20231206-rv-huisvestingsverordening-2024-bijlage-6-was-wordt-tabel
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Huisvestingsverordening 2020-2024
Was (Huisvestingsverordening 2020) Artikel 1 begripsbepalingen
Wordt (Huisvestingsverordening 2024) Artikel 1 begripsbepalingen Toegevoegd zijn: Bemiddeling Verdwenen: Maatwerk
Toelichting Maatwerk is bemiddeling geworden.
Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
ongewijzigd
Artikel 3 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Artikel 3 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
ongewijzigd
Artikel 4 Registratie van woningzoekenden Lid 3 Uitschrijving als woningzoekende vindt plaats:
Artikel 4 Registratie van woningzoekenden 1. Corporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform registratiesysteem van woningzoekenden. 2. Registratie als woningzoekende in dit systeem kan vooraf plaatsvinden of tegelijkertijd met de eerste reactie op een aangeboden woonruimte. 3. Uitschrijving als woningzoekende vindt plaats: a. op schriftelijk verzoek van de woningzoekende of diens nabestaanden; b. bij verwijtbare nalatigheid, zoals het niet tijdig doorgeven van gewijzigde relevante gegevens; c. bij fraude door een woningzoekende voor het verkrijgen van een woning, zoals het verstrekken van onjuiste informatie of het hebben van meerdere inschrijvingen.
Toegevoegd 3.c
a.op schriftelijk verzoek van de woningzoekende of diens nabestaanden; b.na constatering van verwijtbare nalatigheid, zoals het niet tijdig doorgeven van gewijzigde relevante gegevens of het verstrekken van onjuiste informatie over de betreffende inschrijving. 4.Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 5.Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het
Vervallen lid 4 en 5 (zijn overbodig, je inschrijving vervalt niet)
Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.
Artikel 5 Aanbod van woonruimte 1.Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt door de corporaties bekendgemaakt door publicatie op een toegankelijk, bij voorkeur gemeenschappelijk, digitaal platform. 2.De bekendmaking bevat in ieder geval:
Artikel 5 Overzicht beschikbare woonruimte Toegevoegd is lid 2 sub d: welke zelfstandige woonruimten volgens het aanbodmodel worden toegewezen, welke volgens het lotingmodel en voor welke woonruimten aanvullende criteria gelden.
Lid 2 sub d is toegevoegd voor een betere monitoring.
Lid 4 is verplaats naar artikel 6 lid 9 Woningtoewijzing.
Het gaat immers om woningtoewijzing en is dus daar beter op zijn plek.
Artikel 6 Woningtoewijzing 1. Corporaties bieden vrijkomende zelfstandige woonruimten aan volgens het aanbodmodel dan wel het lotingmodel, tenzij het gaat om bemiddeling. Enkel de categorieën woningzoekenden zoals aangegeven in bijlage 3, onder kolom 3 , worden bemiddeld naar woonruimte.
Dit artikel is vanwege een betere leesbaarheid anders ingedeeld. Verder zijn andere zaken die ook te maken hebben met toewijzing hier aan
a.het adres en de huurprijs van de woonruimte; b.de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend, c.en indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. 3.Elke woonruimte die op deze wijze wordt verhuurd wordt binnen twee weken na ondertekening van het huurcontact op hetzelfde digitale platform verantwoord. 4.Het aanbod van standplaatsen wordt beschouwd als maatwerk ten behoeve van een bijzondere doelgroep als bedoeld in artikel 9 en vastgelegd in een nader door burgemeester en wethouders vast te stellen regeling. Artikel 6 Hoofdregel woningtoewijzing 1.Corporaties bieden vrijkomende zelfstandige woonruimten aan volgens het aanbodmodel dan wel het lotingmodel, tenzij het om maatwerk gaat, als bedoeld in artikel 9.
