CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20231218-rv-vaststellen-bestemmingsplan-de-clossei-bijlage-15-toelichting-12-archeologisch-onderzoek

Raadsvergadering 18 december 2023, gemeente WestervoortBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'De Clossei Westervoort13.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het plangebied is toegankelijk, onbebouwd en heeft een behoorlijke oppervlakte van ca. 6200 m2. Het plangebied ligt grotendeels binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting en een strook, waaraan een archeologische waarde vanwege de ligging van een gracht van een verdedigingslinie uit de Nieuwe tijd. Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom van Westervoort in een vrij recent aangelegde wijk ligt, is onbekend in hoeverre de hoge archeologische verwachting nog geldig is en in hoeverre de archeologische waarden binnen het plangebied nog intact zijn. Om dat vast te stellen is een Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase de aangewezen methode.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de periode Midden-Bronstijd tot Nieuwe-tijd. De archeologische verwachting aan of dicht bij de pleistocene oppervlakte is middelhoog voor archeologische resten vanaf het LaatPaleolithicum tot Vroeg-Neolithicum, laag vanaf het Midden-Neolithicum tot MiddenBronstijd vanwege veengroei. Ongeveer in de periode Midden-Bronstijd tot IJzertijd moet de binnen het onderzoeksgebied gelegen crevasse zijn ontstaan. De resten vanaf de Romeinse tijd liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld, de bouwvoor of een eventuele ophogingslaag, of tot een grotere diepte in de oeverafzettingen. Resten vanaf de Midden-Bronstijd tot IJzertijd zijn te verwachten bovenin de crevasseafzettingen. Archeologische resten vanaf de Romeinse tijd zijn onderin de oeverafzettingen of net onder de oeverafzettingen te verwachten. Archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot Neolithicum zijn bovenin de pleistocene ondergrond te verwachten. Vanwege de 35

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

grote diepte is de archeologische verwachting voor het Laat-Paleolithicum tot Neolithicum/Vroege Bronstijd weinig relevant.

3.3 ADVIES

Het plangebied bevat waarschijnlijk archeologische resten. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal vier grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten.

36

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld32 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van vier verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts met diameter van 3 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.

De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 12. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 11.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Algemeen bestaat de bodemopbouw uit:

32

Wijnen, 2022. 37

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

•

0 - 30 cm -mv (10,45 tot 10,75 m +NAP): bruin zwak humeus, sterk kleiig zand met wat puinresten aangetroffen. Het gaat om de A-horizont (bouwvoor)

•

30 - 110 cm -mv (9,65 tot 10,45 m +NAP): lichtbruine, zwak zandige klei, oeverafzettingen, Formatie van Echteld.

•

110 - 130 cm -mv (9,45 tot 9,65 m +NAP): bruine, zwak humeuze, sterk zandige, matig mangaanhoudende klei, enkele houtskoolspikkel, laklaag, Formatie van Echteld.

•

130 - 150 cm -mv (9,25 tot 9,45 m +NAP): lichtgrijsbruine, zwak humeuze, sterk kleiig, matig grof zand, begraven A-horizont (oude cultuurlaag) in rivierduinzanden, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

•

150 - 260 cm -mv (8,15 tot 9,25 m +NAP): lichtgeel, zwak siltig, matig grof, zwak roesthoudend zand, met wat houtskool op 190 cm -mv, rivierduinzanden, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

•

260 - 360 cm -mv (7,15 tot 8,15 m +NAP): bruin, zwak humeus, zwak siltig, matig grof zand, rivierduinzanden onder de grondwaterspiegel, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

