CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20230403-rv-verordening-wmo-2023-bijlage-2-advies-psdw.pdf

Commissie Samenleving en Bestuur 3 april 2023, gemeente WestervoortBij agendapunt: Verordening WMO1.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opmerkingen betreffende Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Westervoort 2023 concept 1.0 Inleiding. Op 6 januari 2023 heeft de Participatieraad Sociaal Domein Westervoort (PSDW) de concept verordeningen Wmo en Jeugdwet ontvangen. Na bestudering van de concept verordening Wmo is gebleken dat er behoefte bestaat aan een inhoudelijke reactie op dit concept, welke hier artikelsgewijs wordt behandeld. Voor de goede orde, deze reactie omvat niet alleen zogenaamde nieuw toegevoegde zaken, omdat simpelweg de vergelijking ondoenlijk te maken is bij een dergelijke uitbreiding, dan wel dat een onderwerp aanleiding genoeg geeft nogmaals bediscussieerd te worden. De gemeente Westervoort heeft de keuze gemaakt voor een meer uitgebreide verordening met o.a. als reden dat zowel uitvoerenden, als zorgaanbieders en cliënten hier meer duidelijkheid en houvast aan zouden kunnen ontlenen, temeer omdat deze is aangepast aan de meest actuele jurisprudentie en werkwijze in de praktijk. Een aanpassing aan jurisprudentie is begrijpelijk en voor een werkbare verordening zeer belangrijk. De keuze voor aanpassing aan uw werkwijze binnen de beleidsvrijheid die een gemeente heeft, heeft wel als consequentie dat er meer “dichtgetimmerd” wordt en er, behoudens de hardheidsclausule, minder ruimte blijft voor maatwerk en afstemming op de persoonlijke behoefte van een cliënt.

Dit is niet in hun belang en niet in lijn met de bedoeling van de Wmo. In artikel 1 van de Wet staat bij de begripsbepalingen: Maatschappelijke Ondersteuning–lid 2: “ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.” Daarnaast geeft u in het juridisch kader zelf aan dat u in artikel 2.1.2. van de Wmo onder h. u middels deze verordening uitvoering dient te geven aan het Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap. De consequentie hiervan zou dan vanzelfsprekend moeten zijn dat het recht op zelfstandige participatie als toekenningsgrond moet worden benoemd en niet enkel het “afpelmechanisme” van afhankelijkheid van anderen alvorens een maatwerkvoorziening wordt toegekend. Het recht op eigen regie is ook onderdeel van dit VNverdrag en is een basisrecht om zelf te kunnen bepalen HOE zaken worden ingevuld. Eigen regie is niet alleen belangrijk voor mensen persoonlijk, maar draagt ook bij aan een inclusieve en hartelijke samenleving voor iedereen. Eigen regie is een basis voor inclusie.1 Dit zou in een volgend concept beter tot zijn recht moeten komen. In deze fase zijn deze opmerkingen bedoeld om samen op beleidsniveau te komen tot consensus en een goede en werkbare verordening.

1

“Eigen regie als basis” is een uitgave van de Coalitie voor inclusie en de Geluksacademie ISBN 9789464371918.

Artikelsgewijze opmerkingen. Art.1.1 lid k – Dit is in tegenspraak met art. 3.9.2. lid 2e. In deze begripsbepaling wordt het verticaal verplaatsen in de woning als elementaire functie gezien, in het genoemde artikel niet. Breng art. 3.9.2 lid 2e in overeenstemming met de begripsbepaling. Art.1.1 lid n – Gebruikelijke hulp is, ook met deze definitie, een vaag begrip dat voor vele verschillende interpretaties vatbaar is. Formuleer een goede definitie voor Gebruikelijke Hulp. (Wellicht kan de handreiking van het CIZ hierbij behulpzaam zijn). Art.1.1 lid dd – Hier ontbreekt het woord “taken” in de voorlaatste zin. Art.2.2. lid 4 – Waarom hier niet de wettelijke termijnen genoemd waarbinnen de gemeente een besluit moet nemen? Dit vergroot de duidelijkheid voor de cliënt die wordt nagestreefd. Advies is om alle termijnen die gelden voor het totale aanvraagtraject duidelijk te vermelden. Zie ook Art. 2.4. En maak deze consequent praktisch haalbaar! Art.2.7 lid 1 – Ook hier: neem de wettelijke termijn op: De gemeente beslist binnen 2 weken na ontvangst van de aanvraag. Art.2.8 lid 3b – Zeker bij een PGB is het niet altijd gelijk duidelijk wie de zorgaanbieder is. PGB-houders kunnen met de beschikking op zoek gaan naar een geschikte aanbieder. Dan is het ondoenlijk om in de beschikking al aan te geven wie dat is.