2.De corporaties geven bij de publicatie van het aanbod duidelijk aan welke zelfstandige woonruimten volgens het aanbodmodel worden toegewezen, welke volgens het lotingmodel en voor welke woonruimten aanvullende criteria gelden in het kader van het maatwerk, zoals bedoeld in artikel 9 van deze verordening. 3.Een woningzoekende kan op elk moment voor maximaal twee zelfstandige woonruimten in het aanbod- of lotingmodel waarvoor de reactietermijn nog open is, zijn of haar belangstelling kenbaar maken. 4.Iedere op basis van het aanbodmodel gepubliceerde zelfstandige woonruimte wordt na sluiting van de reactieperiode aangeboden aan de woningzoekende met de hoogste urgentie en vervolgens aan de woningzoekende met de langste meettijd, met inachtneming van het gestelde in de artikelen 8 en 10a en 10b. 5.De op basis van het lotingmodel toe te wijzen zelfstandige woonruimte wordt toegewezen volgens een geautomatiseerde lotingprocedure. 6.Van het totale vrijkomende woningaanbod dient jaarlijks circa 15% volgens het lotingmodel te worden aangeboden. 7.Een corporatie mag per jaar maximaal 30% van de vrijkomende zelfstandige woonruimten die volgens het aanbodmodel worden aangeboden uitsluiten voor urgent woningzoekenden als bedoeld in artikel 10a.
2.
Een woningzoekende kan op elk moment voor maximaal twee zelfstandige woonruimten in het aanbod- of lotingmodel waarvoor de reactietermijn nog open is, zijn of haar belangstelling kenbaar maken. 3. Iedere op basis van het aanbodmodel gepubliceerde zelfstandige woonruimte wordt na sluiting van de reactieperiode aangeboden aan de woningzoekende met de hoogste urgentie en vervolgens aan de woningzoekende met de langste meettijd, met inachtneming van het gestelde in de artikelen 8, 9 en 10. 4. De op basis van het lotingmodel toe te wijzen zelfstandige woonruimte wordt toegewezen volgens een geautomatiseerde lotingprocedure. 5. Van het totale vrijkomende woningaanbod dient jaarlijks minimaal 15% en maximaal 30% volgens het lotingmodel te worden aangeboden. 6. Van het totale vrijkomende woningaanbod mag jaarlijks maximaal 15% via bemiddeling worden toegewezen. 7. Statushouders worden gehuisvest via bemiddeling. Het huisvesten van statushouders en woningruil valt niet onder de 15% als bedoeld in lid 6. 8. Een corporatie mag per jaar maximaal 30% van de vrijkomende zelfstandige woonruimten die volgens het aanbodmodel worden aangeboden uitsluiten voor urgent woningzoekenden als bedoeld in artikel 9. 9. Het toewijzen van standplaatsen met of zonder een woonwagen wordt beschouwd als bemiddeling ten behoeve van een bijzondere doelgroep.
Voor toewijzing hiervan kunnen het college van burgemeester en wethouders nadere regels stellen. Toewijzing van standplaatsen valt niet onder de 15% als bedoeld in lid 6. 10. Beleids- en toewijzingsexperimenten in het belang van de volkshuisvesting, zijn tijdelijk toegestaan onder de voorwaarde dat de corporatie en het college van burgemeester en wethouders hierover in overleg treden en nadere afspraken maken. Het is toegestaan om in het kader van deze beleids- en
toegevoegd. Ook de keuze voor bemiddeling en labelen in plaats van maatwerk heeft geleid tot wijzigingen in de dit artikel.
toewijzingsexperimenten af te wijken van hetgeen bepaald in deze verordening.
Artikel 7 Weigering en acceptatie van woonruimten De woningzoekende die volgens het aanbodmodel een uitnodiging voor het bezichtigen van een zelfstandige woonruimte krijgt en hierop niet reageert binnen de reactietermijn die door de corporaties wordt gesteld ontvangt bij de eerste keer een waarschuwing. Een volgende keer kan de woningzoekende gedurende twee maanden worden uitgesloten van het aanbodmodel. Gedurende deze periode kan de woningzoekende wel blijven reageren op woonruimten die volgens het lotingmodel worden aangeboden.
Artikel 7 Weigering en acceptatie van woonruimten De woningzoekende die volgens het aanbodmodel een uitnodiging voor het bezichtigen van een zelfstandige woonruimte krijgt en hierop niet reageert binnen de reactietermijn die door de corporaties wordt gesteld ontvangt bij de eerste keer een waarschuwing. De tweede keer wordt de woningzoekende gedurende twee maanden uitgesloten van het aanbodmodel. Gedurende deze periode kan de woningzoekende wel blijven reageren op woonruimten die volgens het lotingmodel worden aangeboden.
