20231218-rv-vaststellen-bestemmingsplan-de-clossei-bijlage-8-toelichting-vormvrije mer-notitie
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort Bestemmingsplan De Clossei Westervoort Gemeente Westervoort
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
1
Gegevens over het document: Documentnaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort 4 juli 2023 44.10.23
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
Gemeente Westervoort Dhr. O. Eurlings
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon E-mail: Internet:
Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding .............................................................................................................................................. 5
1.2
Ligging plangebied ................................................................................................................................. 5
1.3
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 6
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 7
2.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 7
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................... 8
2.3
Algemeen beoordelingskader ................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 3
Beschrijving potentiele effecten .............................................................................................. 9
3.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 9
3.2
Bodemkwaliteit...................................................................................................................................... 9
3.3
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................................ 9
3.4
Geluidhinder .......................................................................................................................................... 9
3.5
Externe veiligheid .................................................................................................................................. 9
3.6
Milieuzonering ....................................................................................................................................... 9
3.7
Water ................................................................................................................................................... 10
3.8
Ecologische waarden ........................................................................................................................... 10
3.9
Cultuurhistorische en archeologische waarden .................................................................................. 11
Hoofdstuk 4
M.e.r.-beoordeling ................................................................................................................ 12
4.1
Beoordeling ......................................................................................................................................... 12
4.2
Conclusie.............................................................................................................................................. 12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Westervoort is samen met woningcorporatie Vivare voornemens om 25 grondgebonden sociale huurwoningen te ontwikkelen op een bestaand groenplantsoen aan de Clossei in Westervoort. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan opgesteld. Dit plan blijft (ver) onder de drempel van 100 hectare en 2000 woningen (Besluit m.e.r. bijlage D11.2). Dit plan betreft een besluit dat de ontwikkeling mogelijk maakt van een stedelijk ontwikkelingsproject dat wordt genoemd in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) waardoor in het kader van de Wet milieubeheer dient te worden beoordeeld of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen zijn. Voorliggende Vormvrije m.e.r.-beoordeling beschrijft de effecten van het initiatief op het milieu en geeft aan of er belangrijke nadelige milieugevolgen op (kunnen) treden.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Clossei in Westervoort. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
5
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het wettelijk kader gegeven en wordt het plan getoetst aan het Besluit m.e.r.. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de mogelijke effecten van de ontwikkeling op het milieu beschreven. In hoofdstuk 4 is vervolgens de m.e.r.-beoordeling opgenomen.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
6
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wm. Naast de Wm is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Een plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt. Een m.e.r.-plicht kan dus ontstaan alleen op grond van het feit dat er een passende beoordeling moet worden gemaakt, ongeacht de uitkomst daarvan.
Dit kan ertoe leiden dat een milieueffectrapportage gemaakt moet worden voor een plan waarvan uit een voorafgaande passende beoordeling al is gebleken dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten. Omdat dit ongewenst is, is er in artikel 7.2a lid 2 Wm een uitzondering opgenomen, namelijk voor categorieën van gevallen waarin sprake is van kleine gebieden en kleine wijzigingen die geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Deze uitzondering is uitgewerkt in een nieuw artikel 3 van het Besluit milieueffectrapportage (per 1812-2020). Hierin wordt de mogelijkheid gecreëerd om voor twee specifieke situaties door middel van een m.e.r.-beoordeling te concluderen dat geen plan-m.e.r. hoeft te worden opgesteld. De eerste situatie betreft een plan dat het gebruik bepaalt van een klein gebied. Hiervoor moet dan worden voldaan aan drie eisen: gemeente moet bevoegd gezag zijn; het plan moet zien op een omvang van het grondgebied van de gemeente dat klein is in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente; het bevoegd gezag heeft beoordeeld of het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
De tweede situatie betreft kleine wijzigingen van een plan waarvan het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat die geen aanzienlijke milieueffecten hebben (dit moet worden bezien in de context van het plan en ook moet de mate van waarschijnlijkheid dat de wijziging leidt tot aanzienlijke effecten worden betrokken). Bij het uitvoeren van de m.e.r.-beoordeling kan de informatie over natuur gebruikt worden of worden verwezen naar de passende beoordeling. Als uit de m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen aanzienlijk milieueffecten zijn, vervalt de plan-m.e.r.-plicht (uiteraard alleen als er op andere aspecten ook geen nadelige effecten zijn). Het bestemmingsplan kan met passende beoordeling en zonder plan-m.e.r. worden vastgesteld. Als aanzienlijk milieueffecten niet zijn uitgesloten volgt een plan-m.e.r. en moet er een milieueffectrapportage (MER) worden gemaakt.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
7
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage
Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreden kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; 2. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht waarna het dan m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht maar direct de (plan-)m.e.r.-plicht; 3. het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een kaderstellend plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; 4. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht.
