CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20230403-rv-verordening-jeugdhulp-2023-bijlage-2-advies-psdw.pdf

Commissie Samenleving en Bestuur 3 april 2023, gemeente WestervoortBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp4.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PERSOONLIJK

Gemeente Westervoort

Participatieraad Sociaal Domein Westervoort Verzonden per email psdwestervoort@outlook.com

Dorpsplein 1 Postbus 40 6930 AA Westervoort (026) 317 99 11 gemeente@westervoort.nl www.westervoort.nl

datum zaaknummer onderwerp contactpersoon

: : : :

8 februari 2023 Z/23/103427 /201600754 Reactie op advies PSDW verordeningen Wmo en Jeugdwet Denise Mooij

Beste Marijke, Patricia en Thea, Op 30 januari 2023 hebben wij van de PSDW -in samenwerking met de cliëntondersteuner van Adviespunt Zorgbelang- de opmerkingen ontvangen met betrekking tot de concept verordening Jeugdhulp Westervoort 2023 en de concept verordening maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2023. Bedankt voor jullie kritische bijdrage aan het verbeteren van de concept verordeningen. In deze brief geef ik graag een reactie op jullie opmerkingen. Vervolgens zal ik artikelsgewijs uiteenzetten wat de herkomst is van de artikelen en welke beleidsuitgangspunten gewijzigd zijn. Reactie op concept verordening Wmo In uw brief geeft u aan dat op grond van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap het recht op zelfstandige participatie als toekenningsgrond moet worden genoemd en niet enkel het ‘afpelmechanisme’ van anderen voordat een maatwerkvoorziening wordt toegekend. Het systeem van de Wmo is gericht op compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie voor zover inwoners dit niet op eigen kracht of met behulp van anderen kunnen doen.

Zie hiervoor artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015: Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. (…)

Hieronder worden artikelsgewijs de opmerkingen besproken. Voor de leesbaarheid wordt het antwoord in het blauw weergegeven. Art.1.1 lid k – Dit is in tegenspraak met art. 3.9.2. lid 2e. In deze begripsbepaling wordt het verticaal verplaatsen in de woning als elementaire functie gezien, in het genoemde artikel niet. Breng art. 3.9.2 lid 2e in overeenstemming met de begripsbepaling. Klopt. De begripsbepaling wordt hierop aangepast. Het horizontaal en vertaal verplaatsen in de woning is geen onderdeel van de elementaire woonfunctie, maar kan een middel zijn om de elementaire woonfuncties te bereiken. Als voorbeeld: een traplift wordt wel verstrekt voor een badkamer die zich enkel op de bovenverdieping bevindt, maar niet voor een hobbykamer op de bovenverdieping. Art.1.1 lid n – Gebruikelijke hulp is, ook met deze definitie, een vaag begrip dat voor vele verschillende interpretaties vatbaar is. Formuleer een goede definitie voor Gebruikelijke Hulp. (Wellicht kan de handreiking van het CIZ hierbij behulpzaam zijn). Dit wordt verder uitgewerkt in de nadere regels. De handreiking van het CIZ wordt hierbij gehanteerd. Art.1.1 lid dd – Hier ontbreekt het woord “taken” in de voorlaatste zin. Aangepast. Art.2.2. lid 4 – Waarom hier niet de wettelijke termijnen genoemd waarbinnen de gemeente een besluit moet nemen? Dit vergroot de duidelijkheid voor de cliënt die wordt nagestreefd.

Advies is om alle termijnen die gelden voor het totale aanvraagtraject duidelijk te vermelden. Zie ook Art. 2.4. En maak deze consequent praktisch haalbaar! Ingevoegd: ‘Na de melding doet het college binnen zes (6) weken onderzoek naar de hulpvraag van de inwoner.’ Art.2.7 lid 1 – Ook hier: neem de wettelijke termijn op: De gemeente beslist binnen 2 weken na ontvangst van de aanvraag. Ingevoegd: ‘Het college dient binnen twee (2) weken na het ontvangen van de aanvraag een besluit op deze aanvraag te nemen. Het besluit wordt vastgelegd in een beschikking die wordt verzonden aan de inwoner.’ Art.2.8 lid 3b – Zeker bij een PGB is het niet altijd gelijk duidelijk wie de zorgaanbieder is. PGBhouders kunnen met de beschikking op zoek gaan naar een geschikte aanbieder. Dan is het ondoenlijk om in de beschikking al aan te geven wie dat is. Het gaat ook tegen het principe van het PGB in: cliënt heeft eigen verantwoordelijkheid. Bovendien moet de gemeente de zorgovereenkomst met de aanbieder nog goedkeuren en is dus altijd op de hoogte. De gemeente moet voorafgaand aan de toekenning van een pgb de kwaliteit van de zorgverlener beoordelen. Het is dus van belang dat de pgb aanbieder bekend is op het moment dat de beschikking wordt verleend. Zie hiervoor artikel 2.3.6 lid 2: Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: a.

