20220613-rv-klapstraat-185-wonen-op-erf-van-lindner-bijlage-1-2-bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
juni ’21
Onderwerp:
verkennend onderzoek asbest in grond en puin aan de Klapstraat 185-185A te Westervoort
Projectnummer:
21-M9896
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
09 juni 2021
0
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
onderwerp
verkennend onderzoek asbest in grond en puin aan de Klapstraat 185-185A te Westevoort
datum
09 juni 2021
projectnummer
21-M9896
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2018)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
juni ’21
1
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
Inhoud 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 14 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 14
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 16
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 19
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 20
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 22
4.3.1
Asbest in grond volgens NEN-5707+C2 en puin volgens NEN-5897+C2............................ 22
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 27
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 31
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 32
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring 6. Berekening gehalten asbest 7. Woordenlijst
juni ’21
2
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in mei 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 en asbest in puin volgens NEN-5897+C2 uitgevoerd op een deel van de locatie aan de Klapstraat nr. 185-185A te Westervoort (gemeente Westervoort). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
De primaire aanleiding tot de uitvoering van dit bodemonderzoek vormt een geplande herontwikkeling en nieuwbouw van woningen en appartementen op de onderzoekslocatie. 1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. Het verkennend onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 heeft tot doel om na te gaan of de op de locatie aanwezige puinverharding t.p.v. de oprit al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen in puin.
juni ’21
3
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). Het verkennend onderzoek asbest in puin is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5897+C2; Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat; uitgifte december 2017 (literatuur 13).
1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
juni ’21
4
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
juni ’21
5
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
aanleiding vooronderzoek In het kader van uitgevoerd voorgaand verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Westervoort (verstrekt per email d.d. 23-12-2020); • Bodemloket.nl; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • bodematlas Gelderland; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding juni ’21
Klapstraat 185/185A Westervoort Westervoort Zie bijlage 1 X = 195,203 Y= 440,523 Gemeente Westervoort, perceel sectie C nr. 198 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 5.750 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel gelegen aan de Klapstraat nr. 185 te Westervoort. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning (oorspronkelijke boerderij) met losstaande schuur/garage. Ten zuiden van de woning bevindt zich een met grind verharde toegangsweg Het overige onbebouwde en onverharde deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op te delen in twee wooneenheden. Daarnaast zal de schuur en een deel van de omliggende grond gebruikt gaan worden voor parkeren en bergingen. Ter plaatse van het grasveld ten oosten van de boerderij en schuur zullen 16 appartementen en 8 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Het overige deel van de locatie zal worden ingericht als tuin, boomgaard en moestuin. Het terreindeel rondom de bestaande woning is in onderhavig onderzoek buiten beschouwing gelaten. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De op te splitsen boerderij dateert van 1932. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een met grind verharde oprit.. 6
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
Ondergrondse infrastructuur
Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.
Archeologische waarden
De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". De nieuwbouw van diverse woningen en appartementen.
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Huidig
Toekomstig
juni ’21
Op basis van de topografische kaarten voor 1850 is op de locatie nog geen bebouwing te herkennen. Op basis van de topografische kaarten lijkt op de locatie vanaf rond 1850 bebouwing zichtbaar te zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze historische kaarten enkele jaren kunnen afwijken omdat gegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) later zijn ingevoerd. De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/gewijzigd. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel gelegen aan de Klapstraat nr. 185 te Westervoort. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning (oorspronkelijke boerderij) met losstaande schuur/garage. Ten zuiden van de woning bevindt zich een met grind verharde toegangsweg Het overige onbebouwde en onverharde deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op te delen in twee wooneenheden. Daarnaast zal de schuur en een deel van de omliggende grond gebruikt gaan worden voor parkeren en bergingen. Ter plaatse van het grasveld ten oosten van de boerderij en schuur zullen 16 appartementen en 8 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Het overige deel van de locatie zal worden ingericht als tuin, boomgaard en moestuin.
Geen.
