20230925-rv-flexwoningen-locatieonderzoek-achterse-weide-bijl-4-onderzoek-natuurwaarden
Tekst van het document
Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Oriënterend natuuronderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Inhoudsopgave
1
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Kader van het onderzoek .................................................................................... 5 1.2 Onderzoeksvragen .............................................................................................. 5 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................... 6
2
Planomschrijving ........................................................................................................... 7 2.1 Ligging van de onderzoekslocaties ..................................................................... 7 2.2 Beschrijving van de onderzoekslocaties ............................................................. 8 2.3 Voorgenomen ingreep ......................................................................................... 9
3
Toetsingskader en onderzoeksmethode ..................................................................... 10 3.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................ 10 3.1.1 Wettelijke gebiedsbescherming ........................................................... 10 3.1.2 Planologische gebiedsbescherming .................................................... 10 3.2 Soortenbescherming ......................................................................................... 11 3.2.1 Wettelijke soortenbescherming............................................................ 11 3.2.2 Rode lijst-soorten en biodiversiteit ....................................................... 12
4
Gebiedsbescherming .................................................................................................. 13 4.1 Wettelijke gebiedsbescherming ........................................................................ 13 4.1.1 Ligging ten opzichte Natura 2000-gebieden ........................................ 13 4.1.2 Kenschets Natura 2000-gebied Rijktakken ......................................... 13 4.1.3 Analyse en toetsing van mogelijke effecten ........................................ 13 4.2 Planologische gebiedsbescherming ................................................................. 15 4.2.1 Ligging ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland ............................ 15 4.2.2 Analyse en toetsing van mogelijke effecten ........................................ 15
5
Soortenbescherming ................................................................................................... 17 5.1 Wettelijke soortenbescherming ......................................................................... 17 5.1.1 Vaatplanten .......................................................................................... 17 5.1.2 Grondgebonden zoogdiersoorten ........................................................ 17 5.1.3 Vleermuizen ......................................................................................... 19 5.1.4 Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats ............................... 19 5.1.5 Algemene broedvogels ........................................................................ 20 5.1.6 Vissen .................................................................................................. 20 5.1.7 Amfibieën ............................................................................................. 20 5.1.8 Reptielen .............................................................................................. 21 5.1.9 Ongewervelde diersoorten ................................................................... 21 5.1.10 Resumé per onderzoekslocatie ........................................................... 22 5.2 Rode lijst-soorten en biodiversiteit .................................................................... 22
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
3/26
6
Conclusies ................................................................................................................... 23 6.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................ 23 6.1.1 Wettelijke gebiedsbescherming ........................................................... 23 6.1.2 Planologische gebiedsbescherming .................................................... 23 6.2 Soortenbescherming ......................................................................................... 23 6.2.1 Wettelijke gebiedsbescherming ........................................................... 23 6.2.2 Rode lijst-soorten en biodiversiteit ....................................................... 25
Referenties ............................................................................................................................. 26
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
4/26
1
Inleiding
Gemeente Westervoort is voornemens om te komen tot een woningbouwontwikkeling, het zogenoemde ‘flexwonen’. Op dit moment is de gemeente bezig met een verkenning van geschikte locaties binnen de gemeentelijke grenzen. Binnen de gemeente zijn potentieel twee locaties aangewezen, waarop mogelijk deze woningen gerealiseerd zullen worden. Wanneer ingrepen negatieve effecten kunnen hebben op beschermde plant- of diersoorten of beschermde gebieden, dient dit te worden getoetst aan de weten regelgeving voor natuur. Om een beeld te kunnen vormen van de mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten hierop is voorliggend verkennend natuuronderzoek uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. (hierna: Sweco).
1.1
Kader van het onderzoek
Het verkennend onderzoek is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten van het plan op de beschermde natuurwaarden (gebieden en soorten) in en om het plangebied. Het project is getoetst aan de volgende weten regelgeving voor natuur. •
•
Wet natuurbescherming (Wnb): •
Gebiedsbescherming.
•
Soortenbescherming.
Provinciaal beleid: •
Natuurnetwerk Nederland (NNN).
•
Groene ontwikkelzones (GO).
•
Plaatselijke bomenverordening.
Toetsing heeft plaatsgevonden op de beschermde Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en op de natuurbeleidskaders (het NNN en de GO). Omdat voor het voornemen geen bomen gekapt worden en/of alle locaties binnen de bebouwde kom Boswet gelegen zijn, is niet aan het onderdeel Houtopstanden van de Wnb getoetst, wel is gekeken of er nog aanvullende voorwaarden vanuit gemeentelijk beleid van toepassing is. In het rapport zijn de mogelijke vervolgstappen besproken die eventueel moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldbezoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Hiermee wordt inzicht verkregen in de te noodzakelijke vervolgstappen als voor een van de locaties gekozen wordt.
1.2
Onderzoeksvragen
Woningbouw kan gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende beschermde flora en fauna. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. De onderzoeksvragen van voorliggend verkennend natuuronderzoek zijn als volgt: •
Welke beschermde gebieden en/of soorten zijn binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig of op basis van de aanwezige biotopen niet uit te sluiten?
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
5/26
•
Is aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk om te kunnen vaststellen of beschermde soorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig zijn? Zo ja voor welke soorten?
•
Welke effecten ondervinden de aanwezige en te verwachten beschermde gebieden en/of soorten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep, betreft het hier negatieve effecten die leiden tot overtreding van verbodsbepalingen?
•
Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten en daarmee overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen?
•
Welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te mitigeren of te compenseren?
•
Is een vergunning en/of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?
•
Zijn er andere natuurwaarden aanwezig waar rekening mee gehouden moet worden?
