20220711-rv-gewijzigde-vaststelling-bp-fort-geldersoord-bijlage-2-toelichting-en-regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Fort Geldersoord Westervoort 2021 Gemeente Westervoort
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Fort Geldersoord Westervoort 2021 NL.IMRO.0293.BPFortGeldersoord-VA02 vastgesteld 23 maart 2022 en 11 juli 2022 44.10.17
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
Bemog Projectontwikkeling B.V. Mevr. S. Kruger
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. M. Geerts Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid
7 7 7 8 9 10 10 11 14 14 15
3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen
17 18 18 23 25 26 26 27 29 29 29 31 31 31 31 31
Bijlagen bij de toelichting
33
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
35 235 239 242 267 288 292
Bodemonderzoek Advies ODRA Advies VGGM Voortoets stikstofdepositie Quickscan Flora en Fauna Advies Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland Zienswijzennota
Fort Geldersoord Westervoort 2021
3
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Verkeer Woongebied - Initiatief en Realisatiefase Voorlopig Woongebied Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Verbeelding
4
Het plan
330
343 344
398
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Toelichting
Fort Geldersoord Westervoort 2021
5
6
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
In 2017 is voor de nieuwe woonlocatie 'Fort Geldersoord' aan de zuidrand van de kern Westervoort het bestemmingsplan 'Geerken en Fort 2017' vastgesteld. Het bouwplan van destijds om in totaal 24 woningen te realiseren bleek echter niet haalbaar. Nu heeft zich een nieuwe initiatiefnemer aangediend, Bemog Projectontwikkeling, met het plan om in totaal 20 twee-onder-een-kap woningen te realiseren. Daartoe is een nieuw bouwplan ontwikkeld, dat niet passend is binnen het vigerende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel wenselijk is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en er wordt gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in het Landschapspark 'Fort Geldersoord', nabij de wegen Schans en Het Geerken aan de zuidrand van de kern Westervoort. Navolgende afbeelding toont de ligging van het plangebied.
Ligging plangebied (rode stip). Bron: openstreetmap.org
Fort Geldersoord Westervoort 2021
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Geerken en Fort 2017', vastgesteld door de gemeente Westervoort op 25 september 2017 en 'Westervoort, De Schans', onherroepelijk in werking getreden op 29 december 2010. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de vigerende planologische situatie ter plaatse van het plangebied.
Uitsnede vigerende planologische situatie ruimtelijkeplannen waarop het plangebied is aangegeven met de rode doorbroken lijnen
Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen 'Groen - Cultuurhistorisch landschapspark', 'Woongebied - 4', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en de dubbelbestemming 'Waarde - Welstand' met de bijbehorende gebiedsaanduiding 'overige zone - welstand - fort'. Binnen 'Woongebied - 4' zijn enkele bouwvlakken opgenomen waarbinnen woningen zijn toegestaan. Per bouwvlak zijn het maximum aantal wooneenheden en de maximale bouw- en goothoogtes opgenomen. Voor de twee centrale bouwvlakken is een voorgevellijn opgenomen en ook geldt daar de specifieke bouwaanduiding 'geen achtererf'. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Voorliggend bouwplan bevat een groter oppervlak dan de vigerende plangrens uit het bestemmingsplan 'Geerken en Fort 2017'. Ook zijn er in het nieuwe plan woningen voorzien buiten de vigerende bouwvlakken en past het nieuwe plan niet binnen enkele specifieke bouwregelingen uit het vigerende bestemmingsplan. Het initiatief is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Geerken en Fort 2017'.
8
Fort Geldersoord Westervoort 2021
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
9
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie
De locatie 'Fort Geldersoord' ligt binnen het cultuurhistorisch landschapspark 'Fort Geldersoord' aan de zuidrand van de kern Westervoort. Het gebied vertegenwoordigt verschillende landschappelijke-, cultuurhistorische- en archeologische waarden. Uitgevoerde onderzoeken wijzen op de aanwezigheid van nederzettingen uit de Volle Middeleeuwen (900 - 1200) en van een fort uit de Nieuwe Tijd. In de periode 1740 - 1742 werd dit fort aangelegd om de in de dijk gerealiseerde inundatiesluis te beschermen. Het fort is rond 1820 afgebroken maar tijdens latere onderzoeken zijn verschillende restanten aangetroffen zodat de locatie van het fort tot op de dag van vandaag bekend is. De locatie 'Fort Geldersoord' is één van de vier nieuwe woonlocaties binnen het landschapspark. De drie andere locaties, 'Wonen achter de Dijk', 'Heegsche Bouwing' en 'Geerken' zijn reeds opgeleverd of in ontwikkeling. Voor de locatie 'Fort Geldersoord' is eerder een bouwplan ontwikkeld dat niet uitvoerbaar bleek. Navolgende afbeelding toont het plangebied in de bestaande situatie. Voor een uitgebreidere toelichting op de bestaande situatie wordt verwezen naar het bestemmingsplan 'Westervoort, De Schans' uit december 2010.
