CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220621-rv-deltaplan-ruimtelijke-adaptatie-bijlage-2-uitvoeringsprogramma.pdf

Commissie Ruimte en Financien 21 juni 2022, gemeente WestervoortBij agendapunt: Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) uitvoeringsprogramma17.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2023 - 2027 Regio de Liemers © Sanne Smits

Gemeenten Westervoort, Duiven en Zevenaar en Waterschap Rijn en IJssel 1

Note: Gekleurde teksten bevatten een hyperlink

Inhoudsopgave 1. ALGEMEEN 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding……………………………………………………………………………… Bestuurlijke achtergrond…………………………………………………………… Proces………………………………………………………………………………….. De Liemerse aanpak………………………………………………………………… Doel uitvoeringsprogramma……………………………………………………… . Leeswijzer………………………………………………………………………………

5 5 5 6 6 7 7

2 . D E U I T D AG I N G E N 2.1 Natuurlijke omgeving en m enselijk gebruik…………………………………… 2.2 Extremer weer……………………..…………………………………………………. 2.3 Gevolgen in de Liemers …………………………………………………………….

8 8 9 9

3. BELEIDSVORMING 13 3.1 Aanpak…………………….……………………………………………………………. 13 3.2 Liemerse ambitie op klimaatadaptatie...………………………………………… 13 3.3 Beleidsambities..……………………………………………………………………… 16 4. Beleidsambitie 1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inw oners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak 17 4.1 Inleiding op de beleidsambitie…………………………………………………….. 17 4.2 Hoe is het nu?...... ....………………………………………………………………… 19 4.3 Wat gaan we doen?....………. ………………………………………………………. 20

2

5. Beleidsambitie 2: In de Liemers is in 2050 minder kans op w ateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op voor de gemeente onverwachte financiële schades 24 5.1 Inleiding op de beleidsambitie…………………………………………………….. 24 5.2 Hoe is het nu?..........………………………………………………………………… 26 5.3 Wat gaan we doen?....……….………………………………………………………. 26 6. Beleidsambitie 3: We benutten de (bergings -) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het w atersysteem beter om voldoende w ater te bew aren voor drogere periodes 29 6.1 Inleiding op de beleidsambitie…………………………………………………….. 29 6.2 Hoe is het nu?..........………………………………………………………………… 31 6.3 Wat gaan we doen?....……….………………………………………………………. 31 7. Beleidsambitie 4: Inw oners w orden regelmatig geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand 34 7.1 Inleiding op de beleidsambitie…………………………………………………….. 34 7.2 Wat gaan we doen?...………………………………………………………………… 36 8. Hoe gaan we het doen? 39 8.1 De maatregelen……………………………………………………………………….. 39 8.2 Raakvlakken met beleidsterreinen..... …………………………………………… 42 8.3 Botsing beleidsvelden ……….………………………………………………………. 42 9. Wat gaat het kosten? 9.1 Scenario’s…………………….…………………………………………………………. 44 9.2 Scenario A: Alle maatregelenuitvoeren als zelfstandige maatregel……… 44 9.3 Scenario B: Meekoppelen waar het kan………………………………………….

44 9.4 Scenario C: Niet actief uitvoeren van klimaatadaptatie…………………….. 45 9.5 Scenario D: Niet specifiek uitvoe ren klimaatadaptatie………… ……………. 45 9.6 Voorkeurscenario………………………………………………………………………. 46 9.7 Lasten………………………………………………………………………………… ..… 46 3

Bijlagen A.

Kostenraming a. Groenblauwe maatregelen b. Afkoppelen c. Beleidsmaatregelen d. Kostenoverzicht

B.

Overzichtskaarten maatregelen per gemeente

C.

Themakaarten ambities per gemeente

4

1 ALGEMEEN Het klimaat verandert. Door de opwarming van de aarde verandert ons klimaat en daarmee het dagelijks weerpatroon. Het wordt warmer met meer hittestress tot gevolg. Hittestress kan leiden tot gezondheidsproblemen bij veel van onze inwoners. Daarnaast wordt het natter met grotere kans op wateroverlast en bijbehorende schades tot gevolg. En wordt het ook droger waardoor natuur, binnenstedelijk groen en landbouwgewassen verdrogen. Daarnaast kan droogte ook leiden tot verzakking van panden en woningen zoals we in recente zomers waarin recorddroogtes voorkwamen gezien hebben. Een voorbeeld van het weer van de toekomst.

1.1

Poolkappen smelten waardoor de zeespiegel stijgt. Dit kan bij rivierdelta’s (zoals bijvoorbeeld Nederland of Bangladesh) en dichtbevolkte gebieden leiden tot overstromingen en grote schade;

De kans op extreme neerslag neemt toe waarbij meer neerslag in een korte tijd valt. Dat leidt in dichtbevolkte gebieden tot overlast en tot sterk versnelde afvoer van hemelwater wat juist kostbaar is voor (openbaar) groen of het aanvullen van het grondwater.

Aanleiding

De aarde warmt als gevolg van de toename van broeikasgassen zoals CO2 in de lucht op, waardoor het klimaat verandert. Menselijke activiteit is hier grotendeels voor verantwoordelijk en zullen de gevolgen van dit veranderende klimaat ondergaan. De opwarming van de aarde heeft over de hele wereld gevolgen voor de natuur, onze gezondheid en veiligheid en voor de beschikbaarheid van voedsel en water.

Op dit moment lopen er twee sporen binnen Nederland aan gewerkt wordt: mitigatie en adaptatie. Mitigatie houdt in dat de opwarming van de aarde zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit kan onder andere door opwekking van hernieuwbare energie en energiebesparing. Adaptatie betekent kortgezegd: aanpassen aan klimaatverandering. Zo passen wij ons gedrag, gebruik en leefomgeving aan om overlast of schade aan onze leefomgeving te beperken. De aanpak van klimaatmitigatie in Nederland zien wij op dit moment onder andere terug in de Regionale Energie Strategie (RES), op lokaal niveau valt dit binnen de Transitievisie Warmte en de daaruit voortkomende Wijkuitvoeringsplannen. Het aanpassen aan het veranderende klimaat, de adaptatie, zien wij terug in het voorliggende uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie. Dit plan geeft weer welke strategische lijnen we de komende jaren binnen de Liemers voorstellen om klimaatadaptatie in onze gemeenten vorm te geven.

1.2 Door de toenemende warmte wordt het in een groot deel van de wereld droger, terwijl andere delen juist natter worden. De extremen nemen toe. Deze extremen hebben verschillende gevolgen:

 

Voedseltekorten in drogere delen van de wereld door tegenvallende oogsten; Drinkwaterschaarste en onvoldoende water voor landbouwirrigatie;

Bestuurlijke achtergrond

Alle gemeenten in Nederland zijn momenteel actief om een uitvoeringsstrategie voor klimaatadaptatie vorm te geven. Dit doen ze samen met de waterschappen. Dit vloeit voort uit samenwerkingsafspraken (Bestuursakkoord Klimaatadaptatie) waarin gemeenten zich via de VNG verbonden hebben aan de uitvoering van de ambities van het Delta Programma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Het DPRA heeft als centrale doelstelling opgelegd dat onze gemeenten en waterschappen in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht zijn. 5

Om dit centrale doel te verwezenlijken volgt het DPRA een lijn van zeven uitgewerkte ambities (figuur 1-1). Dit start met het in beeld brengen van de kwetsbaarheden van de gemeente voor de gevolgen van klimaatverandering. Vervolgens het voeren van de risicodialogen. Daarin worden de kwetsbaarheden gewogen door het gesprek te voeren met inwoners, de organisatie en besturen van gemeenten en het waterschap. Afhankelijk van de uitkomsten van de risicodialoog is een maatregelagenda opgesteld waarin maatregelen worden opgenomen om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zoekt actief naar meekoppelkansen bij andere transities en belangen zoals de energietransitie, biodiversiteit of de circulaire transitie. We borgen ruimtelijke adaptatie in beleid en regelgeving. Daarnaast kijken we hoe we onze inwoners kunnen stimuleren om ook zelf maatregelen te treffen. Als het ondanks maatregelen toch te nat, te droog of te heet wordt, vinden wij het nodig dat inwoners weten welke stappen zij kunnen nemen om de negatieve gevolgen en eventuele schade te beperken.

