ontwikkeling boven de 200 m2 ligt, is onderzoek uitgevoerd. De rapportage van SOB Research is als bijlage terug te vinden, de resultaten zijn hieronder weergegeven.

Op basis van het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken:  Ter plaatse van het plangebied is een bodemopbouw aanwezig met een subrecent verstoorde/opgebrachte bovenlaag, op Afzettingen van de Formatie van Echteld en op Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye.  De top van deze afzettingen ligt, ter plaatse van de voorliggende projectlocatie, op een diepte van meer dan 3 meter beneden het maaiveld. Op en in de top van deze afzettingen kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en het Mesolithicum aanwezig zijn.  Op de (zand-) Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye zijn kleiafzettingen van de Formatie van Echteld aanwezig. Op en in de top van deze afzettingen zouden archeologische resten uit de periode van de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. Ter plaatse van de projectlocatie is de top van de Afzettingen van Echteld verstoord tot een diepte van circa 2.3 – 2.5 meter beneden maaiveld. De verwachting dat hier nog intacte, behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn in de Afzettingen van Echteld wordt dan ook nihil geacht. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal leiden tot de aantasting van behoudenswaardige archeologische resten. Vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 20

Cultuurhistorie Binnen het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig of aangewezen monumenten. Met de sloop van de bestaande opstallen worden derhalve geen cultuurhistorische waarden verstoord.

Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

BODEM Algemeen Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden.

Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van woningen. Woningen betreffen gevoelige functies in het kader van de Wbb, waarvan de gebruikers beschermd dienen te worden tegen onacceptabele verontreinigen in de bodem waarmee zij in aanraking kunnen komen. Ten behoeve van de planrealisatie is derhalve een bodemonderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Ortageo Nederland B.V.. De rapportage van 7 november 2023 met kenmerk 220276/R01 is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De resultaten worden hieronder samenvattend besproken. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande bebouwing en de nieuwbouw van twee woonblokken op de locatie. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende:  Er zijn geen organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond.  De zandige bovengrond rondom het pand is licht verontreinigd met PAK. Deze grond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar”.  De vermoedelijk oorspronkelijke kleiige bovengrond is (van nature) licht verontreinigd met nikkel. Deze grond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar”.  In de diepere kleiige ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond.

Deze grond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar”.  In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten boven de tussenwaarden. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten en bijbehorende graafwerkzaamheden.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 21

EXTERNE VEILIGHEID Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico’s dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de groepsgrote. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven.

Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 63 appartementen. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 10 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 22

Figuur 10. Uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 19 december 2023) met het plangebied in de zwarte cirkel.

In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling is door AVIV een notitie externe veiligheid opgesteld. De rapportage van 9 oktober 2023 (project 235448, versie 2) is als bijlage terug te vinden. De resultaten zijn in onderstaande paragraaf verwerkt. De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Transportroutes Het plangebied ligt op ca. 1.980 meter van de snelweg A12 en op 3.150 meter van de spoorlijn Arnhem Zutphen. Over deze transportroutes vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze beide transportroutes dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied wel gelegen binnen het invloedsgebied van de snelweg en spoorlijn. Doordat het plan gelegen is binnen het invloedsgebied van de snelweg en spoorlijn hebben ontwikkelingen hierbinnen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Doordat het plan op meer dan 200 meter is gelegen van deze risicobronnen, heeft de wetgever aangegeven, dat er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van buisleidingen.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 23

Inrichtingen Het plangebied ligt op ca. 2.300 meter van de inrichting Immori gelegen aan de Industrielaan 10 te Arnhem. Aan deze inrichting is op 31 oktober 2016 een omgevingsvergunning verleend. Het in de QRA (d.d. 5-52014) berekende plaatsgebonden risico (10-6 risicocontour) ligt niet over het plangebied. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico is het plan wel gelegen binnen het invloedsgebied van het bedrijf Immori (volgens QRA bedraagt deze 3400 meter). Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. De voorgenomen ontwikkeling maakt 151,2 personen extra (63 woningen a 2,4 personen) mogelijk binnen het invloedgebied van deze inrichtingen. Doordat de afstand tussen het plan en de risicobron groter is dan 1.500 meter en toename van het aantal personen beperkt is heeft de ontwikkeling geen gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico. Wel moet het groepsrisico verantwoord worden. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van een externe veiligheidsrisicobron. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden.

Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 (zie onderdelen H en I) vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A12 en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege opslag gevaarlijke stoffen bij de inrichting Immori. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de Veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 5 januari 2024 (kenmerk Z2023-00000494) dat terug te vinden is als bijlage. A. Personendichtheid Met de gegevens uit de BAG-populatie is bepaald dat zich binnen het invloedsgebied van Immori (grootte van ca. 3632 ha) 192.766 personen overdag bevinden en 147.622 ’s nachts, exclusief personen binnen de terreingrens van Immori. Dat komt neer op een gemiddelde dichtheid van ca. 53 pers/ha overdag en ca. 41 pers/ha ‘s nachts. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 63 appartementen. Per appartement wordt uitgegaan van 2,4 personen, conform PGS 1 deel 6, waarvan 50% overdag en 100% ’s nachts aanwezig is.

