CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220208-rv-bestemmingsplan-klapstraat-209-211-bijlage-10-bijlage-7-bij-toelichting-archeologisch-onderzoek.pdf

Commissie Ruimte en Financien 8 februari 2022, gemeente WestervoortBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Klapstraat 209-211 Westervoort19.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Laagland Archeologie Rapport 720

Archeologisch bureauonderzoek

Klapstraat 209-211 , Westervoort, gemeente Westervoort (GD).

september 2021 Versie 2.1 (concept)

In opdracht van: Buro SRO

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 720

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort (GD) Auteur: Jeroen Wijnen

In opdracht van: Buro SRO

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: Jeroen Wijnen Autorisatie: Jeroen Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, september 2021 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v3

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in augustus en september 2021 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Klapstraat 209-211 te Westervoort. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een appartementengebouw en woonhuis. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de periode VroegeMiddeleeuwen tot Nieuwe-tijd. Onder een afdekking van een opgebrachte grondlaag en al dan niet een afgedekte dikke A-horizont zijn mogelijk archeologische niveaus bewaard gebleven in oeverafzettingen afkomstig van de Gelderse IJssel stroomgordel. De oeverafzettingen van de Gelderse IJssel zijn afgezet vanaf ca. 600 na Chr. Tussen 100 en 200 cm -mv liggen waarschijnlijk eolische afzettingen uit het Midden tot LaatWeichselien. De archeologische verwachting aan of dicht bij de pleistocene oppervlakte is middelhoog voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot VroegNeolithicum.

Er geldt een lage archeologische verwachting vanaf het MiddenNeolithicum tot Late-Bronstijd vanwege veengroei en een middelhoge verwachting voor de IJzertijd tot Vroege-Middeleeuwen. Eventuele archeologische resten vroeger dan de Vroege Middeleeuwen kunnen echter heel goed geërodeerd zijn toen het plangebied in het actieve stroomgebied van de IJssel lag. Het plangebied bevat waarschijnlijk archeologische resten. Echter, de kans dat deze door de voorgenomen bodemingrepen worden aangetast is zeer gering. Het terrein is opgehoogd en onder deze ophoging is een dikke A-horizont aanwezig. Onder het huidige pand lijkt tenminste een deel van de bodemopbouw te zijn verstoord tot tenminste 150 cm -mv en zijn eventuele archeologische resten al aangetast. De nieuwbouw is voornamelijk binnen de contouren van de huidige bebouwing voorzien. Het archeologisch niveau is op tenminste 100 cm -mv te verwachten. Voor de nieuwbouw is een fundering op palen voorzien, die tot onder het archeologische niveau zal worden aangelegd. Algemeen is de consensus dat een fundering op palen in een archeologievriendelijk bouwplan slechts een geringe schade aan het bodemarchief toebrengen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, uitgaande van de situatie binnen het plangebied.1 Een minimalisering van het aantal palen bestaat en maximaal 2% van de oppervlakte van de vindplaats in het plangebied bedraagt.

De afstand tussen de palen(rijen) gerekend van rand tot rand bedraagt minimaal 4 m. We adviseren daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Westervoort, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer J. Habraken

1

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2016.

Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Samenvatting ____________________________________________________ 3 1 Inleiding _____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek________________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 6 Administratieve gegevens ____________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 9 Geplande verstoring _______________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 10

2 Inventarisatie _________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding_________________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 12 Archeologie ______________________________________________________ 17

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.3.8 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________ 17 Waarnemingen _________________________________________________ 17 AMK-terreinen __________________________________________________ 18 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 18 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 18 vereniging _____________________________________________________ 19 Provinciale kennisagenda archeologie ________________________________ 19 Kaart provincie Gelderland ________________________________________ 20

Historie _________________________________________________________ 20

3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 26 3.1 3.2 3.3

Beantwoording verplichte onderzoeksvragen (bureauonderzoek) _____________ 26 verwachtingsmodel ________________________________________________ 28 Advies __________________________________________________________ 29

literatuur ______________________________________________________ 30 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 32 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 33 BIJLAGE 3 Aanvullende eisen voor bureauonderzoek, regio Arnhem _______ 34 BIJLAGE 4 Archeolandschappelijke kaart gemeente Westervoort _________ 36 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 38 BIJLAGE 6 Gemeentelijke archeologische beleidskaart __________________ 39 BIJLAGE 7 Bodemkaart __________________________________________ 41 BIJLAGE 8 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 42 BIJLAGE 9 Bouwtekeningen bestaand pand __________________________ 43 BIJLAGE 10 Bodemonderzoek (Vennegoor, 2021). _____________________ 50

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een appartementengebouw en woonhuis aan de Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Westervoort heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Klapstraat 209-211 in Westervoort, gemeente Westervoort (GD), zie onderstaande afbeelding. Het plangebied is gelegen op de hoek van de Klapstraat en Busserstraat. De Klapstraat loopt aan de noordwestzijde van het plangebied en de Busserstraat aan de noordoostzijde.

6

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Het plangebied heeft een omvang van circa 694 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Westervoort

Plaats

Westervoort

Beheerder/eigenaar grond

Jan Jansen

Toponiem

Klapstraat 209-211

Kadastrale perceelnummer(s)2

Gemeente Westervoort, Sectie C, nr. 1391

Laagland Archeologie projectnummer

WEKL211

Datum conceptrapportage

1-9--2021

Datum definitief rapport

2

kadastralekaart.com 7

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

XY-coördinaten

N: 195039/440343 O: 195065/440323 Z: 195048/440307 W: 195026/440331

Kaartblad3

40B

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

circa 694 m2

Complextype

Bewoning (incl. verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5100678100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek

Datum begin veldonderzoek

n.v.t.

Datum eind veldonderzoek

n.v.t.