Luchtfoto van het plangebied (rode kader) en het landschapspark (bron foto: Omgevingsverordening Gelderland
10
Fort Geldersoord Westervoort 2021
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft een nieuw bouwplan ontwikkeld dat voorziet in 20 twee-onder-een-kap woningen aan de randen van het plangebied. Dit zijn vier woningen minder dan het vigerende bestemmingsplan toestaat. De verkavelingsopzet is afgestemd op de contour van het oorspronkelijke centrale bastion. Het 'binnenhof' zal groen worden ingericht en worden doorkruist door een wandelpad dat verder zuidoostwaarts uitkomt bij park 'Fort Geldersoorth'. Via een weg met een constructie van keer- en duikerelementen wordt het plangebied ontsloten op het Geerken. Deze ontsluiting zorgt samen met de woningen aan de randen van de locatie voor een stedenbouwkundige opzet die doet denken aan een fortificatie. Elke woning krijgt op eigen terrein twee parkeerplaatsen. Aan de randen van het plangebied zijn twee openbare parkeerplaatsen met gezamenlijk nog eens 12 parkeerplaatsen voorzien. Voor bezoekers zijn er daarnaast 8 'tijdelijke' parkeerruimtes opgenomen langs de randen van de ontsluitingswegen.
Toekomstige situatie (bron: 'Het plan' 'Fort Geldersoord', Jan Bakers Architecten & Bemog Projectontwikkeling)
Fort Geldersoord Westervoort 2021
11
Toekomstige situatie (bron: 'Het plan' 'Fort Geldersoord', Jan Bakers Architecten & Bemog Projectontwikkeling)
12
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Het plan Het beoogde bouwplan wordt uitgebreid beschreven in een door de architect opgesteld document. Dat is als bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan te raadplegen. Het ontwerp streeft ernaar om het fort terug te brengen in het park. Om dit effect te bereiken, wordt gewerkt met drie hoofdelementen: een zachttapijt, met name het gras en de begroeiing van het park, doorlopende keerwand als stoere muur die verwijst naar de fortmuur en de uitkijkers over het park in de vorm van de woningen. Omdat deze locatie cultuurhistorisch en landschappelijk hoge eisen stelt aan de bouwmassa die wordt toegelaten zijn in de eerdere bestemmingsplannen vrij specifieke regelingen gemaakt. Regelingen die enerzijds voldoende uitvoeringsvrijheid bieden maar anderzijds heel nadrukkelijk die ruimte beperken tot datgeen wat maximaal genut mag worden. Dat is echter te lastig gebleken: het samenspel van een bouwplan, de bouwmassa, de architectuur en de wijze waarop de inrichting wordt vormgegeven samen is essentieel. Met al die componenten samen staat of valt hetgeen gewenst is. Het bouwplan dat nú, anno 2021, beoogd is is óók goed, net zoals eerdere plannen dat ook waren (maar die niet tot realisatie leiden). Daarom is nu gekozen voor een bijzondere bestemmingsregeling. Daartoe wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van dit bestemmingsplan.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
13
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.
Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
14
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien. Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht In het bestemmingsplan 'Westervoort, De Schans' is vanuit het rijksbeleid reeds ingegaan op de ontwikkeling van de woonlocaties binnen het landshapspark 'De Schans'. Voorliggend bouwplan leidt niet tot veranderingen die een invloed hebben vanuit het rijksbeleid. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend plan voorziet in twee-onder-kap-woningen in het duurdere koopsegment. In het bouwplan zijn vier woningen minder opgenomen dan het vigerende bestemmingsplan toestaat.