2.3
Algemeen beoordelingskader
In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' dient bij de beoordeling van de milieueffecten ingegaan te worden op: Kenmerken van het project. Bij een overweging van de kenmerken van het project zijn de volgende criteria van belang: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en risico's voor de menselijke gezondheid. Plaats van het project De mate van kwetsbaarheid van het milieu van gebieden waarop het project invloed heeft is afhankelijk van de volgende criteria: het bestaande grondgebruik, relatieve rijkdom aan de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en wateraspecten. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Kenmerken van de potentiële effecten.
De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project, in samenhang met de volgende criteria: de orde van grootte, het ruimtelijk bereik, de aard, het grensoverschrijdend karakter, de intensiteit en complexiteit, de waarschijnlijkheid en de verwachte duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten. Daarnaast kunnen ook de cumulatie van effecten met effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen in overweging worden genomen.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
8
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving potentiele effecten
Algemeen
Om het plan te beoordelen zoals het bestemmingsplan dat mogelijk maakt, wordt in lijn met het kader als beschreven in par. 2.3 in deze paragraaf ingegaan op de verschillende milieuaspecten die van belang zijn voor de m.e.r.-beoordeling.
3.2
Bodemkwaliteit
Het bestemmingsplan maakt geen functies mogelijk die een potentieel risico voor de bodemkwaliteit ter plaatse en/of de omgeving kan vormen. Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden zal conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit gewerkt worden waarmee alleen grond met de juiste milieuhygiënische kwaliteit wordt gebruikt. Negatieve effecten op de bodemkwaliteit als gevolg van het plan zijn dan ook uit te sluiten.
3.3
Luchtkwaliteit
Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 25 woningen mogelijk. Het belangrijkste mogelijk effect op de luchtkwaliteit is de toename van verkeersbewegingen en de daarbij behorende uitstoot. Het plan heeft een dusdanige geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen) uit het Besluit luchtkwaliteit. Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen die het plan mogelijk maakt is te concluderen dat het plan 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Significante effecten op de luchtkwaliteit ter plaatse zijn dan ook uit te sluiten.
3.4
Geluidhinder
Het plangebied wordt ontsloten via de Clossei en de Tullekens Hofstede. Het aantal verkeersbewegingen neemt door de ontwikkeling toe. De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om deze verkeerstoename op te vangen. De parkeerplaatsen worden verspreid over het plangebied gerealiseerd. Dit zorgt ervoor dat de toekomstige verkeersbewegingen zich ook snel zullen verspreiden over het omliggende wegennet. De nieuwe woningen worden opgericht binnen een bestaande woonwijk. De nieuwe woningen uit voorliggend plan hebben geen noemenswaardig effect op de verkeerskundige situatie ter plaatse. Op voorhand kan worden uitgesloten dat de beperkte toename van verkeersbewegingen vanuit geluidhinder nadelige effecten tot gevolg heeft op bestaande woningen in de omgeving.