Figuur 1-1: de vier klimaatthema’s binnen het DPRA

1.3

Proces

Het jaar 2020 was door de Deltacommissaris uitgeroepen tot jaar van de risicodialoog. De dialoog wordt vormgegeven door gesprekken met inwoners, bedrijven en de ambtelijke organisatie over de kwetsbaarheden en welke wel of niet aangepakt moeten worden. Door COVID is dit op veel plaatsen vertraagd en verplaatst en vonden bijeenkomsten online plaats. In de risicodialoog gaat het om twee dingen: bewustwording en acceptatie. Bewustwording van de gevolgen van een veranderend klimaat is nodig om inwoners handelingsperspectief bij weersextremen te geven. Het is goed om er bewust van te zijn dat hittegolven vaker zullen plaatsvinden en dat de kans op wateroverlast groter wordt. Daarnaast is het in de dialogen goed om met elkaar te bepalen wat we hierin acceptabel vinden en wat niet. Zo kunnen we gericht beleid maken om de benodigde ingrepen te prioriteren.

1.4

De Liemerse aanpak

Onze voorgestelde programmatische aanpak van klimaatadaptatie is pragmatisch van aard. Wij zien onze uitvoeringsagenda als een regionaal leidend document dat praktisch doorvertaald is naar de regionale strategie. Kort samengevat betekent deze aanpak dat we regionaal doen wat kan en lokaal doen wat lokaal moet. Figuur 1-1: de zeven ambities binnen het DPRA

Binnen het DPRA worden vier thema’s onderscheiden. Dat zijn de thema’s wateroverlast, hitte, droogte en overstroming (figuur 1-2). Binnen het gemeentelijke traject voor het DPRA wordt vooral op de eerste drie thema’s ingegaan. Overstromingsrisico wordt binnen het Deltaprogramma waterveiligheid geborgd in het Hoogwaterbeschermingsprogramma waar de waterschappen uitvoering aan geven. Daarnaast werken we aan het programma Integraal Riviermanagement (IRM). Maatregelen die worden genomen in het kader van overstromingen zijn veelal regionaal van karakter. Waar mogelijk, binnen onze verantwoordelijkheden, bedden we overstroming in het beleid van onze gemeenten en waterschap in.

Concreet betekent dit dat de regionale communicatie het primaire communicatiemiddel is over klimaatadaptatie naar onze inwoners en we lokaal maatwerk toepassen waar nodig. Met deze aanpak sluiten we naadloos aan op de regionale ambities en voorkomen we dubbel werk.

6

1.5

Doel

Het doel van dit uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie is het uitzetten van een koers voor plannen, acties en maatregelen om de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering aan te pakken. Hierbij speelt de samenwerking tussen gemeente en waterschap een belangrijke rol.

1.6

Leeswijzer

Na deze algemene inleiding op het rapport volgt een beschrijving in hoofdstuk 2 van de uitdagingen die op Liemers afkomen. In hoofdstuk 3 wordt het proces achter en de totstandkoming van de klimaatbeleidsambities en regionaal en lokaal beleid kort toegelicht. Daarna wordt in hoofdstuk 4, 5, 6 en 7 de verschillende beleidsambities en hun invulling behandeld. In hoofdstuk 8 wordt vervolgens ingegaan op de uitvoering van het beleid met daarin voorgestelde maatregelen, raakvlakken en botsingen met andere beleidsterreinen. In hoofdstuk 9 worden financiële scenario’s uitgewerkt voor fysieke en beleidsmaatregelen om aan een klimaatadaptief Liemers te werken.

7

2 DE UITDAGINGEN 2.1

Natuurlijke omgeving en menselijk gebruik

Door de rijke en vruchtbare rivierklei in de ondergrond en de ligging langs de Nederrijn en IJssel trokken tal van agrariërs naar de Liemers. Naast de voordelen van de rivier en de rijke bodem kent de regio ook een rijke geschiedenis van dijkdoorbraken, hongersnoden en veesterfte. Op historisch kaartmateriaal van 1849 zijn door de gehele regio de Liemers (destijds ‘De Lijmers’) kleinere vestigingen zichtbaar met lintbebouwing langs de doorgaande wegen. Ieder van de huidige kernen bestond uit enkele tientallen gebouwen en woningen met daaromheen uitgestrekte agrarische en bosrijke gebieden en uiterwaarden. Na de Tweede Wereldoorlog, en mede dankzij de aanwijzing van de gemeente Westervoort en Duiven als ‘groeikernen’, groeiden de gemeenten sterk. Door bevolkingsgroei is de hoeveelheid verharding bestaande uit bebouwing en bijbehorende wegen toegenomen. In de hiernaast weergegeven kaartbeelden uit 1951 (l) en 2020 (r) wordt duidelijk hoe het stedelijk gebied in de verschillende gemeenten en kernen de afgelopen eeuw is gegroeid (figuur 2.1). Veranderingen in het klimaat, met extremer weer als gevolg, hebben in het verstedelijkte (en sterker verharde) gebied daardoor een steeds grotere invloed op de leefomgeving van steeds meer inwoners en gebruikers.

Daarnaast is de (economische) schade een steeds groter wordende uitdaging voor onze partners als verzekeraars, banken en hun klanten; onze inwoners.

Figuur 2-1: Overzichtskaarten De Liemers van de jaren 1951 en 2020 8

2.2

Extremer weer

Het KNMI bracht in 2014 al scenario’s uit met toekomstige verwachtingen voor het weerpatroon in Nederland op basis van de IPCC rapporten van de Verenigde Naties (figuur 2-2). Hierbij is rekening gehouden met vier verschillende scenario’s. Dit maakt de gevolgen van de wereldwijde opwarming van de aarde voor het weer in Nederland zeer tastbaar. In 2023 worden nieuwe verwachtingen opgesteld op basis van het beeld op dat moment. In een opwarmende wereld wordt het weer extremer. Uit de analyse van het KNMI komen op hoofdlijnen de volgende effecten van klimaatverandering in het weerbeeld van Nederland naar voren: -

-

-

Het wordt droger: in de toekomst zullen periodes van droogte vaker voorkomen. Wetenschappelijke analyses van de afgelopen jaren moeten uitsluitsel geven of er sprake is van incidenten of een aan klimaatverandering gekoppelde trend. Het wordt natter: Op twee manieren Figuur 2-2: KNMI ’14 scenario’s wordt het natter: bij zomerse neerslag valt meer regen (in korte tijd) en de winterse neerslag is breder verspreid waardoor er gemiddeld meer neerslag valt. Vooral in kustgebieden valt meer neerslag waar het binnenland relatief minder extra neerslag krijgt. Het wordt heter: een warmere wereld betekent meer kans op extreme hittegolven. Dat houdt in dat hittegolven langer duren en er meer hete nachten zijn. Dit heeft voor inwoners grote gevolgen zoals gezondheidsrisico’s. Nu al sterven in een hittegolf ongeveer 12% meer mensen dan verwacht. Zelfs in coronajaar 2020 was dit zichtbaar en zag dit eruit, zoals in figuur 23 weergegeven rond week 32.

Een gedetailleerder en uitgebreider beeld van de gevolgen van het veranderende klimaat is weergegeven in de Regionale Adaptatie strategie en de regionale stresstest: https://wrij.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=615ebe7ef0f448e884bd8ccaa707bfa5

2.3

Gevolgen in de Liemers

Per thema uit het DPRA schetsten we de gevolgen van klimaatverandering waar de Liemers mee te maken heeft. Vanuit de regionale samenwerking is op hoog abstractieniveau een beeld gevormd van kwetsbaarheden via een regionale stresstest. Per thema worden deze hieronder toegelicht. Wateroverlast Het risico op wateroverlast bij extreme buien is in beeld gebracht met behulp van beschikbare QuickScans. In deze analyses wordt de openbare ruimte getoetst om te zien waar zich kwetsbare locaties bevinden waar zich veel water kan verzamelen en waar dit kwetsbare objecten raakt. De analyse kijkt niet naar ondergrondse leidingen, maar puur naar hoogteverschillen in het maaiveld. Hiermee worden (mogelijke) kwetsbaarheden geïdentificeerd en ontstaat een goed eerste beeld van de situaties. In een nader onderzoek moet bekeken worden hoe kwetsbaar de locatie daadwerkelijk is. Onderstaand figuur 2-4 is van een situatie in de gemeente Duiven en geeft een indruk van de analyse die uitgevoerd is met betrekking tot wateroverlast. Hierin is zichtbaar waar zich grote knelpunten voor kunnen doen bij extreme neerslag.

