CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20211108-transitievisie-warmte-westervoort-bijlage-1-transitievisie-warmte..docx

Raadsvergadering 8 november 2021, gemeente WestervoortBij agendapunt: Transitievisie warmte20.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• Goed geïsoleerde woningen, energielabel A of beter, of bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig en soms aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Bedrijfspanden Voor alle bestaande kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte, zie Figuur 9. Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Deze panden zijn in de warmteprofielen (Figuur 10) niet meegenomen.

Figuur 9 Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de oudere kantoorpanden ook aangeduid met lage temperatuur. In Figuur 10 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven: de afgifte-temperatuur die op termijn realistisch is. Nieuwbouwlocatie Hof het Hamerden is recent zonder aardgas aansluiting opgeleverd en op de kaarten niet weergegeven. Op dit moment (2021) gebruikt het merendeel van de woningen in Westervoort nog een cv-ketel met een hoge afgifte-temperatuur: deze huizen zou je daarom rood kunnen in kleuren op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de

30

besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert hun warmteprofiel. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet).

Figuur 10 Warmteprofiel gemeente Westervoort: de afgifte-temperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen gezet zijn. We geven clusters weer van huizen met een zelfde warmteprofiel. Individuele huizen zijn niet in kaart gebracht.

31

Wijken die nog aardgas verbruiken De wijken in de gemeente Westervoort die nog aardgas verbruiken zijn: Leigraaf, Naederhuizen, Lange Maat, Kern, Emmerik, Vredenburg en de Mosterdhof.

Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) kunnen geschikt zijn voor de aanleg van een warmtenet. Dit is dan één van de technische oplossingen die vergeleken wordt. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen (zoals een warmtepomp) of duurzaam gas meer voor de hand. Op de volgende pagina is in Figuur 11Error! Reference source not found.. voor Westervoort de concentratie van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt De huidige markt beschouwd een warmtevraagdichtheid vanaf 1000 gigajoule (1 Terajoule / 31.600 m3 aardgas) er hectare en een minimum aantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) als kansrijk voor een rendabel warmtenet. De uitdrukking gigajoule per Hectare (GJ/ha) wordt gebruikt om aan te geven hoeveel warmte er in een afgebakend gebied (hectare) gemiddeld wordt verbruikt. Hoe hoger deze warmtevraagdichtheid, hoe groter de kans dat een warmtebedrijf dan de relatief hoge investeringen in het leidingwerk over een periode van 30 jaar mogelijk met een gezond financieel rendement6 kan terugverdienen. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing.

Tussen 500 en 1000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid in sterke mate af van de omstandigheden: het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben.

6

Het gemiddelde rendement van warmtebedrijven op de levering van warmte varieert. De Autoriteit voor Consument

en Markt (ACM) reguleert het rendement dat deze bedrijven mogen maken. Het “redelijk” rendementspercentage wordt jaarlijks middels een bandbreedte vastgesteld en ligt ongeveer tussen de 5% en 6,5%.

32

Figuur 11 De verwachte toekomstige warmtevraagdichtheid in gemeente Westervoort. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Tabel 1. Figuur 11 laat zien dat er variërende warmtevraag is in Westervoort, maar dat de meeste wijken bebouwde clusters met minimaal een warmtevraag dichtheid van 500 GJ/hectare zijn. Dit betekent dat in deze gebieden een warmtenet als warmteoplossing één van de opties is om verder te onderzoeken.

33

4.2 Warmtebronnen In dit hoofdstuk noemen we welke warmtebronnen in de gemeente Westervoort beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Deze analyse is zowel voor de gemeente Westervoort als voor de gemeente Duiven gedaan, en daarom zijn de potenties van beide gemeenten verwerkt in dit overzicht. Er staat per warmtebron aangegeven of deze individueel (per woning of appartementencomplex) en/of collectief (warmtenet) inzetbaar zijn. Warmtebronnen die weinig kansrijk zijn voor beide gemeenten, zijn toegelicht in bijlage C. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 in Westervoort is ca. 270 TJ (zie paragraaf 4.1).

Ruim beschikbare warmteoplossingen Luchtwarmtepompen, Individueel Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan –net als voor andere lage temperatuuroplossingen– goed geïsoleerd zijn. Ook is er een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Bodemenergie, warmte-koudeopslag (WKO), Individueel & Collectief Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). Om de bodem in balans te houden, dient het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron.

WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, thermische energie uit oppervlaktewater (TEO, toelichting op de volgende pagina). Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in de gemeenten is 1470 TJ per jaar voor respectievelijk open en gesloten systemen.7 Een warmte-koude-opslag is een typisch voorbeeld van een open systeem. Een bodemlus (horizontaal of verticaal) is een typisch voorbeeld van een gesloten systeem. Er worden buizen in de grond geplaatst waar een vloeistof doorheen stroomt die warmte uit de grond onttrekt en af geeft aan de woning via een warmtepomp. Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie van bodemenergie lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in het centrum) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is. Restwarmte bedrijven, Collectief Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden (restwarmte). Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In de gemeente Duiven bevindt zich een afvalverwerking centrale (AVR) met beschikbare warmte op middelhoge temperatuur; de hoeveelheid van deze warmte komt neer op ongeveer 630 TJ/jaar.

Dit is goed voor circa 14.500 huishoudens. Daarnaast is nog een beperkte hoeveelheid aan hoge temperatuur restwarmte beschikbaar, waarvan de exacte hoeveelheid niet bekend is. Regionaal is voor de restwarmte van de AVR op termijn waarschijnlijk meer vraag dan aanbod. Daarnaast is het niet volledig zeker of het aanbod vanuit de AVR komende jaren verder toe, of juist af zal

7

Bron: Warmteatlas

34

nemen. We zullen met andere gemeenten via het proces van de Regionale Energiestrategie af stemmen waar en wanneer deze warmte het beste ingezet kan worden. Restwarmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie, Collectief Uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Nieuwgraaf in de gemeente Duiven kan restwarmte worden gewonnen (Thermische Energie uit Afvalwater, TEA), die via een middenof laagtemperatuur warmtenet naar woningen getransporteerd kan worden. De totale capaciteit hiervan voor de gemeenten is ongeveer 230 TJ/jaar, goed voor ongeveer 5.500 huishoudens. Zonnewarmte, Individueel & Collectief Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren; die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare per jaar in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter per jaar in een dak opstelling.8 De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel is het interessant om te onderzoeken.

