20211108-rv-routekaart-circulariteit-bijlage-1-routekaart.pdf
Tekst van het document
1
Routekaart Circulariteit Gemeenten Duiven & Westervoort Opdrachtgever: 1Stroom
Arnhem, 16 september 2021 Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
1
© KplusV
© KplusV
Routekaart Circulariteit Gemeenten Duiven & Westervoort Opdrachtgever: 1Stroom Arnhem, 16 september 2021 Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
Contactpersoon: Niels Ahsmann 06 27 08 55 37
© KplusV
Samenvatting Bij de totstandkoming van deze routekaart zijn vier stappen doorlopen, waarbij diverse dilemma's en afwegingen zijn gemaakt. • Er is op basis van een deskstudie een foto gemaakt van de huidige stand van zaken. • Op basis van interviews zijn kansen en mogelijkheden geïnventariseerd. • Aan de hand van focussessies zijn dilemma's en aandachtspunten blootgelegd. • In dialoog met de raad zijn de ambitie en de prioriteiten bepaald. De opgave voor de gemeenten Duiven & Westervoort is omvangrijk en valt uiteen te breken in diverse sectoren. Jaarlijks komt er nog 176 kton afval vrij, dit staat gelijk aan circa tien tot vijftien vrachtwagens afval per dag. De komende dertig jaar moet dit worden teruggebracht naar 0 ton afval.
De doelstelling luidt dan ook dat de gemeenten Duiven & Westervoort zich aansluiten bij de doelstellingen, zoals geformuleerd in het grondstoffenakkoord: • Duiven & Westervoort willen in 2050 een circulaire economie zijn. Een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. • In 2030 moeten Duiven & Westervoort al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). • Omdat er momenteel geen accurate nulmeting is en maatregelen (nog) niet zijn in te drukken in 'harde' cijfers, worden de volgende twee sporen gehanteerd voor de komende vier tot vijf jaar: − Zodra laagdrempelige kansen/ no-regret-maatregelen zich voordoen, worden deze aangegrepen om te bepalen of en in welke mate er wordt ingezet op circulariteit. − Er wordt programmatisch werk gemaakt van de grote clusters van grondstofgebruik om de eerste bewegingen in gang te zetten.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
4
Om tot uitvoering over te gaan zal 1Stroom inzetten op acties, verdeeld over drie prioritaire actielijnen die inzetten op twee sporen.
De komende jaren (tot en met 2025) wordt invulling en vervolgens uitvoering gegeven aan deze acties en zullen de gemeenten jaarlijks verantwoording afleggen over de voortgang. Omstreeks het jaar 2025 worden de doelstellingen en de opgaves aangescherpt en het uitvoeringsprogramma (2025-2030) hierop afgestemd.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
5
Inhoud Samenvatting
4
1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Doel en resultaat
8
1.3
Verantwoording en leeswijzer
9
2
Huidige stand van zaken
10
2.1
Ontwikkelingen in de regio
10
2.2
Foto stand van zaken
11
3
Aanbrengen van focus
15
3.1
Afwegingen en dilemma's
15
3.2
Ambitieniveau
17
4
Programmatische aanpak
19
4.1
Circulair voorbeeldgedrag
19
4.2
Circulair ondernemen
19
4.3
Circulair consumeren
19
4.4
Totaaloverzicht
19
5
Conclusies en aanbevelingen
21
5.1
Ambitie en doelstelling
21
5.2
Uitvoeringsprogramma
21
5.3
Advies
22
Bijlagen Bijlage 1 Overzicht betrokken interne en externe stakeholders
23
Bijlage 2 Voorbeeldacties voor een uitvoeringsprogramma
24
Onze contactgegevens
27
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
6
1 Inleiding Onze samenleving draait op wat de aarde en de economie ons bieden: we gebruiken grondstoffen voor voedsel, onderdak, warmte, kleding, elektrische apparaten en mobiliteit. Die behoefte aan grondstoffen neemt de komende jaren toe, in Nederland en de rest van de wereld. Tegelijkertijd verspillen we nog veel grondstoffen (bijv. in de bouw, consumptiegoederen, in de maakindustrie en in de agrofoodketen), waarmee we onnodig waarde verloren laten gaan, het milieu vervuilen en het klimaat beïnvloeden. Het kabinet heeft daarom als doel om toe te werken naar een duurzame, toekomstbestendige en circulaire economie. Om deze ambitie vorm te geven, zijn concrete doelstellingen uitgesproken, die zijn vastgelegd in het grondstoffenakkoord. Het gaat hier om een intentieverklaring. Het eerste doel is om in 2030 een reductie te hebben van 50% minder primaire grondstoffen (mineraal, fossiel, metaal)2. Vervolgens is er het doel om in 2050 toe te werken naar een 100% circulaire economie. Onderliggend aan deze doelstellingen worden in de wetgeving steeds meer aanscherpingen gedaan. Denk in de bouwsector bijvoorbeeld aan een aanscherping van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG), om op die manier verantwoord materiaalgebruik te bevorderen.
De transitie naar een circulaire economie biedt economische kansen voor Nederland, maakt Nederland minder afhankelijk van import van schaarse grondstoffen en draagt bij aan een schoner milieu.
1.1 Aanleiding Gemeenten in Nederland worden aangemoedigd om de ambities van het Rijk op het gebied van circulaire economie te vertalen in lokaal beleid. De gemeenten Duiven & Westervoort werken vanuit drie pijlers aan een meer circulaire economie. Dit zijn pijlers die vanwege programmatische samenhang en noodzakelijke integraliteit onder de ‘kapstok’ circulaire economie zijn samengebracht. Het betreft de pijlers energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit (grondstoffentransitie).