Het gaat ook tegen het principe van het PGB in: cliënt heeft eigen verantwoordelijkheid. Bovendien moet de gemeente de zorgovereenkomst met de aanbieder nog goedkeuren en is dus altijd op de hoogte. Art.3.2 lid 1a – Ontbreek hier het woordje “niet” tussen “college en kunnen”? Dit artikel suggereert dat het college zou beoordelen of je buurman je huis kan stofzuigen… Naast het feit dat mantelzorg nooit een verplichting kan zijn, zal uit het formele onderzoek de mogelijkheden moeten blijken! Lid 4b – Deze bepaling is wel heel ruim: wanneer is iets redelijkerwijs vermijdbaar? Als je na een ski ongeluk HH nodig hebt, was dat dan rederlijkwijs vermijdbaar? Of wanneer je als gevolg van jarenlang roken de trap niet meer opkomt, is die traplift dan redelijkerwijs vermijdbaar? Dit lid vraagt om verduidelijking in de Nadere regels. Lid g – Hoe worden de meerkosten berekend? Stel je kunt niet meer autorijden. Je verkoopt je auto en vraagt een vervoervoorziening aan. Gaat de gemeente dan berekenen hoeveel kosten je aan je eigen auto had om te kijken of je de vervoersvoorziening niet ook zelf kan betalen? Hoe verhoudt deze bepaling zich tot het principe dat er geen inkomenstoets in de Wmo gehanteerd wordt? Advies is dit lid te verwijderen. Lid 5 - Een uitwerking van het begrip “gebruikelijke zorg” is noodzakelijk om op te nemen in de verordening en niet in Nadere regels. Art.

3.3.5 lid 2 – Welke participatieladder? Er bestaan meerdere! Art. 3.6.2 lid 4f – Dit lijkt meer thuis te horen onder punt 2 van dit artikel.

Art. 3.7.1. lid 2 – Moet “maatwerkvoorziening” hier geen “algemene voorziening” zijn? lid g – Bij een levenslange fysieke beperking is deze doelstelling onnodig grievend. Eerder kan er sprake zijn progressieve ontwikkelingen door de combinatie van de fysieke beperking en het ouder worden van de cliënt. Nadrukkelijk advies is dit lid voor deze doelgroep te verwijderen. Art. 3.8.1 lid d – De Wmo is gericht op participatie. Boodschappen doen kan een belangrijk deel van het participeren in de samenleving zijn. Ook als het laten bezorgen van boodschappen als een algemeen beschikbare voorliggende voorziening wordt gezien, kunnen zich situaties voordoen waarbij het zelf doen van de boodschappen in het belang van de inwoner is uit oogpunt van sociaal contact. Advies: voeg een “kan” bepaling toe. Art. 3.8.2. lid 1 b – Dagelijks gebruik is een te zware eis. Zo zouden mensen nog naar een scootmobiel worden gedreven terwijl zij met een bijzondere fiets hun fysieke bewegingsmogelijkheden op peil kunnen houden. Art. 3.8.3 lid 1 – De scootmobielpool wordt op dit moment door alle betrokken partijen geëvalueerd. Advies is om de uitkomst hiervan af te wachten voor deze definitief op te nemen in de verordening. Daarnaast is de scootmobielpool niet geschikt voor iemand die niet op een standaard scootmobiel kan rijden dus dit lid zou in ieder geval ook genuanceerd moeten worden.