Figuur 2-3: Extra sterfte door hitte in week 31-36 van 2020 9

Droogte Om de gevolgen van droogte bij extremen te onderzoeken is een stresstest droogte uitgevoerd. De kwetsbaarheden voor de Liemers zijn hierin onderzocht. Uit de analyse blijkt dat het grondwatersysteem van De Liemers beïnvloed wordt door verschillende factoren: de aanvoer van rivierwater, water wat bijvoorbeeld onder de dijken door sijpelt in diepere watervoerende lagen en vanuit de bodem omhoog komt, de verschillende opbouw van zand en klei in de ondergrond, het uitslijten van de bodem en het samenspel tussen verdamping en neerslag. Tekenen van droogte uiten zich in verschillende vormen: droogvallende sloten, sloten met een afvoerstop, sterfte en schade bij waterafhankelijke flora- en fauna, beperkte drinkwatervoorziening, schade aan (landbouw)gewassen, verboden op (grond)wateronttrekkingen en schade aan gebouwen door inklinking. De huidige grondwaterspiegel heeft natuurlijke schommelingen tussen zomer- en winterniveau. In voorgaand onderzoek was zichtbaar dat de schommelingen groter worden. Dit betekent dat het grondwater in de winter hoger zal staan en in de zomer lager dan de gemiddelde waarden die nu gelden. Figuur 2-4: Uitsnede lokaal resultaat QuickScan omgeving Raadhuisplein, Zevenaar (T=100)

In de uitsnede is zichtbaar dat een aantal woningen en panden in de omgeving van het Raadhuisplein wateroverlast kunnen hebben wanneer een bui van 70 mm in één uur (T=100) valt. Dit is bepaald volgens de modellen uit de stresstest. Op deze wijze is voor alle kernen binnen de Liemers geïnventariseerd waar risicovolle locaties liggen. Om de exacte impact na te gaan dient een nadere analyse van de feitelijke situatie uitgevoerd te worden, om deze eerste ruwe quickscan te toetsen. In een nader onderzoek kan de berekende situatie aan de werkelijkheid of ervaringen van bewoners getoetst worden. Binnen de gehele regio valt op dat grote aaneengesloten vlakken verharding tot afstroming komen en tot wateroverlast kunnen leiden bij omliggende panden en gebieden. Dit zijn veelal bedrijventerreinen en dichtbebouwde woongebieden als winkelcentra of wijken met omvangrijke parkeergebieden. Hier krijgt het gevallen hemelwater geen kans de bodem in te zakken en komt het tot afstroming naar lagergelegen delen in de omgeving. Het is mede daarom belangrijk bij nieuwe toekomstige ontwikkelingen de omgang met het hemelwater te borgen. Met als doel hemelwater zo optimaal mogelijk te benutten en wateroverlast te voorkomen of te beperken.

De zomermaanden van 2018 waren landelijk zeer droge maanden. Dit werd veroorzaakt door een combinatie van hoge verdamping en weinig neerslag. Daarnaast was de aanvoer van rivierwater zeer laag. De combinatie van deze factoren zorgde ervoor dat door het hele land de grondwaterstanden (sterk) zakten. In de studie van SWECO (2019) is te zien dat het gemiddelde verschil tussen de hoogste en laagste grondwaterstanden (GLG en GHG) groter wordt. Dit wordt weergegeven als de dynamiek. Dit volgt de voorspelling voor het toekomstige klimaat: De extremen worden extremer. Als zich dus een situatie voordoet zoals afgelopen zomer, waarbij er een meteorologische droogte is, zullen de effecten hiervan groter zijn. Dit komt omdat in het hydrologisch natte seizoen het startpunt al lager is dan in de huidige situatie. De effecten van (lagere) rivierstanden zijn niet in de modellering van SWECO opgenomen. Zo hebben zich in de afgelopen jaren perioden voorgedaan dat er weinig water vanuit Duitsland en Alpen via onze regio afgevoerd werd, wat zorgt voor de extreme droogte en een groot watertekort. Daarnaast liggen de Nederrijn en de IJssel op sommige plekken tot wel een meter lager dan 50 jaar geleden, wat in de nabijheid van de grotere rivieren tot extra lage grondwaterstanden leidt. Om hier een duidelijker inzicht in te verkrijgen is nader onderzoek nodig.

10

De zomer van 2018 was een tekenend jaar voor het veranderde klimaat en de achterstand welke opgelopen kan worden. Schade aan panden Door de aanwezigheid van klei- en veenlagen in (grote) delen van de Liemerse ondergrond en de zakkende grondwaterstanden zullen deze gronden inklinken. De samenstelling van de ondergrondse lagen en of er grote werken in de buurt plaatsvinden met grondwateronttrekkingen bepaald hoe veel de grond inklinkt. Het is hierbij mogelijk dat de ondergrondse lagen zich weer uitzetten wanneer de grondwaterstanden stijgen. Uit het onderzoek van SWECO komt naar voren dat de panden die in de zomer van 2018 schade ondervonden, door inklinkende grondlagen, deze waarschijnlijk geleden hebben doordat het grondwater tot een dieper niveau zakte; tot onder de diepere kwetsbare bodemlagen. Hierdoor kwamen deze lagen droog te staan en gingen inklinken. Wanneer de grondwaterstanden weer stijgen, zullen de lagen uitzetten en in dikte toenemen, waarbij de mate van opzwelling afneemt en de bodem (blijvend) lager zal liggen. Dit proces van uitzetting en inklinking veroorzaakt schade aan bovengelegen panden. Door de sterk verschillende en heterogene bodemopbouw in de regio vraagt dit een analyse van de bodemopbouw en de oorzaken welke inklinking veroorzaken.

Daar waar mogelijk proberen we ingrepen in de leefomgeving bij te laten dragen aan het zoveel mogelijk vasthouden van water om droogte te bestrijden. Hitte Voor het aspect hitte is een analyse van de gemeenten gemaakt waarin berekend is wat de oppervlaktetemperatuur is binnen de gemeenten op een hete dag. Daarmee is een beeld verkregen waar zich hete plekken bevinden in de regio. Bij hittestress gaat het namelijk niet alleen om technische gevolgen (bijvoorbeeld vastgelopen bruggen) maar ook gezondheidseffecten. Hittestress kan bij langdurige blootstelling leiden tot hitte gerelateerde ziekten als slaapverstoring, gedragsverandering, beroertes, oververmoeidheid en ademhalingsproblemen (https://www.tno.nl/media/3959/factsheet-hittestress.pdf). Bij een aantal groepen - met name ouderen en chronisch zieken- leidt het tot extra sterfte. Ook worden mensen bij hogere temperaturen agressiever, wat leidt tot een toename van geweldsincidenten.

Figuur 2-5: Hitte en koelte rondom het winkelgebied van Zevenaar

Door deze analyse is een beeld ontstaan van de locaties waar hitte meer blijft hangen en inwoners hittestress ervaren tijdens hittegolven. Binnen de gehele regio valt op dat grotere bedrijventerreinen, waar grote aaneengesloten vlakken van verharding gelegen zijn en waar groen vaak ontbreekt, sterk opwarmen. Ook zijn in de verschillende kernen van de regio locaties als dichtbebouwde locaties en parkeerterreinen rondom winkelcentra en gemeentehuizen aanwezig die door de sterke mate van verharding en het weinige groen sterk opwarmen en voor een lokaal hitteeiland zorgen. Om een nauwkeurig beeld te krijgen van de werkelijk gevoelstemperaturen, die voor de mensen waarneembaar en voelbaar zijn, is het mogelijk om als vervolgstap een zogenaamde PET-kaart op te stellen waarbij de fysiologische equivalente temperatuur of ook wel de gemiddelde gevoelstemperatuur inzichtelijk gemaakt wordt. Hierbij wordt niet alleen de oppervlaktetemperatuur meegenomen, maar ook andere relevante factoren als zonnestraling, windsnelheid en luchtvochtigheid.