Figuur 1 Programma circulaire economie met daarin de 3 pijlers
2
De exacte omvang van de opgave is ten tijde van het opstellen van het grondstoffenakkoord in 2016 nog onbekend. In 2021 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving een tussenstand gepresenteerd waarin zij constateren dat de totale hoeveelheid afval 60 Mton is in 2016 en de hoeveelheid benodigde grondstoffen 193 Mton (bron: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-integralecirculaire-economie-rapportage-2021-4124.pdf )
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
7
Gemeenten zijn verplicht om maatregelen te treffen die substantieel bijdragen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Ook is er landelijke regie op maatregelen, waarmee wordt geanticipeerd op de gevolgen van klimaatverandering. Op het gebied van circulariteit is dit vooralsnog niet het geval. Echter, een volledig circulaire economie draagt voor 20% direct bij aan de CO2-reductiedoelstellingen en indirect zelfs tot 55% reductie3. Zonder een circulaire economie, is het realiseren van de CO2-doelen vrijwel niet mogelijk.4 Daarmee draagt de circulaire economie voor een belangrijk deel bij aan de doelstellingen zoals opgenomen in de klimaatwet. Op dit moment gebeurt er al veel, in de gemeenten Duiven & Westervoort, dat bijdraagt aan het terugdringen van het gebruik van fossiele grondstoffen. Onder andere op het gebied van preventie, hergebruik en upcycling. De circulaire activiteiten staan nog niet altijd in verbinding met elkaar, zijn te vaak vrijblijvend en daarmee in veel gevallen afhankelijk van de bereidheid van de initiatiefnemer. Het effect kan vele malen groter zijn, door het aanbrengen van (inhoudelijke) focus en richting. Weten wat je doet en waarvoor je het doet. Hierdoor is sprake van minder versnippering van kennis en ontstaat er meer samenhang tussen de initiatieven. De inzichten en ervaringen met circulariteit binnen specifieke sectoren nemen toe.
Door inkoopkracht van overheden en kennisuitwisseling tussen marktpartijen, ontstaat er enthousiasme en kunnen er flinke stappen worden gemaakt.
1.2 Doel en resultaat Doel van deze routekaart circulariteit is om, op het gebied van circulariteit, voor de gemeenten Duiven & Westervoort een samenhangend programma te creëren dat: 1. een gemeentelijke visie, ambitie en beleid op circulariteit formuleert; 2. inhoudelijke focus geeft op basis van lokale kansen en inzichten; 3. een hulpmiddel is voor het maken van toekomstige keuzes; 4. inspirerend en enthousiasmerend werkt voor de beide gemeenten en kansen biedt voor bedrijven in de regio; 5. een uitvoeringsprogramma voor de korte en de middellange termijn bevat, met concrete projecten, doelstellingen en resultaten.
3
Op basis van het aantal inwoners zou dit in Duiven & Westervoort neer kunnen komen op circa 18 kton CO2 reductie in 2030 en 30 kton CO2 reductie in 2050. Gelet op de grote hoeveelheid bedrijven in Duiven & Westervoort zou dit getal verhoudingsgewijs hoger kunnen liggen. Ter vergelijking als heel Duiven & Westervoort bijvoorbeeld overstapt van grijze naar groene stroom bespaart dit circa 65 kton CO2.
4
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/03/24/circulaire-economie-essentieel-voorbehalen-van-klimaatdoelen-van-parijs
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
8
1.3 Verantwoording en leeswijzer Om te komen tot deze routekaart is een aantal stappen doorlopen, zoals gevisualiseerd in de onderstaande figuur:
In de eerste stap is bij de totstandkoming van deze routekaart gebruik gemaakt van beschikbare onderzoeksrapporten, notities en beleidsdocumenten van bijvoorbeeld provincie en rijk. Met deze informatie onder de arm, is met een breed scala aan interne en externe stakeholders gesproken om te ontdekken waar kansen en uitdagingen liggen (zie bijlage 1). Met de opgehaalde gegevens (wat is uitgemond in de foto stand van zaken) hebben enkele focussessies plaatsgevonden, om te ontdekken waar prioriteiten kunnen liggen en om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen. Door de ontstane COVID-19-situatie heeft het proces op enkele plekken vertraging opgelopen en moesten enkele bijeenkomsten noodgedwongen online plaatsvinden. Zo ook de raadsinformatiebijeenkomst in november 2020. Tijdens deze bijeenkomst zijn de ambities en prioriteiten opgehaald in de raad aan de hand van opiniërende discussies. Deze informatie tezamen heeft geleid tot deze routekaart. Hoofdstuk 2 gaat in op de belangrijkste uitkomsten van de foto stand van zaken (kenmerk 1019268-009b). Hoofdstuk 3 zal ingaan op de onderbouwing van de focus die is aangebracht. Hoofdstuk 4 beschrijft de strategische aanpak op de prioritaire actielijnen. Hoofdstuk 5 biedt, tot slot, het vergezicht en de wijze waarop de ambities in het beleid verankerd kunnen worden.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
9
2 Huidige stand van zaken Zoals beschreven, dient de routekaart focus en houvast te bieden voor toekomstige keuzes. Alvorens er focus kan worden aangebracht is het van belang om eerst nader te kijken naar de karakteristieken van beide gemeenten en van de regio.
2.1 Ontwikkelingen in de regio Provincie Gelderland heeft de ambities uit het Nationale Grondstoffenakkoord omarmd. Circulariteit heeft daardoor op veel vlakken een bestemming gekregen in de verschillende provinciale programma's. Zo is er een prominente plek voor circulariteit in het coalitieakkoord 2019-2023. In dit akkoord zet de provincie via verschillende sporen in op een circulaire economie. De provincie maakt zich sterk voor het wegnemen van belemmeringen die een circulaire economie in de weg staan, onder andere vanuit haar rol als vergunningsverlener, toezichthouder en handhaver. Provincie Gelderland heeft een Grondstoffenatlas opgesteld, die inzichtelijk maakt wat de grondstoffenopgave van de provincie is voor komende jaren. Zo ziet de provincie een opgave voor de landbouwen voedselsector; men streeft naar meer kringlooplandbouw. Daarnaast benadrukt de provincie onder andere de rol van circulariteit in de woningopgave, waarbij preventie en het hergebruiken van materialen voorop staan. Ter opvolging aan de grondstoffenatlas is eind 2020 de uitvoeringsagenda 'Gelderland circulair 2021-2023' gepubliceerd5. In deze agenda wordt enerzijds uitgesproken welke ambities bestaan, de komende twee jaar. Anderzijds wordt ook specifiek per thema uitgesproken waar de provincie concreet op in zal zetten.