De opgebrachte grond bestaat uit lichtbruine, zwak zandige klei. Er is geen verstoorde bodemopbouw aangetroffen binnen het plangebied. In de oeverafzettingen zijn een of twee laklagen aangetroffen. Een (mogelijke) laklaag ligt op ongeveer 80 cm -mv en andere laklaag op 110 à 160 cm -mv. Deze laatste gaat over in een begraven A-horizont bovenin de rivierduinafzettingen. In boring 4 en 5 ligt er een begraven A-horizont onder een pakket opgebrachte grond. Alleen in boring 2 is de bovenste laklaag aangetroffen. De afdekkende afzettingen zien eruit als oeverafzettingen. Er zijn geen indicaties dat het om een opgebracht grondpakket zou gaan in boring 2, zoals recentere bijmengingen of tekenen van een verstoorde grondopbouw. Tekenen van verstoring waren vanwege de droge grond ook niet zichtbaar in het opgebrachte grondpakket in de boringen 4 en 5. Vanwege de aangetroffen bijmengingen in de opgebrachte grond en begraven A-horizont moet de afdekking daarvan in (sub)recente tijd hebben plaatsgevonden. Het zou kunnen zijn dat de bovenste laklaag in boring 2 eveneens afgedekt is met een opgebracht grondpakket. Dit pakket heeft een grote gelijkenis met de dieper in het profiel aangetroffen oeverafzettingen. Mogelijk zijn eventuele indicaties voor een opgebracht pakket niet herkend in het veld, omdat de bovenste 70 à 80 cm van het profiel kurkdroog was.

Als de archeologisch meest relevante niveaus kunnen de top van de oeverafzettingen, de laklagen en een begraven, in rivierduinafzettingen gevormde Ahorizont worden aangewezen. Onder een bouwvoor en/of opgebracht grondpakket zijn oeverafzettingen aangetroffen op 30 à 110 cm -mv (9,65 à 10,57 m +NAP). De (mogelijke) top van de laklaag in boring 2 is aangetroffen op 80 cm -mv (10,07 m +NAP). De top van de onderste laklaag is aangetroffen op 80 à 140 cm -mv (9,07 à 9,65 m +NAP), terwijl de begraven, in rivierduinafzettingen gevormde A-horizont op 130 à 180 cm -mv (8,67 à 9,45 m +NAP) ligt. De begraven, in rivierduinafzettingen gevormde A-horizont is op gegeven moment afgedekt met oeverafzettingen. Deze afdekking ging in eerste instantie vrij geleidelijk, zodat er nog bodemvorming mogelijk was. In wezen is de laklaag eveneens een begraven A-horizont, maar een die in kleiafzettingen (oeverafzettingen) is gevormd. In wezen kunnen laklagen zich vormen bij non-depositie of een zeer geringe depositie. Op een gegeven moment kreeg de sedimentatie de overhand en werd de laklaag afgedekt met oeverafzettingen. Het is op z’n minst vreemd dat er maar in een boring een individuele tweede laklaag is aangetroffen en dat er in andere boringen een afgedekte A-horizont onder een opgebracht grondpakket is aangetroffen.

De (mogelijke) laklaag in boring 2 is wellicht geen laklaag, maar een afgedekte Ahorizont, onder een sterk op oeverafzettingen gelijkend opgebracht grondpakket. 38

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE In de oeverafzettingen en in de rivierduinafzettingen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Zowel in de oeverafzettingen en rivierduinafzettingen zijn houtskoolspikkels aangetroffen. In de bovenste laklaag in boring 2 zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In de laklaag en de in rivierduinafzettingen gevormde A-horizont zijn houtskoolspikkels aangetroffen als archeologische indicator. In de A-horizont (bouwvoor) en onder een opgebracht grondpakket afgedekte Ahorizont zijn houtskool en baksteen als archeologische indicator aangetroffen. Verder zijn in de bouwvoor en het opgebrachte grondpakket puin aangetroffen. In de opgebrachte grondlaag in boring 4 en de onder de opgebrachte grondlaag liggende, afgedekte A-horizont is kolengruis als bijmenging aangetroffen. De in de bouwvoor, het opgebrachte grondlaag en afgedekte A-horizont daaronder aangetroffen archeologische indicatoren en bijmengingen zijn archeologisch niet relevant.

