CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220613-rv-klapstraat-185-wonen-op-erf-van-lindner-bijlage-1-toelichting.pdf

Raadsvergadering 13 juni 2022, gemeente WestervoortBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Klapstraat 185, wonen op het erf van Lindner17.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner

November 2021

Status: ontwerp

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner”

Plannaam: Plantype: IMRO-idn:

Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner Bestemmingsplan NL.IMRO.0293.BPKlapstraat185-ON01

Status: Datum:

Ontwerp November 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 2.1

PLANGEBIED ............................................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2

PLANBESCHRIJVING ...................................................................... 10

DE ONTWIKKELING ..................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 19

HOOFDSTUK 5 PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERBAARHEID .................... 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

BODEM.................................................................................................................................................... 23 GELUID .................................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 36

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 38 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 38 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 40 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 40 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 43 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 44 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 44 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 44

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 45 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 45 NADER BODEMONDERZOEK.................................................................................................................. 46 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 47 ADVIES ODRA EXTERNE VEILIGHEID ...................................................................................................... 48 VERANTWOORDING GROEPSRISICO ........................................................................................................ 49 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 50 NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................................ 51

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10

ARCHEOLOGISCHE BUREAU- EN VELDONDERZOEK ..................................................................................... 52 ARCHEOLOGISCH PROEFSLEUVENONDERZOEK .......................................................................................... 53 VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ......................................................................................................... 54

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Centraal gelegen in de kern Westervoort, bevindt zich aan de Klapstraat 185-185a een voormalig boerenerf. Ter plaatse staat de oorspronkelijke boerderij die verbouwd is tot woning en in het verleden deels in gebruik is geweest als huisartspraktijk. Deze woning beschikt over een zeer ruim en groen opgezet erf. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het perceel aan de Klapstraat 185-185a (hierna: plangebied) over te gaan tot herontwikkeling en ter plaatse woningen te realiseren waar in de kern Westervoort behoefte naar is. Concreet ziet het voornemen toe op het splitsen van de bestaande woning in twee wooneenheden, het bouwen van een appartementengebouw met 16 appartementen, acht rijwoningen, verdeeld over twee rijen en een schuur waarbinnen eventueel de bergingen van de appartementen zijn voorzien. Daarnaast wordt voorzien in de bijbehorende parkeervoorzieningen. Een belangrijk onderdeel van het voornemen, is om de nieuwe bebouwing een landelijke uitstraling te geven en dit nieuwe woongebied groen op te zetten. Op deze manier wordt gerefereerd aan het oorspronkelijke boerenerf. Voorliggend initiatief is strijdig met het geldende bestemmingsplan “Komplannen Westervoort”. Een bestemmingsplanherziening is dan ook noodzakelijk.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de ontwikkeling mogelijk te maken, waarbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt centraal in de kern Westervoort en bevindt zich aan de Klapstraat 185-185a. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Westervoort (rode ster) en de directe omgeving (rode kader) weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0293.BPKlapstraat185-ON01) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Archeologie en Cultuurhistorie” (vastgesteld op 28 oktober 2013) en “Komplannen Westervoort” (vastgesteld op 22 september 2014) van de gemeente Westervoort. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op de geldende bestemmingsplannen. 1.4.1

Bestemmingsplan “Archeologie en Cultuurhistorie”

1.4.1.1 Algemeen Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Hierin is het plangebied globaal weergegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.2

Uitsnede bestemmingsplan “Archeologie en Cultuurhistorie” (Bron: Ruimtelijke plannen)

1.4.1.2 Bestemmingen en aanduidingen Op basis van het bestemmingsplan “Archeologie en Cultuurhistorie”, is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Tegens is de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – specifieke vormt van waarde – hoge archeologische verwachting’ opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachtte en reeds vastgestelde archeologische waarden. Doormiddel van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – specifieke vormt van waarde – hoge archeologische verwachting’ is bepaald dat ter plaatse van het plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt voor bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 40 cm. Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden. Bouwaanduiding ‘karakteristiek’ Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' geldt dat het pas is toegestaan om een bouwwerk (deels) te verbouwen en/of uitbreiden indien van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor het verbouwen en/of uitbreiden van een bouwwerk is verkregen. Dit ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen. 1.4.2

