CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20231206-rv-vaststellen-bestemmingsplan-de-clossei-bijlage-17-toelichting-archeologisch-onderzoek

Commissie Ruimte en Financien 6 december 2023, gemeente WestervoortBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Clossei Westervoort14.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eén spoor had een maximale diepte van 25 centimeter, maar de andere sporen waren maximaal 12 centimeter diep. De vulling van de sporen bestond uit donkergrijszwart tot grijsbruin, zwak tot sterk humeus zand. Sporen uit de Nieuwe tijd bestonden uit een natuurlijke geul, die is gebruikt als waterinlaat voor de grachten van fort Geldersoord, en een viertal greppels. Deze sporen bevonden zich direct onder de bouwvoor. Deze sporen hadden een vulling van zwak zandige grijsbruine, iets humeuze klei. 14. Hoe is de horizontale en verticale spreiding van sporen en wat is hun samenhang? De prehistorische sporen zijn aangetroffen in proefsleuf 1 tot en met 3 en bevinden zich in de top van de rivierduinafzettingen. De sporen uit de Nieuwe tijd zijn aangetroffen in proefsleuf 4 en bevinden zich direct onder de recente bouwvoor.

33

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

15. In welke mate zijn lagen en sporen op vlakken te koppelen aan lagen in de profielen? Wat zijn de ingravingsniveaus? Van de sporen uit de prehistorisch is het ingravingsniveau niet meer te bepalen. Deze sporen worden afgedekt door een erosielaag, die in het profiel is gedocumenteerd met s1040. De sporen uit de Nieuwe tijd worden afgedekt door de recente bouwvoor en zijn in de top van de oeverafzettingen reeds aanwezig. De sporen zijn hoofdzakelijk in het profiel gedocumenteerd. 16. Hoe is de stratigrafie in antropogene zin? Zijn er meerdere sporenniveau’s aanwezig, m.a.w. moeten er meerdere vlakken op verschillende dieptes worden aangelegd en gedocumenteerd om alle periodes inzichtelijk te krijgen? Zo ja op welke diepte bevinden zich deze niveau’s en welke periodes zitten op welke niveau’s? In principe zijn er in het plangebied twee sporenniveaus aanwezig. Het bovenste sporenniveau bevindt zich op de top van de oeverafzettingen, direct onder de recente bouwvoor. Het onderste niveau bevindt zich onder de oeverafzettingen en de erosielaag, op de top van de rivierduinafzettingen, op 9,20 m +NAP. 17. Zijn begrenzingen van het sporencomplex vast te stellen? Gezien de geringe sporendichtheid en het feit dat het oorspronkelijke archeologische niveau is geërodeerd is het niet mogelijk om aan de hand van de huidige gegevens een begrenzing van de vindplaats vast te stellen. 18.

Wat is de aard en/of de functie en conservering van de sporen? De sporen van de prehistorische vindplaats betreffen enkele onderkanten van kuilen. Het is daardoor niet mogelijk om de aard van de vindplaats te bepalen. De conservering van de vindplaats is slecht doordat de top van het natuurlijke rivierduin is geërodeerd. 19. Wat is de relatieve en/of absolute datering van de sporen en spoorniveaus en waarop is de datering gebaseerd? Op basis van het aardewerk is het niet mogelijk om de vindplaats te dateren. Wel kan worden vastgesteld dat de vindplaats is afgedekt met oeverafzettingen in de Late-IJzertijd. Dat betekend dat de vindplaats kan worden gedateerd tussen het Midden-Neolithicum en de Midden-IJzertijd. 20. Zijn er (delen van) structuren te onderscheiden? Zo ja, Het is niet mogelijk om (delen van) structuren te onderscheiden. a) Van welk soort (mogelijke) structuren? b) Welke (mogelijke) delen? c) Wat is de relatieve en/of absolute datering van de structuren? d) Waarop is/zijn de datering(en) gebaseerd? e) Is er bij steenbouw sprake van hergebruikt bouwmateriaal?

34

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

21. Is er sprake van perifere en centrale zones? Op van de beperkte hoeveelheid sporen is het niet mogelijk om uitspraken te doen over centrale zones binnen de vindplaats. 22. Indien er geen of weinig paalsporen zijn: in welke mate kan er sprake zijn van bouwmethoden die geen of weinig sporen hebben nagelaten en is dat af te leiden uit vondsten of andere sporen? De reden dat geen paalsporen zijn aangetroffen tijdens het onderzoek heeft vermoedelijk meer te maken met de geringe funderingsdiepten van gebouwen in de late prehistorie. Eventueel aanwezige sporen zijn als gevolg van erosie verdwenen. 23. Welke fasering (relatieve en absolute datering) is in de vindplaats aan te brengen? Op basis van de beperkte hoeveelheid sporen en het gebrek aan diagnostische kenmerken van het vondstmateriaal is het niet mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende fasen binnen de vindplaats. 24. Indien graven worden gevonden: Tijdens het onderzoek zijn geen begravingen en/of crematies aangetroffen. a) Is sprake van enkele individuele graven of een groter grafveld? b) Wat kan worden gezegd over de locaties van begravingen ten opzichte van gelijktijdige en niet gelijktijdige bewoning (indien dateringen dit mogelijk maken)? c) Welke vorm van begraving is gevolgd (crematie/inhumatie)?