De thema's zijn: maakindustrie, agrofood, bouw (en infrastructuur) en consumptiegoederen. Binnen de maakindustrie wordt onder andere ingezet op 'slimme' demonstratiefabrieken en circulaire werklocaties. Op agrofood wordt de komende periode nadruk gelegd op consumentenbewustzijn en de eiwittransitie. Binnen de bouwsector is de Woondeal Arnhem-Nijmegen een groot onderwerp6. Tot slot, het thema consumentenafval zet men, onder andere, in op de realisatie van een luiercentrale en hergebruik van cv-ketels. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen7 is de opvolger van de regio ArnhemNijmegen en is op 1 januari 2021 van start gegaan. De regio staat voor de uitdaging hoe om te gaan met groei van wonen, werken en mobiliteit Daarbinnen gaan achttien gemeenten die de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen vormen samen aan de slag met vijf opgaven: Circulaire regio, Productieve regio, Ontspannen regio, Groene groeiregio en Verbonden regio. De achttien gemeenten beslissen elk over deelname aan deze opgaven, de beschikbare middelen en het mandaat dat aan de uitvoering ervan wordt meegegeven. Vanuit de Economic Board Arnhem-Nijmegen is een investeringsagenda 'Stedelijk Netwerk Arnhem-Nijmegen' opgesteld8. Binnen deze investeringsagenda is het doel om de regionale economie te versterken.
Hierbij ligt de voornaamste focus op het versterken van het innovatieklimaat in de regio, onder andere op het gebied van ‘slimme duurzaamheid’.
5
6 7 8
https://www.gelderland.nl/bestanden/Gelderland/Nieuws-enevenementen/DOC_Uitvoeringsprogramma_Circulaire%20Ecomomie.pdf https://www.regioan.nl/woondeal/woondeal/ https://www.groenemetropoolregio.nl/ https://theeconomicboard.com/project/investeringsagenda/
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
10
De ambities liggen hoog; in 2030 is het streven dat de circulaire economie, binnen de regio, 320 miljoen extra omzet, 3.600 nieuwe banen en 50% minder afval genereren ten opzichte van 2016. Uiteindelijk is het streven dat de economie binnen de regio in 2050 volledig circulair is9. De Gemeenten Duiven & Westervoort werken regionaal samen met andere gemeenten op de thema’s duurzaamheid en circulariteit. Zo wordt er kennis gedeeld over duurzaam inkopen, is een intentieverklaring duurzame GWW én een manifest circulaire economie met de regio Arnhem-Nijmegen ondertekend, waarin afspraken worden gemaakt hoe de regio circulariteit kan stimuleren en meer kan samenwerken. Op meer lokale schaal is de Liemerse Ambassade begin september 2020 opgericht. Met dit samenwerkingsverband wordt de Liemerse denk- en doe-kracht gebundeld om tot (circulaire) innovaties te komen. De Liemerse Ambassade is het antwoord op de expliciete vraag naar krachtige samenwerking van Liemerse werkgevers en de Liemerse Economische Raad. De focus in de recent opgestelde Liemerse Economische Visie 2020 – 2025 (LEV) ligt op de sectoren vrijetijdseconomie, logistiek, agrofood & natuur en maakindustrie (VLAM). Hierbinnen zijn verschillende programma’s vastgesteld, zoals economische vitaliteit en duurzaamheid, de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en de uitvoering van projecten voor de LEV.
2.2 Foto stand van zaken Om beter zicht te krijgen op de omvang van de grondstofstromen in Duiven & Westervoort, is er voor de meest relevante sectoren een ‘foto’ gemaakt van het huidige grondstofgebruik. Voor de totstandkoming van de foto is gebruik gemaakt van uiteenlopende bronnen (e.g. CBS, de circulaire atlas Gelderland10, etc.). De grondstofanalyse geeft een eerste inkijk in de benodigde en vrijkomende grondstoffen. Het gaat hierbij expliciet niet om een uitwerking op detailniveau. Het doel van de foto is dan ook om een indicatie te geven van de benodigde en vrijkomende grondstofstromen en daarmee de kansen te benoemen die er liggen voor preventie en hergebruik. Daarmee ontstaat er meer gevoel bij de meest relevante en de meest kansrijke sectoren binnen de gemeenten. De analyse van de opgehaalde informatie levert de volgende vier inzichten op: • de stofstromenanalyse leert ons dat er een grote opgave is; • project/initiatieven van interne en van externe stakeholders zijn complementair aan elkaar; • er is sprake van een verschil tussen wat de opgave is (moeten), waar aanknopingspunten zitten (kunnen) en waar de energie zit (willen); • de gemeente kan verschillende rollen aannemen bij het ondersteunen/aanjagen van projecten en initiatieven.
9 10
https://theeconomicboard.com/project/investeringsagenda/ https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/06Werk-enondernemen/191125_Circulaire_Atlas_Gelderland.pdf
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
11
Grote opgave, die voortkomt uit stofstromenanalyse In 2020 heeft een stofstromenanalyse plaatsgevonden. Onderstaande infographic brengt de resultaten kernachtig in beeld. Momenteel wordt in Duiven & Westervoort gezamenlijk het totaal afval geschat op totaal 176 kton per jaar. Dat is net zoveel als 4.400 volle vrachtwagens afval per jaar. De opgave strekt zich uit over meerdere domeinen en kent verschillende (probleem)eigenaren. Van infrastructuur tot woningbouw, van biomassastromen tot bedrijfsafval en van fijn huishoudelijk afval tot grof huishoudelijk afval. Echter, voor een meer nauwkeurige analyse dient een meer gedetailleerdere stofstromenanalyse gemaakt te worden, om verdiepende inzichten te verkrijgen.
Figuur 2: Grondstofopgave Duiven & Westervoort (op basis van schattingen en berekeningen).
Projecten en initiatieven van 1stroom en van externe stakeholders zijn complementair aan elkaar De projecten en initiatieven die voortkomen, zoals naar voren gekomen in de gesprekken met de diverse interne stakeholders (1stroom), zijn met name ingegeven op basis van waar de gemeente controle op heeft (bijvoorbeeld afvalscheiding in het gemeentehuis) en waar men invloed op heeft (bijvoorbeeld inkoop van kantoormeubilair en circulaire wegrenovaties).