de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in

staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;

Pagina 2

b. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de

maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; c.

naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

Art.3.2 lid 1a – Ontbreek hier het woordje “niet” tussen “college en kunnen”? Dit artikel suggereert dat het college zou beoordelen of je buurman je huis kan stofzuigen… Naast het feit dat mantelzorg nooit een verplichting kan zijn, zal uit het formele onderzoek de mogelijkheden moeten blijken! Klopt. Woord ‘niet’ toegevoegd. Mantelzorg is geen verplichting, maar als je buurman je huis voor je wil stofzuigen zonder vergoeding (dus vrijwillig in de vorm van mantelzorg) dan wordt er geen maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp verstrekt. Lid 4b – Deze bepaling is wel heel ruim: wanneer is iets redelijkerwijs vermijdbaar? Als je na een ski ongeluk HH nodig hebt, was dat dan rederlijkwijs vermijdbaar? Of wanneer je als gevolg van jarenlang roken de trap niet meer opkomt, is die traplift dan redelijkerwijs vermijdbaar? Dit lid vraagt om verduidelijking in de Nadere regels. Deze voorbeelden vallen hier niet onder. Hier is bestaande jurisprudentie over en dit wordt opgenomen in de nadere regels. Vermijdbaar valt vaak samen met voorzienbaar en is van toepassing als een inwoner net is verhuisd naar een niet gelijkvloerse woning, terwijl de inwoner zich niet zelfstandig naar de eerste verdieping kan verplaatsen. Indien de inwoner dan een traplift aanvraagt dan kan deze worden afgewezen omdat de voorziening vermijdbaar was.

Dit zal dan moeten blijken uit onderzoek (waarin de aanwezigheid van passende gelijkvloerse woningen wordt meegenomen). Lid g – Hoe worden de meerkosten berekend? Stel je kunt niet meer autorijden. Je verkoopt je auto en vraagt een vervoervoorziening aan. Gaat de gemeente dan berekenen hoeveel kosten je aan je eigen auto had om te kijken of je de vervoersvoorziening niet ook zelf kan betalen? Hoe verhoudt deze bepaling zich tot het principe dat er geen inkomenstoets in de Wmo gehanteerd wordt? Advies is dit lid te verwijderen. Het kan hierbij gaan om iemand die altijd gebruikt maakt van particuliere huishoudelijke hulp. Indien iemand beperkingen krijgt en dan een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning bij de gemeente aanvraagt dan kan dit worden afgewezen omdat er door de beperkingen geen meerkosten ontstaan. De inwoner betaalde de particuliere hulp immers altijd al. Bij het berekenen van de meerkosten wordt enkel gekeken naar de kosten die gemaakt worden om hetzelfde doel te bereiken voor en na het ontstaan van beperkingen. Lid 5 - Een uitwerking van het begrip “gebruikelijke zorg” is noodzakelijk om op te nemen in de verordening en niet in Nadere regels. Uitwerkingen van begrippen kunnen nader worden uitgewerkt in de nadere regels. Het staat nu wel in de definitie opgenomen.

In de verordening is de regelgeving opgenomen, het is gebruikelijk om de omschrijving van de begrippen uit te werken in de nadere regels. Art. 3.3.5 lid 2 – Welke participatieladder? Er bestaan meerdere! Dit is overgenomen uit de inkoopdocumenten. De volledige omschrijving is te vinden in de inkoopdocumenten zie hiervoor: https://www.inkoopsdcg.nl/home+inkoop/download+documenten+website/handlerdownloadfiles. ashx?idnv=2334607 .