Bestemmingsplan “Komplannen Westervoort”

Afbeelding 1.3 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingplan “Komplannen Westervoort”. Hierin is het plangebied globaal weergegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.3

Uitsnede bestemmingsplan “Komplannen Westervoort” (Bron: Ruimtelijke plannen)

1.4.2.1 Bestemmingen en aanduidingen Op basis van het bestemmingsplan “Komplannen Westervoort”, is het plangebied voorzien van de bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Wonen’ (met bouwvlak en aanduidingen ‘dienstverlening’, ‘vrijstaand’ en maatvoeringaanduidingen).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp Bestemming ‘Tuin’ De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven met een oprit c.q. toegangspaden met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en andere-werken. Bestemming ‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande aantal woningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ is uitsluitend een vrijstaande woning toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’ zijn nieuwe woningen toegestaan tot het aantal dat middels de aanduiding is aangegeven. In voorliggend geval is in de zuidoostzijde een bouwvlak opgenomen waar door middel van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is opgenomen dat hier één woning mag worden gebouwd. In het noordwesten van het plangebied is daarnaast eveneens een bouwvlak opgenomen. Ter plaatse van dit bouwvlak is de aanduiding ‘vrijstaand’ opgenomen. Hierdoor is ter plaatse uitsluitend een vrijstaande woning toegestaan. Daarnaast is ter plaatse van het laatstgenoemde bouwvlak de aanduiding ‘dienstverlening’ opgenomen. Hierdoor zijn daar ook dienstverlenende functies toegestaan. In de bouwregels zijn daarnaast maatvoeringeisen opgenomen. Deze zijn deels doorvertaald op de verbeelding. 1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de bestemmingsregels, omdat het splitsen van de bestaande woning en het realiseren van in totaal 24 woningen (grondgebonden en appartementen), niet in overeenstemming is met de bouw- en gebruiksregels van het geldende planologisch regime. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In voorliggende plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ontwikkeling en gewenste situatie. Hoofdstuk 4 gaat in op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Westervoort beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten en planverantwoording en hoofdstuk 8 gaat in op de uitvoerbaarheid van het initiatief. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 ingegaan op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Plangebied

Het plangebied ligt aan de Klapstraat 185-185a in de kern Westervoort. In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied een karakteristieke bebouwing dat in gebruik is als woonhuis met bijgebouwen. De karakteristieke bebouwing staat ook bekend als ‘De Langemaat’. De Langemaat ligt op de hoek van de Klapstraat en De Lange Maat in een nieuwbouwwijk met deels oude agrarische bebouwing. Op het erf (het plangebied) staan panden daterend tussen circa 1850 en 1930, die een karakteristiek ensemble vormen. Het erf is zowel vanaf de Klapstraat als vanaf De Lange Maat bereikbaar, met een oprit tussen de (wagen)schuur en achterhuis en een oprit links van het voorhuis. Iets verhoogd ten opzichte van de weg ligt de woning uit omstreeks 1930. Deze statige woning van het type grote middenstandwoning of herenhuis fungeert als voorhuis voor de parallel aan de Klapstraat gelegen achterhuis uit omstreeks 1950-1960. Voor het overige is het plangebied groen ingericht als tuin/erf. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Lange Maat. Aan de oost- en zuidzijde vormt respectievelijk een parkeerterrein en openbaar groen de begrenzing. Ten westen wordt het plangebied begrensd door de Klapstraat. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen met daarop globaal de begrenzing van het plangebied aangegeven.

In afbeelding 2.2 zijn foto’s van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

Afbeelding 2.2

Foto’s huidige situatie plangebied (Bron: City Developer-s)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

De ontwikkeling

De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de transformatie van het plangebied tot een woongebied. Hiertoe wordt de bestaande woning (Klapstraat 185-185a) gesplitst in twee wooneenheden. Direct ten oosten van deze woningen, worden acht levensloopbestendige grondgebonden woningen gebouwd. In de zuidoostzijde wordt daarnaast een woongebouw gerealiseerd met 16 appartementen. In de zuidwesthoek van het plangebied wordt de bestaande wagenschuur verbouwd tot bijgebouw. Om dit bijgebouw kan worden geparkeerd. Het bijgebouw zelf zal eventueel dienstdoen als bergingsruimte voor de te realiseren appartementen. In afbeelding 3.1 is het stedenbouwkundig plan van de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 3.1