Artikel 8 Voorrang bij woonruimte van bepaalde aard (passendheidscriteria) 1.De corporaties wijzen woonruimten passend toe conform het bij of krachtens het bepaalde in de Woningwet.
Artikel 8 Voorrang bij woonruimte van bepaalde aard (passendheidscriteria) 1. Corporaties wijzen woonruimten passend toe conform het bij of krachtens het bepaalde in de Woningwet. 2. Een corporatie kan maximaal 50% van de in dat jaar opgeleverde nieuwbouwwoningen, die voldoen aan de criteria genoemd in artikel 2, met voorrang toewijzen aan woningzoekenden, woonachtig in de gemeente waarin de nieuwbouwwoningen zijn gelegen. 3. Een corporatie kan een woning labelen die bij voorrang wordt toegewezen aan: a. woningzoekenden in een bepaalde leeftijdscategorie, zoals opgenomen in bijlage 3; b. grote huishoudens zoals opgenomen in bijlage 3; c. woningzoekenden ter bevordering van doorstroming conform het project van groot naar beter zoals bedoeld in bijlage 3; d. woningzoekenden in een bijzonder project en/of in het kader van leefbaarheid zoals bedoeld in bijlage 3.
2.Levensloopgeschikte woonruimten kunnen door de corporaties als zodanig worden gelabeld en worden bij voorrang verhuurd aan woningzoekenden die hiervoor een door burgemeester en wethouders afgegeven verhuisindicatie hebben. 3.Rolstoelgeschikte woonruimten worden door de corporaties als zodanig gelabeld en in eerste instantie verhuurd aan woningzoekenden die hiervoor een door burgemeester en wethouders afgegeven verhuisindicatie hebben. De woonruimten kunnen zowel op basis van bemiddeling worden verhuurd als op basis van het aanbodmodel.
De ‘kan worden’ uitgesloten in lid 2 is vervangen door ‘wordt’ uitgesloten. Is in lijn gebracht met lid 1 van dit artikel omdat dit duidelijkheid biedt en geen ruimte meer voor willekeur en deze “straf” op breed draagvlak kan rekenen vanwege de hoge druk op de woningmarkt en de kosten die met ‘no show’ gepaard gaan. Dit artikel is anders opgebouwd en ingevuld vanwege bemiddeling en de mogelijkheid om woningen te labelen voor specifieke groepen in plaats van maatwerk. Verder is hier de mogelijkheid opgenomen om 50% van de nieuwbouw sociale huurwoningen toe te wijzen aan woningzoekenden, woonachtig in de gemeente waarin de nieuwbouwwoningen zijn gelegen.
4.Zelfstandige studentenwoningen kunnen als zodanig door een corporatie worden gelabeld. Gelabelde zelfstandige studentenwoningen worden toegewezen aan studenten.
e.
5.In het geval zelfstandige woonruimten vallen onder de woonvorm woongroep krijgen woningzoekenden die lid zijn van de organisatie die de woongroep beheert, voorrang. 4.
5.
Artikel 9 Maatwerk 1.Corporaties mogen jaarlijks maximaal 20% van het totale vrijkomende woningaanbod afwijkend van hetgeen in artikel 6 is bepaald toewijzen. Dit is in de eerste plaats ten behoeve van de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Maar daarnaast kan het gaan om specifieke beleids- en toewijzingsexperimenten en labeling. 2.In het geval van beleids- en toewijzingsexperimenten gaat het per definitie om maatregelen van tijdelijke aard. De betreffende corporatie stelt burgemeester en wethouders hiervan in kennis en maakt zo nodig nadere afspraken met betreffende burgemeester en wethouders.
woningzoekenden die een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven verhuisindicatie hebben voor een levensloopgeschikte woonruimte; f. woningzoekenden die een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven verhuisindicatie hebben voor een rolstoelgeschikte woonruimte. Deze woonruimten kunnen zowel op basis van bemiddeling worden verhuurd als op basis van het aanbodmodel. Het college van burgemeester en wethouders verleent een verhuisindicatie, als bedoeld in het derde lid, onder e en f, indien de fysieke beperkingen van de woningzoekende noodzaken tot verhuizing naar een levensloop- of rolstoelgeschikte woning, en de woningzoekende niet op eigen kracht en/of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk in staat is om in adequate woonruimte te voorzien. Voor toewijzing van deze woningen kunnen het college van burgemeester en wethouders en corporaties nadere afspraken maken. In het geval zelfstandige woonruimten vallen onder de woonvorm woongroep krijgen woningzoekenden die lid zijn van de organisatie die de woongroep beheert, voorrang.