Opdrachtgever

Buro SRO

Goedkeuring bevoegde overheid

nog niet beoordeeld

Bevoegde overheid

gemeente Westervoort

Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

J. Habraken

Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

Vroege-Middeleeuwen tot Nieuwe tijd

E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

3

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

In het plangebied staat momenteel een pand dat tot voor kort in gebruik was als horeca. Het pand heeft een kleine kelder onder de trap en een ondiepe kruipruimte.4 Het pand is gefundeerd op een strokenfundering (zie Bijlage 9 voor bouwtekeningen; huidige situatie). Er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.5 De bestaande horecabebouwing zal worden gesloopt. In plaats daarvan komt een nieuwbouwwoning en appartementengebouw. Deze bebouwing komt binnen de contouren van de huidige bebouwing. Er zijn geen gegevens bekend over het plangebied in bodemloket.6 Uit het (milieukundig) historisch onderzoek zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen.7 Bij het (milieukundig) bodemonderzoek is een sterke loodverontreiniging aangetroffen, die zich tot buiten het plangebied voortzet. Het grondwaterpeil lag op 2,0 m -mv (ca. 8,60 m +NAP). Wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden is in dit stadium nog onbekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie (links) en nieuwe situatie (rechts).

4

Pers.mededeling Jan Jansen van Jan Jansen Bouwkundig Adviseurs d.d. 28 augustus 2021. bron: gemeentelijke monumentenlijst 6 Bodemloket.nl 7 Vennegoor, 2021. 5

9

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

1.5 GEPLANDE VERSTORING De maximale diepte van de strokenfundering van het huidige pand ligt op ca. 90 cm -mv (ca. 100 cm -Peil). De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Het appartementengebouw en het woonhuis krijgen een fundering van funderingsbalken, die op funderingspalen zal worden gelegd. De funderingspalen zullen dieper worden aangelegd dan 100 cm mv. De diepte van deze paalfundering is nog niet bekend. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden dan 100 cm -mv.

1.6 GEMEENTELIJK BELEID

In het bestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming waarde archeologie 2. Archeologisch onderzoek is vereist indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 250 m² of meer dan 40 cm diep. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.7 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. De regio Arnhem stelt aanvullende eisen. Deze aanvullende eisen aan het bureauonderzoek zijn in de vorm van de volgende onderzoeksvragen:

10

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen binnen een afstand tot ca. 200 m vanaf de onderzoekslocatie? 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? 4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a.

bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens)

b.

de materiaalcategorie

c.

ouderdom

d.

ruimtelijke (geografische) verspreiding

e.

stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag)

f.

fragmentatie

g.

waarnemingsmethode

h.

interpretatie

5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.)hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 6. Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8. Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? 10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.).

11

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Uit Het onderzoeksgebied bevindt zich in het Midden-Nederlandse Rivierengebied. Dit gebied is opgebouwd uit afzettingen van Rijn en Maas uit het Weichselien (115.000 – 11.500 jaar geleden) en het Holoceen (11.500 jaar geleden – heden). De afzettingen van holocene rivieren worden gerekend tot de Formatie van Echteld. Dit pakket bestaat uit zand en klei. Het ligt op grofzandige pleistocene (370.000 – 10.150 jaar geleden) afzettingen behorend tot de Formatie van Kreftenheye of dekzanden van de Formatie van Boxtel.8 In de regio rondom Arnhem werd het pleistocene “Laagterras” ca. 4000 BP afgedekt met holocene rivierafzettingen door de stijging van de zeespiegel en de erosiebasis. Vanaf ca. 4000 BP vindt er veengroei plaats binnen de komgebieden, zo ook in het plangebied. Het Rivierengebied wordt gedurende het Holoceen van nature gekenmerkt door meanderende rivieren. Kenmerkend voor een meanderende rivier in een natuurlijke omgeving is de verplaatsing van haar meanders: aan de buitenbochten stroomt het water het snelst en vindt erosie van de oevers plaats; aan de binnenkant stroomt het water langzamer en vindt netto sedimentatie plaats. Bij overstromingen wordt buiten de rivierbeddingen sediment meegevoerd door het water. Het grofste en zwaarste sediment (zand, zandige klei, zeer siltige klei) bezinkt het eerst en het dichtst bij de rivierbedding en vormt oeverwallen.

Het fijnere en lichtere sediment (siltarme klei) bezinkt verder van de waterloop en vormt de komgronden. De komgebieden waren meestal relatief laaggelegen, drassig en vaak niet geschikt voor bewoning. Vanwege het drassig milieu kon naast de sedimentatie van siltarme klei ook veengroei optreden in de komgebieden (broekgebieden). De oeverwallen lagen hoger en werden vaak intensief bewoond.9 Op de paleografische kaart (zie afbeelding 3) ligt het plangebied tussen 9000 v Chr. en 5500 v Chr. in een dekzandgebied. Vanaf 3850 v Chr. ligt het plangebied in een

8 9

Berendsen en Stouthamer, 2001. Berendsen, 1997. 12

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

zone met veen. Het plangebied lag toen in een komgebied.10 Op de overgang Pleistoceen-Holoceen veranderden de rivieren van vlechtend in meanderend, waarbij de rivierafvoer zich concentreerde in één insnijdende hoofdgeul. Door de sterke insnijding van de meanderende rivieren (erosief rivierensysteem) aan het begin van het Holoceen overstroomden grote delen de voormalige riviervlakte niet meer of slechts sporadisch. Sedimentatie vond vooral plaats in de onmiddellijke nabijheid van de rivieren. In gebieden op grotere afstand van de actieve riviersystemen (de komgebieden) was de sedimentatie vanuit de insnijdende rivieren gering of zelfs geheel afwezig. In de omgeving van het plangebied kon in deze komgebieden dan ook veengroei optreden. Op de paleogeografische kaart van 1500 voor Chr. heeft het broekveengebied plaatsgemaakt voor een riviervlakte. Vervolgens is vanaf circa 1100 voor Chr. (begin Subatlanticum/Late-Bronstijd) de Rijn ter hoogte van Westervoort geleidelijk overgegaan van een insnijdend en erosief systeem naar een accumulerend systeem. De situatie blijft tot zeker 800 na Chr. hetzelfde. Vanaf 1500 na Chr. is het op de paleografische kaart ingedijkt. De bedijking is rond 1050 na Chr. begonnen. De dijkring van het gebied is in 1328 gesloten.11

