20220114 Gemeente Westervoort - Beantwoording vragen bij rapport Sterk Bestuur Westervoort.pdf
Tekst van het document
Gemeente Westervoort - Beantwoording vragen bij rapport Sterk Bestuur Westervoort 14 januari 2022 mr. M. (Michel) Wolters MBA H. (Herman) Uffen MSc CMC Op 14 januari 2022 mocht BMC een aantal vragen ontvangen via de griffier van de gemeente Westervoort ten aanzien van het rapport ‘Sterk Bestuur Westervoort’. Door middel van deze memo worden de ingediende vragen afzonderlijk behandeld. De reactie van BMC ten aanzien van de vragen is cursief weergegeven. 1. Pagina 16: er zijn 15 vertegenwoordigers van organisaties en bedrijven en 7 inwoners gesproken. Bij dat laatste getal wordt aangegeven dat dat niet representatief is. Vraag: In welke mate is de validiteit en betrouwbaarheid van zowel de analyse, de basis-conclusie (niet zelfstandig doorgaan) en scenario-analyses door deze lage opkomst beïnvloed? Doet het iets af aan de analyse, conclusies en scenario-analyses? Reactie BMC: In paragraaf 1.2 van het rapport Sterk Bestuur Westervoort wordt ingegaan op de gebruikte onderzoeksmethodologie. Hierin is aangegeven dat er verschillende onderzoeksmethoden zijn gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de huidige bestuurskracht van de gemeente Westervoort.
De analyse en daaruit vloeiende constateringen en bevindingen zijn gebaseerd op uitkomsten die uit meerdere onderzoeksmethoden naar voren komen, bijvoorbeeld uit twee of meer gesprekken in combinatie met uitkomsten uit de bureaustudie. Dit betekent dat in de analyse constateringen en bevindingen steeds zijn gevalideerd. Op deze wijze zijn wij tot een goed onderbouwde analyse gekomen met onderbouwde constateringen en bevindingen en daaruit vloeiende conclusies en aanbevelingen. 2. Pag 19: er is sprake van hechte gemeenschap, maar deelname aan verenigingsleven is in absolute zin lager. Vraag: Wat wordt bedoeld met lager? Lager dan andere gemeenten? En in welke mate dan? Waarop is dit gebaseerd? Betekent dat dan dat ‘’hechte gemeenschap’’ dan ook slechts beperkt geldig is? In welke mate? Reactie BMC: De onderbouwing hiervoor en andere uitleg is te vinden in de verdiepingsrapportage ‘Quickscan Sociaal Domein - Analyse maatregelen Sociaal Domein gemeente Westervoort’ en dan wel in paragraaf 2.1. In deze paragraaf is op verschillende indicatoren een data-analyse uitgevoerd. De bevindingen zijn weergegeven en daar terug te vinden, ook de gebruikte bronnen. Aanvullende toelichting: In het onderzoek is door vele geïnterviewden aangegeven dat er sprake is van een hechte gemeenschap en een rijk verenigingsleven.
Een verklaring voor het verschil tussen de data en het beeld van geïnterviewden kan heel goed de volgende zijn: Als er veel mensen aan meerdere verenigingen deelnemen maar ook veel mensen helemaal niet deelnemen, kunnen de cijfers van verenigingsdeelname lager zijn terwijl het beeld bij degene die wel actief zijn heel anders is. Dit zou echter aanvullend onderzocht moeten worden om daar precies uitsluitsel op te geven. 3. Pag 20: er staat in de alinea over beleving op de regionale context: ‘’lijkt de opvatting dominant dat gemeente en gemeenschap overlap dienen te hebben, wil er sprake zijn van ...” Vraag: Wordt hier het woord gemeenschap gebruikt op Westervoortse schaal
1
of op Liemerse schaal? Waarom wordt het woord ‘’lijkt’’ gebruikt? Betekent dat er een forse onzekerheid in deze stelling zit? In welke mate? Waarop gebaseerd? Reactie BMC: Het woord 'lijkt' moet geplaatst worden in de context van de tekst van de hele alinea. De alinea beschrijft dat het beeld ten aanzien van regionale oriëntatie van inwoners in Westervoort diffuus is. M.a.w: het is niet overduidelijk gericht op Arnhem, de Liemers of juist Westervoort - Duiven. In die zin is er sprake van onzekerheid omdat de balans op basis van de bevindingen van ons onderzoek maar net doorslaat naar de aangehaalde opvatting dat gemeente en gemeenschap dienen te overlappen. 4. Pag 20, par 2.1.2 bestuurscultuur: er staat ”de laatste tijd is de toon van het debat scherper”. Waarop is dat gebaseerd? Uit eigen waarneming van raadsdebatten of (ook) uit gesprekken met diverse vertegenwoordigers? Is ook de periode ‘’de laatste tijd’’ beter te duiden? (weken, maanden, jaren?) Reactie BMC: Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 1 is deze constatering gebaseerd op meerdere toegepaste onderzoeksmethoden. In dit geval is hier specifiek geput uit meerdere interviews en de observatie van een aantal raadsvergaderingen (teruggekeken). Qua periode hebben wij het over de periode 2020-2021. 5.