In het vigerende bestemmingsplan 'Geerken en Fort 2017' is via het doorlopen van de ladder duurzame verstedelijking reeds de behoefte aan nieuwe koopwoningen in de hogere prijsklassen binnen Westervoort aangetoond. Onder het regionale- en gemeentelijke beleid (3.3 en 3.4) is op basis van het meest actuele woonbeleid nader gemotiveerd dat hier op de lokale woningmarkt (nog steeds) behoefte aan is. Conclusie Het initiatief past binnen het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;
Fort Geldersoord Westervoort 2021
15
Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.
Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Met de ontwikkeling van het plangebied wordt invulling gegeven aan de wens naar nieuwe woningen in de categorie 'Dure koop'. De nieuwe bebouwing wordt zorgvuldig ingepast passend bij de landschappelijke,cultuurhistorische- en archeologische waarden van landschapspark 'De Schans'. Het plan is daarmee in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente Westervoort dat regionaal is afgestemd met de regio De Liemers. Onder het regionale beleid is reeds aangetoond dat er een behoefte is aan de woningen uit voorliggend plan. Zie daartoe ook paragraaf 3.3. Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het initiatief past binnen de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Liemerse Woonagenda 2017-2027 Eind 2017 hebben de wethouders Wonen van de Liemerse gemeenten Duiven, Doesburg, Montferland, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar samen de 'Liemerse Woonagenda 2017-2027' ondertekend. In de vastgestelde notitie zijn de kwantitatieve én kwalitatieve uitgangspunten voor de invulling van het woningbouwprogramma opgenomen. De regionale woningbouwafspraken zijn tot stand gekomen op basis van onderzoek naar de toekomstige woonbehoeftes in de Liemers en doorvertaald naar de verschillende gemeenten. Daarbij is gewerkt met twee varianten; een basisvariant en een plusvariant. De basisvariant gaat voor de gemeente Westervoort uit van een woningbehoefte van 281 nieuwbouwwoningen in de periode 2017 – 2027. In de plusvariant wordt een woningbehoefte voor de gemeente Westervoort verondersteld in de periode 2017 – 2027 van 417 woningen. De harde plancapaciteit per 1 januari 2017 bedraagt 183 woningen. Daaruit blijkt dat er voor de gemeente Westervoort ruimte is om nieuwe bestemmingsplannen voor woningbouw vast te stellen. Planspecifiek Onderhavig initiatief voorziet in het toevoegen van 20 twee-onder-een-kapwoningen in het dure koopsegment. De toevoeging van de woningen is noodzakelijk om gedeeltelijk te voorzien in de vraag naar woningen in de gemeente Westervoort. De ontwikkeling past binnen de afgesproken provinciale- en regionale kaders.
Het initiatief past binnen de 'Liemerse Woonagenda 2017-2027'.
16
Fort Geldersoord Westervoort 2021
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Westervoort 2020 Op 20 september 2010 heeft de gemeenteraad van Westervoort de Structuurvisie ‘Westervoort 2020’ vastgesteld. Hierin is de visie van de gemeente Westervoort op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor het gehele gemeentelijk grondgebied voor de periode tot 2020 verwoord. De ambities van Westervoort voor de functies wonen, economie, mobiliteit, welzijn, groen & water, milieu, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn in de Structuurvisie samengebracht voor zover deze gaan over de ruimtelijke structuur van het dorp en het buitengebied. Het doel van de Structuurvisie is het aangeven van de kaders waarbinnen ontwikkelingen en projecten kunnen plaatsvinden én het communiceren van de ambities van de gemeente met derden. Planspecifiek In de structuurvisie is opgenomen dat aan de zuidzijde van Westervoort een hoogwaardige afronding van de kern is voorzien in de vorm van woningbouw op de locatie De Schans. Voorliggend plangebied maakt als deellocatie 'Fort Geldersoord' onderdeel uit van De Schans. Voor het plan is een bouwplan opgesteld, zie bijlage 1 van de regels. Daarin is de inpassing van de woningbouwlocatie binnen de landschappelijke-, cultuurhistorische- en archeologische waarden die het gebied rijk is, nader uitgewerkt.
