20231218-rv-vaststellen-bestemmingsplan-de-clossei-bijlage-18-toelichting-beantwoording-zienswijze
Tekst van het document
Bijlage 15: Nota beantwoording zienswijze, bestemmingsplan ‘De Clossei, Westervoort’ Kenmerk: Z/22/101425
Aanleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘De Clossei, Westervoort’ is op woensdag 26 juli 2023 gepubliceerd en lag met ingang van donderdag 27 juli 2023 tot en met woensdag 6 september 2023 voor iedereen ter inzage. Ontvangen zienswijze en ontvankelijkheid Gedurende de periode waarin het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag is één zienswijze ingediend op 4 september 2023. Deze is tijdig ingediend en hiermee ontvankelijk. Samenvatting zienswijze Namens het kinderdagverblijf is de zienswijze ingediend. Het kinderdagverblijf (ook hierna: indiener) is gelegen aan de noordzijde van het plangebied. De zienswijze is als volgt samen te vatten. 1. Algemeen Indiener heeft geen principiële bezwaren tegen de naastgelegen woningen maar maakt zich zorgen over het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners en van haar eigen ondernemersmogelijkheden. Dit door mogelijke geluidsoverlast vanaf het buitenspeelterrein. Er wordt daarom verzocht om alsnog een akoestisch onderzoek te verrichten en afhankelijk van de uitkomst hiervan het bestemmingsplan al dan niet op aan te passen. 2. Niet voldaan aan de VNG-richtafstanden In de toelichting van het plan is de milieuzonering zoals bedoeld in de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ helder uiteengezet echter zijn de gehanteerde richtafstanden en meetpunten onjuist.
Het ontwerp voldoet daarmee niet aan de eisen van voldoende motivering en zorgvuldigheid. 2.1 Geen gemengd gebied Volgens de handreiking VNG ‘Bedrijven en milieuzonering’ betreft een kinderdagverblijf een milieucategorie 2. Hieraan is een richtafstand voor een ‘rustige woonwijk’ en een ‘gemengd gebied’ voor geluid gekoppeld van 30m en respectievelijk 10m. Een gemengd gebied kenmerkt zich door matige tot sterke functiemenging. Direct naast de woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Anders dan de toelichting stelt is van een gemengd gebied geen sprake. De omgeving bestaat nagenoeg alleen uit woon- en groenbestemmingen. In dergelijke gevallen heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State al geoordeeld dat er sprake was van een rustige woonwijk. Er moet daarom uitgegaan worden van een rustige woonwijk en de daarbij behorende richtafstand van minimaal 30m. 2.2 Onjuiste meting richtafstand De gemeten richtafstand is gemeten vanaf de buitenspeelplaats tot de dichtstbijzijnde voorziene woning. Dit is onjuist. De richtafstand geldt tussen de grens van de bestemming die de milieubelastende functie toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De grens van de bestemming ‘Maatschappelijk’ is gelijk aan de westelijke perceelsgrens.
Het bouwvlak van de woningen bevindt zich op ca. 4m. Er kan ook binnen de bestemming wonen vergunningsvrij gebouwd worden. Dit is dan op ca. 1m. De afstand is dus ongeveer 4m tot 1m tot de milieubelastende bestemming. De
richtafstand van 10 dan wel 30m wordt hiermee fors overschreden. 3. Geen motivering voor de afwijking Van de in de VNG Handreiking opgenomen richtafstanden mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Er is nu geen afwijking geconstateerd en ook niet gemotiveerd van afgeweken. Hiermee is het plan in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Dit vereist een akoestisch onderzoek en het eventueel planologisch waarborgen van eventuele maatregelen. 3.1 Géén akoestisch onderzoek Door het ontbreken van een akoestisch onderzoek is niet onderzocht wat de invloed van de geluidsbelasting van het kinderdagverblijf is op een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de vijf noordelijke woningen. Een goed ondernemersklimaat is hierdoor ook niet gewaarborgd. Het kinderdagverblijf staat bekend om zijn vele activiteiten buiten. In het Activiteitenbesluit wordt stemgeluid van kinderen weliswaar buiten niet genormeerd maar dit wil niet zeggen dat de gevolgen van dit geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordeningen meegewogen moet worden. Het akoestisch onderzoek moet daarnaast uitgaan van de maximale planologische mogelijkheden van het kinderdagverblijf. De buitenspeelruimte kan namelijk nog uitgebreid worden tot de zuidwestelijke perceelgrens. Dit geldt ook voor de openingstijden. Deze zijn op dit moment maandag tot en met vrijdag van 07:00 tot 19:00 uur.