Het aantal personen binnen het invloedsgebied neemt daarmee toe met 76 overdag en 151 ‘s nachts, een toename van respectievelijk 0.04% en 0.10%. De gemiddelde personendichtheid wijzigt hiermee niet. B. Hoogte groepsrisico Doordat het aantal personen minimaal toeneemt en het plan op grote afstand ligt van de risicobron kan de hoogte van het groepsrisico niet toenemen. Uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van Immori (projectnr. 267290 140382-HF44, d.d. 20 mei 2014) blijkt dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich beneden de oriëntatiewaarde bevindt. C t/m E. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Westervoort ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van Immori. F. De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Omdat het plan beperkt van aard is en de woningen op grote afstand wordt gesitueerd van de risicobron ziet de gemeente Westervoort geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Westervoort is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 24

H. Bestrijdbaarheid De bestrijding van het scenario toxische wolk richt zich met name op het reduceren van de schadelijke effecten door neerslaan, verdunnen of afschermen van de toxische wolk in de nabijheid van de bron. Dit is echter geen garantie dat een toxische wolk niet tot over het plangebied reikt. De bestrijding van het scenario explosie richt zich op het voorkomen van de explosie. De bestrijding van het scenario fakkelbrand bestaat vooral uit effectbestrijding in de omgeving van het incident, daar waar het vanwege de hittestraling veilig kan. Handelingsperspectief Bij het scenario toxische wolk is het binnenhuis schuilen en daarbij ramen, deuren en ventilatieopeningen sluiten en de mechanische ventilatievoorziening uitschakelen het meest voor de hand liggende handelingsperspectief. Voor de scenario’s explosie en fakkelbrand is het handelingsperspectief afhankelijk van het verloop van het incident en inrichting van de omgeving: - Voor personen buiten is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief; - Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven. I. Zelfredzaamheid Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen in het gebied. Zij worden zelfredzaam verondersteld. Het ligt in de verwachting dat zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen door te vluchten of bescherming te zoeken, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd.

Conclusie Het plan ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een risicobron. Daarmee wordt geen grens en richtwaarde overschreden en is er geen sprake van een directe of harde belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de snelweg A12, de spoorlijn Arnhem - Zutphen en de inrichting Immori. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief niet tot een toename van het groepsrisico leidt en geen significant effect heeft de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

GELUID Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit:  woningen;  onderwijsgebouwen;  ziekenhuizen;  verpleeghuizen;  verzorgingstehuizen;  psychiatrische inrichtingen;  kinderdagverblijven.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 25

Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.

Relatie tot ontwikkeling In het kader van de toevoeging van woningbouw heeft Alcedo op 20 november 2023 een geluidsonderzoek uitgevoerd (kenmerk 23-09978.R01.V02). Het rapport is als bijlage terug te vinden, de resultaten zijn hieronder weergegeven. Het geluid wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Naast het weg- en railverkeerslawaai is de Albert Heijn van invloed op de geluidsituatie ter plaatse van de nieuwbouw. Om aan te tonen of vanwege de Albert Heijn, ter plaatse van de nieuwbouw, sprake zal zijn van goed ruimtelijk ordenen zijn de geluidbelastingen vanwege de installaties op het dak en overige geluidrelevante activiteiten inzichtelijk gemaakt. De resultaten worden getoetst aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek blijkt dat vanwege de verkeersstromen van Dorpsplein de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder ter plaatse van de zuid- en oostgevel van woonblok Dorpsplein Zuid wordt overschreden. Ook wordt niet aan de ambitiewaarde en bovengrens uit het gemeentelijke beleid voldaan. Het toepassen van een geluidreducerend wegdek en/of geluidwal of - scherm wordt onvoldoende doelmatig geacht.

Daarmee resteert het vaststellen van hogere waarden en het zorgen voor voldoende geluidwering (in het kader van het Bouwbesluit) waarmee een goed woon- en leefklimaat in de woningen kan worden gewaarborgd. Hiervoor zal het bevoegd gezag moeten worden verzocht af te wijken van het geluidbeleid en voor het zuidelijk deel van het plan een hogere geluidklasse toe te staan. Ter plaatse van woonblok Kerkstraat wordt vanwege het wegverkeerslawaai voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Railverkeerslawaai Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden. De geluidbelasting overschrijdt de maximaal toelaatbare wettelijke grenswaarde van 68 dB niet. De ambitiewaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid wordt bij één woning met 1 dB overschreden. Er wordt wel voldaan aan de bovengrens van het gemeentelijk geluidsbeleid. Bij alle overige woningen wordt voldaan aan de ambitiewaarde uit het geluidsbeleid. Het toepassen van geluiddempers en/of geluidwal of -scherm wordt onvoldoende doelmatig of niet wenselijk geacht. Daarmee resteert het vaststellen van hogere waarden en zorgen voor voldoende geluidwering waarmee een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd.