Gewenste situatie (Bron: Hurenkamp Architecten & Adviseurs)

Voor gemotoriseerd verkeer, worden de woningen ontsloten op de Klapstraat. Uitsluitend de bestaande woning wordt ontsloten op de Langemaat. Daarnaast is het plangebied vanaf verschillende plekken ter voet of fiets te bereiken. Belangrijk uitgangspunten van de voorgenomen ontwikkeling, is dat er een collectief erf met diversiteit aan woningtypologie ontstaat. De woningen worden gebouwd in een groene omgeving. De groene omgeving moet als gezamenlijke tuin fungeren. Al met al wordt qua bouwvolumes, opzet, materiaalgebruik en vormgeving, de uitstraling van een boerenerf gecreëerd, waarbij de bestaande boerderij (Klapstraat 185) wordt behouden. Door middel van de in afbeelding 3.2 opgenomen impressie, is de beoogde uitstraling ter plaatse van het plangebied weergegeven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

Afbeelding 3.2

Impressie gewenste situatie (Bron: Hurenkamp Architecten & Adviseurs)

3.2

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. 3.3.2

Uitgangspunten

Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

• • 3.3.3

Functie; o Koop, appartement: voor de te realiseren 16 appartementen; o Koop, huis, tussen/hoek: voor de te realiseren 8 rijwoningen; o Koop, huis, twee-onder-een-kap voor de te splitsen bestaande woning (2 woningen); Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom. Parkeerbehoefte

Op basis van de in paragraaf 3.3.2 genoemde uitgangspunten, ontstaat er als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling het volgende beeld van de parkeerbehoefte.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp Functie Koop, appartement, midden Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, twee-ondereen-kap Totaal

Parkeerbehoefte per woning 1,8

Aantal te realiseren woningen 16

Totale parkeerbehoefte

1,9 2,1

8 2

15,2 4,2

28,8

48,2

Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt een gemiddelde parkeerbehoefte van afgerond 49 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied is sprake van voldoende ruimte om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte. Hierbij wordt opgemerkt dat de 12 parkeerplaatsen langs de Lange Maat hier tevens voor worden ingezet. Met de gemeente is besproken dat deze parkeerplaatsen kunnen worden benut. 3.3.4

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Op basis van de in paragraaf 3.3.2 genoemde uitgangspunten, ontstaat er als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling het volgende beeld van de verkeersgeneratie. Functie Koop, appartement, midden Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, twee-ondereen-kap Totaal

Verkeersgeneratie per woning 6

Aantal te realiseren woningen 16

Totale verkeersgeneratie 96

7,4 7,8

8 2

59,2 15,6 170,8

De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op afgerond 171 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Nagenoeg alle parkeerplaatsen van de woningen worden ontsloten door middel van een gezamenlijke in- en uitrit dat aansluit op de Klapstraat. Ter plaatse wordt voorzien in een verkeersveilig en overzichtelijke inrichting. De Klapstraat kan het berekende aantal verkeersbewegingen eenvoudig afhandelen. De toename van verkeersbewegingen is daarnaast relatief gering en is verspreid over de dag nauwelijks waarneembaar ten opzichte van het bestaande verkeer dat over de Klapstraat rijdt. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen onevenredige verkeersdruk met zich meebrengt en het plan vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren oplevert.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleid vanuit het Rijk, de provincie Gelderland, de regio Liemers en de gemeente Westervoort. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze Ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van 26 woningen. Per saldo worden er (planologische gezien) 24 woningen toegevoegd. Er is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Zoals ook blijkt uit paragraaf 4.4.2, is in de gemeente Westervoort zelf sprake van een woonbehoefte. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat de in voorliggend bestemmingsplan te realiseren woningen door de lokale woningmarkt worden benut. In voorliggend geval is daarom sprake van een lokaal verzorgingsgebied. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in 26 woningen in de kern Westervoort. De regio Liemerse en de gemeente Westervoort beschikken over een eigen actueel woonbeleid. Op basis van deze beleidsstukken wordt benadrukt dat er de regio en de gemeente Westervoort de komende jaren kwantitatief en kwalitatief nog voldoende behoefte is aan de in het plangebied te realiseren woningen. De woningen zien namelijk toe op het type woningen voor doelgroepen waarvoor sprake is van een concrete woonbehoefte. Dit betreffen woningen voor jongeren en senioren. In paragrafen 4.3 en 4.4.2 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan respectievelijk regionaal en gemeentelijk woonbeleid.