Voorliggend plan geeft concreet invulling aan de woonbestemming die het plangebied sinds 2010 heeft en sluit aan op de historische waarden van dit gebied. Het initiatief past binnen de 'Structuurvisie Westervoort 2020'. 3.4.2 Woningbouwnotitie Gemeente Westervoort 2018-2027 Samen met buurtgemeenten heeft de gemeente Westervoort in 2017 nieuwe afspraken gemaakt die zijn gebaseerd op een gezamenlijke erkende behoefteprognose 'Primos 2016'. De bestuurlijke Liemerse afspraken zijn door het college van Gedeputeerde Staten op 14 november 2017 bekrachtigd met de vaststelling van de 'Liemerse woonagenda 2017-2027'. Met het vaststellen van de Liemerse Woonagenda is er weer volop dynamiek op de regionale woningmarkt. Dit heeft geleid tot een verhoogde (inhaal)vraag voor de korte termijn en geven de actuele woonbehoefte-prognoses uit de Liemerse Woonagenda extra ruimte. Dit is voor de gemeente Westervoort aanleiding geweest om het bestaande woningbouwprogramma bij te stellen. Daarom is in 2018 de 'Woningbouwnotitie Gemeente Westervoort 2018-2027 vastgesteld. De woningbehoefte voor Westervoort in de periode 2017-2027 komt volgens het middenscenario uit op zo'n 280 woningen. In 2017 zijn 45 woningen opgeleverd waarmee de opgave 2018-2027 uitkomst op 230-240 woningen.
Er is daarbij behoefte aan 50 tot 100 woningen in het middeldure segment (€180.000 - € 280.000) en 100 tot 150 woningen in het dure koopsegment (> € 280.000). Planspecifiek De locatie 'Fort Geldersoord' is als bestaand nieuwbouwplan opgenomen in de woningbouwnotitie. Het woningbouwprogramma dat nu voor ligt bestaat uit 20 dure twee-onder-een-kapwoningen. Zowel kwantitatief- als kwalitatief sluit het plan daarmee aan op de behoefte van de woningmarkt in Westervoort tot aan 2027. Het initiatief past binnen de 'Woningbouwnotitie Gemeente Westervoort 2018-2027'.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
17
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van het toekomst gebruik van het plangebied als woonlocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat vanuit milieuhygiënisch oogpunt het plangebied geschikt is voor de geplande woningbouw. Er zijn geen aanvullende bodemonderzoeken of nadere maatregelen vanuit het aspect bodem noodzakelijk. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten.
Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt.
18
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 15466899 (aan de Rijndijk ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2018 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) 17,5 µg/m3
PM10 (fijnstof) 18,9 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11,9 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Voorliggend plan voorziet in 20 woningen en is daarmee van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (1.500 woningen). Het project draagt 'niet in betekende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet).
De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Het oostelijk deel van het plangebied ligt binnen de geluidzone (200 m) van de dijkweg De Schans, waar een maximum snelheid geldt van 60 km/u. In relatie tot het bestemmingsplan 'Westervoort, De Schans' uit 2010 is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te kunnen bepalen wat het geluidseffect is van deze weg op het plangebied van De Schans (het plangebied uit voorliggend plan ligt daarbinnen). Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarden van 48 dB binnen het plangebied van De Schans niet wordt overschreden (max. 40-45 dB(A)), peiljaar 2014. Vanwege de ligging aan de rand van Westervoort en het ontbreken van nieuwe woonlocaties of andere ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied na 2014 kan aangenomen worden dat de
Fort Geldersoord Westervoort 2021
19
verkeersintensiteit over De Schans niet noemenswaardig is toegenomen. In vergelijking met de onderzoekssituatie uit 2014 worden de woningen uit voorliggend plan daarbij niet dichter op De Schans gesitueerd. Voor wat betreft de beoordeling van het wegverkeerslawaai kan daarom worden gesteld dat de eerdere conclusies uit het akoestisch onderzoek nog steeds van toepassing zijn en de voorkeursgrenswaarde (48dB) binnen het plangebied daarom niet wordt overschreden. Nader onderzoek vanuit wegverkeerslawaai is niet aan de orde. Aan de overzijde van de Rijn bij Huissen ligt een industrieterrein waarvoor een geluidszone is opgenomen. De geluidzone reikt niet tot aan het plangebied waardoor een akoestisch onderzoek naar industrielawaai niet aan de orde is en er ook vanuit industrielawaai geen belemmeringen zijn voor dit plan. Het initiatief is uitvoerbaar op het gebied van geluid. 4.1.4 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming.
Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. In de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" wordt onderscheid gemaakt in niet-bindende richtafstanden voor omgevingstypen 'gemengd gebied'" en een 'rustige woonwijk/ rustig buitengebied'. In de onderstaande tabel staan de richtafstanden per milieucategorie voor de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Gemotiveerd afwijken van de richtafstanden is mogelijk als kan worden aangetoond dat de hierboven genoemde doelen worden gewaarborgd.
Milieucategorie Richtafstand rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 400 m Tabel: richtafstanden per milieucategorie
20
Richtafstand gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Planspecifiek In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven en inrichtingen gelegen. Voorliggend plan voorziet ook niet in activiteiten die mogelijk leiden tot een negatief milieueffect op milieugevoelige objecten uit de omgeving. Vanuit het aspect milieuzonering is er sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied en bedrijven en inrichtingen worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van het initiatief. Het initiatief is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect milieuzonering. 4.1.5 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting.
De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan.
Voor inrichtingen geldt dat verantwoording van het groepsrisico verplicht is wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden toegelaten. Voor transportassen (weg, spoor en water) geldt dat de verantwoording van het groepsrisico verplicht is wanneer sprake is van toename van het aantal personen (en daarmee een toename van het groepsrisico) of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
21
Planspecifiek Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de provinciale risicokaart, waarop de ligging van het plangebied is aangegeven binnen de zwarte cirkel.
Uitsnede van de provinciale risicokaart (bron: ODRA)
De Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) hebben advies uitgebracht op voorliggend plan, zie daarvoor bijlagen 2 en 3. In het vervolg van deze paragraaf zijn de belangrijkste adviezen en conclusies opgenomen. Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een Bevi inrichting, transportroute en/ of hogedruk aardgastransportleiding. Vanuit de beoordeling van het plaatsgebonden risico zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Groepsrisico Het plan ligt in het invloedsgebied van de transportroutes A12, toekomstige A15 en Betuweroute. Daarmee hebben wijzigingen in het invloedsgebied van deze bronnen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Er kan worden volstaan met navolgende standaard verantwoording groepsrisico: Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Er zijn voldoende mogelijkheden om dit advies tijdig op te volgen.
22
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Bij dit plan dient rekening gehouden te worden met bluswatervoorziening en bereikbaarheid van de nieuw te bouwen woningen. De regels hiervoor zijn opgenomen in het bouwbesluit, maar het bestemmingsplan mag de mogelijkheden voor realisatie niet frustreren. Door de veiligheidsregio zijn een opmerkingen gemaakt voor de bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Bereikbaarheid Belangrijk voor bereikbaarheid is dat er ook mogelijkheid is voor hulpverleningsvoertuigen om te keren. Gelet op de toekomstige inrichting van het plangebied zijn hier voldoende mogelijkheden voor. Hulpverleners bereiken het plangebied via de toegangsweg aan de noordkant. Via deze toegangsweg bereiken hulpverleningsvoertuigen allereerst een brede verhardingsstrook over nagenoeg de gehele lengte van het plangebied. Deze strook bestaat uit de straat (de hoofdweg, ca 3,5 m breed) en een aangrenzende verharding (ca 1 m breed). Daarmee voldoet de weg aan de eisen vanuit het bouwbesluit en biedt de weg voldoende mogelijkheden voor het keren van hulpverleningsvoertuigen. De zuidelijk gelegen woningen worden via een ontsluitingsweg op deze hoofdweg ontsloten waardoor ook deze woningen snel bereikbaar zijn voor hulpverleningsvoertuigen.
Bluswatervoorziening Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze voorzien wordt in toereikende bluswatervoorziening. Het bestemmingsplan staat de realisatie van dergelijke voorzieningen toe en maakt deze niet onmogelijk. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect externe veiligheid.
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een
Fort Geldersoord Westervoort 2021
23
belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan.
