CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220131-rv-eindrapport-sterk-bestuur-bijlage-4-financiele-analyse-def.pdf

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente WestervoortBij agendapunt: Rapportage Bestuurskracht Westervoort17.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Debtratio

80,07% 90,58% 97,24% 97,46% 99,45% 99,48% 99,47%

Solvabiliteit over totaal vermogen

19,93%

9,42%

2,76%

2,54%

0,55%

0,52%

0,53%

Tabel 16 Debtratio en solvabiliteitsratio (over het totaal vermogen) op basis van de jaarrekening (2018 t/m 2020) en de geprognostiseerde balans op basis van de begroting 2021 (2021 t/m 2024).

In onderstaand schema hebben wij de nettoschuld (gecorrigeerd voor alle leningen en niet-gecorrigeerd) in drie soorten kengetallen weergegeven. Kengetallen Netto schuld

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

€ 22.619.000 € 25.788.000 € 27.683.000 € 38.864.000 € 38.706.000 € 37.722.000 € 36.394.000

Netto schuld per inwoner

€ 1.506

€ 1.726

€ 1.849

€ 2.591

€ 2.574

€ 2.508

€ 2.420

Netto schuldquote

61,13%

67,60%

66,86%

99,04%

97,96%

94,83%

91,53%

Netto schuld (gecorrigeerd voor alle leningen)

€ 20.861.000 € 23.959.000 € 25.925.000 € 38.864.000 € 38.706.000 € 37.722.000 € 36.394.000

Netto schuld (gecorrigeerd voor alle leningen) per inwoner

€ 1.389

€ 1.603

€ 1.732

€ 2.591

€ 2.574

€ 2.508

€ 2.420

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle leningen)

56,37%

62,81%

62,61%

99,04%

97,96%

94,83%

91,53%

Tabel 17 Nettoschuld voor de gemeente Westervoort uitgedrukt per inwoner en als quote voor de boekjaren 2018, 2019, 2020 (gerealiseerd) en 2021 t/m 2024 2017 (begroot).

Als we kijken naar de netto schuldquote (mate waarin de schuldenlast drukt op de begroting van de gemeente) blijft de gemeente Westervoort tot 2020 onder de grens van de normering van commissie Depla van 90%, waardoor dit als goed te bestempelen is.

| 28 | Financiële analyse - BIG TIRE

Daarna stijgt het kengetal boven de 90%, wat wil zeggen dat de schuldenlast steeds meer op de exploitatie drukt. Overigens zijn de kengetallen voor na 2020 nog als voldoende te bestempelen. De risico-indeling van de commissie Depla komt overeen met die in het GTK 2020. De gemeente is dus in staat met relatief weinig middelen (= kapitaallasten) vreemd vermogen aan te trekken voor de financieringsbehoefte. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een relatieve lage rente op dit moment. Op het moment dat de rente gaat stijgen, zal dit een negatief effect hebben voor de gemeente. Recentelijk heeft de gemeente in het kader van het herstelplan vier langlopende leningen bij de BNG geherfinancierd naar één langlopende lening (30 jaar tegen 2,16% op basis van de informatie in het herstelplan).

2.5.2. Financiering – kasgeldlimiet en renterisiconorm De boekwaarde van het totale vreemd vermogen bedroeg op 31 december 2020 € 38.132.000,—. Dit bedrag bestaat uit de volgende componenten: x € 1.000

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Voorzieningen

€ 1.215

€ 1.532

€ 1.911

€ 2.183

€ 2.481

€ 2.453

€ 2.707

Langlopende schulden

€ 21.906

€ 24.516

€ 27.726

€ 25.437

€ 23.147

€ 23.147

€ 23.147

Kortlopende schulden

€ 2.933

€ 5.126

€ 3.123

€ 13.427

€ 15.559

€ 14.575

€ 13.247

Overlopende passiva

€ 3.375

€ 4.544

€ 5.372

€0

€0

€0

€0

Totaal

€ 29.429 € 35.718 € 38.132 € 41.047 € 41.187 € 40.175 € 39.101

Tabel 18 Opbouw vreemd vermogen gemeente Westervoort voor de boekjaren 2018 tot en met 2024

In 2020 is een nieuwe geldlening van € 5 miljoen aangetrokken. De totale rentelast voor het jaar 2020 over de vaste schulden bedraagt € 699.000,—. Ten opzichte van 2019 zijn de vlottende passiva (kortlopende schulden en overlopende passiva) in totaliteit afgenomen. Dit is met name een gevolg van de lagere kasgeldleningen. De stijging van de overlopende passiva van 2019 naar 2020 heeft vooral te maken met de Tozo-uitkering (€ 1,5 mln.). De omvang van de schulden neemt conform de begroting 2021 verder toe naar € 41,2 mln. in 2022. In de jaren daarna daalt deze weer, met name door een daling van de kortlopende schulden. In de programmabegroting 2021 is in de paragraaf Financiering een liquiditeitsprognose opgenomen, hierbij gaat het om de volgende bedragen per boekjaar: ● 2020 - € 0,42 mln.; ● 2021 - € 2,182 mln.; ● 2022 - € 1.943 mln.; ● 2023 - € 1.201 mln.; ● 2024 - € 1.139 mln. De gemeente kan dit financieren middels kort (maximaal € 3,3 mln. - zie kasgeldlimiet) en lang geld.

| 29 | Financiële analyse - BIG TIRE

Kasgeldlimiet Voor het aantrekken van een kortlopende lening dient rekening gehouden te worden met de kasgeldlimiet. De Wet fido maximeert met de kasgeldlimiet de kortlopende schuld. Met kortlopende leningen kan het renterisico aanzienlijk zijn, omdat fluctuaties in de rentestand een relatief grote impact kunnen hebben op de rentelasten op de korte termijn. Om dit risico te beperken, is de kasgeldlimiet gelijk aan een bepaald percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Voor 2020 bedraagt deze limiet voor de gemeente Westervoort dan € 3,3 miljoen. De kasgeldlimiet is alleen in het eerste en tweede kwartaal van 2020 overschreden. Conform de bepalingen in de Wet fido is dit toegestaan (twee achtereenvolgende kwartalen mogen worden overschreden). Renterisiconorm Behalve op de kasgeldlimiet wordt er binnen treasury gestuurd op de renterisiconorm. De renterisiconorm maakt deel uit van het renterisicobeheer van een gemeente. De renterisiconorm schrijft voor dat de omvang van de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet groter mogen zijn dan een vast percentage van de totale lasten (van de begroting). Op basis van het percentage van 20%, bedroeg de renterisiconorm voor de gemeente Westervoort voor 2020 € 7,733 mln. De gemeente heeft deze norm in 2020 overschreden met € 761.000,—. Voor 2021 geldt een renterisiconorm van € 7.717.000,—.

De liquiditeitsprognose geeft aan dat de gemeente Westervoort in 2021 maximaal € 3,0 miljoen financieringsbehoefte heeft. De verwachting is dat binnen de norm gebleven wordt. Liquiditeitspositie De liquiditeit (berekend als de verhouding vlottende activa/vlottende passiva, ofwel de ‘current ratio’) van de gemeente Westervoort ultimo 2020 is 0,86. Ultimo 2019 bedroeg deze 0,84 en ultimo 2018 0,9. De verhouding tussen vlottende activa en vlottende schulden is in geval van een kengetal van groter dan 1,0-1,5 voldoende om de kortlopende schulden binnen de gestelde betaaltermijnen te kunnen voldoen. Onder 1,0 heeft de gemeente moeite om de kortlopende schulden binnen de gestelde termijn te voldoen, boven de 2,0 is er een teveel aan liquiditeit en zou er meer op lange termijn belegd of geïnvesteerd moeten worden. De gemeente Westervoort heeft ultimo 2020 een liquiditeitspositie die in dit opzicht laag te noemen is, namelijk onder het kengetal van 1,0. Bij deze berekening worden ook de voorraden meegenomen. De current ratio kan dan een te hoge waarde krijgen, omdat de post vlottende activa (door voorraden) dan hoog is, maar er toch weinig liquide middelen kunnen zijn. De quick ratio brengt liquiditeit in beeld zonder de voorraden erbij te betrekken. Voor 2020 was deze ratio 0,86, voor 2019 0,84 en voor 2018 0,87. Een kengetal van 1,0 is hierbij voldoende.

