20220627-rv-onderbouwing-voorziening-sociaal-domein-biljage-1-plan-van-aanpak.docx
Tekst van het document
Plan van aanpak inzet reserve sociaal domein
Inleiding Voor 2022 heeft het Rijk voor gemeenten, bovenop de € 300 miljoen in 2021, nog eens ruim € 1,3 miljard extra toegekend voor jeugdzorg. De verwachting is dat de gemeente Westervoort circa € 1,3 miljoen zal ontvangen. Het college heeft voorgesteld om in de begroting van 2022, van dit bedrag 500.000,- euro te reserveren als buffer voor het sociaal domein. Uw raad heeft besloten om dit gehele bedrag vooralsnog toe te voegen aan de algemene reserve en een plan van aanpak gevraagd voor de inzet van de voorgestelde buffer. Argumentatie De provincie stelde bij de toetsing van de begroting 2021 dat het budget voor jeugd met € 500.000 opgehoogd moet worden. In de afgelopen jaren werd de gemeente Westervoort geconfronteerd met onverwachte uitgaven. Dit betrof uitgaven van niet-beïnvloedbare aard zoals prijsstijgingen als gevolg van de CAO onderhandeling zorg- en welzijnspartijen en andere partners en wijzigingen in de landelijke wetgeving, zoals de uitvoering van het woonplaatsbeginsel per 2022. Daarnaast heeft de gemeente binnen de jeugdzorg beperkte invloed op de toekenning van voorzieningen en kan daarmee de inzet van financiële middelen beperkt beïnvloeden. Denk hierbij aan inzet van voorzieningen door specialisten als psychiaters en kinderartsen, rechtspraak etc.
Gezien de omvang van de gemeente Westervoort kan één jeugdige een groot verschil maken in de uitgaven binnen de Jeugdwet. Het bieden van passende zorg blijft uitgangspunt, maar het open einde karakter van de jeugdzorg blijft een gegeven. Om gedurende het begrotingsjaar bij ramingen voor dit soort uitgaven te voorkomen, is deze zogenaamde buffer, zijnde een voorziening, bedoeld. Om welke niet beïnvloedbare factoren gaat het hier? De gemeente heeft geen grip op wijzigingen in de landelijke wetgeving, zoals de uitvoering van het woonplaatsbeginsel per 2022 In de begroting van 2021 is hierover het volgende aangegeven: Sinds 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. De wetswijziging moet de uitvoering van het woonplaatsbeginsel makkelijker en eenduidiger maken. Ook moeten de administratieve lasten erdoor verminderen. Tot 2022 was het niet altijd snel duidelijk welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor hulpverlening. Tijdens een hulpverleningstraject zijn er soms meerdere mutaties in de woonplaats van een kind. De aanpassing van het woonplaatsbeginsel houdt in dat wordt aangesloten bij de inschrijving van de jeugdige zelf in de Basisregistratie Personen (BRP). Hierbij worden de volgende twee situaties onderscheiden: 1
Jeugdhulp zonder verblijf: de gemeente waar de jeugdige volgens het BRP staat ingeschreven is verantwoordelijk;
2
Jeugdhulp met verblijf: de gemeente waar de jeugdige volgens het BRP stond ingeschreven voorafgaand aan de verhuizing naar de verblijfsplek is en blijft verantwoordelijk.
Deze wetswijziging moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de uitgangspunten van de Jeugdwet. De oorspronkelijke gemeente blijft verantwoordelijk voor een jeugdige waardoor die gemeente gestimuleerd wordt om te investeren in preventie. Deze wijziging van het woonplaatsbeginsel betekent dat, vanaf datum inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel de nieuwe instroom beoordeeld dient te worden aan de hand van bovenstaand nieuwe woonplaatsbeginsel. Ook de migratiegroep, de zittende populatie van jeugdigen die nu en op datum inwerkingtreding van de wet jeugdhulp ontvangen uit hoofde van de Jeugdwet, valt onder de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Voor de gemeente Westervoort is inmiddels duidelijk dat er meer jongeren aan Westervoort worden toegekend dan dat er worden overgedragen naar andere gemeenten. Dit betekent extra uitgaven voor Jeugdzorg. Naar verwachting loopt dit bedrag op tot € 160.000,-. De gemeente heeft geen grip op de CAO onderhandeling zorg- en welzijnspartijen en andere partners De gemeente heeft geen invloed op de gevolgen van CAO onderhandelingen met de branche verenigingen van zorg en welzijn, waardoor de kosten van zorg- en welzijnsproducten en daarmee ook de uitgaven van de gemeente stijgen. Dit geldt voor alle producten.