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage levert aan zowel de kwantitatieve woonbehoefte als de kwalitatieve woonbehoefte in Westervoort. De behoefte aan de woningen binnen de voorgenomen ontwikkeling is hiermee aangetoond. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een bestaande locatie die is ingericht ten behoeve van een woning. Daarmee is in voorliggend geval sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie ladder van duurzame verstedelijking Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de ladder van duurzame verstedelijking. 4.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. 2.

een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, wordt uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: • • •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Zoals ook blijkt uit de toetsing van de voorgenomen ontwikkeling op het regionaal en het gemeentelijke woonbeleid (zie paragrafen 4.3 en 4.4.2), blijkt dat de voorgenomen in kwantitatieve en kwalitatieve zin voorzien in het opvullen van een woonbehoefte. Op deze plaats wordt dan ook kortheidshalve verwezen naar de genoemde paragrafen. De voorgenomen nieuw te bouwen woningen worden daarnaast niet op het gasnet aangesloten, en dragen daarmee bij aan de provinciale ambities met betrekking tot aardgasloos bouwen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In het kader van voorliggend bestemmingsplan zijn hoofdzakelijk artikel 2.2 en 2.38 van belang. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Artikel 2.38 (instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied) Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. 4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Zoals blijkt uit de toetsing van het voornemen aan het regionaal en gemeentelijk (woon)beleid (zie respectievelijk paragraaf 4.3 en 4.4), is in de regio en de gemeente sprake van een kwantitatieve behoefte aan woningen. In kwalitatief opzicht ligt er een grote woonbehoefte voor de doelgroep starters en senioren. De in het plangebied beoogde woning dient deze doelgroepen. Op basis hiervan voorziet voorliggend bestemmingsplan in een concrete woonbehoefte. De voorgenomen ontwikkeling ziet daarnaast niet toe op de winning van fossiele energie en is daarmee in overeenstemming met artikel 2.38 van de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland en is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Liemerse woonagenda, de koers voor 2020 – 2025

4.3.1.1 Algemeen De Liemerse gemeenten Duiven, Doesburg, Montferland, Westervoort en Zevenaar hebben samen de Liemerse Woonagenda voor de periode 2020-2025 ondertekend. Door middel van deze woonagenda zijn afspraken gemaakt over de te realiseren woningen, zowel kwalitatief als kwantitatief. 4.3.1.2 De Liemerse woningmarkt In de nieuwe woningbehoefteprognoses is er geen sprake meer van een krimp in de Liemers. De prognoses uit 2019 laat tenminste tot 2040 een huishoudensgroei zien. Voor die groeiende vraag van huishoudens zullen nieuwe woningen gebouwd moeten worden. De groei is het grootst in de komende vijf jaar (ongeveer 500 woningen per jaar). Vanaf 2025 ligt deze op ongeveer 300 per jaar en na 2030 is vooralsnog een beperkte groei van 50 woningen per jaar voorzien. Voor de komende vijf jaar ligt er een woningbehoefte die hoger is dan de nieuwbouwaantallen die in de regio de afgelopen jaren zijn opgeleverd. De regio ziet in de huidige woningmarkt dat veel huishoudens en jongeren in het bijzonder, veel moeite hebben om een (geschikte) woning te vinden op de gespannen woningmarkt. Omdat de vraag naar verwachting nog verder zal toenemen heeft het verhogen van de nieuwbouwproductie op de korte termijn (vóór 2025) dan ook prioriteit. Voor de Liemers als geheel is berekend dat het huidige tekort aan woningen minder groot is dan in de rest van de regio.