In onderstaande figuur 2-5 is als voorbeeld van hittestress een gebied in Zevenaar weergegeven. De warme plekken (rood) zijn goed zichtbaar in het dichtbebouwde winkelcentrum aan de Marktstraat en het Raadhuisplein. De koele groene plekken (blauw) bevinden zich in de nabije omgeving, ter plaatse van onder andere Huis Sevenaer en het Freulebos. 11

Figuur 2-6: Afstand tot koele groene zones in de wijk Groot Holthuizen in Zevenaar

Een maatstaf die binnen het thema hittestress wordt toegepast is de afstand tot een koelte-eiland waar de inwoners af kunnen koelen of recreëren gedurende tropische dagen. Binnen de gemeente Zevenaar bevinden zich enkele nieuwbouwwoningen waar binnen een hemelsbrede afstand van 300 meter geen koelte-eiland gelegen is. Dit wordt veroorzaakt doordat binnen deze wijken nog niet ver-ontwikkeld groen aanwezig is en het stedelijk groen nog moet groeien. Een voorbeeld hiervan is de wijk Groot Holthuizen in Zevenaar en meerdere woningen langs de rand in de wijken Duiven Zuid-Oost en Duiven-Oost. Ook de wijk de Ganzenpoel in gemeente Westervoort is hier een voorbeeld van. Op dit moment zijn dit wijken waar mogelijk hittestress ervaren wordt. De ontwikkeling van het nieuw aangeplante groen zal hier echter in de toekomst positieve effecten op hebben.

Figuur 2-7: Voorbeeld van een sterk verhard maar koel plein in Nantes, Frankrijk

12

3 BELEIDSVORMING 3.1

Aanpak

Voor de Liemerse gemeenten geldt dat de kwetsbaarheden voor klimaateffecten hitte, droogte en wateroverlast in 2019 in beeld zijn gebracht. In 2018 is het DPRA (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) ondertekend door gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Hierin sprak elke partij af om in het jaar 2020 te starten met klimaatadaptief handelen om over 39 jaar, in het jaar 2050, een klimaatbestendig en water- en hitterobuuste leefomgeving te bereiken.

De deelgroepen vonden het gezamenlijk niet acceptabel als water woningen of winkels binnenstroomt bij hevige neerslag. Extra gemeentelijke schade-uitkeringen door extremen en slechte drinkwaterkwaliteit worden ook niet geaccepteerd. Daarnaast wordt op de tafels aandacht gevraagd voor niet acceptabele onderwerpen, zoals toename van vissterfte, woningverzakking, toename van natuurbranden, nadelige gevolgen voor kwetsbare groepen en toename van het voorkomen van blauwalg in watergangen. Figuur 3-1: Uitkomsten afwegingsmatrixen (links gemeente Duiven, rechts gemeente Westervoort)

Het waterschap Rijn en IJssel en de gemeenten Westervoort, Zevenaar en Duiven vormen een regio die samen optrekken. Zij geven invulling aan de doelstellingen en afspraken uit het Deltaplan. De volgende ambitie uit het DPRA is het voeren van de risicodialogen en het opstellen van een strategie. Deze vonden in het derde en vierde kwartaal van 2020 plaats. Zowel in het fysieke, voor corona, als in het digitale deel gaven bestuurders, medewerkers en inwoners van de Liemerse gemeenten en het waterschap aan hoe zij denken over de effecten van klimaatverandering en waar volgens hen (extra) aandacht voor moet zijn. De resultaten van de werksessies en de digitale enquêtes zijn verwerkt tot beleidsambities die hierna nader worden toegelicht.

3.2

Liemerse ambitie klimaatadaptatie

3.2.1. Politiek Met de gemeenteraden van Duiven en Westervoort (1Stroom) vonden fysieke bijeenkomsten plaats. In verband met de landelijke lockdown is, in overeenstemming met het waterschap, de sessie met de Zevenaarse gemeenteraad digitaal belegd. Het waterschap was betrokken bij de bijeenkomsten van de gemeenteraden. 1Stroom De gemeenten Duiven en Westervoort accepteerden beiden water op straat als klimaateffect. Ook water op straat waardoor eens per twee jaar geen doorgang kan vinden en stroomuitval door bijvoorbeeld hitte worden geaccepteerd. Naast deze resultaten wordt ook aandacht gevraagd voor droogvallende watergangen en minder gewasopbrengst door droogte.

Zevenaar Door de gemeenteraad van Zevenaar werden de thema’s ‘te heet om buiten te spelen’, ‘water op straat’ en ‘een lagere arbeidsproductiviteit’ als acceptabel omschreven. Daartegenover werden de thema’s ‘water in woningen’, ‘verslechtering van de drinkwaterkwaliteit’, toename van ‘schade aan stedelijk groen’, ‘verslechtering van luchtkwaliteit’, een ‘toename van woningverzakkingen’ en een ‘toename gemeentelijke uitkeringen schade’ als niet acceptabel aangegeven. 3.2.2. Ambtelijk In februari 2020 vond een ambtelijke risicosessie plaats waarbij de risicoweging en het handelingsperspectief centraal stonden. Bij deze sessie waren gemeentelijke medewerkers aanwezig, waterschappers, de GGD en de Veiligheidsregio. Duiven -

Gebeurtenissen met een directe impact op de gezondheid zijn niet acceptabel; Water in woningen en bedrijven is onacceptabel, wanneer dit eens per 10 jaar voorkomt accepteren we het eigenlijk niet; 13

-

Water-op-straat is in principe acceptabel, onafhankelijk van hoe vaak dit gebeurt. Bij blokkering van belangrijke verkeersaders en blokkering hulpdiensten is het minder acceptabel.

Westervoort Gebeurtenissen met een directe impact op de gezondheid (o.a. slechte lucht- en drinkwaterkwaliteit) zijn niet acceptabel; Water in woningen en bedrijven is onacceptabel. Water in kelders, garages en bedrijven waar de impact van water in het bedrijf laag is, is meer acceptabel; Water-op-straat is in principe acceptabel, onafhankelijk van hoe vaak dit gebeurt. Bij blokkering van belangrijke verkeersaders en blokkering hulpdiensten is het minder acceptabel; Gebeurtenissen waar weinig aan gedaan kan worden of die weinig impact hebben in Westervoort worden geaccepteerd. Zevenaar Wanneer we het al ervaren in de huidige situatie is het beter te accepteren. We moeten wel oppassen dat een lange reeks van kleine veranderingen die we accepteren uiteindelijk ongemerkt kan leiden tot een onacceptabele situatie;

-

-

Wanneer op gebeurtenissen eenvoudig geanticipeerd kan worden, zijn deze acceptabel; Gebeurtenissen met een geringe economische impact zijn acceptabel; Voornamelijk die gebeurtenissen die een directe impact hebben op de fysieke gezondheid van mensen zijn onacceptabel; Water in woningen en bedrijven is onafhankelijk van hoe vaak het voorkomt onacceptabel. (Vooral vanwege de grote schade, zowel financieel als emotioneel); Water-op-straat is acceptabel, zolang hierdoor geen belangrijke verkeersaders worden geblokkeerd.

Binnen de in 2019 uitgevoerde klimaatstresstest is, naast de effecten op de leefomgeving en de technische aspecten, ook naar de organisatorische aspecten gekeken om in beeld te brengen hoe men op dat moment intern met klimaatadaptie bezig was. Hierbij is een organisatiescan uitgevoerd in een governancemodel die uitgaat van de volgende planningscapaciteiten om klimaatadaptie gangbaar te maken: wetgevingscapaciteit, institutionele capaciteit, sociale capaciteit, resource capaciteit en leer capaciteit. Hier zijn de volgende bevindingen naar voren gekomen:

14

Wetgevingscapaciteit Zowel bij 1Stroom als in Zevenaar ontbreekt een duidelijk beleidsmatig kader met betrekking tot klimaatadaptatie. Handboeken openbare ruimte en watertakenplannen zijn vaak nog traditioneel ingestoken. Er wordt meestal van project tot project gewerkt. Bij het waterschap is een klimaatstrategie en een position paper opgesteld. Het waterschap weegt per ontwikkeling af of ze probleemeigenaar, partner of adviseur is in klimaatadaptatie. Diverse programma’s en (onderhouds-)plannen van waterschap Rijn en IJssel krijgen bij actualisatie een duidelijke ‘klimaatadaptatie-insteek’.

3.2.3. Inwoners Voor inwoners zijn 3 enquêtes uitgezet met de thema’s ‘Hitte’ (155 respondenten), ‘Droogte en wateroverlast’ (161 respondenten) en ‘Gezondheid’ (6 respondenten). Per enquête worden hierna de hoofdpunten toegelicht.