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
12
De projecten en initiatieven voortkomend uit de gesprekken met externe stakeholders, liggen minder in de invloedsfeer van de gemeente, zo gaat het bijvoorbeeld om ketensamenwerkingen tussen bedrijven of vergunningsverlening voor circulaire sloop/demontage van een gebouw. De gemeente kent ten aanzien van de projecten, van bijvoorbeeld bedrijven, eerder betrokkenheid dan directe invloed of controle. Hiermee zijn de genoemde Cirkel van controle projecten en initiatieven van de interne en van de externe Cirkel van invloed stakeholders complementair aan elkaar, als het gaat om een Cirkel van verdeling aan kansen en lopende betrokkenheid projecten over de drie cirkels (cirkel van controle, cirkel van invloed en cirkel van betrokkenheid). Drie invalshoeken In deze verkenning is gebruik gemaakt van drie invalshoeken om kansen (en uitdagingen) boven tafel te krijgen en inzicht te krijgen in lopende projecten en initiatieven. Hierbij is continu gekeken naar de huidige stand van zaken op basis van de volgende drie vragen: • wat is de opgave (moeten)? • welke aangrijpingspunten er zijn (kunnen)? • en waar zit de energie (willen)? Wat blijkt is dat er een verschil zit tussen waar de energie zit en wat er momenteel al kan, versus waar de (relatief grote) opgaves liggen.
Met name de bouw en de bedrijvensector kent een groot grondstofverbruik, echter ligt dit niet altijd binnen de invloedsfeer van de gemeente en staat het bij bedrijven slechts in enkele gevallen op de agenda. Het is daarom zinvol om enerzijds gebruik te maken van de energie in de samenleving, om werk te maken van circulariteit en anderzijds initiatieven en beweging te ontginnen, daar waar de grote(re) opgaves liggen en er sprake is van een minder grote energie. Op deze manier wordt op zowel de korte/middellange termijn werk gemaakt van circulariteit (kunnen en willen) en wordt tevens gewerkt aan de lange termijn richting 2050 (moeten). Gemeenten kennen verschillende rollen Zoals blijkt (mede op basis van de gesprekken met interne en externe stakeholders), valt op te maken dat men continu een veranderende rol verwacht van de gemeente, als het gaat om projecten en initiatieven die bijdragen aan de grondstoffentransitie. Voor een circulaire economie is de betrokkenheid en inzet van alle stakeholders in Duiven & Westervoort van essentieel belang; alleen gezamenlijk kan een versnelling worden gerealiseerd. Echter, de gemeente heeft, als spin in het web, een cruciale functie te vervullen in de omvorming naar de circulaire economie. In november 2020 is in de gemeenteraad ingegaan op de verandering naar een circulaire economie en de rol die de gemeente hierbij op zich kan nemen.
Dit betreft drie rollen: • als opdrachtgever (cirkel van controle); • als facilitator (cirkel van invloed); • als regisseur (cirkel van betrokkenheid). Al deze rollen komen van pas bij het verder in gang zetten van de transitie naar een volledig circulaire economie.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
13
Opdrachtgever De eerste rol, die de gemeenten hierbij aannemen, is die van opdrachtgever. Vanuit deze rol hebben de beide gemeenten de mogelijkheid om de eigen inkoopprocessen op een maatschappelijk verantwoorde en circulaire manier in te richten. Dit kan, door bestaande inkooptrajecten in het vervolg aan te scherpen met specifieke circulaire eisen, maar ook het gehele inkoopproces veranderen richting een circulaire basis is mogelijk. Door deze rol actief aan te nemen leidt dit op lokaal/regionaal niveau tot innovatie bij de inschrijvende partijen, omdat zij zich gedwongen zien een transformatie te ondergaan richting maatschappelijk verantwoord/circulair ondernemen, willen zij nog voldoende opdrachten binnenhalen. Facilitator In deze rol is het voor beide gemeenten van belang dat zij goed kijken naar wat er lokaal gebeurt op het gebied van circulariteit. Hoe kan men bij de gemeente aanhaken bij lopende initiatieven, maar ook ondersteuning bieden aan lopende projecten? Door hier goed inzicht in te creëren, kunnen beide gemeenten bottom-up hulp bieden om op lokaal niveau de transitie verder in beweging te brengen.
Dit kan in verschillende vormen, bijvoorbeeld door: • immaterieel kapitaal, zoals huisvesting, netwerken of kennis; • ondersteuning bij planvorming, zoals een Plan van Aanpak, implementatieplan of een volledige business plan; • financiering, zoals subsidies, revolverende fondsen of vormen van cofinanciering. Regisseur De gemeente dient, als spin in het web, het initiatief te nemen om partijen te verbinden om op deze manier circulaire kansen te laten ontstaan vanuit de samenleving en mét de samenleving. Als regisseur maakt de gemeente gerichte (beleids)keuzes, stelt ze voorwaarden, zet middelen gericht in, stuurt op resultaten en controleert of doelen bereikt worden. Het is van belang dat ook andere partijen een rol hebben, echter dient de gemeente hierin de regie te hebben en de kaders te stellen. Door samenwerkingsverbanden te creëren tussen organisaties met een gedeelde ambitie, kan gericht werk worden gemaakt van het 'matchen' van vraag en aanbod. Ook ontstaat dit door het opzetten van netwerken en platforms, waar kennis- en ervaringsdeling centraal staat.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
14
3 Aanbrengen van focus Om daadwerkelijk een versnelling op gang te brengen, is het van belang om de beschikbare middelen en de aandacht te bundelen door het aanbrengen van inhoudelijke focus. Op deze manier wordt antwoord gegeven op de vraag 'weten wat je doet en waarvoor je het doet'. Dit hebben we gedaan door diverse afwegingen en dilemma's voor te leggen aan de gemeenteraden. Op basis hiervan zijn drie prioritaire actielijnen geformuleerd en wordt een ambitie gegeven.
3.1 Afwegingen en dilemma's Om te komen tot keuzes waar aandacht en focus naartoe moet gaan, zijn de volgende aspecten gehanteerd die een rol spelen bij de totstandkoming van een keuze voor inhoudelijke focus (in willekeurige volgorde): • impact op grondstoffen; • werkgelegenheid; • bijdrage aan CO2-doelstelling; • acceptatie door de markt; • energie in de samenleving; • zichtbaarheid van resultaten; • exposure/ profilering. Met deze aspecten in het achterhoofd en de input uit gesprekken en focusgroep-sessies met interne en externe stakeholders, zijn diverse stellingen voorgelegd aan de twee gemeenteraden. De focusgroep-sessie en de gesprekken met externe en interne stakeholders vormen een belangrijke basis hiervoor. Een nadere uitwerking van deze gesprekken zijn terug te vinden in de foto stand van zaken (met kenmerk 1019268-009b) Raadsinformatiebijeenkomst 17 november 2020 Op 17 november 2020 heeft een digitale raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden met beide gemeenteraden. In deze bijeenkomst is een overzicht gegeven van de huidige stand van zaken en is de dialoog op gang gebracht aan de hand van een interactieve werkvorm met de krant van de toekomst en krantenknipsels die op dat moment in de krant staan.