35

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Vondsten en paleo -ecologische resten 25. Welke mobiele vondsten zijn gedaan? c) Om welke materialen, soorten, typen, functies, aantallen, gewichten gaat het en uit welke context komen de vondsten? Tijdens het onderzoek is voornamelijk handgevormd aardewerk aangetroffen. In totaal zijn 22 fragmenten aangetroffen, afkomstig van de top van de rivierduin en de erosielaag. Tevens zijn zeventien fragmenten dierlijk bot aangetroffen dat afkomstig is uit de oeverafzettingen. Dit betreft vermoedelijk verspoeld materiaal afkomstig van de vindplaats binnen het plangebied. Tevens zijn in de natuurlijke geul vondsten aangetroffen uit de Nieuwe tijd. Het gaat onder meer om acht fragmenten keramiek (industrieel wit en Europees porselein), vier fragmenten bouwkeramiek en twee fragmenten glas dat in de 20 e eeuw kan worden gedateerd. d) Wat is de datering van de vondsten en waarop is de datering gebaseerd? Het handgevormde aardewerk bevat geen diagnostische kenmerken en kan daarom niet goed worden gedateerd. De datering is daarom gebaseerd op de context. Het aardewerk kan niet jonger zijn dan de afdekkende oeverafzettingen die zijn afgezet vanaf de Late-IJzertijd. Het vondstmateriaal uit de geul kan in worden gedateerd vanaf 1890, tot in de 20 e eeuw.

Deze datering is gebaseerd op de aanwezigheid van industrieel vervaardigd glas en een stempel van Petrus Regout op industrieel wit aardewerk, dat vanaf 1890 werd gebruikt. 26. In welke mate bevinden vondsten zich in primaire positie/gesloten context en in welke mate gaat het om vondsten zonder context? Hoewel de vondsten weinig sporen van verwering bevatten en vermoedelijk van een locatie in of in de directe nabijheid van het plangebied afkomstig zijn, zijn de vondsten niet aangetroffen in primaire context. Alle vondsten zijn aangetroffen in de erosielaag en de onderliggende rivierduin. Geen van de vondsten is afkomstig van een spoor. 27. Welke conclusies zijn te trekken uit de fragmentatiegraad en de mate van conservering of verwering van vondsten? Het handgevormde aardewerk is niet sterk verweerd. Aangezien het afkomstig is uit een erosielaag, kan aan de hand van het ontbreken van verwering worden vastgesteld dat het aardewerk niet ver verspoeld is, maar in het plangebied of de directe nabijheid hiervan is gedeponeerd.

36

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

28. Wat is de vondstdichtheid (aantal scherven per m2) per vlak, per werkput en in het geheel? Zijn er plaatsen aan te wijzen met een opvallend grote vondstconcentratie en wat is de samenstelling ervan? De vondstdichtheid is minder dan 1 scherf per m2. 29. In welke mate dragen de mobiele vondsten bij aan de datering van lagen, sporen, structuren? De vondsten dragen niet bij aan de datering. De vondsten bevatten gaan diagnostische of daterende kenmerken en zijn gedateerd aan de hand van de datering van de afdekkende lagen. 30. Is er sprake van (kennelijk) intentionele deposities? Deze onderzoeksvraag kan niet worden beantwoord, omdat de vondsten niet in primaire context zijn aangetroffen. 31. Hoe zijn de verhoudingen tussen lokaal of in de nabijheid gewonnen of geproduceerd materiaal en importmateriaal? Het is niet mogelijk de herkomst te bepalen van het handgevormde aardewerk. Ook in het andere vondstmateriaal zijn geen aanwijzingen voor importmateriaal. 32.

Wat is de aard en conservering van paleo-ecologische resten? In welke mate en in welke context worden ze aangetroffen? Welke betekenis ontlenen zij of kunnen zij geven aan deze context? In welke mate kunnen ze bijdragen aan de datering van sporen, lagen, structuren? Welke informatie kunnen zij geven over landschap en vegetatie (voorafgaand, tijdens en/of na bewoningsfase), voedseleconomie, verwerving en toepassing van organisch materiaal e.d.? Tijdens het onderzoek zijn geen paleo-ecologische resten aangetroffen.

37

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Waardebepaling 33. In welke mate zijn de archeologische kenmerken van de locatie zichtbaar of herkenbaar en in welke mate is er sprake van belevingswaarde? De archeologische resten zijn als gevolg van erosie reeds grotendeels verdwenen. De resterende sporen en vondsten zijn vervolgens afgedekt door een pakket oeverafzettingen van ruim 1,2 meter dik. De archeologische resten zijn daardoor niet zichtbaar of herkenbaar. Daardoor is er geen sprake van belevingswaarde. 34. Wat is de fysieke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten? Welke verschillen zijn er t.a.v. dit aspect binnen het onderzoeksgebied? De fysieke kwaliteit van de vindplaats is laag. Het archeologische niveau is als gevolg van erosie verdwenen, waardoor enkel nog onderkanten van diepe sporen aanwezig zijn. Vondsten die zijn aangetroffen, bevonden zich in de erosielaag en het rivierduinzand en zijn niet afkomstig van het restant van de sporen. fysieke kwaliteit van de vindplaats is daardoor laag. 35. Wat is de inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen resten? Welke verschillen zijn er t.a.v. dit aspect binnen het onderzoeksgebied? Het is door de lage fysieke kwaliteit van de vindplaats niet mogelijk de aard van de vindplaats vast te stellen en de vindplaats goed te dateren. Daardoor is het niet mogelijk om de vindplaats te vergelijken met andere vindplaatsen.