Institutionele capaciteit Het aantal collega’s dat rechtstreeks actief aan klimaatadaptatie werkt, is bij het waterschap beperkt. Uiteraard raakt het werk van velen wel aan (gevolgen van) klimaatverandering. Calamiteiten (zoals ook de droogte van 2018 is opgepakt), zijn door middel van een calamiteitenorganisatie wel goed ondervangen. Bij de gemeenten is het iets uitgesprokener dat met name de vakdisciplines direct invloed uitoefenen op de openbare ruimte, en dus, de mate van klimaatadaptatie. Bij de afdelingen Ruimtelijke Ordening kan nog veel gewonnen worden; al in bestemmingsplannen wordt al dan niet voorgesorteerd op een klimaatrobuuste inrichting van de ruimte.

Inwoners geven aan dat het verlies van arbeidsproductiviteit en een slechte nachtrust acceptabel zijn vergeleken met de andere thema’s.

Communicatie vanuit de gemeenten en het waterschap (afdelingen communicatie) kan meer gestructureerd om een duidelijkere uitstraling neer te zetten.

Belasting op tuinen en tegels ligt erg verdeeld onder de respondenten. 47,7% oneens, 47,1% eens. Het verschil is 1 stem.

Leercapaciteit De gemeenten geven te kennen dat kennis- en informatiedeling tussen de afdelingen beter kan. De afdelingen Realisatie en beheer bezitten een schat aan informatie over de buitenruimte, waar afdelingen Ruimte, maar ook het Sociaal Domein in de combinatie veel aan kunnen hebben. Afstemming over werkzaamheden, inzet van intranet en bredere bijeenkomsten worden genoemd als instrumenten om van elkaar te leren en samen (integraal) op te trekken. Een belangrijke stok achter de deur kan zijn het opnemen van een standaard ‘ruimtelijke adaptatie’-check voordat stukken naar de Raad gaan.

Bewoners geven aan dat zij geen behoefte hebben aan ondersteuning op het gebied van hittestress. Daarbij geeft 45% aan dat ze wel meer informatie willen ontvangen. De overheid is als eerste aan zet, vindt de meerderheid van de bewoners.

Hitte Bewoners geven, als het om hitte gaat, aan dat zij met name de gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen van belang vinden. Circa 75% vindt dit erg. Daarnaast geven bewoners aan dat als het structureel te heet wordt om te sporten zij dit erg vinden. Waar 5 dagen nog als incident geaccepteerd wordt, zijn 12 dagen teveel.

In de enquêtes is ook gevraagd naar eventuele maatregelen en hoe inwoners hierover denken. Daarin wordt aangegeven dat het planten van bomen brede steun geniet, evenals het vergroenen van woonwijken en het stimuleren van de aanleg van groene daken, met name daken van bedrijfsgebouwen. 85% van de respondenten wil verder lopen van en naar de auto als dit vergroening van de leefomgeving oplevert. Vergroening wordt vooral als gewenst omschreven bij stads- en dorpspleinen (43%), schoolpleinen en in mindere mate bij bedrijventerreinen (20%).

Figuur 3-2: Uitkomsten enquête – actiehouders klimaatadaptie

Voor het waterschap is het belangrijk om ‘leren in het veld’ tussen de verschillende stroomgebieden te faciliteren. In Arnhem en Lichtenvoorde wordt gevoelsmatig al langer en meer gedaan op het gebied van klimaatadaptatie. Het waterschap ziet een duidelijke rol in het stroomlijnen en beschikbaar stellen van informatie uit bijvoorbeeld stresstesten. Het omgaan met ‘nieuwe’ soorten en verschijnselen vraagt nog wel inspanning (bijvoorbeeld hoe om te gaan met bevers die waterkeringen beschadigen of het bestrijden van nieuwe invasieve plantensoorten). Bron: De Liemerse Stresstest, SWECO 2018 15

Droogte en wateroverlast Bij de thema’s droogte en wateroverlast wordt door 84,5% van de respondenten aangegeven dat water in woningen erg is. Daarom is dit onacceptabel. Daarnaast geven meerdere inwoners (65,8%) aan dat water op straat waarbij geen doorgang met auto’s mogelijk is ook erg gevonden wordt. Overige onderwerpen, zoals eens in de twee jaar een verslechterde drinkwaterkwaliteit, verhoogt risico op natuurbranden (93%) en droogvallende watergangen (83%) worden als erg omschreven. Bewoners geven aan dat water-op-straat waar wel doorheen gereden kan worden met de auto niet erg is (69%). Dit is een belangrijk gegeven in de acceptatie van water-opstraat. Dit sluit ook aan bij de latere uitspraak dat water-op-straat tijdelijk geborgen mag worden bij extreme regenval waar 77% mee eens is. Bewoners zijn het grotendeels (69,6%) eens met aanvullende eisen aan het watergebruik in een droge periode. Daarbij accepteren ze maatregelen als tijdelijke wateropslag op straat, in tuinen en zijn veel inwoners bereid tot het treffen van hydrologische maatregelen op eigen terrein. Inwoners geven aan voldoende informatie te hebben over het verminderen van het waterverbruik en hoeven geen informatie over maatregelen om wateroverlast te verminderen. Dit is opvallend wanneer het uitgezet wordt tegenover de bereidheid maatregelen te nemen.

Droogte en wateroverlast De enquête over droogte en wateroverlast vulden 10 bedrijven in. Opvallend is dat hiervan 7 bedrijven daarin droogvallende watergangen markeren als ‘vind ik erg’. Wateroverlast in bedrijfspanden wordt als erg beoordeeld evenals verslechterde drinkwaterkwaliteit. Ook bij bedrijven is een hoge bereidheid om in periodes van droogte bewust met water om te gaan en water op terreinen op te vangen bij extremen.

3.3

Beleidsambities

Op basis van de gegevens uit het participatieproces zijn de hiernavolgende beleidsambities voorgesteld om de Liemers bestendiger te maken tegen klimaatverandering. De beleidsambities zijn genummerd om bespreking herkenbaar te maken en worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. 1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inwoners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak. 2: In de Liemers is in 2050 minder kans op wateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op, voor de gemeente, onverwachte financiële schades. 3: We benutten de (bergings-)capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem beter om voldoende water te bewaren voor drogere periodes.

3.2.4. Bedrijven Onder de bedrijven zijn dezelfde enquêtes verspreidt als onder de inwoners. Met het oog op de lage respons zijn deze niet representatief.

4: Inwoners worden regelmatiger geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand.

Hitte Opmerkelijk is dat 57 mensen de enquête over hitte op bedrijventerreinen openden, maar slechts 11 bedrijven de hele enquête invulden. Uit Westervoort ontbreken bedrijven in de enquêteresultaten.

De gemeenteraden van Duiven en Zevenaar hebben de beleidsambities reeds vastgesteld. De gemeenteraad van Westervoort heeft aangegeven een concretere uitwerking te willen zien alvorens tot vaststelling overgegaan wordt. Dit lokale adaptatieplan is de concrete uitwerking van bovenstaande ambities.

Opvallend is dat meer dan de helft arbeidsproductiviteitsverlies door hitte gedurende 12 dagen per jaar geen probleem vindt en ook een slechte nachtrust als gevolg van hitte accepteert. Leidt dit tot gezondheidsklachten onder personeel zegt ¾ dat het toch erg is. Op basis van de ingevulde enquête lijkt vergroening op maaiveldniveau en daken kansrijk op de bedrijventerreinen.

16

4 Beleidsambitie 1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inwoners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak 4.1

Inleiding op beleidsambitie

In de Liemers streven we naar een gezonde en fijne leefomgeving voor onze inwoners. Inwoners geven zelf aan in de klimaatenquêtes dat gezondheid hen zwaar weegt. De beschikbare ruimte binnen de woonkernen zetten we in de komende jaren in als leefruimte; om een rondje te wandelen of in een parkje te recreëren of te sporten. De coronapandemie heeft laten zien hoe waardevol het is om groen in de buurt te hebben waar we koeling en ontspanning kunnen vinden. Daarnaast wordt met het creëren van bereikbaar groene leefruimte gewerkt aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, het tegengaan van hittestress en kan stedelijk groen als waterbuffer worden ingezet. In combinatie van groen met water wordt verdroging van het stedelijk groen zoveel mogelijk tegengegaan. Het creëren van schaduw, bij voorkeur door bomen, is één van de meest effectieve maatregelen tegen hittestress. Bij het treffen van maatregelen kunnen meekoppelkansen als biodiversiteit, energietransitie en circulaire ontwikkelingen worden meegewogen. Schaduwvoorzieningen kunnen bijvoorbeeld van zonnepanelen voorzien worden. We richten onze ruimte in met oog op de kwetsbare groepen die er wonen of samenkomen.