Vervallen
Maatwerk is vervangen door bemiddeling en de mogelijkheid tot labelen van woningen zie artikel 6 en 8 van de nieuwe verordening
3.Het huisvesten van urgent woningzoekenden is geen maatwerk. 4.Voor de toewijzing van standplaatsen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen. Artikel 10a Voorrang bij urgentie 1.Voor de in artikel 2 aangegeven woonruimten wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan urgent woningzoekenden. 2.De urgent woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende urgentiecategorieën: a. woningzoekende vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet; deze woningzoekenden worden door een corporatie bemiddeld naar een woonruimte. b.woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, blijkens een daartoe door deze voorziening afgegeven verklaring; deze woningzoekenden zoeken zelf een woonruimte binnen vier maanden na afgifte van deze verklaring. Een corporatie kan toestaan, dat deze termijn met drie maanden wordt verlengd. c.woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt; deze woningzoekenden zoeken zelf een woonruimte.
Artikel 9 Voorrang bij urgentie 1. Voor de woonruimten als bedoeld in artikel 2, wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan urgent woningzoekenden. 2. De urgent woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende urgentiecategorieën: a. Woningzoekenden aan wie een herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt, als bedoeld in artikel 10, eerste lid; b. Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, blijkens een daartoe door deze voorziening afgegeven verklaring; c. Woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt; d. Woningzoekenden aan wie een noodurgentieverklaring is verstrekt. 3. Woningzoekenden omschreven in artikel 9, tweede lid onder a hebben voorrang op de woningzoekenden omschreven in artikel 9 tweede lid onder b, c en d. 4. Als meerdere woningzoekenden zoals omschreven in artikel 9 tweede lid onder b, c en d, in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning wordt de toewijzing bepaald op basis van de datum waarop de urgentie is afgegeven, waarbij de oudste datum voorgaat op de andere. Wanneer meerdere van deze woningzoekenden met een urgentieverklaring die op dezelfde datum is toegekend reageren op dezelfde woning, dan heeft degene met de langste meettijd voorrang.
Lid 2a over statushouders is verplaatst naar artikel 6. Statushouders zijn geen urgenten. Dat was al zo, maar toch stonden ze bij urgentie in de vorige verordening. Statushouders worden bemiddeld naar een woning. Voor het overige inhoudelijk ongewijzigd. Wel is de tekst verduidelijkt.
d.woningzoekenden aan wie een herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt; deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken naar een woonruimte of door een corporatie te worden bemiddeld naar een woonruimte. e.woningzoekenden aan wie een noodurgentieverklaring is verstrekt; deze woningzoekenden zoeken zelf naar een woonruimte. 3.Als meerdere urgent woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning wordt de rangorde als volgt bepaald: a. ls eerste komen in aanmerking woningzoekenden aan wie een herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt; b.als tweede komen in aanmerking woningzoekende vergunninghouders; c. als derde komen in aanmerking woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten; d. als vierde komen in aanmerking woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt; e.als vijfde komen in aanmerking woningzoekenden aan wie een noodurgentieverkla
Artikel 10b Urgentieverklaringen 1.Een corporatie kan een herstructureringsurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten en daar niet terugkeert. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een mantelzorgurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt,
Artikel 10 Urgentieverklaringen 1.
2.
Het college van burgemeester en wethouders kan een urgentieverklaring verstrekken aan personen die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten.
3.
Het college van burgemeester en wethouders kan een mantelzorgurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt, a. als de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft. b. waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag, c. waarbij sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg
4.
Het college van burgemeester en wethouders kan een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie: a. niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen, en b. niet door betrokkene zelf kan worden opgelost. c. zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze situatie langer dan 4 maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring.
a.waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag, b.waarbij sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg, en c.waarbij de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft. 3.Burgemeester en wethouders kunnen een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie: a.niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen, en b.niet door betrokkene zelf kan worden opgelost, en c.zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze langer dan vier maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van behandeling van de aanvraag om een noodurgentieverklaring.
