CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220613-rv-veranderopgave-inburgering-2022-bijlage-2-notitie.docx

Raadsvergadering 13 juni 2022, gemeente WestervoortBij agendapunt: Notitie Veranderopgave inburgering 20227.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Veranderopgave Inburgering 2022 Datum: april 2022 Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6

Inleiding Het huidige stelsel en situatie De nieuwe wet Ambitie en doelstellingen Wat gaan we doen? Kaders en randvoorwaarden

Lijst met afkortingen: AZC Asielzoekerscentrum BI Brede Intake COA Centraal Orgaan opvang asielzoekers DUO Dienst Uitvoering Onderwijs IND Immigratie- en Naturalisatiedienst KNM Kennis van de Nederlandse Maatschappij MAP Module Arbeidsmarkt en Participatie PIP Persoonlijk plan Inburgering en Participatie PVT Participatieverklaringstraject RSD Regionale Sociale Dienst de Liemers

0

H1. Inleiding Nieuwe wet Inburgering Gemeenten Duiven en Westervoort hebben sinds 1 januari 2022 de regie op de inburgering van inburgeraars. Dit als gevolg van de nieuwe wet Inburgering. Doel van deze nieuwe wet is dat inburgeraars vanaf het moment dat zij in de gemeente wonen actief aan de slag gaan met inburgeren, taal, participatie en werk. Dit is een belangrijke basis voor het meedoen aan de samenleving en het bevorderen van (financiële) zelfstandigheid en zelfredzaamheid. De gemeente wil zich inzetten voor een goed integratiebeleid. Inburgeraars zijn personen die op grond van de Wet inburgering inburgeringsplichtig zijn. Dat zijn asielstatushouders en hun (nareizende, meerderjarige) gezinsleden, gezinsmigranten en overige migranten. Inburgeraars zijn niet de arbeidsmigranten die op basis van een (tijdelijke) werkvergunning in Nederland werken. In dit beleidsplan gebruiken we de term inburgeraars en daar waar nodig maken we een onderscheid in de groep asielstatushouders en de gezins- en overige migranten. Beleidsnotitie 2019 en startnotitie nieuwe wet Inburgering Deze notitie Inburgering is een vervolg op de beleidsnotitie Inburgering en Participatie die in het voorjaar van 2019 bestuurlijk vastgesteld. In die notitie is het dossier statushouders opnieuw gepositioneerd binnen de gemeenten en binnen 1Stroom.

In de notitie van 2019 is reeds de landelijke veranderopgave Inburgering aangekondigd. Op 1 december 2020 is de nieuwe wet Inburgering vastgesteld door de Eerste Kamer der Statengeneraal. Onderliggende wetgeving is in september 2021 vastgesteld. De ingangsdatum van de nieuwe wet is 1 januari 2022. De wet leidt tot een aanzienlijke taakverzwaring ten opzicht van de huidige verantwoordelijkheden. Voor de uitvoering zijn duidelijke bestuurlijke kaders belangrijk. De gemeente is bezig met de implementatie van de wet. Dit doet de gemeente in Liemers verband omdat de wet voor de drie Liemerse gemeenten hetzelfde is en omdat we verschillende samenwerkingspartners delen. In het kader van de voorbereiding is reeds de “Startnotitie nieuwe Wet inburgering” vastgesteld door het college van B&W. Na een Liemerse voorbereiding is deze notitie uiteraard aangepast op de drie gemeenten met haar eigen couleur locale en eigen beleidsdoelstellingen. Voorbeelden van aanpassingen naar onze gemeenten zijn de invulling van het casusregisseurschap, relaties met samenwerkingspartners en de invulling van het casusteam. Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op het vorige inburgeringsstelsel. Het schetst kort de gebreken ervan, de taakstelling huisvesting, de verwachte omvang van de groep asielstatushouders en gezins- en overige migranten en de organisaties die nu een rol hebben bij de inburgering.

Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de nieuwe wet, de veranderingen voor inburgeraars en de gemeenten en de relatie van de nieuwe wet met andere beleidsterreinen. In hoofdstuk 4 bespreken we de ambities, doelen en resultaten die de gemeente wil bereiken. In het daaropvolgende hoofdstuk werken we uit wat we moeten doen om de gestelde doelen en resultaten te bereiken. We sluiten af met hoofdstuk 6 waarin de financiën en de randvoorwaarden voor de uitvoering van de wet is verwoord.

1

H2. Het ‘oude’ stelsel en situatie Aanleiding nieuwe wet Inburgering In het stelsel van voor 1 januari 2022 moesten inburgeraars zelf hun Inburgering regelen. Zij sloten voor het volgen van de taal- en inburgeringslessen een lening bij DUO af waarmee zij dit bekostigen. Vervolgens moesten inburgeraars zelf hun taal- en inburgeringslessen regelen. Er was een aantal belangrijke redenen voor het Kabinet om de nieuwe Wet inburgering te introduceren: •

•

Uit de praktijk bleek dat dit vaak te hoog gegrepen was en een te groot beroep werd gedaan op de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van de inburgeraar. Dit had een aantal gevolgen: veel inburgeraars waren aan het einde van hun inburgeringstermijn de taal onvoldoende machtig en slaagden niet voor hun examen. Gevolg was dat zij een schuld bij DUO kregen. Door het onvoldoende beheersen van de taal slaagden zij er niet altijd in om een plek op de arbeidsmarkt te verwerven. Dit leidde in veel gevallen tot eenzaamheid, isolatie en psychische problemen. Om het zekere voor het onzekere te nemen schreven inburgeraars zich soms op een lager taalniveau in. Hierdoor slaagden zij wel, maar blijven veel talenten en kansen onbenut. Op de ‘markt’ van taalaanbieders begeeft zich een aantal malafide aanbieders. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van het taalonderwijs.

Vanuit de landelijke overheid was onvrede over de effectiviteit van het huidige inburgeringsstelsel dat in 2013 werd ingevoerd. Uit onderzoeken en evaluaties werd duidelijk dat veel inburgeraars, ondanks alle inspanningen, onvoldoende de taal beheersen, langdurig bijstandsafhankelijk zijn en onvoldoende de weg weten in de Nederlandse samenleving. Het huidige systeem is onvoldoende stimulerend en motiverend ingericht. Het Kabinet heeft in het regeerakkoord van 2017 aangekondigd dat de effectiviteit en doelmatigheid van het inburgeringsstelsel moet worden verbeterd. Het uiteindelijke doel is dat inburgeraars zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst door betaald werk 1. Taken gemeente in het ‘oude’ stelsel Het bovenstaande gaat over het inburgeringsstelsel tot 1 januari 2022. De taken die de gemeente al had in het ‘oude’ stelsel voor deze groep mensen: • Verzorging van passende huisvesting in goede samenwerking met Vivare. Waarin wordt ingezet op spreiding van de nieuwkomers over de gemeente; • Bieden van maatschappelijke begeleiding (al dan niet door externe partij); • Aanbieden van het Participatieverklaringstraject; • Taken in het kader van werk & inkomen (door RSD de Liemers). De taken van de gemeenten op het inburgeringsterrein waren beperkt.

