20240227-rv-vvgb-woonblokken-wyborgh-bijlage-10-vleermuizen
Tekst van het document
Ontvangstdatum : 27-11-2023 Documentnummer: D2023-00006284
Rapportage nader ecologisch onderzoek
De Wyborgh (blok A) te Westervoort Gebouwbewonende vleermuizen
In opdracht van: Nieuw Holland Vastgoed 26 september 2023
Colofon 2023 Laneco / Nieuw Holland Vastgoed Tekst en samenstelling: R. Groot BSc.
Tweede lezer:
R. Eversteijn
Eindverantwoordelijk:
Ir. D. van Pijkeren
Projectnummer:
185.23.01
In opdracht van:
Nieuw Holland Vastgoed
Wijze van citeren:
Groot, R. (2023). Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort. Ede: Laneco.
Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologisch advies en onderzoek.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Laneco. Noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
INHOUD 1
INLEIDING .................................................................................................... 4
1.1 1.2
AANLEIDING ................................................................................................................................. 4 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 5
2
SOORTENBESCHRIJVING ............................................................................... 6
3
ONDERZOEKSVRAAG EN -METHODIEK ........................................................... 7
3.1 3.2 3.3 4
ONDERZOEKSMETHODIEK ................................................................................................................ 7 ONDERZOEKSRONDES ..................................................................................................................... 8
ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................ 9
4.1 4.2 5
ONDERZOEKSVRAAG ...................................................................................................................... 7
VLEERMUIZEN (KRAAMSEIZOEN) ...................................................................................................... 9 VLEERMUIZEN PAARSEIZOEN ........................................................................................................... 9
CONCLUSIE EN CONSEQUENTIES ................................................................. 11
5.1 5.2
CONCLUSIES EN EFFECTEN ............................................................................................................. 11 CONSEQUENTIES ......................................................................................................................... 11
BIJLAGE 1
WAARNEMINGEN – VLEERMUIZEN (KRAAMSEIZOEN) ................. 12
BIJLAGE 2
VLEERMUIZEN PAARSEIZOEN ..................................................... 13
BIJLAGE 3
SOORTENBESCHERMING ............................................................. 14
1
INLEIDING 1.1 AANLEIDING Aan het Dorpsplein te Westervoort bevindt zich winkelcentrum De Wyborgh, bestaande uit meerdere gebouwen (blokken). Men is voornemens het winkelcentrum uit te breiden en opnieuw in te richten. Een deel van de bestaande bebouwing in het winkelcentrum, hierna aangeduid als blok A, wordt uitgebreid (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1. Locaties met te onderzoeken open stootvoegen (rode lijnen) binnen blok A (gele omtrek) (ondergrond: Google Earth, 2023). Uit een door Laneco uitgevoerde quick scan flora en fauna1 is gebleken dat binnen blok A een aantal open stootvoegen aanwezig zijn die mogelijk toegang bieden tot achterliggende
spouw
aan
dwergvleermuis
(Pipistrellus
de
gebouwbewonende
pipistrellus),
kleine
vleermuissoorten
dwergvleermuis
gewone
(Pipistrellus
pygmaeus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), waarmee de aanwezigheid van verblijfplaatsen van deze soorten niet op voorhand kon worden uitgesloten. Door de 1
LANECO 4
beperkte
grootte
van
de
spouwgaten
zijn
verblijfplaatsen
van
grotere
Groot, R. (2023). Quick scan flora en fauna De Wyborgh (Blok A) te Westervoort. Laneco, Ede.
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
gebouwbewonende vleermuissoorten als laatvlieger (Eptesicus serotinus) in de quick scan wel uitgesloten. Om de aanwezigheid van- en negatieve effecten door de beoogde ingreep op kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied uit te kunnen sluiten, is in 2023 nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek was om vast te stellen of deze beschermde soortgroep ook daadwerkelijk gebruik maakt
van
de bebouwing
in het
plangebied
als kraam-, zomer of
paarverblijfplaats.