Pagina 3

Bij inkoop zal nagevraagd worden welke participatieladder van toepassing is. Dit zal worden opgenomen in de nadere regels. Art. 3.6.2 lid 4f – Dit lijkt meer thuis te horen onder punt 2 van dit artikel. Klopt, het resultaat is dan het ontlasten van de mantelzorger. Deze opsomming is overgenomen uit de inkoopdocumenten. Om die reden is ervoor gekozen om het op deze wijze te laten staan. Art. 3.7.1. lid 2 – Moet “maatwerkvoorziening” hier geen “algemene voorziening” zijn? lid g – Bij een levenslange fysieke beperking is deze doelstelling onnodig grievend. Eerder kan er sprake zijn progressieve ontwikkelingen door de combinatie van de fysieke beperking en het ouder worden van de cliënt. Nadrukkelijk advies is dit lid voor deze doelgroep te verwijderen. Dit hele artikel verwijderen we, omdat de algemene voorziening niet wordt opgenomen bij de maatwerkvoorziening. Dit is door de MGR SDCG wat bijzonder ingekocht, maar het is een algemene voorziening die voor iedereen -die binnen de doelgroep hoort- toegankelijk is. Art. 3.8.1 lid d – De Wmo is gericht op participatie. Boodschappen doen kan een belangrijk deel van het participeren in de samenleving zijn.

Ook als het laten bezorgen van boodschappen als een algemeen beschikbare voorliggende voorziening wordt gezien, kunnen zich situaties voordoen waarbij het zelf doen van de boodschappen in het belang van de inwoner is uit oogpunt van sociaal contact. Advies: voeg een “kan” bepaling toe. Het is mogelijk om een uitzondering te maken als boodschappen doen noodzakelijk is ten behoeve van participatie. Dit zal een wijziging in het beleid zijn en moet worden besproken met de wethouder. Art. 3.8.2. lid 1 b – Dagelijks gebruik is een te zware eis. Zo zouden mensen nog naar een scootmobiel worden gedreven terwijl zij met een bijzondere fiets hun fysieke bewegingsmogelijkheden op peil kunnen houden. Dagelijks vervangen door ‘structurele’. Art. 3.8.3 lid 1 – De scootmobielpool wordt op dit moment door alle betrokken partijen geëvalueerd. Advies is om de uitkomst hiervan af te wachten voor deze definitief op te nemen in de verordening. Daarnaast is de scootmobielpool niet geschikt voor iemand die niet op een standaard scootmobiel kan rijden dus dit lid zou in ieder geval ook genuanceerd moeten worden. Scootmobielpool halen we om die reden eruit.

lid 2 – Waarom moet hier opnieuw een rijvaardigheidstest voor worden afgelegd? Men heeft toch al voor gebruik van de scootmobielpool laten zien rijvaardig te zijn? Het is inderdaad niet noodzakelijk om twee keer een rijvaardigheidstest af te leggen. De rijvaardigheidstest wordt bij de scootmobielpool afgenomen. Indien een inwoner daarna een individuele scootmobiel aanvraagt dan wordt ervan uitgegaan dat de inwoner rijvaardig is. Bij een aanvraag van een individuele scootmobiel, zonder voorafgaand gebruik te hebben gemaakt van de scootmobielpool, wordt ook een rijvaardigheidstest afgenomen. Bewoordingen aangepast en scootmobielpool is verwijderd. lid 3a – het woord “van” vervangen door “dan”. Aangepast. lid 3c – Een stallingsruimte zou ook verstrekt moeten kunnen worden wanneer een scootmobiel een substantiële bijdrage levert aan de doelstelling van de Wmo en wanneer na onderzoek blijkt dat dat de cliënt hier zelf geen mogelijkheden toe ziet. Ja, dat klopt. Artikel wordt aangepast: toevoeging: ‘(…) en of hier mogelijkheden toe zijn’. Pagina 4

