20220531-rv-klapstraat-185-wonen-op-erf-van-lindner-bijlage-1-1-bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
maart ’21
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Projectnummer:
21-M9715
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
8 maart 2021
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
datum
maandag 8 maart 2021
projectnummer
21-M9715
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
maart ’21
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 17 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 17
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 18
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 19
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 19
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 24
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 26
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 31
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 32
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
maart ’21
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in februari 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie aan de Klapstraat 185 te Westervoort (gemeente Westervoort). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling en nieuwbouw van woningen en appartementen op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
maart ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
maart ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
maart ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling en nieuwbouw van woningen en appartementen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Westervoort (verstrekt per email d.d. 23-12-2020); • Bodemloket.nl; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • bodematlas Gelderland; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) maart ’21
Klapstraat 185/185A Westervoort Westervoort Zie bijlage 1 X = 195,203 Y= 440,523 Gemeente Westervoort, perceel sectie C nr. 198 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 5.750 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel gelegen aan de Klapstraat nr. 185 te Westervoort. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning (oorspronkelijke boerderij) met losstaande schuur/garage. Ten zuiden van de woning bevindt zich een met grind verharde toegangsweg Het overige onbebouwde en onverharde deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op te delen in twee wooneenheden. Daarnaast zal de schuur en een deel van de omliggende grond gebruikt gaan worden voor parkeren en bergingen. Ter plaatse van het grasveld ten oosten van de boerderij en schuur zullen 16 appartementen en 8 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Het overige deel van de locatie zal worden ingericht als tuin, boomgaard en moestuin. Het terreindeel rondom de bestaande woning is in onderhavig onderzoek buiten beschouwing gelaten. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De op te splitsen boerderij dateert van 1932.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur
Op de onderzoekslocatie bevindt zich een met grind verharde oprit.. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.
Archeologische waarden
De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". De nieuwbouw van diverse woningen en appartementen.
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Huidig
Toekomstig
maart ’21
Op basis van de topografische kaarten voor 1850 is op de locatie nog geen bebouwing te herkennen. Op basis van de topografische kaarten lijkt op de locatie vanaf rond 1850 bebouwing zichtbaar te zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze historische kaarten enkele jaren kunnen afwijken omdat gegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) later zijn ingevoerd. De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/gewijzigd. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel gelegen aan de Klapstraat nr. 185 te Westervoort. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning (oorspronkelijke boerderij) met losstaande schuur/garage. Ten zuiden van de woning bevindt zich een met grind verharde toegangsweg Het overige onbebouwde en onverharde deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op te delen in twee wooneenheden. Daarnaast zal de schuur en een deel van de omliggende grond gebruikt gaan worden voor parkeren en bergingen. Ter plaatse van het grasveld ten oosten van de boerderij en schuur zullen 16 appartementen en 8 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Het overige deel van de locatie zal worden ingericht als tuin, boomgaard en moestuin.
Geen.
Geen.
Geen.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten van na 1850 is in de directe basis van omgeving van de onderzoekslocatie al enige bebouwing te topografische herkennen. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder kaarten, uitgebreid/gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich percelen met woningen. Noordzijde: Lange Maat. Oostzijde: Lange Maat/naastgelegen woonwijk. Zuidzijde: Heilweg. Westzijde: Klapstraat.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel gelegen aan de Klapstraat nr. 185 te Westervoort. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning (oorspronkelijke boerderij) met losstaande schuur/garage. Ten zuiden van de woning bevindt zich een met grind verharde toegangsweg Het overige onbebouwde en onverharde deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woning op te delen in twee wooneenheden. Daarnaast zal de schuur en een deel van de omliggende grond gebruikt gaan worden voor parkeren en bergingen. Ter plaatse van het grasveld ten oosten van de boerderij en schuur zullen 16 appartementen en 8 levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Het overige deel van de locatie zal worden ingericht als tuin, boomgaard en moestuin. Het terreindeel rondom de bestaande woning is in onderhavig onderzoek buiten beschouwing gelaten. Voor zover bekend bevindt zich op de onderzoekslocatie sinds geruime tijd, vanaf rond 1932, een boerderij. Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden een agrarische functie gehad (boerderij met schuur). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister
maart ’21
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Ten behoeve van de bestaande bebouwing zijn voor zover bekend bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland wordt het dak van het bestaande woonhuis aangemerkt als onverdacht voor asbest.
figuur 1: asbestdakenkaart Gelderland
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
maart ’21
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen.