In de begroting van 2021 is specifiek over de tarieven van de gecertificeerde instellingen het volgende geschreven: In het rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ van de Inspectie Gezondheidszorg en jeugd (november 2019) komen veel problemen in de organisatie en uitvoering van de jeugdbescherming naar voren. Die worden ook in Gelderland herkend. De organisaties die met veiligheid en bescherming te maken hebben en de jeugdhulpregio’s in Gelderland (G7) hebben met elkaar een agenda opgesteld met concrete actiepunten, om de bescherming van jeugdigen te verbeteren: de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming (GVJB). Met ingang van 1 januari 2022 zijn hierdoor uniforme producten, tarieven en contracten gerealiseerd, met daarbij gedeelde afspraken over processen, aanpak en samenwerking. De tarieven voor de Gecertificeerde Instellingen in onze regio zijn met ingang van 1 januari 2022 met 4% verhoogd. Daar staan afspraken tegenover die moeten leiden tot een afname van het aantal beschermingsmaatregelen (o.a. Onder Toezicht Stelling en Voogdij) en van de kosten voor de inzet van specialistische jeugdzorg. De financiële consequenties voor de totale uitgaven voor jeugdzorg in 2022 zijn op dit moment nog niet te overzien.
De gemeente heeft beperkt grip op de toekenning van voorzieningen in de jeugdzorg Binnen de jeugdzorg heeft de gemeente, door de inzet van een gedragswetenschapper voor de huisartsen, invloed op de toekenning van voorzieningen in de jeugdzorg, maar deze invloed is zeer beperkt waar het gaat om toekenningen die worden afgegeven door specialisten als psychiaters, kinderartsen en de rechtspraak. Twee voorbeelden uit eerdere kwartaalrapportages: De uitgaven van de 5 individuele duurste cliënten bij elkaar opgeteld voor 2020 bedragen € 735.000. De kinderen waar het hier om gaat kunnen te maken hebben met zeer ernstige psychiatrische problematiek op het gebied van depressie, eetstoornissen en suïcidaliteit of een combinatie hiervan die onze regionaal gecontracteerde zorgaanbieders over het algemeen niet (meer) kunnen behandelen. Wel kan een psychiater (geautoriseerd verwijzer op grond van de Jeugdwet) doorverwijzen naar zo’n landelijk gecontracteerde zorgaanbieder. In het dashboard van Q1 2022 is de invloed van één traject voor jeugdhulp met hoge kosten zichtbaar. Door het specifieke ziektebeeld heeft één jeugdige veertien uur begeleiding per dag nodig
voor zeven dagen per week. Dit leidt tot een enorme stijging in de uitgaven voor het zorgproduct begeleiding. Plan van aanpak: Het bieden van passende zorg blijft uitgangspunt, maar het open einde karakter van zowel de jeugdzorg als de WMO blijft een gegeven, zeker ook nu er een bezuiniging is doorgevoerd als gevolg van de financiële situatie in Westervoort. Realistisch ramen, tijdig bijstellen, investeren in een andere aanpak die op den duur tot lagere uitgaven gaat leiden geven meer vertrouwen, zekerheid en rust dan een patroon van te laag ramen en tekorten aanvullen uit de algemene reserve. Concreet betekent dit dat we de gevraagde € 500.000,- willen besteden aan: -
Extra uitgaven als gevolg van het woonplaats beginsel; € 160.000,Prijsstijgingen van de zorg producten Onverwachte uitgaven als gevolg van toekenningen van Jeugdhulp door specialisten en de rechterlijke macht. Reeds bekend na Q1 2022; € 400.000,-
Dit alles neemt niet weg dat er ook in 2022 volop zal worden ingezet op de transformatie van het Sociaal Domein in Westervoort. De ingezette weg van de kanteling van de WMO en Jeugdwet wordt vervolgd. Het uitvoeren van de acties zoals beschreven in Samen Sterk zal hierin leidend zijn.