Geen.
Geen.
7
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten van na 1850 is in de directe basis van omgeving van de onderzoekslocatie al enige bebouwing te topografische herkennen. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder kaarten, uitgebreid/gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich percelen met woningen. Noordzijde: Lange Maat. Oostzijde: Lange Maat/naastgelegen woonwijk. Zuidzijde: Heilweg. Westzijde: Klapstraat.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel gelegen aan de Klapstraat nr. 185 te Westervoort. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning (oorspronkelijke boerderij) met losstaande schuur/garage. Ten zuiden van de woning bevindt zich een met grind verharde toegangsweg Het overige onbebouwde en onverharde deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op te delen in twee wooneenheden. Daarnaast zal de schuur en een deel van de omliggende grond gebruikt gaan worden voor parkeren en bergingen. Ter plaatse van het grasveld ten oosten van de boerderij en schuur zullen 16 appartementen en 8 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Het overige deel van de locatie zal worden ingericht als tuin, boomgaard en moestuin. Het terreindeel rondom de bestaande woning is in onderhavig onderzoek buiten beschouwing gelaten. Voor zover bekend bevindt zich op de onderzoekslocatie sinds geruime tijd, vanaf rond 1932, een boerderij. Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden een agrarische functie gehad (boerderij met schuur). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister
juni ’21
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Ten behoeve van de bestaande bebouwing zijn voor zover bekend bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld.
8
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland wordt het dak van het bestaande woonhuis aangemerkt als onverdacht voor asbest.
figuur 1: asbestdakenkaart Gelderland
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
juni ’21
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
9
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Op de locatie Klapstraat 168/168A wordt melding gedaan van de volgende activiteiten: ● bovengrondse hbo-tank (1988-1992); ● smederij (1988-1992); ● timmerwerkplaats (1988-onbekend).
Op de locatie Heilweg 6 wordt melding gedaan van de volgende activiteiten: ● benzinepompinstallatie (1965-onbekend); ● ondergrondse benzinetank (1965-onbekend). Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
juni ’21
►Verkennend bodemonderzoek, d.d. 08-02-2021, ref. Sigma Bouw & Milieu, 21M9896 conclusies: Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk puin-,baksteen- en koolasresten waargenomen. Verder is er plaatselijk sprake van puinlagen en sintellagen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De in de bovengrondmengmonsters MM1, MM2, MM5 en MM6 verhoogd aangetoonde gehalten cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink (zware metalen) en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) overschrijden de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
10
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De in de ondergrond(meng)monsters MM3 en MM7 verhoogd aangetoonde gehalten kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) overschrijden de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. grondwater peilbuis 1 (2.3-3.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Omgeving <25 m
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
►Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat 172, d.d. 03-08-2006, ref. nr. 06072426. analyseresultaten: • grond: > Achtergrondwaarde; • grondwater: < Streefwaarde. ► Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat, Grontmij, d.d. 07-07-2009, ref. nr. 99048355. analyseresultaten: • grond: < Achtergrondwaarde; • grondwater: > Streefwaarde. ► Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat 168, Hoogeveld Milieutechniek, d.d. 16-07-2008, ref. nr. HA-05934. analyseresultaten: • grond: > Interventiewaarde; • grondwater: < Streefwaarde. ► Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat Rijndijk/Hoge Eind, d.d. 27-092007, Grontmij, ref. nr. 238404. analyseresultaten: • grond: > Achtergrondwaarde; • grondwater: > Streefwaarde. ►Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 9-12 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-2 2-3 3-15 15-26 26-27 >27
beschrijving
formatie
Zandige klei, middelfijne zanden, klei en veen Zandige eenheid, een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, een spoor klei, veen en grind Kleiige eenheid, weinig fijn en midden zand Kleiige eenheid, middelfijne en grove zanden, spoor grind Kleiige eenheid, weinig fijn en grof zand en een spoor grind
Holocene afzettingen Boxtel Kreftenheye Kreftenheye, laagpakket van Twello Drente, laagpakket van Gieten Waalre
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
juni ’21
11
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Westervoort, perceel sectie C nr. 198 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Op basis van de resultaten uit historisch vooronderzoek is geen duidelijke aanwijzing dat er in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie sprake is van verontreiniging met asbesthoudend materiaal. Tijdens de veldwerkzaamheden in het kader van het verkennend bodemonderzoek zijn op een deel van de locatie puinresten, puinlagen en sintellagen in de bodem waargenomen. Teneinde te onderzoeken of er in de bodem al dan niet sprake is van asbesthoudend materiaal is dit deel van de onderzoekslocatie in eerste aanleg beschouwd als een mogelijk verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest. Het onderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte bovengrond). Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca. 50 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5896.