In de gemeenten is de theoretische potentie van zonnewarmte in veldopstelling ongeveer 600 TJ/jaar, goed voor circa 13.000 huishoudens.

Beschikbare kleinschalige / lokale warmteoplossingen Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), Collectief Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte heeft een lage temperatuur en kan met een warmtepomp naar een hoger temperatuurniveau worden gebracht. Door middel van een warmtenet kan de warmte naar gebruikers worden getransporteerd. Langs de gemeenten stroomt het Pannerdensch Kanaal of de IJssel. De totale potentie van dit stromende water wordt ingeschat op ongeveer 200 TJ/jaar, goed voor circa 4.800 huishoudens .9 Biogas, Collectief Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, slib, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen is genoeg voor circa 180 TJ/ jaar.10 De RWZI Nieuwgraaf produceert op dit moment via slibvergisting ook biogas en zal de productie hiervan komende tijd opschroeven. De potentie hiervan wordt geschat op 115 TJ/jaar. Gezamenlijk komt de theoretische potentie van biogas neer op 295 TJ/jaar, goed voor circa 6.500 huishoudens. Biogas wordt op dit moment vooral commercieel verhandeld en de beleidsontwikkeling over de toekenning nog onzeker(zie kader op de volgende pagina).

Opkomende technieken Aardwarmte (ondiep en diep), Collectief Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot > 100 °C). Recent onderzoek van Energie Beheer Nederland (EBN) in “Waarde van Aardwarmte en Regionale Mogelijkheden’’ (studie WARM) laat zien dat geothermie veel potentie heeft als warmtebron voor de regio Arnhem Nijmegen. In de loop van 2021 worden resultaten verwacht van een onderzoek naar

8

Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie

9

Bron: Warmteatlas Bron: Warmteatlas

10

35

de potentie ervan. Geothermie wordt momenteel in Nederland vooral toegepast voor glastuinbouw gebieden, maar de collectieve toepassing van geothermie voor woningen via warmtenetten wordt steeds meer onderzocht (vooral in combinatie met glastuinbouw gebieden). Voor de komende 10 jaar verwachten we niet dat geothermie voor de gemeente een rol gaat spelen, maar op de langere termijn is dat zeker mogelijk. Waterstof, individueel of collectief Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven11. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. In de meeste toekomstvisies worden vooral de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector genoemd als de sectoren waar waterstof het meeste bijdraagt aan verduurzaming. Ook wordt een rol van waterstof voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonne- en windenergie wordt opgewekt.

Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Een voordeel van de inzet van waterstof voor het verwarmen van gebouwen is evenwel dat – met de nodige aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan blijven worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur. Omdat waterstof duur (veel duurder dan aardgas) is, zal voldoende isolatie van de woning evenwel wenselijk blijven. De CV-ketel dient aangepast te worden; ook moet per woning worden nagegaan of de leidingen in de woning veilig zijn voor toepassen van waterstof. Het is dus technisch mogelijk, maar voorlopig nog niet waarschijnlijk dat er op grote schaal waterstof gebruikt gaat worden voor woningen vanwege de schaarste en toepassingen in andere sectoren.

Waterstof, groen gas en biomassa Over de inzet van waterstof, groen gas en biomassa is veel te doen. Het lijken eenvoudige oplossingen, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de leidingen nodig zijn. Helaas kleven er nadelen en beperkingen aan het gebruik ervan. Zo is er veel elektriciteit nodig om waterstof te produceren. Deze elektriciteit wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas gemaakt. Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. Ook groen gas en biomassa zijn niet ruim voorhanden. Waterstof, groen gas en biomassa zijn bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te leveren. Het is dan ook het meest logisch om ze in te zetten waar ook echt een hogere temperatuur nodig is. Voor verschillende sectoren is dit essentieel, bijvoorbeeld proceswarmte voor de industrie en het verduurzamen van de vliegtuigsector. Ook kan waterstof een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer hier meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Woningen liggen minder voor de hand om met zulke schaarse hoge-temperatuurwarmte te verwarmen, omdat dit ook op andere manieren kan.

11

Voor meer informatie over waterstof, zie bijvoorbeeld: Overmorgen, De positie van waterstof in de energietransitie,

een nuancering van de belofte, 2018; of Expertisecentrum warmte, techniekfactsheet waterstof, https://www.expertisecentrum warmte.nl/kennis/factsheets

36

5. Kansrijke warmtevoorziening per wijk in 2050 In hoofdstuk 4 zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek?

5.1 Woonwijken Dit hoofdstuk geeft een visie op de warmtevoorziening in 2050, een totaalbeeld van de gemeente. Dit eindbeeld ligt nog niet vast, maar geeft de zekerheid dat de keuzes voor de eerste wijk goed in een totaalbeeld voor Westervoort passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Voor de transitiewijk wordt de komende jaren diverse scenario’s grondiger uitgewerkt en met elkaar vergeleken. Het totaalbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) elke vijf jaar worden herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van het onderzoek naar aardwarmte, of ontwikkelingen rond waterstof. Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een collectieve warmtevoorziening (warmtenet) wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren. Beschikbare bronnen in Westervoort zijn: de restwarmte uit de AVR en de RWZI, warmte van grootschalige zonthermie, bodemof aardwarmte en eventueel warmte uit een biogascentrale. Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een wijk niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen.

In de visie warmtevoorziening 2050 gebruiken we vijf verschillende categorieën voor kansrijke warmteoplossingen: Kleurcodering

Categorie warmtetechniek Warmtenet kansrijk Individueel/ Warmtenet kansrijk Individueel Individueel/ groen gas Bestaand warmtenet

Op de volgende pagina vind je de visie warmtevoorziening 2050 voor de gemeente Westervoort. Daarna volgt de uitleg en duiding per categorie.