Het is dan ook niet mogelijk om de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats te waarderen. 36. Waar en in welke mate is deze locatie geschikt voor paleo-ecologisch en natuurwetenschappelijk onderzoek? Welke methoden zijn het meest kansrijk? Tijdens het onderzoek zijn geen paleo-ecologische resten aangetroffen. De verwachting is dat deze resten, net als de rest van het archeologisch niveau, is verdwenen als gevolg van erosie. De locatie is daardoor niet geschikt voor paleo-ecologisch of natuurwetenschappelijk onderzoek. Tevens zijn monsters van eventueel aanwezige paleo-ecologische monsters niet geschikt voor uitwerking, omdat een nauwkeurige datering voor de monsters ontbreekt. 37. Welke waarde is er samenvattend te geven aan het onderzoeksgebied en de daarin te onderscheiden delen (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen, periode, sites)? Beschrijf en beredeneer de verschillen in waarde. Maak daartoe gebruik van VSO6 (KNA-protocol 4003) en bijlage IV – waarderen van vindplaatsen. Maak tevens gebruik van de Kennisagenda’s “Veluwe” en “Rivierengebied”. De fysieke kwaliteit van de vindplaats is als laag gewaardeerd. De inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats kan als gevolg van de slechte fysieke kwaliteit niet worden gewaardeerd. Een nadere toelichting op de waardering is te vinden in hoofdstuk 8. De vindplaats is als niet behoudenswaardig gewaardeerd.

38. Is er een verwachting dat buiten het nu onderzochte gebied nog resten van deze vindplaats aanwezig zijn en wat is de verwachting over de fysieke en inhoudelijke kwaliteit daarvan? De vindplaats strekt zich met zekerheid uit tot buiten het buiten het plangebied. De verwachting is dat ook daar het archeologisch niveau als gevolg van erosie is verdwenen. De fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats zijn naar verwachting ook buiten het plangebied laag. Behoudsperspectief

38

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

39. Indien het daadwerkelijk om behoudenswaardige resten gaat, welke realistische aanpassing van de inrichtingsplannen voor het plangebied zijn mogelijk voor het ter plaatse (in situ) behoud van de archeologische resten? De aangetroffen archeologische resten zijn niet behoudenswaardig. 40. Welke planologische beschermingsmaatregelen zouden toegepast moeten worden om de in-situ aanwezige archeologische resten duurzaam te behouden? De archeologische resten zijn niet behoudenswaardig. Tevens worden de archeologische resten slechts beperkt verstoord met de huidige plannen. De fundering van de geplande nieuwbouw vindt plaats op palen. Dit betekent dat op de funderingspalen na geen verstoring van de vindplaats plaatsvindt. 41.

Indien realistische aanpassing van de inrichtingsplannen mogelijk is, welke degradatiemechanismen (waaronder zetting, veranderingen in het fysisch-chemisch regime of grondwaterregime) in sporen en materialen zullen optreden bij een eventuele aangepaste inrichting van het terrein, inclusief effecten van het aanbrengen weg- en bouwcunetten, afvoer van bouwvoor/ teelaarde, voertuigbewegingen, plaatsen damwanden, heien/trillen/boren/pulsen, inrichten groenzones en beekherstel, aanbrengen ondergrondse infrastructuur zoals drainagepijpen, riolering, kabels en leidingen, toepassen verschillende typen funderingstechnieken? Aanpassing van de inrichtingsplannen is niet noodzakelijk, de vindplaats is niet behoudenswaardig.

42. Ná ontwikkeling van de locatie met in-situ behoud, op welke wijze dient de conditie (inhoudelijke en fysieke waarde) van het behoudenswaardige deel van het bodemarchief gemonitored te worden? In-situ behoud van de vindplaats is niet noodzakelijk, de vindplaats is niet behoudenswaardig. 43. Ná ontwikkeling van de locatie met in-situ behoud en monitoring van de archeologische resten: welke (realistische) mitigerende ingrepen kunnen worden toegepast bij constatering van een versnelde degradatie van de archeologische resten? Geen, de vindplaats is niet behoudenswaardig. 44. Is in het plangebied ten aanzien van het in-situ behoud vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk, de vindplaats is niet behoudenswaardig. Conclusie, evaluatie, aanbevelingen

