2023-02-schriftelijke-vragen-gl-leerlingenvervoer-met antwoorden.docx
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE (artikel 40 RvO) Nr.
2023-02
Datum indienen: 20 april 2023 Naam vragensteller: Rob Raaijman Vraag gericht aan: college * Onderwerp: Ontwikkelingen en doelmatigheid leerlingenvervoer Het college wordt verzocht de volgende vraag zo spoedig mogelijk schriftelijk te beantwoorden: In de raad van 17 april jl. heeft de wethouder toegezegd om bij de uitvoering van het leerlingenvervoer de resultaten van de evaluatie en de doelmatigheid in acht te nemen en de raad op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Het samen optrekken in de regio is daarbij van belang. Een eerste ontwikkeling is dat in de gemeente Duiven op 18 april een aantal amendementen en moties op de verordening leerlingenvervoer is aangenomen (respectievelijk toezegging is gedaan). Vraag a: Op welke wijze hebben de door de raad van Duiven aangenomen aanpassingen effect op de uitvoering van het leerlingenvervoer in Westervoort, gelet op de doelmatigheid, harmonisatie en het samen optrekken in de regio? (zie de toelichting voor deelvragen) Met het instemmen van de raad van Duiven met de nieuwe verordening Leerlingenvervoer is het beleid op het gebied van leerlingenvervoer verder geharmoniseerd tussen Westervoort en Duiven. Dit vergemakkelijkt het samen optrekken in de regio en de nieuwe verordeningen Leerlingenvervoer Westervoort en Duiven dragen bij aan de doelmatigheid van het vervoer.
De door de gemeenteraad van Duiven aangenomen aanpassingen op de verordening en beleidsregels hebben nauwelijks invloed op de uitvoering. Deze aanpassingen zijn vooral een juridische borging van staande praktijk met als doel de positie van ouders en leerlingen te versterken. Vraag b: Is het college van plan om in de eigen beleidsregels nog aanpassingen aan te brengen, teneinde doelmatigheid en harmonisatie met Duiven/regio te optimaliseren? In beginsel zijn de beleidsregels zoals uw raad daar kennis van heeft genomen. De beleidsregels beschrijft de kaders van de uitvoering en biedt ruimte om daarbinnen af te wijken. Waar door gesprekken met de gebruikers beargumenteerd een aanpassingen gedaan moet worden zal uw raad op de hoogte worden gebracht van nieuwe / aangepaste beleidsregels. We zullen aankomend schooljaar vaker met gebruikers in contact treden om met het beleid (met de beleidsregels) goed aan te sluiten en waar nodig aanpassingen overwegen. Toelichting: De aangenomen amendementen en moties (zie raadsinformatiesysteem Raadsvergadering Duiven 18 april bij agendapunt 13c) in Duiven betreffen het volgende:
Pagina 1 van 3
Amendement 1: Opstapplaatsen voor juiste doelgroep: Opstapplaatsen zijn niet toepasbaar op leerlingen uit het speciaal onderwijs, tenzij ouders in gesprek met consulenten aangeven dit zelf te willen. (Als toevoeging op artikel 8 lid 1) Deelvraag: Wordt voor Westervoort in de praktijk feitelijk hetzelfde gehandeld, maar dan vanuit het algemene criterium in artikel 8, lid 1, dat de mate van zelfstandigheid van de leerling bepalende factor is? Bovendien: Als er geen leerlingen uit Duiven naar scholen voor speciaal onderwijs gaan, is het dan nog doelmatig als dat voor leerlingen uit Westervoort wel verplicht/aanbevolen/aangeboden zou worden? In de praktijk wordt gehandeld naar het vermogen van het kind en het gezin, wat betekent dat veel kinderen in het speciaal onderwijs middels maatwerk thuis opgehaald worden. In Duiven is de doelgroep Speciaal onderwijs in beginsel uitgesloten, tenzij ouders zelf van mening zijn dat een opstapplaats past bij de ontwikkeling van het kind of prettig past bij de dagelijkse structuur. Dat sluit aan bij het staande beleid in Westervoort. In Westervoort gaan we pragmatisch om met de regels rondom opstapplaatsen. We kunnen de ouders en kinderen niet verplichten, maar we vragen ze wel om na te denken over wat wél kan en hoe dat mogelijk te maken is zonder op voorhand ‘nee’ te zeggen.