De gemeente had geen regie op de inburgering en geen middelen of mogelijkheden om de inburgering effectiever en efficiënter te organiseren. Ook had de gemeente, in het kader van de oude wet vrijwel geen mogelijkheden om inburgeraars te ondersteunen, te motiveren of hen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden. Dit veranderd met de komst van de nieuwe wet. De gemeente heeft nu de regie op de inburgering en staat aan het roer. De gemeente kan de effectiviteit en doelmatigheid van de inburgeringsketen positief beïnvloeden omdat zij de middelen en mogelijkheden heeft om hier een actief aan bij te dragen. Analyse van de situatie van gemeente Duiven & Westervoort Alle Nederlandse gemeenten huisvesten inburgeraars met een verblijfsvergunning. Zo ook Duiven en Westervoort. Op basis van de huidige Woningwet zijn alle gemeenten verplicht om invulling te geven aan de taakstelling voor de huisvesting van inburgeraars. Taakstelling en omvang van de doelgroep Gemeenten krijgen van het Rijk een halfjaarlijkse taakstelling opgelegd voor de huisvesting van asielstatushouders. De gemeente moet ervoor zorgen dat mensen met een verblijfsvergunning woonruimte krijgen. Hiervoor overlegt de gemeente met de woningcorporaties waarbij een beroep wordt gedaan op de sociale huurwoningen.

Gezien het huidige gebrek aan sociale huurwoningen is dit voor gemeente en woningcorporatie een grote en ingewikkelde opgave. Dit verandert naar verwachting niet in het nieuwe stelsel.

1

Brief EK 2 juli 2018, pagina 4

2

Onder het aantal te huisvesten statushouders bevindt zich een grote groep kinderen (niet inburgeringsplichtig) en nareizigers (gezinsherenigers). Op basis van ervaring is van het totaalaantal te huisvesten statushouders ongeveer 65% inburgering plichtig. Ter illustratie: van de aantallen gehuisveste statushouders en binnengekomen gezinsmigranten is in onderstaande tabel een overzicht van 2020, 2021 en eerste helft 2022. Gemeente Duiven Westervoort

Taakstelling jaar 2020 19 11

Taakstelling 1e halfjaar 2021 20 12

Taakstelling 2e half jaar 2021 16 10

Taakstelling 1e half jaar 2022 15 9

De bij de inburgering betrokken partijen zijn: • Regionale Sociale Dienst de Liemers (RSD). Een groot aantal inburgeraars ontvangt een bijstandsuitkering. Zij worden voor hun participatie en re-integratie begeleid door RSD de Liemers. De RSD heeft de opdracht om in te zetten op participatie en re-integratie van de groep inburgeraars. Vanaf 2018 is de opdracht aan de RSD geïntensiveerd als het gaat om de begeleiding aan inburgeraars. Er zijn klantmanagers specifiek voor deze doelgroep aangetrokken en er zijn projecten gestart zoals Liemers Perspectief, project win-win en de VCAtraining. Met deze projecten worden uitkeringsgerechtigde inburgeraars actief ondersteund bij hun participatie en re-integratie. Ondanks deze inspanningen blijft het lastig voor veel inburgeraars om een baan te vinden en te houden. • Vluchtelingenwerk biedt maatschappelijke begeleiding. Als vluchtelingen van een asielzoekerscentrum naar een gemeente verhuizen, komt er veel op hen af. Hierbij kun je denken aan: het regelen van zaken rondom basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, toeslagen, woningzaken en onderwijs. De vrijwilligers en maatschappelijk begeleider helpt de inburgeraar zijn/ haar weg te vinden in de gemeente en leert hem/ haar de geschreven en ongeschreven regels van de samenleving kennen. Opbouwen van een sociaal netwerk en werken aan sociale zelfredzaamheid zijn hierin belangrijk.

• Welzijns/ Maatschappelijke organisaties zoals Santé Partners en Kunstwerk. Deze organisaties hebben een functie bij activiteiten gericht op welzijn en welbevinden en het informele en non-formele taalonderwijs2 voor statushouders. Bij het informele taalonderwijs worden inwoners van de gemeenten in hun taalverwerving groepsgewijze getraind door getrainde vrijwilligers. Het non-formele taalonderwijs bestaat uit de ondersteuning door taalmaatjes, buddy’s of taaltafels. Een kenmerk van het informele taalonderwijs is dat er sprake is van een 1 op 1 ondersteuning. Alle vormen van taalondersteuning, formeel-informeel en non-formeel, zijn ondersteunend aan elkaar en zorgen ervoor dat de taal geleerd in de formele lesomgeving op verschillende manieren geoefend en in de praktijk gebracht wordt. Deze organisaties hebben dan ook een belangrijke rol in het leren van de taal. In Duiven en Westervoort is sinds de vaststelling van de beleidsnotitie het casusteam opgezet. Daarin nemen verschillende partners deel. Allen vertegenwoordigd door professionals. In het casusteam zitten: RSD de Liemers. Vluchtelingenwerk, Santé Partners, AMW, Sociaal Raadslieden en consulenten van de gemeente. De casusregisseur Statushouders van 1Stroom is de spil, trekker, in deze samenwerking. In het Casusteam wordt casuïstiek besproken.

Hierin wordt gemonitord hoe het met de nieuwkomers gaat, hoe de maatschappelijke begeleiding verloopt, wordt de warme overdracht bepaald naar het reguliere veld en wordt bepaald of eventueel extra inzet nodig is van bijvoorbeeld consulenten van de gemeente. Ook worden ontwikkelingen rond statushouders en dossier statushouders gedeeld en besproken. Wat hebben we opgehaald In de startnotitie is aangegeven dat de gemeente in overleg gaat met organisaties als RSD de Liemers, cliëntenraad RSD de Liemers, Vluchtelingenwerk en de cliëntenraden / vertegenwoordigende raden van de Liemerse gemeenten in het kader van de implementatie van de nieuwe wet. Inzet hiervan is om de onderliggende wetgeving en ervaringen van statushouders, betrokken ketenpartners en interne partners goed op elkaar af te stemmen. Deze partijen staan positief tegenover de nieuwe wet en hebben aandachtspunten meegegeven voor de uitvoering ervan. Voorbeelden zijn aandachtspunten voor kwaliteit van de opleidingstrajecten, de begeleiding en de informatievoorziening aan inburgeraars. De uitkomsten van de overleggen en adviezen zijn verwerkt in deze notitie.

Informeel taalonderwijs: onbedoeld leren, in een georganiseerde leersetting of daarbuiten Non-formeel taalonderwijs. Georganiseerd leren, minder gestructureerd en systematisch in vergelijking met formeel leren. Het is niet gericht op het behalen van een erkend diploma of certificaat. 2

3

H3 De nieuwe wet Met de komst van de nieuwe wet Inburgering zijn gemeenten verantwoordelijk voor de begeleiding van inburgeraars. Het doel is dat zij zo snel mogelijk mee kunnen doen in de samenleving naar vermogen, het liefst via betaald werk. Met de Wet Inburgering 2021 wordt tegemoetgekomen aan een belangrijk kritiekpunt op het vorige stelsel, namelijk het ontbreken van samenhang tussen inburgeren en meedoen. Hier ligt een belangrijke verbinding tussen de nieuwe Wet Inburgering en de Participatiewet. Met de invoering van de wet worden gemeenten verantwoordelijk voor de volgende onderwerpen: 1.