37

Figuur 12 Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050). Welke warmtevoorziening het meest geschikt is wordt weergegeven in Figuur 12. Op de kaart zien we de volgende zones: Warmtenet kansrijk In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: er is bijvoorbeeld een hoge warmtedichtheid, zie Figuur 12, en/of er is een warmtebron in de buurt. Gedeeltes van de wijken Kern, Vredenburg, Emmerik, Broeklanden en Lange Maat zijn kansrijk om een warmtenet te overwegen. Hierbij zal dan een passende warmtebron moeten worden gezocht, met

38

uitbreiding van het bestaande warmtenet als één van de mogelijkheden. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Individueel / Warmtenet kansrijk In deze gebieden is het nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. De warmtevraagdichtheid is hier niet zo hoog dat een warmtenet direct het meest kansrijk lijkt, maar het is zeker de moeite waard om het als één van de opties te onderzoeken. Dit is van toepassing op delen van de wijken waar een warmtenet kansrijk is. Daarnaast kan het voor de wijken Mosterdhof, Naederhuizen, Het Ambacht, Leigraaf en Ganzepoel interessant zijn om de optie van een warmtenet naast de individuele warmteoplossingen te overwegen. Er moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een kans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten. Individueel Als woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden (de groene en oranje gebieden in Figuur 10), zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt.

Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een mini-warmtenet). Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, is de keuze voor individuele oplossingen logisch. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Individueel / groen gas In een aantal wijken staan oudere woningen, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 10). De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar duurzaam gas (biogas of waterstof) mogelijk de beste optie is in 2050. De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of een pelletkachel, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden. Vanwege de onzekerheid, zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond duurzaam gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en hybride warmtepompen. In nagenoeg alle wijken zijn wel plekken te vinden waar individueel/ groen gas mogelijk een goede optie is.

Bestaand warmtenet In Westervoort is al in veel wijken een warmtenet aanwezig. De wijken waar een warmtenet ligt zijn: Ganzepoel, Hoogeind, Steenderens, Het Ambacht (exclusief zuid-west), Beekenoord, het oostelijke deel van Broeklanden, het noordelijke deel van Schans en een klein gedeelte van Kern. Ook in de wijk Mosterdhof zijn een aantal woningen aangesloten op het warmtenet. De aanwezigheid van dit warmtenet biedt kansen voor de nabij gelegen gebieden. Door toekomstige ontwikkelingen komt er mogelijk nog capaciteit vrij op de huidige warmtenetten om andere gebouwen ook aan te sluiten. De inwoners van Westervoort die al aangesloten zijn op het warmtenet kunnen verder aan de slag met het isoleren van hun woning. Een mogelijk lagere warmterekening door isolatiemaatregelen te treffen is voor deze inwoners een interessante optie om zelf te onderzoeken, of hier advies over te vragen bij het energieloket. Daarnaast geldt hier dat hoe meer warmte er bespaart wordt, hoe meer warmte er voor de nog niet aangesloten gebouwen in Westervoort overblijft.

39

5.2 Bedrijven en kantoren Bedrijven die gevestigd zijn in wijken met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de wijk. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een wijk. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf.

Bedrijventerrein Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden; bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal weinig verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen: •

• •

Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. Een lage temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.

Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen.

Het Ambacht De bedrijven op Het Ambacht zijn deels al aangesloten op het warmtenet, maar dat geldt niet voor alle bedrijven. Dit betekent dat er nog een opgave ligt om samen verder te onderzoeken wat de meest passende warmteoplossing is voor de bedrijven die nog aardgas verbruiken. Aansluiten op het bestaande warmtenet lijkt de logische oplossing, maar voor de bedrijven met een grote koudevraag is bodemenergie mogelijk passender omdat met die techniek zowel warmte (in de winter) als koude (in de zomer) geleverd kan worden.

Kantoren Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.

5.3 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing Eén van de belangrijkste uitgangspunten (zie hoofdstuk 3), is dat we zoeken naar de optie met de laagste maatschappelijke kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties is de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt en de Buurtanalyse van

40

netbeheerder Liander. Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste nationale kosten: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt12. Hieruit komt naar voren dat de visie voor de gemeente Westervoort goed overeenkomt met de goedkoopste optie uit de Startanalyse. De berekening in de Startanalyse gaat per CBS-wijk. Omdat binnen een CBS-wijk veel verschillende huizen kunnen staan, is in de analyse hierboven (hoofdstuk 4 en 5) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. Soms verschillen de resultaten hierdoor. Een reflectie op de resultaten van de Startanalyse en de Buurtanalyse in vergelijking in vergelijking met de Visie Warmtevoorziening is te vinden in bijlage D. De nationale kosten zeggen echter weinig over de betaalbaarheid van de voorkeursoplossing. Om inzicht te krijgen in of een oplossing voor iedereen in een buurt of wijk betaalbaar is, zal in de startwijken vervolgonderzoek gedaan moeten worden. Het stookgedrag van bewoners, de staat van de woning en het woningtype hebben zo veel impact op de betaalbaarheid en terugverdientijd van maatregelen dat algemene uitspraken hier geen recht aan doen. Om deze reden leggen we in deze transitievisie niets vast over welke techniek waar ingezet gaat worden, maar geven we een indicatie van kansrijke technieken voor de verschillende wijken.

De betaalbaarheid van de oplossingen voor de startwijken worden in de wijkuitvoeringsplannen (zie hst. 7, Uitvoeringsstrategie) verder uitgewerkt. De algemene uitgangspunten van deze transitievisie, “laagste kosten voor bewoners en bedrijven” en “iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie”, zijn hiervoor leidend (zie hst 3, “Hoe maken we keuzes?”).

12

Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de

opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.

41

6. Wanneer worden de wijken aardgasvrij? Dit hoofdstuk beschrijft het tijdpad. In welke wijken starten we op korte termijn met vervolgonderzoek naar alternatieve warmteoplossingen? Welke wijken komen later, op middellange of lange termijn, aan bod? Zo kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en de netbeheerder hun investeringen afstemmen op het tijdpad. We benadrukken dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. In hoofdstuk 3 beschreven we wat een wijk geschikt kan maken als startwijk. De toepassing van deze criteria heeft geleid tot een globale planning, die weergegeven is in

Criteria keuze transitiewijk

Zie Hoofdstuk Error! Reference source not found.: “hoe maken we keuzes?”