Plekken waar deze kwetsbare groepen samenkomen zijn: basisscholen, kinderopvangvoorzieningen, verzorgingstehuizen voor ouderen, ziekenhuis en huisartsposten en sportvoorzieningen waar jong en oud zich inspant voor een betere gezondheid. Deze locaties liggen in de toekomst bij voorkeur in een koele omgeving of tegen een koel gebied aan.

Recreatiegebied Horsterpark, Duiven Recreatiegebied Horsterpark, Duiven

©Cyclomedia ©Cyclomedia

Het beleid richt zich met name op de woongebieden en focust zich minder op de bedrijventerreinen. Dit houdt niet in dat we de bedrijven links laten liggen. Door onderzoek naar de combinatie van provinciale programma’s, maatregelen van het waterschap en gemeentelijke projecten creëren we synergie in de leefbaarheid op bedrijventerreinen. In de samenwerking met ondernemers benutten we kansen om maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen handbereik te brengen. Zo zetten we samen met partners stappen in het klimaatadaptief maken van de terreinen. 17

Ambitie

Doelen 1.1: Bestaande en nieuwe groene zones worden ingericht met het oog op biodiversiteit, energietransitie, circulariteit, hittestress en waterberging- en beleving

1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inwoners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak

1.2: Minimaal 80% van scholen, buitensportlocaties en verzorgingslocaties zijn direct aan of gelegen in koele en groene zones

1.3: Woningen in de kernen liggen op een maximale loopafstand van 300 meter (straal rond woningen) tot koele groene zones

1.4: Er is op de hoogste zonnestand (21 juni, 14:00) voldoende schaduw (30%) op trottoirs en fietspaden

Strategie 1.1.1. We voeren een klimaattoets in om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen en nemen maatregelen om nadelige klimaateffecten te compenseren 1.1.2. Bestaande groenstructeren worden zoveel als mogelijk ingepast in nieuwe ontwikkelingen voor behoud of verbetering van biodiversiteit en koeltezones 1.1.3. Groenstroken worden multidisciplinair ontworpen en functioneel ingezet. 1.2.1 Overleg met maatschappelijke organisaties en scholen over gezamenlijke aanpak 1.2.2 Actieplan maatschappelijk vastgoed 1.3.1. Detailvastlegging gevoelstemperaturen in de kernen 1.3.2. Vergroening toepassen bij reconstructies in hotspots 1.3.3.

Koele zones worden beter ingericht op duurzame benutting met oog voor lokale demografie

1.4.1. Actieplan schaduwroutes opstellen met fietsersbond en wandelaars

1.4.2. Toevoegen schaduw op hete en niet beschaduwde plaatsen 18

4.2

Hoe is het nu?

Gemeente Duiven Binnen de gemeente Duiven is een ruimere opzet waardoor zich in iedere buurt meerdere groene zones bevinden. Ook binnen deze gemeente zijn de gebieden met een hoge verhardingsgraad de gebieden waar bedrijven, winkelcentra en parkeerplaatsen gelegen zijn. Deze verhardingsgraad zorgt voor lokale hitte-eilanden en voorkomt dat hemelwater lokaal kan infiltreren. Hierbij wordt opgemerkt dat een groene zone niet gelijk is aan een koele zone door het ontbreken van schaduwvoorzieningen of juist de aanwezigheid van een hoge mate van verharding. De kwaliteit van de groene zones kan verhoogd worden door functies als recreatie (speelvoorzieningen en bankjes), biodiversiteit, waterberging en schaduwvoorzieningen te combineren. Gemeente Zevenaar De om Zevenaar gelegen kernen kennen een ruimere opzet van de woningen en bedrijven waardoor op particulier terrein meer groen aanwezig is. Daarnaast zorgt de kleinschaligheid en de ligging binnen de uiterwaarden en langs het water voor een groene beleving. Binnen de kern van Zevenaar (incl. Oud-Zevenaar en de wijk Groot Holthuizen) zijn verschillende groenstroken aanwezig welke van meerwaarde zijn voor de directe omgeving. Dit is terug te zien in de mindere mate van hittestress rondom deze locaties. Park Rosorum, de groene zones langs de Ringbaan-Noord en het park Gimbornhof zijn de grotere aaneengesloten groenstructuren.

Gemeente Westervoort Binnen de gemeente Westervoort zijn met gebieden als Park Steenderens, het Emmerik park en De Waaij grotere groene locaties met oppervlaktewater aanwezig die een belangrijk aandeel vormen in het stedelijk groen en verkoeling. Daarnaast zijn er in de wijken en buurten van Westervoort enkele kleinere groenstroken aanwezig waar ruimte is voor sport, spelen en recreatie. Wat opvalt is de grote mate van verharding of juist het ontbreken van openbaar groene zones ter plaatse van winkelcentra en dichtbebouwde gebieden in de kern van Westervoort. Voor het noordelijker gelegen industriegebied van Westervoort is sprake van grotere aaneengesloten vlakken van verharding en weinig groen.

Locaties waar de hoeveelheid groenzones een stuk lager is betreffen het centrum, de wijk Zuidspoor en de industriegebieden Tatelaar en Hengelder. Hier is de mate van hittestress dan ook opvallend hoog ten opzichte van overige delen van de kern Zevenaar. Voor de gemeente Westervoort is in september 2021 de omgevingsvisie vastgesteld en voor de gemeente Duiven in februari 2023. In deze visies zijn een vijftal thema’s benoemd. Deze thema’s hebben een vertaling naar visiekaarten gekregen waarbij een duidelijke ruimtelijke relatie is gelegd. Met dit uitvoeringsprogramma wordt een bijdrage geleverd aan het thema ‘Klaar voor de toekomst’, waaronder ook de ambities voor klimaatadaptatie vallen. Tegelijkertijd draagt het uitvoeringsprogramma ook bij aan het thema ‘een gezonde leefomgeving’.

19

4.3

Wat gaan we doen?

1.1. Bestaande en nieuwe groene zones worden ingericht met het oog op biodiversiteit, energietransitie, circulariteit, hittestress en waterberging en -beleving. Belangrijk om brede welvaart ook daadwerkelijk zo te ervaren is het ter beschikking hebben van groene ruimte in de directe woonomgeving. Vrij en comfortabel bewegen in het groen is gezond en stimuleert de geest. Tegelijkertijd neemt de druk op binnenstedelijk groen sterk toe. Enerzijds komen beheerbudgetten sterk onder druk te staan door financiële situaties bij gemeenten, anderzijds is er een grote behoefte aan woningen waardoor inbreidingen plaatsvinden op de groenstroken. We stellen daarom kaders aan het omgaan met groene zones, zodat ontwikkelingen in groenstroken niet ten koste gaan van het leefmilieu van de omgeving en bij voorkeur dit versterken. We houden onze oren en ogen open om inwoners en bedrijven te betrekken in het beheer en onderhoud van groene zones in de openbare ruimte. 1.1.1. We voeren een klimaattoets in om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen en nemen maatregelen om nadelige klimaateffecten te compenseren In 2023 wordt de klimaattoets ingevoerd. Dit is een nieuw instrument waarin we de effecten van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen op wateroverlast, hittestress, droogte en biodiversiteit toetsen.

Met deze klimaattoets wordt de impact van een fysieke ingreep in het groen in beeld gebracht en worden de maatregelen beoordeeld die in of rondom de ruimtelijke ontwikkeling getroffen worden om negatieve gevolgen tegen te gaan of te compenseren. Wanneer de klimaattoets in werking treedt wordt voor iedere ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk gemaakt wat de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen zijn op de klimaatthema’s. Wanneer er nadelige effecten zijn dienen (compenserende) maatregelen genomen te worden. Hierop wordt actief gecommuniceerd en getoetst bij planvorming en vergunningverlening. Het combineren van groen en wonen/werken hoeft elkaar niet te bijten en is door middel van mitigerende maatregelen mogelijk. Het behoud van leefkwaliteit ter plaatse en in de omgeving van de ontwikkeling staat hierin centraal. Resultaat: In 2022-2023 wordt een klimaattoets geïntroduceerd en ingevoerd; Negatieve klimaateffecten van ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd.

