20230116-rv-beleidsplan-schuldhulpverlening-duiven-westervoort-2023-2026-bijl-1-beleidsplan.docx
Tekst van het document
BELEIDSPLAN SCHULDHULPVERLENING 2023-2026
1
Inhoudsopgave:
1.
Inleiding
4
1.1
Definitie integrale schuldhulpverlening
4
2.
Landelijke ontwikkelingen en kaders
5
2.1
Brede schuldenaanpak
5
2.2
Wetswijzigingen
5
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5
Vroegsignalering Schuldhulpverlening aan ondernemers Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Adviesrecht bij schuldenbewind
5 5 5 6 6
2.3
Vroegsignalering van schulden
6
3.
Schuldhulpverlening in perspectief
7
3.1
Visie
7
3.2
Uitgangspunten
7
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5
Eigen verantwoordelijkheid Maatwerk Integrale aanpak Brede toegang schuldhulpverlening Ontwikkelingen schuldhulpverlening 2018 t/m 3e kwartaal 2022
7 8 8 8 9
3.3
Doelstellingen
9
3.3.1 3.3.2
Preventie Vergroten van de financiële zelfredzaamheid
9 10
3.4
Aandacht voor bijzondere doelgroepen
10
3.4.1. Gezinnen met minderjarige inwonende kinderen 3.4.2 Zelfstandige ondernemers (waaronder ook zzp’ers) 3.4.3 Statushouders
10 10 10
2
3.4.4 3.4.5 3.4.6
Laaggeletterden Recidivisten Frauderende schuldenaars
11 11 11
3.5
Relatie met het Sociaal Domein
11
3.5.1 3.5.2 3.5.3
Participatiewet Minimabeleid Wet maatschappelijke ondersteunng (Wmo) en Jeugdwet
12 12 12
4.
Speerpunten beleid in de uitvoering
13
4.1
Vroegsignalering
13
4.1.1. Project Schuldenaanpak Rechtbank Gelderland
14
4.2
Schuldhulpverlening aan ondernemers (inclusief ZZP-ers)
14
4.3
Communicatie
14
4.4
Voorzieningencheck
14
4.5
Nazorg
14
3
1. Inleiding Voor u ligt het beleidsplan Schuldhulpverlening 2023-2026. Dit beleidsplan vervangt het Beleidsplan Schuldhulpverlening Duiven-Westervoort 2019-2022, welke afloopt in december 2022. Het nu voorliggende beleidsplan is een voortzetting van het ingezette beleid. Door het vroegtijdig signaleren van betalingsproblemen wordt getracht zo vroeg mogelijk met een inwoner in contact te komen ter voorkoming van problematische schulden*. *Problematische schulden (definitie bramche-organisatie NVVK): er is sprake van problematische schuld als bij een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of al heeft opgehouden te betalen. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) schrijft voor, dat de gemeenteraad iedere vier jaar een plan vaststelt. Dit plan geeft richting aan integrale schuldhulpverlening voor inwoners. Het doel van de wetgever is het voorkomen van problematische schulden en inwoners die toch in een problematische schuldensituatie terecht zijn gekomen een uitweg bieden. Op 1 januari 2021 is de Wgs gewijzigd. Met de wijziging wordt vroegsignalering van schulden een wettelijke taak voor de gemeente.
Gemeenten hebben per 2021 de mogelijkheid om gegevens van inwoners met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Dit worden de vaste lasten partners of signaalpartners genoemd. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij schuldhulpverlening aanbieden. Vroegsignalering van problematische schulden is onderdeel van de brede schuldenaanpak van het kabinet. Deze aanpak bestaat uit een veertigtal maatregelen om de schuldenproblematiek terug te dringen. Er wordt daarnaast binnen deze wetswijziging aandacht gevraagd voor schuldhulpverlening voor ondernemers. 1.1 Definitie integrale schuldhulpverlening Integrale schuldhulpverlening is een samenhangend hulpaanbod van preventie tot en met nazorg. Het doel is zowel financiële problemen zelf als de oorzaak hiervan op te lossen of te stabiliseren, zodanig dat deze geen belemmering vormen om te participeren in de samenleving. Het gaat hierbij om het ondersteunen van inwoners bij het vinden van een oplossing voor financiële problemen, voor de eventuele oorzaken hiervan of voor omstandigheden die verhinderen dat de financiële problemen kunnen worden opgelost. Daarbij wordt maatwerk toegepast. De eigen verantwoordelijkheid en financiële gedragsverandering van de inwoner staan hierbij voorop.
Daarnaast wordt zoveel mogelijk voorkomen dat schulden (weer) ontstaan (schuldpreventie).