De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Op de locatie Klapstraat 168/168A wordt melding gedaan van de volgende activiteiten: ● bovengrondse hbo-tank (1988-1992); ● smederij (1988-1992); ● timmerwerkplaats (1988-onbekend). Op de locatie Heilweg 6 wordt melding gedaan van de volgende activiteiten: ● benzinepompinstallatie (1965-onbekend); ● ondergrondse benzinetank (1965-onbekend). Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
►Niet bekend.
Omgeving <25 m
►Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat 172, d.d. 03-08-2006, ref. nr. 06072426. analyseresultaten: • grond: > Achtergrondwaarde; • grondwater: < Streefwaarde. ► Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat, Grontmij, d.d. 07-07-2009, ref. nr. 99048355. analyseresultaten: • grond: < Achtergrondwaarde; • grondwater: > Streefwaarde. ► Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat 168, Hoogeveld Milieutechniek, d.d. 16-07-2008, ref. nr. HA-05934. analyseresultaten: • grond: > Interventiewaarde; • grondwater: < Streefwaarde. ► Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Klapstraat Rijndijk/Hoge Eind, d.d. 27-092007, Grontmij, ref. nr. 238404. analyseresultaten: • grond: > Achtergrondwaarde; • grondwater: > Streefwaarde. ►Niet bekend.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
maart ’21
►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 9-12 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-2 2-3 3-15 15-26 26-27 >27
beschrijving
formatie
Zandige klei, middelfijne zanden, klei en veen Zandige eenheid, een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, een spoor klei, veen en grind Kleiige eenheid, weinig fijn en midden zand Kleiige eenheid, middelfijne en grove zanden, spoor grind Kleiige eenheid, weinig fijn en grof zand en een spoor grind
Holocene afzettingen Boxtel Kreftenheye Kreftenheye, laagpakket van Twello Drente, laagpakket van Gieten Waalre
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Westervoort, perceel sectie C nr. 198 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
maart ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie aan de Klapstraat 185 te Westervoort geruime tijd, vanaf rond 1932, een woning (boerderij) aanwezig is. Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden een agrarische functie gehad. De locatie heeft reeds lange tijd een woonfunctie. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van diverse woningen en appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v.
de geplande nieuwbouw (plangebied), zie bijlage 2. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 5.750 m2)
mogelijke verontreiniging Grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
maart ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten
onderdeel:
uitgevoerd door:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 02-02-2021 (erkend en geregistreerd)
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
19-02-2021
locatie-inspectie
datum:
dhr. D. de Wilde (veldwerker in opleiding) dhr. M.J.A. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)
bijzonderheden: geen bijzonderheden
geen bijzonderheden
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 02-02-2021 (erkend en geregistreerd)
Het terreindeel direct ten oosten van de bestaande bebouwing is hoger gelegen dan de naastgelegen tuin.
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
13
0.5
5 t/m 16+14a
3
2.0
2+3+4
1
3.3
1
Onderzoekslocatie (ca. 5.750 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
maart ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-1.5 1.5-2.2 2.2-3.0 3.0-3.3
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
klei klei zand klei
sterk siltig sterk siltig zwak siltig sterk siltig
bruin/beige beige/grijs grijs grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.3-3.3
1.77
5
6.1
EGV geleidingsvermogen µS/cm 740
troebelheid (NTU) 15.7
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
maart ’21
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring
diepte m -mv.
zintuiglijke waarnemingen
2
0.0-0.15
volledig puin
2
0.7-0.9
zwak kool-as
9
0.4-0.6
resten puin, resten kool-as
10
0.4-0.65
11
0.0-0.5
matig baksteen, gestaakt op handmatig niet te doorboren laag sporen baksteen
12
0.0-0.5
sporen baksteen
13
0.4-0.6
resten puin, resten koolas
14a
0.0-0.2
volledig grind
14a
0.2-0.5
14
0.4-0.6
sterk puin, matig sintels, gestaakt op handmatig niet te doorboren laag resten puin, resten koolas
15
0.1-0.5
volledig sintels, sporen baksteen
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen.
maart ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn puin-, baksteen- en sintelresten waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De waargenomen puin- en baksteenresten zijn in het opgeboorde materiaal zijn voor zover visueel te beoordelen herkenbaar als gebroken metselpuin.