1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN Het plangebied bestaat uit een deel van een winkelcomplex, waarin zowel winkels als woningen gevestigd zijn. De open stootvoegen bevinden zich in een gedeelte van de bebouwing dat slechts één verdieping hoog is. Men is hier voornemens de bebouwing uit te breiden. Voor een uitgebreide beschrijving van het plangebied (inclusief foto’s) en de beoogde ingrepen zie de quick scan flora en fauna1.
LAN ECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
5
2
SOORTENBESCHRIJVING Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die aan de hand van echolocatie hun positie bepalen. Deze nachtdieren verblijven overdag in besloten ruimtes. Vleermuizen worden globaal onderverdeeld in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn echter ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is onderscheid te maken in zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Een groot aantal soorten overwintert in bunkers, grotten en kelders. Dit geldt ook voor sommige soorten die ’s zomers in boomholten verblijven. Andere soorten vleermuizen verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten of achter de bast). Vanaf begin april komen vleermuizen tevoorschijn uit hun winterverblijven. Afhankelijk van het weer verschijnt de ene soort wat later dan de andere. Van half mei tot half juli vormen de vleermuizen kraamkolonies waarin de jongen worden geboren en grootgebracht. De mannetjes verblijven dan apart in kleinere groepen. In het paarseizoen, vanaf half augustus tot september, vallen de kraamkolonies uiteen. Sommige soorten vleermuizen trekken dan uit hun voortplantingsgebied weg, terwijl andere soorten nooit ver vliegen tussen zomer- en winterverblijf. De meeste vleermuissoorten paren in deze periode.
Vanaf oktober gaan de verschillende soorten in winterslaap, waarbij de ene soort zich eerder terugtrekt in zijn winterverblijf dan de andere. De
soorten
maken
vaak
jarenlang
gebruik
van
vaste
aanvliegroutes
tussen
verblijfsplaats en foerageergebied en volgen daarbij lijnelementen zoals bomenrijen of bebouwing. Het behoud van zulke lijnelementen kan daarom cruciaal zijn voor de instandhouding van het leefgebied. Alle vleermuissoorten, hun verblijfplaatsen en belangrijke
onderdelen
van
het
leefgebied
zijn
strikt
beschermd
in
de
Wet
natuurbescherming (artikel 3.5 van deze wet en bijlage IV van de Habitatrichtlijn).
LANECO 6
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
3
ONDERZOEKSVRAAG EN -METHODIEK 3.1 ONDERZOEKSVRAAG Het doel van dit nader ecologisch onderzoek is om na te gaan of de voorgenomen ingreep gevolgen heeft voor gebouwbewonende vleermuizen. Wanneer effecten op deze beschermde soortgroepen zodanig zijn dat belangrijke onderdelen van het leefgebied of de verblijfplaatsen (indirect) verloren gaan, dan moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor de ingreep worden aangevraagd.
3.2 ONDERZOEKSMETHODIEK Het onderzoek wordt verricht met behulp van een batdetector D240X. De batdetector vertaalt het voor mensen onhoorbare ultrasone geluid van vleermuizen naar hoorbare geluiden. Vleermuizen zijn op naam gebracht door interpretatie van het ritme en de klank van hun sonargeluid, gecombineerd met zichtwaarnemingen van vliegstijl en grootte. De geluiden zijn waar nodig opgenomen en later geanalyseerd in het programma Batsound en/of Batexplorer. Conform het Protocol Vleermuisonderzoek van het Netwerk Groene Bureaus2 worden zowel zomer- en kraamverblijfplaatsen (in het kraamseizoen in het voorjaar) als paarverblijfplaatsen (in het paarseizoen in het najaar) van gebouwbewonende vleermuizen onderzocht. Kraamseizoen Deze rapportage beschrijft het nader ecologisch onderzoek naar verblijfplaatsen van de gebouwbewonende soorten gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Om aan de richtlijnen uit het Protocol Vleermuisonderzoek te voldoen, zijn in de periode 15 mei t/m 15 juli 2 onderzoeksrondes uitgevoerd. Het betrof 1 ochtend- en 1 avondronde met een tussenperiode van minimaal 20 dagen. De avondronde duurde 2 uur en is uitgevoerd door 2 personen, waardoor 100% overzicht over de mogelijk geschikte delen van het plangebied kon worden bereikt.