Figuur 14 op de volgende pagina. In paragraaf 6.1 t/m 6.5 wordt vervolgens voor de verschillende wijken en tijdspaden meer informatie gegeven. Wanneer we spreken over “wijken”, worden niet vanzelfsprekend de bestaande wijkgrenzen aangehouden. In de onderstaande matrix wordt de toepassing van de selectiecriteria op de verschillende (nog grotendeels aardgas verbruikende) wijken zichtbaar:

Figuur 13 Matrix logische transitiewijk Uit de toepassing van de selectiecriteria blijkt dat de meeste wijken aan één selectiecriterium voldoen. De wijk Mosterdhof voldoet aan twee selectiecriteria. De scoring van de Mosterdhof wordt op de volgende pagina’s verder toegelicht, na de globale planning van de wijken in de gemeente Westervoort. Na 2030 ontstaan door koppelkansen in de openbare ruimte waarschijnlijk concrete kansen voor restwarmte via uitbreiding van het bestaande warmtenet. De globale planning na 2030 is vooral gebaseerd op de geplande werkzaamheden in de openbare ruimte door de gemeente.

42

43

Figuur 14 Globale planning De categorieën in de legenda worden op de volgende pagina verder toegelicht. Transitiewijk (2022-2030) – In een transitiewijk is het logisch om op kortere termijn vervolgstappen te zetten richting een aardgasvrije toekomst. Hier zijn we samen met bewoners al aan de slag met plannen voor de wijk, woningverbetering en het verder in beeld brengen van de benodigde transitie stappen. We zetten in op het toekomst gereed maken van de wijk, zodat de bewoners na 2030 de overstap kunnen gaan maken naar aardgasvrij. In 6.1 lichten we de keuze voor de Mosterdhof als transitiewijk verder toe.

44

Natuurlijk tempo (2022-2050) - Voor deze gebieden liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente wil bewoners en ondernemers hier zo lang mogelijk de tijd voor geven en kiest daarom voor een natuurlijk tempo: niet het hele gebied tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. Alleen als zich bijzondere situaties voordoen waarbij het slim is om het gasnet vroegtijdig te vervangen zal hiervan afgeweken worden. Middellange termijn (2030-2040) - In deze wijken zien we kansen of ontwikkelingen waar de gemeente, samen met belanghebbenden, tijdig op wil inspelen. Maar niet op korte termijn omdat hier geen concrete aanleidingen voor zijn. De kansen voor deze wijken liggen vaak in de mogelijkheid om met midden-temperatuur, en op termijn lage-temperatuur warmtebronnen verwarmd te kunnen worden. Lange termijn (2040-2050) – Wijken (of delen daarvan) met veel oudere woningen zijn in de regel lastig aardgasvrij te maken. Juist omdat het met de huidige warmtetechnieken nog lastig is om een dergelijke wijk aardgasvrij te maken, is deze wijk als laatste aan de beurt. Ook speelt mee dat in deze wijken op korte of middellange termijn geen koppelkansen voorzien worden.

Voor de wijken die met natuurlijk tempo, middellange termijn of lange termijn zijn aangeduid geldt dat innovatie en doorontwikkeling van bestaande technieken in de toekomst positieve impact kunnen hebben op de keuze voor een geschikte warmteoplossing. Natuurlijk tempo / middellange termijn - In de gearceerde gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op een collectieve ontwikkeling in een nabij gelegen wijk. Als een collectieve oplossing (warmtenet) de meest aantrekkelijke oplossing blijkt, dan gaan de wijken op middellange termijn van het aardgas af. Als de gebouwen in deze wijken individuele oplossingen krijgen, wordt er een natuurlijk tempo aangehouden. Dit wordt duidelijk in het wijkuitvoeringsplan. Aangesloten op warmtenet – De groene gebieden zijn al aangesloten op het warmtenet en daarmee grotendeels aardgasvrij. Dit geldt echter niet voor alle woningen. Er zijn kleine aantallen woningen die op de wijkgrenzen liggen en soms geen warmteaansluiting hebben. Bij een wijkuitvoeringsplan in een nabij gelegen wijk zal gekeken worden of deze meegenomen kunnen worden in het traject. De eigenaren van deze woningen en gebouwen die al aangesloten zijn op het warmtenet kunnen in de meeste gevallen nog wel aan de slag om via isolatiemaatregelen hun warmtevraag verder terug te dringen.

Dit zorgt er voor dat met dezelfde hoeveelheid warmte meer woningen in de gemeente Westervoort verwarmd kunnen worden.

45

6.1 Transitiewijk In de Mosterdhof zullen we als eerste starten met vervolgstappen richting aardgasvrij verwarmen.

Transitiewijk Mosterdhof Waarom hier starten? We willen vervolgstappen zetten in de Mosterdhof vanwege het wijkinitiatief “Mooi Mosterdhof” en het uitvoeringsprogramma dat hiervoor met de wijkcoalitie opgestart wordt. De gelijkvormigheid van woningen, aanwezigheid van woningcorporatiebezit en het wijkinitiatief maakt dit een logische plek om te starten. Het is de enige wijk die op meer dan één selectiecriterium aansluit en daarmee een logische keuze. Wanneer? We zijn inmiddels gestart (juli 2021) met de voorbereiding van transitiestappen in de Mosterdhof, samen met de bewoners. Hiervoor dient het ‘Plan van aanpak procesondersteuning bij wijktransitieplan ‘Mooi Figuur 15 Afbakening startwijk Mosterdhof Mosterdhof’ (van 21 april 2021) van het ontwerpteam Barzilay+Ferwerda als uitgangspunt. Op basis van dit plan is inmiddels met succes de provinciale subsidie Wijk van de Toekomst (fase twee) toegekend. Wat? In dit gebied starten we met het opstellen en afstemmen van een integraal wijktransitieplan afgestemd op de reeds lopende ontwikkelingen in deze wijk (zie ook hoofdstuk 7.2). Het doel hiervan is om een gezamenlijk plan te vormen over hoe de wijk de komende jaren toekomstbestendig gemaakt zal worden. Onderweg naar deze toekomstbestendigheid besteden we bijzondere aandacht aan de energiebesparende maatregelen die het gasverbruik van de woningen flink terug kan dringen.

Via een individueel woonplan verkennen we met bewoners ook de mogelijkheden voor de inzet van een hybride warmtepomp of volledig aardgasvrije warmteoplossing (zie hoofdstuk 7.2 voor een toelichting op hoe dit aansluit op het uitvoeringsprogramma van het wijkinitiatief Mooi Mosterdhof).