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 zijn de onderzoekslocaties binnen Gemeente Westervoort beschreven. In hoofdstuk 3 is toetsingskader en de onderzoeksmethodiek beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de bevindingen ten aanzien van de wettelijke en planologische gebiedsbescherming opgenomen, in hoofdstuk 5 is dat gedaan voor de bevindingen van de wettelijke soortenbescherming en Rode lijstsoorten en biodiversiteit. De conclusies zijn tot slot in hoofdstuk 6 beschreven.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
6/26
2
Planomschrijving
In het voorliggende hoofdstuk is de ligging en begrenzing van de onderzoekslocaties beschreven. Er is daarnaast per onderzoekslocatie beschreven van de huidige situatie en gebruik is.
2.1
Ligging van de onderzoekslocaties
Voor het plan zijn een aantal onderzoekslocaties door de Gemeente Westervoort geselecteerd. Alle locaties liggen binnen de Gemeente Westervoort, in provincie Gelderland. De ligging en begrenzing van de onderzoekslocaties zijn weergegeven in de onderstaande afbeelding (Figuur 2-1) en betreffen de volgende twee locaties: 1. Achterste Weide 2. Klapstraat
Figuur 2-1: Overzicht van de ligging en begrenzing van de twee onderzoekslocaties in en rondom Gemeente Westervoort, provincie Gelderland: 1) Achterste Weide en 2) Klapstraat.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
7/26
2.2
Beschrijving van de onderzoekslocaties
Er zijn in de Gemeente Westervoort twee onderzoekslocaties geselecteerd waar mogelijk woningbouw zal plaatsvinden. De onderzoekslocaties zijn onderstaande beschreven: Deelgebied 1: Achterse Weide De onderzoekslocatie is gelegen aan de Achterse Weide te Westervoort, ten zuidoosten van de woonkern van Gemeente Westervoort. In het noorden is een particuliere woning met achtertuin gelegen aan de Die Denweide 5 te Westervoort. In het oosten en zuiden zijn open gebieden van het buitengebied van Gemeente Duiven gelegen en ten westen van het deelgebied zijn verschillende woonhuizen en tuinen van de woonwijk gelegen (locatie 1 in Figuur 2-1). Het plangebied zelf bestaat uit een open grasweide, waaromheen een hekwerk aanwezig is. In het plangebied zelf zijn geen bijzondere vegetatiestructuren of ander opgaand groen aanwezig. Aan de westzijde van het terrein is een struiklaag aanwezig langs dit hekwerk. Ten zuiden van het deelgebied staan twee lindebomen, en is er een watergang met parallel daaraan lopende een fietspad aanwezig. De onderstaande afbeeldingen een impressie van het onderzoeksgebied ten tijde van het veldbezoek aan het terrein (Figuur 2-2).
Figuur 2-2: Impressie van het plangebied gelegen aan de Achterse Weide te Westervoort, met van links naar rechts en van boven naar beneden: i) beeld van het plangebied vanuit de zuidelijke zijde, richting de sportvelden, ii) eveneens het beeld van het plangebied vanaf de zuidelijke zijde, iii) beeld van het plangebied vanaf de oostelijke zijde, kijkende richting de woningen aan de Achterse Weide en iv) beeld van de twee lindes, en zuidelijk gelegen watergang met knotwilgen en fietspad.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
8/26
Deelgebied 2: Klapstraat De onderzoekslocatie is gelegen ten westen van de Klapstraat, aan de Rijndijk, ten noordoosten van de woonkern van Gemeente Westervoort. In het oosten zijn particuliere woningen met achtertuinen Ten westen van het deelgebied is een open agrarisch akkerland gelegen (locatie 2 in Figuur 2-1). Het plangebied zelf bestaat uit een parkachtige omgeving, met daarin onder andere een hondenuitlaatveld en een veldje met twee doelen om te voetballen. Er zijn veel opgaande bomen en struiken aanwezig. De afbeeldingen op de volgende pagina geven een impressie van het onderzoeksgebied ten tijde van het veldbezoek aan het terrein (Figuur 2-3).
Figuur 2-3: Impressie van het plangebied gelegen aan de Klapstraat te Westervoort, met van links naar rechts en van boven naar beneden: i) impressie hondenuitlaatveld, omzoomd door opgaande structuren, ii) beeld van het (voetbal)veldje in het plangebied, iii) beeld van het zuidelijke deel van plangebied en iv) beeld van het aanwezig groen en wandelpad in het deelgebied.
2.3
Voorgenomen ingreep
Gemeente Westervoort is voornemens om te komen tot een woningbouw, het zogenoemde ‘flexwonen’. De gemeente wil hiermee in de vraag voor extra woonruimte voldoen door nieuwe (tijdelijke) woningen te realiseren met inbreiding in bestaande wijken en door uitbreiding. De ambitie van de gemeente is om een aantal flexwoningen te realiseren, mogelijk op één van de twee onderzoekslocaties. De planning en de duur van de werkzaamheden om deze woningen te realiseren is nog niet bekend. Indien mogelijk wordt de bouw nog in het najaar van 2023 opgestart dan wel gerealiseerd, de termijn dat de woningen beschikbaar blijven is niet bekend.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
9/26
3
Toetsingskader en onderzoeksmethode
3.1
Gebiedsbescherming
3.1.1
Wettelijke gebiedsbescherming
De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitattypen binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd vanuit een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In het aanwijzingsbesluit van LNV is aangegeven welke natuurwaarden kwalificerend zijn op grond van de Habitatrichtlijn en/of Vogelrichtlijn. Hierin zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitattypen en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitattypen en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- en/of verbeterdoelstellingen voor habitattypen en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. In dit verkennend natuuronderzoek is getoetst of de plannen negatieve gevolgen kunnen hebben voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten of habitattypen voor de het betreffende Natura 2000gebieden. De toetsing van de mogelijke effecten is uitgevoerd aan de hand van de effectenindicator van het Ministerie van Economische Zaken. In de effectenindicator zijn de meest voorkomende storende factoren met betrekking tot Natura 2000-gebieden in het kader van diverse werkzaamheden beschreven.