Na deze werkvorm zijn drie stellingen voorgelegd aan de deelnemende raadsleden: Op welke circulariteitsstrategie moet de gemeente inzetten? De aanwezige raadsleden konden hierbij de keuze maken uit de bovenste drie treden van de ladder van Lansink (figuur rechts). Hieruit bleek een lichte voorkeur voor het inzetten op strategieën, die zijn gericht op preventie van afval. Echter, het grote merendeel prefereert een integrale aanpak op alle drie de strategieën. Dus zowel het inzetten op preventie, hergebruik en recycling. In de discussie, die daarna is gevoerd, kwam duidelijk naar voren dat het eenzijdig inzetten op één van de strategieën contraproductief kan werken.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
15
Op welke sector/productgroep moet de nadruk komen te liggen? Hierbij is uitgegaan van de vier sectoren, zoals deze ook zijn beschreven in de foto stand van zaken (zie tevens figuur 2). Daarbij werd ingegaan op grondstoffen en afval, gebruikt in de bouw, de agrofoodsector, in de maakindustrie en de consumentengoederen (overeenkomstig met de grondstoffenatlas van de provincie Gelderland). Een grote groep gaf de voorkeur aan het inzetten op voornamelijk consumentengoederen. Dit raakt namelijk vooral inwoners van de gemeenten Duiven & Westervoort. Uiteindelijk gaf de meerderheid ook hier de voorkeur aan het inzetten op alle sectoren gelijktijdig. Hieruit kan worden opgemaakt dat circulair ondernemerschap in al deze sectoren gestimuleerd dient te worden. Het gaat hierbij voornamelijk om de vaardigheid van ondernemerschap in plaats van een specifieke sector. Daarnaast Figuur 3: Tegels uit de grondstoffenatlas van de provincie dient ook voldoende aandacht te worden gegeven Gelderland. aan de belevingswereld van inwoners. Ook voor hen dient circulariteit tastbaar te zijn. Welke werkwijze past de gemeente volgens u het best bij de transitie naar een circulaire economie? Als derde opiniërende stelling kon men de voorkeur aangeven, welke rol de gemeente zichzelf dient aan te meten in het voorgaan van deze transitie.
Op basis van de beschikbare antwoordmogelijkheden en de discussie die hierop volgde, kwam duidelijk naar voren, dat een grote meerderheid de voorkeur heeft voor, zowel het geven van het goede voorbeeld, als het stimuleren van circulair gedrag bij inwoners en bedrijven. Hieruit komt sterk naar voren dat het één niet zonder het ander kan. Door inwoners en bedrijven te betrekken, kun je opschalen en impact maken, maar dit is enkel geloofwaardig als de gemeente hierin zelf het goede voorbeeld geeft. Prioritaire actielijnen Op basis van de gegeven antwoorden op de opiniërende stellingen en de discussies die hieruit volgden, wordt gekomen tot drie prioritaire actielijnen waar de gemeenten Duiven & Westervoort de komende jaren op in moeten zetten: • Circulair voorbeeldgedrag: de gemeenten dienen het goede voorbeeld te geven, door afval te scheiden op hun eigen locatie, circulair in te kopen en circulaire waardes mee te nemen in, bijvoorbeeld, vergunningsverlening voor sloopopgaves. • Circulair ondernemen: Duiven & Westervoort kent veel en veel verschillende ondernemers. Door lokale bedrijven te steunen in de transitie naar circulair ondernemerschap, wordt grote impact gemaakt. • Circulair consumeren: tot slot zijn we allen consumenten en hebben we met ons eigen gedrag invloed op onze eigen ecologische footprint.
Zo kunnen we afval beter scheiden, producten vaker hergebruiken en gebruik maken van circulaire producten en diensten.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
16
3.2 Ambitieniveau In de voorgaande paragraaf is beschreven op welke prioritaire actielijnen de gemeenten in gaan zetten. Nu rest nog de vraag, met welk tempo de gemeenten Duiven & Westervoort deze (intentionele) doelen wensen te bereiken. Wil men hier een hoger tempo hanteren dan de rijksoverheid (100% circulair in 2050 en het tussenliggende doel van 50% circulair in 2030) of hierin gelijk optrekken? Hiertoe zijn twee opiniërende stellingen voorgelegd aan de raadsleden in de raadsvergadering van 17 november 2020. In hoeverre moeten Duiven & Westervoort zich conformeren aan de landelijke doelstellingen omtrent circulaire economie (50% circulair in 2030 en 100% circulair in 2050)? Op een enkeling na was men het eens dat doelstellingen gedeeltelijk of volledig overgenomen moeten worden in de lokale doelstellingen van de gemeenten. Hierbij was een lichte voorkeur voor het volledig (één op één) overnemen van de doelstellingen. Gesteld kan worden dat er brede consensus bestaat over het nut en de noodzaak om tot actie over te gaan om werk te maken van deze transitie. Op dit moment is er geen budget gelabeld voor de programmalijn Circulariteit.
Welke investeringen passen volgens u het beste op dit moment? Ondanks dat er brede consensus bestaat, dat de doelstellingen (gedeeltelijk of volledig) omarmd dienen te worden, blijft de uitdaging staan, hoeveel de gemeenten bereid zijn te investeren de komende jaren, om deze transitie in gang te zetten. Uit de antwoorden op de stelling en de discussie die hieruit volgde, neigt grofweg de helft naar het vrijmaken van budget om acties in gang te zetten. Het gaat hierbij met name om procesgeld, om eigen initiatieven te helpen realiseren en budget voor het ondersteunen van bedrijven bij het vormen van circulaire ketens, bedrijfsmodellen, producten en diensten. Een deel van de aanwezige raadsleden geeft de voorkeur van het zoeken van budgetruimte binnen projectbudgetten, om in te zetten op circulariteit. Doelstelling aan de hand van twee sporen In de beide gemeenten leeft breed de urgentie om te komen tot een 100% circulaire economie in 2050 en daarmee aan te sluiten bij de landelijke doelstellingen. Echter kent deze transitie de uitdaging dat nog nader bepaald dient te worden op welke wijze al het afval gereduceerd dient te worden. Ook is er nog geen uniforme meetmethodiek om te bepalen wat het huidige grondstofgebruik is en op welke wijze diverse maatregelen bijdragen aan het behalen van de doelstellingen.