Een corporatie kan een herstructureringsurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten en daar niet terugkeert. Deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken naar een woonruimte of door een corporatie te worden bemiddeld naar een woonruimte .
Delen van de tekst zijn duidelijker verwoord. Artikel 2 is toegevoegd. Verder overwegend hetzelfde gebleven.
4.Voor zover er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor het ontstaan of voortbestaan van de persoonlijke noodsituatie als bedoeld in het derde lid geldt dit tot een maximum van drie jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie.
5.
Voor zover er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor het ontstaan of voortbestaan van de persoonlijke noodsituatie als bedoeld in het vierde lid geldt dit tot een maximum van drie jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie.
5.Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken, indien de woningzoekende weigert een door een corporatie aan hem aangeboden woonruimte te aanvaarden.
6.
Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken, indien de woningzoekende weigert een door een corporatie aan hem aangeboden woonruimte te aanvaarden.
6.De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 1 en 3 zijn geldig voor het verkrijgen van woonruimten in de woningmarktregio.
7.
De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 zijn geldig voor het verkrijgen van woonruimten in de woningmarktregio.
8.
De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 2 , 3 en 4 hebben een geldigheidsduur van vier maanden. Deze geldigheidsduur kan worden verlengd met drie maanden.
9.
De urgentieverklaringen vervallen door het aanvaarden van een aangeboden woonruimte.
7.De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 2 en 3 hebben een geldigheidsduur van vier maanden. Deze geldigheidsduur kan worden verlengd met drie maanden. 8.De urgentieverklaringen vervallen door het aanvaarden van een aangeboden woonruimte. 9.Een woningzoekende die in het bezit is van een urgentieverklaring als bedoeld in de leden 2 en 3 reageert zelf op aangeboden woningen, tenzij bij de urgentieverlening anders is bepaald.
10. Een woningzoekende die in het bezit is van een urgentieverklaring als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 reageert zelf op aangeboden woningen, tenzij bij de urgentieverlening anders is bepaald.
10.Wanneer twee woningzoekenden met een urgentieverklaring reageren op dezelfde woning, dan gaat de houder van de urgentieverklaring met de oudste ingangsdatum voor. Wanneer twee woningzoekenden met een urgentieverklaring die op dezelfde datum is toegekend reageren op dezelfde woning, dan heeft degene met de langste meettijd voorrang. Artikel 11 Voorwaarden bij noodurgentieverklaring Artikel 18 Monitoring en verantwoording
Artikel 11 Voorwaarden bij noodurgentieverklaring Artikel 18 Monitoring en verantwoording
ongewijzigd ongewijzigd
Artikel 19 Bestuurlijke boete 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen voor overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, eerste en tweede lid van de wet. 2. De in het eerste lid bedoelde boete bedraagt € 415 voor overtreding van artikel 2, eerste lid, van deze verordening.
Artikel 19 Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikel 2, eerste lid van deze verordening, kan worden beboet met een bestuurlijke boete.
Artikel 20 Onvoorziene gevallen 1. In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders, waarbij zij zich uitsluitend zullen laten leiden door overwegingen betrekking hebbend op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte. 2. Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in deze verordening afwijken of afwijking daarvan toestaan ten behoeve van experimenten die in het belang zijn van de volkshuisvesting.
Artikel 20 Onvoorziene gevallen In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders, waarbij het zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking hebbend op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.
Lid 2 is verplaatst naar artikel 6 lid 10. Is ook geen onvoorzien geval.
Artikel 21 Overgangsrecht
Artikel 21 Overgangsrecht 3. Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze verordening, worden behandeld conform de gewijzigde verordening tenzij de aanvrager hiermee in een nadeligere positie komt. Artikel 22 Hardheidsclausule
Lid 3 is voor de duidelijkheid toegevoegd. Overigens ongewijzigd
Artikel 22 Hardheidsclausule
2.
Technische wijziging
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag zoals opgenomen in de tabel in bijlage 5 van deze verordening.
Tekst Lid 1 is ongewijzigd
Ongewijzigd