Maar dat tekort is niet overal even groot. Vanwege het groetere tekort op de Arnhemse woningmarktregio wordt in de aangrenzende gemeenten Westervoort en Duiven een groter dan gemiddelde woningmarktdruk ervaren. 4.3.1.3 Behoefte aan betaalbaar wonen Ten opzichte van 2017 ligt het accent nu sterk op de oplopende woningtekorten en de betaalbaarheid van woningen voor middeninkomensgroepen. Volgens het woningbehoefteonderzoek zou tot 2025 bijna de helft van het woningbouwprogramma moeten bestaan uit betaalbare koopwoningen. Daarnaast geeft het onderzoek aan dat er vanuit de middeninkomens ook behoefte is aan vrije sector huurwoningen in de middenhuur. Daarbij moet opgemerkt worden dat Westervoort en Doesburg al een fors aandeel goedkope koopwoningen hebben en daarmee een kleinere nieuwbouwopgave in deze prijsklasse. 4.3.1.4 Aan de slag met de versnelling van de woningbouw in Liemers In de komende vijf jaar is de toename van de woningbehoefte het grootste. Het huidige woningbouwprogramma is nog niet voldoende groot om te voorzien in deze behoefte, zeker als we ook willen voorzien in extra planaanbod van 130% zoals afgesproken in de Woondeal. Om voor de komende 10 jaar voldoende plancapaciteit beschikbaar te hebben zijn extra locaties nodig.

Naast nieuwe transformatielocaties (vrijkomende scholen, sportvelden, kerken etc.) is daarvoor ook een beperkt aantal nieuwe uitleglocaties nodig. 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Liemerse woonagenda, de koers voor 2020 – 2025 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingespeeld op de concrete kwalitatieve en kwantitatieve behoefte in de regio en specifiek in de gemeente Westervoort. De woningen in het plangebied betreffen middendure koopwoningen. In deze categorie woningen is, zoals in de woonagenda verwoord, sprake van een tekort. Kwantitatief ligt nog een grote woningbouwopgave. Voorliggend plan geeft hier op een binnenstedelijke locatie invulling aan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Liemerse woonagenda.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Westervoort 2020 & Oplegnotitie Structuurvisie Westervoort 2020

4.4.1.1 Inleiding Op 20 september 2010 heeft de gemeenteraad van Westervoort de Structuurvisie ‘Westervoort 2020’ vastgesteld. Hierin is de visie van de gemeente Westervoort op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor het gehele gemeentelijk grondgebied voor de periode tot 2020 verwoord. De ambities van Westervoort voor de functies wonen, economie, mobiliteit, welzijn, groen & water, milieu, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn in de Structuurvisie samengebracht voor zover deze gaan over de ruimtelijke structuur van het dorp en het buitengebied. Het doel van de Structuurvisie is het aangeven van de kaders waarbinnen ontwikkelingen en projecten kunnen plaatsvinden én het communiceren van de ambities van de gemeente aan derden. Op 3 oktober 2016 is de ‘Oplegnotitie Structuurvisie Westervoort 2020’ vastgesteld. Deze oplegnotitie vormt een evaluatie en actualisatie van de ‘Structuurvisie Westervoort 2020’. In het kader van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is met name het thema ‘Wonen’ van belang. 4.4.1.2 Wonen Met de Beleidsvisie Wonen geeft de gemeente Westervoort richting aan het te voeren woonbeleid. De gemeenteraad van Westervoort heeft de ‘Beleidsvisie Wonen gemeente Westervoort’ op 7 december 2009 vastgesteld. Met de ‘Beleidsvisie Wonen gemeente Westervoort’ wordt ingespeeld op de actuele woonvraagstukken in Westervoort.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan drie doelgroepen: gezinnen, starters en senioren. De gemeente zet zich in om de komende jaren 620 woningen te realiseren, waarvan 220 op basis van afspraken uit de periode voor 2010 en 400 woningen voor de periode 2010-2020. In algemene zin is aangegeven dat (bestaande) woningen levensloopbestendig dienen te zijn en moeten voldoen aan de hedendaagse eisen van duurzaamheid en toegankelijkheid. In de oplegnotitie wordt een actueler beeld van het woningbouwprogramma gegeven. Op basis van de regionale woonafspraken is voor de gemeente Westervoort een behoefte vastgesteld van 191 woningen van 2014 tot 2020. Het aantal geprojecteerde woningen in het woningbouwprogramma bedroeg per 1-1-2016 in totaal 306. Westervoort heeft dus een woningbouwprogramma dat de behoefte tot 2020 overstijgt. In de oplegnotitie wordt niet gesproken over de kwantitatieve woningbehoefte na 2020. Kwalitatief moet blijvend worden ingezet op de doelgroepen starters en senioren. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie Westervoort 2020’ & ‘Oplegnotitie Structuurvisie Westervoort 2020’ De voorgenomen ontwikkeling dat toeziet op de realisatie van in totaal 26 woningen, draagt bij aan de woningbehoefte in de gemeente Westervoort.