4
2. Landelijke ontwikkelingen en kaders 2.1 Brede schuldenaanpak Het besef dat een grote groep huishoudens worstelt met schuldenproblematiek die zij niet zelfstandig kunnen oplossen en de daarmee samenhangende stress, heeft geleid tot een landelijk project, genaamd de ‘Brede Schuldenaanpak’. De regering wil dat minder mensen te maken hebben met problematische schulden en geeft daar hoge prioriteit aan. Maar dit doet de regering niet alleen. De schuldenproblematiek vraagt om nauwe samenwerking tussen ministeries, gemeenten en andere betrokken partijen. Alle betrokken partijen kunnen, vanuit een gedeeld beeld en dezelfde uitgangspunten, het schuldenbeleid invullen en uitvoeren. Voorkomen van problematische schulden is belangrijk. Als mensen toch in problematische schulden terechtkomen, wil de regering hen waar nodig ontzorgen en ondersteunen, voorkomen dat schulden onnodig oplopen en zorgen dat schulden op een maatschappelijk verantwoorde manier worden geïncasseerd. De brede schuldenaanpak richt zich op drie actielijnen: 1. Problematische schulden voorkomen door preventie en vroegsignalering; 2. Ontzorgen en ondersteunen; 3. Zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. Hetgeen beschreven is in dit beleidsplan sluit nadrukkelijk aan op deze actielijnen. 2.2 Wetswijzigingen 2.2.1 Vroegsignalering In dit beleidsplan schreven we al dat op 1 januari 2021 de Wgs is gewijzigd.
De belangrijkste wijziging is de uitwisseling van persoonsgegevens, de vroegsignalering. De voormalige Wgs noemde vroegsignalering niet expliciet als een taak van de gemeente, waardoor er geen grondslag was voor gegevensuitwisseling. In de gewijzigde wet heeft de gemeente die expliciete taak wél. Hierdoor is er een wettelijke grondslag gecreëerd voor het ontvangen van de signalen over betalingsachterstanden bij woningcorporaties, zorgverzekeraars, en water- en energieleveranciers. De gemeente kan hierdoor eerder starten met het oplossen van betalingsproblemen, met als doel om problematische schulden te voorkomen. 2.2.2 Schuldhulpverlening aan ondernemers Gemeenten moeten ook aan ondernemers met (dreigende) problematische schulden schuldhulpverlening bieden. De gewijzigde Wgs maakt dat duidelijk. Schuldhulpverlening voor ondernemers vraagt meer kennis dan schuldhulpverlening aan particulieren, onder meer omdat ook de levensvatbaarheid van de onderneming moet worden beoordeeld (zie ook onder 4.2). 2.2.3 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) Op 1 januari 2021 is daarnaast de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking getreden. De beslagvrije voet is het inkomen waarover iemand altijd moet blijven beschikken, zodat mensen niet onder het bestaansminimum zakken.
Een groot voordeel dat met de Wvbvv wordt behaald is de eenduidige en geautomatiseerde manier van berekenen van de beslagvrije voet. Op die manier kunnen inwoners beter in het bestaansminimum beschermd worden en kan de beslagvrije voet beter gecontroleerd worden.
5
Een tweede voordeel is dat de wet meer coördinatie van incassoactiviteiten tot gevolg heeft, door onder andere het introduceren van een vaste beslagvolgorde. In de praktijk passen we de verlaging van de beslagvrije voet al toe. Dit houdt concreet in dat de beslagvrije voet van 90% naar 95% van de bijstandsnorm gaat (in plaats van 10% kan er nog maar voor 5% beslag gelegd worden op het inkomen). 2.2.4 Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Verwacht wordt dat de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag in 2022 gefaseerd wordt ingevoerd. Het programma Stroomlijning Keten voor Derdenbeslag heeft tot doel de gegevensuitwisseling tussen de ketenpartijen te verbeteren. De Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag biedt een grondslag voor gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen. Om tot een realistische beslagvrije voet te komen, krijgen ook overheidsinstanties toegang tot het huidige beslagregister. Partijen worden gefaseerd aangesloten tussen 2021 en 2023. 2.2.5 Adviesrecht bij schuldenbewind Per 1 januari 2021 is de Wet adviesrecht gemeenten ingevoerd. Dat betekent dat gemeenten adviesrecht hebben bij schuldenbewind, waardoor gemeenten de mogelijkheid hebben rechters te adviseren over de vraag of iemand met problematische schulden hulp moet krijgen van een beschermingsbewindvoerder. Mensen met problematische schulden kunnen worden geholpen met schuldenbewind.