6.2 Natuurlijk tempo (2022-2050) De wijken Hondsbroekse Pleij, IJsselwaard, Naederhuizen (excl. Hamerstraat en omgeving), Schans en Vredenburg (west) zijn aangeduid met “natuurlijk tempo”. Sommige van deze gebieden hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Of het gaat om stukjes bebouwing met relatief nieuwe woningen. Waarom deze wijken met een natuurlijk tempo? Voor het landelijk gebied geldt dat de woningen zo verspreidt liggen en verschillend zijn dat hier een wijktraject niet veel gaat opleveren. In Vredenburg (west) zijn bijvoorbeeld een aantal relatief nieuwe woningen gerealiseerd die op hun eigen tempo over kunnen stappen op een lage temperatuur individuele oplossing. Bij individuele oplossingen is het mogelijk dat niet alle bewoners op hetzelfde moment van het aardgas af gaan. Dat heeft een aantal voordelen: energiemaatregelen meenemen als er toch verbouwd wordt, scheelt gedoe en kosten. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt ervoor dat investeringen verdeeld worden over meerdere jaren. Wanneer? In deze wijken kiezen we voor een geleidelijk tempo: niet de hele wijk tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. De gemeente wil bewoners hier zo lang

46

mogelijk de tijd voor geven, en heeft de einddatum daarom op 2050 gezet. Dat lijkt lang, maar in een periode van 30 jaar komt bij veel bewoners maar één keer een echt groot ‘natuurlijk moment’ voor om de woning aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. We roepen bewoners daarom op om verhuizingen, verbouwingen en opknapwerkzaamheden (ook binnenshuis) daadwerkelijk te benutten om de woning (stapsgewijs) aardgasvrij te maken. Wat? Hier liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand (zie hoofdstuk 5). Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later de CV ketel te vervangen door een warmtepomp.

Tip: stel na isolatiemaatregelen de CV ketel in op 55 graden in (zie handleiding van uw ketel). Als bewoner spaart dat energie uit en op deze manier kunt u zelf ervaren of uw woning geschikt is voor een warmtepomp. Indien u uw woning niet voldoende warm krijgt in de winter, dan kunt u de ketel altijd weer op een hogere temperatuur instellen.

6.3 Middellange termijn (2030-2040) Op de middellange termijn volgen Broeklanden (west), Emmerik, Het Ambacht, Lange Maat, Naederhuizen (cluster onder de Hamersestraat) en Vredenburg (oost). Waarom deze wijken op de middellange termijn? We volgen in deze gebieden de planning van werkzaamheden in de openbare ruimte. In de bovengenoemde gebieden zijn tussen 2030-2040 werkzaamheden aan de bestrating en mogelijk het riool voorzien. Netbeheerder Liander en woningcorporatie Vivare hebben op deze termijn nog geen concrete vervangings- of renovatiewerkzaamheden gepland. Wat? Tenzij er zich nieuwe (nog onvoorziene) ontwikkelingen voordoen, wordt in deze wijken vanaf 2030 gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen en afstemmen van wijkuitvoeringsplannen. Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze wijken verder weg in de tijd te liggen; voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden. Hier gaan we in hoofdstuk 7 verder op in.

6.4 Lange termijn (2040-2050) Westervoort Kern en Leigraaf volgen op de lange termijn. Waarom deze wijken op de lange termijn aanpakken? We volgen in deze gebieden de planning van werkzaamheden in de openbare ruimte. In de bovengenoemde gebieden zijn na 2040 werkzaamheden aan de bestrating en mogelijk het riool voorzien. In Westervoort Kern komt hierbij dat in deze gebieden oudere woningen staan (van bouwjaren voor 1940), die moeilijker duurzaam te verwarmen zijn. Netbeheerder Liander en woningcorporatie Vivare hebben op deze termijn nog geen concrete vervangings- of renovatiewerkzaamheden gepland. Wanneer? Tenzij er zich nieuwe (nog onvoorziene) ontwikkelingen voordoen, wordt in deze wijken vanaf 2040 gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen en afstemmen van wijkuitvoeringsplannen. Uiterlijk 2050 zullen de laatste wijken over stappen naar een andere warmtevoorziening.

47

Wat? Wat hier na 2040 gaat gebeuren hangt samen met de landelijke ontwikkelingen in de warmtetransitie. Het uitgangspunt nu is dat we daar met de bewoners vanaf 2040 ook toe gaan werken naar een wijkuitvoeringsplan. We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere wijken af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze wijken verder weg in de tijd te liggen; voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden. Hier gaan we in hoofdstuk 7 verder op in.

6.5 Middellange termijn (2030-2040) of natuurlijk tempo Voor het gebied in Naederhuizen rond de Hamersestraat is het nu nog niet duidelijk of deze op middellange termijn of via hun natuurlijke tempo over gaan naar andere warmtevoorzieningen. Waarom is dit? Voor deze gebieden geldt dat er in de wijken na 2030 gestart zal worden met de wijkuitvoeringsplannen. Hierin kan onderzocht worden of het (praktische of financiële) kansen biedt om bovengenoemde gebieden mee te nemen in de planvorming. Als blijkt dat dit geen meerwaarde toevoegt, zullen de gebouweigenaren op eigen tempo aan de slag gaan met hun verduurzamingsopgave zodat ze uiterlijk in 2050 volledig aardgasvrij verwarmd worden.

6.5 Bedrijventerreinen Het globale tijdpad geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de wijken gevestigd zijn – zij gaan mee in de transitie met de wijk waarin ze liggen. In de gemeente liggen ook twee bedrijventerreinen, die worden hieronder kort toegelicht.

Het Ambacht In de wijk Het Ambacht liggen twee bedrijventerreinen ten zuiden van de Hamersestraat. Een deel van de gevestigde bedrijven is reeds aangesloten op het warmtenet. Tegelijkertijd verbruikt een deel van de bedrijven ook nog aardgas. Omdat de impact van de uitfasering van het aardgas door deze bedrijven groot kan zijn, willen we niet wachten tot na 2040. Daarom hebben deze terreinen de aanduiding van middellange termijn gekregen. In de update van de TVW over 5 jaar zal verder onderzocht worden wat de exacte opgave voor deze bedrijventerreinen is.

48

7. Vervolgstappen De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Ook besteden we aandacht aan de financieringsmogelijkheden van verduurzamingsstappen, de rol van samenwerkende partijen en de rol van de gemeente in warmtenet ontwikkeling.