Wanneer effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten, zijn de te nemen vervolgstappen beschreven. Bij de toetsing is gekeken naar de Natura 2000-gebieden tot op 25 km afstand van het plangebied. Dit is ruim voldoende om effecten door eventuele externe werking te voldoende mee te nemen. Enkel effecten door stikstofdepositie kunnen verder reiken. De ligging van Natura 2000-gebied is in beeld gebracht middels de Natura 2000-gebiedenkaart van PDOK, beschikbaar via het Nationaal Georegister.
3.1.2
Planologische gebiedsbescherming
Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd bestaat uit het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels omtrent ruimtelijke kwaliteit waarvan gebieden met natuurwaarden een onderdeel zijn, is in de provincie Gelderland vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. De provincie Gelderland heeft beleid ten aanzien van gebieden met natuurwaarden, namelijk voor het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelzones (GO). Het GNN bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens zoekgebied voor te realiseren nieuwe natuur. Het actualisatieplan is door Provinciale Staten op 21 december 2022 vastgesteld, datum inwerkingtreding is 14 januari 2023. De GO zijn gebieden met andere functies dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met de natuur van het GNN en daar functioneel mee samenhangen. Het beleid in de GO is gericht op versterking van die samenhang.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
10/26
Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van het GNN en de GO in de omgeving van de onderzoekslocaties en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’. Dit gedaan door het raadplegen van de Kaart met Gelderse natuurgebieden. De provincie Gelderland vindt het verder van belang dat rustgebieden voor winterganzen geschikt blijven voor ganzen. De provincie stuurt daarom op het behoud van de openheid en de rust in deze gebieden. Ook zijn weidevogelgebieden aangewezen. De provincie wil hier een landbouwpraktijk stimuleren en in stand houden die rekening houdt met weidevogels. Beschermde weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden liggen voornamelijk in de GO en voor het overige deel in het GNN. Gemeente Westervoort is verantwoordelijk voor haar bomen. Regelmatig onderzoek zorgt ervoor dat de conditie van bomen bekend is en gevaarlijke situaties zo veel mogelijk worden voorkomen. In Westervoort staan op terreinen van inwoners en bedrijven veel bomen die bijdragen aan een groen uiterlijk van het dorp. En met hun schaduw en bladmassa dragen ze bij aan het tegengaan van hittestress, Co2 reductie en biodiversiteit. Kappen van bomen op eigen terrein mag onder bepaalde voorwaarden. Op de ‘Groene kaart’ staat aangegeven voor welke bomen een kapvergunning nodig is.
Ondank dat het uitgangspunt is dat er geen bomen gekapt worden, is geraadpleegd of er bomen in het plangebied aanwezig zijn, waarvoor een kapvergunning vereist is.
3.2
Soortenbescherming
3.2.1
Wettelijke soortenbescherming
Soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Beschermde soorten in Nederland zijn in te delen in drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en Andere beschermde soorten (artikel 3.10). Het is verboden soorten van de eerste twee categorieën te vangen, doden, verstoren of hun vaste rust- en verblijfplaatsen aan te tasten. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op soorten uit de derde categorie. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Het actueel en potentieel voorkomen van beschermde soorten in het plangebied is onderzocht middels een bronnenonderzoek en een oriënterend veldbezoek. Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in de plangebieden en omgeving. Hiervoor zijn onder andere landelijke (digitale) verspreidingsatlassen (waaronder de NDFF-Verspreidingsatlas), regionale verspreidingsatlassen en, wanneer beschikbaar, voorgaande onderzoeken geraadpleegd. Ook is data direct uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt van de afgelopen vijf jaar. Dit is voor zowel de Gemeente Westervoort als geheel, als voor de verschillende onderzoekslocaties separaat, geraadpleegd.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
11/26
Het oriënterende veldbezoek heeft als doel na te gaan welke ecotopen in de onderzoeksgebieden aanwezig zijn, en of er soorten of sporen van soorten waar te nemen zijn. Deze beoordeling brengt samen met het bronnenonderzoek de beschermde soorten(groepen) in beeld die in de plangebieden (kunnen) voorkomen. Het veldbezoek is door één persoon uitgevoerd en heeft plaats gevonden op 21 mei 2023 door een deskundig ecoloog van Sweco. Gedurende het veldbezoek was het zonnig, droog en circa 23 graden Celsius met weinig wind. Hierbij zijn de onderzoekslocaties allemaal bezocht, waarbij tussen de bezoeken door per auto is verplaats. Op basis van het bronnenonderzoek en de habitatgeschiktheidsbeoordeling is een inschatting gemaakt in hoeverre de te verwachten soort(groepen)en en/of het geschikte biotoop beïnvloed wordt of kunnen worden door de voorgenomen activiteit. Dit is met oog op de beoogde ontwikkeling van één van de onderzoekslocaties, per locatie uitgewerkt voor alle soortgroepen. Hieruit is duidelijk geworden voor welke soort(groepen) nader (veld)onderzoek en eventueel het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wnb aan de orde is.
3.2.2
Rode lijst-soorten en biodiversiteit
De Rode lijsten flora en fauna omvatten verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige planten en dieren in Nederland en zijn verdeeld over achttien soortgroepen. Zo bestaan er aparte lijsten voor bijvoorbeeld zoogdieren, vogels, bijen en vlinders. De Rode lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De Minister bevordert onderzoek en werkzaamheden nodig voor bescherming en beheer. Rode lijsten hebben geen juridische status. Biodiversiteit is een onlosmakelijk onderdeel van een duurzame gebiedsontwikkeling. Het is essentieel voor een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. Bij elke ruimtelijk ontwikkeling zijn er mogelijkheden om natuurinclusief te ontwerpen, bouwen en handelen om zo de biodiversiteit te stimuleren. De biodiversiteit van soorten gaat in Nederland al jarenlang achteruit, het is daarom van groot belang hier goed mee om te gaan. Om na te gaan welke Rode lijst-soorten en andere (niet-beschermde) soorten voorkomen in de onderzoekslocaties is de NDFF geraadpleegd voor deze soorten. Daarnaast is een potentie inschatting gedaan op basis van expert judgement. Tot slot is bekeken op welke locatie te behouden of te versterken natuurwaarden aanwezig zijn. Hierover is een vrijblijvend advies opgenomen.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
12/26
4
Gebiedsbescherming
In onderstaande paragrafen zijn de bevindingen van het onderzoek in het kader van de wettelijke en de planologische gebiedsbescherming beschreven. De resultaten zijn voor de verschillende onderzoekslocaties weinig onderscheidend en zijn daarom voor alle locaties in tezamen weergegeven.