De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Beleid waterschap Rijn en IJssel Voor dit plan is het beleid van Waterschap Rijn en IJssel mede van belang. Waterschap Rijn en IJssel beschrijft in het Waterbeheerplan 2016-2021 het beleid voor alle taakgebieden van het waterschap. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak het waterschap deze doelen wil bereiken. Het waterschap heeft de "Handreiking Waterparagraaf voor bestemmingsplannen" (versie januari 2012) ontworpen waarmee kan worden bepaald voor welke plannen en in welke mate het waterschap betrokken dient te worden bij het opstellen van een waterparagraaf. Bij plannen met een verhard oppervlak kleiner dan 500 m² in de nieuwe situatie hoeft geen berging gerealiseerd te worden. Bij plannen met een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m² dient rekening gehouden te worden met een maatgevende bui van 40 mm per uur.
Hiervoor kan de volgende berekening worden gehanteerd, waarin de factor 0,04 m een maatgevende bui van 40 mm per uur vertegenwoordigt: Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (in m²) * 0,04 Planspecifiek Vanuit het aspect water leidt voorliggend bouwplan niet tot wezenlijke veranderingen ten opzichte van de vigerende planologische situatie. Waterschap Rijn en IJssel heeft in een eerder stadium aangegeven geen bezwaar te hebben op het plan dat nu voor ligt. Het plan is uitvoerbaar wat betreft het aspect water.
24
Fort Geldersoord Westervoort 2021
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Om het effect van voorliggend initiatief op het aspect ecologie te kunnen bepalen, zijn een Voortoets stikstofdepositie (bijlage 4) en een quickscan Flora en Fauna (bijlage 5) uitgevoerd. De belangrijkste conclusies zijn in voorliggende paragraaf opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied, beschermd natuurmonument, wetlands of gebieden behorende tot het NNN. Op 300 m ten westen van het plangebied ligt Natura 2000-gebied 'Rijntakken'. De Voortoets stikstofdepositie heeft als belangrijkste uitkomst dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd, de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase niet toeneemt.
Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. In navolging op het aspect stikstof kan voor de aspecten geluid, lichthinder en trilling worden geconcludeerd dat gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot Natura 2000-gebieden en de beoogde situatie van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake is. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit gebiedsbescherming. Soortbescherming In de quickscan Flora en Fauna is de conclusie opgenomen dat het plangebied niet van essentiële betekenis is voor beschermde soorten. Gedurende het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de Algemene zorgplicht zoals bedoeld in de Wnb ten alle tijden in acht genomen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit soortenbescherming.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
25
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt door een weg met een constructie van keer- en duikerelementen wordt het plangebied ontsloten op het Geerken. Ten opzichte van de vigerende planologische situatie neemt het aantal woningen binnen 'Fort Geldersoord' af. Daarmee neemt ook de verkeersaantrekkende werking op het laatste deel van Het Geerken af. In het bestemmingsplan 'Westervoort, De Schans' is, op basis van de verkeersgegevens van het CROW, voor alle woonlocaties binnen De Schans een eenzelfde parkeernorm vastgesteld. Voor de duurdere grondgebonden woningen is een parkeernorm opgenomen van 2 parkeerplaatsen per woning. Voorliggend initiatief voorziet in 20 grondgebonden woningen, waardoor de totale parkeerbehoefte uitkomt op 40 parkeerplaatsen. Elke woning wordt op eigen terrein voorzien van een oprit waar achter elkaar 2 auto's geparkeerd kunnen worden. Daarnaast zijn in het bouwplan twee parkeergelegenheden opgenomen in de openbare ruimte met een gezamenlijke parkeercapaciteit van 12 parkeerplaatsen. Tot slot kunnen zo'n 8 auto's overal in de openbare ruimte tijdelijk parkeren als zogenaamde ''auto te gast''. Daarmee zijn er binnen het plangebied meer dan voldoende parkeerplaatsen opgenomen om te voorzien in de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers.
Het initiatief is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. De Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 vervangen als het gaat om gebouwde monumenten en archeologie. Daarnaast gaat de Erfgoedwet ook over roerend erfgoed. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, zoals vergunningen, gaan naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.
26
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied en de directe omgeving behoren tot een cultuurhistorisch rijksmonument (OBD 38849) in verband met het voormalige Fort Geldersoorth. Voor werkzaamheden binnen het gebied die zijn aangemerkt als Monument is een vergunning nodig op basis van de Monumentenwet.