Hoewel in de structuurvisie en de bijbehorende oplegnotitie wordt gesproken over een woningbouwprogramma die de behoefte tot 2020 overstijgt, wordt aangenomen dat de nationale trend voor extra woonbehoefte (na 2020) ook voor de gemeente Westervoort geldt. De te realiseren appartementen, almede de rijwoningen worden uitgevoerd als zijnde levensloopbestendige woningen. De woningen zijn daarmee kwalitatief gezien geschikt voor de doelgroep senioren. Daarnaast zijn de woningen geschikt voor starters. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief bijdraagt aan een concrete woonbehoefte in de gemeente Westervoort. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de ‘Structuurvisie Westervoort 2020’ en de bijbehorende ‘Oplegnotitie Structuurvisie Westervoort 2020’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp 4.4.2

Woonvisie Westervoort 2015-2020

4.4.2.1 Algemeen De kracht van Westervoort: betaalbaar wonen in een echte woongemeente. Westervoort wil haar kwaliteiten als woongemeente koesteren en versterken. Met als resultaat: goed wonen in een aangename woongemeente voor jong en oud, nu en in de toekomst. Om dit te bereiken wil de gemeente samen met haar woonpartners aan de volgende thema’s werken: • • • •

Beschikbaarheid & betaalbaarheid van het wonen; Duurzame kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: aantrekkelijke, geschikte en energetische kwaliteit van woningen in wijken; Nieuwe woningen; Wonen voor aandachtsgroepen.

In het kader van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling zijn met name de thema’s ‘Nieuwe woningen’ en ‘Wonen voor aandachtsgroepen’ van belang. 4.4.2.2 Nieuwe woningen In de komende jaren verwachte de gemeente Westervoort een huishoudensdaling. De ruimte die er nu nog is om woningen toe te voegen is een kans om de diversiteit van de woningvoorraad te vergroten. Juist omdat de bestaande voorraad vrij eenzijdig is. Van belang is dat iedere nieuwe woning ‘raak’ is. Dit vraagt optimaal inspelen op de vraag van mensen die in Westervoort willen (blijven) wonen. De landelijke, autonome trend dat jongeren verhuizen naar steden is ook van toepassing op Westervoort. Deze uitstroom heeft vooral te maken met studie en relatie. Daarnaast is de stad ook voor (afgestudeerde) jongvolwassenen een interessante woonomgeving vanwege een gevarieerder aanbod aan banen, woningen en cultuur. Er is echter ook een groep jongeren die in Westervoort willen wonen. Om een beter zicht te krijgen op de grootte van deze groep en hun woonwensen, is onderzoek gedaan onder de bijna 1.500 jongeren in de leeftijd van 17-30 jaar die thuis bij hun ouders wonen. Uit het onderzoek blijkt dat ruim een kwart (28%) van deze groep in Westervoort wil blijven wonen. Ongeveer een derde van deze groep wil binnen een jaar zelfstandig gaan wonen in Westervoort en een kwart binnen 2 tot 5 jaar.