Afbeelding 3. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 – 1500 na Chr. (naar Vos e.a., 2013). In DINO-loket is boring B40B0825 geraadpleegd, gelegen op ca. 370 meter ten noorden van het plangebied (zie bijlage 10). De boring is gezet tot een diepte van 4,8 m -mv met een maaiveld op 10,5 meter +NAP. Vanaf 4,2 m -mv zijn zanden van de Formatie van Boxtel aangetroffen. Vervolgens is vanaf 3,5 meter -mv een veenlaag behorende tot de Formatie van Nieuwkoop aangetroffen. De veenlaag is afgedekt met een 3,5 m dik pakket rivierafzettingen van de Formatie van Echteld. Vanaf 3,4 m -mv is een 10 cm dikke kleilaag aanwezig die is afgedekt met een dik pakket zand. Deze zandlaag is vanaf 1,8 m -mv aangetroffen. Vanaf 1,6 m -mv ligt een matig grove zandlaag die wordt opgevolgd door een dik afwisselend matig tot zwak siltig kleipakket dat ongeveer vanaf het maaiveld aanwezig is.

10 11

Goossens, 2011. Goossens, 2011. 13

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Op de archeologische landschappenkaart van de gemeente (zie bijlage 5) ligt het plangebied op overslaggronden van > 100 cm dik. De overslaggronden liggen op oeverafzettingen van de Gelderse IJssel. Voor de overslaggronden geldt een hoge archeologische verwachting. De resten zijn afgedekt en daardoor mogelijk goed geconserveerd. De provincie Gelderland hanteert een andere landelijke geomorfologische kaart die gedeeltelijk afwijkt (zie afbeelding 4). Op deze kaart ligt het noordwesten van het plangebied op een rivieroeverwal en het oosten van het plangebied op een rivierkom en oeverwalachtige vlakte. Ten noorden buiten het plangebied ligt de ongekarteerde bebouwde kom van Westervoort en ten oosten ligt een rivierkomvlakte.

Afbeelding 4. Geomorfologische kaart Nederland en legenda van archeologische landschappelijke eenhedenkaart gemeente Westervoort. Bron: geoportaal.gelderland.nl en RAAP-rapport 2249. Op de paleogeografische kaart van stroomgordels in het rivierengebied ligt het plangebied op een (voormalige) overstromingsvlakte.12 Wel zijn er oeverafzettingen van de Gelderse IJssel binnen het plangebied. Deze zijn te verwachten op meer dan 1 m -mv, onder een afdekking van overslaggronden. De binnendijkse stroomgordelafzettingen van de Gelderse IJssel zijn vermoedelijk ontstaan in de periode tussen de 6e eeuw na Chr. en het moment van bedijking en betreft voornamelijk een relatief brede zone met oever- op komafzettingen.13 In 1328 na Chr. werd de dijkring van de Liemers, het gebied rond Westervoort afgerond.14 De boven beschreven overslaggronden zijn dan weer na de bedijking afgezet. Na de bedijking bleek het steeds moeilijker om de rivier tussen de dijken te beheersen. 15 Vanaf de 17de eeuw vonden steeds meer dijkdoorbraken plaats. Op de plekken waar het water met kracht over en door de dijk brak ontstonden kolken of waaien. Meerdere waaien langs de Westervoortse bandijk herinneren aan overstromingen.

12

Cohen, 2012. Goossens, 2011. 14 Goossens, 2011. 15 Gelder Genootschap, 2016 13

14

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Afbeelding 5. Boring 6 van het (milieukundig bodemonderzoek. Bron: Vennegoor, 2021. De binnen het plangebied aangetroffen bodemopbouw bij (milieukundig) bodemonderzoek (zie Bijlage 10) bestaat tot 0,5 m -mv uit beigebruin tot donkerbruin, zeer fijn, zwak tot matig siltig, en/of zwak humeus zand,16 dat mogelijk uit overslaggronden bestaat en anders is opgebracht. In andere boringen varieert de

16

Vennegoor, 2021. 15

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

dikte van dergelijke lagen van 50 tot 100 cm dikte. Omdat deze lagen in de andere boringen bijmengingen hebben zoals beton en kolengruis gaat het waarschijnlijk om opgebrachte grond. Vanaf 0,5 m-mv tot circa 2,2 m-mv (ca. 10,10 tot 8,40 m +NAP)17 is matig zandige, zwak humeuze klei aanwezig. De bovenste 50 cm van de zwak humeuze, matig zandige klei is donkerbruin en representeert waarschijnlijk een afgedekte A-horizont. In andere boringen waar de dikke A-horizont aanwezig is onder opgebrachte grond bereikt deze een dikte van 120 à 150 cm -mv. Als zou blijken dat er in deze dikke A-horizont veel archeologische indicatoren zoals houtskool, baksteen, fosfaatvlekken, bot, aardewerkfragmenten en metaal bevat zou deze voldoen aan een oude woongrond. Op basis van de overige boringen is deze dikke A-horizont verder afwezig en ligt de opgebrachte grond direct op de ondergrond. Onder het huidige pand is een deel van de bodemopbouw tot tenminste 150 cm -mv verstoord (klei met grindbijmenging). Vanaf 1,0 m tot 2,2 m -mv bestaat het kleipakket uit neutraalbruin, zwak humeuze, matig zandige klei, die waarschijnlijk oeverafzettingen representeert. Daaronder tot eind van boorprofiel 3,5 m-mv bestaat de bodem uit neutraal bruingrijs, matig fijn, zwak siltig zand. Deze afzettingen representeren mogelijk Laatglaciale rivierduinafzettingen.