39

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

5C

ONCLUSIE EN

VERWACHTING Voordat het onderzoek werd uitgevoerd werden oever-op-komafzettingen met crevasseafzettingen verwacht. In plaats daarvan werden deels onder ophogingen oeverafzettingen-op-rivierduinafzettingen aangetroffen. Verder is binnen het plangebied het pleistocene zand (rivierduinafzettingen) vrij ondiep binnen 130 cm mv aangetroffen. In deze rivierduinafzettingen is een cultuurlaag met enkele houtskoolspikkels (begraven A-horizont) aangetroffen. Ook in de C-horizont van de rivierduinafzettingen zijn houtskoolspikkels aangetroffen. De in rivierduinafzettingen gevormde A-horizont gaat naar boven toe over in een laklaag in oeverafzettingen bestaande uit zwak humeuze, sterk zandige klei, die soms overgaat in zwak humeuze, zwak siltige, zwak zandige klei. De overgang van een begraven A-horizont bovenin rivierduinafzettingen naar een laklaag in oeverafzettingen is illustratief voor een geleidelijke sedimentatie, waarbij nog steeds bodemvorming kon optreden. Er zijn ook in de bovenop de rivierduinafzettingen gelegen laklaag archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van houtskoolspikkels. Op gegeven moment kon de bodemvorming de sedimentatie niet meer bijhouden en is een pakket met oeverafzettingen afgezet. Mogelijk is op gegeven moment een periode non-depositie opgetreden en kon (mogelijk) een tweede laklaag gevormd worden.

Deze is slechts in één van de boringen gevonden (boring 2). In de boringen 4 en 5 is onder een bouwvoor en opgebracht pakket een begraven A-horizont aangetroffen. Mogelijk gaat het op oeverafzettingen gelijkend pakket in boring 2 ook om een opgebracht grondpakket. De top waarop archeologische niveaus kunnen worden aangetroffen bevindt zich op 30 à 110 cm -mv (9,65 à 10,57 m +NAP). Vanwege de geringe diepte waarop het archeologisch niveau te verwachten is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten vrij zeker worden verstoord.

40

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

6S

ELECTIEADVIES

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).33 De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Westervoort, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van Arnhem Regio. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

33

Borsboom e.a., 2012 41

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

literatuur

Benthem, A. van, Melkert, M.J.A., Pransma, N. 2009: Het bastion van de Schans Geldersoorth te Westervoort Een archeologische opgraving. ADC-rapport 2168. Berendsen H.J.A., & E., Stouthamer, 2001: Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse delta, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Bruning, L., 2012. Integrale Kennisagenda Archeologie Provincie Gelderland. Onbekend. Cohen, K.M. , E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts (2012) Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht Gelder Genootschap, 2016: Gemeente Westervoort Cultuurhistorische waardenkaart met toelichting. Feest, N van der en drs D. Hagens, 2014: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen, Die Denweide 3 te Westervoort. AeresMilieu RapportAM14110 Goossens, E. en E.

Heunks, 2007: Aardgastransportleidingtracé Angerlo-Hernen (A663); archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek en aanvullend bureauonderzoek. RAAP-rapport 1588. Goossens, E., 2011: Archeologische monumentenzorg in de gemeente Westervoort. RAAP-rapport 2249. Kalisvaart, C.C., 2014: Westervoort De Schans. Inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC-rapport V-13.0289. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Sophie, G., 2005: Westervoort, De Schans. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen. ADC Rapport 560. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Veen, J. van der, 2019: Archeologische begeleiding onder protocol opgraven. Vrijverval riool Het Geerken te Westervoort. Projectnummer S170025-b. Wijnen, J.J.A., 2022: Laagland Archeologie. Plan van Aanpak IVO-verkennende fase Plangebied: De Clossei , Westervoort, Westervoort.