Uit het onderzoek komt naar voren dat een groot deel geen goed zicht heeft op het beschikbare woningaanbod of aangeeft dat het moeilijk is om aan een (huur)woning te komen. 4.4.2.3 Wonen voor aandachtsgroepen Westervoort vergrijst nog niet bovengemiddeld snel als ex-groeikern, maar dit gaat wel veranderen in de toekomst. Steeds meer ouderen en andere kwetsbare groepen blijven (langer) zelfstandig wonen. Voor de grootste groep, de ouderen, betekent dit dat zij vaak blijven wonen in hun huidige woning. (Eengezins)woningen zijn dikwijls met eenvoudige woningaanpassingen geschikt te maken om langer zelfstandig te wonen. Ook omdat de grootste groep te maken heeft met lichte tot matige mobiliteitsbeperkingen. Slechts een klein deel is/wordt afhankelijk van een rolstoel. De gemeente Westervoort heeft de afgelopen jaren ingezet op de bewustwording en het (financieel) stimuleren van inwoners om tijdig hun woning aan te passen. Als gevolg van de extramuralisering en de vergrijzing woont een toenemende groep inwoners met een verminderde zelfredzaamheid zelfstandig. Veel mensen redden zich prima in een eigen woning. Er zijn ook mensen die zich prettiger voelen in een meer beschutte woonvorm of in de nabijheid van zorg en ondersteuning. We zien in de praktijk dat een klein deel van de senioren bewust kiest om te verhuizen naar een kleinere woning in de buurt van (zorg)voorzieningen.

Vaak gaat het om senioren met een wat intensievere zorgvraag (deel van ZZP 3 en 4). Ook mensen met functiebeperkingen hebben behoefte aan verzorgd wonen. In Westervoort is voldoende aanbod van verzorgd wonen (zelfstandige woningen in de nabijheid van zorg en ondersteuning) in de komende tien jaar. Vanaf 2024 ontstaat er een tekort. In de praktijk blijken de knelpunten en behoefte te verschillen die de verschillende zorgorganisaties signaleren. Dit is afhankelijk van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp de doelgroep die zij bedienen. Het aanbod van voldoende beschikbare betaalbare huurwoningen is van belang om te voorzien in de uitstroom vanuit intramurale voorzieningen. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Westervoort 2015-2020 De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de realisatie van woningen en appartementen die geschikt zijn voor zowel jongeren, jonge gezinnen/ doorstromers als senioren. Hiermee wordt ingespeeld op de vraag van mensen die in Westervoort willen blijven wonen, waaronder jongeren die zelfstandig willen gaan wonen, alsmede senioren die kleiner willen gaan wonen. Geconcludeerd wordt dat het initiatief passend is binnen de beleidskaders van de woonvisie. 4.4.3

Welstandsnota 2011

4.4.3.1 Algemeen Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Het aanzicht van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte vormen de dagelijkse leefomgeving van de inwoners. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving draagt bij aan de belevingswaarde. Bovendien heeft dit een gunstige invloed op de waarde van het onroerend goed en het vestigingsklimaat. Het doel van het welstandstoezicht is om een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de (bebouwde) omgeving. Door het opstellen van welstandsbeleid kan de gemeente in alle openheid een effectief en inzichtelijk welstandstoezicht inrichten en opdrachtgevers en ontwerpers in een vroeg stadium informeren over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen In de welstandsnota in de gemeente Westervoort opgedeeld in 7 gebiedscategorieën. Het plangebied bevindt zich in het gebied ‘Historische linten en gehuchten’. 4.4.3.2 Historische linten en gehuchten Voor dit gebied geldt welstandsniveau 1. Dit betekent dat er sprake is van een bijzondere toetsing.

De bebouwing van de historische linten en oude buurtschappen wordt gekenmerkt door grote verschillen in bouwjaren en in bouwstijlen (een mix van oud en nieuw). De bebouwingshoogte is één à twee bouwlagen met kap. Opvallend is de aanwezigheid van een aantal oude boerderijen waarvan sommige nog een rieten kap hebben. De hoofdmassa is eenvoudig van opzet. De nokrichting is afwisselend evenwijdig aan de wegas of staat daar haaks op. De gevelopeningen hebben overwegend een verticaal karakter. Voorerven en in het zicht komende zijerven zijn minimaal verhard en als siertuin ingericht. 4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Welstandsnota 2011’ Bij de nadere uitwerking van de voorgenomen ontwikkeling, worden de concrete bouwplannen getoetst door de welstandscommissie. Op voorhand wordt opgemerkt dat bij de uitwerking van de bouwplannen nadrukkelijk rekening is en wordt gehouden met de ter plaatse van het plangebied voorkomende kenmerken en karakteristieken van de bebouwing. Tot slot wordt opgemerkt dat de in het plangebied aanwezige bestaande karakteristieke boerderij wordt gesplitst in twee wooneenheden. Als gevolg van de splitsing worden de uiterlijke kenmerken van de bebouwing niet aangetast. Op voorhand worden ten aanzien van welstand daarom geen belemmeringen verwacht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp 4.4.4