7.1 Procesonderdelen Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. Deze maakt onderdeel uit van het programma Circulaire Energie van de gemeente, onder de programmalijn Energietransitie. De uitvoeringsstrategie is opgesplitst in de volgende procesonderdelen: Programmaonderdeel

Periode

Toelichting

1. Aanpak transitiewijk

2022-2030

2. Aanpak overige buurten

Doorlopend

3. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed

2030-2040

5. Communicatie en informatievoorziening

Doorlopend

In de transitiewijk stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen een integraal wijkuitvoeringsplan (hierna voor de Mosterdhof: wijktransitieplan) op. De gemeente stimuleert en informeert bewoners die hun huis willen verduurzamen. We sluiten aan bij inwoners die al enthousiast zijn en aan de slag gaan. We koppelen enthousiaste inwoners aan elkaar en aan energiecoaches, ondersteunen hen en maken ze zichtbaar. Op deze manier betrekken en inspireren andere inwoners en kunnen we de aanwezige kennis en ervaring van inwoners delen. Zo worden alvast de voorbereidingen getroffen op aardgasvrij. De bedrijventerreinen in de gemeente Westervoort kennen hun eigen dynamiek en vragen om een aparte aanpak. Deze aanpak zal in gezamenlijkheid met de betreffende ondernemers worden opgesteld en uitgewerkt zodat ze aansluit bij de belevingswereld en behoeften van ondernemers. Utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed volgen de globale wijkplanning. Via diverse kanalen houden we bedrijven, inwoners en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrije gemeente Westervoort.

6. Doorontwikkeling Transitievisie Warmte

2026

Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te actualiseren. Zo kunnen we inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen.

Hieronder lichten we de verschillende programmaonderdelen verder toe.

49

7.2 Aanpak transitiewijk(en) In de loop van de komende decennia zal de gemeente voor alle wijken die nog aardgas verbruiken een wijkuitvoeringsplan maken. Dat is maatwerk. Elke wijk heeft specifieke kenmerken wat betreft technische mogelijkheden, aard van de woningen, eigendomssituatie en/of samenstelling van de bevolking. De aanpak in wijken waar collectieve warmtenetten worden opgezet, zal er anders uitzien dan een aanpak in een wijk waar individuele of kleinschalig-collectieve oplossingen reëel lijken. In paragraaf 7.5 gaan we dieper in op de ontwikkeling van een warmtenet en de rol van de gemeente hierin. Op basis van de specifieke eigenschappen van de wijk en de door de Gemeenteraad vastgestelde Participatiestrategie Circulaire Economie (zie bijlage H) wordt op maat per wijk een wijkuitvoeringsplan gemaakt. Belangrijke elementen in deze Participatiestrategie zijn de samenwerking met inwoners, zorgvuldige communicatie en dat iedereen binnen zijn/haar mogelijkheden kan meedoen. In 7.6 kunt u meer lezen over de Participatiestrategie. In een wijkuitvoeringsplan wordt onder andere beschreven hoe we inwoners gaan informeren en betrekken. U kunt daarbij denken aan bijvoorbeeld huis-aanhuisbezoeken, bijeenkomsten online of in de wijk, het formeren van een klankbord- of meedenk-groep van wijkbewoners, een nieuwsbrief of een informatiemarkt.

Op grond van het Uitvoeringsprogramma Mooi Mosterdhof loopt er reeds een project in de Mosterdhof dat zich richt op het toekomstbestendig maken van de wijk. In de komende jaren werken we samen met de bewoners toe naar een wijktransitieplan, dat daarop is afgestemd. We gebruiken de term “wijktransitieplan” hiervoor in plaats van het “wijkuitvoeringsplan”, omdat deze beter past bij de beoogde stapsgewijze aanpak. De stapsgewijze aanpak bestaat uit een proces om woningen in de wijk een routekaart naar CO2 neutraal in 2050 te geven. De aanpak heeft twee hoofdonderdelen, overeenkomstig het uitvoeringsprogramma van het wijkinitiatief Mooi Mosterdhof: • Met bewoners werken aan een individueel woonplan (2021); • Collectieve inkoop van o.a. isolatie of installaties organiseren (2022). Na het opstellen van een individueel woonplan kunnen woningeigenaren op hun eigen tempo aan de slag met de uitvoering ervan. Collectieve inkoop acties kunnen ontzorgen en daarbij mogelijk financieel voordeel opleveren. Afhankelijk van het enthousiasme en de resultaten van de bovenstaande aanpak zullen we na 2022 verder uitwerken welke maatregelen (bijvoorbeeld de overstap naar een hybride warmtepomp) nog kunnen helpen om het aardgasverbruik van de woningen nog verder terug te dringen.

7.3 Aanpak overige wijken De gemeente ondersteunt bewoners die hun huis willen verduurzamen. Dit is belangrijk in de wijken waar gekozen is voor een natuurlijk tempo, maar ook in alle andere wijken. Immers, ook als een wijk pas later van het aardgas af gaat, kunnen bewoners al stappen zetten om energie te besparen, of om de woning voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Dan daalt het energieverbruik, de energierekening wordt lager en de woning wordt comfortabeler. De gemeente organiseert daarom de volgende ondersteuning: o Energieloket voor advies en vragen: dit is een algemeen loket waar bewoners en VVE’s terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden die hier ondersteuning bij willen. Bewoners kunnen hier fysiek of online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden. o Informatie en inspiratie via www.samen1nergie.nl: op deze website geven we goede voorbeelden, tips en adviezen voor onder andere de verduurzaming van woningen en de opwek van duurzame energie. Ook verwijzen we slim naar landelijke informatiebronnen zoals www.verbeterjehuis.nl en www.milieucentraal.nl o Collectieve inkoopacties: in Westervoort zijn in het verleden collectieve inkoopacties georganiseerd op het gebied van energiebesparing. Denk hierbij aan zonnepanelen, isolatie of glas.