Om deze reden wordt nu ingezet op twee sporen: • grijp kansen aan die nu al effect sorteren. Zo kan de parallel worden getrokken met de energietransitie waarin je, ongeacht de warmte-oplossing, al kan beginnen met je huis te isoleren. Dit zijn zogenaamde no-regret-maatregelen; • ga programmatisch aan de slag met het in beweging zetten van specifieke thema's en/of doelgroepen. De opgave zal op diverse terreinen omvangrijk zijn. Om te voorkomen dat de gemeente er over enkele jaren achter komt te laat in beweging te zijn gekomen, zal nu al worden ingezet op het creëren van beweging en richting.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
17
Op basis van bovenstaande wordt de volgende doelstelling geformuleerd: De gemeenten Duiven & Westervoort sluiten zich aan bij de doelstellingen, zoals geformuleerd in het grondstoffenakkoord: • Duiven & Westervoort willen in 2050 een circulaire economie zijn. Een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. • In 2030 moeten Duiven & Westervoort al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). • Omdat er momenteel geen accurate nulmeting is en maatregelen (nog) niet zijn uit te drukken in 'harde' cijfers, worden de volgende twee sporen gehanteerd voor de komende vier tot vijf jaar: − Zodra laagdrempelige kansen/ no-regret-maatregelen zich voordoen, worden deze aangegrepen om te bepalen of en in welke mate er wordt ingezet op circulariteit. − Er wordt programmatisch werk gemaakt van de grote clusters van grondstofgebruik om de eerste bewegingen in gang te zetten. Dit resulteert in de onderstaande visualisatie, waarin de drie prioritaire actielijnen, die voortkomen uit de routekaart, zijn geprojecteerd op de twee sporen. Deze sporen zijn uitgezet in de tijd:
Figuur 4: Doelstelling van de gemeente Duiven & Westervoort in de route naar 100% circulariteit
Zoals blijkt uit de formulering van de doelstelling en de figuur, zal er omstreeks het jaar 2025 een meting en een herijking van de uitvoeringsagenda plaatsvinden. De voornaamste reden hiervoor is, dat de rijksoverheid (Planbureau voor de Leefomgeving) zichzelf ten doel heeft gesteld om tot 2023 te komen met een betrouwbare en onderbouwde meetmethodiek om de stand van zaken van de circulaire economie mee te bepalen11. Dit kan tot gevolg hebben dat het rijksbeleid op onderdelen zal wijzigen, als gevolg van deze meting/meetmethodiek. De verwachting is dat achtereenvolgens ook op regionale/lokale schaal een eenduidige meetmethodiek ontstaat voor het meten van de stand van zaken van de circulaire economie. Op basis hiervan kan het beleid en de uitvoeringsagenda van de gemeenten Duiven & Westervoort herijkt worden. Onderhavige uitvoeringsagenda zal dan logischerwijs toezien op de periode tot 2024/2025.
11
https://www.pbl.nl/publicaties/integrale-circulaire-economie-rapportage-2021
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
18
4 Programmatische aanpak In het voorgaande hoofdstuk is reeds ingegaan op de prioritaire actielijnen. In de verkenning van het afgelopen jaar, intern binnen 1stroom en bij externe stakeholders in de regio, zijn enkele acties geformuleerd die vallen binnen de actielijnen. In dit hoofdstuk worden de actielijnen beknopt beschreven aan de hand van de vragen. In bijlage 2 staan suggesties van projecten/acties die kunnen vallen onder de betreffende actielijnen.
4.1 Circulair voorbeeldgedrag Zoals gesteld, staat of valt het succes van het stimuleren van circulariteit in het consumptiegedrag en circulair ondernemerschap bij het goede voorbeeld dat de gemeente zelf geeft. Diverse projecten hebben de gemeenten al lopen of nog in de opstartfase zitten vallend onder deze actielijn.
4.2 Circulair ondernemen In 2020 heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar de strategie om bedrijventerreinen in Duiven & Westervoort meer toekomstbestendig te maken. Dit onderzoek overlapt voor een deel het onderwerp in deze routekaart, namelijk voor wat betreft circulariteit en ondernemerschap. Om die reden is ervoor gekozen om ondernemers hier niet nogmaals voor te benaderen, maar om de conclusies uit dit onderzoek te gebruiken voor deze paragraaf over circulair ondernemen. In Westervoort is er één groot bedrijventerrein, waar vooral MKB-bedrijven zijn gevestigd. Duiven kent veel meer bedrijventerreinen, die bovendien sterk van elkaar verschillen. Wat verder opvalt, is dat de ambities en het kennisniveau van veel bedrijven op het gebied van circulaire economie nog zeer beperkt is: de prioriteiten liggen voor ondernemers vooral op energiebesparing en duurzame energie. Tegelijkertijd zijn er in de gemeenten ook bedrijven die, landelijk gezien, als voorbeeld gelden voor circulaire economie, zoals o.a. Alliander, 4PET, Putman en AVR. Eén strategie voor alle bedrijven (-terreinen) is daarmee niet wenselijk. Op basis van de gesprekken met de ondernemersverenigingen Lindus en MKB-Duiven en op basis van de individuele gesprekken die er zijn geweest met ondernemers, is het voorstel om qua strategie voor circulair ondernemen in te zetten op drie actielijnen.
4.3 Circulair consumeren Al geruime tijd is er aandacht voor bewuste en duurzame consumptie. Met de circulariteitsopgave is dit belang alleen nog maar groter geworden. Het schenken van aandacht aan deze acties leidt zowel tot het reduceren van de afvalberg als het vergroten van het bewustzijn onder consumenten over de gevolgen van het eigen gedrag. Er kunnen diverse acties worden geformuleerd die al geruime tijd lopen (zoals bijvoorbeeld het grondstoffenplan) of nog in de plan- of ideefase zitten, die bijdragen aan een meer circulair consumptiegedrag.