Erfgoednota Westervoort

4.4.4.1 Algemeen De gemeente Westervoort beschikt over een erfgoednota. De erfgoednota verbindt de geschiedenis van Westervoort met de gemeentelijke visie, ambities en concrete acties over de omgang met het cultureel erfgoed als weerslag van deze geschiedenis. Ten eerste om de inwoners, ondernemers en gasten van Westervoort bewust te maken van het aanwezige erfgoed. Daarnaast helpt de erfgoednota bij het zoeken naar kansen om samen dit erfgoed te behouden, uit te dragen en bij nieuwe ontwikkelingen te betrekken. 4.4.4.2 Ambities In de erfgoednota benoemt de gemeente een aantal ambities, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

We verankeren erfgoed als een van de ruimtelijke belangen in de beleids- en planprocessen. We stimuleren de bewustwording en inbreng van cultuurhistorische kennis en waarden bij iedere ruimtelijke ontwikkeling. We bieden een adequate bescherming van het cultureel erfgoed zodat dit een bijdrage kan leveren aan de leefbaarheid en vitaliteit van onze gemeente. We dragen ons cultureel erfgoed in een goede conditie over aan de generaties na ons. We behouden en versterken de specifieke kwaliteiten, sfeer en karakteristiek van (spoor)wegen binnen onze gemeente. We versterken de emotionele binding en het identiteitsgevoel van de inwoners met hun leefomgeving. Iedere inwoner moet kennis kunnen maken met de historie van zijn/haar leefomgeving. We versterken de erfgoedbeleving in de openbare ruimte binnen de gemeente. We werken samen aan de verbreding en het delen van onze kennis over cultuurhistorische waarden binnen onze gemeente.

4.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan de erfgoednota Westervoort Binnen het plangebied bevindt zich karakteristieke bebouwing. Een belangrijk onderdeel van de totstandkoming van de voorgenomen ontwikkeling, is het voegen van de te realiseren woningen in de nabijheid van de karakteristieke bebouwing. Er is zodoende gekozen voor een bouwstijl passend bij de karakteristieke bebouwing. Daarnaast is de groene uitstraling van het plangebied een belangrijk onderdeel van het voornemen. Zodoende behoud het plangebied de uitstraling van een tuin bij het karakteristieke pand. De karakteristieke bebouwing wordt daarnaast nagenoeg niet aangepast. Enkele ingrepen zijn noodzakelijk voor het splitsen van de bebouwing is twee wooneenheden. Geconcludeerd wordt dat met de voorgekomen ontwikkeling voldoende rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. 4.4.5 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het relevante gemeentelijke beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Klapstraat 185, Wonen op het erf van Lindner” Ontwerp

HOOFDSTUK 5

PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERBAARHEID

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In het kader van de milieukundige uitvoerbaarheid worden in dit hoofdstuk de volgende thema’s behandeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie en cultuurhistorie.

5.1

Bodem

5.1.1

Algemeen

Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.1.2

Beoordeling plangebied

In voorliggend geval is door Sigma Bouw & milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek alsmede een verkennend onderzoek asbest in de grond en puin uitgevoerd. De volledige onderzoeksrapporten zijn respectievelijk in bijlagen 1 en 2 bij deze toelichting opgenomen. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Verkennend milieukundig bodemonderzoek Zintuigelijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk puin-, baksteen- en koolasresten waargenomen. Verder is er plaatselijk sprake van puinlagen en sintellagen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Grond Bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De in de bovengrondmengmonsters MM1, MM2, MM5 en MM6 verhoogd aangetoonde gehalten cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink (zware metalen) en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) overschrijden de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.

Ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De in de ondergrond(meng)monsters MM3 en MM7 verhoogd aangetoonde gehalten kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) overschrijden de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindexwaarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=987c31d0-c4a6-417a-8f05-0fb52b4d220c