Soms is het afspreken van een periode om te wennen een manier om vertrouwen te krijgen bij de ouders dat het hen lukt. Terugdraaien wanneer het niet lukt is zeker een optie en dat wordt ook op die wijze besproken met de ouders. Tot slot, de opstapplaatsen worden steeds doelmatiger naar verloop van tijd omdat het een groeimodel betreft. Stap voor stap (jaar voor jaar) zullen steeds meer ouders en kinderen met opstapplaatsen te maken krijgen, omdat dat de norm wordt. Maatwerk blijft uiteraard altijd mogelijk. Amendement 2: Client-ondersteuning: leerling en ouder kunnen zich ten alle tijden kosteloos laten bijstaan en adviseren door een cliëntenondersteuner (toevoeging aan artikel 5, waarbij in artikel 1 de definitie is toegevoegd) En motie 1: expliciet aanmoedigen om gebruik te maken van onafhankelijke cliëntenondersteuning en de raad te informeren hoe hieraan is voldaan. Deelvraag: Wordt in Westervoort in de praktijk feitelijk hetzelfde gehandeld, maar dan vanuit de algemene verordening jeugdhulp artikel 2.3, lid 2, waarin dit voor alle jeugdhulp geregeld is? Dat klopt. De WMO omschrijft de clientondersteuning als zodanig. Het moet in de volledige breedte mogelijk zijn om ondersteuning te vragen, van leerplicht tot WMO voorzieningen, van leerlingenvervoer tot jeugdhulp.
Het is voldoende in de wet verankert, maar het zit elkaar niet in de weg om het nog eens expliciet te noemen in de verordening. In de aanvraag voor schooljaar 2023-2024 staat het nu nadrukkelijker genoemd, ook in Westervoort. Amendement 3: Instemming ouders een vereiste voor het gebruik van opstapplaats (als toevoeging aan artikel 8, lid 1; en de beleidsregels zo nodig daarop aanpassen) Deelvraag: Wordt in Westervoort in de praktijk feitelijk hetzelfde gehandeld, maar dan gebaseerd op de hardheidsclausule in artikel 8 lid 5, waarin het college ten gunste van de aanvrager kan afwijken en eventueel daarover beleidsregels kan opstellen? De toevoeging is een tekstuele borging van het feitelijk handelen van de consulenten. Er wordt in overeenstemming met ouders gezocht naar de beste oplossing rondom het leerlingenvervoer. Soms levert dit in eerste instantie wat gezonde weerstand op, maar door afspraken te maken over bijvoorbeeld een periode waarin kan worden ervaren hoe de situatie uitpakt, lukt het om tot een vorm te komen die voor dat moment passend is. N.a.v. van Motie 2 de toezegging van wethouder over: artikel 7 van de beleidsregels te laten vervallen van verplichtingen: betreft de verplichting aan ouders om één dag per week zelf te brengen en halen en (jaar in jaar uit) aan te tonen als dat niet mogelijk is.
Pagina 2 van 3
Deelvraag: Is het college van Westervoort bereid en van plan om de toezegging van de Duivense wethouder na te volgen, ook gelet op beleidsharmonisatie en doelmatigheid in de regio? De toezegging is anders van aard, namelijk: “Wethouder Goossen zegt toe artikel 7, lid 2 in de beleidsregels (Verordening Leerlingenvervoer) te schrappen en na de zomer te evalueren.” Én “Wethouder Goossen zegt toe om pragmatisch om te gaan met de beleidsregel leerlingenvervoer over het verplicht 1x per week zelf naar school te brengen (artikel nummer7).”
In de praktijk gaan de consulenten pragmatisch om met deze regels. Een aantal partijen uit de gemeenteraad Duiven stelde het op prijs om dit expliciet te maken en diende daarom een motie in. Die motie is uiteindelijk ingetrokken vanwege de bovenstaande toezeggingen van de wethouder. De toezegging in Duiven zal niet in Westervoort worden gedaan. Er zijn geen signalen bij het college bekend die aanleiding geeft voor een dergelijke toezegging. Ondertekening R.F.M. Raaijman, GroenLinks
Datum beantwoording: Antwoord college/burgemeester:
*keuze aangeven Westervoort, Burgemeester en wethouders van Westervoort,
M. Sluiter MA secretaris
drs. A.J. van Hout burgemeester
Pagina 3 van 3