4.4 Totaaloverzicht Op basis van deze actielijnen dient concretere invulling te worden gegeven middels afgebakende acties en projecten waarmee 1Stroom de komende jaren aan de slag kan gaan om de transitie naar een circulaire economie in gang te zetten. Deze acties zijn verdeeld over de drie prioritaire actielijnen en dragen in meerdere of mindere mate bij aan de twee sporen 1) laagdrempelige kansen benutten en 2) een programmatische aanpak van grondstofclusters.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
19
In de onderstaande figuur is het raamwerk weergegeven.
Figuur 5 Raamwerk uitvoeringsprogramma van 1Stroom gecategoriseerd naar de prioritaire actielijnen en de twee sporen.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
20
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Ambitie en doelstelling De gemeenten Duiven & Westervoort sluiten zich aan bij de doelstellingen, zoals geformuleerd in het grondstoffenakkoord: • Duiven & Westervoort willen in 2050 een circulaire economie zijn. Een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. • In 2030 moeten Duiven & Westervoort al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). • Omdat er momenteel geen accurate nulmeting is en maatregelen (nog) niet zijn in te drukken in 'harde' cijfers worden de volgende twee sporen gehanteerd voor de komende vier tot vijf jaar: − Zodra laagdrempelige kansen/ no-regret-maatregelen zich voordoen, worden deze aangegrepen om te bepalen of en in welke mate er wordt ingezet op circulariteit; − Er wordt programmatisch werk gemaakt van de grote clusters van grondstofgebruik om de eerste bewegingen in gang te zetten. Dit resulteert in de onderstaande visualisatie, waarin de drie prioritaire actielijnen, die voortkomen uit de routekaart, zijn geprojecteerd op de twee sporen. Deze sporen zijn uitgezet in de tijd:
Figuur 6: Doelstelling van de gemeente Duiven & Westervoort in de route naar 100% circulariteit
5.2 Uitvoeringsprogramma Het kader voor een uitvoeringsprogramma met daarin de drie prioritaire actielijnen. De komende drie tot vijf jaar kan de gemeente werk maken om acties te formuleren in deze actielijnen om vervolgens omstreeks 2025 de doelstellingen te herijken en het uitvoeringsprogramma hierop af te stemmen voor de jaren 2025-2030.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
21
Figuur 7 Circulaire acties van 1Stroom gecategoriseerd naar de prioritaire actielijnen en de twee sporen.
Doorkijk naar periode vanaf 2025 De komende jaren zullen er veel ontwikkelingen plaatsvinden op het onderwerp circulaire economie. De exacte opgave zal duidelijker worden en de verwachting is dat er meer richtinggevende kaders komen van de Europese en nationale overheid waar binnen decentrale overheden, bedrijven en inwoners moeten opereren. De rol die een gemeente vanaf 2025 zal spelen in de transitie naar een circulaire economie zal mogelijk ook gaan wijzigen. Zo is het denkbaar dat bij vergunningverlening, toezicht en handhaving meer nadruk komt te liggen op afdwingbare circulaire criteria (bijv. bij een bouw- en/of sloopvergunning en als onderdeel van de omgevingsvisie). Een gemeente zal altijd meerdere rollen kennen en continu adaptief moeten zijn op de veranderende omgeving en behoeftes van bedrijven en inwoners in de gemeente. Kortom, de rol van de gemeente zal veranderen van een meer inspirerende, faciliterende en kwartiermaker rol in deze fase naar een rol met een wat dwingender karakter richting 2050.
5.3 Advies Om over te gaan tot uitvoering is het van belang om de diverse geformuleerde acties te gaan operationaliseren en hier kortetermijndoelstellingen aan te formuleren. Enkele van de acties zijn reeds lopend en de overige dienen te worden gestart in het komende jaar. Daarnaast wordt geadviseerd om jaarlijks verantwoording af te leggen aan de gemeenteraden over de integrale voortgang op het uitvoeringsprogramma.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
22
Bijlage 1 Overzicht betrokken interne en externe stakeholders Interne stakeholders Anita de Graaf Saskia Kloet Samantha Lammers Dorothe Jacobs Frank van Os Patrick Sessink Walter van der Veen Jeroen Smits Paul Groenen Simone Groen Philippe Hermans Luuk Berends
Functie/afdeling adviseur afval en grondstoffen Inkoop Inkoop Duurzaamheid & Energie Facilitair Bedrijfscontactfunctionaris Strategisch adviseur Programmateam circulariteit Programmateam circulariteit Programmateam circulariteit Vastgoedbeheer Vastgoedbeheer
Externe Stakeholders Hendrik Versteeg Anouk de Valois Peggy Blaauw Wim Nabbe Mark van Westelaak Jeroen Willems Ronald Mathijssen Erik Pieters Sietse van Bennekom Bert Veerkamp Kees Snoek Timo, Timon, Raph, Dave
Actief bij Bedrijventerrein het Ambacht Bedrijventerrein het Ambacht GoClean Groene Allianties de Liemers Groene Allianties de Liemers MKB Duiven MKB Duiven Klankbordgroep Klankbordgroep Klankbordgroep Klankbordgroep Junior Klankbordgroep
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
23
Bijlage 2 Voorbeeldacties voor een uitvoeringsprogramma Circulair voorbeeldgedrag Afvalscheiding op het gemeentehuis • Waarom: Als afval wordt gescheiden, dan kunnen de grondstofstromen worden gerecycled tot nieuwe producten. 1Stroom gaat over het eigen beleid binnen de muren van het gemeentehuis, als het gaat om de wijze waarop afval gescheiden dient te worden. Daarmee is het tevens het visitekaartje voor bezoekers van het gemeentehuis, die zien dat de gemeente haar best doet zelf ook werk te maken van de circulaire economie. GWW inkoopopgaves • Waarom: De GWW-sector is een sector die relatief veel grondstoffen verbruikt en de renovatie opgave in Duiven & Westervoort is de komende jaren significant. Tevens zijn het veelal lokale(re) ondernemers die inschrijven op deze opdrachten, hiermee wordt het lokale MKB dan ook bereikt. Facility management inkooptrajecten • Waarom: Zoals voor GWW-inkoopopgaves geldt, geldt dit ook voor inkoopopgaves op het domein van facilitymanagement. In den landen is al veel ervaring opgedaan met het circulair inkopen van deze productgroep en zijn er diverse goede voorbeelden. Door hiermee aan de slag te gaan wordt de transitie naar een circulaire economie ook zichtbaar voor het personeel en de bezoekers/inwoners van de gemeente Duiven & Westervoort. Immers, een goed voorbeeld doet volgen.