Ook deze ratio ligt dus onder de norm die als voldoende wordt gezien. Dit betekent dat de gemeente Westervoort op korte termijn niet door middel van de beschikbare vlottende activa in staat is om de betalingsverplichtingen op de korte termijn (vlottende passiva) te voldoen. Kanttekening hierbij is wel dat het gaat om een momentopname: voor de berekening van deze kengetallen wordt gekeken naar de cijfers op de balans per jaareinde.

| 30 | Financiële analyse - BIG TIRE

Daarbij is het voor gemeenten over het algemeen niet moeilijk om geldleningen aan te trekken en zijn de risico’s rondom liquiditeit hier kleiner dan in bijvoorbeeld het bedrijfsleven. Wel spelen de eerder genoemde renterisiconorm en de kasgeldlimiet een rol in de mogelijkheden van gemeenten om kort (en lang) vermogen aan te trekken. In onderstaande tabel zien we dat de kengetallen gerelateerd aan de liquiditeit vanaf 2019 dalen. We zien dat in de geprognosticeerde balans de vlottende activa toenemen en de vlottende passiva in omvang afnemen. Kengetal

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Current ratio

0,90

0,84

0,86

0,63

0,54

0,58

0,64

Quick ratio

0,87

0,84

0,86

0,63

0,54

0,58

0,64

Tabel 19 Kengetallen liquiditeit, current ratio en quick ratio, op basis van de jaarrekeningen 2018 t/m 2020 en 2021 t/m 2024 op basis van de geprognosticeerde balans in de begroting 2021

Waarborgen, garantstellingen en leningen De gemeente heeft een aantal waarborgen en garantstellingen uitstaan. Ultimo 2019 stond de gemeente garant voor een totaal bedrag van € 21.236.000,—. Ultimo 2020 was dit € 18.583.000,—. Deze waarborgen staan weergegeven onder de balans en behoren daarom niet tot het eigen of vreemd vermogen van de gemeente. De gemeente staat borg ingeval de organisaties hun leningen niet kunnen afbetalen en hun rente voor die leningen niet kunnen opbrengen. Voor de gemeente Westervoort betreft het hier gegarandeerde leningen van Vitens ten behoeve van de drinkwatervoorzieningen. Per ultimo 2020 is de garantiestelling afgelopen. Daarnaast betreft het garantstellingen aan woningbouwcorporaties (Stichting Plavei, Woonzorg Nederland en Stichting Vivare), waarbij de gemeente een achtervangpositie heeft. Omdat de gemeente een ‘tweede vangnet’ vormt bij deze garantstellingen, is het risico hierop kleiner. De directe risico’s worden overgenomen door Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De gemeente Westervoort heeft diverse leningen verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. De totale omvang bedraagt ultimo 2020 € 1.917.000,—. Het gaat hierbij om aandelen Alliander (€ 159.000,—) en om bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) ondergebrachte Startersleningen en Duurzaamheidsleningen (€ 1.758.000,—).

Na 2015 zijn geen nieuwe Startersleningen meer verstrekt. In 2020 zijn er geen nieuwe leningen verstrekt. De aflossingen hebben volgens het reguliere betaalschema plaatsgevonden.

| 31 | Financiële analyse - BIG TIRE

2.6

Investeringen

Voor het beoordelen van de gezondheid van een gemeente is een belangrijk element of de gemeente de ruimte voor kapitaallasten intact laat, zodat het mogelijk blijft om nieuwe investeringen te kunnen doen. Dit wordt de kapitaallastennorm genoemd. Daarbij wordt gekeken of de vrijval kapitaallasten29 niet wordt benut voor lopende (andere) uitgaven. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de kapitaallasten voor de periode 2018-2024 voor de gemeente Westervoort. Kapitaallasten Rente

Realisatie 2018

Realisatie 2019 Realisatie 2020 Begroot 2021 Begroot 2022 Begroot 2023 Begroot 2024

€ 744.206

€ 715.089

€ 720.059

€ 614.805

€ 505.440

€ 516.829

€ 524.392

Afschrijvingen

€ 1.118.856

€ 1.235.432

€ 1.191.841

€ 1.259.484

€ 1.262.730

€ 1.276.092

€ 1.266.859

Kapitaallasten

€ 1.863.062

€ 1.950.521

€ 1.911.900

€ 1.874.289

€ 1.768.170

€ 1.792.921

€ 1.791.252

Exploitatielasten totaal (voor bestemming)

€ 37.809.000

€ 41.816.000

€ 44.038.000

€ 40.083.000

€ 39.523.000

€ 39.426.000

€ 39.116.000

4,93%

4,66%

4,34%

4,68%

4,47%

4,55%

4,58%

% van de totale exploitatielasten

Tabel 17 Ontwikkeling kapitaallasten gemeente Westervoort periode 2018-2024

De kapitaallasten ten opzichte van de exploitatielasten zijn redelijk constant, maar in de jaren na 2018 wel lager. Dit wordt vooral veroorzaakt door een daling van de rentelasten, met name in 2021 en de jaren daarna. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de herfinanciering van leningen in het kader van het herstelplan, waardoor sprake is van een lager rentepercentage. Met het oog op instandhouding van de structurele dekking van nieuwe investeringen is het belangrijk dat de vrijval kapitaallasten niet wordt benut voor structurele andere uitgaven. De kapitaallastennorm van de gemeente Westervoort is echter onvolledig op orde. Dit wordt veroorzaakt, omdat er niet voor alle kapitaalgoederen actuele beheerplannen beschikbaar zijn. De gemeente Westervoort kent voor het ruimtelijke domein niet voor alle onderdelen beheerplannen. Op moment van schrijven van deze rapportage is de gemeente Westervoort bezig om het beleid Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) up-to-date te maken en daarmee inzicht te verkrijgen in de noodzakelijke investeringen en daarmee gepaarde kosten. Deze actualisatie heeft geleid tot een benodigd bedrag van € 368.000 (verschil tussen benodigd en aanwezig budget op basis van de huidige onderhoudsniveaus). De actualisatie kan naar verwachting leiden tot meer kosten ten opzichte van de status quo.

Kapitaallasten bedragen de rente en afschrijving op gedane investeringen. Op het moment dat deze investering niet wordt vervangen, vallen deze lasten vrij ten gunste van de algemene middelen. Een gemeente kan dan eventueel de middelen besteden voor andere doeleinden. Wanneer er echter nieuwe investeringen worden gedaan, ontstaan er nieuwe kapitaallasten die gedekt moeten worden. Door dit te doen met de vrijval van kapitaallasten ontstaat er een structurele dekking. 29

| 32 | Financiële analyse - BIG TIRE

Deze aanvullende kosten zijn nog niet opgenomen in de begroting 2021 en dat betekent dat dit een aanvullend risico is op de exploitatie van de gemeente (zie paragraaf 2.8 Exploitatie). Het is hierdoor lastig om de kapitaallastennorm te beoordelen: op basis van de beschikbare gegevens lijkt deze in tact te blijven. Er bestaat echter een risico dat hierin niet alle benodigde (vervangings)investeringen zijn opgenomen, waardoor de in de begroting opgenomen middelen onvoldoende zijn en er een negatieve impact op de exploitatie ontstaat.