3.2 Géén maatregelen geborgd Er wordt gesteld dat er maatregelen worden getroffen om hinder in de woningen te voorkomen. Het betreft bouwkundige maatregelen. Deze maatregelen zijn niet gewaarborgd in de planregels. Nu dit niet het geval is kunnen de maatregelen geen rol spelen in de onderbouwing van de afwijking van de richtafstanden. Daarnaast kunnen bouwkundige maatregelen enkel waarborgen dat de binnenwaarde tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. Ook in de tuin zullen maatregelen getroffen moeten worden om tot aanvaardbaar geluidsniveau te waarborgen. Mocht dit niet lukken dan zal een aanpassing van de situering van het noordelijke bouwblok overwegen moeten worden. 4. Verzoek Indiener heeft op zichzelf geen bezwaar tegen de nieuwe woningen op het aangrenzende perceel. Wel zijn er grote zorgen over de manier waarop de woningblokken zijn gesitueerd en de forse afwijking van de richtafstanden uit de VNG-handreiking zonder onderbouwing van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat. Er wordt daarom verzocht om: - Een akoestisch onderzoek te laten verrichten naar de geluidsbelasting als gevolg van het kinderdagverblijf op het woon- en leefklimaat van het noordelijke woningblok; - In de planregels maatregelen op te nemen aan de hand waarvan voor beide woningblokken een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
Blijkt dit niet mogelijk, dan wordt verzocht de situering van de woningblokken zo aan te passen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat én ondernemersklimaat wél kan worden gegarandeerd. Reactie zienswijze 1. Opmerking vooraf Bij de voorbereiding van het plan heeft een constructief gesprek met het Pagina 2 van 5
kinderdagverblijf plaatsgevonden. Op basis hiervan is in eerste instantie geoordeeld dat een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk was. Bij de verdere beoordeling van het concept plan is ambtelijk geadviseerd dat een akoestisch onderzoek gewenst is. Dit onderzoek kon echter niet meer meegenomen worden in het ontwerpbestemmingsplan om de planning niet te veel uit te laten lopen. Er is daarom gekozen dit bij het vast te stellen plan als wijziging mee te nemen. De zienswijze voorziet inhoudelijk nagenoeg op hetzelfde. Mede naar aanleiding van de zienswijze heeft opnieuw overleg plaatsgevonden met het kinderdagverblijf om de juiste invoergegevens te hanteren voor het akoestisch onderzoek. In de verdere reactie op de zienswijze en in het vast te stellen bestemmingsplan zal ingegaan worden op het onderzoek evenals de planologisch te waarborgen akoestische maatregelen. 2. Niet voldaan aan de VNG-richtafstanden De zienswijze ziet op twee aspecten ten aanzien van de VNG-richtafstanden. Er zou geen sprake zijn van een ‘gemengd gebied’ maar een ‘rustige woonwijk’ en de gemeten afstand zou onjuist zijn. De punten komen hieronder verder aan bod. 2.1 Geen gemengd gebied Indiener stelt dat er sprake is van het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ en niet van ‘gemengd gebied’ zoals in de toelichting is gemotiveerd.
De VNG-brochure hanteert de volgende definitie van ‘gemengd gebied‘: “een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven”. Het is inderdaad juist dat de wijk als geheel overwegend bestaat uit woon- en groenbestemmingen. Dit zegt alleen weinig over de specifieke locatie. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) is in vergelijkbare gevallen geoordeeld dat er wel degelijk sprake is van een gemengd gebied ook al zijn er in de omgeving overwegend woonbestemmingen. Zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 21-07-2021 ,ECLI:NL:RVS:2021:1607 en van 17-06-2020, ECLI:NL:RVS:2020:1408. Voor de plan specifieke situatie is in de toelichting aangegeven dat er direct aan de noord- en westzijde van het plangebied een concentratie van wijkfuncties aanwezig zijn. Deze bestaan uit een kantoorverzamelgebouw, de kinderopvang, een gezondheidscentrum en een jongerencentrum. Deze functies hebben een maatschappelijke of gemengde bestemming. Er mag daarom uitgegaan worden van minimaal een matige functiemenging in dit gebied. De zienswijze is op dit punt ongegrond en geeft daarom geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2.2 Onjuiste meting richtafstand In de zienswijze wordt aangegeven dat de verkeerde afstand tot het kinderdagverblijf is gehanteerd en dat deze op onjuiste wijze is gemeten. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is hierover vermeld dat: ‘Het buitenspeelterrein van het kinderdagverblijf ligt op 10 m afstand van de dichtstbij voorziene woning’. Dit is inderdaad niet juist. De afstand bedraagt 4 m tot de dichtstbijzijnde woning in het noordelijke bouwblok. Daarnaast komt de achtertuin van enkele van de vijf toekomstige woningen op 1 tot 2 m van de maatschappelijke bestemming en daarmee het (mogelijke) buitenspeelterrein. De zienswijze is op dit punt gegrond en geeft daarom aanleiding tot aanpassing van