4.1
Wettelijke gebiedsbescherming
4.1.1
Ligging ten opzichte Natura 2000-gebieden
Rondom Westervoort is een Natura 2000-gebied gelegen. Het betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit gebied bevindt zich op circa 1,6 kilometer afstand van de gemeentelijke grens ten zuiden van Westervoort (nabij Loo, een dorp in de Gelderse Liemers behorende bij de Gemeente Westervoort). Het noordwesten van Gemeente Westervoort, nabij de A12, grenst aan het Natura 2000-gebied. In de onderstaande afbeelding zijn de afstanden van de meest dichtbijgelegen onderzoekslocaties tot het Natura 2000-gebied Rijktakken weergegeven (Figuur 4-1). Deelgebied 2 (Klapstraat) is het dichtst bijgelegen, op circa 0,4 kilometer afstand en deelgebied 1 (Achterse Weide) ligt op een afstand van circa 1,6 kilometer afstand tot het Natura 2000-gebied.
4.1.2
Kenschets Natura 2000-gebied Rijktakken
Het Natura 2000-gebied Rijntakken is een groot gebied dat in drie provincies gelegen is, namelijk in Utrecht, Gelderland en Overijssel, en omvat vier deelgebieden, namelijk de Uiterwaarden IJssel, de Uiterwaarden Neder-Rijn, de Gelderse Poort en de Waal. Het Natura 2000-gebied is zowel als Habitatrichtlijngebied als Vogelrichtlijngebied aangewezen. Het deelgebied Uiterwaarden IJssel, welk nabij Gemeente Westervoort gelegen is, omvat het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. De IJssel is een zijtak van de Rijn en loopt van Arnhem tot aan het IJsselmeer. De doelstellingen van de Rijntakken zijn het behouden of vergroten van de oppervlakten en kwaliteit van de habitattypen en leefgebieden van Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Het gebied is aangewezen voor 14 (sub)habitattypen, 12 habitatsoorten (waarvan één soort ‘in aanmelding’), 12 broedvogelsoorten en 26 niet-broedvogelsoorten.
4.1.3
Analyse en toetsing van mogelijke effecten
De onderzoekslocaties liggen op enige afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Directe effecten waarbij het Natura 2000-gebied fysiek aantast wordt zoals bij versnippering, kunnen op voorhand worden uitgesloten. De indirecte effecten zoals verdroging, vernatting, trillingen en optische-, geluidsen lichteffecten reiken maximaal enkele honderden meters ver en kunnen op basis van de afstand ook worden uitgesloten. Stikstofemissie kan mogelijk optreden tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze emissies kunnen zich verplaatsen over grote afstanden en zodoende resulteren in stikstofdeposities in Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
13/26
Een AERIUS-berekening is nodig om uitsluitsel te geven over een eventuele toe- of afname aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase. Op basis van de resultaten van de AERIUS-berekening wordt bepaald of aanvullend onderzoek naar de effecten van stikstofdepositie in de vorm van een ecologische of passende beoordeling benodigd is, of dat het project zonder aanvullend onderzoek doorgang kan vinden.
Figuur 4-1: Weergave van de ligging van de verschillende onderzoekslocaties in Gemeente Westervoort, waarbij de afstand va de deelgebieden tot het Natura 2000-gebied Rijntakken is weergegeven (blauwgroen gearceerd).
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
14/26
4.2
Planologische gebiedsbescherming
4.2.1
Ligging ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland
Rondom de onderzoekslocaties in Gemeente Westervoort bevinden zich een aantal planologisch beschermde gebieden. Rondom de gemeente zijn enkele gebieden aangewezen onder het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De begrenzing van het GNN overlapt met de begrenzing voor het wettelijke beschermde Natura 2000-gebied Rijntakken (Figuur 4-2, boven). De onderzoekslocaties liggen daarnaast niet in de buurt van de Groene ontwikkelingszone of van andere planologische beschermde gebieden zoals weidevogel- of ganzenrustgebieden (Figuur 4-2, onder).
4.2.2
Analyse en toetsing van mogelijke effecten
Er zijn nabij de onderzoekslocaties geen planologisch beschermde gebieden gelegen. Omdat de onderzoekslocaties buiten het GNN en andere planologisch beschermde gebieden liggen, en omdat externe werking uit te sluiten is, heeft het voornemen geen effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. Er is geen noodzaak tot het nemen van vervolgstappen.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
15/26
Figuur 4-2: Weergave van de ligging van de onderzoekslocaties in Gemeente Westervoort, en nabijgelegen gebieden aangewezen als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk (figuur boven, groen gearceerd), de Groene ontwikkelingszone (schuin gearceerd), weidevogelgebied (figuur onder, blauwgroen gearceerd) en ganzenrustgebieden (figuur onder, lichtgroen gearceerd).
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
16/26
5
Soortenbescherming
In de onderstaande paragrafen zijn de actueel en mogelijk voorkomende soorten per soortgroep beschreven. De voorgenomen ruimtelijke ingreep kan effecten hebben op aanwezige beschermde soorten, hiervoor is een effectbeoordeling gedaan. Waar relevant is onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderzoekslocaties in Gemeente Westervoort. Indien negatieve effecten aan de orde zijn, zowel op korte (tijdens de uitvoering) als op de lange termijn (na de uitvoering) zijn deze in dit hoofdstuk beschreven, als ook de te nemen vervolgstappen.