De verordening kent 2x een artikel 3.8.4.- aanpassen! Gedaan. Art. 3.8.4. Gesloten buitenwagen lid 3 – Volstrekt overbodige eis. Het is immers een gesloten buitenwagen die je, net als een auto gewoon buiten kan laten staan. Klopt. Eruit gehaald. Art. 3.8.4. Autoaanpassingen lid d – “niet ouder dan 5 jaar ”zal een hoge drempel vormen om van deze maatwerkvoorziening gebruik te kunnen maken. Daarbij is de levensduur van auto’s tegenwoordig veel langer. Deze regel wordt al jaren gehanteerd en voor nu zien we geen reden om dit aan te passen. lid f – Uit lid 4 blijkt dat de levensduur van een aanpassing 7 jaar zou moeten zijn. Waarom dan deze vergelijking op basis van de kosten van 1 jaar? Na overleg besloten dit lid te verwijderen. Art. 3.9.1. lid 2 – Gezien de situatie op de woningmarkt kan het lang duren voordat een geschikte woning gevonden kan worden. Zou hier een termijn aan gekoppeld kunnen worden waarbinnen het verhuisprimaat geldt? Lid ingevoegd: ‘De termijn waarbinnen verhuist kan worden. Uit een medisch advies kan blijken wat een medisch verantwoordelijke termijn is. Indien een geschikte woning niet tijdig beschikbaar is dan kan het primaat van verhuizen niet worden gehanteerd. Bij het zoeken naar een woning kan een makelaar, de woningbouwstichting of de gemeente benaderd worden voor advies en informatie.’ Art. 3.9.2. lid 2 – Toevoegen: “o.a.” omdat b.v.

ook een extra trapleuning of een robuuste opklapbare douchestoel die aan de wand moet worden bevestigd of een onderrijdbare wastafel tot de verstrekkingen kan behoren. Maak hier geen limitatieve lijst van maar denk mee met de cliënt! Ingevoegd. Let wel op een extra trapleuning wordt gezien als algemeen gebruikelijk en wordt daarom niet vergoed. lid e – Zie de opmerking bij begripsbepaling k. Aangepast, zie hierboven. Art.5.2 lid 2 – Hoezo alleen “jeugdhulp”? Aangepast naar ‘ondersteuning’. Art. 5.3 lid 3c – Welke (financiële) relatie wordt bedoeld? Betekent dit dat een ouder geen pgbbeheerder kan zijn van het pgb waarmee de zorg die de andere ouder aan hun kind biedt? Dit maakt een pgb waarbij een ouder de zorg aan een kind levert welhaast onmogelijk. Dit ziet voornamelijk op professionele partijen. De man van de zorgaanbieder mag niet het pgb beheren voor de cliënt. Bij ouders is dat inderdaad soms lastig, maar voor een zuivere scheiding tussen hulpverlening en uitbetaling (en kwaliteitscontrole) is het pgb door het ander dan de andere ouder wel wenselijk. Ook om fraude en misbruik tegen te gaan. Art. 6.1 lid 7 – Deze eigen bijdrage is in strijd met het juridisch kader onder h, omdat dit de gelijkwaardige mogelijkheden ondermijnt. Dit is iets wat het college eerder al heeft besloten.

Het college heeft de mogelijkheid om voor vervoer een eigen bijdrage te regelen in de verordening.

Pagina 5

Art. 7.4 lid 1 – Dit artikel moet waarborgen dat in Westervoort de Gehandicaptenraad Westervoort als belangenorganisatie altijd geraadpleegd wordt bij o.a. besluitvorming over verordeningen betreffende maatschappelijke ondersteuning en aanverwante regels. Wij gaan ervan uit dat dit ook consequent gebeurd. De participatieraad vertegenwoordigt de inwoners van Westervoort. Dit hoeft niet zozeer een belangenorganisatie te zijn. Art. 8.2 lid 1 – Wie houdt toezicht op de uitvoering door de gemeente zelf? Lid 2 – Een ambtenaar in dienst van 1Stroom kan geen onafhankelijk toezichthouder zijn. Toezicht op de uitvoering door de gemeente doet accountant en er worden gemeente breed interne audits uitgevoerd. De wet schrijft voor dat de toezichthoudend ambtenaar belast wordt met het toezicht. De toezichthouder moet zijn werk wel onafhankelijk kunnen uitvoeren. Dit is ook vastgelegd in het algemeen materieel controleplan. Artikel 6.1 Wmo

‘Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.’ ‘De toezichthoudende ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is en in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot inzage van dossiers.’ Art. 8.9 lid 2 – Hieruit zou begrepen kunnen worden dat bij beiden het volledige bedrage teruggevorderd kan worden. Een duidelijkere beschrijving van de bedoeling van dit artikel is gewenst. Toegevoegd: ‘Het totaalbedrag kan slechts één keer teruggevorderd worden. Indien bij de cliënt en bij de derde geld wordt teruggevorderd zal dit naar aandeel gebeuren.’