De herkomst van dit puin is bij ons niet bekend. Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aanwezigheid van puinresten verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op aangeven van de opdrachtgever is in deze fase van het onderzoek geen onderzoek asbest in grond volgens NEN-5740 uitgevoerd. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden.
Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
maart ’21
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
MM1
1+3 t/m 8+11
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
2+9+10+13 +14+16
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
3+4
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
1+2
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM5
9+13
0.4-0.6
puin, koolas
NEN-grond(*)+AS3000
MM6#
11+12
0.0-0.5
baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
MM7#
2
0.7-0.9
koolas
NEN-grond(*)+AS3000
1
2.3-3.3
-
NEN-grondwater(**)
grond
grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond
=
**NEN-water
=
Zware metalen
=
Vluchtige aromaten = PCB PAK VOH Bromoform #
maart ’21
= = = = =
Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); Polychloorbifenylen; Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Tribroommethaan op het analysecertifcaat is een onjuiste monsteromschrijving opgenomen, MM2=MM6 en MM3=MM7
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
maart ’21
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 15 t/m 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 25303056#21-M9715-Klapstraat 185 Westervoort Certificaten 1146831 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 8 maart 2021 09:50 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
maart ’21
T
I
Monster 6617254 Monster 6617255 Monster 6617256 MM1, 01: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07:MM2, 0-50, 02: 08: 15-50, 0-50, 11: 09:0-50 0-40, 10: 0-40, 13: 0-40, 14: 0-40, 16:MM3, 0-5003: 50-100, 03: 100-140, 03: 150-200, 04: 50-100, 04: 100-140, 04: 150-200 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,092 Max. Bodemindex 0,169 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 4,1 18
10 25
79,1
79,1
@
0 0
4,3 11,6
10 25
0
82,3
82,3
@
0 0
3,8 23,5
10 25
0
73,8
73,8
@
0 0 0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
120 0,37 12 17 0,11 33 < 1.5 26 77
160 0,47 15 22 0,12 39 < 1.0 32 98
@ 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 0 0 0 0 0
120 0,37 9,1 17 0,12 42 < 1.5 25 88
210 0,51 16 25 0,15 54 < 1.0 41 140
@ 0,027 0 1.0 AW(WO) 0,006 0 0 1.1 AW(WO) 0,008 0 1.2 AW(IND) 0,092 0
220 0,22 12 24 0,06 30 < 1.5 44 94
230 0,27 13 28 0,06 33 < 1.0 46 100
@ 0,055 0 0 0 0 0 0 1.3 AW(IND) 0,169 0
190
2595
5000
< 35
< 60
-
0
< 35
< 57
-
0
< 35
< 64
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,07 0,07 0,3 0,22 0,34 0,26 0,29 0,21 0,22
< 0.035 0,07 0,07 0,3 0,22 0,34 0,26 0,29 0,21 0,22
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
0
2
2
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,001 < 0.001 < 0.001
< 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 0,0023 < 0.0016 < 0.0016
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018 < 0.0018
0,005
< 0.012
0
0,005
0,012
0
0,005
< 0.013
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
1.3 AW(WO) 0,013
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
maart ’21
T
I
Monster 6617257 MM4, 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 90-140, 02: 150-200 Max. Bodemindex 0,002 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 2,2 24,5
10 25
78,7
78,7
@
0
0 0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
160 0,24 12 17 < 0.05 22 < 1.5 34 68
160 0,31 12 20 < 0.04 24 < 1.0 34 75
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 110
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032 < 0.0032
0,005
< 0.022
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,002
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 25508402#21-M9715-Klapstraat 185 Westervoort Certificaten 1152397 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 8 maart 2021 09:47 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
AW
T
I
Monster 6633969 Monster 6633970 MM5, 09: 40-60, 13: 40-60 MM2, 11: 0-50, 12: 0-50 Max. Bodemindex 0,276 Max. Bodemindex Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. 4,2 6,2
10 25
84
84
@