2.7

Reserves

In dit onderdeel bekijken we de reservepositie van de gemeente in absolute, relatieve en kwalitatieve zin. Vervolgens bekijken we de opbouw en de mate van beklemming (beperkte aanwendbaarheid) van de reserves. De reserves hebben verschillende functies. De gemeente Westervoort onderscheidt de volgende soorten reserves: ● algemene reserve; ● bestemmingsreserves. Als eerste geven we de hiernavolgende ratio’s: ● De bufferratio drukt de totale reserves uit als percentage van de exploitatie. ● De ratio ‘reserves per inwoner’ geeft het eigen vermogen van de gemeente weer per inwoner. Dit kengetal zorgt ervoor dat de vermogenspositie van gemeenten onderling kan worden vergeleken. De ratio’s worden onder de tabel verder toegelicht. 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Bufferratio

20,3%

16,8%

7,9%

2,7%

2,4%

2,1%

1,9%

Reserves per inwoner

€ 514

€ 469

€ 232

€ 71

€ 64

€ 56

€ 48

€ 7.687

€ 7.027

€ 3.475

€ 1.068

€ 958

€ 839

€ 729

Totaal reserves (x1.000) Totaal reserves (x1.000) na verwerking rekeningresultaat 2020

€ 899

Tabel 21 Indicatoren reserves voor gemeente Westervoort op basis van de jaarrekeningen 2018 t/m 2020 en 2021 t/m 2024 op basis van de meerjarenbegroting 2021. NB Voor de jaarrekening 2020 is door de raad van Westervoort besloten om het negatieve jaarrekeningsaldo ten laste te brengen van de algemene reserve. Dit is op een aparte regel in bovenstaande cijfers verwerkt voor het saldo van reserves eind 2020.

2.7.1. Bufferratio en reserves per inwoner Dit percentage laat over de getoonde jaren een sterke daling zien. De bufferratio is vanaf 2018 al laag te noemen, maar wordt door de ontwikkeling van reserves als gevolg van het resultaat van de jaarrekening 2020 waarschijnlijk negatief. De reserves per inwoner laten een vergelijkbare daling zien, waarbij de omvang hiervan ook in 2018 al gering is.

| 33 | Financiële analyse - BIG TIRE

De omvang van de reserves laat in de jaren 2018-2021 een sterke daling zien. Deze is nog sterker dan in de begroting 2021 aangegeven wanneer de bestemming van het (negatieve) resultaat 2020 meegenomen wordt. De omvang van de reserves is dan met de begrote afname van eind 2020 naar eind 2021 negatief. De uitname uit de reserves is elk jaar groter dan de toevoeging aan de reserves, waardoor de omvang van de reserves daalt.

2.7.2. Omvang en ontwikkeling van reserves De begrote mutaties in de reserves zijn lager vanaf 2021 dan in de voorgaande jaren. Op basis van de ontwikkeling in de jaarrekening ten opzichte van de begroting, zien we dat voor de betreffende jaren (2018-2020) de begrote toevoegingen en onttrekkingen voor elk jaar lager zijn dan in de jaarrekening. De op basis van de begroting geschetste ontwikkeling van de reserves kan dus op basis van de afgelopen jaren als optimistisch gezien worden. Naast de hogere uitname uit de reserves, wordt ook het (negatieve) saldo in 2020 ten laste van de algemene reserve gebracht, waardoor de omvang hiervan zeer gering wordt. Daarnaast zien we in de afgelopen jaren een sterke daling in de omvang van de reserves. Wanneer we dit bekijken vanuit het perspectief van het eigen vermogen zoals dit op de balans is opgenomen, gaat de daling nog sneller. Dit komt omdat het eigen vermogen ook het jaarrekeningresultaat laat zien, waardoor het beeld actueler is. Zoals hieronder in tabel 22 te zien is, daalt de omvang van de reserves de afgelopen jaren sterk. Er is sprake van een daling van ruim € 7 mln. in het eigen vermogen zoals weergegeven op de balans. Uitgedrukt in procenten, is dit een daling van 87%. 2017

2018

2019

2020

Eigen vermogen

€ 8.124,—

€ 7.326,—

€ 3.714,—

€ 1.083,—

Stand reserves 31-12

€ 8.123,—

€ 7.687,—

€ 7.027,—

€ 3.475,—

Tabel 22 Ontwikkeling van eigen vermogen (incl. resultaat jaarrekening) en stand van reserves per jaareinde (excl. resultaat jaarrekening) op basis van de jaarrekeningen 2017-2020

De gemeente Westervoort rekent geen rente toe aan de reserves en voorzieningen. De gemeente Westervoort heeft in 2020 21 bestemmingsreserves en één algemene reserve. Mede gezien de totale omvang van de (bestemmings)reserves, is dit een relatief hoog aantal. De gemiddelde omvang van een bestemmingsreserve is ultimo 2020 circa € 79.000,—. De omvang van de verschillende reserves verschilt: er zitten een aantal ‘grotere’ tussen, waaronder de reserves voor onderhoud gebouwen, kapitaallasten investeringen en kapitaallasten vervangingsinvesteringen wegen. De overige 18 bestemmingsreserves hebben een gezamenlijke omvang (ultimo 2020) van € 463.000,—. In de jaarrekening 2020 wordt gesteld dat de aanwezige bestemmingsreserves niet vrij aanwendbaar zijn, omdat bij beschikking over de reserve dekkingsproblemen ontstaan. Hierdoor is er geen ruimte om bestemmingsreserves vrij te laten vallen en toe te voegen aan de algemene reserve.

| 34 | Financiële analyse - BIG TIRE

In het herstelplan 2021 wordt echter voorgesteld om van het totale saldo van de bestemmingsreserves € 758.000,— vrij te laten vallen en toe te voegen aan de algemene reserve. Hieronder zijn ook de reserve vervangingsinvesteringen en een deel van de reserve investeringen. Gezien het ontbreken van sommige beheerplannen en het financiële risico dat hiermee samenhangt (zie paragraaf 2.6 Investeringen), zal het laten vrijvallen van deze middelen waarschijnlijk leiden tot een (toenemend) tekort in de exploitatie, waardoor de opgave om te komen tot een structureel sluitende begroting groter wordt. Ten aanzien van deze reserves wordt aangegeven dat het laten vervallen van de reserve kapitaallasten vervangingsinvesteringen een positief effect heeft op de exploitatie van € 11.708,— in 2021, oplopend tot € 26.375,— in 2023 t/m 2027. Deze tijdshorizon is echter beperkt en dekt waarschijnlijk niet de kapitaallasten van vervangingsinvesteringen voor zover deze al gedaan zijn en in de toekomst zullen plaatsvinden. Mede gezien het ontbreken van sommige actuele beheerplannen, verwachten wij dat dit bedrag in de toekomst verder op zal lopen en dus een groter beslag zal leggen op de exploitatie. Dit blijkt ook het geval te zijn als gevolg van het up-to-date te maken van het beleid Integraal Beheer Openbare Ruimte.