De brede intake – een snelle start Inburgeraars starten na huisvesting in de gemeente zo snel mogelijk met hun inburgering. De gemeente is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een brede intake waarmee zij inzicht krijgt in de achtergrond en behoeften van de inburgeraars, hun gezinssituatie, leer- en werkervaring, de resultaten van de leerbaarheidstoets en participatiemogelijkheden e.d. Onderdeel van de brede intake is de afname van de leerbaarheidstoets. Deze toets is op landelijk niveau ontwikkeld en wordt beschikbaar gesteld door DUO. De daadwerkelijke afname wordt verzorgd door de regisseur statushouders van de gemeente. Deze regisseur heeft hiervoor een verplichte training gevolgd. De uitkomst van de leerbaarheidstoets is binair; inburgeraar kan B1 niveau halen of niet. Zo nee; dan naar Z-route. Zo ja; dan B1route of onderwijsroute.

2.

Persoonlijk plan inburgering en Participatie - resultaatverplichting Op basis van de brede intake wordt een persoonlijk Plan inburgering en Participatie (PIP) opgesteld. Dit PIP bevat afspraken over verschillende onderdelen die van belang zijn voor de inburgering, waaronder het leren van de taal in combinatie met (vrijwilligers-)werk, deelname aan het Participatieverklaringstraject, de maatschappelijke begeleiding en de instroom in één van de leerroutes. De afspraken in het PIP worden opgenomen in een beschikking en zijn niet vrijblijvend. De afspraken zijn ook gekoppeld aan de verplichtingen vanuit de Participatiewet. De gemeente monitort en handhaaft de voortgang en houdt hiervoor gesprekken met de inburgeraar.

3.

Verhogen van de taal-eis naar B1-niveau en drie leerroutes- betere startpositie Met het verhogen van de taal-eis wordt de inburgeraar gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau, in plaats van het meest passende taalniveau te behalen. Een taalniveau op B1 zorgt voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Er zijn drie leerroutes: de Onderwijs, B1 en Zelfredzaamheidsroute, zie onderstaand kader voor een toelichting. De gemeente koopt deze routes in. Zie hiervoor punt 5. De leerroutes B1-route, ook wel de reguliere inburgeringsroute, is gericht op het bereiken van een eenvoudig taalniveau in combinatie met participatie op basis waarvan men zich kan redden op de arbeidsmarkt. De onderwijsroute is bedoeld voor met name jonge inburgeraars. Zij kunnen na het volgen van een taalschakeltraject instromen in een MBO, HBO of WO-opleiding. Doel is het behalen van een Nederlands schooldiploma, waardoor de kansen op de arbeidsmarkt toenemen. De zelfredzaamheidsroute, ook wel de Z-route, is bestemd voor de mensen voor wie de onderwijs- en B1-route buiten bereik ligt, bijvoorbeeld omdat zij niet gealfabetiseerd zijn. Deze route is gericht op maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid. Doel hierbij is dat iedereen zich in de (lokale) samenleving weet te redden, naast het leren van de taal. In alle leerroutes is activering en participatie een expliciet doel.

Dit kan op verschillende wijzen worden ingevuld.

4.

Financieel ontzorgen van de inburgeraar: de asielstatushouder met een bijstandsuitkering: voorkomen van belemmeringen en geen tijd te verliezen Gemeenten zijn verplicht om de eerste zes maanden nadat een asielstatushouder in de gemeente is komen wonen, de statushouder financieel te ontzorgen. Dit betekent dat gedurende deze periode de vaste lasten op de uitkering worden ingehouden en overgemaakt aan de betreffende instellingen. In deze periode worden asielstatushouders begeleid in het financieel zelfredzaam worden.

5.

Inkoop leerroutes: kwaliteit onderwijs Met de nieuwe wet worden de gemeenten verantwoordelijk voor de inkoop van het taalaanbod c.q. de leerroutes. De drie leerroutes zijn bedoeld om meer maatwerk en kwaliteit van taalonderwijs te bieden. Door de inkoop en monitoring bij de gemeente te beleggen, kan beter worden gestuurd op de kwaliteit van het aanbod.

4

6.

Hervorming in het examenstelsel: samenhang en integraliteit. Het huidige inburgeringsexamen bestaat uit een aantal modules gericht op taalvaardigheid en oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt. Onder de Wet Inburgering 2021 hebben gemeenten de verantwoordelijkheid de modules in onderlinge samenhang en integraal aan te bieden. Dit moet de huidige versnippering en gebrek aan integraliteit tegengaan en de kwaliteit van taal en inburgering verhogen.

Aanbod per inburgeringsdoelgroep In de wet wordt een onderscheid gemaakt in twee groepen inburgeraars: asielstatushouders en gezins- en overige migranten3. Wat wij als gemeente moeten aanbieden verschilt per inburgeringsdoelgroep. Het verschil is dat de gezins- en overige migranten gehuisvest worden bij een al gevestigde asielstatushouder of partner. Zij maken een bewuste keuze om in Nederland te komen wonen, omdat hun Nederlandse partner hier bijvoorbeeld woont. Verbinding met andere beleidsterreinen In de Wet Inburgering 2021 is een nadrukkelijke verbinding gemaakt met de Participatiewet. Veel asielstatushouders ontvangen van de gemeente een bijstandsuitkering met de daaraan verbonden rechten en plichten. Deze verbinding betekent dat het vaststellen van het PIP in overleg en afstemming met de RSD plaatsvindt. Dit bevordert duidelijkheid, transparantie en is de basis van een goede start van het inburgeringsproces van de asielstatushouder.

Er liggen ook verbindingen met beleidsterreinen zoals bijvoorbeeld onderwijs, sport, wonen, cultuur, gezondheid en armoede- en schuldenbeleid. Geredeneerd vanuit de leefwereld van de inburgeraar kunnen zij te maken krijgen met problemen op verschillende leefgebieden. Het is daarom zaak om goede verbindingen te leggen met deze beleidsterreinen om de inburgeraar zo goed mogelijk te ondersteunen.