Voor het gebied 'Fort Geldersoord' zijn in het Kwaliteitshandboek uit het bestemmingsplan 'Westervoort, De Schans' de belangrijkste cultuurhistorische waarden beschreven en hoe hiermee om wordt gegaan met betrekking tot de verkaveling en nieuwbouw in het gebied. Het bouwplan van voorliggend plan (bijlage 1 van de regels) sluit hier op aan. De historische waarden worden zoveel als mogelijk als leidraad gebruikt bij de verkavelingsstructuur, de bouwmassa's en de uitstraling. Vanwege het belang van de cultuurhistorische waarden van de locatie is de beoogde inrichting, doorvertaald in 'het plan' uit bijlage 1 van de regels, besproken met het 'Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland'. Het gespreksverslag, inclusief een aanvullende notitie, van de bespreking in het Planoverleg Cultuurhistorie Gelderland is toegevoegd als bijlage 6. In het verslag wordt geconcludeerd dat er bij de ontwikkeling van het plan goede stappen zijn gezet om te komen tot een plan dat recht doet aan de historische betekenis van de locatie. Daardoor wordt het plan, dat wordt ingepast binnen de landschappelijke-, cultuurhistorische- en archeologische waarden van het gebied, acceptabel geacht. Het plan wordt daarmee acceptabel geacht Archeologie In het kader van de ontwikkeling van 'De Schans' is archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Hieruit volgt dat er in het gebied van het Fort archeologische waarden en restanten van de fundering van het bastion aanwezig zijn. De realisatie van de woningen binnen het plangebied is mogelijk, mits bij de fundering en kabels en leidingen rekening wordt gehouden met de in de bodem aanwezige resten van het bastion (selectiebesluit college d.d. 27 april 2010, nr. RenS 4). De initiatiefnemer zal hier bij de nadere uitwerking van de bouwplannen op toezien. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor het aspect cultuurhistorie en archeologie.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
27
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Er wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin afspraken tussen de gemeente en de initiatiefnemer zijn opgenomen over financiën, planschade en bijdrages. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen.
De exploitatie van de achterliggende ontwikkeling 'De Schans' wordt aangegrepen om de bijdrages en verplichtingen die de gemeente aangaat op basis van de anterieure overeenkomst van voorliggend plan, te dekken. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
28
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
De regels uit voorliggend bestemmingsplan sluiten qua systematiek aan op de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Geerken en Fort 2017' uit september 2017. In voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: 'Verkeer' Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied op het aangrenzende wegennet. 'Woongebied' Binnen het bestemmingsvlak 'Woongebied' is het bouwplan, zoals nader uitgewerkt in het bouwplan 'Fort Geldersoord' uit bijlage 1 van de regels, toegestaan. Het bijzondere aan de regeling in dit bestemmingsplan (zie voor de achtergrond hetgeen in paragraaf 2.2 staat) is dat alléén de bouwmassa van dit bouwplan is toegelaten: héél rigide, héél strikt, zonder enige uitvoeringsvrijheid. En dat laatste, geen uitvoeringsvrijheid, is iets dat in bestemmingsplannen vrij normaal is. Binnen bepaalde kaders zijn er vaak grotere en / of kleinere variaties in die bouwmassa mogelijk en bij de toetsing van de aanvragen voor omgevingsvergunningen voor het bouwen wordt de architectuur getoetst aan de redelijke eisen van welstand.
Fort Geldersoord Westervoort 2021
29
Omdat de historie hier heeft geleerd dat het erg lastig is om tot een goede passende bestemmingsregeling te komen die (enige) vrijheid biedt aan de initiatiefnemer waarmee uiteindelijk gekomen wordt tot werkelijke realisatie ín het veld wordt die poging in dit bestemmingsplan verlaten. Er is één bouwplan toegelaten en dat is het bouwplan dat nu bekend is en is gezien door de betrokken ambtelijke diensten die zorgen voor de juiste kwaliteit i.r.t. cultuurhistorie, architectuur en het landschap. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
30
Fort Geldersoord Westervoort 2021
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
De planvorming op deze locatie loopt al vele jaren en is bekend bij het Waterschap Rijn en IJssel en de provincie Gelderland. Omdat dit bestemmingsplan geen wezenlijke nieuwe inzichten heeft t.o.v. eerdere plannen is dit plan niet formeel voorgelegd voor een overlegreactie. In het reguliere ambtelijke overleg zijn er wel contacten geweest en de diensten kunnen zich vinden in het plan zoals het nu voor ligt.