Een bewindvoerder beheert dan hun financiën en stabiliseert de situatie. Schuldenbewind is een ingrijpende maatregel. Gemeenten kunnen mensen met schulden ook ondersteunen met lichtere vormen van hulp. Denk bijvoorbeeld aan budgetcoaching of budgetbeheer. De wet regelt dat gemeenten drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Gemeenten kunnen zo hun regierol bij schuldhulpverlening beter vervullen. Dit draagt bij aan de samenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders. Verder regelt de wet dat schuldenbewind alleen nog voor bepaalde tijd kan worden ingesteld. Zo dragen we eraan bij dat een schuldenbewind niet langer duurt dan noodzakelijk. Door het adviesrecht krijgen gemeenten meer grip op de instroom in schuldenbewind. Om inwoners de meest adequate ondersteuning te bieden maken we, in voorkomende gevallen, gebruik van deze mogelijkheid tot het geven van advies. 2.3 Vroegsignalering van schulden Onderzoek heeft uitgewezen dat één op de vijf huishoudens betalingsachterstanden heeft. Hoewel de verwachting was dat de coronapandemie zou leiden tot een toename van het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening, zien we dat gelukkig niet terug in de cijfers.
Schuldenproblematiek levert voor mensen op verschillende vlakken problemen op. Zo hebben mensen met schulden vaak een slechtere gezondheid, zijn er problemen binnen het gezin en verliezen zij regelmatig hun baan omdat zij slechter presteren op het werk. Mensen met schulden wachten gemiddeld zo’n 5 jaar voor ze om hulp vragen. Als zij zich uiteindelijk melden hebben ze gemiddeld €40.000 schuld bij 15 verschillende schuldeisers. Te weinig mensen met ernstige betalingsproblemen maken gebruik van hulpverlening. Een deel van de mensen met financiële problemen weet niet waar ze hulp kunnen krijgen. Een groter deel denkt wel hulp te kunnen vinden als dat nodig zou zijn, maar heeft niet door dat de betalingsproblemen al zo ernstig zijn dat ze al hulp nodig hebben. Tevens speelt schaamte een belangrijke rol in het niet durven vragen om hulp. Vroegsignalering van schulden wordt gezien als een goede oplossing om problematische schulden bij mensen te voorkomen. Op het moment dat schulden vroegtijdig opgespoord worden door het delen van gegevens, zijn er meer mogelijkheden om hulp te bieden. Hiermee wordt voorkomen dat achterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldensituatie.
6
7
3. Schuldhulpverlening in perspectief 3.1 Visie Het is economisch niet verantwoord en uit sociaal oogpunt niet wenselijk, dat inwoners buiten de samenleving komen te staan. Er wordt geïnvesteerd in maatregelen die de mogelijkheden tot participatie vergroten, waarbij participatie op de arbeidsmarkt voorop staat. Een belemmering bij (arbeids)participatie is het hebben van (problematische) schulden. Daarom is het van groot belang om, binnen de gestelde kaders, (problematische) schulden te voorkomen, beheersbaar te maken of op te lossen. Daarbij staat het vergroten van de financiële zelfredzaamheid centraal. De inwoner is in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Inwoners die (tijdelijk) niet in staat zijn zelf de verantwoordelijkheid te nemen, kunnen (tijdelijke) ondersteuning krijgen vanuit de gemeente: snel, effectief en het liefst zo vroeg mogelijk. Hieruit volgt de volgende visie: Schuldhulpverlening is gericht op: ➢ het voorkomen en wegnemen van belemmeringen, waardoor (arbeids)participatie van inwoners van de gemeente wordt bevorderd; ➢ het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van inwoners woonachtig in de gemeente; ➢ het zo vroeg mogelijk signaleren van schuldenproblematiek bij inwoners woonachtig in de gemeente door middel van vroegsignalering. Alle inwoners met (dreigende) financiële problemen kunnen een beroep doen op schuldhulpverlening.
Door het aanbieden van laagdrempelige voorlichting en informatie wordt bevorderd dat minder inwoners schulden krijgen. Inwoners die financiële problemen hebben, krijgen ondersteuning en begeleiding bij het vinden van een oplossing voor of het beheersbaar maken van de schulden, waarbij aandacht is voor de oorzaken van de financiële problemen en mogelijke belemmeringen voor een oplossing. Er wordt maatwerk geboden en er worden blijvende resultaten behaald: een leven waar financiële problemen geen belemmering meer vormen en waarbij inwoners het liefst vrij van schulden maatschappelijk participeren (op het voor hen hoogst haalbare niveau) en financieel zelfredzaam zijn. De gemeente voert de regie op het proces* en de inwoner is zelf verantwoordelijk voor het slagen van het traject. *Regie op het proces: worden de noodzakelijke stappen juist en tijdig gezet 3.2 Uitgangspunten In bovenstaande visie ligt een viertal uitgangspunten besloten: ➢ Eigen verantwoordelijkheid ➢ Maatwerk ➢ Integrale aanpak ➢ Brede toegang 3.2.1 Eigen verantwoordelijkheid De eigen verantwoordelijkheid en motivatie van de inwoner staan voorop. Elke inwoner die wordt ondersteund met schuldhulpverlening, spant zich in om het traject van schuldhulpverlening tot een succesvol einde te brengen.