3 Definitie asielstatushouders: houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze groep inburgeringsplichtigen wordt aangeduid als: asielstatushouders Definitie gezins- en overige migranten: houders van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zoals bedoeld in artikel 14, van de Vreemdelingenwet 2000, inburgeringsplichtig. Dit betreft onder andere personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming zijn, bijvoorbeeld omdat zij een Nederlandse echtgeno(o)t(e) of partner hebben. Uit memorie van toelichting Wet inburgering, 2020

5

H4. Ambitie en doelstellingen De gemeenten Duiven en Westervoort hebben in het voorjaar van 2019 de notitie Inburgering en Participatie vastgesteld door het college van B&W. Daarin zijn de volgende missie, visie en doelstelling uitgewerkt: “Voor vluchtelingen, en zeker voor diegenen met een vergunning om in Nederland te blijven, is het van groot belang om zich snel thuis te voelen in Duiven en Westervoort. Niet alleen omdat het bij draagt aan hun integratie in onze lokale samenleving. Maar ook omdat het onze samenleving helpt”. Missie Het is onze missie om statushouders en inwoners met een migratie achtergrond zo goed en zo snel mogelijk deel te laten uitmaken van onze samenleving (ook al is dat tijdelijk) waarbij gebruik wordt gemaakt van de potentie en betrokkenheid van inwoners (en organisaties) uit diezelfde samenleving, en van de capaciteiten van de statushouders en inwoners met een migratie achtergrond zelf. Visie Wij brengen statushouders en inwoners met een migratie achtergrond in contact met mensen uit onze (lokale) regio die hen op hun eigen wijze stimuleren, positief deel te nemen aan de samenleving. Zij doen dit door diverse activiteiten, voor en/of met statushouders aan te bieden in de breedste zin van het woord.

Deze activiteiten zijn bestaande initiatieven of nieuwe zoals die vanuit de transformatieagenda (Duiven) of de strategische nota (Westervoort) worden ontwikkeld. Daaronder vallen naast activiteiten op het gebied van bijvoorbeeld taal, sport en cultuur, óók het samen ondernemen van activiteiten zoals koken, wandelen, eten, discussiëren en klussen. Hier speelt de RSD de Liemers een voorname rol in. Dit alles draagt bij aan een betere toeleiding naar werk en mogelijke uitstroom uit de uitkering. Het betreft laagdrempelige mogelijkheden om kennis te maken met diverse onderdelen van de Nederlandse samenleving. Doelstelling 2019 - 2021 In de gemeenten Duiven en Westervoort hebben mensen van verschillende achtergronden (informele) contacten en vriendschappen in hun eigen leefomgeving en hebben ieder hun eigen bijdrage aan een volwaardige en zelfstandige deelname aan de Nederlandse maatschappij.

De missie en visie zijn samen met de ontwikkeling vertaalt naar de gewenste werkwijze en regievoering. In dit hoofdstuk worden de missie en visie verder uitgewerkt op de nieuwe wet Inburgering en de doelen die daarmee gemoeid zijn. Op basis van de nieuwe wet wordt deze ambitie nader gespecificeerd voor wat betreft inburgering Meedoen, participeren en werken is de beste en snelste weg naar inburgering. Het doel is dat inburgeraars op een betere en snellere manier volwaardig meedoen aan de samenleving. Met de invoering van de nieuwe wet wordt de gemeente de regisseur van het integratie, werk-, inkomen- en participatiedossier. Maar inburgeren betekent niet alleen de taal leren, participeren en werken maar ook ‘landen in de gemeente, de wijk, buurt of dorp’. Het betekent dat mensen kennis maken met activiteiten zoals sport, vrijwilligerswerk, cultuur en een netwerk opbouwen waarin zij hun plek weten te vinden. Inburgeren gaat dus ook over sporten, meedoen in een koor of vrijwilliger worden bij de kinderboerderij. Om dit te bereiken is inzet en samenwerking nodig van alle professionele en vrijwilligersorganisaties én inwoners. Dit doet een appél op iedereen, want alleen met de inzet van iedereen bieden we inburgeraars een basis voor inburgering. Dat wil zeggen: je thuis voelen in je eigen buurt, dorp of wijk.

Hierbij is het belangrijk dat we uitgaan van de leefwereld van de asielstatushouder. De leefwereld van de statushouder houdt zich niet aan de systeemwereld waarin beleid en wetten afzonderlijk worden geformuleerd of organisaties zich op specifieke doelgroepen of problemen richten. In de leefwereld heeft de asielstatushouder te maken met bijvoorbeeld de gemeente, huisarts, school, lokale belastingen, toeslagen, de uitkering of werk. Uitgaan van de leefwereld betekent ook dat we beter in staat zijn om maatwerk te leveren. De vraag van de statushouder is hierin leidend en staat centraal. Het is een de uitdaging om de begeleiding van de asielstatushouder op integrale wijze op te pakken en te organiseren waarbij zo min mogelijk last wordt ervaren van de schotten in de systeemwereld. Beleidsmatige uitgangpunten: • Maximaal benutten eigen kracht: We willen deze eigen kracht, zelf oplossingen bedenken/uitvoeren, maximaal benutten en helpen daar waar het niet lukt. Waar men een steuntje in de rug nodig heeft, staat de vraag centraal. • De ondersteuning zo dichtbij en zo passend mogelijk bij de statushouders organiseren: We willen dat ze zo zelfstandig mogelijk kunnen leven, opgroeien en wonen.

We proberen de hulp en ondersteuning zoveel mogelijk dichtbij inwoners te realiseren zodat ze in de eigen leefomgeving zelfstandig functioneren; • De aanpak die we gebruiken is één gezin, één plan, één regisseur. Als er meerdere hulpvragen zijn, dan worden deze in samenhang aangepakt via overleg in het casusteam. We willen hiermee bereiken dat gezinnen met meerdere hulpvragen met minder hulpverleners te maken krijgen en dat de hulp die zij krijgen van verschillende 6

•

hulpverleners beter op elkaar wordt afgestemd en goed wordt afgestemd op de inburgering en maatschappelijke begeleiding. Als het nodig is, zetten we maatwerkvoorzieningen in: Elke inwoner krijgt de zorg die nodig is. Als de ondersteuning meer vraagt dan de eigen kracht, maatschappelijke ondersteuning, de inburgering en andere laagdrempelige ondersteuning, zetten we maatwerkvoorzieningen in.

Dit wordt verder door-vertaald in de onderstaande drie ambities specifiek voor inburgering. Ambitie 1: Meer inburgeraars werken Doel 1: minimaal 40% van de asielstatushouders die de leerroutes B1 of Z-route volgen, vindt binnen een periode van drie jaar duurzaam werk, dat wil zeggen gedurende zes maanden tegen minimaal 12 uur per week. We richten ons op duurzame participatie (naar vermogen). De kortste weg naar werk is soms niet de meest duurzame weg naar werk. We sluiten aan bij de vaardigheden, belangstelling en vermogens van de statushouder en houden daarbij rekening met kansrijke beroepen en sectoren. Dit betekent maatwerk. Resultaat: we maken inburgeraars werkfit In hoofdstuk 5 gaan we nader in op de manier waarop we deze resultaten willen bereiken. Op basis van een Brede Intake stellen we een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie op. Dit is een beschikking waarin de afspraken worden vastgelegd. Veel inburgeraars ontvangen een bijstandsuitkering. De verplichtingen uit de Participatiewet vormen een integraal onderdeel van de inburgeringsbeschikking. We zetten in op het tegelijkertijd leren van de taal, participatie en re-integratie.