Omdat de meeste vleermuissoorten ’s ochtends langere tijd bij hun verblijfplaats zwermen, is de ochtendronde door 1 persoon uitgevoerd. Paarseizoen Om de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van vleermuizen te onderzoeken, zijn in het paarseizoen van 2023 in totaal 2 onderzoeksrondes uitgevoerd in de periode tussen 15 augustus t/m 1 oktober. De minimale periode tussen de eerste en laatste
2
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl
LAN ECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
7
onderzoeksrondes was minimaal 20 dagen. De onderzoeksrondes, uitgevoerd door 2 personen, betroffen 2 avond-/nachtonderzoeken. Vanwege de mogelijke aanwezigheid van ruige dwergvleermuis is 1 ronde rond middernacht uitgevoerd.
3.3 ONDERZOEKSRONDES Tabel 1: Onderzoeksrondes gebouwbewonende vleermuizen. Datum
Onderzoek (#personen)
Start/einde (uur)
Zon op/onder (uur)
Windkr acht (Bft)
Temperat uur (°C)
Weer
Kraamseizoen (zomer- en kraamverblijfplaatsen):
16-5-2023
2 personen
21.29-23.29
21.29
1-2
11
Licht bewolkt
7-6-2023
1 persoon
03.23-05.23
05.23
1-2
12
Bewolkt
Paarseizoen (paarverblijfplaatsen):
LANECO 8
15-8-2023
2 personen
22.04-00.04
21.04
2
17
Licht bewolkt
5-9-2023
2 personen
21.19-23.19
20.19
1
22
Helder
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
4
ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 VLEERMUIZEN (KRAAMSEIZOEN) Resultaten van het onderzoek naar vleermuizen zijn visueel samengevat in bijlage 2. Eerste onderzoeksronde, 16 mei 2023 Tijdens de eerste onderzoeksronde, een avondronde, zijn de soorten gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. 1 gewone dwergvleermuis foerageerde ten zuiden van het plangebied. 1 ruige dwergvleermuis vloog langs het plangebied. Alle dieren toonden geen binding met de bebouwing in het plangebied. Tweede onderzoeksronde, 7 juni 2023 Tijdens de tweede onderzoeksronde, een ochtendronde, is slechts 1 overvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen. Deze toonde geen binding met de bebouwing in het plangebied. Samenvatting In het kraamseizoen zijn in de omgeving van het plangebied, alleen foeragerende en langs- en overvliegende vleermuizen waargenomen. Er zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen of vleermuizen die anderzijds binding met het plangebied toonden waargenomen. Het aantal waarnemingen van vleermuizen was zeer beperkt, mogelijk door het ontbreken van groene structuren en de aanwezigheid van overmatige verlichting.
4.2 VLEERMUIZEN PAARSEIZOEN Derde onderzoeksronde, 15 augustus 2023 Tijdens de derde onderzoeksronde, een avondronde, zijn de soorten gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Het betrof echter enkel langsen overvliegende individuen. Er is een aantal maal een sociaal roepende gewone dwergvleermuis waargenomen. Deze vloog langs de zuidelijke rand van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied is een paarverblijfplaats vastgesteld. Vierde onderzoeksronde, 5 september 2023 Tijdens de vierde onderzoeksronde, een avondronde, is alleen gewone dwergvleermuis waargenomen. Het betrof langs- en overvliegende dieren die ook regelmatig sociale roep lieten horen. Deze roep was te herleiden tot twee individuen die een paarverblijfplaats buiten het plangebied hadden. Eén paarverblijfplaats bevond zich bij een
school
ten
zuidoosten
van
het
plangebied;
een
tweede
bij
een
appartementencomplex ten zuiden van het plangebied.
LAN ECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
9
Samenvatting In het paarseizoen zijn binnen het plangebied geen paarverblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen.