De gemeente ondersteunt als dit nodig is en laat de regie waar die hoort: ‘de inwoner is zelf aan zet’ (voornamelijk het tijdig nakomen van gemaakte afspraken).
8
De inwoner staat centraal, maar blijft verantwoordelijk voor het slagen van de schuldhulpverlening. Dit betekent ook, dat de inwoner, naar vermogen, zelf verantwoordelijkheid moeten nemen in beslissingen en afspraken dient na te komen. 3.2.2 Maatwerk De inzet van schuldhulpverlening is maatwerk. Welke vorm van hulp wordt ingezet en welke partners daarbij betrokken worden, is afhankelijk van de situatie waarin de inwoner zich bevindt en welke oorzaken aan de situatie ten grondslag liggen. Uiteraard start dit alles met de inwoner die hulp moet willen en accepteren. In sommige gevallen kan een adviesgesprek voldoende zijn om grotere schulden te voorkomen. In andere gevallen is het starten van een langer schuldhulpverleningstraject noodzakelijk. Wanneer er sprake is van een crisis, wordt direct hulp ingezet. De ambitie om alle inwoners woonachtig in de gemeente aan een schuldenvrije toekomst te helpen is te hoog gegrepen. Niet voor elke inwoner is het bereiken van een schone lei haalbaar. Sommige inwoners zullen langdurig niet in staat zijn om financieel zelfredzaam te zijn. Toch blijft ook voor deze inwoners het streven naar zelfredzaamheid overeind, maar dan binnen de mogelijkheden die er zijn en met de begeleiding die daarvoor nodig is. Er wordt gestreefd naar een zo effectief en efficiënt mogelijke inzet van schuldhulpverlening.
3.2.3 Integrale aanpak Schuldhulpverlening wordt vanuit een integrale aanpak benaderd. Dat betekent, dat er niet alleen wordt gekeken naar financiële problemen, maar ook naar de omstandigheden die van invloed zijn daarop. In samenspraak met het maatschappelijke veld (inclusief de Regionale Sociale Dienst ‘de Liemers’) ontstaat een beter zicht op de persoonlijke omstandigheden die van invloed zijn op de financiën. Om financiële problemen duurzaam op te lossen, is het van belang dat de oorzaak duidelijk is. Vaak zijn er namelijk ook sociaal-maatschappelijke problemen aan de orde. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van psychische problemen, verslaving, problemen van relationele aard of laaggeletterdheid. Deze problemen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van financiële problemen en kunnen een succesvolle schuldregeling en financiële zelfredzaamheid in de weg staan. Afhankelijk van de aard van de problemen, ondersteunen verschillende professionals en vrijwilligers de betreffende inwoner. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een duurzaam resultaat. 3.2.4 Brede toegang schuldhulpverlening De Wgs gaat uit van een brede toegang tot schuldhulpverlening. In principe is schuldhulpverlening toegankelijk voor alle inwoners met (dreigende) problematische schulden. Er wordt geen inkomens- of vermogensgrens gehanteerd voor de toegang tot schuldhulpverlening.
Dit is in lijn met het uitgangspunt, dat schuldhulpverlening breed toegankelijk moet zijn. Met de wetswijziging per 2021 kunnen nu ook zelfstandige ondernemers, waaronder ook zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden verstaan, aanspraak maken op een minnelijke schuldregeling vanuit de gemeente.