Albert Heijn Uit de berekeningsresultaten blijkt dat vanwege het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, op de oostgevel van woonblok Dorpsplein-zuid, de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit in de avondperiode worden overschreden. Het gebruik van de winkelwagentjes is de maatgevende bron. Aan de bovengrens van 55 dB(A) wordt voldaan. Uit de tekeningen blijkt dat, vanwege de Albert Heijn, alle appartementen over een geluidluwe gevel beschikken. Voor de initiatiefnemer zijn redelijkerwijs geen voorzieningen mogelijk om aan de voorschriften te voldoen. Daarmee resteert het vaststellen van maatwerkvoorschriften vanwege de supermarkt van 47 dB(A) in de avondperiode: hiermee wordt de bedrijfsvoering van de supermarkt gewaarborgd. Daarnaast dient te worden gezorgd voor voldoende geluidisolatie van de gevels om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. Hierbij dient te worden voldaan aan een binnenniveau van ten hoogste 35 dB(A). Met de minimale geluidswering van 20 dB(A) die geldt voor nieuwbouwwoningen, wordt hieraan voldaan.

Mees Ruimte & Milieu | 23168.RO

Pagina | 26

Parkeerterrein Uit onderzoek blijkt dat vanwege het inrichtingsgebonden verkeer op de parkeerplaats het equivalente geluidniveau ten hoogste 51 dB(A) bedraagt. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van LAeq=50 dB(A) etmaalwaarde. De overschrijding vindt plaats op de, direct aan de parkeerplaats gelegen, oostgevel van woonblok Dorpsplein-zuid. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is beperkt en bedraagt 1 dB(A). Aan de maximale grenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde wordt voldaan. In de woning wordt, met de minimale geluidwering van 20 dB(A), wel voldaan aan het toelaatbare binnenniveau van 35 dB(A). Uit de tekeningen blijkt dat, vanwege de Albert Heijn, alle appartementen over een geluidluwe gevel beschikken. Naast het voorgaande zijn ook voor het reduceren van de maximale geluidniveaus, vanwege de dichtslaande autoportieren, voor de initiatiefnemer geen voorzieningen mogelijk. Geadviseerd wordt om voldoende gevelisolatie te realiseren waarmee een goed woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. Hierbij dient te worden voldaan aan een binnenniveau van ten hoogste 55 en 50 dB(A) in respectievelijk de dag- en avondperiode. Voor de woningen waar de maximale geluidsniveaus hoger zijn dan 70 dB(A) dient een hogere geluidswering dan de minimumeis van 20 dB()A) te worden toegepast.

Cumulatie Uit de cumulatie blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de verschillende bronnen ten hoogste 67 dB bedraagt. Dit is lager dan de maximaal toelaatbare hogere waarde van 68 dB (exclusief 5 dB correctie) voor weg- en railverkeerslawaai. Hiermee is geen sprake van een onaanvaardbaar geluidklimaat. De gecumuleerde geluidbelasting vormt daarom geen belemmering voor het plan. Criteria gemeentelijk beleid Het ontwerp dient vanwege de overschrijdingen te worden getoetst aan de criteria uit het gemeentelijk geluidbeleid. De toetsing aan het beleid is opgenomen in hoofdstuk 7 van de rapportage. Aan de volgende punten dient nog aandacht te worden besteed. De benodigde hogere waarden voor railverkeer hebben een hoogte die de gemeente typeert als ‘zeer onrustig’. De gemeentelijke ambitiewaarde wordt met 1 dB overschreden. Maatregelen aan de bron zijn niet doelmatig (toepassen raildempers) en geluidschermen stuiten of zowel financiële als stedenbouwkundige bezwaren. Voldaan wordt aan de gemeentelijke eisen dat de buitenruimtes voldoen aan de ambitiewaarde van het gebied voor railverkeerslawaai, met de realisatie van het plan wordt de achter het plan liggende bebouwing afgeschermd en minimaal 1 verblijfsruimte ligt aan de geluidsluwe zijde bij alle appartementen.

Aan de volgende punten dient nog aandacht te worden besteed:  het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken. De benodigde hogere waarden voor wegverkeerslawaai hebben een hoogte die de gemeente typeert als ‘lawaaiig’. In ieder geval wordt voldaan aan het uitgangspunt dan alle appartementen moeten beschikken over een geluidluwwe gevel waaraan tenminste verblijfsruimte is gesitueerd. Maatregelen om de geluidsbron stiller te maken of de afstand te vergroten zijn hier niet mogelijk of doelmatig en er is sprake van vervangende nieuwbouw waarmee de nieuwe gevoelige bestemming in de geluidklasse lawaaiig kan worden toegestaan. Aan de volgende punten dient nog aandacht te worden besteed:  bij nieuwe appartementen in de geluidklasse “lawaaiig” dient bij een aanvraag om bouwvergunning een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit;  het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken;  in ieder geval bij appartementen dient de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; o uit de tekeningen blijkt dat de balkons van woonblok Dorpsplein Zuid aan de geluidbelaste zijde zijn gesitueerd; o maatregelen in de vorm van afscherming of een andere situering dienen te worden overwogen en eventueel nader onderzocht te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=8bbc9c65-1ae7-4320-a860-6e2956fb5108