Ambitie 2 Meer inburgeraars doen mee in de maatschappij Doel 2: Minimaal 80 % van de asielstatushouders doet binnen een periode van 2 jaar mee aan de lokale samenleving door actief te zijn door vrijwilligerswerk, het volgen van (leerwerk) stages, opleiding, training of werk. Doel 3: Minimaal 80% van de asielstatushouders slaagt binnen de periode van drie jaar voor hun inburgeringsexamen. Meedoen, participeren en zelfredzaam zijn, zijn effectieve middelen om een aantal problemen te voorkomen. Meedoen, meetellen en gezien worden is voor iedereen belangrijk. Het stimuleert talenten, vaardigheden en competenties, bevordert de gezondheid en welbevinden en zorgt voor binding in buurten en een leefbare en veilige omgeving. Resultaat: inburgeraars zijn actief en doen mee. We stellen casusregisseurs aan die de inburgeraar actief begeleidt. De welzijnsorganisaties en de RSD gaat aan de slag met de participatie- en re-integratie van de statushouders. We ontwikkelen programma’s en trajecten voor de inburgeraars. We monitoren op individueel niveau de voortgang van de leerroute en onder andere op basis daarvan op contractniveau de kwaliteit van het taalonderwijs en ook de verbinding met de participatie en re-integratie onderdelen. Ambitie 3 Meer regie voeren op de inburgering Doel 4: een goed georganiseerde, effectieve en kwalitatief goede inburgeringsketen.

Een goed georganiseerde keten op zowel casusniveau en ketenniveau die de inburgering van de individuele inburgeraar ondersteunt. De casusregisseur die de asielstatushouder volgt en begeleidt in het inburgeringsproces stuurt zo nodig bij. Hierbij is aandacht voor alle leefdomeinen en worden indien nodig andere professionals voor expertise of begeleiding ingeschakeld. Daarnaast werken we aan een strakke en effectieve procesregie op de keten van organisaties waardoor gewerkt wordt aan een effectieve en efficiënte inburgeringsketen. Resultaat: inburgeraars doorlopen met een beperkt aantal overdrachten de Inburgering, hebben een vast contactpersoon en krijgen goede ondersteuning. Voor 1Stroom is dit de Regisseur Statushouders. We willen in de periode van vier jaar, op basis van de geformuleerde ambities, de volgende resultaten bereiken. Dit biedt de mogelijkheid om de eerste effecten en resultaten van de nieuwe wet te volgen, te evalueren en nieuw beleid vorm te geven. De Wet inburgering is een nieuwe wet en de gemeente moet ervaring opdoen met de werking en de inrichting van de inburgeringsketen. Een deel van de keten functioneert al op basis van de beleidsnotitie uit 2019. Maar in de keten

7

komen er partners bij en soms veranderen rollen en taken. Dit betekent dat we de komende jaren data en ervaringscijfers verzamelen, de cijfers monitoren en op basis van data en ervaringen bepalen of deze doelstellingen haalbaar en realistisch zijn. Uiteraard is het realiseren van deze doelstellingen afhankelijk van allerlei factoren, waaronder instroom, economische ontwikkelingen, inzet en draagvlak van inwoners, de mogelijkheden en inzet van de inburgeraar zelf en de mogelijkheden voor organisatie 1Stroom. Voor het meten van deze doelstellingen richten we onze ICT-systemen in, volgen we de statushouders en voeren we gesprekken met onze partners om signalen op te pikken en daar waar mogelijk en beïnvloedbaar verbeteringen in de inburgeringsketen door te voeren.

8

H5. Waar zijn we mee bezig en wat nog te doen? We willen dat statushouders zich thuis voelen binnen de gemeente en weinig belemmeringen hebben om snel met hun inburgering aan de slag te gaan, de taal leren, participeren en re- integreren. De gemeente was al verantwoordelijk voor het zoeken naar passende huisvesting samen met woningcorporaties en regelen van de maatschappelijke begeleiding. En de gemeente is nu ook verantwoordelijk voor de inrichting en organisatie van de inburgeringsketen. Dit doen we op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier waarbij we uitgaan van doorlopende programmalijnen of leerroutes, verplichte onderdelen uit de wet zoveel mogelijk te combineren en onnodige overdrachtsmomenten te voorkomen. Hiervoor zijn we met het volgende bezig / gaan we het volgende doen: 1. Uitvoeren van casusregie: volgen van de inburgeraar 1Stroom heeft voor beide gemeenten een gezamenlijk regisseur Statushouders / casusregisseur in dienst. Deze regisseur coördineert en volgt het inburgeringstraject van de statushouder. Dit start bij het eerste gesprek op het AZC en eindigt bij het afronden van de inburgering, in de regel na drie jaar. De casusregisseur is de ‘spin in het web’ in de inburgeringsketen en in het casusteam. De regisseur overziet de stappen in het inburgeringsproces, en schakelt organisaties in als dat nodig is.

Dit geldt ook bij problemen, bijvoorbeeld op het sociaal domein, onderwijs of schulden. De casusregisseur heeft doorzettingsmacht. 1Stroom kijkt naar goede randvoorwaarden hiervoor. Na deze inburgeringsperiode wordt de casusregie afgebouwd en kan de statushouder een beroep doen op de reguliere dienstverlening van onze gemeente. 2. Uitvoeren van procesregie; regie op inburgeringsketen De gemeente is opdrachtgever voor netwerkpartners en aanjager van te maken afspraken. De gemeente voert de regie op de samenwerking van de verschillende partijen van de inburgeringsketen, waaronder RSD de Liemers, Santé, Vluchtelingenwerk enz. Een strakke procesregie zorgt voor een efficiënte en effectieve inrichting van de inburgeringsketen. De gemeenten Duiven en Westervoort trekken hierin gezamenlijk op met de gemeente Zevenaar, om de sturing op de inburgeringsketen zo stevig mogelijk te maken. 3. Een goede start: directe start en maatwerk De casusregisseur maakt in een zo vroeg mogelijk stadium contact met de statushouder. De casusregisseur voert een aantal gesprekken met de statushouder om een zo goed en compleet mogelijk beeld te krijgen van de (situatie en leerbaarheid) van de statushouder. De vragen “wie ben je?”, “wat kun je?” en “wat heb je nodig?” staan hierin centraal.

Daarnaast is hier ook ruimte om in te gaan op de gezondheidssituatie, trauma en psychische problemen en welke zorg hiervoor nodig is. Het afnemen van de verplichte leerbaarheidstoets maakt onderdeel uit van deze start. De gesprekken en de uitkomst van de leerbaarheidstoets leiden tot het PIP waarin o.a. de doelen, resultaten en de leerroute en het volgen van de PVT en de MAP is opgenomen. Het PIP is een beschikking en wordt door de gemeente vastgesteld. Het is niet vrijblijvend en dit werkt twee kanten op: naar de asielstatushouder en de gemeente. We willen tijd hebben om de statushouder te leren kennen. Daarom willen we ook de maximale tijd van 10 weken gebruiken die de wet ons geeft om deze gesprekken te voeren en het PIP vast te stellen. Ook voor de groep gezins- en overige migranten wordt een brede intake afgenomen en een PIP opgesteld. In het PIP wordt een advies over de te volgen onderwijsroute, de MAP en het PVT opgenomen. De casusregisseur kan wijzen op het gecontracteerde aanbod van de leerroutes. Het is echter aan de gezinsmigrant om dit advies op te volgen. De casusregisseur volgt de voortgang van de onderwijsroute, de MAP en PVT. 4. Een goede start: maatschappelijke begeleiding bij huisvesting en aankomst in gemeente Tijdens de eerste periode van de huisvesting van de inburgeraar is maatschappelijke begeleiding noodzakelijk.