3.5
Externe veiligheid
Het plan maakt geen risicobronnen mogelijk die extra risico op rampen/ongevallen voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. Risico’s in het kader van externe veiligheid kunnen op voorhand worden uitgesloten.
3.6
Milieuzonering
Het bestemmingsplan voorziet in de komst van 25 woningen. Er worden geen functies en activiteiten mogelijk gemaakt die in het kader van milieuzonering zorgen voor een negatief milieueffect op de omgeving. Er treden geen negatieve effecten op in het kader van milieuzonering.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
9
3.7
Water
In de bestaande situatie bestaat het plangebied nagenoeg geheel uit een onverhard groenplantsoen. In de toekomstige situatie neemt door de komst van de woningen en de parkeervoorzieningen het verhard oppervlak toe. Op grond van het waterbeleid van waterschap Rijn en IJssel dient dit verhard oppervlak te worden gecompenseerd. Op basis van een berekening die is te raadplegen in paragraaf 4.2 van de toelichting van het bestemmingsplan dienen de nieuwe infiltratievoorzieningen een gezamenlijke inhoud te krijgen van minimaal 268 m³. Binnen het plangebied zijn voldoende mogelijkheden voorhanden om het verhard oppervlak te compenseren. Een belangrijke voorziening betreft een nieuw aan te leggen wadi parallel aan het bestaande voetpad binnen het plangebied. Ook blijft het groenplantsoen rondom de bestaande bomen behouden en kunnen voorzieningen worden gerealiseerd in de tuinen van de woningen. De nieuwe woningen worden aangesloten op de bestaande riolering. Tijdens de bouw van de woningen worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Het plangebied ligt binnen een intrekgebied. Ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater is op grond van regels uit de provinciale omgevingsvergunning de winning van fossiele energie niet toegestaan. Het bestemmingsplan maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Het initiatief heeft geen negatief effect op de kwaliteit van het grondwater.
Het plangebied ligt niet in andere gebieden die met het oog op het aspect water bescherming genieten. Ook liggen er geen (beschermingszones van) watergangen of waterkeringen binnen het plangebied. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten optreden vanuit het aspect water.
3.8
Ecologische waarden
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op 630 m ten westen van het plangebied. Om te kunnen beoordelen of er mogelijk negatieve effecten optreden is in het kader van het bestemmingsplan een quickscan Flora en Fauna opgesteld. Het rapport is te raadplegen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Negatieve effecten vanuit lichthinder, geluid en trilling kunnen vanwege de ruime afstand en het beperkte ruimtelijke effect van het initiatief, op voorhand worden uitgesloten. Om het effect in het kader van stikstofdepositie te beoordelen, is een voortoets stikstofdepositie opgesteld. De voortoets is te raadplegen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. De belangrijkste conclusie is dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd, de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, in zowel de aanlegfase als gebruiksfase niet toeneemt. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. Soortenbescherming Er zijn als gevolg van het initiatief geen wezenlijke effecten op beschermde soorten in de omgeving of het plangebied te verwachten. De bestaande bomen binnen het plangebied blijven allemaal behouden.
Uit de uitgevoerde quickscan Flora en Fauna blijkt dat voor geen van de aangetroffen of te verwachten soorten de gunstige staat van instandhouding in het geding is. Op dit moment is er voor de uitvoering van het plan geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk. In een latere fase kan de noodzaak voor een ontheffing ontstaan, maar uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat, met de juiste maatregelen, deze te verkrijgen is. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn dan ook uit te sluiten.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
10
3.9
Cultuurhistorische en archeologische waarden
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten zoals (rijks)monumenten aanwezig. Het plangebied maakt onderdeel uit van het beschermingsregime van de Romeinse Limes. Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn echter geen restanten aanwezig. Het initiatief heeft geen negatief effect op de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes. Het plangebied ligt niet in ander gebied dat vanuit cultuurhistorisch oogpunt bescherming geniet in het kader van cultuurhistorie. Vanwege de grondwerkzaamheden als gevolg van de bouw van de woningen is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit bureau- en verkennend booronderzoek is te raadplegen als bijlage bij het bestemmingsplan. De belangrijkste conclusie is dat een archeologisch niveau te verwachten is op een diepte tussen de 30 cm en 110 cm –mv. Vanwege deze geringe diepte zullen eventueel aanwezige resten vrij zeker worden verstoord. Daarom is aanvullend onderzoek uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het aanvullend onderzoek is toegevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan. De belangrijkste conclusie is dat er enkel niet behoudenswaardige archeologische resten zijn aangetroffen tijdens het aanvullend onderzoek. De vindplaats is gewaardeerd op basis van het kwaliteitscriteria van de KNA 4.1.