• het analyseren van de uitgezeefde grond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 Om onderbouwd een uitspraak te kunnen doen over de concentratie asbest in de bovengrond en toplaag zijn in deze fase van het onderzoek grondmonsters onderzocht op het gehalte asbest. De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond).
juni ’21
12
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
verkennend onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 Op basis van het verkennend bodemonderzoek is geconstateerd dat plaatselijk sprake is van puinlagen in de bodem. Het onderzoek asbest in puin heeft zich beperkt tot de inspectiegaten waar meer dan 50% bodemvreemd materiaal is waargenomen (zie bijlage 2). Het puinmateriaal (percentage bodemvreemd materiaal >50%) t.p.v. de inspectiegaten waar sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of het puinmateriaal t.p.v. de onderzoekslocatie al dan niet asbest verdacht is. Om vast te stellen of het puinmateriaal asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in puin (percentage bodemvreemd materiaal >50%). Het onderzoek t.p.v. in inspectiegaten waargenomen puinlagen is afgeleid van de onderzoeksstrategie open halfverharding, volgens paragraaf 6.5.2. van de NEN-5897+C2. De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie.
De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5897+C2 (grond). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie NEN-5707+C2 onbebouwde deel van het plangebied (ca. 5.750 m2) NEN-5897+C2 t.p.v. inspectiegaten waar sprake is van >50% bodemvreemd materiaal
juni ’21
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
asbest
(niet onderzocht)
VED-HE (bovengrond)
asbest
(niet onderzocht)
halfverhardingslagen (afgeleid/maatwerk)
13
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2018. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen (protocol 2001)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
25-05-2021
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
het graven van inspectiegaten, het bemonsteren van asbestverdacht materiaal en het nemen van grondmonsters (protocol 2018) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. D. de Wilde (in opleiding)
25-05-2021
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
25-05-2021
het terreindeel direct ten oosten van de bestaande bebouwing is hoger gelegen dan de naastgelegen tuin
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen en inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen en inspectiegaten is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. NEN-5707+C2 en NEN-5897+C2 Het onderzoek asbest in grond en puin is uitgevoerd t.p.v. het onbebouwde deel van het plangebied, zoals weergegeven in bijlage 2. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels.
juni ’21
14
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
veldonderzoek Het veldonderzoek heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707+C1 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).
inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond en puin is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond en aangetroffen puinlagen in de bodem. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, vijftien inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle gegraven inspectiegaten geprojecteerd. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2.
Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5897+C2 een representatief monster van ca. 25 kg uit de fractie <20 mm verzameld uit max. 5 gaten. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5897+C2.
juni ’21
15
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
In tabel 10 is een overzicht van inspectiegaten per terreindeel weergegeven. tabel 10: inspectiegaten terreindeel onderzoekslocatie
inspectiegaten G1 t/m G15 (a-select)
handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Drie handboringen zijn doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv. Hierbij is gebruik gemaakt van een 12 cm edelman grondboor. De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0,5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 11 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 11: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied inspectie-efficiëntie onbebouwde deel van 50-70 het onderzochte deel van het plangebied -
conditie maaiveld braak en gras (>25% van het maaiveld is zichtbaar) bestrating
Op basis van de maaiveldinspectie is op het maaiveld op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
juni ’21
16
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 12 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 12: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-1.5 1.5-2.0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
klei klei
sterk siltig sterk siltig
bruin/beige beige/grijs
zintuiglijke waarnemingen
grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat
diepte m -mv.