5.1
Wettelijke soortenbescherming
5.1.1
Vaatplanten
Uit de bureaustudie en de analyse van de verspreidingsgegevens is gebleken dat één waarneming van kartuizer anjer in Gemeente Westervoort bekend is, op ruime afstand van de onderzoekslocaties. De kartuizer anjer komt voor op zonnige plaatsen met een droge, matig voedselarme en vaak kalkhoudende grond, zoals zand mergel en stenige plaatsen. Groeiplaatsen kunnen gevonden worden op schraal grasland, kalkgrasland, bermen en rotsachtige plaatsen. De kartuizer anjer wordt ook als tuinplant verkocht, mogelijk betreft de waarneming een aangeplante kartuizer anjer. Tijdens het veldbezoek zijn in geen van de onderzoekslocaties of in de directe omgeving groeiplaatsen van beschermde vaatplanten of potenties daarvoor aangetroffen. Geschikte groeiplaatsen ontbreken in en rondom de onderzoekslocaties gezien de voedselrijkdom en gebruik van de onderzoekslocaties. Voor geen van de onderzoekslocaties is het te verwachten dat er beschermde vaatplanten aanwezig zijn. Hierdoor is het uitgesloten dat de voorgenomen ingreep op één van deze onderzoekslocaties leidt tot overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde vaatplanten. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
5.1.2
Grondgebonden zoogdiersoorten
In de Gemeente Westervoort zijn meerdere waarnemingen bekend van grondgebonden zoogdiersoorten. Uit de bureaustudie en de analyse van de verspreidingsgegevens is gebleken dat het voorkomen van de volgende soorten bekend is: otter, eekhoorn, bunzing, steenmarter, bosmuis, egel, haas, konijn, veldmuis, vos en woelmuis. Tijdens het veldwerk zijn geen waarnemingen gedaan of (vaste) voortplantings- of verblijfplaatsen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren. Deelgebied 1: Achterse Weide De onderzoekslocatie aan de Achterse Weide heeft geen waarde voor beschermde niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten. Er zijn hier geen geschikte structuren aanwezige waaronder of waarin deze soorten een vaste rust- en/of verblijfplaats kunnen hebben. Het deelgebied kan onderdeel zijn van een groter leefgebied van algemene vrijgestelde zoogdiersoorten, zoals muizen en/of egels. Ook hiervoor geldt dat er geen vaste verblijfplaatsen verwacht worden. Er zijn geen effecten vanuit het voornemen te verwachten ten aanzien van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
17/26
Deelgebied 2: Klapstraat De onderzoekslocatie aan de Klapstraat heeft mogelijk wel waarde voor verschillende beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF komen de bever, boommarter, bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, otter, steenmarter en wezel in de omgeving van het plangebied voor. Voor de bever, das en otter is in het plangebied niet geschikte omdat onvoldoende beschutting en oppervlaktewater aanwezig is, waardoor geen geschikt habitat voor deze soorten aanwezig is. De aanwezigheid hiervan kan wordt redelijkerwijs uitgesloten. De bomen in het plangebied zijn verder gecontroleerd op sporen van gebruik door de boommarter en eekhoorn. Dit is niet aangetroffen, maar er is veel blad aanwezig, waardoor verblijfplaatsen of -mogelijkheden niet uitgesloten kunnen worden. Hierdoor zijn effecten niet op voorhand uit te sluiten en dient een nader onderzoek naar het mogelijke voorkomen plaats te vinden. Dit kan door in de zomer gebruik te maken van wildcamera’s, aanvullend dient in de winterperiode (wanneer het blad van de bomen is) een aanvullend terreinbezoek te worden gebracht om na te beoordelen of er potentieel geschikte nestlocaties of -holtes aanwezig zijn in de bomen. Afhankelijk van de bevindingen van dit nadere onderzoek, kan een effectbepaling worden gedaan en zal duidelijk worden of een ontheffing benodigd is.
De steenmarter heeft verschillende verblijfplaatsen in zijn territorium die voornamelijk bestaan uit hooizolder, weinig gebruikte opslagruimtes of schuren. In het plangebied zijn geen schuren, kelders of zolders aanwezig zijn die toegankelijk zijn voor de steenmarter. Het is daarom redelijkerwijs uit te sluiten dat in het plangebied essentiële kenmerken voor de steenmarter aanwezig zijn. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) hebben hun habitat voornamelijk in kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom direct langs een doorgaande weg op de dijk. Het kan niet worden uitgesloten dat in de parkachtige omgeving kleine marterachtigen voorkomen en/of een verblijfplaats hebben. Afhankelijk van de toekomstige inrichting van deze locatie, kan het voornemen leiden tot negatieve effecten op deze soort, bijvoorbeeld als dit leidt tot verstoring en versnippering. Indien dit onvoldoende uit te sluiten is (door bijvoorbeeld het in standhouden van de verbinding van de onderzoekslocatie met de omliggende omgeving), dient op deze locatie een nader onderzoek naar de aan- of afwezigheid van kleine marterachtigen plaats te vinden. Dit onderzoek vindt regulier plaats met inzet van wildcamera’s.
Afhankelijk van de bevindingen van dit nadere onderzoek, kan een effectbepaling worden gedaan en zal duidelijk worden of een ontheffing aan de orde is. Voor de andere grondgebonden zoogdiersoorten, bosmuis, egel, haas, konijn, veldmuis, vos en woelmuis geldt dat zij in en in de omgeving rondom de onderzoekslocatie kunnen voorkomen, waarbij de locatie zelf onderdeel is van een groter leefgebied. Algemene grondgebonden zoogdieren ondervinden een tijdelijk negatief effect van de werkzaamheden door verstoring van hun leefgebied. In de directe omgeving kan voldoende alternatief leefgebied gevonden worden. Het optreden van negatieve effecten op de staat van instandhouding van deze soorten wordt daarom uitgesloten. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet aan de orde.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
18/26
Omdat deze soorten zijn opgenomen op de provinciale vrijstellingslijst, is voor eventueel optredende effecten het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel moeten afdoende maatregelen genomen worden om optredende effecten te verzachten.