Op basis van deze waardering is de vindplaats als niet behoudenswaardig gewaardeerd en kan het plangebied worden vrijgegeven. Op grond van de conclusies van de uitgevoerde onderzoeken kan worden geconcludeerd dat het initiatief geen negatief effect heeft op waardevolle archeologische resten.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
11
Hoofdstuk 4 4.1
M.e.r.-beoordeling
Beoordeling
Op basis van de beoordeling van de verschillende haalbaarheidsaspecten in relatie tot dit project zoals opgenomen in de voorgaande paragraaf, kan een conclusie worden getrokken over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Kenmerken van het project Het betreft een plan met een beperkte omvang. Dit gezien de schaal en oppervlakte van het plan in relatie tot de omvang van het dorp en de gemeente Westervoort. Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde, in de omgeving van het plangebied zijn geen ontwikkelingen bekend die een dusdanige omvang hebben dat ze in cumulatie met dit plan een mogelijk negatief effect kunnen hebben op het milieu. In het plangebied zijn geen natuurlijke hulpbronnen aanwezig die door het plan beperkt of aangetast worden Het plan leidt enkel tot afval tijdens de aanlegfase en huishoudelijk afval vanuit de nieuwe woningen. Het produceren van bijzondere afvalstoffen die kunnen leiden tot een milieueffect is niet aan de orde, dit geldt ook voor verontreinigingen en hinder zoals deze in hoofdstuk 3 zijn behandeld. Ook is er gezien de aard van het plan geen verhoogd risico voor de menselijke gezondheid omdat het plan het gebruik van risicovolle stoffen en/of technologieën niet mogelijk maakt. Plaats van het project Op dit moment wordt het plangebied gebruikt als groenplantsoen.
Het gehele plangebied wordt intensief gebruikt en/of beheerd. Er is geen sprake van bestaande natuurlijke hulpbronnen in het plangebied die worden aangetast. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 ligt het plangebied buiten gebieden met gevoelige ecologische en landschappelijke waarden. Wel dient in het kader van het aspect archeologie vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Daarmee is zeker gesteld dat zicht wordt verkregen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten en dat indien nodig vervolgmaatregelen worden getroffen om deze resten te beschermen. Daarmee wordt uitgesloten dat negatieve effecten op de archeologische waarden optreden. Kenmerken van de potentiële effecten Met het plan worden 25 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. Deze woningen worden voor permanent gebruik gerealiseerd en zijn niet van tijdelijke aard. Het betreft hier een functie met een zeer beperkte uitstraling naar de omgeving. Zoals uit hoofdstuk 3 blijkt heeft de woonfunctie geen negatief effect op het milieu en de aanwezige waarden in het gebied en de omgeving. Ook een effect als gevolg van de toename door stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebied is uit te sluiten. Belangrijke nadelige effecten voor het milieu kunnen daarmee worden uitgesloten.
4.2
Conclusie
Uit het voorgaande beoordeling blijkt dat het plan een beperkte omvang, niet in een kwetsbaar gebied ligt en geen ontwikkeling mogelijk maakt waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.-plichtig.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Clossei Westervoort
14