zintuiglijke waarnemingen
G5
G9
0.0-0.4 0.4-0.8 0.0-0.5 0.5-1.0 0.0-0.4 0.4-0.6 0.0-0.3 0.3-0.8
G10
0.0-0.4
puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: <3% baksteensporen, houtskoolsporen, fractie >20 mm: <1% puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: <3% baksteenresten, fractie >20 mm: <3% puinresten, asbestresten, fractie >20 mm: ca. 20% puinlaag baksteenresten, fractie >20 mm: >50% puin- en baksteenresten, sintels/slakken, fractie >20 mm: 15% baksteensporen en sintelsporen, fractie >20 mm: <1% puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: <3%
G13
0.25-0.55
puin- en baksteenresten, fractie >20 mm: ca. 35%
G14
0.0-0.05 0.05-0.2 0.2-0.35 0.0-0.05 0.05-0.3 0.65-0.75
grindlaag puinlaag/baksteenlaag, fractie >20 mm: >50% sintellaag, fractie >20 mm: >50% grindlaag puinlaag/baksteenlaag, fractie >20 mm: >50% koolasresten
G6 G7
G15
In het veld is gebleken dat de fractie > 20 mm in de bodemlaag van 0.0-ca. 0.5 m-mv ter plaatse van de gegraven inspectiegaten G1 t/m G13, minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing. Ter plaatse van de inspectiegaten G14 en G15 is sprake van een puinlaag (bodemvreemd materiaal >50%). In de gevallen met een bijmenging van >50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5897+C2 van toepassing. Opgemerkt wordt dat in deze fase van het onderzoek geen samenstellingsonderzoek van de aanwezige sintellagen heeft plaatsgevonden.
juni ’21
17
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
asbest In tabel 14 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 14: asbest op maaiveld en in grond en puin inspectiegat
asbestverdacht
asbestverdacht materiaal
materiaal
grond in de fractie >20 mm
maaiveld
diepte (m-mv)
aantal gram
maaiveld
nee
-
-
G1 t/m G6
nee
0.0-0.5
-
G7
nee
0.0-0.4
16.5 gr.*
G8 t/m G15 *=veldvochtig
nee
0.0-0.5
-*
juni ’21
18
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Eurofins Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
NEN-5707+C2 en NEN-5897+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm, is onderzocht volgens NEN-5898 (asbest in de fijne fractie). In totaal zijn vier grond(meng)monsters van de fractie <20 mm geanalyseerd op het gehalte asbest. Van het aanwezige puin materiaal is van de fractie <20 mm één mengmonster geanalyseerd op het gehalte asbest. Er is één materiaalmonster onderzocht op asbest. In onderstaande tabel 15 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Er zijn geen materiaalmonsters geanalyseerd op het gehalte asbest. tabel 15: analyseschema monstercode
inspectiegaten
diepte (m-mv)
zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
-
asbest (NEN5898)
grond M1
G1 t/m G4
0.0-0.5
M2
G5+G6+G9+G10+G13
0.0-max. 0.55 puin- en baksteenresten asbest (NEN5898)
M3
G8+G11+G12
0.0-0.5
-
asbest (NEN5898)
M4
G7
0.0-0.4
puin-, baksteen- en asbestresten
asbest (NEN5898)
G7+G14+G15
0.05-max.0.6
puin- en sintellaag
asbest (NEN5898)
G7
0.0-0.4
puin M5 materiaal VZG7
asbestverdacht asbest (NEN5896) materiaal Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.
juni ’21
19
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
4.2
Toetsingscriteria
asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.
juni ’21
20
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.