Monster 6633971 MM3, 02: 70-90 0,015 Max. Bodemindex Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
0 0
2,7 12,3
10 25
0
82,2
82,2
@
0,208 Overschrijding Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index
0 0
3,7 6,9
10 25
0
86,1
86,1
@
0 0 0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
130 0,47 19 30 0,35 100 < 1.5 22 160
330 0,69 46 51 0,46 140 < 1.0 48 300
@ 0,192 1.2 AW(WO) 0,007 3.1 AW(IND) 0,177 1.3 AW(WO) 0,073 3.1 AW(WO) 0,009 2.8 AW(WO) 0,188 0 1.4 AW(IND) 0,2 2.1 AW(IND) 0,276
100 0,36 9,4 17 0,4 40 < 1.5 23 77
170 0,52 16 26 0,49 52 < 1.0 36 120
@ 0 0 1.0 AW(WO) 0,006 0 3.3 AW(WO) 0,009 1.0 AW(WO) 0,004 0 1.0 AW(WO) 0,015 0
110 0,39 13 34 0,18 110 < 1.5 22 98
260 0,58 30 57 0,24 150 < 1.0 46 180
@ 0,096 0 2.0 AW(WO) 0,086 1.4 AW(IND) 0,113 1.6 AW(WO) 0,003 3.1 AW(WO) 0,208 0 1.3 AW(IND) 0,169 1.3 AW(WO) 0,069
190
2595
5000
45
110
-
0
< 35
< 91
-
0
46
120
-
< 0.05 0,56 0,51 1,3 0,9 1,2 1,1 0,96 0,67 0,64
< 0.035 0,56 0,51 1,3 0,9 1,2 1,1 0,96 0,67 0,64
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,1 0,06 0,2 0,08 0,14 0,06 0,09 0,06 0,05
< 0.035 0,1 0,06 0,2 0,08 0,14 0,06 0,09 0,06 0,05
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,66 0,17 0,97 0,5 0,61 0,35 0,42 0,3 0,26
< 0.035 0,66 0,17 0,97 0,5 0,61 0,35 0,42 0,3 0,26
7,9
7,9
0,88
0,88
0
4,3
4,3
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,002 0,001 < 0.001
< 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 0,0048 0,0024 < 0.0017
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026 < 0.0026
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019 < 0.0019
0,006
0,015
0
0,005
< 0.018
0
0,005
< 0.013
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
5.3 AW(IND) 0,166
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2.9 AW(WO) 0,073 0 0 0 0 0 0 0 -
0
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
maart ’21
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster MM1
Boringen 1+3 t/m 8+11
Diepte 0.0-0.5
Zintuiglijk -
>AW kobalt
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*
0.0-0.5
-
-
Industrie*
0.5-2.0
-
kobalt, lood, nikkel, PAK’s nikkel
-
MM3
2+9+10+ 13 +14+16 3+4
-
-
Industrie*
MM4
1+2
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5
9+13
0.4-0.6
-
-
Industrie*
MM6
11+12
0.0-0.5
-
-
Wonen*
MM7
2
0.7-0.9
puin, koolas cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK’s baksteen kobalt, kwik, lood, nikkel puin,koolas kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK’s
-
-
Industrie*
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
MM2
>T >I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.6 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kobalt, lood, nikkel (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM5 bevat een verhoogd gehalte cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM6 bevat een verhoogd gehalte kobalt, kwik, lood, nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De in de bovengrond verhoogd gemeten gehalten cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink en/of PAK’s (som 10) zijn mogelijk deels te relateren aan de zintuiglijk waargenomen puin/baksteenresten in het monstermateriaal. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
maart ’21
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
Ondergrondmonster MM7 bevat een verhoogd gehalte kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het in het ondergrondmonster MM7 verhoogd gemeten gehalte PAK’s (som 10) is mogelijk deels te relateren aan de zintuiglijk waargenomen puin- en koolas resten in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties.
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
maart ’21
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Klapstraat 185/185A te Westervoort
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 19 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 19: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie Parameters
OPID 25513408#21-M9715-Klapstraat 185 Westervoort 1152479 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 4 maart 2021 08:49 Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS N.B.
maart ’21
T
I
Monster 6634203 Pb1, 01-Pb 1: 230-330 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
250 < 0.2 <2 2,5 < 0.05 <2 3,8 <3 54
5.0 S -
0,348 0 0 0 0 0 0 0 0
325
600
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
203,5
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0