20221018-bespreekstuk-gl-opvolgen-rekenkameradviezen-energietransitie.docx
Tekst van het document
Commissievergadering: Ruimte en Financiën 18 oktober 2022 Indiener: Ben Schulte/ Ciska Wobma Versie 23 september 2022 Onderwerp Opvolging adviezen rekenkamer over Energietransitie. Samenvatting De Rekenkamer heeft in een verkenning over de energietransitie aanbevelingen gedaan en aan de raad gepresenteerd op 28 juni jl. De nadere bespreking van deze aanbevelingen, op drie aandachtspunten, zal de realisering en planning ervan concreet genoeg moeten maken om opvolging ervan te borgen. Dit wordt vervolgens in een motie vastgelegd. De drie aandachtspunten zijn (1) het in beeld brengen van concrete streefbeelden over de komende jaren, (2) jaarlijkse rapportage op outcome-niveau en (3) mogelijkheden voor andere rolneming van de gemeente. Reden bespreken in de commissie Op 28 juni heeft de rekenkamer Duiven-Doesburg Westervoort haar verkenning over de energietransitie gepresenteerd aan de raad van Westervoort (commissie R&F). In bijlage 1 staan de conclusies en aanbevelingen uit deze verkenning en in bijlage 2 de reactie van het college daarop. Uit de reactie van het college en bespreking in de raadscommissie bleek dat conclusies en aanbevelingen in het algemeen worden gedeeld. Het coalitieakkoord 2022-2026 geeft op dit onderwerp op hoofdlijnen een aanzet met de belofte om in het eerste jaar te komen tot een integrale visie op duurzaamheid.
In deze visie kunnen deze aanbevelingen en college-toezeggingen een plek krijgen (zie bijlage 3). Om te borgen dat de gedeelde aanbevelingen inderdaad een plek krijgen in de visie op duurzaamheid en daarmee worden opgevolgd en dat de toezeggingen door het college gestand worden gedaan, is het belangrijk dat de raad hierover een besluit formuleert bijvoorbeeld in de vorm van een motie. Gelet op de aanbevelingen van de rekenkamer gaat het over de volgende drie aandachtspunten:
1. Het in beeld brengen van een streefbeeld voor de komende jaren. Daarbij horen op hoofdlijnen de activiteiten met verwachte resultaten en in mate waarin deze bijdragen aan doelstelling. Daaraan wordt zo veel mogelijk een koppeling gelegd met capaciteit en middelen. 2. Het jaarlijks rapporteren aan de raad van de voortgang van de energietransitie: integraal en op outcome-niveau. De voortgangsrapportage zoals in Doesburg wordt gebruikt kan als voorbeeld dienen van een wijze van integraal rapporteren over alles wat met de energietransitie te maken heeft. 3. Mogelijkheden zoeken voor een andere rolneming van de gemeente. Enerzijds een duidelijke voorbeeldrol met zichtbare resultaten en doeltreffende communicatie daarover.
Anderzijds het uitdagen en aanboren van mogelijkheden en verantwoordelijkheid in de samenleving, bijvoorbeeld via maatschappelijk aanbesteden en het uitdaagrecht. Aandachtspunt 1, en wellicht ook 3, lijkt een plek te krijgen in de aangekondigde integrale visie op duurzaamheid uit het coalitieakkoord. Een planning voor de realisatie van deze integrale visie is er nog niet en zou een opbrengst van deze bespreking kunnen/moeten zijn. Aandachtspunt 2 is toegezegd door het college, maar ook daarvoor ontbreekt een concrete planning. Die zou middels deze bespreking op tafel moeten komen. Aandachtspunt 3 kan op dit moment al beginnen, maar zou ook verankerd kunnen/moeten worden in het inkoopbeleid en in de participatieverordening. Dat kunnen we als raad zelf verankeren. Haalbaarheid en planning van deze aanbeveling is onderwerp van bespreking, die vervolgens zou moeten worden vastgelegd. Het resultaat van de bespreking zou derhalve moeten zijn hoe en wanneer de drie aanbevelingen vorm krijgen en geborgd worden. Toezeggingen van het college, inclusief tijdplanning, leiden tot een motie waarin deze toezeggingen en mogelijk nadere opdrachten op de aanbevelingen worden vastgelegd. Verdere procedure De toezeggingen vanuit het college en zo nodig nadere opdrachten op de drie aanbevelingen worden in een motie vertaald voor de raad van 7 november. *****
Bijlage 1: conclusies en aanbevelingen uit de verkenning van de Rekenkamer DDW over energietransitie (voorjaar 2022) Conclusies
•
• •
•