9
3.2.5 Ontwikkelingen schuldhulpverlening 2018 t/m 3e kwartaal 2022 Aanvragen
2018 Kwrt Kwrt 1 2
Totaal 2018 Kwrt 3
Kwrt 4
2019 Kwrt Kwrt 1 2
Totaal 2019 Kwrt 3
Kwrt 4
Duiven
23
17
27
24
91
18
11
24
15
68
Westervoort
13
14
12
15
54
12
7
8
13
40
Eindtotaal
36
31
39
39
145
30
18
32
28
108
Aanvragen
2020 Kwrt Kwrt 1 2
Totaal 2020 Kwrt 3
Kwrt 4
2021 Kwrt Kwrt 1 2
Totaal 2021 Kwrt 3
Kwrt 4
Duiven
16
12
11
17
56
11
9
7
7
34
Westervoort
15
9
6
9
39
7
5
2
10
24
Eindtotaal
31
21
17
26
95
18
14
9
17
58
Aanvragen
2022
Totaal 2022
Duiven
Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt 1 2 3 4 6 5 11
22
Westervoort
6
4
8
18
Eindtotaal
12
9
19
40
Landelijke cijfers laten vanaf 2018 ook een afname zien en een stabilisatie in 2021. Aanvragen
2018
2019
2020
2021
Landelijk
86.200
89.152
78.013
78.698
Er lijkt een tendens waarneembaar dat intensieve schuldhulpverleningstrajecten minder ingezet worden en voornamelijk volstaan kan worden met het bieden van (kortstondige) begeleiding om de financiën weer op orde te krijgen. De huidige situatie van stijgende energieprijzen en de daaraan verbonden toenemende inflatie kunnen uiteindelijk leiden tot een toenemend beroep op de schuldhulpverlening. Momenteel worden door de Rijksoverheid compenserende maatregelen voorbereid. Of en in welke mate dit voldoende is om betalingsproblemen te voorkomen is momenteel nog niet duidelijk. 3.3 Doelstellingen 3.3.1 Preventie Het voorkomen van schulden is beter dan genezen. Vandaar dat schuldpreventie een belangrijk onderdeel van schuldhulpverlening is. Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die erop gericht zijn schulden te voorkomen, financiële vaardigheden te vergroten en gedrag zodanig te veranderen, dat financiën op orde blijven. Het doel van schuldpreventie is het voorkomen van financiële problemen, van belemmeringen voor participatie en daardoor (mogelijk) een sociaal en maatschappelijk isolement en/of het ontstaan van maatschappelijke kosten. Preventie levert meer op dan het achteraf oplossen van (financiële) problemen.
10
3.3.2 Vergroten van de financiële zelfredzaamheid Door het investeren in de capaciteiten van de inwoner, wordt de mogelijkheid geboden om in de toekomst zelf financiële problemen het hoofd te bieden. Dit proces is toekomstgericht en loopt naast de ondersteuning voor het oplossen van de schuldensituatie. Het vergt een andere focus van de hulpverlener. Geen focus meer op het bieden van zorg en ondersteuning, maar een blik op de behoefte van de inwoner. De hulpverlener werkt samen met de inwoner en coacht. Belangrijk is, dat de hulpverlener zelf durft los te laten, om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de inwoner te stimuleren en zo (weer) de regie te geven over zijn eigen leven. 3.4 Aandacht voor bijzondere doelgroepen Toegankelijke en duidelijke communicatie over voorliggende voorzieningen op het gebied van inkomensondersteuning en de mogelijkheden die schuldhulpverlening kan bieden is essentieel voor een goede ondersteuning van onze inwoners. Sommige groepen zoals mensen met een fysieke of mentale beperking of mensen die niet digitaal vaardig zijn, hebben daarbij extra onze aandacht. Onderstaand wordt toegelicht hoe omgegaan wordt met enkele andere specifieke groepen. 3.4.1.
Gezinnen met minderjarige inwonende kinderen Gezinnen met minderjarige inwonende kinderen verdienen op grond van de Wgs extra aandacht ter voorkoming van de negatieve gevolgen van schulden op de ontwikkeling van minderjarige kinderen. Extra aandacht kan, als dat nodig is, gegeven worden aan de situatie van deze gezinnen en de situatie van de kinderen. Hier kan vorm aan worden gegeven via de nauwe samenwerking tussen de gemeente en de andere ketenpartners zoals: Algemeen maatschappelijk werk, Stichting Leergeld, Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur, Voedselbank, Vluchtelingenwerk, Financieel Trefpunt Duiven-Westervoort, Schuldhulpmaatje etc. Hiermee wordt aangesloten bij de integrale benadering tussen alle partijen, waardoor (financiële) problemen bij ouders en hun kinderen snel opgepakt kunnen worden. 3.4.2 Zelfstandige ondernemers (waaronder ook zzp’ers) Een zelfstandige valt per 2021 onder de Wgs. Zelfstandigen kunnen nu ook aanspraak maken op een minnelijke schuldregeling vanuit de gemeente, naast andere rechtsmiddelen die voor hen ter beschikking staan (herfinanciering van het bedrijf, een beroep op het Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004). Zelfstandigen kunnen ondersteuning krijgen van de gemeente bij het stabiliseren van de financiële situatie.