Gezien de omvang van het doel van de hierboven genoemde drie grotere reserves, zien wij hierin wel een risico ten aanzien van de dekking van kosten in de exploitatie: kosten voor onderhoud gebouwen en kapitaallasten zullen niet komen te vervallen. De dekking vanuit reserves valt met de toevoeging aan de reserves wel (deels) weg, waardoor het tekort dat hiermee ontstaat, in de exploitatie opgelost moet worden. Na toepassing van het herstelplan resteren nog negen reserves en een algemene reserve. Op basis van het herstelplan wordt gestreefd naar een positief saldo van de algemene reserve vanaf eind 2026.

2.7.3. Weerstandsvermogen De gemeente Westervoort heeft geen streefwaarde vastgesteld voor de omvang van het weerstandsvermogen. Wel spreekt zij in het herstelplan Westervoort (2021) van een streefwaarde van een minimumniveau van de algemene reserve van circa € 2 mln. Een norm die door veel gemeenten in het land wordt gehanteerd is 1,0, waarbij de omvang van het weerstandsvermogen minimaal even groot moet zijn als de financiële omvang van de geïdentificeerde risico’s. Onderstaande tabel geeft inzicht in een beoordeling van het weerstandsvermogen, waarbij deze vanaf 1,0 als voldoende wordt gezien. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen Betekenis > 2,0 Uitstekend 1,4 < x < 2,0 Ruim voldoende 1,0 < x < 1,4 Voldoende 0,8 < x < 1,0 Matig 0,6 < x < 0,8 Onvoldoende < 0,6 Ruim onvoldoende Tabel 23 Classificatie normering weerstandsvermogen30

30

Smorenburg, R., 2006, Een norm voor het weerstandsvermogen, B&G, oktober 2006, p. 27-30.

| 35 | Financiële analyse - BIG TIRE

Het weerstandsvermogen van de gemeente Westervoort kent op basis van de jaarrekening 2020 de volgende vijf elementen: ● algemene reserve; ● bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar); ● stille reserves; ● onbenutte belastingcapaciteit; ● onvoorzien. De vrij aanwendbare bestemmingsreserves, de stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit hebben eind 2020 alledrie een omvang van € 0. De totale omvang van het weerstandsvermogen is eind 2020, inclusief verwerking van het resultaat van de jaarrekening -/- € 743.000,—. Dit is lager dan de totale omvang van de geïdentificeerde risico’s: € 1.468.654,— (bij 90% zekerheidspercentage) in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing jaarrekening 2020. Hiermee is de weerstandsratio ruim onvoldoende en zelfs negatief, als gevolg van de negatieve algemene reserve.

2.7.4. Vrije ruimte in de reserves Om de mate van financiële flexibiliteit van de gemeenten te bepalen, is het belangrijk om naar de vrije ruimte in de reserves te kijken. De gemeente Westervoort maakt in haar overzichten van de reserves het volgende onderscheid: ● Algemene reserve: aan deze reserve is door de raad geen bestemming gegeven; deze reserve dient om risico’s in algemene zin op te vangen (bufferfunctie). ● Bestemmingsreserves: de bestemmingsreserve is een reserve die de raad gevormd heeft voor een bepaald doel/investering (beleidsdoelstelling). Deze middelen zijn zonder toestemming van de raad niet vrij aanwendbaar voor andere zaken. Voor het bepalen van de vrije ruimte wordt gekeken of een reserve vrij inzetbaar is, bestemd is of beklemd is (typering van de reserves). Hieronder verstaan we: ● Vrij besteedbare reserves – reserve heeft geen specifiek doel en kan daardoor vrij ingezet worden. ● Bestemde reserves – bestemd voor een specifiek doel; een andere aanwending heeft een effect op het niet of beperkt realiseren van het oorspronkelijk doel. ● Beklemde reserves – dit is een bestemde reserve, maar een andere aanwending heeft een effect op de exploitatie.

| 36 | Financiële analyse - BIG TIRE

Van de reserves die weergegeven worden in de jaarrekening 2020 is deze verdeling als volgt: Type reserve Algemene reserve

Saldo per 31-12-2020 (x € 1.000) € 1.808*

Bestemde reserves

€ 397

Beklemde reserves

€ 1.270

Mate van beklemming Vrij te besteden. Deze reserve vormt de belangrijkste component in het weerstandsvermogen. *Na verwerking van het resultaat van de jaarrekening 2020 is de Algemene reserve negatief. Bestemd. Reserves zijn bestemd voor een bepaald doel, maar deze bestemming kan zonder effect op de exploitatie gewijzigd worden. Dit heeft alleen mogelijk invloed op het eerder gestelde doel. Beklemd. Deze reserves hebben als doel het afdekken van kapitaallasten van investeringen. Het is niet mogelijk deze zomaar in te zetten voor een ander doel zonder de exploitatie te beïnvloeden.

Totaal € 3.475 Tabel 24 Mate van beklemming van reserves eind 2020 (exclusief resultaatbestemming)

Concluderend kunnen we het volgende stellen: ● 37% van de reserves is beklemd; ● 11% van de reserves is bestemd; ● 52% is vrij besteedbaar. 52% van het eigen vermogen is op basis van de jaarrekening voor bestemming vrij besteedbaar. Dit lijkt veel, maar omdat het jaarrekeningresultaat nog niet in deze cijfers verwerkt is, geeft dit een vertekend beeld. Het negatieve saldo van de algemene reserve dat ontstaat na verwerking van de bestemming van het resultaat, is natuurlijk zeer laag. Het aandeel van de bestemde reserves is vrij beperkt: dit biedt beperkte mogelijkheden om bestemmingen te wijzigen en gelden toe te voegen aan de algemene reserve om het weerstandsvermogen te verhogen. Zoals hierboven aangehaald, heeft de gemeente daartoe in het herstelplan wel mogelijkheden gevonden. Wij merken hierbij op dat het hierbij deels gaat om beklemde reserves, waardoor een effect in de exploitatie ontstaat (zie ook opmerkingen bij omvang en ontwikkeling van reserves hierboven). Dit wordt ook door de gemeente onderkend.

2.8

Exploitatie

Voor de exploitatie kijken we naar de mate waarin de begroting realistische ramingen bevat. Hiervoor kijken we naar de ontwikkeling van het saldo van de begroting 2019 en 2020 in relatie tot de rekening van dat jaar en naar de aanwezigheid van niet-ingevulde taakstellingen in de begroting. Daarnaast bezien we in hoeverre de exploitatie structureel sluitend is.

| 37 | Financiële analyse - BIG TIRE

De programmabegroting 2022-2025 van de gemeente Westervoort31 was ten tijde van het schrijven van deze rapportage nog in concept. Aan het eind van deze paragraaf kijken wij naar deze cijfers. Baten 2019 Lasten 2019 Begroting Begroting Baten 2019 Lasten primair primair JR 2019 JR