Afbeelding 6. Zandbanenkaart provincie Gelderland Bron: gelderland.maps.arcgis.com. Volgens de zandbanenkaart (zie bovenstaande afbeelding) van de Provincie Gelderland ligt het plangebied in een verstoorde zone vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Westervoort. De ondergrond van het plangebied is dan ook niet gekarteerd. Direct ten oosten en noordwesten ligt de top van eolisch zand tussen 1,0 - 2,0 m-mv. Ten westen van de bebouwde kom ligt de top van het zand (beddingafzettingen) van bedijkte rivieren tussen 1,0 - 2,0 m-mv. Deze eenheid wordt doorsneden door geulen waar de top van de beddingafzettingen op een diepte liggen van 2,0 – 3,0 m -mv liggen, waarschijnlijk door erosie. Een van deze eenheden wordt ook binnen het plangebied verwacht.

17

Volgens het AHN is de maaiveldhoogte ter hoogte van boring 6 ca. 10,60 m +NAP. 16

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 5, is te zien dat het plangebied op een stroomrugglooiing ligt. Het plangebied ligt op het AHN op een gemiddelde hoogte van ca. 10 á 11 meter +NAP. Vanwege de ligging in de bebouwde kom wordt het terrein gemaskeerd door de bebouwing en kunnen alleen grootschalige landschapseenheden aan de hand van het AHN gekarakteriseerd worden. Bodem Bodemkundig (bijlage 7) ligt het plangebied binnen de bodemeenheid kalkhoudende poldervaaggronden van zware zavel en lichte klei met een profielverloop 5 (Rn95A). Profielverloop 5 bestaat uit homogene, aflopende en oplopende profielen. 18 Poldervaaggronden zijn sterk – zwak siltige klei of zavelgronden zonder duidelijke bodemvorming. Ze kunnen kalkhoudend of kalkloos zijn. De gronden zijn geheel gerijpt. In het onderzoeksgebied zijn nog drie bodemtypes geregistreerd: kalkhoudende ooivaaggronden van lichte zavel (Rd10A), kalkhoudende poldervaaggronden van zware klei met profielverloop 3, of 3+4, of 4 (Rn66A) en kalkhoudende poldervaaggronden van zware klei met profielverloop 3, of 3+4, of 4 (Rn46A). Kalkhoudende ooivaaggronden worden voornamelijk aangetroffen op stroomruggen en in uiterwaarden in het rivierengebied. De gronden bestaan uit goed gehomogeniseerde zavel- en kleigronden zonder roestvlekken.

Ooivaaggronden hebben een goede interne drainage van het bodemprofiel en worden naar onder meestal lichter van kleur.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 8 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het onderzoeksgebied zijn een aantal bekende waarden geregistreerd. Bij Joris Habraken is op 20 augustus 2021 en bij Jan Verhagen is op 23 augustus 2021 navraag gedaan over nieuwe vondsten of vondsten die waarschijnlijk (nog) niet geregistreerd staan in ARCHIS. Joris Habraken wist te vertellen dat het plangebied geen verwachting heeft voor WOII-resten. Verder zijn hem geen nieuwe vindplaatsen bekend. Tot nu toe is er geen reactie van Jan Verhagen binnengekomen. Bij een eerder onderzoek aan de Klapstraat 185-185a te Westervoort is op 6 januari 2021 al informatie binnengekomen over een vindplaats. Deze informatie wordt onder beschreven in paragraaf 2.3.6.

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn twee waarnemingen bekend: Waarnemingsnummer 10183417; registratie ligt op circa 250 meter ten zuidwesten van het plangebied. De waarneming betreft één keramische vondst uit het booronderzoek met zaakidentificatie 4765047100. De vondst bestaat uit een grijs baksel, mogelijk een fragment aardewerk uit de Nieuwe tijd.

18

STIKOKA, 1991 17

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Waarnemingsnummer 1111828; registratie ligt op circa 470 m ten zuiden Voormalige havezate Lenzenburg. Bestaat nog in gewijzigde vorm. In 1503 wordt Wychart Cloek bewoner van Lensenburg. Het huis werd vermoedelijk in de 16e eeuw gebouwd. Beschrijving in De Liemers: Gedenkboek Van Heek - Complextype moated site. Waarnemingsnummer 1253649 - circa 220 m ten noordoosten – bij een booronderzoek is een archeologisch spoor gevonden met houtskoolspikkels onder een dikke A-horizont (oude cultuurlaag). Bij het vervolgonderzoek door middel van proefsleuven waren in het vlak twee sporen zichtbaar. Dit betreft een dierbegraving en een recente verstoring (waarneming 1253632). In de dierbegraving is één fragment roodbakkend aardewerk aangetroffen, die het spoor dateert vanaf 1600. In de recente verstoring is onder andere een granieten aanrechtblad en beton aangetroffen. Het spoor dat is aangetroffen betreft een spoor dat past bij het historische gebruik van het plangebied als boerenerf. Het gebrek aan andere sporen en vondstmateriaal wijst erop dat er binnen het plangebied geen archeologische resten te verwachten zijn en dat er dus geen vindplaats aanwezig is binnen het plangebied.

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen (= Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied staan geen AMK-terreinen geregistreerd.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART De gemeente heeft geen archeologische verwachtingskaart, maar maakt gebruik van een archeologische beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart (bijlage 6) ligt het plangebied in een zone met een beleidszone 2, met vrijstellingsgrens oppervlakte tot 200 m² en vrijstellingsdiepte tot een diepte van 40 cm.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 8. Zaakidentificatienummer 230323710019 betreft een booronderzoek op circa 100 meter ten zuidwesten van het plangebied. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied voornamelijk bestaat uit (zware) zavel op klei. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Zaakidentificatienummer 476504710020 betreft een booronderzoek op circa 150 meter ten zuidwesten van het plangebied. In het plangebied zijn overslaggronden aangetroffen. Onder de overslaggronden ligt op twee plaatsen een oude bouwvoor.