42

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 8-9-2022 2 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 9-9-2022 0 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 9-9-2022 0 beleid. Bron: gemeente Westervoort. Geraadpleegd op 8-9-2022 2 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 8-92022 1 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 8-92022 1 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 12-9-2022

43

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

44

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

45

BIJLAGE 3 ARCHEOLANDSCHAPPELIJKE KAART GEMEENTE WESTERVOORT

46

47

BIJLAGE 4 GEOMORFOLOGISCHE KAART

48

BIJLAGE 5 ZANDBANENKAART

49

BIJLAGE 6 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

50

BIJLAGE 7 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART

gwk

51

BIJLAGE 8 BOORSTATEN DINOLOKET

52

53

54

55

BIJLAGE 9 BODEMKAART bodem

56

BIJLAGE 10 WAARNEMINGEN, AMK-TERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

his

57

BIJLAGE 11 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

58

BIJLAGE 12 BOORSTATEN VELDONDERZOEK

59

Boring 1

RD-coördinaten: 195512/439740

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 10,75 0

30

0,5

1

10,25

zand, sterk kleiig, zwak humeus, bruin, matig puinhoudend, A-horizont, bouwvoor, grind klei, zwak zandig, lichtbruin, oeverafzettingen, houtskool, kurkdroog weinig houtskool klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag weinig houtskool

9,75

zand, matig grof, sterk kleiig, matig gesorteerd, lichtgrijs/ bruin, matig 130 mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag

Boring 2

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 10,87 0

0,25

0,5

10,62

2

2,5

9,25

150

zand, matig grof, zwak siltig, goed gesorteerd, lichtgeel, zwak roesthoudend, rivierduinzand, houtskool op 190 cm matig houtskool

zand, sterk kleiig, zwak humeus, bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, bouwvoor, grind klei, zwak zandig, lichtbruin, oeverafzettingen, houtskool op 40 cm, kurkdroog weinig houtskool klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, laklaag

0,75

10,12

80 90

1

1,25

9,87

klei, zwak zandig, lichtbruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, oeverafzettingen klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag weinig houtskool

9,62 140

1,5

9,37

1,75

9,12

2

8,87

8,75

8,25

30

10,37

110

1,5

RD-coördinaten: 195560/439751

zand, matig grof, sterk kleiig, matig gesorteerd, 150 lichtgrijs/ bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag 170 weinig houtskool zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel, zwak roesthoudend, rivierduinzand 200 matig houtskool

260

3

7,75

3,5

7,25

zand, matig grof, zwak siltig, goed gesorteerd, zwak humeus, bruin, rivierduinzand, humusinspoeling, grondwater

360

60

Boring 3

RD-coördinaten: 195540/439837

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 10,49 0

0,25

0,5

0,75

10,24

30

9,99

9,74 90

1

9,49

1,25

9,24

1,5

8,99

1,75

8,74

2

8,49

zand, sterk kleiig, zwak humeus, bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, bouwvoor, grind klei, zwak zandig, lichtbruin, matig baksteenhoudend, oeverafzettingen, baksteen op 40 cm, kurkdroog weinig houtskool klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, matig mangaanhoudend, laklaag weinig houtskool

klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag 120 weinig houtskool zand, matig grof, sterk kleiig, matig gesorteerd, 140 lichtgrijs/ bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, rivierduinafzettingen 160 weinig houtskool zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel, zwak roesthoudend, rivierduinzand 200

Boring 4

RD-coördinaten: 195509/439818

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 10,75 0

0,25

0,5

10,5

30

10,25 60

0,75

9,75

1,25

9,5

1,5

9,25

1,75

9

2

8,75

klei, zwak zandig, lichtbruin, matig puinhoudend, matig koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, opgebracht klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, grind

10

1

zand, sterk kleiig, zwak humeus, bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, bouwvoor, grind

klei, zwak zandig, lichtbruin, matig baksteenhoudend, oeverafzettingen, 110 baksteen op 120 cm weinig houtskool klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, matig mangaanhoudend, laklaag 140 weinig houtskool klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtgrijs/ bruin, matig 160 mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag weinig houtskool zand, matig grof, sterk kleiig, matig gesorteerd, 190 lichtgrijs/ bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, rivierduinafzettingen 210 220

zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel, zwak roesthoudend, rivierduinzand

61

Boring 5

RD-coördinaten: 195536/439808

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 10,47 0

0,25

0,5

10,22

30

9,97 60 70

0,75

9,72

1

9,47

1,25

9,22

zand, sterk kleiig, zwak humeus, bruin, matig baksteenhoudend, A-horizont, bouwvoor, grind klei, zwak zandig, lichtbruin, opgebracht klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin, zwak koolgruishoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont, grind klei, zwak zandig, lichtbruin, oeverafzettingen weinig houtskool