39

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

45. Hoe verhouden de conclusies zich tot de resultaten van het eerdere onderzoek of andere bekende gegevens? In welke mate wijkt de geconstateerde waarde af van de eerder toegekende waarde of van de gespecificeerde verwachting? De conclusies komen overeen met het vooronderzoek. Op basis van het booronderzoek waren archeologische resten te verwachten. Deze zijn ook aangetroffen. 46. In welke mate heeft dit onderzoek bij kunnen dragen aan de Kennisagenda’s? In welke mate heeft dit onderzoek in een datalacune kunnen voorzien? Hoe is het kennisrendement te omschrijven? Het onderzoek heeft niet bij kunnen dragen aan kennisagenda’s, omdat de vindplaats weinig inhoudelijke kwaliteit heeft. De vindplaats is grotendeels verdwenen, waardoor weinig tot geen uitspraken gedaan kunnen worden over de vindplaats. 47. In welke mate zijn de gehanteerde strategieën en methoden effectief geweest? Indien het onderzoek niet volgens plan kon worden uitgevoerd, om welke reden en op welke wijze is van het PvE afgeweken? De gehanteerde methodiek is effectief gebleken voor het opsporen en waarderen van een archeologische vindplaats. De aanwezige vindplaats binnen het plangebied is opgespoord en bij het proefsleuvenonderzoek is voldoende informatie verzameld om de vindplaats goed te waarderen. In één opzicht is van het PvE afgeweken.

Proefsleuf 3 is verkort in verband met de aanwezigheid van een walnotenboom die in de huidige plannen behouden blijft.

40

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

48. Welk risico lopen de geconstateerde archeologische waarden door de voorgenomen verstoring? Is behoud of verder onderzoek vanuit AMZ-perspectief gewenst? De archeologische vindplaats wordt slechts in beperkte mate verstoord als gevolg van funderingspalen. Deze verstoring is echter gering en de vindplaats is niet behoudenswaardig. 49. Welke strategische en methodische aanbevelingen kunnen worden gegeven voor vervolgonderzoek, zowel binnen dit onderzoeksgebied als in aangrenzende of naburige percelen? Voor de aangetroffen vindplaats is geen vervolgonderzoek noodzakelijk, de vindplaats is niet behoudenswaardig.

41

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

8W

AARDERING

De doelstelling van het onderhavige onderzoek is te komen tot een waardering van een eventueel aanwezige archeologische vindplaats. Op basis van het voorkomen van archeologische sporen is sprake van een archeologische vindplaats. Deze vindplaats wordt gewaardeerd op basis van de waarderingscriteria volgens de KNA 4.1.16 Per onderdeel vindt een toewijzing van punten plaats en aan de hand van het totaal aantal punten wordt bepaald of de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt dient te worden. Bij een lage, gemiddelde en een hoge waarde worden respectievelijk 1, 2 en 3 punten toegekend. Een behoudenswaardige vindplaats heeft volgens de KNA-waarderingscriteria voor de fysieke kwaliteit een score van 4 punten en op inhoudelijke kwaliteit een score van 8 punten. Met een score van 12 punten geldt de aangetroffen archeologische vindplaats als behoudenswaardig. Parameter

Score

Beleving Schoonheid

2 1

Herinneringswaarde Fysieke kwaliteit

1 3

Gaafheid Conservering

1 2

Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid

Niet te waarderen

Informatiewaarde Ensemblewaarde

Niet te waarderen Niet te waarderen

Representativiteit

Niet te waarderen

Informatiewaarde Voor het inhoudelijk waarderen van een vindplaats dient minimaal een complextype en een datering van de vindplaats vastgesteld te worden. Op basis van het onderzoek was het niet mogelijk om de aard en het complextype van de vindplaats alsmede een nauwkeurige datering van de vindplaats vast te stellen. Dit komt doordat de vindplaats als gevolg van erosie bijna volledig is verstoord. Hierdoor is het niet mogelijk om de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats te waarderen. Conclusie waardering Op het aspect fysieke kwaliteit heeft de vindplaats 3 punten en op de inhoudelijke kwaliteit kon de vindplaats als gevolg van de slechte fysieke kwaliteit niet worden gewaardeerd. Op basis van de fysieke kwaliteit kan de vindplaats als niet behoudenswaardig worden beschouwd.

16

KNA 4.1. Bijlag IV Waarderen van vindplaatsen

42

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

KNA 4.1 Waarderingstabel met scores

Beleving Schoonheid

Score

Toelichting

Zichtbaarheid vanaf het maaiveld

1

De vindplaats is grotendeels verdwenen als gevolg van erosie. De restanten van de vindplaats die nog aanwezig zijn, zijn afgedekt door 1,2 meter aan oeverafzettingen. De vindplaats is dan logischerwijs ook niet zichtbaar vanaf het maaiveld

Vorm en structuur

1

De vindplaats is grotendeels verdwenen als gevolg van erosie. De vorm en structuur van de vindplaats zijn daardoor niet meer te herkennen.

Relatie met de omgeving

1

De vindplaats is afgedekt door ruim 1,2 meter oeverafzettingen. De relatie met de omgeving is doordat de vindplaats is afgedekt nihil.

Herinneringswaa rde

Score

Toelichting

Verbonden met een feitelijke historische gebeurtenis

1

De vindplaats dateert uit de prehistorie en is daardoor niet verbonden aan een feitelijke historische gebeurtenis.