19 20

Boekema, 2010. Barth, 2020. 18

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Deze afzettingen liggen op oever- en komafzettingen en rivierduinafzettingen. In de verschillende pakketten zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Zaakidentificatienummer 493157510021 Er is een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd op ca. 200 m ten noordoosten. Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting voor de periode Vroege-Middeleeuwen tot Nieuwe-tijd. Binnen het plangebied zijn oude woongronden al dan niet afgedekt door subrecent opgebrachte grond, in oeverafzettingen aangetroffen bij het booronderzoek. In de dikke A-horizont van de oude woongronden, direct daaronder in de oeverafzettingen vanaf 70 à 120 cm -mv (9,13 à 10,24 m +NAP) en in laklagen die voorkomen vanaf 110 à 140 cm -mv (8,93 à 9,20 m +NAP) zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Verder is vanaf 60 tot 120 cm -mv (8,95 tot 9,55 m + NAP) een archeologisch spoor aangetroffen in boring 3. Op basis van het booronderzoek is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek (Zaakid. nr. 5075730100) zijn vier proefsleuven aangelegd.22 In de eerste proefsleuf aan de noordzijde bevond zich een dierenbegraving uit de Nieuwe tijd. In put 2 is een recente verstoring aangetroffen. Overige sporen zijn niet aangetroffen.

Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven ten aanzien van het omgevingsaspect ‘archeologische waarden’ en bij de vergunningverlening geen verdere voorwaarden te stellen ten aanzien van bodemroerende werken binnen het plangebied Zaakidentificatienummer 2010762100 – ca. 460 m ten zuidwesten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd. Er zijn geen aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen aangetroffen.23 Om die reden is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

2.3.6 VERENIGING Op 16 maart 1988 vond de heren Lorijn, Kaanders en van Balen diverse archeologische vondsten op circa 300 meter ten zuiden van het plangebied (zie bijlage 9). De vondsten betroffen één fragment Badorf met radstempelversiering (8e – 9e eeuw, Vroege-Middeleeuwen), één fragment vroege kogelpot (11e eeuw, VolleMiddeleeuwen), twee fragmenten kogelpot, één fragment proto-steengoed en vijftien fragmenten steengoed (12e eeuw, 13e eeuw en 14e – 15e eeuw, Late-Middeleeuwen) en diverse fragmenten steengoed en (industrieel) aardewerk en één duit uit 1754 (16e – 20e eeuw Nieuwe tijd).24

2.3.7 PROVINCIALE KENNISAGENDA ARCHEOLOGIE In de provinciale kennisagenda archeologie is voor het rivierengebied het basisthema wonen in een dynamisch landschap geïnventariseerd. Binnen het basisthema bestaat een onderscheidt tussen vier topthema’s. De thema’s zijn; Aan de rand van een wereldrijk. De fysieke overblijfselen van de Romeinse Limes in Gelderland (1) Grens en front (2) Het rituele landschap (3) en Riviereconomie (4).25 De betreffende

21

Barth, 2020. Hendriks en Oude Rengerink, 2021. 23 Boer, 2000. 24 Kort verslag WeKa 1988, ontvangen van de heer Verhagen, AWN afdeling 17 op 6-1-2021 voor het bureauonderzoek en karterend booronderzoek aan de Klapstraat 185-185a. 25 Bruning, 2012. 22

19

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

thema’s hebben betrekking op een vindplaats. In het huidige stadium is nog geen vindplaats geïdentificeerd.

2.3.8 KAART PROVINCIE GELDERLAND Op digitale provinciale kaart van Gelderland is het gehele Gelderse rivierengebied geselecteerd als archeologische parel. Binnen het plan- en onderzoeksgebied zijn, afgezien van de bebouwde kom van Westervoort na, verder geen aanvullende gegevens geregistreerd.26

2.4 HISTORIE27

In historische bronnen wordt Westervoort voor het eerst vermeld in 762 na Chr. De Utrechtse bisschop Willibrord benoemde Werenfried met de zorg over Elst en Westervoort. De bevolking leefde van landbouw en veeteelt. De behuizingen varieerden van schamele daghuurdershuisjes via een meerderheid aan pachthoeven tot de grote bezittingen, zoals de havezaten Hamerden, Vredenburg, Lensenburg en Emmerik.28 De dijkring van de Liemers is in 1328 gesloten.29

Afbeelding 7. Uitsnede Hottingerkaart 1790

26

Bronlink: Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie (gelderland.nl). Op 30 augustus 2021 is informatie aangevraagd bij Henk Schoneveld. Tot nu toe is nog geen informatie 28 Bron: hkwestervoort.nl. 29 Goossens, 2011. 27

20

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Op de Hottingerkaart uit 1790 ligt het plangebied aan een weg (afbeelding 7), de huidige Klapstraat. Op ca. 200 m ten noordwesten staat een wiel of waay aangegeven. Dit is de Gaeymanswaai, later Wissinkswaai genoemd, die ontstaan is bij een dijkdoorbraak vóór 1657.30 Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)31 is het plangebied onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) voornamelijk aangeduid als bouwland. Langs de huidige Klapstraat (noordwestelijke strook van het plangebied) lag een strook wilgenbos. Aan de overzijde van de huidige Klapstraat was een lintbebouwing gelegen.

Afbeelding 8. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Lichtgroen: weiland, bruin: bouwland, groen: boomgaard, donkergroen: bos/opgaand hout, geel: onverharde weg. flets groen: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1868 (zie afbeelding 9) is het plangebied onbebouwd en in gebruik bouwland en mogelijk boomweide bestaande uit wilgen. Het deel van het plangebied dat volgens de OAT van de kadastrale minuut van ca. 1832 als wilgenbos staat aangegeven, staat op de topografische kaart van 1868 aangegeven als een weinig dicht met bomen begroeide strook. Aan de noordwestzijde ligt de huidige Klapstraat en aan de noordoostzijde loopt een pad waar nu de huidige Busserstraat is gelegen.

30 31

Gelders Genootschap, Sector Cultuurhistorie, 2016. bron: hisgis.nl 21

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1868. Bron: topotijdreis.nl. Vanaf de topografische kaart van 1893 staat binnen het plangebied een woonhuis aangegeven. Aan de overzijde is de lintbebouwing verdicht en staan de (vrijstaande) huizen dicht op elkaar. Dit pand is dan de enige bebouwing aan straatzijde van het plangebied.