5.1.3
Vleermuizen
Uit de NDFF zijn waarnemingen van gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger in Gemeente Westervoort bekend. Op basis van de algemene verspreidingsgegevens kunnen ook soorten als laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis worden verwacht. Vaste rust- en voorplantingsplaatsen van vleermuizen zijn op basis van de keuze in verblijfplaatsen globaal in twee soorten te verdelen: soorten die hun verblijfplaats in gebouwen hebben en vleermuizen die hun verblijfplaats in bomen hebben. In geen van de onderzoekslocaties zijn te slopen bebouwingen aanwezig die in potentie geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen, daarnaast zijn er geen te kappen bomen aanwezig. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen op voorhand uit te sluiten. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Naast verblijfplaatsen zijn ook foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van een lokale populatie. Vliegroutes zijn nodig voor vleermuizen om zich te kunnen verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied en terug.
Verschillende soorten vleermuizen (zoals de ruige en gewone dwergvleermuis, watervleermuis en meervleermuis) maken gebruik van lijnvormige elementen, zoals bomenrijen, watergangen en houtwallen, om te navigeren en ter beschutting tegen wind. Routes die regelmatig en door meerdere individuen gebruikt worden, noemen we een vaste vliegroute. Omdat voor het voornemen op geen van de locaties sprake is van potentieel essentieel foerageergebied en/of een aantasting van lijnvormige structuren (door bijvoorbeeld kap van bomen), worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het voornemen op essentieel foerageergebied of op een vaste vliegroute van vleermuizen. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Bovenstaande beoordeling houdt alleen stand als er dus geen bomen worden verwijderd in deelgebied 2 (Klapstraat).
5.1.4
Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats
Vogels met jaarrond beschermde nesten zijn ingedeeld in 5 categorieën, waarbij de nesten van soorten van categorie 1 tot en met 4 in principe altijd jaarrond beschermd zijn. Categorie 5-soorten hebben enkel een jaarrond beschermd nest wanneer er een zwaarwegend ecologisch belang is om het nest wel jaarrond te beschermen. Vanuit de geraadpleegde literatuur zijn vele waarnemingen bekend van vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is in Gemeente Westervoort. Het betreft soorten welke in of op gebouwen broeden zoals gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil. Daarnaast betreft het soorten die in bomen broeden zoals boomvalk, buizerd, havik, roek en sperwer. Er zijn tijdens het veldbezoek geen vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is waargenomen.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
19/26
Het voornemen heeft op geen van de onderzoekslocaties een direct of indirect effect op gebouwen of bomen waarin een jaarrond beschermde nestplaats vermoed kan worden, met uitzondering van de deelgebied 2 (Klapstraat). Hier kan niet worden uitgesloten dat op één of meerdere locaties in de bomen rondom het plangebied nesten in de bomen aanwezig zijn. Hierdoor zijn effecten niet op voorhand uit te sluiten en dient een nader onderzoek naar het mogelijke voorkomen plaats te vinden. Dit kan door in de winterperiode (wanneer het blad van de bomen is) een aanvullend terreinbezoek te worden gebracht om na te beoordelen of er potentieel geschikte nesten aanwezig zijn. Afhankelijk van de bevindingen van dit nadere onderzoek, kan een effectbepaling worden gedaan en zal duidelijk worden of een ontheffing benodigd is. Indien dit een nest van een soort is waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, en dit nest verstoord of vernietigd wordt moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang voor de ontwikkeling. Dit is mogelijk niet van toepassing voor het voornemen, waardoor wordt geadviseerd af te wegen of de ontwikkeling op deze locatie echt noodzakelijk is en met in de wet opgenomen belang onderbouwd kan worden.
5.1.5
Algemene broedvogels
Algemene broedvogels zijn soorten die voldoende flexibiliteit hebben in het kiezen van hun nestplaats. Onder deze categorie vogels vallen veel verschillende soorten, zoals: merel, wilde eend en de kievit. Het is mogelijk dat verschillende algemene broedvogels in en met name rondom de onderzoekslocaties voorkomen en tot broeden komen. Zij kunnen dat doen in de omliggende opgaande structuren rondom de locaties, en in boomlanen en (achter)tuinen en andere groene delen. Tijdens het veldbezoek zijn meerdere algemene broedvogels waargenomen. Alle in Nederland broedende vogels zijn tijdens het broeden en tijdens het maken van nesten beschermd. Ten tijde van de werkzaamheden is het projectgebied tijdelijk niet tot minder geschikt als leefgebied voor verschillende broedvogels. Indien de werkzaamheden plaatsvinden gedurende het kwetsbare voortplantingsseizoen moeten voorzorgsmaatregelen genomen worden om negatieve effecten op broedende vogels te voorkomen.
5.1.6
Vissen
In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen in en in de omgeving van de projectlocatie. Daarnaast worden op basis van het aanwezige habitat geen beschermde vissen verwacht binnen de invloedsfeer van het voornemen. Hierdoor is het uitgesloten dat sprake is van het optreden van negatieve effecten ten aanzien van beschermde vissoorten. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
5.1.7
Amfibieën
Uit de bureaustudie en de analyse van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat poelkikker, rugstreeppad, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander bekend zijn in Gemeente Westervoort. Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
20/26
De poelkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Vanwege het ontbreken van geschikte oppervlaktewateren en structuren is voor geen van de onderzoekslocaties te verwachten dat deze soort er voorkomt. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. De rugstreeppad is een typische pioniersoort. De rugstreeppad is vooral een soort van terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Vaak is er een goed vergraafbare bodem aanwezig en is er bouwmateriaal om onder te schuilen. Geen van de onderzoekslocaties is onderdeel van een essentieel land- of voortplantingshabitat van de rugstreeppad. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Het voorkomen van algemene amfibieën zoals bruine kikker en gewone pad in en rondom de onderzoekslocaties is voor alle locaties mogelijk. Deze soorten stellen weinig eisen aan hun leefgebied en kunnen daarom verwacht worden.