LANECO 10
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
5
CONCLUSIE EN CONSEQUENTIES Men is voornemens winkelcentrum Wyborgh te Westervoort uit te breiden. Uit een door Laneco uitgevoerde quick scan flora en fauna is o.a. gebleken dat verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis niet zonder onderzoek konden worden uitgesloten. Als gevolg hiervan is er nader onderzoek uitgevoerd naar gebouwbewonende vleermuizen. De aanwezigheid van kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de bebouwing is in 2023 onderzocht, zodat vastgesteld kan worden of en welke functie de bebouwing in het plangebied heeft voor gebouwbewonende vleermuizen.
5.1 CONCLUSIES EN EFFECTEN Tijdens de 4 onderzoeksrondes zijn in het plangebied geen kraam-, zomer- of paarverblijfplaatsen
of
andere
essentiële
onderdelen
van
het
leefgebied
van
vleermuizen vastgesteld. De beoogde ingreep heeft daarom geen negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen.
5.2 CONSEQUENTIES Met betrekking tot verblijfplaatsen en andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen van gebouwbewonende vleermuizen zijn voor de beoogde ingreep in het plangebied in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) geen consequenties. Echter dienen altijd de voorwaarden ten aanzien van het broedseizoen en de zorgplicht in acht te worden genomen, om o.a. verstoring van actieve nesten te voorkomen (zie bijlage 3). Werkzaamheden moeten daarom buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart t/m half juli) plaatsvinden. Alleen op basis van een voorafgaand en gericht onderzoek naar de aanwezigheid van broedende vogels door een ervaren specialist mag van deze voorwaarde worden afgeweken.
LAN ECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
11
BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN – VLEERMUIZEN (KRAAMSEIZOEN)
LEGENDA Gewone dwergvleermuis
foeragerend
Gewone dwergvleermuis
overvliegend
Ruige dwergvleermuis
overvliegend
Te onderzoeken delen van het plangebied
LANECO 12
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
BIJLAGE 2 VLEERMUIZEN PAARSEIZOEN
LEGENDA Gewone dwergvleermuis
paarverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
overvliegend
Ruige dwergvleermuis
overvliegend
Te onderzoeken delen van het plangebied
LAN ECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
13
BIJLAGE 3 SOORTENBESCHERMING Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoals die ook in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomen en voor de Nederlandse situatie toegepast. Deze bescherming is, afhankelijk van het beschermingsregime, als volgt in de Wet Natuurbescherming opgenomen: Vogelrichtlijn •
Artikel 3.1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
•
Artikel 3.1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
•
Artikel 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
•
Artikel 3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage I •
Artikel 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
•
Artikel 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
•
Artikel 3.5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
•
Artikel 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
•
Artikel
3.5
lid
5:
Het
is
verboden
plantensoorten
in
hun
natuurlijke
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten •
Artikel 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
•
Artikel 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
•
Artikel
van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. 3.10
lid
1c:
Het
is
verboden
plantensoorten
in
hun
natuurlijke
verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
LANECO 14
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
Procedurele gevolgen De procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden
beïnvloed.
Kortweg
kunnen
er
drie
beschermingsregimes
worden
onderscheiden: •
Soorten van de Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
•
Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn: Dit zijn alle soorten in onderdeel A van bijlage IV van de Habitatrichtlijn inclusief bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
•
Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
Een project kan in strijd zijn met de Wet natuurbescherming wanneer een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Wettelijke belangen Om een ontheffing te krijgen voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen: •
Ter bescherming van de wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats.
•
Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.
•
Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
Om een ontheffing te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen: •
Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.
•
Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding is.
•
Ter bescherming van flora en fauna.
Voor nationaal beschermde soorten geldt: •
LAN ECO
Er is sprake van een bij de wet genoemd belang.
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort
15
Zorgplicht Voor alle aanwezige soorten geldt volgens de Wet natuurbescherming altijd de zorgplicht (artikel 1.11). De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen – of ze nu beschermd zijn of niet – en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.
LANECO 16
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o g i e
Rapportage nader ecologisch onderzoek De Wyborgh (blok A) te Westervoort