22

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1893. Bron: topotijdreis.nl. Deze situatie veranderd in ieder geval niet wezenlijk tot de topografische kaart van 1906. Vanaf dan is er ook aan de Klapstraat aan de zijde van het plangebied een dichtere lintbebouwing gekomen. Op de topografische van 1921, de situatie dan komt overeen met die van 1921 is de lintbebouwing aan de Klapstraat te zien (zie afbeelding 11). Volgens het Basisregister Adressen en Gebouwen is het huidige pand gebouwd in 1920. In 1938 is het pand vanaf de Klapstraat naar achteren uitgebreid en is een schuur achter op het terrein gebouwd (zie Bijlage 9). De schuur is later weer verdwenen. In ieder geval vanaf de topografische kaart van 1968 (niet afgebeeld) is de schuur verdwenen en is het pand uitgebreid. De vorm van de huidige bebouwing is goed aangegeven vanaf de topografische kaart van 1988 (niet afgebeeld). Tot ongeveer die tijd lag het plangebied in landelijk gebied. Vanaf de topografische kaart van 1994 maakt het plangebied deel uit van een woonwijk. In de periode van eind jaren ‘80/begin jaren ‘90 is ook de Busserstraat aangelegd. Vanaf die tijd zijn geen wezenlijke zaken meer veranderd in het plangebied en zijn directe omgeving.

23

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1921. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart van 1962. Bron: topotijdreis.nl.

24

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Afbeelding 13. Uitsnede uit de topografische kaart van 1962. Bron: topotijdreis.nl.

25

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 BEANTWOORDING VERPLICHTE ONDERZOEKSVRAGEN (BUREAUONDERZOEK) Het Beantwoording van de verplichte onderzoeksvragen zoals aangegeven in Handboek archeologisch bureauonderzoek 2017:

a.

Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen binnen een afstand tot ca. 200 m vanaf de onderzoekslocatie?

Onder de bouwvoor of eventuele ophogingslaag ligt de natuurlijke ondergrond. Er liggen oeverafzettingen van de Gelderse IJssel. In het plangebied zijn er volgens de archeolandschappelijke kaart overslagafzettingen >100 cm aanwezig. Op basis van (milieukundig) bodemonderzoek zijn binnen het plangebied echter geen overslagafzettingen aanwezig. Wel zijn er opgebrachte lagen/verstoorde lagen van 50 tot 100 cm dikte op basis van bijmengingen zoals kolengruis en beton. Onder de opgebrachte grond bevindt zich vaak een dikke A-horizont aangetroffen tot 100 tot 150 cm -mv, die met archeologische indicatoren zoals houtskool, fosfaatvlekken, aardewerkfragmenten zou voldoen aan een oude woongrond. Verder is een dikke Ahorizont afwezig en liggen opgebrachte lagen direct op een ondergrond bestaande uit oeverafzettingen. Onder het huidige pand lijkt een deel van de bodemopbouw tot tenminste 150 cm -mv te zijn verstoord. De natuurlijke ondergrond, waarin archeologische niveaus aanwezig kunnen zijn bevindt zich op 100 tot >150 cm -mv, al dan niet onder een dikke A-horizont. Onder de oeverafzettingen worden tussen 1 en 2 m -mv zanden (beddingafzettingen of eolische afzettingen) verwacht. Binnen het plangebied gaat het waarschijnlijk om eolische afzettingen uit het Pleistoceen. De oeverafzettingen van de Gelderse IJssel zijn jonger dan 600 na Chr. b.

Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?

Vanaf 100 tot >150 cm diepte liggen oeverafzettingen afkomstig van de IJssel stroomgordel, deze dateren na 600 na Chr. Daaronder liggen waarschijnlijk eolische afzettingen uit het Midden- tot Laat-Weichselien tussen 100 en 200 cm -mv. c.

Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest?

Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Westervoort. Op de eerste historische kaart uit 1790 staat het plangebied aan een weg aangegeven. Op deze vrij generalistische kaart staan geen bebouwingsconcentraties aangegeven in het 26

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

plangebied en zijn directe omgeving. Op de kadastrale minuut van 1832 bevindt zich in een strook wilgenbos en verder bouwland. In de directe omgeving zijn overwegend bouwlanden. De eerste bebouwing binnen het plangebied staat vanaf de topografische kaart van 1893 aangegeven. Het gebied ligt binnen de bedijking en behoorde tot de jaren ‘80/’90 tot het landelijk gebied. Vanaf die tijd ligt het plangebied in een woonwijk. Het oudste gedeelte van het huidige pand is gebouwd in 1920 en later meerdere keren verbouwd en uitgebreid. De woonwijk waarin het plangebied is gelegen en de Busserstraat grenzend aan de noordoostzijde van het plangebied zijn in de jaren ‘80/’90 aangelegd. d.

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend?

In het onderzoeksgebied zijn waarnemingen bekend uit de Nieuwe tijd. Waarnemingen uit vroegere perioden zijn niet met zekerheid bekend. De oeverafzettingen binnen het plangebied behoren tot de IJsselstroomgordel en dateren na 600 na Chr. Het plangebied ligt binnen de bedijking die in 1328 gesloten. e.

Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied?

Mogelijk heeft in de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd erosie plaatsgevonden toen een dijkdoorbraak plaatsvond. Bij deze dijkdoorbraak zijn overslaggronden tot afzetting gekomen tot in/nabij het plangebied. Afgaande op de gegevens van het milieukundig bodemonderzoek zijn geen overslaggronden aangetroffen binnen het plangebied. Voor de bedijking van de Gelderse IJssel kwamen oeverafzettingen tot afzetting. f.

Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied?

Vanwege de voormalige agrarische functie heeft er grondbewerking plaatsgevonden. Later is het terrein bebouwd. Afgaande op de gegevens uit het bodemonderzoek is het terrein binnen het plangebied subrecent opgehoogd en onder de huidige bebouwing deels verstoord. g.

Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten?