Er moet immers veel geregeld en georganiseerd worden. Deze vorm van begeleiding wordt op dit moment door Vluchtelingenwerk gegeven. We willen deze vorm van begeleiding continueren met dien verstande dat de Liemerse gemeenten de begeleiding zoveel mogelijk willen uniformeren en onder gelijke voorwaarden financieren. 5. Een goede start: financieel ontzorgen en begeleiden naar financiële zelfredzaamheid Gedurende een periode van zes maanden worden voor de bijstandsgerechtigde asielstatushouder de vaste lasten ingehouden op de uitkering en overgemaakt aan de desbetreffende organisatie. De RSD de Liemers verzorgt voor onze gemeente de uitkeringsverstrekking en het was dan ook de meest logische en efficiënte keuze om het financieel ontzorgen bij hen te beleggen. Inzet is om het proces van uitkeringen en inhoudingen voor financieel ontzorgen zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten, zodat het risico op financiële problemen zo klein mogelijk is.

9

Financieel ontzorgen betekent ook dat de asielstatushouders zo goed mogelijk financieel zelfredzaam worden door te leren omgaan met de Nederlandse wijze van beheren van geldzaken, betaalverkeer, banken en andere financiële instellingen (belastingdienst) en budgetteren. Hiervoor bieden we hen tijdens de eerste zes maanden een verplichte cursus ‘omgaan met geld’. Daarbij leren statushouders ook wanneer en bij wie zij hulp en ondersteuning kunnen vragen als het niet lukt om overzicht en grip op de financiën te houden. Hierin ligt een rol weggelegd voor de maatschappelijke organisaties. Hierna is de statushouder zelf verantwoordelijk voor zijn financiën. Maar in die gevallen waarin dat niet lukt, laten we niet los en zorgen we goede begeleiding. Daarnaast kan in uitzonderingsgevallen besloten worden om het inhouden van de vaste lasten voort te zetten om daarmee problematische schuldensituaties te voorkomen. 6. Een goede start: zo vroeg en snel mogelijk starten met de inburgering; de Module Arbeidsmarkt Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT) Asielstatushouders en gezins- en overige migranten zijn verplicht de MAP en het PVT te volgen. In de MAP oriënteert men zich op de arbeidsmarkt met als doel kennis nemen van de (cultuur van de) Nederlandse arbeidsmarkt.

Zij nemen kennis van kansrijke branches en krijgen de competenties en arbeidskansen inzichtelijk door bijvoorbeeld inzet op de arbeidsmarkt door vrijwilligerswerk, stage, werkervaringsplekken of werk. Belangrijk is dat in een zo vroeg mogelijk stadium gestart wordt met de bewustwording van de Nederlandse arbeidsmarkt, de verwachtingen en mogelijkheden. We beleggen de uitvoering van de MAP bij aanbieders van de leerroutes. Daarmee maakt ze onderdeel uit van het brede pakket aan dienstverlening van deze aanbieders voor taalonderwijs en begeleiding naar participatie. De PVT is ook een verplicht onderdeel van de inburgering. Tijdens het PVT maken statushouders en migranten kennis met de Nederlandse kernwaarden; de rechten, plichten en fundamentele normen en waarden van de Nederlandse samenleving. Deze waarden zijn belangrijk voor een goede start van de inburgering. Het programma voor de PVT wordt verzorgd door Vluchtelingenwerk Oost Nederland. We doen dit door het aanbieden van workshops en excursies. Kennismaken met lokale voorzieningen zoals het welzijnswerk van Santé Partners en de bibliotheek maakt hier onderdeel van uit. De statushouder verklaart aan het einde van de PVT de Nederlandse normen, waarden en wetten te accepteren en te respecteren.

De gemeente heeft vanuit de wet geen mogelijkheden om te handhaven als een statushouder in een later stadium zich hieraan niet conformeert. 7. Voorkomen van eenzaamheid en isolatie Inburgeren betekent je thuis voelen in de gemeente, de weg kennen, meedoen en een netwerk in buurt of dorp opbouwen. Dit gaat niet vanzelf en we zullen de statushouders hierin een steuntje in de rug geven. Dit doen we door afspraken te maken met onze netwerkpartners (zoals Santé) om actief de statushouder op te zoeken en hem te ondersteunen bij het opbouwen van een (persoonlijk) netwerk. In 2021 hebben de Liemerse gemeenten het project ‘Samendoen’ uitgevoerd samen met het Graafschap college. Het project richtte zich op de activering van ongeveer twintig statushouders uit de Liemers die een steuntje in de rug nodig hebben voor het leren van de taal en activering. Door deelname aan het project bouwden statushouders een netwerk op, leerden ze de Nederlandse taal gebruiken en sneller kennen en namen zij deel aan de (lokale) samenleving. Het project werd gefinancierd door een AMIF-subsidie (Asiel en Migratie) en een bescheiden bijdrage van de Liemerse gemeenten. De ervaringen en resultaten van dit project vormen een goede basis voor de toekomstige participatie van statushouders zoals we die inrichten met aanbieders van de leerroutes, Vluchtelingenwerk e.d. 8.

Uitgaan van vertrouwen en handhaven De nieuwe wet vraagt van de statushouder inzet om zo snel mogelijk en op een volwaardige manier mee te doen in de Nederlandse samenleving. Deze inzet is niet vrijblijvend. De gemeente investeert in de begeleiding en spant zich in om de statushouder zo goed mogelijk te ondersteunen. We vertrouwen erop dat de statushouder een gelijke inzet heeft en investeert in zichzelf om snel een plek in de Nederlandse samenleving te verwerven. Alleen in het uiterste geval en wanneer dit onontkoombaar is, bijvoorbeeld bij een grove schending van de afspraken, treden we handhavend op en leggen een sanctie (boete) op, op basis van de Verordening Inburgering. 9. Integraal werken en de verbinding maken met andere beleidsterreinen In de Wet Inburgering 2021 is een nadrukkelijke verbinding gemaakt met de Participatiewet. Veel asielstatushouders ontvangen vanaf de huisvesting in de gemeente een bijstandsuitkering met de daaraan verbonden rechten en plichten. Deze verbinding betekent dat het vaststellen van het PIP in samenspraak met de RSD moet plaatsvinden. Dit bevordert duidelijkheid, transparantie en is de basis van een goede start van het inburgeringsproces van de asielstatushouder.