In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %.
waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof
juni ’21
21
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Asbest in grond volgens NEN-5707+C2 en puin volgens NEN-5897+C2
In deze paragraaf zijn de resultaten van de analyses van de grond- en puinmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. De totale concentratie aan asbest per inspectiegat wordt conform NEN-5707+C2 en NEN-5897+C2 bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest in de grove zeeffractie (fractie >20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest in de fijne zeeffractie (fractie <20 mm). Door het gewicht te bepalen van de evt. handmatig verzamelde asbesthoudende materialen en dit te delen door de massa (inhoud / soortelijk gewicht) van het betreffende inspectiegat wordt de concentratie asbestverdacht materiaal in het inspectiegat bepaald. Deze concentratie moet echter nog worden gecorrigeerd voor het percentage asbest in de materiaalmonsters dat door het laboratorium is bepaald. De berekening van de asbestgehalten zijn opgenomen in bijlage 6. De analyseresultaten van de grondmengmonsters zijn samen met de interpretatie opgenomen in de tabellen 16 t/m 18. tabel 16: resultaten asbestanalyse materiaal verzamel monsters in de fractie > 20 mm (absoluut gewicht) Monsteromschrijving
Vorm
(inspectiegat)
Asbestgehalte (%) Serpentijn
Amfibool
chrysotiel
Amosiet
crocidoliet
(mg)
(mg)
(mg)
maaiveld
-
-
-
-
G1 t/m G6
-
-
-
-
hecht
540 (2-5%)
-
-
G8 t/m G13 (grond) G7 Toelichting HB = hecht gebonden
juni ’21
22
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
tabel 17: resultaten asbestanalyses grond-en puinmengmonsters uit de fractie <20 mm inspectiegat
monstercode
diepte in m-mv
gewogen asbestconcentratie < 20 mm
serpentijn amfibool
crysotiel
amosiet / crocidoliet
asbest (gewogen) afgerond mg/kg
verkennend onderzoek asbest in grond G1 t/m G4
M1
0.0-0.5
<0.5
-
<0.5
G5+G6+G9+G10+G13
M2
0.0-max. 0.55
<0.3
-
<0.3
G8+G11+G12
M3
0.0-0.5
<0.5
-
<0.5
G7
M4
0.0-0.4
<0.4
-
<0.4
0.05-max.0.6
<0.5
-
<0.5
verkennend onderzoek asbest in puin G7+G14+G15 (puinlaag)
M5
Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters.
juni ’21
23
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
tabel 18: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat
Berekende asbestconcentratie
Asbestconcentratie
Totale asbestconcentratie
(m-mv)
(fractie > 20 mm)
(fractie < 20 mm)
mg/kg d.s. (gewogen)
mg/kg d.s. (gewogen)
mg/kg d.s. (gewogen)
gem.
ondergrens
bovengrens
conc.
verkennend onderzoek asbest grond G1 t/m G5 (0.0-0.5) G5+G6+G9+ G10+G13 (0.0-max. 0.55 G8+G11+G12 (0.0-0.5) G7 9.1 5.2 13.0 (0.0-0.4) verkennend onderzoek asbest in puin G7+G14+G15 (0.05max. 0.6)
gem.
ondergrens
bovengrens
conc.
<0.5
0.0
0.9
<0.3
0.0
0.5
<0.5
0.0
0.9
<0.4
0.0
0.7
<0.5
0.0
0.8
gem.
onder-
boven-
conc.
grens
grens
<0.5 (-) <0.3 (-)
0.0
0.9
0.0
0.5
<0.5 (-) 9.1 (+/-)
0.0
0.9
5.2
13.7
<0.5 (-)
0.0
0.8
toelichting - =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) +/- =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd + =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd n.o = niet onderzocht * = gehalte is indicatief
interpretatie resultaten maaiveld Op basis van de maaiveldinspectie is op het maaiveld op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bovengrond (0.0 max. 0.55 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G4 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.00.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster M1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G1 t/m G4 uit de bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.5 mg / kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G4 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G4 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest.