Er is sprake van een brede en integrale aanpak. Veel van de onderdelen die door de VNG zijn benoemd als terreinen van gemeentelijke verantwoordelijkheid hebben een plek gekregen in het energiebeleid. Er is sprake van een substantiële reservering van capaciteit en middelen voor dit onderwerp. Verwacht mag echter worden dat de komende raadsperiode dit beslag nog verder zal toenemen. Er is de afgelopen periode vooral geïnvesteerd in kaders en beleid. Dat heeft tijd gevergd. Mede daardoor zijn er nog weinig tastbare/zichtbare resultaten in relatie tot de kwantitatieve beleidsdoelen voor CO2-reductie en energiebesparing. Monitoring op outcomeniveau ontbreekt. Er wordt vooral gerapporteerd op het niveau van beleidsproducten en veel minder over activiteiten en de effecten daarvan. De (verwachte) effecten maken nog geen structureel onderdeel uit van de monitoring. Dit wordt mede veroorzaakt door de fase waarin de aanpak zich bevindt maar vraagt, gelet op de opgaven, ambities en het beslag op de gemeentelijke middelen om nadere invulling. Daardoor is het voor de raad moeilijk (of eigenlijk niet) te beoordelen of capaciteit en middelen op een efficiënte en effectieve manier worden ingezet
Aanbevelingen Ga door op de ingeslagen weg. De gemeente Westervoort pakt haar verantwoordelijkheid in de energietransitie voortvarend en in de volle breedte op. Dit proces vergt een lange adem, voortzetting en uitvoering van het in gang gezette beleid vraagt de komende jaren nog de nodige inspanningen. Breng de consequenties voor capaciteit en middelen zo volledig mogelijk in beeld. Niet alleen van jaarschijf tot jaarschijf maar over de hele aankomende raadsperiode, en de perioden daarna. Maak daarbij een koppeling tussen inzet van middelen en het (potentieel) te bereiken effect in termen van reductie van CO2 uitstoot. In het verlengde daarvan bevelen we aan beter inzicht te bieden in de monitoring van het beleid. Niet alleen op output-niveau (concrete resultaten van de inspanningen van de gemeente) maar ook op outcomeniveau (het daadwerkelijk bereikte effect met betrekking tot CO2-uitstaat. Dit maakt het voor de raad beter mogelijk aan effectsturing te doen: met welke inzet van capaciteit en middelen bereiken we welk resultaat. Zoek naar mogelijkheden tot een andere rolneming voor de gemeente. Veel van de noodzakelijke stappen op weg naar de energietransitie beginnen en eindigen nu bij het gemeentebestuur. Terwijl er ook verantwoordelijkheid (en creativiteit en oplossend vermogen) in de samenleving aanwezig is.
Het zo effectief mogelijk aanboren hiervan vraagt om een grondige bezinning op de gewenste rolneming van de gemeente. Uitvoeringsconcepten als “maatschappelijk aanbesteden” en “right to challenge” kunnen helpen om hier invulling aan te geven. De gemeentelijke voorbeeldrol vraagt om duidelijk zichtbare resultaten en een goede communicatie. Nu van inwoners, ondernemers en organisaties steeds meer verwacht wordt dat zij een bijdrage leveren aan de energietransitie, wordt het extra belangrijk dat gemeenten zelf het goede voorbeeld geven.
Gezamenlijke lessen uit de verkenningen voor Doesburg, Duiven en Westervoort Als rekenkamer hebben we de verkenning over duurzaamheid voor alle drie de gemeenteraden uitgevoerd. Voor Duiven en Westervoort geldt -vanuit 1Stroom- een gezamenlijke aanpak. De onderlinge leereffecten zijn vanuit die aanpak geborgd. De wijze van implementatie tussen deze beide gemeenten (Duiven en Westervoort) aan de ene kant en Doesburg aan de andere kant laten een aantal verschillen zien.
In alle drie de gemeenten wordt vormgegeven aan de energietransitie op een wijze waarbij participatie van de samenleving een belangrijke rol speelt. Dat acht de Rekenkamer een goede zaak. In Duiven en Westervoort is deze participatie voor de energietransitie van een afzonderlijk beleidsmatig kader voorzien in de vorm van een participatievisie. Deze zou ook voor de gemeente Doesburg goede handvatten kunnen bieden. In alle drie de gemeenten vraagt het onderkennen van het meerjarig beslag op capaciteit en middelen de aandacht. De energietransitie heeft een grote meerjarige impact. In Duiven en Westervoort is met het opstellen van zo’n meerjarige raming, bij aanvang van de programmatische aanpak enkele jaren geleden, al een eerste aanzet toe gedaan. Deze zou voor de gemeente Doesburg als inspiratie kunnen dienen bij het zetten van de eerstvolgende stappen op dit punt.
De gemeente Doesburg informeert de raad periodiek aan de hand van een voortgangsrapportage. Hierin wordt integraal, over de volle breedte van het programma informatie gegeven over de stand van zaken bij de verschillende onderdelen. Een dergelijke rapportagevorm zou voor de gemeenten Duiven en Westervoort als voorbeeld kunnen dienen tot het in onderlinge samenhang bieden van voortgangsinzicht aan de gemeenteraad.