Het terrein is opgehoogd. Deze ophoging lag in een boringen van het bodemonderzoek op een dikke A-horizont en in een aantal boringen direct op de natuurlijke ondergrond bestaande uit oeverafzettingen. Mogelijk representeert de dikke A-horizont een oude woongrond. Vanwege het landbouwkundig gebruik heeft mogelijk grondbewerking plaatsgehad. Mogelijk is materiaal van elders op het bouwland gebracht door de bemesting. Omdat er overslaggronden in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn, heeft mogelijk erosie plaatsgevonden. Voor de bedijking van de omgeving van het plangebied heeft een geleidelijke opslibbing van oeverafzettingen plaatsgevonden na ca. 600 na Chr. door de IJssel. Om die reden kunnen er meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn. Vondstniveaus zijn dan vooral te vinden in/net onder laklagen, die ontstaan zijn in een langere periode van non-depositie.

27

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

h.

Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen?

De eventuele aard en aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen zijn binnen het huidige stadium van bureauonderzoek niet met zekerheid vast te stellen, waarschijnlijk bevindt zich het complextype bewoning (incl. verdediging) binnen het plangebied. i.

Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek?

Archeologische resten manifesteren zich voornamelijk door vondstconcentraties (voornamelijk aardewerk, vuursteen, houtskool) en archeologische lagen. j.

Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden. Doel van de verzamelde gegevens is om een inhoudelijk onderbouwde keuze voor de inzet van bepaalde zoekstrategie mogelijk te maken. Soms is dat niet mogelijk op basis van bureauonderzoek alleen en moet er in het veld aanvullende informatie worden verzameld teneinde de vragen te kunnen beantwoorden. Dit wordt de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek (IVO) genoemd. Dit kan een verkennend- of karterend booronderzoek behelzen en vormt in feite een inhoudelijke aanvulling op het bureauonderzoek

De natuurlijke ondergrond, waarin archeologische niveaus aanwezig kunnen zijn bevindt zich op 100 tot 150 cm -mv, al dan niet onder een dikke A-horizont. Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd. De nieuwbouw is binnen de contouren van de huidige bebouwing voorzien. De aanlegdiepte van de funderingsbalken is niet dieper dan 100 cm -mv. De archeologische verwachting is hoog, maar het archeologische niveau bevindt zich op grote diepte (tenminste 100 cm -mv). Omdat voor een fundering op palen een archeologievriendelijk bouwplan kan worden opgesteld, is een vervolgonderzoek op basis van de huidige gegevens weinig zinvol.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de periode Vroege-Middeleeuwen tot Nieuwe-tijd. Onder een afdekking van een opgebrachte grondlaag en al dan niet een afgedekte dikke A-horizont zijn mogelijk archeologische niveaus bewaard gebleven in oeverafzettingen afkomstig van de Gelderse IJssel stroomgordel. De oeverafzettingen van de Gelderse IJssel zijn afgezet vanaf ca. 600 na Chr. De hoge verwachting voor de perioden vanaf de Vroege-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd is gebaseerd op de bedijking vanaf ca. 1050 na Chr. Vanaf deze periode is het aannemelijk dat het onderzoeksgebied in gebruik is genomen en zijn archeologische resten binnen het plangebied te verwachten. Op 100 en 200 cm -mv liggen waarschijnlijk eolische afzettingen uit het Midden tot Laat-Weichselien. De archeologische verwachting aan of dicht bij de pleistocene oppervlakte is middelhoog voor archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum, laag vanaf het Midden-Neolithicum tot Late-Bronstijd vanwege veengroei en middelhoog voor de IJzertijd tot Vroege-Middeleeuwen. De resten vanaf de Vroege Middeleeuwen liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld, de bouwvoor of een eventuele ophogingslaag, of tot een grotere diepte in de oeverafzettingen. Resten vanaf de 28

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

IJzertijd tot Vroege Middeleeuwen zijn onderin de oeverafzettingen of net onder de oeverafzettingen te verwachten. Archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum zijn bovenin de pleistocene ondergrond te verwachten. Eventuele archeologische resten vroeger dan de Vroege Middeleeuwen kunnen echter heel goed geërodeerd zijn toen het plangebied in het actieve stroomgebied van de IJssel lag.

3.3 ADVIES

Het plangebied bevat waarschijnlijk archeologische resten. Echter, de kans dat deze door de voorgenomen bodemingrepen worden aangetast is zeer gering. Het terrein is opgehoogd en onder deze ophoging is een dikke A-horizont aanwezig. Onder het huidige pand lijkt tenminste een deel van de bodemopbouw te zijn verstoord tot tenminste 150 cm -mv en zijn eventuele archeologische resten al aangetast. De nieuwbouw is voornamelijk binnen de contouren van de huidige bebouwing voorzien. Het archeologisch niveau is op tenminste 100 cm -mv te verwachten. Voor de nieuwbouw is een fundering op palen voorzien, die tot onder het archeologische niveau zal worden aangelegd. Algemeen is de consensus dat een fundering op palen in een archeologievriendelijk bouwplan slechts een geringe schade aan het bodemarchief toebrengen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, uitgaande van de situatie binnen het plangebied.32 Een minimalisering van het aantal palen bestaat en maximaal 2% van de oppervlakte van de vindplaats in het plangebied bedraagt. De afstand tussen de palen(rijen) gerekend van rand tot rand bedraagt minimaal 4 m. We adviseren daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie.

De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Westervoort, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer J. Habraken Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

32

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2016. 29

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

literatuur

Barth, R., 2020. Klapstraat 233, Westervoort, gemeente Westervoort: een bureauen inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase, Bureau voor Archeologierapport 874. Utrecht. Berendsen H.J.A., & E., Stouthamer, 2001: Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse delta, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Boekema, Y., 2010. Klapstraat 192-196 te Westervoort, Grontmij (nu Sweco) archeologierapport 996. Arnhem. Boer, G. de, 2000: Plangebied Hondsbroekse Pleij, gemeente Westervoort; een Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI-I). RAAP-rapport 570. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Bruning, L., 2012. Integrale Kennisagenda Archeologie Provincie Gelderland. Onbekend. Cohen, K.M. , E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts (2012) Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht Gelder Genootschap, 2016: Gemeente Westervoort Cultuurhistorische waardenkaart met toelichting.