Het is echter niet te verwachten dat de onderzoekslocaties onderdeel uitmaken van een essentieel leefgebied van deze soorten. In de directe omgeving kan voldoende alternatief leefgebied gevonden worden. Omdat deze soorten zijn opgenomen op de provinciale vrijstellingslijst, is voor eventueel optredende effecten het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel moeten afdoende maatregelen genomen worden om optredende effecten te verzachten.
5.1.8
Reptielen
Er zijn geen waarnemingen bekend van reptielsoorten in Gemeente Westervoort. Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen of broeihopen aangetroffen. Geen van de onderzoekslocaties maakt onderdeel uit van het leefgebied van reptielen. Op basis van deze gegevens worden geen negatieve effecten vanuit het voornemen op reptielen verwacht. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
5.1.9
Ongewervelde diersoorten
In de omgeving van de onderzoekslocaties zijn in Gemeente Westervoort beschermde ongewervelde diersoorten bekend. Het betreft teunisbloempijlstaart, grote vos en sleedoornpage. Beschermde ongewervelden eisen een zeer specifiek habitat, zoals specifieke waardplanten of -bomen. Geschikte waardplanten en -bomen (zoals bijvoorbeeld iep, sleedoorn of gentiaan) komen niet voor binnen de onderzoekslocaties. Er is bovendien geen geschikt water aanwezig in of in de directe omgeving rondom het gebied, waardoor ook voor beschermde libellen en weekdieren essentieel leefgebied uitgesloten kunnen worden. Het optreden van negatieve effecten ten aanzien van beschermde ongewervelde diersoorten vanuit het voornemen wordt niet verwacht. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
21/26
5.1.10 Resumé per onderzoekslocatie In het overzicht op de volgende pagina zijn de bevindingen en vervolgstappen per onderzoekslocatie samenvattend weergegeven (Tabel 5-1). Hierin zijn beknopt de bijzonderheden en de te nemen vervolgstappen per locatie opgenomen. Tabel 5-1: samenvatting van bijzonderheden en de te nemen vervolgstappen per onderzoekslocatie te Gemeente Westervoort.
Bijzonderheden
Vervolgstappen
Achterse Weide
Deze onderzoekslocatie maakt onderdeel uit van het grotere leefgebied van verschillende soorten, er zijn geen negatieve effecten ten aanzien van beschermde, niet vrijgestelde, soorten te verwachten
Er is voor de ontwikkeling van deze onderzoekslocaties geen nader onderzoek en/of ontheffing vereist, eventueel aanwezige algemene niet beschermde of vrijgestelde diersoorten moeten de gelegenheid krijgen de locatie te ontvluchten
Klapstraat
De onderzoekslocatie kan onderdeel zijn van het leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, daarnaast kan rondom en met name in de bomen direct in het deelgebied jaarrond beschermde nesten van vogels niet worden uitgesloten
Er is voor de ontwikkeling van deze onderzoekslocatie nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is, afhankelijk van de bevindingen van dit nadere onderzoek, kan een effectbepaling worden gedaan en zal duidelijk worden of een ontheffing benodigd is
5.2
Daarnaast is onderzoek naar het voorkomen van verschillende beschermde grondgebonden zoogdieren noodzakelijk om de waarde van het plangebied voor deze soorten vast te stellen
Rode lijst-soorten en biodiversiteit
Uit de geraadpleegde gegevens is het voorkomen van verschillende Rode lijstsoorten in de Gemeente Westervoort bekend. Het betreft een groot aantal soorten. Er is voor de Rode lijst-soorten gekeken naar de soortgroepen libellen, kevers, bijen en vlinders (mits niet beschermd onder de Wnb). Er kunnen vaak simpele maatregelen genomen worden ter behoud of versterking van de (lokale) biodiversiteit. De onderzoekslocaties zijn over het algemeen intensief in gebruik als akker- of grasland, of zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Er is op geen van de locaties sprake van een hoge biodiversiteit in de huidige situatie. Voor alle locaties geldt dat het groen inpassen van de ontwikkeling leidt tot een verbetering ten aanzien van de biodiversiteit op deze locaties. Deze maatregelen zijn simpel en kosten weinig extra, zowel voor de aanleg als het beheer ervan, en creëert een waardevolle plus voor de biodiversiteit.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
22/26
6
Conclusies
6.1
Gebiedsbescherming
6.1.1
Wettelijke gebiedsbescherming
Uit de analyse blijkt dat er mogelijk een toename aan stikstofdepositie kan optreden tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het voornemen. Directe (fysieke aantasting) en indirecte (verdroging, vernatting, trillingen en optische-, geluids- en lichteffecten) effecten worden op basis van de afstand op voorhand uitgesloten. Een AERIUS-berekening is nodig om uitsluitsel te geven over een eventuele toe- of afname aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase. •
6.1.2
Op basis van de resultaten van de AERIUS-berekening kan worden bepaald of aanvullend onderzoek naar de effecten van stikstofdepositie in de vorm van een ecologische of passende beoordeling benodigd is, of dat het project zonder aanvullend onderzoek en/of vergunning doorgang kan vinden.
Planologische gebiedsbescherming
Omdat de onderzoekslocaties buiten het GNN en andere planologisch beschermde gebieden liggen, heeft het voornemen geen effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN en de Groene ontwikkelingszone of van andere planologische beschermde gebieden zoals weidevogel- of ganzenrustgebieden. Er zijn geen bomen opgenomen op de gemeentelijke groene kaart, waarvoor een kapvergunning vereist is. •
Er is geen noodzaak tot het nemen van vervolgstappen.