Bijlage 2: De reactie van college op deze verkenning
De conclusie dat monitoring op outcome niveau ontbreekt: We hebben hier inmiddels een eerste stap in gemaakt richting de Raad middels een kennisgeving met bijgevoegde presentatie van resultaten (output). We beschouwen dit als een dynamisch document dat we samen met de raad vormgeven. In een volgende presentatie van resultaten zullen wij de verdere vertaalslag richting outcome daar waar mogelijk en in samenspraak met de raad maken. - De conclusie dat wij ‘beperkt inzetten op een brede maatschappelijke beweging’: Tot nu toe hebben wij bewust ingezet op activiteiten die de randvoorwaarden creëren waarbinnen een brede maatschappelijke beweging kan ontstaan. Dit heeft onder andere geleid tot de oprichting van ‘Energie Coöperatie de Liemers’. Toch heeft uw opmerking ons aan het denken gezet en zullen wij onze inzet hierop opnieuw bezien. - De aanbeveling ‘Breng de consequenties voor capaciteit en middelen zo volledig mogelijk in beeld. Niet alleen van jaarschijf tot jaarschijf maar over de hele aankomende raadsperiode, en de perioden daarna’: Zoals reeds in de participatiestrategie is geconstateerd, is het werken aan de energietransitie (in deze fase) vooral procesmatig -en in mindere mate projectmatig- en dus minder voorspelbaar en zeker niet maakbaar.
Daarnaast heeft het Rijk tal van taken naar ons gedelegeerd waarbij we niet altijd beschikken over de juridische instrumenten om zaken af te dwingen en we tot op heden nog steeds geen zicht hebben op een structurele compensatie voor de uitvoering van de gedelegeerde taken. Door het uitblijven van compensatie beschikken we niet over de noodzakelijke capaciteit om alle taken adequaat en tijdig uit te voeren. Dit alles draagt niet bij aan de mogelijkheden voor een langjarig- en adequate programmering waarin een koppeling kan worden gelegd met capaciteit en middelen. Uiteraard zijn wij wel in staat om, als streefbeeld, voor de komende jaren op hoofdlijnen aan te geven op welke activiteiten wij willen inzetten, wat de te verwachten resultaten zijn en in hoeverre deze bijdragen aan doelstelling. Daar waar mogelijk zullen wij een koppeling leggen met capaciteit en middelen.
Bijlage 3: passage uit het coalitieakkoord 2022-2026 over de energietransitie
Integraal aanpakken van duurzaamheid
Het is tijd voor een integrale visie en beleid op duurzaamheid in al haar aspecten. Binnen Westervoort is er op verschillende duurzaamheidsonderwerpen visie/beleid en zijn er allerlei initiatieven. Er is beleid in de Regionale Energie Strategie, ambities in de Omgevingsvisie, duurzaamheidseisen in de Woningvisie, duurzame subsidies, tegelwip acties en zo meer. Mooie ontwikkelingen, die in het belang van onze toekomst een integrale visie en beleid verdienen. In het eerste jaar van de coalitie brengen we alle losse onderwerpen samen in een integrale visie en vullen we bestaand beleid en initiatieven aan met onderwerpen waarin nog niet voorzien wordt. We koppelen hier ambitieuze, haalbare en concrete doelstellingen aan en voorzien deze van een planning. De integrale visie vormt de basis voor de route naar een duurzaam Westervoort in 2050. We hanteren een drietal uitgangspunten bij de vorming van visie en beleid: 1) De gemeente neemt, waar zij directe invloed en keuze heeft, het voortouw en gaat voor de duurzaamste optie; 2) De financiële situatie maakt dat er momenteel weinig tot geen geld is om te investeren.
We kiezen daarom voor een duidelijke prioritering, kijken of er bij initiatieven een ‘sluitende businesscase’ te formuleren is en richten ons op oplossingen die mogen groeien, in plaats van direct volgroeid te zijn en we bovenal doen wat nu wél mogelijk is; 3) We maken onze inwoners bewust van de urgentie en zorgen dat verduurzamen aantrekkelijk is en stimuleren daarmee individuele en collectieve motivatie. We zijn ons daarbij altijd bewust van de rol van de financiële positie van inwoners. Bij de vorming van visie en beleid kan gedacht worden aan de volgende thema’s: energie en energieverbruik, klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit, circulariteit (grondstoffen en hergebruik), bouwen met oog voor groen en mobiliteit. Proeftuin Als klein dorp mag onze ambitie op het gebied van klimaat groot zijn. Daarom willen we ruimte bieden om als proeftuin te dienen voor duurzame initiatieven en experimenten en daar ook het voortouw in nemen. Dit doen we samen met inwoners en andere partners. We zoeken en creëren actief slimme, innovatieve en duurzame samenwerkingen.