Associatie met toegeschreven kwaliteit of betekening

1

De vindplaats was vooralsnog niet bekend, waardoor geen associatie met de vindplaats aanwezig is.

Fysieke kwaliteit Gaafheid

Score

Toelichting

Aanwezigheid sporen

2

Een viertal onderkanten van sporen zijn aangetroffen.

Gaafheid sporen

1

Een groot deel van de sporen is door erosie reeds verdwenen. Alleen van diepe sporen is nog een restant aanwezig.

Ruimtelijke gaafheid

1

Een groot deel van de sporen is als gevolg van erosie reeds verdwenen. Daardoor is de ruimtelijke gaafheid laag.

Stratigrafie intact

1

Het oorspronkelijke archeologische niveau, de top van de rivierduin, is als gevolg van erosie verdwenen. Dit kan worden bewezen door het ontbreken van een A-horizont of bodemvorming in het rivierduinzand en de aanwezigheid van een erosielaag direct op het rivierduinzand. De stratigrafie van de vindplaats is daarmee niet meer intact.

Mobilia in situ

1

Alle vondsten zijn aangetroffen in het rivierduinzand of de erosielaag. Dit betekent dat de vondsten zijn verspoeld en niet afkomstig zijn van de primaire context.

Ruimtelijke relatie tussen mobilia en sporen

1

Alle vondsten zijn aangetroffen in het rivierduinzand of de erosielaag. Geen van de vondsten is in een spoor aangetroffen.

Aanwezigheid antropogeen biochemisch residu

1

Het oorspronkelijke loopoppervlak is als gevolg van erosie verdwenen. Eventueel aanwezige antropogene biochemische residuen zijn hierdoor niet meer te verwachten.

Stabiliteit van de natuurlijke omgeving

1

De natuurlijke omgeving van de vindplaats, de rivierduin, is in de Late-IJzertijd reeds geërodeerd. De activiteit van de Rijn neemt vanaf de Late-IJzertijd toe, waardoor de natuurlijke omgeving niet stabiel is.

43

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Conservering

Score

Toelichting

Conservering artefacten

2

Het handgevormde aardewerk is relatief goed geconserveerd. Het bevat weinig sporen van verwering en is relatief stevig.

Conservering organisch materiaal

2

Hoewel tijdens het onderzoek geen organische artefacten zijn aangetroffen, bevindt de vindplaats zich deels onder de grondwaterspiegel en is het materiaal goed afgedekt door een dik pakket klei. De conservering van organische resten is echter afhankelijk van de ouderdom van de vindplaats. Bij oude vindplaatsen hebben de organische resten lang op de top van de rivierduin gelegen, waar de conserveringsomstandigheden slecht waren. De conservering van de organische resten is daarom omgekeerd evenredig aan de ouderdom van de vindplaats.

44

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Inhoudelijke kwaliteit Zeldzaamheid

Score

Toelichting

Het aantal vergelijkbare vindplaatsen (complextypen) van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode, binnen dezelfde archeoregio, waarvan de aanwezigheid is vastgesteld

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de zeldzaamheid te waarderen.

Idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart (indien mogelijk/vereist)

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de zeldzaamheid te waarderen.

Informatiewaarde

Score

Toelichting

Opgraving/onderzoe k van vergelijkbare vindplaatsen binnen dezelfde archeoregio (minder/meer dan 5 jaar geleden; volledig/partieel

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de informatiewaarde te waarderen.

Recent en systematisch onderzoek in de betreffende archeoregio

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de informatiewaarde te waarderen.

Recent en systematisch onderzoek van de betreffende archeologische periode

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de informatiewaarde te waarderen.

Passend binnen vastgesteld onderzoeksprogram ma van universitair instituut, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of anderen

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de informatiewaarde te waarderen.

45

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Ensemblewaarde

Score

Toelichting

Synchrone context (voorkomen van vindplaatsen uit dezelfde periode binnen de microregio)

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de ensemblewaarde te waarderen.

Diachrone context (voorkomen van vindplaatsen uit opeen volgende perioden binnen de microregio)

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de ensemblewaarde te waarderen.

Landschappelijke context (fysisch- en historischgeografische gaafheid van het contemporaine landschap)

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de ensemblewaarde te waarderen.

Aanwezigheid van contemporaine organische sedimenten in de directe omgeving

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de ensemblewaarde te waarderen.

Representativiteit

Score

Toelichting

Kenmerkendheid voor een bepaald gebied en/of periode.

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de representativiteit te waarderen.

Het aantal vergelijkbare vindplaatsen van goede fysieke kwaliteit uit dezelfde periode binnen dezelfde archeoregio waarvan de aanwezigheid is vastgesteld en waarvan behoud is gegarandeerd.

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de representativiteit te waarderen.

Idem, op basis van een recente en specifieke verwachtingskaart.

Niet te waarderen

Aangezien het niet mogelijk is de aard of datering van de vindplaats vast te stellen is het niet mogelijk de representativiteit te waarderen. Tevens is voor de gemeente Westervoort is een archeologische verwachtingskaart opgesteld in 2011. Na deze periode zijn in de aangrenzende gemeente Duiven diverse vindplaatsen aangetroffen, waardoor het huidige beeld aangepast kan zijn. Daarom wordt er op dit onderdeel niet gescoord.