lid 2 – Waarom moet hier opnieuw een rijvaardigheidstest voor worden afgelegd? Men heeft toch al voor gebruik van de scootmobielpool laten zien rijvaardig te zijn? lid 3a – het woord “van” vervangen door “dan”. lid 3c – Een stallingsruimte zou ook verstrekt moeten kunnen worden wanneer een scootmobiel een substantiële bijdrage levert aan de doelstelling van de Wmo en wanneer na onderzoek blijkt dat dat de cliënt hier zelf geen mogelijkheden toe ziet. De verordening kent 2x een artikel 3.8.4.- aanpassen! Art. 3.8.4. Gesloten buitenwagen lid 3 – Volstrekt overbodige eis. Het is immers een gesloten buitenwagen die je, net als een auto gewoon buiten kan laten staan. Art. 3.8.4. Autoaanpassingen lid d – “niet ouder dan 5 jaar ”zal een hoge drempel vormen om van deze maatwerkvoorziening gebruik te kunnen maken. Daarbij is de levensduur van auto’s tegenwoordig veel langer. lid f – Uit lid 4 blijkt dat de levensduur van een aanpassing 7 jaar zou moeten zijn. Waarom dan deze vergelijking op basis van de kosten van 1 jaar? Art. 3.9.1. lid 2 – Gezien de situatie op de woningmarkt kan het lang duren voordat een geschikte woning gevonden kan worden. Zou hier een termijn aan gekoppeld kunnen worden waarbinnen het verhuisprimaat geldt? Art. 3.9.2. lid 2 – Toevoegen: “o.a.” omdat b.v.

ook een extra trapleuning of een robuuste opklapbare douchestoel die aan de wand moet worden bevestigd of een onderrijdbare wastafel tot de verstrekkingen kan behoren. Maak hier geen limitatieve lijst van maar denk mee met de cliënt! lid e – Zie de opmerking bij begripsbepaling k. Art.5.2 lid 2 – Hoezo alleen “jeugdhulp”?

Art. 5.3 lid 3c – Welke (financiële) relatie wordt bedoeld? Betekent dit dat een ouder geen pgb-beheerder kan zijn van het pgb waarmee de zorg die de andere ouder aan hun kind biedt? Dit maakt een pgb waarbij een ouder de zorg aan een kind levert welhaast onmogelijk. Art. 6.1 lid 7 – Deze eigen bijdrage is in strijd met het juridisch kader onder h, omdat dit de gelijkwaardige mogelijkheden ondermijnt. Art. 7.4 lid 1 – Dit artikel moet waarborgen dat in Westervoort de Gehandicaptenraad Westervoort als belangenorganisatie altijd geraadpleegd wordt bij o.a. besluitvorming over verordeningen betreffende maatschappelijke ondersteuning en aanverwante regels. Wij gaan ervan uit dat dit ook consequent gebeurd. Art. 8.2 lid 1 – Wie houdt toezicht op de uitvoering door de gemeente zelf? Lid 2 – Een ambtenaar in dienst van 1Stroom kan geen onafhankelijk toezichthouder zijn. Art. 8.9 lid 2 – Hieruit zou begrepen kunnen worden dat bij beiden het volledige bedrage teruggevorderd kan worden. Een duidelijkere beschrijving van de bedoeling van dit artikel is gewenst. Juridisch kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Art. 2.1.2.

lid h – Het is al eerder genoemd maar zeer van belang: Bij de toekenning van voorzieningen moet de mogelijkheid tot zelfstandige participatie van een cliënt als toekenningsgrond zeker meegewogen worden! Zelfredzaamheid betekent niet per definitie dat iemand op hulp van de omgeving is aangewezen maar vooral ook dat de cliënt is staat wordt gesteld om met behulp van (maatwerk)voorzieningen de eigen regie over zijn of haar leven te voeren. Art. 2.1.2. lid 4c – Deze keuzevrijheid geldt in Westervoort niet voor hulpmiddelen. Wat gaat u daaraan doen?

Tot slot. Deze reactie is tot stand gekomen in samenwerking met een onafhankelijk cliëntondersteuner, waarvoor mijn dank. Wij verwachten een schriftelijke / digitale reactie op ieder onderdeel van deze opmerkingen, in de hoop dat dit tussentijds overleg zal leiden tot een goede en werkbare verordening voor iedereen! Namens de PSDW, Patricia van Bladel – Meussen

Westervoort, 29 januari 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=4f457031-3a00-4b42-b627-b30d3309bd8e