x € 1.000

Baten 2020 Lasten 2020 Begroting Begroting primair primair

Baten 2020 Lasten JR 2020 JR

Bestuur

€ 26.836

€ 7.768

€ 1.292

€ 3.394

€ 749

€ 3.453

€ 768

€ 3.355

Maatschappij

€ 5.783

€ 23.600

€ 5.924

€ 27.629

€ 5.664

€ 24.017

€ 8.392

€ 30.138

Omgeving

€ 3.298

€ 4.756

€ 3.985

€ 5.814

€ 3.388

€ 5.171

€ 3.991

€ 6.019

€ 35.917

€ 36.124

€ 11.201

€ 36.837

€ 9.801

€ 32.641

€ 13.151

€ 39.512

€ 26.701

€ 357

€ 27.230

€ 199

€ 27.996

€ 248

Overhead

€ 311

€ 4.622

€ 315

€ 4.744

€ 260

€ 4.278

Onvoorzien

€0

€0

€0

€ 25

€0

€0

Subtotaal programma's

Algemene dekkingsmiddelen

Totaal mutaties reserves

€ 221

€0

€ 446

€ 154

€ 1.275

€ 1.011

€ 369

€ 82

Totaal voor reserves

€ 35.917

€ 36.124

€ 38.213

€ 41.816

€ 37.346

€ 37.609

€ 41.407

€ 44.038

Totaal incl. reserves

€ 36.138

€ 36.124

€ 38.659

€ 41.970

€ 38.621

€ 38.620

€ 41.776

€ 44.120

Saldo voor reserves Saldo na reserves

- € 207

- € 3.603

- € 263

- € 2.631

€ 14

- € 3.311

€1

- € 2.344

Tabel 25 Exploitatie begroting en jaarrekening 2019 en 2020

In bovenstaande tabel zijn de begroting en de jaarrekening voor 2019 en 2020 naast elkaar gezet. Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van het saldo, zien we binnen de verschillende programma’s hogere of lagere baten en lasten in de jaarrekening ten opzichte van de begroting. Tussen deze twee elementen zit nog de gewijzigde begroting. Het saldo van de begroting ontwikkelt zich voor beide jaren op vergelijkbare wijze: van (net) positief, naar fors negatief. In de jaarrekeningen zijn voor vrij veel forse verschillen (> € 100.000,—.) verklaringen voor afwijkingen opgenomen. Dit zegt iets over de mate van control van de gemeente en de wijze van begroten (voorspellend vermogen is voor verbetering vatbaar). Een scherpe begroting, die krap is en weinig marge voor tegenvallers en risico’s biedt, stelt hoge eisen aan de controlfunctie van de gemeente. Gezien de ontwikkelingen en ook de input uit gevoerde gesprekken, denken wij dat de huidige inrichting van de controlfunctie hier niet op is ingericht en nog onvoldoende proactief stuurt en daarbij vanuit de verbinding tussen inhoud en financiën adviseert in de strategische koers.

31

Gemeente Westervoort, 2021, Programmabegroting 2022-2025 gemeente Westervoort (CONCEPT), p. 1-139.

| 38 | Financiële analyse - BIG TIRE

De jaarrekening 2019 is ruim € 3 mln. negatiever dan de primaire begroting. Ook ten opzichte van de najaarsnota bestaat een groot nadeel (ca. -/- € 2,4 mln.). In de jaarrekening worden de afwijkingen ten opzichte van de najaarsnota toegelicht. Het grootste nadeel komt voort uit de kosten voor individuele voorzieningen jeugd (-/- € 871.000,—). Dit wordt verklaard door toewijzingen met terugwerkende kracht in het laatste kwartaal, uitgaven voor landelijke aanbieders en toewijzingen voor dure voorzieningen in het laatste kwartaal. Ook vertraging in het declaratiegedrag van enkele zorgaanbieders wordt benoemd als oorzaak. Totaal is er op het programma Maatschappij een nadeel van ruim -/- € 2 mln., naast een kleiner voordeel ten opzichte van de najaarsnota van circa € 0,5 mln. Binnen het programma Omgeving zijn enkele meevallers, evenals binnen het programma Bestuur. Hiervan is de grootste een voordeel van ruim € 200.000,— op de algemene uitkering, naast een wijziging in de toerekening van de bijdrage aan 1Stroom (welke voor alle programma’s in totaal zorgt voor hogere kosten). Hoewel de primaire begroting 2020 sluitend is, werd in de voorjaarsnota een tekort voorzien van -/- € 2.228.000,—. In de najaarsnota werd deze prognose -/- € 465.000,— negatiever bijgesteld.

In de jaarrekening blijkt het tekort ondanks vrij veel verschillen inderdaad uit te komen rond de prognose in de najaarsnota: een nadelig saldo van -/- € 2,6 mln. Het programma bestuur laat per saldo een voordeel zien, wat grotendeels veroorzaakt wordt door een voordeel op de bijdrage aan 1Stroom (mede als gevolg van een andere verdeling, maar ook op totaalniveau bestaat een voordeel). Ondanks bijramingen bij de najaarsnota op het budget voor individuele voorzieningen jeugd, is er in de jaarrekening een nadeel van ruim -/- € 600.000,—. Dit komt voor het grootste deel door late verzoeken voor beschikkingen en facturen van zorgaanbieders. Deze hadden voor een deel betrekking op continuïteit bijdrage in verband met COVID-19 en hadden betrekking op een aantal ‘dure’ voorzieningen. Daarnaast treden binnen de drie programma’s diverse (beperktere) voor- en nadelen op, die grotendeels incidenteel van aard zijn. Wanneer we naar eerdere jaarrekeningresultaten kijken, zien we dat ook in 2017 de kosten binnen het Sociaal Domein en in het bijzonder de stijging van de kosten voor Jeugdzorg benoemd worden als belangrijke verklaring voor het negatieve saldo. Er was sprake van een negatief saldo voor bestemming van -/- € 2.550.000,— en na bestemming van -/- € 565.000,—. In 2017 was sprake van een nadeel van -/- € 844.000,— op Jeugdzorg/Wmo ten opzichte van de najaarsnota.

Hierbij werd benoemd dat voor 2018 rekening werd gehouden met een bijraming van € 450.000,— en dat verwacht werd dat de tekorten daarna kleiner zouden worden. In 2018 was het saldo van de jaarrekening eveneens negatief, maar was deze beperkter: circa -/- € 800.000,— voor bestemming en circa -/- € 370.000,— na bestemming32. In dit jaar was sprake van een grote afwijking binnen het programma Wonen en Woonomgeving (-/- € 775.000,—), voornamelijk veroorzaakt door grondexploitaties.

Hierbij wordt uitgegaan van het berekende verschil tussen de lasten en de baten op basis van de gegevens op pagina 110-112 van de jaarrekening. Op verschillende plekken in de jaarrekening worden andere getallen als saldi genoemd. 32

| 39 | Financiële analyse - BIG TIRE

Er bestond dit jaar een voordeel op de uitvoeringskosten Sociaal Domein (€ 180.000,—) en ook op maatwerkvoorzieningen was sprake van een voordeel ten opzichte van de gewijzigde begroting (€ 117.000,—). Wel was er binnen het Sociaal Domein een nadeel op vervoerskosten (-/- € 178.000,—). Door de jaren heen (2017-2021) zien we een duidelijke verbetering van de planning en control documenten van de gemeente Westervoort. De basis qua administratie is in die periode sterk verbeterd. Daarnaast zien we dat de gemeente stappen maakt in het doorontwikkelen van de controlfunctie, waarbij de sturing op rechtmatigheid is verbeterd. Dit zien we ook terug in de waardering van de accountant (zie Rapport van bevindingen 2020). De genomen stappen zijn in samenwerking met de accountant tot stand gekomen. De volgende stap is om de controlfunctie in te gaan richten op interne beheersing (genereren van management- en sturingsinformatie, versterken voorspellend vermogen et cetera, waarbij meer vooruit wordt gekeken en de mate van begroten en prognosticeren wordt versterkt (verder doorontwikkeling van de financiële functie).

| 40 | Financiële analyse - BIG TIRE

x € 1.000

Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten 2021 2021 2022 2022 2023 2023 2024 2024 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Bestuur

€ 29.675

€ 8.495

€ 29.972

€ 8.543

€ 30.238

€ 8.667

€ 30.573

€ 8.881

Maatschappij

€ 5.977

€ 26.098

€ 5.977

€ 25.723

€ 5.977

€ 25.516

€ 5.627

€ 24.998

Omgeving

€ 3.586

€ 5.490

€ 3.561

€ 5.257

€ 3.561

€ 5.243

€ 3.561

€ 5.237

Subtotaal programma's

€ 39.238

€ 40.083

€ 39.510

€ 39.523

€ 39.776

€ 39.426

€ 39.761

€ 39.116

Totaal mutaties reserves

€ 119

€9

€ 110

Totaal voor reserves

€ 39.238

€ 40.083

€ 39.510

€ 39.523

€ 39.776

€ 39.426

€ 39.761

€ 39.116

Totaal incl. reserves

€ 39.357

€ 40.092

€ 39.620

€ 39.523

€ 39.895

€ 39.426

€ 39.871

€ 39.116

€ 119

€ 110

Saldo voor reserves

- € 845

- € 13

€ 350

€ 645

Saldo na reserves

- € 735

€ 97

€ 469

€ 755

Tabel 26 Begrote baten en lasten meerjarig, op basis van de begroting 2021-2024.