Opmerkingen verordening Jeugd Artikel 2.4 lid 3 - Is de gemeente niet verplicht om altijd een beschikking af te geven? Ja, wettelijk gezien heeft iedere inwoner recht op een beschikking bij een besluit over het toekennen van een individuele voorziening. Als de aanbieder en de inwoner het eens zijn heeft een beschikking geen toegevoegde waarde voor de rechtsbescherming. Er wordt wel een zorgtoekenningsbericht via het berichtenverkeer verstuurd. De VNG heeft een pilot uitgevoerd en aangegeven dat gemeenten een keuze kunnen maken in het altijd verstrekken van een beschikking en het enkel op verzoek van inwoners verstrekken van een beschikking. De gemeente Westervoort geeft nu enkel een beschikking als de aanvraag via de gemeente loopt. Indien de zorg wordt aangevraagd via een derden verwijzing (bijv. huisarts) dan ontvangt de inwoner hiervan geen beschikking, maar wordt een digitaal zorgbericht naar de aanbieder gestuurd. Dit is de huidige werkwijze en hier zijn geen berichten over ontvangen dat dit aangepast moet worden. Wel is de wens om dit in de toekomst aan te passen en dan altijd een beschikking te versturen. Artikel 2.7 lid 4 - Waarom deze voorwaarde? Heeft een inwoner (in veel gevallen) niet simpelweg het recht om voor pgb te kiezen? Wie beoordeelt of gecontracteerde zorg passend is? Nee, de jeugdwet is hierin wezenlijk anders dan de Wmo 2015. Artikel 8.1.1.

lid 2 van de jeugdwet heeft opgenomen dat een pgb wordt verstrekt indien:

Pagina 6

‘de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten’ Het gecontracteerde aanbod moet dus niet passend zijn en dan kan voor een pgb worden gekozen. De consulent beoordeelt in samenspraak met de gecontracteerde aanbieder of het gecontracteerde aanbod wel of niet passend is. Het is aan de ouders om gemotiveerd aan te geven waarom het gecontracteerde aanbod niet passend is. Artikel 2.9 lid 3 onder b - Zeker bij een pgb is het niet altijd gelijk duidelijk wie de zorgaanbieder is. PGB-houders kunnen met de beschikking op zoek gaan naar een geschikte aanbieder. Dan is het ondoenlijk om in de beschikking al aan te geven wie dat is. Het gaat ook tegen het principe van het pgb in: client heeft eigen verantwoordelijkheid. Bovendien moet de gemeente de zorgovereenkomst met de aanbieder nog goedkeuren en is dus altijd op de hoogte. Het college moet beoordelen of de jeugdhulp van goede kwaliteit is. Dit kan alleen als de gemeente weet wie de zorgaanbieder is. Onderzoek naar de hulpbehoefte en de vorm van jeugdhulp (ZIN of pgb) zijn wel 2 verschillende onderdelen, maar het wordt beide onderzocht voordat de beschikking wordt afgegeven.

Zie hiervoor artikel 8.1.1 lid 2 sub c: ‘naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is (…)’ Artikel 3.1 lid 1 onder b - Een nadere toelichting op het begrip 'gebruikelijke hulp' is wenselijk. Ja, dit wordt uitvoerig opgenomen in de nadere regels. Artikel 3.3 lid 2 – ZRM is Jargon, nergens verduidelijkt. Dit is de zelfredzaamheidmatrix, hetgeen is overgenomen uit de inkoopdocumenten. Aan de hand van dit instrument wordt de zelfredzaamheid van cliënten beoordeeld. Dit zal worden aangepast en worden opgenomen bij de definities. Artikel 3.20 lid 4 - Naar mijn weten geldt er een verplichte registratie voor jeugdzorgwerkers. Gezinshuisouders kunnen zich registreren bij het SKJ of het Registerplein. In de eisen zoals opgenomen in de inkoopdocumenten is aangegeven dat een gezinshuisouder ook zonder registratie kan worden ingezet, wanneer dit samen gaat met een geregistreerde professional. Bij de inkoop is deze registratie dus niet verplicht gesteld. Deze eis is overgenomen uit de inkoopdocumenten en kan in de verordening niet strikter zijn dan in de contracten. Wel kan dit worden meegenomen bij een volgende inkoop. Artikel 6.1 lid 1 - Wie beoordeelt dit? Ouders moeten gemotiveerd aangeven waarom ZIN niet passend is.