46

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

9S

ELECTIEADVIES

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn niet behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. De archeologische resten bevinden zich verspreid over het plangebied. De vindplaats is gewaardeerd op basis van de waarderingscriteria van de KNA 4.1. Op basis van deze criteria is de fysieke kwaliteit van de vindplaats als niet behoudenswaardig gewaardeerd en is de inhoudelijke kwaliteit niet te waarderen. Op basis van deze waardering is de vindplaats als niet behoudenswaardig gewaardeerd. In verband met het ontbreken van een behoudenswaardige vindplaats binnen het plangebied wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren binnen het plangebied. Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling en geen randvoorwaarden te stellen voor het aspect archeologie. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Westervoort. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer S. Diependaal

47

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Literatuur en bronnen

Bartels, M., 1999. Steden in Scherven. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmgen en Tiel (1250-1900), Amersfoort. Bitter, P. S. Ostkamp & N.L. Jaspers, 2018. Classificatiesysteem voor (post-)middeleeuws aardewerk en glas - Het Deventer Systeem (sinds 1989), Deel 1: Keramiek. Digitale opzoekschema’s, Versie 2018-03. ADC ArcheoProjekten. Cohen, K.M. , E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht. Feest, van der, N.J.W., D. Hagens, 2014: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Die Denweide 3 te Westervoort, Roermond (Aeres Milieu projectnummer AM14110). Goossens, E., 2011: Archeologische monumentenzorg in de gemeente Westervoort, Weesp (RAAP-rapport 2249). Loonen, A., F. Heijting, 2011: Archeologisch onderzoek aan de Heilweg te Duiven, Zevenaar. Nistelrooy, van, J., 2020: Archeologische veldverkenning op het terrein van de schans te Westervoort (AWN afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland rapport 36). Oosterhout, van, F., 2015: Dwars over de heuvel. Een nederzetting uit de IJzertijd op vindplaats Duiven-De Hummel, gemeente Duiven, Weesp (RAAP-rapport 2341). Polling, A., 2006: Maastrichtse ceramiek merken en dateringen, Lochem. Roessingh, W., E.

Blom, 2011: Boeren of reizigers langs de limes bij Huissen, Amersfoort (ADC-rapport 1569). SIKB, 2016. Inventariserend Veldonderzoek (Landbodems) (Field Survey IVO (soil) Protocol 4003. SIKB 2016. Gouda. Smole, L., S.M. Koeman, 2007: Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven, Hof te Duiven, Rijksweg 3c – te Duiven, Doetinchem (Synthegra rapport P0502275) Veldman, H.A.P., 2006: Duiven de Eng, Graafstaete vindplaats 1, een archeologische opgraving, Amersfoort (ADC-rapport 537). Wijnen, J.J, 2022: Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland, Almelo (Laagland Archeologie Rapport 971). www.hisgis.nl KNA 4.1. Bijlage IV Waarderen van vindplaatsen http://www.sikb.nl/doc/KNA33/definitief/Deel%20II%20bijlage%20IV%20Waarderen%20 van%20vindplaatsen%20versie%203.3.pdf Gebruikte kaarten Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 6-6-2023

48

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven De Clossei te Westervoort, gemeente Westervoort (GD)

Lijst met afbeeldingen

AFBEELDING 1. LIGGING VAN HET PLANGEBIED................................................................................................................... 6 AFBEELDING 2. LOCATIE VAN HET PLANGEBIED NABIJ DE VERDEDIGINGSWERKEN VAN FORT GELDERSOORD. (BRON: WIJNEN 2022, AFBEELDING 9). .................................................................................................................................................... 9 AFBEELDING 3. AANGEPASTE PUTTENPLAN TEN OPZICHTE VAN HET PUTTENPLAN VOLGENS HET PROGRAMMA VAN EISEN. .............. 18 AFBEELDING 4. DE BODEMOPBOUW BINNEN HET PLANGEBIED ZOALS WEERGEGEVEN IN PROFIEL 201. ........................................ 20 AFBEELDING 5. OVERZICHT VAN DE NABIJGELEGEN STROOMGORDELS (BRON: COHEN & STOUTHAMER 2012). ........................... 22 AFBEELDING 6. KADASTRALE MINUUT VAN CA. 1832 MET DAAROP DE CREVASSE EN DE AANGESLOTEN GRACHTEN VAN FORT GELDERSOORD. .................................................................................................................................................. 22 AFBEELDING 7. OVERZICHT VAN HET AANTAL AANGETROFFEN SPOREN.................................................................................. 23 AFBEELDING 8. COUPEFOTO VAN SPOOR 1. ..................................................................................................................... 23 AFBEELDING 9.