De meerjarige begroting 2021 is niet structureel en reëel in evenwicht. Wel is er vanaf 2023 sprake van een positief saldo voor bestemming. Na bestemming is dit al vanaf 2022 het geval. De meerjarige begroting 2021-2024 is echter inmiddels ‘ingehaald’ door de actualiteit in de vorm van het jaarrekeningresultaat 2020 en het herstelplan dat de gemeente heeft opgesteld. We focussen onze analyse daarom op het herstelplan in plaats van de meerjarenbegroting 2021-2024. Het herstelplan bouwt voort op de meerjarenbegroting 2021-2024, waarin een reeks bezuinigingen is opgenomen zoals besloten bij de voorjaarsnota 2020. Hierbij wordt gekozen om het bezuinigingspakket te richten op de plekken waar overschrijdingen vandaan komen: zo wordt er voor gekozen om de zorgkosten (Sociaal Domein) terug te dringen. We zien dat een deel van deze maatregelen taakstellend is opgenomen, zoals de oplopende besparing op de organisatie (1Stroom) (tot € 148.000,— in 2024), de maatregelen kostenbeheersing Sociaal Domein (€ 345.000,—) en rationaliseren doelgroepenvervoer (tot € 179.000,— vanaf 2022). Onduidelijk is in hoeverre de besparing ‘lucht uit de begroting’ (€ 155.000,—) is geconcretiseerd.

Daarnaast valt op dat tegelijkertijd met de maatregelen voor kostenbesparingen binnen het Sociaal Domein ook het budget voor innovatie in het Sociaal Domein wordt verlaagd, wat de kansen om invulling te geven aan besparingen bemoeilijkt. Onze ervaring is dat binnen dit domein vaak een (incidentele) investering nodig is om te komen tot (structurele) besparingen (de lasten gaan voor de baten uit).

| 41 | Financiële analyse - BIG TIRE

De besparingen op basis van de voorjaarsnota 2020 lopen op van € 1.920.250,— in 2021 tot € 2.693.250,— in 2024. Hierbij valt op dat veel besparingen al in de eerste jaarschijf (2021) vrij hoog zijn. Met de inspanningen die het kost om deze besparingen te realiseren (alsmede bijbehorende termijnen en frictiekosten), lijkt geen rekening gehouden te zijn: ook de organisatie wordt een taakstelling opgelegd. In de beoordeling van de provincie, heeft zij een aantal correcties op de meerjarenbegroting doorgevoerd, omdat volgens het oordeel van de provincie een aantal opgevoerde bezuinigingsmaatregelen onvoldoende realistisch en concreet waren. Dit komt ten aanzien van de maatregelen kostenbeheersing Sociaal Domein (€ 345.000,—) en rationaliseren doelgroepenvervoer (tot € 179.000,— vanaf 2022) overeen met onze opmerkingen hierboven. Daarnaast zijn ook besparingen op onderhoud wegen, huishoudelijke hulp en verkoop en exploitatie onroerend goed teruggedraaid dan wel in omvang verminderd. Ontwikkelingen besparingen en begrotingssaldo

2021

2022

2023

2024

Voorjaarsnota 2020

€ 1.920.250

€ 2.369.250

€ 2.616.250

€ 2.693.250

Correcties provincie

- € 510.000

- € 662.000

- € 734.000

- € 749.000

Verwacht saldo begroting primair na correcties provincie*

- € 1.245.000

- € 565.000

- € 265.000

€ 6.000

Saldo voor herstelplan

- € 1.424.000

- € 770.000

- € 399.000

- € 53.000

Saldo meerjarenbegroting

- € 538.000

€ 285.000

€ 657.000

€ 942.000

Gevolgen septembercirculaire

- € 86.000

- € 103.000

- € 32.000

€ 44.000

Structurele gevolgen najaarsnota

- € 290.000

- € 290.000

- € 290.000

- € 290.000

Saldo na najaarsnota

- € 914.000

- € 108.000

€ 335.000

€ 696.000

Bezuinigingen in herstelplan

- € 66.000

€ 576.000

€ 424.000

€ 381.000

- € 980.000

€ 468.000

€ 759.000

€ 1.077.000

- € 200.000

- € 400.000

- € 500.000

€ 268.000

€ 359.000

€ 577.000

Saldo na herstelplan Toevoeging Algemene reserve Resultaat na herstelplan en reserves

- € 980.000

Tabel 27 Overzicht van meerjarige financiële gegevens ontwikkeling besparingen en saldo begroting in voorjaarsnota en herstelplan *Berekening door BMC op basis van saldo primaire begroting 2021-2024 en correcties van provincie zoals weergegeven in het herstelplan.

In bovenstaand overzicht is te zien dat zich verschillende ontwikkelingen hebben voorgedaan sinds de voorjaarsnota 2020. Zo heeft de provincie op basis van de begroting 2021-2024 verschillende correcties uitgevoerd op basis van de opgenomen bezuinigingen.

| 42 | Financiële analyse - BIG TIRE

Onze berekening van de saldi in de meerjarenbegroting na deze correcties in tabel 27 wijkt af van de door de gemeente weergegeven saldi voor het herstelplan. Ook wijkt het weergegeven saldo na najaarsnota af van deze cijfers en van het saldo voor herstelplan. Het is kortom lastig om aansluiting te vinden tussen de verschillende bedragen die in de verschillende stukken, maar ook binnen het herstelplan, genoemd worden. Gezien de financiële opgave van de gemeente Westervoort is het van belang om hier wel duidelijkheid over te hebben, mede gezien de risico’s die op de gemeente af komen, zie hierna. Wanneer we kijken naar de conceptprogrammabegroting 2022-2025 zien we de volgende saldi (voor en na bestemming) die van toepassing zijn33: Jaar

Saldo voor bestemming

Mutatie reserve ( + = onttrekking / - = toevoeging)

Saldo na bestemming

Septembercirculaire

Totaal

2021

-/- € 844.000

+ € 119.000

-/- € 725.000

2022

+ € 392.000

-/- € 107.000

+ € 285.000

+ € 394.000

+ € 679.000

2023

+ € 158.000

-/- € 327.000

-/- € 169.000

+ € 333.000

+ € 164.000

2024

-/- € 140.000

-/- € 427.000

-/- € 567.000

+ € 330.000

-/- € 237.000

2025

-/- € 83.000

-/- € 498.000

-/- € 581.000

+ € 408.000

-/- € 173.000

Tabel 28 Overzicht saldi conceptprogrammabegroting 2022-2025 gemeente Westervoort