Ook een zelfstandige die zijn onderneming heeft beëindigd en zich heeft uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel, kan in aanmerking komen voor schuldhulpverlening in de zin van een minnelijke schuldregeling. Hiermee worden inwoners en zelfstandige ondernemers die schulden hebben als gevolg van de liquidatie van hun onderneming niet uitgesloten. 3.4.3 Statushouders Een specifieke doelgroep binnen de schuldhulpverlening is de doelgroep statushouders. Vanaf 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van statushouders (Wet inburgering). Om de inburgering van statushouders zo snel en effectief mogelijk van start te laten gaan, is het noodzakelijk om inburgeringsplichtigen te begeleiden bij het op orde houden van de financiële situatie. Dit doen we op twee manieren, welke preventief bijdragen aan het voorkomen van schulden en schuldhulpverlening: ➢ Ten eerste wordt een vorm van financieel ontzorgen verplicht gesteld in de Wet inburgering. Gemeenten moeten inburgeringsplichtige statushouders ontzorgen door in de eerste 6 maanden nadat het recht op bijstand is ontstaan, de vaste lasten rechtstreeks vanuit de uitkering door te betalen. ➢ Ten tweede leggen we de nadruk op het aanleren van het voeren van een juist en gezond ‘huishoudboekje’. Stichting Vluchtelingenwerk begeleidt de statushouders hierbij.
11
Financiële zelfredzaamheid is een van de onderdelen van de maatschappelijke begeleiding die statushouders krijgen om hun leven in Nederland op orde te krijgen. Uit ervaringen blijkt immers dat alleen het doorbetalen van de vaste lasten vaak niet voldoende is. Na de eerste 6 maanden wordt op basis van een goed onderbouwd advies bekeken of de statushouder in staat is om zelfstandig te kunnen zorgdragen voor het beheer van zijn financiën. Indien dit nog niet mogelijk is, kan het financieel ontzorgen verlengd worden. Op deze wijze wordt voorkomen dat statushouders een slechte start maken en met name in de eerste maanden na huisvesting een vergroot risico lopen om in armoede of schulden terecht te komen, door bijvoorbeeld taalproblemen en onbekendheid met financiële zaken in Nederland. 3.4.4 Laaggeletterden Een groot deel van de mensen met schulden heeft moeite met lezen of rekenen. De kwetsbare groep laaggeletterden, vindt op eigen kracht vaak niet de juiste weg naar schuldhulpverlening. Een integrale aanpak van laaggeletterdheid bij mensen met financiële problemen is nodig. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor taal- en rekenvaardigheden van hulpvragers. Tijdige herkenning van laaggeletterdheid is een voorwaarde, om het risico op uitval binnen het traject te verkleinen.
Er worden ook een aantal groepen uitgesloten van schuldhulpverlening: 3.4.5 Recidivisten Schuldhulpverlening is in principe éénmalig. Het is niet de bedoeling, dat er ongelimiteerd gebruikgemaakt wordt van deze ondersteuning. Dit ondermijnt het leereffect én zorgt ervoor, dat onverantwoord bestedingsgedrag in stand wordt gehouden. Bovendien neemt de kans op een succesvolle schuldhulpverlening bij recidivisten af, omdat schuldeisers vaak niet bereid zijn opnieuw medewerking te verlenen. Recidivisten kunnen gedurende een periode van 5 jaar worden uitgesloten van schuldhulpverlening indien er sprake is van verwijtbaar gedrag, aanvrager te kwader trouw is geweest of zich meldt na een Wsnp traject zonder schone lei. De uitsluitingsperiode geldt vanaf de datum van beëindiging van de minnelijke schuldhulpverlening, dan wel beëindiging van een WSNP-traject. Recidivisten, die binnen 2 jaar van een succesvol doorlopen schuldregeling of een niet succesvol doorlopen traject schuldhulpverlening wegens weigerende schuldeisers, zich weer melden kunnen eveneens uitgesloten worden. Als het ontstaan van nieuwe schulden niet (volledig) aan de inwoner zelf te wijten is of er sprake is van een gezin met minderjarige kinderen of andere bijzondere omstandigheden, kan van de uitsluitingsperiode van 5 jaar worden afgeweken.
3.4.6 Frauderende schuldenaars Het is in principe niet de bedoeling, dat schuldhulpverlening wordt aangewend om vorderingen te saneren die zijn ontstaan als gevolg van fraude ten koste van maatschappelijke middelen, omdat dit het draagvlak voor sociale voorzieningen ondermijnt. Fraude is daarom uitgesloten van schuldhulpverlening. Er zijn echter situaties waarbij het toch wenselijk is om een frauderende schuldenaar te ondersteunen met schuldhulpverlening om grotere maatschappelijke problemen en kosten te voorkomen. 3.5 Relatie met het Sociaal Domein Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid gekregen om de toegang tot de zorg en ondersteuning op een laagdrempelige manier te organiseren. De dienstverlening moet integraal worden opgepakt. Vandaar dat schuldhulpverlening een belangrijke relatie heeft met andere vlakken binnen het sociaal domein.