Goossens, E., 2011: Archeologische monumentenzorg in de gemeente Westervoort. RAAP-rapport 2249. Hendriks, N. en H. Oude Rengerink, 2021: Inventariserend veldonderzoek proefsleuven Klapstraat 185 te Westervoort, gemeente Westervoort (GD). Laagland Archeologie Rapport 664 Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2016: Handreiking archeologievriendelijk bouwen. Amersfoort. STIBOKA, 1991. Bodemkaart van Nederlandschaal, Algemene begrippen en indelingen, Wageningen University, Wageningen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Vennegoor, E., 2021: Klapstraat 209-211. Projectcode P01870.

30

Archeologisch bureauonderzoek Klapstraat 209-211 te Westervoort, gemeente Westervoort, Gelderland

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 27-8-2021 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 27-82021 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 27-8-2021 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 26-8-2021 verwachting. Bron: gemeente Westervoort. Geraadpleegd op 27-8-2021

31

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

32

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

33

BIJLAGE 3 AANVULLENDE EISEN VOOR BUREAUONDERZOEK, REGIO ARNHEM

34

Bronnen De archeologische verwachtings- en beleidskaarten

Verplicht

zie bijlage 6

Beheerder of eigenaar perceel

Verplicht

Archeologische Werkgroep Nederland (AWN) –

Verplicht

Nagevraagd bij opdrachtgever een aanvullende gegevens Reactie verwerkt in 2.3.6.

Historische Vereniging

Verplicht

Geen reactie

Archis Kaart Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie van de provincie Gelderland

Verplicht

Zie bijlage 8

Verplicht

Provinciale kennisagenda’s

Verplicht

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Verplicht

Zie 2.3.8. Kaart provincie Gelderland Zie 2.3.7. provinciale kennisagenda archeologie Zie bijlage 5

Gelders Archief

Verplicht

Geen informatie beschikbaar

Dinoloket

Verplicht

Bodemloket

Verplicht

Bodem-, geologische- en geomorfologische kaarten

Verplicht

Grondwaterstand

Indien aanwezig: verplicht Indien aanwezig: verplicht Indien aanwezig: verplicht Verplicht

Zie 2.2 landschappelijke ontwikkeling Zie 1.4 huidige en toekomstige situatie. Zie afbeelding 3, 4 en 6 & bijlage 4 en 7. Zie 1.4 huidige en toekomstige situatie.

afdeling 17

Rapport milieukundig onderzoek Historisch onderzoek grondvervuiling Historische kaarten

Zie 2.2 landschappelijke ontwikkeling Zie 1.4 huidige en toekomstige situatie. Zie 2.4 historie n.v.t.

De nationale Onderzoeksarenda Archeologie

verplicht voor buitengebied verplicht voor buitengebied verplicht voor buitengebied facultatief

Gelderland in beeld

facultatief

-

Kaart ontgrondingen

facultatief

-

KLIC-melding Airborne museum, Dotkadata, Platform Bodemonderzoek Tweede Wereldoorlog, Beeldbank WOII, WatWasWaar, Defensie en Aircraft research group Achterhoek

facultatief

-

facultatief

-

Luchtfoto’s Historisch onderzoek explosievenopruimingsbedrijf DANS EASY

n.v.t. n.v.t. -

35

BIJLAGE 4 ARCHEOLANDSCHAPPELIJKE KAART GEMEENTE WESTERVOORT

Zie bijlage op volgende pagina

36

37

BIJLAGE 5 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

38

BIJLAGE 6 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART

39

40

BIJLAGE 7 BODEMKAART

bodem

41

BIJLAGE 8 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

42

BIJLAGE 9 BOUWTEKENINGEN BESTAAND PAND

43

Situatie tot 1938

44

Situatie vanaf 1938

45

46

47

Huidige situatie

48

49

BIJLAGE 10 BODEMONDERZOEK (VENNEGOOR, 2021).

50

Bodemonderzoek

Klapstraat 209-211 Westervoort

Bodemonderzoek Klapstraat 209-211 Westervoort

Colofon Titel:

Bodemonderzoek Klapstraat 209-211 Westervoort

Projectcode: Referentie: Versie: Datum: Auteur:

P01870 210420_134236 Definitief 2 augustus 2021 Eefke Vennegoor

Opdrachtgever:

Jan Jansen Bouwkundig Adviseurs

Opdrachtnemer:

Telefoon: Email: Website:

Greenhouse Advies BV Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl

Contactpersoon: Telefoon: Email:

Frans Egers 06 15290174 frans.egers@greenhouse-advies.nl

Paraaf vrijgave

Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☐ indicatief ☒ NEN 5740 ☒ NEN 5707 ☒ Afperking Maatwerk BRL-protocol ☒ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☒ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☒ 2018 (asbest in grond)

Projectcode: P01870 Versie: Definitief

Bodemonderzoek Klapstraat 209-211 Westervoort

Inhoudsopgave 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding en doel ............................................................................................................................. 4

1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid .............................................................................................. 4

1.3

Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4

2

Vooronderzoek .................................................................................................................................. 5

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie ......................................................................................................... 5

2.2

Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken .............................................................. 5

2.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 6

2.4

Hypothese en onderzoeksstrategie ................................................................................................... 8

3

Veldonderzoek ................................................................................................................................... 9

3.1

Verrichte werkzaamheden ................................................................................................................. 9

4

Chemisch onderzoek ....................................................................................................................... 12

4.1

Samenstelling monsters en toegepaste analyses ........................................................................... 12

4.2

Analyseresultaten, toetsing en interpretatie .................................................................................... 12

4.2.1

Resultaten en toetsing standaardpakketten .................................................................................... 12

4.2.2

Resultaten en toetsing asbest in grond ........................................................................................... 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=64f947df-c445-4cdf-aa0d-84993e17dd18