1.1.2. Bestaande groenstructuren worden zoveel als mogelijk ingepast in nieuwe ontwikkelingen voor behoud of verbetering van biodiversiteit en koeltezones Zogenaamd groot groen, bestaande bomen met grote kroonprojecties of houtwallen, hebben een grote functie in het bewaren van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen deze structuren te beschermen is het uitgangspunt meer natuurinclusief en is de nieuwe ontwikkeling ook meer klimaatadaptief. Voordat nieuw aangebrachte bomen een rol van betekenis spelen in bestrijding van hittestress is de eerste generatie woningeigenaren veelal verhuist, ‘boompje groot is plantertje dood’. We brengen binnen de gemeenten in beeld welke bestaande groenstroken van waarde zijn voor het behouden of verbeteren van biodiversiteit en koeltezones en het beperken en voorkomen van droogte en wateroverlast. Dit leggen wij vast in het omgevingsplan en stemmen wij af op het beleid ten aanzien van onder andere klimaat, duurzaamheid en wonen. Resultaat: In het Omgevingsplan wordt opgenomen dat bestaande groenstructuren ingepast worden in uitbreidingen. 1.1.3. De openbare ruimte wordt multidisciplinair ontworpen en functioneel ingezet met aandacht voor het gebruik. In het ontwerp, beheer en onderhoud van groenstroken wordt altijd afgewogen welke meerdere functies kunnen worden toegevoegd.

Bij klimaatadaptatie vermengen functies zich die voorheen zeer gescheiden bleven in het eigen domein. Riolering, wegen, verkeer, groen en water vervloeien steeds meer samen in projecten. Daarvoor is het nodig meer met elkaar samen te werken binnen projecten. Hier kunnen particuliere gronden als tuinen en bedrijfsgroen ook in betrokken worden. Klimaatadaptatie is niet alleen van groen of water, maar iedereen kan zijn steentje bijdragen (of juist wegdragen). Als aftrap hiervoor worden binnen de Liemerse samenwerking interne cursussen opgezet waarin met elkaar draagvlak en handelingsperspectief wordt gecreëerd. Met elkaar formuleren we basisprincipes voor de inrichting van de openbare ruimte die in referentiebeelden worden vastgelegd die in de handboeken openbare ruimte worden opgenomen. Resultaat: Intern opleidingstraject borgt integraliteit projecten en draagvlak/bekendheid met het thema; 20

-

Basisprincipes klimaatadaptatie worden vastgelegd in referentiebeelden; Handboeken openbare ruimte worden geüpdatet met de referentiebeelden.

1.2. Minimaal 80% van de scholen, buitensportlocaties en verzorgingslocaties zijn direct aan of gelegen in koele en groene zones om deze kwetsbare doelgroepen zoveel mogelijk te beschermen tegen de gevolgen van hittestress gedurende extreme hitte. Wij vinden het van belang om, binnen de Liemers, kwetsbare doelgroepen te beschermen. Dat doen we door het creëren van een buitenruimte waarin ruimte is voor gezondheid en gezonde recreatie. Daarnaast willen we (maatschappelijk) vastgoedeigenaren stimuleren om zelf ook aan de slag te gaan met klimaatadaptatie. 1.2.1. Overleg met maatschappelijke organisaties en scholen over een gezonde buitenruimte We gaan als overheden in gesprek met onze maatschappelijke partners om hen te stimuleren aan de slag te gaan met vergroening en afkoppelen van de terreinen. Als overheden hebben we data beschikbaar en kunnen we faciliteren in de probleemanalyse. We nemen als Liemers-gemeenten een faciliterende en stimulerende rol in bij het creeren van een gezonde leefomgeving in de semi - openbare ruimte.

Figuur

4-1

Berekende

hittestress

1.2.2. Convenant (maatschappelijk) vastgoed Uit de overleggen over de gezonde buitenruimte met maatschappelijke partners willen we doorpakken en niet alleen hittestress en gezonde buitenruimte samen agenderen, maar ook klimaatadaptatie in bredere zin een plaats geven. We werken daarom aan een actieplan maatschappelijk vastgoed waar gemeentelijk vastgoed een plaats in krijgt, maar waar maatschappelijke partners ook nadrukkelijk worden uitgedaagd/uitgenodigd om aan deel te nemen. Wij willen met eigenaren van zorginstellingen, woningcorporaties, scholen en bedrijvenkringen werken aan een convenant klimaatadaptief vastgoed. In een dergelijk convenant worden afspraken vastgelegd over tempo, werkwijzen, mogelijkheden en samenwerking gedurende het pad richting een klimaatadaptieve leefomgeving in 2050. Resultaat: Convenant klimaatadaptief vastgoed in 2023; Plan van aanpak klimaatadaptief gemeentelijk vastgoed in 2023. 1.3. Alle woningen liggen binnen een straal van 300 meter tot koele groene zones In een hete zomer is het goed om binnen loopafstand met geringe inspanning een koele groene zone te kunnen bereiken. Onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam en anderen heeft uitgewezen dat 300 m hiervoor een goed criterium is. Voor alle panden in de Liemers is berekend wat de afstand is tot een koele groene openbare zone van minimaal 1000 m2 grootte welke geschikt zijn voor verblijf.

In de huidige situatie ligt binnen de gemeente Westervoort 3%, de gemeente Duiven 8% en binnen de gemeente Zevenaar 6% van de woningen buiten een straal van 300 m van groene koele plekken, zie bijlage C.

rondom het ziekenhuis van Zevenaar

Resultaat: Verbinding met maatschappelijke organisaties door in 2022 te starten met inventarisatie en afstemming wensen en bereidheid Bewustwording rol buitenruimte in gezondheid bewoners

21

1.3.1. Detailvastlegging gevoelstemperaturen in de kernen Het is van belang om de gevoelstemperaturen te berekenen binnen de Liemers. Daarmee zijn locaties waar koelte ervaren wordt beter herleidbaar en worden ingrepen meer doelgericht. Het biedt door de rekenmethodiek tevens de kans om maatregelen en effecten van maatregelen te berekenen. Resultaat: Overzichtskaart met de Physical Equivalent Temperature (PET) in de Liemers. 1.3.2. Vergroening toepassen bij reconstructies in hotspots Daar waar woningen aanwezig zijn op meer dan 300 m afstand van groenstroken >1000 m2 ontstaan hotspots. Deze gebieden benoemen we als zoekgebied voor vergroening, zodat inwoners in deze gebieden ook meer groen en koelte ter beschikking krijgen. Voor vergroening bij werkzaamheden creëren we een vergroeningsfonds. Dit fonds wordt later toegelicht. Resultaat: Alle woningen liggen in 2050 binnen 300 meter van een koele zone. 1.3.3. Koele zones worden beter ingericht op duurzame benutting met oog voor lokale demografie We richten koele zones in op gebruik, zodat in hete perioden inwoners toch buiten in koelte kunnen verkeren. Door gebruik van koele plekken ontstaat een sociale functie van openbaar groen/water waarmee neveneffecten bij hitte zoals eenzaamheid worden bestreden. We houden bij het inrichten van de koele zones rekening met de huidige en toekomstige gezins- en leeftijdsopbouw van gebruikers.

1.4. Er is op de hoogste zonnestand (21 juni, 14:00) voldoende schaduw (30%) op trottoirs en fietspaden Hoewel het belangrijkste advies bij hitte is het beperken van de inspanningen op hete dagen, is een toegankelijke openbare ruimte een belangrijk speerpunt. De toegankelijkheid verhogen we door na te denken waar onze primaire (loop-)routes moeten liggen en hoe wij hete routes koeler kunnen krijgen. Dat doen we niet alleen als overheden, maar we treden in overleg met belangenorganisaties en gebruikers van de routes. Uiteindelijk doel is het beschaduwen van minimaal 30% van de openbare routes. We kiezen voor de routes, omdat we in ons beleid rekening houden met de aanwezigheid van groen <300 m en de routes waar inspanning wordt geleverd. Daarnaast stimuleren we inwoners (zie hoofdstuk 4) om in de eigen invloedsfeer te vergroenen voor meer verblijfscomfort. 1.4.1. Actieplan schaduwroutes opstellen met fietsersbond en wandelaars In overleg met gebruikers van de routes in onze gemeenten zetten we een actieplan op voor beschaduwing. In het actieplan worden concrete ervaringen gemonitord, waarbij extra aandacht is voor intensief gebruikte wandelgebieden en (snel)fietsroutes. We willen gebruikers vragen om gedurende de komende zomer in de achterban te peilen waar knelpunten op dit vlak liggen, zodat we uiteindelijk gezamenlijk een knelpuntenkaart kunnen opstellen.