Pag 30 bovenaan en pag 31 onderaan: ‘aanstelling algemeen directeur puur voor 1Stroom (los van gemeentesecretarissen)’ en ‘spanningsveld van functies gemeentesecretaris en algemeen directeur 1Stroom’, en (op diverse plekken, par 2.1 en 2.3.2) ”weeffouten’’: vraag: Ook in de nieuwe structuur hebben de gemeentesecretarissen ook nog de rol van adjunctdirecteur van 1Stroom. Is zo’n dubbelrol nog een weeffout of is dat overkomelijk qua beslis- en aansturingsstructuur? Graag toelichting daarbij Reactie BMC: In september 2020 is de notitie ‘Doorontwikkeling 1Stroom - De volgende stap’ door de directie van 1Stroom vastgesteld. Deze notitie gaat in op het functioneren van 1Stroom in de eerste twee jaar en zaken die opgelost moeten worden (‘weeffouten’). In deze notitie wordt ondere andere een organisatorsiche structuurwijziging voorgesteld in de topstructuur. Dit betekent dat er sprake is van één algemeen directeur als een eenduidig aanspreekpunt voor het functioneren van 1Stroom. De directie van 1Stroom bestaat in de nieuwe situatie uit een algemeen directeur en twee (deeltijd) adjunct-directeuren. De functie van adjunct-directeur wordt gecombineerd met de functie van gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris/adjunct-directeur focust zich, naast de medeverantwoordelijkheid voor de organisatie, vooral op de directe verbinding tussen bestuur en organisatie.
Door middel van deze wijziging is geanticipeerd op de geconstateerde weeffouten. Op bladzijde 31 van het rapport ‘Sterk Bestuur Westervoort’ duiden wij dit nader. Wij constateren dat geanticipeerd is, maar dat de topstructuur wel doorontwikkeld moet worden en een meer structurele agendering vraagt. Waarbij nadrukkelijk bij de invulling van de dubbelrol moet worden stilgestaan: loopt dat goed, is bijsturing nodig etc. 6. Pag 33, vlak boven 2.1.6: ‘andere (functionarissen) hebben een optimistischer beeld ….’ Vraag: In welke mate hebben de onderzoekers de verschillende percepties op de financiële situatie aangetroffen? Hoe duiden de onderzoekers de optimistische perceptie in relatie tot de stellige analyse daarboven “op dit moment financieel zwaar onvoldoende” en “in toekomst verder onder druk…”?
2
Reactie BMC: Vanuit de interviews zijn verschillende beelden opgehaald ten aanzien van hoe tegen de financiële situatie wordt aangekeken. Dit betreffen optimistische beelden en beelden van ‘een glas half leeg’. De verdiepingsrapportage ‘Financiële analyse BIG TIRE’ geeft weer hoe BMC tegen de financiële situatie van de gemeente Westervoort aankijkt. Hieruit blijkt dat er voorzichtige stapjes in verbetering worden gezet, maar dat de financiële situatie zeer broos blijft. 7. Pag 34: bijdrage aan de regio (voorbeeld Groen Metropoolregio) (ook nog later in het rapport: pag 53): Opmerking/correctie: reeds eerder aangegeven: dit is niet correct: hier moet staan: The Economic Board als voorbeeld waar Westervoort niet aan bijdraagt. Aan de Groene Metropoolregio als entiteit doet Westervoort wel mee. Reactie BMC. De zin op bladzijde 34 geeft niet aan dat de gemeente Westervoort niet deelneemt aan de Groene Metropoolregio. Wat er staat is dat de gemeente Westervoort door beperkte financiële middelen en beperkte organisatiekracht niet in staat is om de gewenste bijdrage te leveren aan de regio. Gewenste bijdrage is daarbij niet wel of niet, maar een bepaalde mate. Op pagina 53 dient wel een correctie aangebracht te worden. Deze correctie is doorgevoerd, zie hiervoor bijgevoegde aangepaste versie van het rapport. 8. Pag 34: negatieve beeldvorming rondom Westervoort aangaande de regio.
Vraag: Welke voorbeelden zijn hiervoor aangetroffen/ genoemd (afgezien van The Economic Board)? en wat kan het gevolg zijn van deze negatieve beeldvorming? Reactie BMC: Gemeente zijn voor bestuurskracht in sterke mate afhankelijk van hun vermogen om in hun omgeving samenwerkingsrelaties aan te gaan en die relaties tot rendement te laten komen. Dat vraagt een actieve bijdrage: de waarde van een partner in een netwerk wordt sterk bepaald door de mate waarin de partner een bijdrage kan leveren aan dat netwerk, door kennis, menskracht en geld. Negatieve beeldvorming ontstaat omdat de gemeente Westervoort niet voldoende in staat is om een passende bijdrage te leveren aan de regionale samenwerking. De voorbeelden die we noemen zijn: het niet leveren van een financiële bijdrage, geen duidelijk eigen agenda hebben en geen lobbykracht kunnen mobiliseren. Dit is geen onwil, maar meer een onmogelijkheid vanwege de beperkte organisatiekracht en financiële mogelijkheden. Samenwerking in de regio is altijd gebaseerd op een kwestie van geven en nemen. Op het moment dat er sprake is van negatieve beeldvorming, dan kan dat tegen de gemeente werken (in het kader van beeldvorming) om samen zaken voor elkaar te krijgen en mede in het kader van het behartigen van de belangen van de ander. Het zogenaamde free-rider probleem.
3