De programmabegroting 2022-2025 (concept) laat inclusief voordeel van de septembercirculaire een structureel sluitend beeld in meerjarig perspectief zien. De gemeente ‘spaart’ vanaf 2022 actief door structureel gelden toe te voegen aan de reserves. Hierdoor neemt het saldo na bestemming wel af. Als gevolg van de septembercirculaire 2021 (forse toename accres door loon- en prijsstijgingen) is te zien dat de begroting van de gemeente (na bestemming) voor de boekjaren 2022 en 2023 een positief resultaat laat zien en voor de boekjaren 2024 en 2025 een negatief resultaat. Het effect van de septembercirculaire geeft enigszins wat financiële ademruimte in de begroting van de gemeente Westervoort. De begrote baten zijn wel afhankelijk van een negatief effect van -/- € 40,— per inwoner als gevolg van de herverdeling gemeentefonds. Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 Inkomsten kan dit bedrag hoger uitvallen. Daarnaast wordt uitgegaan van de extra middelen Jeugdhulp (€ 1,380 mln. incidenteel) in structurele zin, conform de richtlijn van de VNG van 75%. Wij hebben hier in paragraaf 2.3 een opmerking over opgenomen. Het realiseren van de begroting is wel afhankelijk van de realisatie van het herstelplan. Tevens wordt ten aanzien van de begrote lasten uitgegaan van een forse daling ten aanzien van het Sociaal Domein. Zoals weergegeven in de volgende paragraaf spelen hier diverse risico’s.

Gemeente Westervoort, 2021, Programmabegroting 2022-2025 gemeente Westervoort (CONCEPT), p. 1-139. Zie specifiek bladzijde 110 tot en met 115. 33

| 43 | Financiële analyse - BIG TIRE

2.8.1. Risico’s exploitatie In het herstelplan worden verschillende risico’s genoemd, welke (nog) niet becijferd worden omdat de omvang hiervan nog niet bekend is. Een aantal zaken hebben wij op basis van actuele informatie ingevuld. De consequentie hiervan is dat de opgave van de gemeente Westervoort om invulling te geven aan het herstelplan substantieel groter wordt. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds - herverdeling Er is in het herstelplan rekening gehouden met een afname van het gemeentefonds als gevolg van de herverdeling van -/- € 200.000,—. Zoals opgenomen in paragraaf 2.3 Inkomsten geven de meest actuele inzichten aan dat het effect voor de gemeente Westervoort naar verwachting -/- € 1,037 mln. bedraagt. Dit is dus circa € 800.000,— minder dan waar in het herstelplan rekening mee gehouden is. Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds - Jeugdzorg Het Rijk heeft € 1,3 miljard incidenteel beschikbaar gesteld als compensatie voor de tekorten in de Jeugdzorg. Daar staat tegenover dat gemeenten zich committeren aan een aantal maatregelen die een besparing van € 214 miljoen moeten opleveren. Voor de gemeente Westervoort komt dat neer op een extra bedrag van € 92,— per inwoner (absoluut: € 1.380.700,—). Dit is echter incidenteel. Veel gemeenten hadden een deel van dit bedrag al eerder meerjarig opgenomen in de begroting (op basis van advies van de VNG).

Waarschijnlijk zal niet dit volledige bedrag als voordeel bij de begroting opgeteld kunnen worden. Zoals weergegeven in het herstelplan heeft de gemeente Westervoort al verschillende extra gelden voor jeugd opgenomen en meerjarig begroot (conform advies VNG). Ontwikkeling kosten Sociaal Domein In de afgelopen jaren heeft de gemeente Westervoort sterk stijgende kosten gezien in de individuele voorzieningen Jeugdzorg. De gemeente heeft de afgelopen periode ingezet op het verbeteren van de control op deze kosten. Landelijk gezien spelen verschillende ontwikkelingen rondom het Sociaal Domein, die invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de kosten. Wij noemen hier de volgende ontwikkelingen, waarbij het niet onze intentie is een uitputtende opsomming te geven: ● Reële prijzen Jeugd en Wmo - gemeenten zijn voor de levering van jeugdhulp en Wmo verplicht reële tarieven te betalen. De consequentie hiervan is veelal dat bij aanbestedingen hogere tarieven moeten worden betaald. Dit heeft een kostenopdrijvend effect. ● Hervormingsagenda jeugdstelsel - naar aanleiding van de extra middelen die het kabinet voor 2022 beschikbaar stelt, is overeengekomen dat gemeenten maatregelen uitvoeren waarmee in 2022 € 214 miljoen wordt bespaard op de jeugdzorguitgaven. Het Rijk en de VNG committeren zich eraan om gezamenlijk te komen tot een hervormingsagenda.

| 44 | Financiële analyse - BIG TIRE

In deze hervormingsagenda worden afspraken gemaakt over maatregelen en een structureel financieel kader die leiden tot een stelsel waarin zorg beschikbaar is voor kinderen die dat echt nodig hebben, gemeenten betere uitvoeringskracht hebben en er meer inzicht komt in informatie, zoals gebruik van jeugdzorg, uitgaven en wachttijden. ● Breed offensief (Participatiewet) - het breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. ● Abonnementstarief (Wmo) - het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen, is sinds 1 januari 2020 definitief van kracht. De wetswijziging heeft gevolgen voor het beleid, de uitvoering en - zoals inmiddels is gebleken - de financiën van gemeenten. De invoering heeft gezorgd voor meer aanvragen en daarmee oplopende kosten voor gemeenten. Daar tegenover staat een afname van de eigen bijdrage qua inkomsten. Rivierklimaatpark In het herstelplan worden de ontwikkelingen rondom het Rivierklimaatpark IJsselpoort benoemd. Hiervoor dient eind 2023 in de begroting een reservering voor het bedrag voor de recreatieve maatregelen beschikbaar te zijn (verwacht wordt een omvang van € 0,58 mln.). Dit bedrag kan nog veranderen door in de toekomst te maken keuzes. In het herstelplan is nog geen rekening gehouden met de lasten die hieruit voortvloeien.

Duurzaamheidsopgave en klimaat Gemeenten hebben een voorbeeldfunctie in de energietransitie. Eén van de instrumenten hierbij is de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en gemeentelijke accommodaties. Voor de uitvoering van klimaattaken zijn er veel nieuwe uitvoeringstaken naar de gemeenten gekomen. Met de decembercirculaire 2019 hebben gemeenten Rijksgelden ontvangen voor de periode 2019-2021 voor uitvoering van gemeentelijke taken uit het Klimaatakkoord. De uitvoering van deze structurele taken wordt nu incidenteel bekostigd. Vanaf 2022 dient gezocht te worden naar structurele bekostiging. Hiervoor worden aanvullende gelden van het Rijk verwacht. De omvang hiervan, ook in relatie tot de te maken kosten, is nog niet bekend. Onderhoud kapitaalgoederen Zoals aangegeven in de paragraaf Investeringen heeft de gemeente niet voor alle onderdelen binnen het ruimtelijk domein beheerplannen. Op moment van schrijven van deze rapportage is de gemeente Westervoort bezig om het beleid Integraal Beheer Openbare Ruimte up-to-date te maken en daarmee inzicht te verkrijgen in de noodzakelijke investeringen en daarmee gepaarde kosten. Dit heeft geleid tot een benodigd bedrag van € 368.000,— (verschil tussen benodigd en aanwezig budget). Dit ook aangezien de reserve voor vervangingsinvesteringen bij het herstelplan is opgegeven en is toegevoegd aan de algemene reserve.