juni ’21
24
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
Ter plaatse van de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-max 0.55 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster M2 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 uit de bodemlaag tussen 0.0-max.0.55 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.3 mg / kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest. Ter plaatse van de inspectiegaten G8+G11+G12 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster M3 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G8+G11+G12 uit de bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.5 mg / kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G8+G11+G12 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v.
het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G8+G11+G12 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest. Ter plaatse van inspectiegat AG7 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-0.4 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk asbestverdacht materiaal waargenomen. De verontreiniging betreft chrysotiel asbest dat in hechtgebonden vorm aanwezig is. Het berekende indicatieve gemiddelde gewogen asbestconcentratie in de fractie >20 mm van de uitgegraven bovengrond uit inspectiegat G7 bedraagt ca. 9.1 mg/kg d.s In het geanalyseerde bovengrondmonster M4 (zeeffractie < 20 mm) van inspectiegat G7 uit de bodemlaag tussen 0.0-0.4 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.5 mg / kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond (0.0-0.5 m-mv) t.p.v. inspectiegat G7 bedraagt 9.1 mg/kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. de detectiegrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) en de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven bovengrond uit inspectiegat G7 is verontreinigd met asbest onder de interventiewaarde.
ondergrond (0.6-2.0 m-mv) fractie >20 mm Op basis van de uitgevoerde inspectie van het opgeboorde materiaal uit de inspectiegat G1, G7 en G12 zijn vanaf ca. 0.6 m-mv visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. fractie <20 mm Van de ongeroerde ondergrond vanaf 0.6 m-mv zijn in deze fase van het onderzoek geen grondmonsters geanalyseerd op de fractie <20 mm. Omdat geen asbestverdacht materiaal (met fractie > 20 mm) in de ongeroerde ondergrond is aangetroffen is de verwachting dat er geen asbest met fractie < 20 mm in de ongeroerde ondergrond aanwezig is.
juni ’21
25
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
puinmateriaal (0.0-max. 0.6 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G7, G14 en G15 is in de puinlaag (0.05-max. 0.6 m-mv) zintuiglijk geen asbesthoudend materiaal waargenomen. In het geanalyseerde puinmengmonster M5 (zeeffractie < 20 mm), van de inspectiegaten G7, G14 en G15 is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.5 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de puinlaag t.p.v. de inspectiegaten G7, G14 en G15 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De aanwezige puinlaag t.p.v. de inspectiegaten G7, G14 en G15 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest.
juni ’21
26
verkennend onderzoek asbest in grond en puin Klapstraat 185-185A te Westervoort
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 en puin volgens NEN-5987+C2 maaiveld Op basis van de maaiveldinspectie is op het maaiveld op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bovengrond (0.0 max. 0.55 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G4 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.00.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G4 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G4 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest. Ter plaatse van de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-max 0.55 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v.
het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G5+G6+G9+G10+G13 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest. Ter plaatse van de inspectiegaten G8+G11+G12 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G8+G11+G12 is ter indicatie niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G8+G11+G12 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest. Ter plaatse van inspectiegat AG7 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-0.4 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk asbestverdacht materiaal waargenomen. De verontreiniging betreft chrysotiel asbest dat in hechtgebonden vorm aanwezig is. Het berekende indicatieve gemiddelde gewogen asbestconcentratie in de fractie >20 mm van de uitgegraven bovengrond uit inspectiegat G7 bedraagt ca. 9.1 mg/kg d.s In het geanalyseerde bovengrondmonster M4 (zeeffractie < 20 mm) van inspectiegat G7 uit de bodemlaag tussen 0.0-0.4 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.5 mg / kg d.s.
Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond (0.0-0.5 m-mv) t.p.v. inspectiegat G7 bedraagt 9.1 mg/kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. de detectiegrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) en de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven bovengrond uit inspectiegat G7 is verontreinigd met asbest onder de interventiewaarde.