Pagina 3 van 5
de toelichting in paragraaf 4.1.4. 3. Geen motivering voor de afwijking Het ontwerpplan heeft zoals de zienswijze aangeeft geen afwijking van de richtafstanden geconstateerd, er is geen akoestisch onderzoek verricht en eventuele maatregelen zijn niet planologisch gewaarborgd. Zoals aangegeven was het akoestisch onderzoek al in voorbereiding en zouden de resultaten hiervan meegenomen worden in het vast te stellen plan. Dit neemt niet weg dat de zienswijze op dit punt wel gegrond is en (mede) aanleiding geeft tot aanpassing van het vast te stellen plan (zie verder reactie op punt 3.1 en 3.2). 3.1 Géén akoestisch onderzoek Mede naar aanleiding van de zienswijze is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar een goed- en leefklimaat ter plekke van de vijf noordelijke woningen. Daarbij is het geluid afkomstig van de naastgelegen kinderdagverblijf leidend. Op basis van de inputgegevens van het kinderdagverblijf zelf is het akoestisch onderzoek uitgevoerd. De toekomstige verdere uitbreidingsmogelijkheden, de openingstijden, het aantal buitenspeeluren en verkeersbewegingen zijn hierin meegenomen. In tegenstelling tot de zienswijze is van uitbreidingsmogelijkheden van de huidige buitenspeelruimte geen sprake meer. Deze is nu al volledig benut. Het zuidelijke perceeldeel kent namelijk een groenbestemming. Hier is geen buitenspeelruimte ten dienste van het kinderdagverblijf toegestaan.
De enige mogelijke uitbreiding kan plaatsvinden ter plekke van een klein gebouw in de zuidoosthoek. De variant met sloop van dit gebouw en hierna de in gebruik name als buitenspeelruimte is ook doorberekend. Ook de mogelijke uitbreiding in het aantal kinderen is meegenomen in de berekening. Ten aanzien van ruimere openingstijden is verder niet gebleken wat deze tijden dan zouden kunnen zijn. Voor een kinderdagverblijf zijn deze al ruim en geven de resultaten van het akoestisch onderzoek daarmee een goed beeld van het woon- en leefklimaat. Het kinderdagverblijf zal overigens niet worden belemmerd in haar bedrijfsvoering aangezien stemgeluid bij toetsing aan het Activiteitenbesluit is uitgezonderd van toetsing aan de grenswaarden. De zienswijze is gegrond voor zover deze ziet op het ontbreken van een akoestisch onderzoek. 3.2 Géén maatregelen geborgd Zoals indiener stelt zijn er geen maatregelen planologisch gewaarborgd om tot een aanvaardbaar geluidsniveau binnen in de woningen en in de tuinen te komen. Het uitgevoerde akoestisch onderzoek geeft hierin duidelijkheid. Om te kunnen voldoen aan de grenswaarden die gelden voor ‘gemengd gebied’ en tevens die van een ‘rustige woonwijk’ zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: 1. Een dove gevel ter plekke van de meest noordelijke gevel; 2.
Het plaatsen van een geluidsscherm van 2m hoog op een deel van de toekomstige zijdelingse en achterste perceelsgrenzen van de nieuwe woningen in het noordelijke bouwblok; 3. Een minimale geluidwering van 20 dB voor een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied (gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen).
Pagina 4 van 5
De maatregelen genoemd onder punt 1 en 2 zijn conform de grenswaarden voor ‘rustige woonwijk’ in de planregels en verbeelding planologisch gewaarborgd als voorwaardelijke verplichting. Ten aanzien van punt 3 voorziet het Bouwbesluit hierin. De geluidswering van de overige gevels zal zo voldoende zijn. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is hiermee gewaarborgd ook in de variant dat het bestaande bijgebouw in de zuidoost hoek wordt gesloopt. De zienswijze is gegrond en geeft aanleiding tot het nemen van maatregelen die planologisch worden gewaarborgd. 4.
Verzoek Aan het verzoek van indiener is tegemoet gekomen. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om een geringere afstand tot het kinderdagverblijf te motiveren. Daarnaast zijn de te nemen akoestische maatregelen planologisch gewaarborgd. Hiermee is sprake van een aanvaardbaar woon-, leef- en ondernemersklimaat. Eindconclusie: De zienswijze is grotendeels gegrond en geeft aanleiding tot aanpassing van het plan op meerdere punten. Aan het verzoek van indiener is hiermee tegemoet gekomen. In de nota ambtshalve wijzigingen zijn alle wijziging verder opgesomd en verwerkt in het vast te stellen plan.
Pagina 5 van 5