12
3.5.1 Participatiewet Iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder (tijdelijke) ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Doel van de wet is dat meer mensen meedoen en waar mogelijk werk vinden. De Participatiewet regelt ook de verstrekking van (bijzondere) bijstand. Belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is de verantwoordelijkheid van iedere inwoner om in eigen onderhoud te voorzien. Schulden kunnen een belemmering zijn voor de reintegratie. Schuldhulpverlening is voor deze groep van belang en kan onderdeel zijn van het re-integratietraject. Ook moet er aandacht zijn voor de gemeente zelf, die ook schuldeiser kan zijn, indien er bijvoorbeeld gebleken is dat niet aan de inlichtingenplicht is voldaan. 3.5.2 Minimabeleid Integrale schuldhulpverlening is een belangrijke voorwaarde voor een effectief en duurzaam minimabeleid. Instrumenten die de gemeente kan inzetten ter voorkoming en bestrijding van armoede, schulden en sociale uitsluiting zijn onder andere bijzondere bijstand, de collectieve zorgverzekering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Een belangrijke voorwaarde voor schuldhulpverlening is dat deze voorzieningen benut worden. 3.5.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet Onderdeel van de nieuwe Wgs is het delen van gegevens van burgers binnen de Wmo en jeugdzorg.
Het gaat niet om gegevens waarvoor beroepsgeheim geldt, maar om de informatie dat iemand ondersteuning krijgt op grond van Wmo 2015 en/of Jeugdwet. Die informatie heeft de consulent Sociaal Domein belast met schuldhulpverlening nodig om contact te kunnen leggen met andere hulpverleners. Daarvoor hoeft de consulent Sociaal Domein belast met schuldhulpverlening niet te weten hoe het met iemands gezondheid is, maar wel dat degene zorg of ondersteuning krijgt en wie die hulpverleners zijn. Dan kunnen de hulpverleners de hulpverlening op elkaar afstemmen. Dit zijn volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gezondheidsgegevens. De AVG staat verwerking van gezondheidsgegevens niet toe, tenzij daarvoor een bijzondere rechtvaardiging bestaat. Schuldhulpverlening is zo’n rechtvaardiging. Het valt onder het, in de AVG genoemde, sociale beschermingsrecht (artikel 9 van de AVG en artikel 30 van de Uitvoeringswet AVG). Uitdrukkelijke toestemming vragen zou slechts een extra drempel opwerpen. Het is niet nodig om voor schuldhulpverlening een grondslag te maken om het medisch beroepsgeheim te doorbreken, omdat het niet noodzakelijk is om iemands ziektebeeld te kennen. Die gegevens hoeven dus niet te worden uitgewisseld voor schuldhulpverlening.
13
4. Speerpunten beleid in de uitvoering 4.1 Vroegsignalering Ook het beleidsplan Schuldhulpverlening 2023-2026 richt zich op het voorkomen van problematische schuldensituaties. Een belangrijk instrument om problematische schuldensituaties te voorkomen is vroegsignalering. In de gemeenten Duiven en Westervoort is in het beleidsplan Schuldhulpverlening 2019-2022 al geanticipeerd op de wetswijziging Wgs van 1 januari 2021 (vroegsignalering wettelijk verankerd in de Wgs). Vanaf november 2019 werd gewerkt met het instrument ‘Vroegeropaf’. Werden van signaalpartners (voornamelijk woningcorporaties, zorgverzekeraars, en water- en energieleveranciers) 2 of meer signalen van betalingsachterstand ontvangen in 1 maand, dan werd getracht in contact te komen met betreffende inwoner. Veelal werd het instrument ‘onaangekondigd huisbezoek’ ingezet. We waren nauwelijks gestart met deze werkwijze of de Coronamaatregelen noopten tot een andere werkwijze. Veelal werd contact gezocht via de telefoon, mail of per post. Bij de werkwijze ‘Vroeg Eropaf’ is sprake van een intensieve samenwerking tussen de gemeentelijke consulenten in het Sociaal Loket en de medewerkers van Schuldhulpmaatje Duiven-Westervoort. Vanaf 1 januari 2021 werden ook enkelvoudige signalen ontvangen. Op deze signalen wordt voornamelijk schriftelijk gereageerd.
Landelijk zijn de gerealiseerde cijfers over het 1e halfjaar 2022 als volgt (gebaseerd op 200 gemeenten die aangesloten zijn bij dashboard Vroegsignalering Schulden van Divosa): ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
In totaal zijn 380.000 signalen zijn ontvangen; Bij 75% van de signalen is opvolging in het dossier vastgelegd; In 17% (ca. 39.000) van de gevallen is uiteindelijk contact geweest met de inwoner; Bij 3% van het totaal aantal dossiers is hulp geaccepteerd (ca. 8000); Van de contactpogingen is 50% telefonisch, 11% een huisbezoek en 19% het versturen van een brief; Huisbezoeken en bellen leiden tot het meeste contact. Huisbezoeken 44% en telefonisch 41%; Hoe hoger de schuld, hoe meer acceptatie van hulp; Huurachterstanden leiden het vaakst tot contact.