In het herstelplan wordt benoemd dat het de bedoeling is financiële gevolgen te beperken door onderhoudsniveau’s te verlagen. Hierbij bestaat wel het risico op kapitaalvernietiging (wat uiteindelijk juist weer extra kosten met zich meebrengt). Op basis van de gesprekken die wij gevoerd hebben, wordt nu wel een (negatief) financieel effect verwacht.

| 45 | Financiële analyse - BIG TIRE

Omgevingswet De gemeente Westervoort werkt in 2021 aan het in kaart brengen van de kostenconsequenties voor de komende jaren van de Omgevingswet (dit is opgenomen in het herstelplan). Hierbij dient naast aandacht voor de incidentele kosten van de Omgevingswet ook aandacht te zijn voor de structurele kosten (dan wel lagere inkomsten) als gevolg van de Omgevingswet. De omvang van de kosten en daarmee ook de revenuen is afhankelijk van hoe de gemeente de Omgevingswet invoert. Indien de gemeente veel bij hetzelfde houdt is de verwachting dat het geld blijft kosten. Indien straks volledig wordt gehandeld conform de gedachten van de wet dan kan op termijn geld worden bespaard, is de verwachting34+35. COVID-19 In het herstelplan gaat de gemeente in op de situatie van inwoners en ondernemers als gevolg van de COVID-19-pandemie. Daarnaast zal COVID-19 ook zorgen voor effecten die dieper doorwerken en een effect sorteren op de langere termijn. Denk hierbij aan inkomensondersteuning, intensivering Jeugdzorg, intensivering op gezondheid (oplopende kosten GGD) et cetera. De verwachting is dat na het wegvallen van de steunmaatregelen er een toename zal zijn van faillissementen en schulden. Het verleden leert dat mensen gemiddeld vijf jaar na het ontstaan van de eerste schuld hulp zoeken.

Dit betekent voor de gemeente Westervoort een zwaarder beslag op taken, zoals schuldhulpverlening, arbeidsparticipatie et cetera. 1Stroom en uitvoeringskracht In het herstelplan is aangegeven dat indien keuzes gemaakt worden in de taken die de gemeente Westervoort van 1Stroom af wil nemen, er overleg gevoerd zal worden met het bestuur en de samenwerkingspartner over de verwerking hiervan in de doorbelasting van de kosten naar beide gemeenten. Wij merken ten aanzien van de organisatie ook op dat er aandacht dient te zijn voor de uitvoeringskracht. Het takenpakket van gemeenten is in de afgelopen 30 jaar flink uitgebreid en dit zal doorzetten door de Omgevingswet en nieuwe taken voor gemeenten zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en stikstofproblematiek. Gemeenten zijn niet alleen verantwoordelijk voor meer taken, er is ook sprake van groeiende complexiteit en krimpend budget. Hierdoor staat de uitvoeringskracht van gemeente onder druk. De oorzaken hiervan zijn36: ● toenemende kenniskosten - kosten nemen toe door meer en complexere taken, inadequate Rijkskaders en schaarste aan kennis; ● toenemende organisatiekosten - kosten nemen toe door gemankeerde samenwerking en inzet van participatie; ● toenemende faalkosten - kosten nemen toe door verantwoording, herstel en reputatieschade;

34

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/12/kamerbrief-integraal-financieel-beeld-stelselhe rziening-omgevingswet 35 Sira Consulting, 2021, Actualiseringsonderzoek financiële effecten Omgevingswet, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, p. 1-49. 36 BMC, 2020, Het kraakt en piept - Uitvoeringskracht in het fysiek domein, VNG, 7 juli 2020, p. 1-51.

| 46 | Financiële analyse - BIG TIRE

● afnemende capaciteit - uitvoeringscapaciteit neemt af door krimpende budgetten, bleek imago en gebrek. De ontwikkeling van vergrijzing en ontgroening van de arbeidsmarkt is ook van invloed op de uitvoeringskracht van de gemeenten. De VNG is hierbij aan zet en wil dit inbrengen bij de kabinetsformatie. Zoals weergegeven in deze paragraaf spelen er veel ontwikkelingen die van invloed gaan zijn op de organisatie. Deze ontwikkelingen vragen meer en specifieke kennis en kunde van de organisatie. De opgave ligt hierbij om mee te bewegen en te anticiperen op deze ontwikkelingen. De gemeente Westervoort/organisatie 1Stroom wordt hierbij echter belemmerd door een krappe arbeidsmarkt waarbij het een grote opgave is om goed personeel te werven en te behouden. Dit wordt mede ingegeven door de grootte van de organisatie (die samenhangt met de grootte van de twee gemeenten).

| 47 | Financiële analyse - BIG TIRE

Bijlage 1 Kostentoerekening afvalstoffenheffing In de vakliteratuur wordt een aantal kosten genoemd die te verhalen zijn door middel van de afvalstoffenheffing (mogelijkheden): ● Verwerkingskosten. ● Inzamelings- en transportkosten. ● Kosten van maatregelen om de hoeveelheid afval te verminderen, zoals subsidies voor het inzamelen van oud papier of voor milieuwinkels en milieuparken en kosten die zijn verbonden aan maatregelen om hergebruik te bevorderen of aan de andere kant de afvalstroom in te perken. Hierbij kan gedacht worden aan stickers ter voorkoming van ongeadresseerd reclamedrukwerk en specifieke voorlichting aan de burgers over voorkoming en vermindering van huishoudelijk afval. ● Kosten voor heffing en invordering (waaronder kwijtscheldingskosten) zijn verhaalbaar. ● 40% van de totale kosten van straatreiniging en reinigingspolitie mag worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. ● Gemeenten zijn bij de invoering van het BTW-compensatiefonds gekort voor btw op het Gemeentefonds. Daarom mogen gemeenten (en de meeste gemeenten doen dit ook) btw doorberekenen in het rioolrecht en de afvalstoffenheffing (verhaalbare kosten); ● Kosten van algemeen zwerfafval zijn overigens niet verhaalbaar door middel van de afvalstoffenheffing.

De Hoge Raad oordeelt namelijk dat alleen kosten mogen worden verhaald die verband houden met de inzameling van het vuil waarop de heffing betrekking heeft.

| 48 | Financiële analyse - BIG TIRE

Bijlage 2 Kostentoerekening rioolheffing In de vakliteratuur wordt een aantal kosten genoemd die te verhalen zijn door middel van het rioolrecht (mogelijkheden): ● In het tarief kan een egalisatiebedrag meegenomen worden voor toekomstig groot onderhoud. Egaliseren is mogelijk op grond van artikel van 44,1c BBV. De onderhoudsvoorziening krijgt bij vorming uit het tarief het karakter van een 44.2-voorziening; ● In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden als last in de exploitatie toegevoegd aan een voorziening conform art. 44 lid 2 BBV; ● Het Ministerie van BZK geeft in haar richtlijnen aan dat veegkosten ‘in redelijkheid’ toegerekend mogen worden aan rioolheffing. Volgens jurisprudentie is het niet ongebruikelijk om 25-60% van de veegkosten aan het rioolrecht toe te rekenen; ● Uitbreidingsinvesteringen mogen niet onder de lasten worden opgenomen (het is dus niet mogelijk om via het tarief te sparen voor toekomstige uitbreidingsinvesteringen); ● Gemeenten zijn bij de invoering van het BTW-compensatiefonds gekort voor btw op het Gemeentefonds. Daarom mogen gemeenten (en de meeste doen dit ook) btw doorberekenen in het rioolrecht en de afvalstoffenheffing.

| 49 | Financiële analyse - BIG TIRE

BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Colofon 8 oktober 2021 Classificatie

:

Vertrouwelijk

Naam adviseurs

:

● ●

Projectnummer

:

PO021856

H. Uffen MSc CMC T.E. Kinkel MSc

| 50 | Financiële analyse - BIG TIRE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=315a75bb-8d42-4c78-b1f8-a22665cd3ea5