Daarnaast werken we zelf ook aan een algemeen schaduwplan om in straten en wijken bij reconstructies schaduw toe te kunnen voegen. Resultaat: Praktische knelpunten (locaties waar hitte wordt ervaren) in beeld; Actieplan met draagvlak bij gebruikers.

Gebruik van koele zones wordt gestimuleerd door het plaatsen van bankjes, het stimuleren van looproutes door groen-/waterzones en/of het plaatsen van drinkwaterpunten. Resultaat: Koele zones worden meer benut; In 2026 zijn er 100 bankjes toegevoegd.

22

1.4.2. Toevoegen schaduw op hete en niet beschaduwde plaatsen Vanuit het vergroeningsfonds passen we doelgerichte investeringen toe om meer schaduw te krijgen op de relevante routes en locaties en combineren deze waar mogelijk met opwekking van duurzame energie. In de maatregeloverzichten zijn locaties weergegeven waar vergroening gewenst is. Voor het gemiddelde beschaduwd oppervlak van alle voet- en fietspaden wordt als doelstelling 30% beschaduwing opgenomen. Op sommige locaties ligt dit hoger dan op andere locaties. Monitoring vindt plaats op wijkniveau om spreiding over de wijken te bevorderen. Doelstelling is op langere termijn alle routes minimaal 30% beschaduwd te hebben. Resultaat: 30% beschaduwde routes in 2050.

Figuur 4-2: Schaduwverdeling op openbare fiets- en voetpaden in Duiven in de huidige situatie.

23

5 Beleidsambitie 2: In de Liemers is in 2050 minder kans op wateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op voor de gemeente onverwachte financiële schades 5.1

Inleiding op de beleidsambitie

Wateroverlast is het meest tastbare en zichtbare gevolg van de effecten van klimaatverandering binnen de leefomgeving van mensen. Hevige neerslag met water op straat, water in woningen of winkels komt snel in het nieuws en mensen ervaren de hinder ook fysiek. Water in de woning, zeker bij een repeterend karakter, kan een grote impact hebben op inwoners. Een grote gemene deler, in de Liemerse samenwerking bij de risicosessies en de enquêtes onder inwoners, is het niet accepteren van wateroverlast in gebouwen. Water op straat met soms verminderde bereikbaarheid van wijken en straten wordt breder geaccepteerd. In de aanpak is daarom vooral aandacht voor de locaties met kwetsbare woningen en het toegankelijk houden van straten voor hulpdiensten. Zeker bij wateroverlast is het ook een gegeven dat niet alle overlast voorkomen kan worden, en kwetsbare locaties door de kapitaalintensieve projecten ook niet allemaal te gelijk opgepakt kunnen worden. Daarom richten we ons op korte termijn op een aantal knelpunten. Omdat door de raden ook aangegeven is dat onverwachte financiële tegenvallers als gevolg van klimaatextremen niet gewenst zijn, is het van belang hier een grondig risicoprofiel voor op te stellen. Hiermee bereiden de gemeenten zich niet alleen fysiek voor op klimaatextremen, maar vertaalt zich dit ook in een financiële weerbaarheid.

Ondergrondse waterberging, wijk Zonnemaat, Zevenaar ©Cyclomedia

24

Ambitie

Doelen

2.1: Het aantal woningen en andere gebouwen die kwetsbaar zijn voor wateroverlast is minimaal 80% afgenomen in 2050.

Strategie

2.1.1. Uitvoeren van een detailberekening voor alle kernen van zowel riolering als oppervlakkige afstroming, als navolging op de uitgevoerde quick-scan. 2.1.2. Inzichtelijk maken zoekgebieden voor (tijdelijke) waterberging 2.1.3. We treffen maatregelen tegen wateroverlast op locaties waar het doelmatig is.

2: In de Liemers is in 2050 minder kans op wateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op voor de gemeente onverwachte financiële schades

2.2: Vitale verkeersaders blijven in het geval van extreme neerslag begaanbaar en woonstraten zijn bereikbaar voor hulpdiensten

2.3: De kosten welke gemaakt worden om de gevolgen van klimaatextremen te beperken wegen op tegen de (onverwachte) kosten van de maatregelen.

2.2.1. We treffen maatregelen op locaties waar meer dan 30 centimeter water op vitale verkeersaders berekend wordt. 2.2.2. We overleggen met de veiligheidsregio over de vitale routes en functies.

2.3.1. Bij investeringen in klimaatmaatregelen houden we rekening met de lange termijn schades 2.3.2. Wij reserveren schadebedragen op basis van een gedetailleerdere risicostudie

25

5.2

Hoe is het nu?

In het proces van de stresstest is met gemeenten en waterschap samen in beeld gebracht hoe de situatie is bij een bui van 70 mm in één uur (T=100). Daaruit volgt dat in totaal binnen de Liemers circa 53.683 panden aanwezig zijn waarbij circa 8.730 (16%) panden water tegen het pand berekend wordt. Daarin is verschil in kwetsbaarheid aangebracht. Bij kwetsbare panden is de berekende waterdiepte op straat hoger dan de gemiddelde drempelhoogte van 30 centimeter ten opzichte van het straatniveau tegen het pand berekend, bij matig kwetsbare panden bedraagt dit 15 tot 30 centimeter water op straat. Afhankelijk van de drempelhoogte van het pand vindt hier mogelijk instroom in het pand plaats. Plaats

Matig kwetsbaar Kwetsbaar

Duiven

1.819

Totaal

204

2.023

Westervoort

982

74

1.056

Zevenaar

5.008

643

5.651

Totaal

7.809

921

8.730

Naast panden waar water tegen berekend wordt, zijn ook diverse vitale verkeersroutes waar water op straat berekend wordt.

5.3

Wat gaan we doen?

2.1. Het aantal woningen en andere gebouwen die kwetsbaar zijn voor wateroverlast is minimaal 80% afgenomen in 2050. We werken deze planperiode aan maatregelen voor de kwetsbare panden. Voor matig kwetsbare panden geldt dat niet alle ervaren overlast voorkomen zal kunnen worden. Daarom wordt in ambitie 4 geïnvesteerd in de acceptatie van wateroverlast door inwoners.

2.1.1. Uitvoeren detailberekeningen De stresstesten zijn op een laag detailniveau uitgevoerd zoals hiervoor beschreven. Daarom willen we meer gedetailleerde berekeningen opstellen waarin riolering en maaiveld gemodelleerd worden met actuele data. Dit stelt ons in staat om de berekende risicolocaties te verfijnen én maatregelen gedetailleerd te onderbouwen. We voeren deze berekeningen uit op het moment dat de nieuwe data beschikbaar is van het Algemeen Hoogtebestand Nederland versie 4. Verwacht wordt dat deze najaar 2022 beschikbaar is. Resultaat: Inzicht in functioneren riolering én maaiveldstroming; Grip op het systeem en detaillering maatregelen. 2.1.2. Inzichtelijk maken zoekgebieden voor (tijdelijke) waterberging Vanuit de stresstest is in voorliggend plan een strategie voorgesteld om maatregelen te treffen. Op basis van de gedetailleerdere berekeningen die opgesteld worden gaan we de maatregelen verder verfijnen. Het is dan van belang dat in meer detail vastgelegd wordt welke gebieden er nodig zijn voor waterberging zodat het in ontwikkelingen ook duidelijk is welke rol gebieden spelen in de klimaatadaptatieopgave. In de adaptatie structuurkaart worden deze gebieden voorzien van de functieaanduiding waterberging. Resultaat: Op kaart is vastgelegd welke gebieden van belang zijn voor waterberging. 2.1.3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=de5cd874-e7a4-4c51-b505-5ceae56156ad