10

Inburgering raakt vanuit de integrale visie een aantal beleidsterreinen. Dit betekent dat we bij de uitvoering van de wet de verbinding maken met o.a. het onderwijsbeleid, sport, cultuur en het minimabeleid. 10. Volgen en leren We volgen per kwartaal een aantal prestatie-indicatoren die ons inzicht geven in het realiseren van de ambities. Op basis van deze indicatoren en de gesprekken met de statushouders en onze netwerkpartners evalueren we de voortgang en realisatie. Dit vormt de basis voor leren, aanpassen of bijstellen van de ambities en de inrichting van de inburgeringsketen. De casusregisseur legt relevante informatie over het traject vast in de hiervoor in gebruik zijnde applicaties. We vragen de RSD de Liemers om per kwartaal Managementinformatie te leveren over de in- en uitstroom van statushouders, de doelgroepindeling, de inzet van de participatie- en re-integratievoorzieningen. 11. Samenwerken voor een beter resultaat op inkoop en contractmanagement voor de leerroutes De gemeente is aangesloten bij de regionale inkoop binnen de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland van de leerroutes. De keuze voor deze gezamenlijke inkoop was gebaseerd op maatwerk, prijsstelling, directe en flexibele instroom en het bundelen van inkoopkracht.

Een belangrijke voorwaarde tijdens het inkoopproces (Europese aanbestedingsprocedure) was dat de leerroutes intensief taalonderwijs bieden en duaal van opzet zijn, dat wil zeggen dat de koppeling van werken en taal gemaakt wordt. We hebben met de gecontracteerde aanbieders afgesproken dat zij een koppeling maken met de participatie- en re-integratie activiteiten van de RSD de Liemers. En dat ze zoveel mogelijk samenwerken met onze lokale en sub-regionale partners en organisaties. Het contractmanagement voor deze aanbieders is belegd bij de MGR Inkoop Sociaal Domein Regio Centraal Gelderland.

11

H6. Kaders en randvoorwaarden Voor de uitvoering van de nieuwe wet gelden de volgende kaders en (rand-) voorwaarden. Beschikbaar budget Het Rijk heeft in verschillende circulaires in 2020 en 2021 de budgetten voor de invoerings- (voorbereidings-) en uitvoeringskosten en de inburgeringsvoorzieningen bekend gemaakt. De budgetten voor invoeringskosten en de structurele uitvoeringskosten zijn verstrekt via een integratie-uitkering. Voorbeelden van uitvoeringskosten zijn: kosten voor brede intake, PIP, ontzorgen, voortgangsgesprekken en overige kosten voor beleidszaken. Het budget dat gemeenten in 2020 ontvingen betreffen de incidentele bijdrage in de invoeringskosten. Het budget dat de gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreft een structurele bijdrage in de uitvoeringskosten per 1 juli 2021: Gemeente

Invoerings-kosten 2020

Uitvoeringskosten 2021

Uitvoeringskosten 2022

Uitvoeringskosten 2023

Duiven

€ 50.430

34.495

€ 75.037

€ 82.550

Westervoort

€ 29.750

20.222

€ 47.528

€ 52.286

De middelen worden onder de gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (78% van het totaalbedrag) en het aantal personen met een niet-westerse achtergrond (22%). Financieel houdbaar werken Uitgangspunt is dat we de nieuwe wet binnen de bestaande financiële kaders en budgetten uitvoeren. De budgetten voor de uitvoeringskosten en de inburgeringsvoorzieningen zijn hierin leidend. We volgen deze financiële ontwikkelingen en rapporteren hierover in de planning & control cyclus. De gemeente ontvangt dus budgetten vanuit de rijksoverheid voor de taakuitvoering. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk of deze budgetten voldoende toereikend zijn voor de taakuitvoering. Eén van de oorzaken hiervoor is dat nog niet alle benodigde contracten zijn gesloten voor de taakuitvoering onder de nieuwe wet Inburgering. Wanneer hierover duidelijkheid komt, wordt hier zo snel als mogelijk over gerapporteerd in de cyclus van planning & control 2022. In verband met de financiële beheersbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde dat de nieuwe wet binnen de bestaande financiële kaders wordt uitgevoerd. De gemeente handelt kostenbewust. Dit betekent dat we de overeenkomsten en onze organisatie zo inrichten (PCC en monitoring) dat we tijdig afwijkingen in het budget en de realisatie zien aankomen, hierop anticiperen en, indien noodzakelijk, maatregelen nemen.

Belangrijk hulpmiddelen hierbij zijn de indicatoren in het bestek voor de leerroutes, de indicatoren en procesafspraken in de te verstrekken opdracht aan vluchtelingenwerk en het ontwerpen van de gewenste monitoringsinformatie. In deze informatie worden in ieder geval de volgende zaken opgenomen: stand van zaken in realisatie van de doelen, bereikte resultaten tot dan toe, kostenontwikkeling en aangegane financiële verplichtingen in relatie tot beschikbare budget. Ook wordt gemonitord of inburgeraars op koers liggen voor het behalen van de inburgering binnen de wettelijk gestelde termijn. Inburgeringsvoorzieningen Het budget voor de inburgeringsvoorzieningen is leidend voor de financiering van de verschillende verplichte programmaonderdelen. Op basis van de Wet Inburgering 2021 ontvangen wij jaarlijks een specifieke uitkering (SPUK) voor het beschikbaar stellen van voorzieningen aan inburgeringsplichtigen die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht. De uitkering (in 2022 een bedrag van € 162.121 voor Duiven en € 97.393 voor Westervoort) is bedoeld ter dekking van deze voorzieningen, niet zijnde uitvoeringskosten. Na afloop van ieder jaar moet verantwoording plaatsvinden aan het rijk en vindt er een afrekening plaats.

SPUK: Gemeente

2022

2023

2024

Duiven

€ 162.121

€ 86.400

€ 25.200

Westervoort

€ 97.393

€ 51.956

€ 15.244

De bedragen zijn op basis van de voorlopige beschikking en cijfers opgenomen.

In de landelijke berekening van het budget is uitgegaan van een gemiddeld bedrag van € 12.712 per asielmigrant en € 589 per gezinsmigrant. De raming van de SPUK beweegt mee met de volumes. De raming wordt voorlopig vastgesteld op basis van de prognose van het volume en achteraf definitief bepaald op basis van de daadwerkelijke volumes.

12

Voor het jaar 2022 spelen diverse zaken die gevolgen kunnen hebben voor de uitgaven voor inburgeringsvoorzieningen en inburgeringsdiensten. Hierbij gaat het om onder andere de inkoop van onderwijsleerroute en de dienstverlening door Vluchtelingenwerk. Landelijke is een discussie gaande of het beschikbaar gestelde budget voldoende dekkend is voor de verplicht te bieden producten. De uitkomst en gevolgen van deze discussie voor de langere termijn zijn nog niet bekend. Met de najaarsnota 2022 zal een beter beeld zijn over de prognose van de totale uitgaven na 2022.