6.2
Soortenbescherming
6.2.1
Wettelijke gebiedsbescherming
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkenning uitgevoerd ten aanzien van het voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op twee onderzoekslocaties in Gemeente Westervoort. Uit dit onderzoek komen de volgende conclusies en advies naar voren voor de onderzoekslocatie Achterse Weide: •
Beschermde soorten die verwacht worden in en rondom het plangebied of waarvan het voorkomen niet is uitgesloten zijn grondgebonden zoogdieren, verschillende soorten vleermuizen, algemene broedvogels en algemene amfibieën.
•
Beschermde vaatplanten, jaarrond beschermde vogelnesten, vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten zijn niet aanwezig of worden niet verwacht op basis van het ontbreken van geschikt biotoop en/of de verspreidingsgegevens.
•
Vleermuizen kunnen de onderzoekslocaties gebruiken als onderdeel van een groter foerageergebied. Er zijn door de ontwikkeling geen negatieve effecten op de staat van instandhouding te verwachten.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
23/26
• •
Voor algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën kunnen optredende effecten, zoals het doden en/of verwonden, worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. •
•
Het uitvoeren van een nader onderzoek naar vleermuizen en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
Indien, ondanks het nemen van maatregelen effecten optreden, hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd omdat deze soorten zijn opgenomen op de provinciale vrijstellingslijst.
Voor algemene broedvogels kunnen optredende effecten, zoals verstoring van in gebruik zijnde nesten, worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen, zoals het werken buiten het broedseizoen. •
Voor het verstoren van vogels kan geen ontheffing worden verkregen, dit dient dan ook voorkomen te worden.
Uit dit onderzoek komen de volgende conclusies en advies naar voren voor de onderzoekslocatie Klapstraat: •
Beschermde soorten die verwacht worden in en rondom het plangebied of waarvan het voorkomen niet is uitgesloten zijn grondgebonden zoogdieren, verschillende soorten vleermuizen, jaarrond beschermde vogelnesten, algemene broedvogels en algemene amfibieën. De onderzoekslocatie onderdeel kan zijn van het leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten (zoals kleine marterachtigen, maar ook boommarter en/of eekhoorn kan niet worden uitgesloten), daarnaast is het voorkomen van vogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd niet uitgesloten. •
Er is voor de ontwikkeling van deze onderzoekslocatie nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten en vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is.
•
Uit deze nadere onderzoeken zal blijken of soorten aan- of afwezig zijn en of een ontheffing vereist is voor het uitvoeren van het projectvoornemen.
•
De te nemen maatregelen dienen vervolgens uitgewerkt te worden in een op het werk toegespitst ecologisch werkprotocol.
•
Beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten zijn niet aanwezig of worden niet verwacht op basis van het ontbreken van geschikt biotoop en/of de verspreidingsgegevens.
•
Vleermuizen kunnen de onderzoekslocaties gebruiken als onderdeel van een groter foerageergebied. Er zijn door de ontwikkeling geen negatieve effecten op de staat van instandhouding te verwachten. •
•
Het uitvoeren van een nader onderzoek naar vleermuizen en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
Voor algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën kunnen optredende effecten, zoals het doden en/of verwonden, worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. •
Indien, ondanks het nemen van maatregelen effecten optreden, hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd omdat deze soorten zijn opgenomen op de provinciale vrijstellingslijst.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
24/26
•
Voor algemene broedvogels kunnen optredende effecten, zoals verstoring van in gebruik zijnde nesten, worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen, zoals het werken buiten het broedseizoen. •
Voor het verstoren van vogels kan geen ontheffing worden verkregen, dit dient dan ook voorkomen te worden.
Voor alle andere voorkomende soorten is de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) van toepassing; er dient voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles te worden verricht of gelaten om te voorkomen dat aanwezige individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen. Gedacht kan worden aan het rustig opstarten van werkzaamheden en een kant op werken.
6.2.2
Rode lijst-soorten en biodiversiteit
Er komen verschillende Rode lijst-soorten voor in Gemeente Westervoort. Voor een aantal van deze soorten hebben de onderzoekslocaties waarde als onderdeel van een groter leefgebied. Voor geen van deze soorten zijn de onderzoekslocaties van essentieel belang. Er is op geen van de locaties sprake van een hoge biodiversiteit in de huidige situatie. Voor alle locaties geldt dat het groen inpassen van de ontwikkeling leidt tot een verbetering ten aanzien van de biodiversiteit op deze locaties. Deze maatregelen zijn simpel en kosten weinig extra, zowel voor de aanleg als het beheer ervan, en creëert een waardevolle plus voor de biodiversiteit.
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
25/26
Referenties Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Van Laar, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Uitgeverij KNNV, Utrecht. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON), De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9, Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertibrate Survey– Nederland, Leiden 2009. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen, Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Uitgevers BV Utrecht Zoogdiervereniging Nijmegen. Gelderse natuurgebieden-kaart, geraadpleegd via https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/dashboards/c7b302b57c1b4ba4 861cf95ca71eefa4 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), periode 2018-2023, geraadpleegd via van https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ Natura 2000-gebied Rijntakken, liggen en doelstellingen via https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/rijntakken/rijntakkendoelstelling Provinciale omgevingsverordening van Provincie Gelderland, geraadpleegd via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR622914 Verschillende websites met relevante soorteninformatie, waaronder informatie over vaatplanten via www.verspreidingsatlas.nl, zoogdieren via www.zoogdiervereniging.nl, amfibieën en reptielen via www.ravon.nl, vogels via www.vogelbescherming.nl en www.sovon.nl
Sweco | Verkennend Natuurwaardenonderzoek Flexwonen te Westervoort Projectnummer 51015894 Datum 17-07-2023
Versie D1
Document referentie NL23-648800269-55384
26/26