De consulent beoordeelt samen met de gecontracteerde aanbieder of het gecontracteerde aanbod wel of niet passend is. Artikel 6.3 lid 3 sub c- Welke (financiële) relatie wordt bedoeld? Betekent dit dat een ouder niet pgb-beheerder kan zijn van het pgb waarmee de zorg die de andere ouder aan hun kind biedt? Dit maakt een pgb waarbij een ouder de zorg aan kind levert welhaast onmogelijk. Het gaat hierbij vooral om situaties waarbij de partner van de zorgverlener het pgb beheert. Ook bij ouders is het wenselijk dat een buitenstaander het pgb beheert om een scheiding te houden van de zorgverlening en het toezien op de kwaliteit/uitbetaling. Bij ouders kan het voorkomen dat er geen andere passende mogelijkheid is, dan kan hiervoor een uitzondering worden Pagina 7

gemaakt. Maar het is niet wenselijk dat een partner of familielid van de pgb aanbieder het pgb gaat beheren, dit is fraude en misbruik gevoelig.

Herkomst artikelen Het is niet mogelijk om een was-wordt lijst te maken, omdat er te grote wijzigingen zijn gedaan. In de volgende tabel is per onderwerp van de betreffende artikelen uiteengezet of deze is overgenomen of nieuw is ingevoegd. Indien deze nieuw is ingevoegd wordt aangegeven wat de herkomst van de artikelen is. Onderwerp artikelen Intitulé Leeswijzer Definities

Toegang tot algemene voorzienigen Melding Cliëntondersteuner Vooronderzoek en persoonlijk plan Gesprek/onderzoek Verslag/Informeren uitkomsten onderzoek Aanvraag Inhoud beschikking

Soorten maatwerkvoorzieningen Criteria maatwerkvoorzieningen Criteria maatwerkvoorziening per voorziening Criteria vervoersvoorzieningen

Criteria CVV Criteria vervoersmiddelen

Criteria woonvoorzieningen

Woningaanpassing terugbetalen na verkoop woning Criteria verplaatsingsvoorzieningen

Overname of aanpassing en herkomst Deels overgenomen, deels nieuw ingevoegd. Modelverordening VNG en Samen Sterk Nieuw ingevoegd op verzoek van de PSDW Deels overgenomen uit huidige verordening, deels uit inkoopdocumenten, definties nieuw geformuleerd Nieuw ingevoegd in afstemming met beleid Overgenomen en aangevuld Overgenomen, lid over objectiviteit verwijderd Overgenomen iets aangepast naar praktijk Aangepast volgens de jurisprudentie van de CRvB Overgenomen en deels aangepast naar huidige situatie Overgenomen en termijnen ingevoegd Deels overgenomen en aangepast volgens modelverordening VNG en afgestemd met de praktijk Nieuw ingevoegd, overgenomen uit de inkoopdocumenten Overgenomen en geactualiseerd aan de hand van jurisprudentie Nieuw ingevoegd, overgenomen uit de inkoopdocumenten en het besluit Nieuw ingevoegd, overgenomen uit werkafspraken/voorzieningenboek en aangepast in afstemming met consulenten Overgenomen uit besluit Nieuw ingevoegd, overgenomen uit werkafspraken/voorzieningenboek en aangepast in afstemming met consulenten Nieuw ingevoegd, overgenomen uit werkafspraken/voorzieningenboek en aangepast in afstemming met consulenten Overgenomen uit het besluit Nieuw ingevoegd, overgenomen uit werkafspraken/voorzieningenboek en aangepast in afstemming met consulenten