Financieel houdbaar werken Uitgangspunt is dat we de nieuwe wet binnen de bestaande financiële kaders en budgetten uitvoeren. De budgetten voor de uitvoeringskosten en de inburgeringsvoorzieningen zijn hierin leidend. We volgen deze financiële ontwikkelingen en rapporteren hierover in de planning & control cyclus. De gemeente ontvangt dus budgetten vanuit de rijksoverheid voor de taakuitvoering. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk of deze budgetten voldoende toereikend zijn voor de taakuitvoering. Eén van de oorzaken hiervoor is dat nog niet alle benodigde contracten zijn gesloten voor de taakuitvoering onder de nieuwe wet Inburgering. Wanneer hierover duidelijkheid komt, wordt hier zo snel als mogelijk over gerapporteerd in de cyclus van planning & control 2022. In verband met de financiële beheersbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde dat de nieuwe wet binnen de bestaande financiële kaders wordt uitgevoerd. De gemeente handelt kostenbewust. Dit betekent dat we de overeenkomsten en onze organisatie zo inrichten (PCC en monitoring) dat we tijdig afwijkingen in het budget en de realisatie zien aankomen, hierop anticiperen en, indien noodzakelijk, maatregelen nemen.

Belangrijk hulpmiddelen hierbij zijn de indicatoren in het bestek voor de leerroutes, de indicatoren en procesafspraken in de te verstrekken opdracht aan vluchtelingenwerk en het ontwerpen van de gewenste monitoringsinformatie. In deze informatie worden in ieder geval de volgende zaken opgenomen: stand van zaken in realisatie van de doelen, bereikte resultaten tot dan toe, kostenontwikkeling en aangegane financiële verplichtingen in relatie tot beschikbare budget. Ook wordt gemonitord of inburgeraars op koers liggen voor het behalen van de inburgering binnen de wettelijk gestelde termijn. Casusregisseur(-s) Een goede inburgering start met een (gemeentelijke) casusregisseur die samen met de inburgeraar vanaf de start het inburgeringstraject uitwerkt en uitzet. De basis voor een goede uitvoering van de wet is de casusregisseur: de spin in het web die het hele traject overziet, bijstuurt of aanpast. De functie is essentieel voor het bereiken van het gewenste eindresultaat. Opdracht aan RSD de Liemers RSD de Liemers ondersteunt inburgeraars bij hun participatie en re-integratie. Deze opdracht blijft bestaan en wordt geïntensiveerd. De RSD de Liemers krijgt een rol bij het afstemmen van de verplichtingen uit het PIP en de Participatiewet. Op basis van de uitkomsten gaat zij actief aan de slag met de participatie- en re-integratieactiviteiten.

Dit wordt afgestemd met de aanbieders van de leerroutes om het effect van het leren van de taal in combinatie met participatie of re-integratie zo optimaal mogelijk te laten zijn. De gemeentelijk casusregisseur en de klantmanager van de RSD werken, ieder vanuit hun eigen functie en verantwoordelijkheid, nauw samen om de inburgeraar optimaal te ondersteunen bij hun inburgering. Deze intensieve samenwerking moet leiden tot snellere en betere inburgering. Om dit te bereiken kan het nodig zijn om andere bestaande budgetten hiervoor in te zetten. Eén van de opties die we onderzoeken is de inzet van het re-integratiebudget van de Participatiewet. Met betrekking tot het financieel ontzorgen krijgt de RSD de opdracht om gedurende een periode van zes maanden de vaste lasten in te houden op de uitkering van de bijstandsgerechtigde asielstatushouder. Maatschappelijke begeleiding Tijdens de eerste periode van de huisvesting van de inburgeraar is maatschappelijke begeleiding noodzakelijk. Er moet immers veel geregeld en georganiseerd worden. Deze vorm van begeleiding wordt nu door Vluchtelingenwerk gegeven. We willen deze vorm van begeleiding continueren met dien verstande dat de drie Liemerse gemeenten gaan

13

kijken hoe ze de samenwerking met Vluchtelingenwerk kunnen uniformeren. Uiteraard blijven de drie gemeente zelf bepalen welke producten ze afnemen bij Vluchtelingenwerk. Daarnaast wordt ook de opdracht tot financiële zelfredzaamheid bij de Vluchtelingenwerk belegd. Dit is een logische keuze omdat in de taakuitvoering voor de maatschappelijke begeleiding ook aandacht wordt besteed aan financiële zaken als huishoudboekje, hoe werkt de bank enz. Door deze opdracht bij Vluchtelingenwerk te beleggen voorkomen we overlap in verschillende diensten. Verordening Zodra de wet door de Eerste Kamer der Staten Generaal werd aangenomen en de lagere wet- en regelgeving (besluit Inburgering) werd vastgesteld is de verordening opgesteld. Er is geen sprake van verordeningplicht. Toch is het goed om een verordening vast te stellen omdat deze op hoofdlijnen en in één oogopslag duidelijk maakt wat de taken en plichten van zowel de gemeente als van de inburgeraar zijn. Gegevensuitwisseling en AVG-proof werken In de inburgeringsketen werken veel instellingen en organisaties die gegevens en informatie over inburgeraars met de gemeente uitwisselen. We toetsen deze uitwisseling aan de geldende beveiligings- en privacyrichtlijnen en richten het proces zo in dat we hieraan voldoen.

Voor het geautomatiseerd uitwisselen van gegevens sluiten we waar nodig verwerkingsovereenkomsten af met de betreffende organisaties. ICT-programma Voor de (digitale) ondersteuning van de inburgeringsketen is een goed werkende ICT-applicatie nodig. We onderzoeken welke applicatie van de gemeente en RSD het beste aansluit bij de nieuwe werkwijze(-n) en de gegevensuitwisseling en koppeling met de verschillende organisaties (IND, DUO) in de inburgeringsketen. Daarnaast is een goed klachtvolgsysteem nodig. Een deel van de rijksbudgetten moet worden verantwoord. Daarvoor moet de gemeente over een goede onderliggende administratie beschikken. Tenslotte is het klantvolgsysteem essentieel voor een goede informatievoorziening voor het voeren van de eindregie. Training en opleiding Voor een goede uitvoering van de nieuwe wet geven we casusregisseur(-s) een training of bieden we scholing aan. Regievoering op de inburgeringsketen De gemeente krijgt met de nieuwe wet de verantwoordelijkheid om regie op de inburgeringsketen te voeren. Dit betekent dat de rollen van de opdrachtgever en opdrachtnemer duidelijk moeten zijn. We richten het proces zo in dat regelmatig de voortgang wordt besproken en we elkaar aanspreken op verwachtingen en gemaakte afspraken.

Belangrijke opdrachtnemers zijn de RSD de Liemers, de aanbieders van de leerroutes, welzijnspartijen als Santé Partners en Vluchtelingenwerk. Samenwerken binnen de Liemers De nieuwe wet brengt nieuwe verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee. Gezien de verwachte taakstelling van de komende jaren is het noodzakelijk om op te trekken en samen te werken binnen de Liemers. Dit is al een goed gebruik en is zeker op dit terrein ook noodzakelijk om kennis, expertise en ervaringen te delen waarmee een effectieve en efficiënte inzet van mensen en middelen wordt bewerkstelligd. /////////////////////////////

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=42a93d0b-6e18-4bfa-abbc-7a7d3d6a0783