Voor Duiven en Westervoort zijn de gerealiseerde cijfers over het 1e halfjaar 2022 als volgt: ➢ ➢ ➢ ➢
➢
Er zijn in totaal 487 signalen ontvangen; In 14% (69) van de gevallen is een contactpoging vastgelegd; Bij 1,2% van het totaal aantal signalen is vastgelegd dat er hulp geaccepteerd werd (6 stuks); Van de vastgelegde contactpogingen is 68% telefonisch, 7% een huisbezoek, 16% het versturen van een e-mail, 3% het versturen van een sms, en 6% het versturen van een brief; Huisbezoeken en bellen leiden tot het meeste contact: huisbezoeken 60% en telefonisch 40%.
In de 2e helft van 2022 zijn de nodige organisatorische maatregelen geïmplementeerd om te komen tot verhoging van de resultaten. Te denken valt hierbij aan een centralere rol voor de consulenten Sociaal Domein belast met schuldhulpverlening; periodieke afstemming met direct betrokkenen en aantal signalen per inwoner meer een rol laten spelen in de wijze waarop de inwoner wordt benaderd. Doel is om met Vroegsignalering Duiven – Westervoort minimaal gelijke tred te houden met de landelijke cijfers, zoals vastgelegd in het dashboard Vroegsignalering Schulden van Divosa.
14
4.1.1. Project Schuldenaanpak Rechtbank Gelderland Met de Rechtbank Gelderland zijn afspraken gemaakt voor wat betreft het doorgeleiden van signalen van schulden. Indien een gedaagde melding maakt van schulden vraagt de Rechtbank toestemming om zijn/haar gegevens door te geven aan de gemeente. De gemeente legt vervolgens contact met de betreffende inwoner.
4.2 Schuldhulpverlening aan ondernemers (inclusief ZZP-ers) Vanaf 1 januari 2021 zijn gemeenten verplicht om schuldhulpverlening aan te bieden aan ondernemers. De Liemerse gemeenten hebben ervoor gekozen deze specialistische vorm van schuldhulpverlening regionaal op te pakken via het loket Zelfstandigen van de Regionale Sociale Dienst ‘de Liemers’. Na een eerste beoordeling wordt doorgeschakeld naar gespecialiseerde bureaus om de ondernemer te ondersteunen bij zijn hulpvraag.
4.3 Communicatie De communicatie is specifiek gericht rondom essentiële momenten in het dagelijks leven (‘life events’), waar de kans om in een schuldensituatie te geraken het grootst is. Denk hierbij aan de volgende momenten: ➢
Bereiken 18-jarige leeftijd (zelfstandig handelingsbevoegd tot het aangaan van verplichtingen) of kind wordt meerderjarig;
➢
Terugval in inkomen als gevolg van bijv. ontslag, arbeidsongeschiktheid, kind krijgen, echtscheiding, bereiken pensioengerechtigde leeftijd etc.
Om jongeren te bereiken zal aansluiting worden gezocht bij bestaande voorlichtingsactiviteiten op het voortgezet onderwijs. Daarnaast zal bij het inzetten van communicatie aandacht zijn voor inwoners die niet computervaardig zijn of de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. 4.4 Voorzieningencheck Zoals aangegeven in paragraaf 3.5.2 is er sprake van een samenhang tussen schuldhulpverlening en minimabeleid. Uit de praktijk blijkt dat het regelmatig voorkomt dat geen beroep wordt gedaan ‘voorliggende voorzieningen (waaronder het gemeentelijk minimabeleid)’. Standaard wordt bij het (eerste) klantcontact nagegaan of een beroep gedaan wordt op de voorzieningen waarop recht bestaat. 4.5 Nazorg De nazorg begint tijdens de loop van het schuldhulpverleningstraject. Gaandeweg zou de klant – ervan uitgaande dat dit verantwoord is - meer moeten leren weer zelfstandig verder te kunnen. Bij nazorg kunnen verschillende partijen een rol spelen. In eerste instantie kunnen vrijwilligers uit het eigen netwerk van de klant hier een rol in spelen. Ook onze samenwerkingspartners kunnen veel betekenen in het nazorg-traject. Belangrijk is dat er sprake is van maatwerk: per inwoner wordt bekeken wat hij of zij nodig heeft. Dit geldt zowel voor de intensiteit als voor de duur. Hierover worden tijdens het traject afspraken gemaakt.
15