DE HOTTINGERKAART MET DAAROP DE FORTIFICATIES VLAK BIJ HET PLANGEBIED. .............................................. 24 AFBEELDING 10. PUTTENPLAN OP DE KADASTRALE MINUUT VAN CA. 1832 (BRON: HISGIS).................................................... 25 AFBEELDING 11. DE STEMPEL VAN MAASTRICHTS INDUSTRIEEL WIT (LINKS) EN FRAGMENTEN EUROPEES PORSELEIN MET LITHOGRAFISCHE PLAKPLAATJES (RECHTS). ............................................................................................................... 27

49

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

50

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

51

BIJLAGE 3 SPORENLIJST Opmerking

Ijzer/mangaan

Type puin

0000000000001 rb 1 rb 000000001 rb 000000000000001 rb 3 bg 000001 rb 00-

Houtskool

1 1 Z DGRZW KL KL h3 1 1 Zs1 GR DGR VS VSN h1 2 1 Zs1 DGR GRBR VS VSN 3 1 Zs1 GRBR KL KL h1 3 1 Zs1 GR LGR VS VSN 3 1 Zs1 GR OR KL KL h1 3 1 Zs1 GR DGR VS VSN 3 1 Zs1 GR DGR VS VSN h1 4 101 Kz1 BR LGR GR GRN 4 101 Zs1 BRGR GRWT GR GRN 4 101 Kz1 DGR GR GRN h3 4 101 Kz1 DBR GR GR GR h1 4 101 Kz1 DGR BR GR GR h1 4 101 Kz1 BRGR BR GR GR h1 4 101 Kz1 GRBR GR GR GR h1 1 0X VS VSR 1 103 Kz1 BR LG LGN h1 1 103 Kz1 GRBR LG LGN h1 1 103 Ks2 GRBR LG LGN 1 103 Ks3 GRBR LG LGN 1 103 Zkx BRGR LG LGN 1 103 Zs1 LGR LG LGN 2 101 Kz3 DBR LG LGBO h1 2 101 Kz1 BR LG LGN 2 101 Kz3 GRBR LG LGN 2 101 Ks2 BRGR LG LGN 2 101 Ks3 GRBR LG LGN 2 101 Zkx BRGR LG LGN 2 101 Zs1 LGR LG LGN 3 103 Zkx BR LG LGBO h1 3 103 Kz1 BR LG LGN 3 103 Kz3 BR LG LGN 3 103 Ks2 GRBR LG LGN 3 103 Ks3 BRGR LG LGN 3 103 Zkx BRGR LG LGN 3 103 Zs1 LGR LG LGN 4 101 Zkx GRBR LG LGBO h1 4 101 Kz3 GRBR VS VSR 4 101 Kz3 LBR GR GR GRN 4 101 Kz3 LBR LG LGN 4 101 Ks1 LGRBR LG LGN 4 101 Ks2 GRBR LG LGN 4 101 Zkx BRGR LG LGN 3 1 Zs1 LGR KL KL 1 103 Kz3 GRBR LG LGBO h1 3 103 Kz2 BR GEBR VS VSR h1 2 101 Kz2 BR LBR VS VSR h1

Puin

Humus

Specifiek

Interpretatie

Gevlekt

Kleur

Textuur

Vlak

0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Put

Vulling

Spoor

1 2 3 4 5 6 7 8 10 10 10 11 12 13 14 999 1030 1031 1032 1033 1040 1050 2010 2030 2031 2032 2033 2040 2050 3010 3030 3031 3032 3033 3040 3050 4010 4013 4020 4031 4032 4033 4040 9 1010 3011 2011

00Niet in profiel zichtbaar 0vlek 000 FM1 000 FM2 000iets kolengruis 0 FE1 00 FE1 Modern glas 0Oeverkoepelend spoornummer recente verstoringen 0 MN1 0 FM1 coursening upwards 0 FM2 0 FM1 0 FM1 Top verweerde rivierduin 000 MN1 0 MN1 0 FM1 0 FM2 0 FE1 Restant top rivierduin 0 FE1 00 MN1 0 MN1 0 FM1 0 FM2 0 FM1 Restant verweerde rivierduin 0 FE1 00Fragmentje beton 0Demping gracht? 0 MN1 0 FM1 0 FM2 0Top verweerde rivieduin 1112-

52

Opmerking

Einddatering

Begindatering

Eindperiode

Beginperiode

Wand

Aantal

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 1 1 0 0 0 0 0 1 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1 0 0 0 0 0 0

1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 0 0 0 0 0 0 2 1 2 1 1 1 2 0 0 0 0 1 0 0 1 1 0 0

1 1 NEOM IJZ -4200 0 Sterk verkit zand; met grove zandmagering 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Inw oppervlak verdwenen; magering met steengruis en chamotte 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Oxiderend gebakken; beroet?; zandmagering 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Klein fragmentje met kwartsgruismagering; 1 zijde oppervlak ontbreekt 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Uitw oxiderend gebakken inw reducerend; weinig steengruismagering en zandmagering; uitw vastgekit ijzer 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Reducerend gebakken met oxierend oppervlak; voornamelijk zandgemagerd met 1 grote kwartskorrel tot 6 mm dik 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Reducerend gebakken wandfragment met steengruismagering 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Reducerend gebakken met grove zandmagering 2 1 NEOM IJZ -4200 0 Oxiderend gebakken (rood); zandgemagerind; iets verweerd 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Oxiderend met fijn steengruis en zandmagering 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Oxiderend gebakken met zandmagering en vastgekit zand 3 10 0 M1/2 net doorgebroken (MWS c); slecht geconserveerd,waana gemineraliseerd 1 10 0 wenkbrouwfragment;slecht gecons.(oppervlak verweerd) waarna gemineraliseerd 5 40 0 2fragmenten passend; klein rund-grootte;slecht geconserveerd (opp.verweerd) waarna gemineraliseerd 4 20 0 mogelijk klein rund/vaars of kalf, mogelijk varken; slecht gecons.,waarna gemineraliseerd 3 10 0 grootte van klein rund/vaars/kalf (iets groter dan varken);kapjes onvergr.gemineraliseerd 1 10 0