140

8,97

klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin, matig mangaanhoudend, laklaag 160 weinig houtskool

1,75

8,72

klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtgrijs/ 180 bruin, matig mangaanhoudend, zwak roesthoudend, laklaag

2

8,47

1,5

zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak humeus, grijs, 210 A-horizont, rivierduinafzettingen 220

zand, matig grof, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel, zwak roesthoudend, rivierduinzand

62

63

BIJLAGE 13 VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Crevasse – Een crevasse ontstaat wanneer een rivier bij hoog water een oeverwal doorbreekt. Daarbij stroomt water en sediment in het achterliggende gebied. Het sediment bezinkt vervolgens als een lobvormige afzetting.

Indien een oeverwal meerdere keren doorbroken wordt, zal de crevasse steeds hoger worden. De sedimenten waaruit een crevasse is opgebouwd bestaan grotendeels uit sediment afkomstig van de oeverwal. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Formatie van Boxtel – de Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd. Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolische afzettingen), niet-eolische afzettingen zoals löss, kleinschalige fluviatiele afzettingen, hellingafzettingen, en lacustiene afzettingen. Formatie van Kreftenheye – de Kreftenheye-afzettingen bestaan overwegend uit matig tot uiterst grof, grindig zand en in wat mindere mate uit siltige kleilagen. Deze sedimenten zijn afgezet in een vlechtend en meanderend fluvioglaciaal en fluviatiel milieu gedurende het laat-Saalien – vroeg-Holoceen. Grondwatertrap – geeft een indicatie van de absolute grondwaterstand en de fluctuatie hiervan. De trappen zijn gebaseerd op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG)

Grondwatertrap

I II III IV

gemiddeld hoogste grondwater-stand (GHG) in cm –mv <20 <40 <40 >40

gemiddeld laagste grondwater-stand (GLG) in cm -mv <50 50-80 80-120 80-120 64

V VI VII VIII

<40 40-80 >80 >140

>120 >120 -

Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. DE BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin).

Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur. Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen.

Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De 65

bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. Profielverloop – Het profielverloop in de bodemkunde zegt iets over de verandering van de aard en samenstelling van de bodem naar beneden toe. Het zijn complexe definities en er worden vijf profielverlopen onderscheiden: Profielverloop 1 – ‘klei-op-veen’. Kleigronden met meer dan 40 cm moerig materiaal (veen of venige grond) beginnend tussen 40 en 80 cm; Profielverloop 2 – ‘klei-op-zand’.

Kleigronden met een zandlaag van meer dan 20 cm dik, die begint tussen 25 – 80 cm, uitgezonderd profielen met kleiig, uiterst fijn zand en gronden met een niet-kalkrijke kleilaag boven het zand; Profielverloop 3 – ‘met een niet-kalkrijke, zware tussenlaag’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die a) of begint binnen 25 cm en doorloopt tot tenminste 40 cm; b) of begint tussen 25 en 80 cm en tenminste 15 cm dik is en rust op lichtere of kalkrijke ondergrond die 1) of binnen 80 cm begint en tenminste 40 cm dik is; 2) dieper dan 80 cm begint en doorloopt tot dieper dan 120 cm. Profielverloop 4 – ‘met een niet-kalkrijke, zware ondergrond’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die tenminste voldoet aan de eisen bij profielverloop 3 en die a) doorloopt tot tenminste 120 cm of b) ten hoogste is onderbroken door lichtere en/of kalkrijke en/of moerige lagen die samen dunner zijn dan 40 cm en die binnen 120 cm weer overgaan in niet-kalkrijke, zware klei. Profielverloop 5 – ‘homogene, aflopende en oplopende profielen’. Alle profielen die niet vallen onder de definities van profielverlopen 1 t/m 4. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed.

Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien. Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=2352eae8-8880-4a1b-8e0c-c4940237562e