Pagina 8

Kwaliteitseisen zorgaanbieders Verhouding prijs-kwaliteit Pgb beleid

Bijdragen in de kosten

Jaarlijkse waardering mantelzorgers Klachtregeling Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Betrekken van ingezetenen bij het beleid Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet Hardheidsclausule Evaluatie Overgangsbepaling Inwerkingtreding, citeertitel, intrekking

Nieuw ingevoegd, overgenomen uit de contracten Overgenomen Nieuw ingevoegd aan de hand van werkafspraken, jurisprudentie, contractafspraken en voorbeelden andere gemeenten en afgestemd met de consulenten Grotendeels overgenomen, deels aangepast naar jurisprudentie en afgestemd met consulenten naar huidige situatie Overgenomen Overgenomen Overgenomen Overgenomen Deels overgenomen en aangevuld aan de had van jurisprudentie en het regionale toezichtkader Overgenomen en aangevuld ter verduidelijking Overgenomen, maar uitgebreider verwoord volgens modelverordening VNG. Overgenomen, maar uitgebreider verwoord. Overgenomen

Gewijzigde beleidsuitgangspunten De beleidsuitgangspunten zijn op hoofdlijnen ongewijzigd gebleven. De artikelen in de verordeningen zijn geactualiseerd naar jurisprudentie, contractafspraken, werkafspraken en de praktische werkwijze. Een aantal onderwerpen zijn op beleidsniveau wel gewijzigd. Het gaat om de volgende beleidswijzigingen: -

-

-

De eigen bijdrage voor vervoer naar de groepsbegeleiding wordt afgeschaft. Er is een drempelbedrag ingesteld voor het primaat van verhuizen. Dit betekent dat er voor woningaanpassingen onder de € 7.500,- geen onderzoek meer wordt gedaan of verhuizen goedkoper is. Nu wordt bij iedere aanvraag voor een woningaanpassing het onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot verhuizen. De beoordelingscritera voor een pgb zijn aangeschept. Het college moet beoordelen of een aanvrager het pgb kan beheren en of de in te kopen voorziening van goede kwaliteit is. De wijze van beoordelen (huidige werkafspraken) is opgenomen in de verordening en deze is aangevuld met concrete afwijzingsgronden. Dit geeft consulenten handvatten bij het beoordelen van een pgb. De hoogte van het pgb tarief is aangepast. Er stonden in de verordeningen verschillende pgb tarieven voor Jeugd en Wmo en voor Duiven en Westervoort. Daarbij was het pgb tarief gelijk aan het zorg in natura tarief. De berekening van de tarieven is voor Wmo en Jeugd en voor Duiven en Westervoort gelijk getrokken en het pgb tarief voor professionale partijen is omlaag gegaan naar 80% van het zorg in natura tarief. Pgb aanbieders hebben lagere overheadkosten omdat zij niet investeren in een aanbesteding, contractmanagementgesprekken en een samenwerkingsrelatie met gemeenten.

Met een lager pgb tarief is er een prikkel voor partijen om een contract met gemeenten aan te gaan. Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt tussen de

Pagina 9

informele aanbieder 1e en 2e graads familieleden en sociaal netwerk. De tarieven worden als volgt aangepast: Wmo prof.

Wmo inf. 1e+ 2e graads

Wmo inf. Sociaal netwerk

Jeugd prof.

Jeugd Jeugd inf. inf. 1e+2e Sociaal graads netwerk

Duiven

80%

Minimum loon

€ 20

80%

Minimum loon

€ 20

Westervoort

80%

Minimum loon

€ 20

80%

Minimum loon

€ 20

-

Bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet is verder uitgebreid. Hierin is nu opgenomen dat gemeenten toezichthouders aanwijzen, welke bevoegheden de toezichthouders hebben, welke onderzoeken zij gaan uitvoeren en welke gevolgen zij kunnen geven aan een onderzoek. Uit jurisprudentie is gebleven dat de wet hier niet volledig in voorziet en dat gemeenten dit moeten regelen in verordeningen.

Ik hoop jullie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Een aantal onderwerpen vraagt nog om bespreken. Het is wenselijk om hiervoor een afspraak in te plannen.

Met vriendelijke groet,

Denise Mooij Adviseur Zorgfraudeproces

Pagina 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=cf9e0b3d-7929-4e5b-b91f-196a1641be7a