Door met een grote groep hetzelfde product in te kopen kan er bespaard worden op de

50

kosten. Ook voor de toekomst staan er nieuwe collectieve inkoopacties gepland, deze worden bekendgemaakt op de website van het duurzaamheidsprogramma Samen1Nergie. o Energiecoaches: Een andere manier om aan de slag te gaan met energiebesparing is door een afspraak in te plannen met één van de Duivense & Westervoortse energiecoaches. Dit zijn enthousiaste inwoners die met behulp van cursussen zijn opgeleid om hun medebewoners advies aan huis te geven om te verduurzamen. Zo hebben zij onder andere een warmtecamera om plekken met veel warmteverlies in huis op te sporen. Een afspraak inplannen met één van de energiecoaches kan via https://samen1nergie.nl/contact/. o Energiecoöperatie De Liemers: Sinds kort is energiecoöperatie De Liemers actief in onze gemeente. We gaan graag in gesprek met de coöperatie om hun mogelijke rol en inzet in de warmtetransitie te verkennen. o Duurzaamheidslening: de gemeente Westervoort heeft tot op heden een duurzaamheidslening ter beschikking voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen voor particuliere woningen. De duurzaamheidslening wordt in 2021 geëvalueerd. Voor de meeste woningeigenaren geldt dat een natuurlijk vervangingsmoment van de huidige cv-ketel aangegrepen kan worden om de overstap te maken naar een hybride warmtepomp.

Deze maatregel kan het gasverbruik aanzienlijk13 terugdringen en is voor veel woningen (vooral met energielabels E, D en C) ook financieel aantrekkelijk. De levensduur van een hybride warmtepomp systeem is ongeveer 15 jaar, waarna de overstap naar een volledig aardgasvrije oplossing gemaakt kan worden.

7.4 Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed Voor bedrijven, utiliteitbouw en maatschappelijk vastgoed die in wijken staan met veel woningen, zal tijdens een wijkaanpak bekeken worden of de warmtevoorziening(en) die bij de wijk past gunstig is voor de bedrijven en utiliteitsbouw. Indien nodig kunnen bedrijven en utiliteitsgebouwen ook individuele oplossingen kiezen die passen bij bijvoorbeeld grotere gebouwen en/of hun specifieke warmtevraag. Het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk hand in hand laten gaan met ontwikkelingen op de bedrijventerreinen zelf. Daar waar er sprake is van herontwikkeling van bedrijventerreinen, of daar waar bedrijven willen verduurzamen, wil de gemeente graag participeren om tot een optimale gebiedsoplossing te komen.

Het Ambacht In de wijk Het Ambacht liggen twee bedrijventerreinen ten zuiden van de Hamersestraat. Een deel van de bedrijven op deze terreinen verbruiken deels nog aardgas. Dit is een belangrijk actiepunt voor de volgende versie van de transitievisie en hierna zal een bijbehorende uitvoeringsstrategie voor-en met deze bedrijventerreinen opgesteld worden om uiterlijk in 2040 volledig aardgasvrij te zijn.

7.5 Rol van de gemeente in warmtenet ontwikkeling In de gemeente Westervoort ligt al een grootschalig warmtenet. Door de aanwezigheid van deze infrastructuur zijn er kansen voor de wijken die nu nog gas verbruiken. Voor de toekomst zorgt dit voor mogelijke kansen voor het uitbreiden van dit warmtenet.

13

Een hybride warmtepomp anno 2020 zorgt voor circa 58% besparing op het aardgasverbruik. Zie rapport “De waarde

van de hybride warmtepomp”, Ecorys (2021).

51

Het ontwikkelen van een warmtenet is een complex proces dat globaal in 8 fases te onderscheiden is. Het ontwikkelwiel van adviesbureau Greenvis (Figuur 16) geeft bijvoorbeeld een algemeen raamwerk voor dit proces: 1.

Ideevorming

2.

Idee-uitwerking

3.

Haalbaarheidsonderzoek

4.

Concretiseren

5.

Financial close

6.

Voorbereiding realisatie

7.

Realisatie

8.

Exploitatie

Vooral in de eerste fases gaat de vraag spelen wat voor rol de gemeente Westervoort wil vervullen in het ontwikkelproces.

Figuur 16 Het Greenvis ontwikkelwiel - de verschillende fases voor de ontwikkeling van een Wanneer de gemeente Westervoort start met warmtenet. vervolgonderzoek in het kader van het wijkuitvoeringsplan, neemt zij de regierol in het proces. Hoe de gemeente vervolgens wil gaan samenwerken met de markt(partijen), vraagt om een weloverwogen keuze.

Op hoofdlijnen kan de gemeente de volgende rollen kiezen: -

Facilitator: Stimuleren en faciliteren van initiatieven van marktpartijen en/of burgerinitiatieven. Partner: Samenwerken met externe partner in de vorm van een concessie (1 op 1). Aanbesteder: Kiezen tussen marktpartijen, vastleggen in de vorm van een concessie. Opdrachtgever / zelf doen: Eigen warmtebedrijf opzetten

Minder zeggenschap, minder risico

Meer zeggenschap, meer risico

Elke rol kent voor- en nadelen, die per situatie ook nog eens kunnen verschillen. Ook zijn er verschillende tussenvarianten mogelijk. Naast een rol van de gemeente zal ook nagedacht worden over een mogelijk rol van bewoners en bedrijven in warmtenet ontwikkeling. Voor het bestaande warmtenet geldt deze rolkeuze van de gemeente voorlopig nog niet. Marktpartij Vattenfall houdt voor dit gebied een concessie (een afspraak om warmte te mogen leveren) voor onbepaalde tijd. Wanneer de nieuwe Warmtewet van kracht gaat (zie onderstaande paragraaf), zal de huidige concessie met onbepaalde tijd waarschijnlijk omgezet worden in een concessie voor een periode van 30 jaar. Wanneer deze periode verstrijkt dan komt de gemeente opnieuw voor een rolkeuze te staan m.b.t de warmtelevering in het concessiegebied. De details en afspraken rond deze omzetting worden nog verder uitgewerkt in de nieuwe Warmtewet. Juridisch kader rol van de gemeente bij collectieve warmte De aangekondigde nieuwe Warmtewet (Wet Collectieve Warmte) deelt een rol toe aan gemeenten bij de ontwikkeling van warmtenetten voor bestaande bouw. De keuze voor een individuele of collectieve