gemineraliseerd fragment achterzijde wervellichaam met aanzet uitsteeksel 2 1 NEOM IJZ -4200 0 Wandfragment met fijne steengruismagering chamotte en zandmagering 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Zandgemagerd; uitw glad afgewerkt; relatief hard gebakken 2 1 NEOM IJZ -4200 0 Fijne steengruismagering en grof zand; reducerend gebakken 1 - NEOM IJZ -4200 0 uitw oppervlak ontbreekt; reducerend gebakken fijne steengruismagering en zandmagering 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Klein brokje reducerend gebakken; verweerd brokje 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Reducerend gebakkend wandfragmentje met veel steengruismagering; inw oppervlak ontbreekt 2 1 NTL RECENT 1903 2020 Fragmenten van kleurloos geperst glas van een cilindrische fles 1 10 0 goed geconserveerd;breed;achterzijde proximaal gewricht pathologie (botwoekering en naast del) 2 1 NTL RECENT 1871 2000 Randfragmentje van schoteltje met lithografisch plakplaatje van een (eiken?)blaadje; op de rand een zilver filet 2 2 NTM NTL 1790 1950 Bodemfragment op dunne afgeronde standring; recht randfragment zonder decoratie 1 1 NTM NTL 1800 1950 Fragment van vierkante deksel met onderglazuurdecoratie met groene halve stippen op de rand 2 1 NTL RECENT 1890 1958 Bodem met stempel Petrus regout Polling 80A 1 1 NTL REC 1880 2000 2 1 NTL RECENT 1850 2000 1 1 NEOM IJZ -4200 0 Dikwandig fragment met zandmagering en chamotte; reducerende kern met oxiderend oppervlak 1 1 NEOM IJZ

-4200 0 REducerend gebakken met oxiderend oppervlak; wandfragment met veel vastgekit zand; zand gemagerd 1 1 NTM NTL 1790 1950 Fragment van iets holle vlag met scherpe knik naar spiegel; ongedecoreerd 1 1 NTV NTL 1600 1950 -

MAE

Bodem

Fragment

Type

Soort

Specifiek

Algemeen

Materiaal

11 KER AWH 12 KER AWH 13 KER AWH 14 KER AWH 7 KER AWH 8 KER AWH 9 KER AWH 10 KER AWH 15 KER AWH 16 KER AWH 17 KER AWH 30 ODB BOT RUND dens inf. alleen kroon 31 ODB BOT RUND cranium 32 ODB BOT GRZ rund? rib 33 ODB BOT GRZ/MIZ rib 34 ODB BOT GRZ rund? borstewervel 35 ODB BOT MIZ wervel klein 18 KER AWH 19 KER AWH 20 KER AWH 21 KER AWH 22 KER AWH 23 KER AWH 6 GLS FLES Kleurloos 29 ODB BOT RUND Phalanx 2 compleet 2 KER PORSELEI Europees 3 KER INDUSWIT 4 KER INDUSWIT iw-dek-? 5 KER INDUSWIT 26 BKR DAKPAN machinaal Muldenpan??? 27 BKR BAKSTEEN machinaal? 24 KER AWH 25 KER AWH 1 KER INDUSWIT iw-bor-? 28 BKR DAKPAN golfpan -

Rand

0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MASCHA 0 MASCHA 0 MASCHA 0 MASCHA 0 MAVER 0 PROFIEL 1 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER 0 MAVER

Artefact

Verzamelwijze

1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1050 1 1 1033 1 1 1033 1 1 1033 1 1 1033 1 1 1033 1 1 1033 1 1 1040 2 1 2050 2 1 2050 2 1 2050 2 1 2050 3 1 3050 4 101 14 4 101 10 4 101 4020 4 101 4020 4 101 4020 4 101 4020 4 101 4020 4 101 4020 4 1 4040 4 1 4040 4 1 10 4 1 10

Vulling

Put

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 0 0 1

Spoor

Splitsnummer

1 1 1 1 2 2 2 2 3 3 3 4 4 4 4 4 4 5 6 6 6 7 8 9 10 11 11 11 11 11 11 12 13 14 14

Vlak

Vondst

BIJLAGE 4 VONDSTENLIJST

53

BIJLAGE 5OPGRAVINGSVLAKKEN; PUTTENOVERZICHT MET ALLE SPOREN

54

55

56

57

58

BIJLAGE 6PROFIELEN

59

60

61

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=87485aa5-b013-43c8-a208-31fea4264373