52

warmtevoorziening (warmtenet) heeft een grote invloed op de rol van de gemeente. Wanneer er gekozen wordt voor een warmtenet heeft dit impact op de openbare ruimte. De gemeente kan ervoor kiezen om de ontwikkeling van het warmtenet aan marktpartijen over te laten, om er zelf actief in te participeren, of iets daar tussenin. De ontwikkeling van de nieuwe warmtewet (zie kader) is mogelijk van grote invloed op de rol van de gemeente bij de ontwikkeling van warmtenetten. Wet Collectieve Warmte: waar gaan we naartoe? Wetgeving over de warmtetransitie is nog volop in ontwikkeling. Een belangrijke wet die in de maak is, is de Warmtewet 2 (formeel de “Wet Collectieve Warmtevoorziening”) over de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten. De Warmtewet 2 zou per 1 januari 2022 ingaan, maar de kans lijkt groot dat die datum niet gehaald wordt. De huidige warmtewet is vooral gericht op consumentenbescherming. Om de energietransitie te versnellen, wordt de wet verbreed naar een wet die ook de uitrol voor bestaande bouw en de verduurzaming van warmtenetten mogelijk maakt. De wet zal onder andere ingaan op de rol en bevoegdheden van gemeenten en andere partijen, op tarieven en duurzaamheid.

7.6 Communicatie- en participatiestrategie Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met inwoners over wat er op hen afkomt en het organiseren van de participatie. Om mee te kunnen doen moeten inwoners weten wat er aan de hand is, wat er gaat gebeuren en wat dat voor hen betekent. Het activeren van inwoners bij deze veranderingen, zodat zij ook mee gaan doen, is een voorwaarde voor succes. Dit kan alleen door helder en zorgvuldig te communiceren. In de communicatie hanteren we waar mogelijk drie niveaus: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite. En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten. Elke wijk is anders. De diversiteit van wijken vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie en participatieaanpak. We zijn helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over. We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen zoals het Energieloket, www.samen1nergie.nl en sociale media.

Voor het organiseren van de participatie is een participatiestrategie opgesteld. De participatiestrategie gaat in op de samenwerking met inwoners, het betrekken van inwoners bij de benodigde veranderingen en de mate van invloed die inwoners hebben op het veranderingsproces. De participatiestrategie heeft een aantal belangrijke uitgangspunten die hieronder kort benoemd worden. De gehele communicatie- en participatiestrategie vindt u in bijlage F en bijlage H. 1.

2.

Als één gemeenschap samenwerken aan circulaire economie Op basis van wederzijds vertrouwen en partnerschap werken inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners, woningbouw corporaties en gemeente aan het verwezenlijken van de doelen op het gebied van de Circulaire Economie. Ieder vanuit zijn unieke ervaring, kennis en rol. Elk afzonderlijk participatieproces wordt vanaf de voorkant samen ontwikkeld, niet voor elkaar maar met elkaar. Bijvoorbeeld door een klankbordgroep te formeren waar inwoners kunnen meepraten of meebeslissen over de wijkuitvoeringsplannen. Iedereen doet mee op een manier die past Er wordt rekening gehouden met verschillen tussen en binnen de diverse doelgroepen. Speciale aandacht is er voor diverse leeftijds- en inkomensgroepen. Doel is dat iedereen een steentje bijdraagt op een manier die past. Daar hoort ook een afweging bij tussen

53

meedenken, meebeslissen, meedoen of een mix van deze drie. Streven is zo veel mogelijk mensen op een zo passend mogelijke manier te laten meedoen. 3.

4.

5.

6.

Alles draait om goede communicatie Herkenbare taal en open en eerlijke communicatie zijn de basis. We zetten verschillende communicatievormen in voor het bereiken van verschillende doelgroepen zodat iedereen de informatie krijgt. Hierbij kun je denken artikelen in de krant,, maar ook aan huisbezoeken of een vragenloket in de wijk. Klein beginnen, slim aansluiten en stap voor stap uitbouwen De ambities binnen de gemeente zijn hoog. Door klein te beginnen wordt het voor iedereen een stuk beter te volgen en te behappen. Ook voor mensen die meer op afstand staan. Daar waar energie zit, kan stap voor stap worden uitgebouwd. Meedoen betekent resultaat boeken Meedoen betekent een verschil maken, concreet iets veranderen, resultaat boeken. Aan elke deelnemer wordt gevraagd: Wat kan jij doen? Meedoen en meepraten wordt gewaardeerd, maar we zetten in op actie. Als mensen niet mee willen doen, dan is dat hun goed recht. Maar we nodigen ze wel uit om met een alternatief te komen. Zo wordt eigen initiatief zo veel mogelijk gestimuleerd. Waardering voor elkaar en elkaars inzet Wat mensen bijdragen aan de verandering mag gezien en gewaardeerd worden. Goede initiatieven verdienen extra aandacht. Beloning is er in verschillende vormen en maten en wordt passend ingezet.

Waar hebben de initiatiefnemers het meeste aan? Een beloning kan mensen verleiden om aan de voorkant mee te doen en het kan dienen als tegemoetkoming bij het maken van grote keuzes.

7.7 Financiering en betaalbaarheid Betaalbaarheid is één van de belangrijkste criteria om draagvlak te vinden. We sturen aan op de laagste kosten voor bewoners, bedrijven en alle belanghebbenden. Een zwaarwegend criterium bij het kiezen van de aardgasvrije techniek, is daarom de techniek met de laagste totale kosten. Soms is dat echter niet genoeg om de overstap voor iedereen betaalbaar te maken en is er extra financiering nodig. De warmtetransitie vraagt investeringen voor isolatie, installaties of de aanleg van nieuwe warmtebronnen. Doorgaans levert dit een besparing in de energielasten op, of meerwaarde voor de woning. Toch betekent dit niet automatisch dat elke maatregel betaalbaar en financierbaar is. Om ze betaalbaar te maken, en om ervoor te zorgen dat iedereen (met een grote en kleine portemonnee) mee kan in de warmtetransitie, zijn er subsidies en financieringsregelingen (duurzaamheidsleningen) nodig. De Rijksoverheid speelt hier een belangrijke rol in. Het beschikbaar maken van subsidies en interessante financieringsvormen speelt een essentiële rol in de warmtetransitie. De gemeente zet daarom in op goede informatievoorziening op dit punt. Dat doen we niet alleen voor de transitiewijk maar voor alle bedrijven en bewoners die hun woning aardgasvrij (ready) willen maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=4244b127-c37e-4f31-a4e8-6a0794604cf0