Woondeal • Waarom: Tot aan 2030 is in Duiven is een behoefte aan meer dan 600 nieuwe woningen. In Westervoort gaat het om 300 woningen. Om die reden is het noodzakelijk dat er voldoende plannen ontstaan om deze woningen te realiseren. De gemeenten kunnen hierbij aansluiten op de woondeal Arnhem-Nijmegen. In deze woondeal zijn eveneens circulariteitseisen opgenomen, 25% van de woningen dient circulair te worden gerealiseerd. Circulair inkoopbeleid • Waarom: Inkoop is bij uitstek het middel waar men zelf invloed kan uitoefenen en daarmee het voorbeeld kan stellen. Dit draagt bij aan beide sporen, daar waar energie zit, gebruik van maken en tegelijkertijd de grote(re) grondstoffenopgaves aanjagen. Betrokkenheid bij netwerken die circulariteit stimuleren • Waarom: Door als gemeenten betrokken te zijn bij regionale/landelijke netwerken wordt kennis opgedaan en gedeeld omtrent circulaire (beleids-)maatregelen, oplossingen en innovaties. Hierdoor hoeft men niet altijd het spreekwoordelijke wiel zelf uit te vinden en maakt het gebruik van reeds opgedane kennis en ervaringen.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
24
Circulair ondernemen Kennisoverdracht ondernemers • Waarom: Ondernemers geven aan graag te willen worden ontzorgd op het gebied van duurzaamheid en circulaire economie. Ze willen inspiratie en objectieve informatie, gericht op een praktische toepassing. Daarmee worden zij in staat gesteld om zelf, praktisch aan de slag te gaan met circulaire projecten en ketenvormingen. Gebiedsgerichte projecten • Waarom: een gebiedsgerichte aanpak zorgt voor een integrale, eenduidige benadering naar ondernemers. Ondernemers kunnen zich daarmee ook aan elkaar optrekken waarbij de 'achterblijvers' kunnen leren van de koplopers. Ook wordt de urgentie en nut en noodzaak voor ondernemers groter door een groeiende aandacht voor dit onderwerp. Gemeentelijke projecten • Waarom: Ondernemers zijn veelal bereid om te investeren in maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming van hun eigen bedrijf. Deze bereidheid neemt af naar mate de toegevoegde waarde meer collectief is, zoals bij een bedrijventerrein. Ondernemers verwachten voor de bedrijfsoverstijgende activiteiten een bijdrage van de gemeente. Circulair consumeren Zwerfafvalaanpak • Waarom: Zwerfafval is een groeiend probleem. Steeds meer verpakkingen worden gebruikt door consumenten, steeds meer verpakkingen komen in de natuur terecht.
Hierdoor kunnen deze verpakkingen niet meer worden hergebruikt en, misschien nog wel erger, leiden deze tot schade aan flora en fauna. Het verminderen van de zwerfafvalproblematiek is dan ook een belangrijk onderdeel in de transitie naar een circulaire economie die tevens zichtbaar is voor inwoners en bedrijven van de gemeenten Duiven & Westervoort. Circulaire evenementen • Waarom: Evenementen kennen veel (plastic) afval wat doorgaans beperkt of niet wordt hergebruikt, terwijl dit vaak wel mogelijk is. Het is vaak ook goed zichtbaar, (na afloop) van een evenement, hoeveel afval er overblijft. Door consumenten niet alleen thuis maar ook op dit soort evenementen de mogelijkheid te bieden het afval te scheiden, raken mensen steeds meer doordrongen van nut en noodzaak en ziet men ook dat de gemeente actief werk maakt van dit onderwerp.
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
25
Deelconcepten stimuleren • Waarom: Bewoners kopen voornamelijk spullen/goederen om deze zelf te gebruiken. Dit is in veel gevallen onnodig, omdat de spullen/goederen slechts op enkele momenten worden gebruikt. Deelconcepten bieden hier een oplossing voor en zijn sterk toenemend in Nederland.
Circulair ambachtscentrum • Waarom: In veel gevallen is het materiaal, dat onder meer bij de milieustraat terechtkomt, nog goed bruikbaar en daardoor onnodig om als afval te beschouwen. Met veelal een kleine ingreep kunnen de producten weer worden hergebruikt en daarmee wordt verspilling voorkomen. Door dit dichtbij de inwoners en ondernemers te realiseren, wordt het zichtbaar dat hergebruik en reparatie weer 'normaal' wordt. Tot slot heeft een circulair ambachtscentrum als positieve bijvangst dat er werkgelegenheid wordt gecreëerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Uitvoering grondstoffenplan Waarom: Met 124 kg/inwoner restafval in Duiven en 138 kg/inwoner in Westervoort12 is er nog steeds een aanzienlijke afvalopgave, waarbij voorlopig nog niet wordt voldaan aan de VANG-doelstellingen (100 kg restafval per inwoner in 2020). Echter, de beide gemeenten spreken wel de ambitie uit om hier aan te kunnen voldoen. Zo wil de gemeente Westervoort in 2025 in totaal 43 kg afvalreductie per inwoner hebben gerealiseerd en zet de gemeente Duiven in op verschillende maatregelen om in 2025 32 kg afvalreductie per inwoner te realiseren. In de grondstofplannen van beide gemeenten is nader uiteengezet wat de doelstellingen zijn en hoe deze gerealiseerd worden.
Totaaloverzicht Wanneer de hierboven beschreven acties worden geplaatst in het raamwerk komt men tot het volgende overzicht:
12
Afvalcijfers over het jaar 2019 https://afvalmonitor.databank.nl/Jive/Jive?cat_open=Gemeentelijk%20niveau/Ingezamelde%20hoeveel heden%20en%20scheidingspercentages%20huishoudelijk%20afval
16 september 2021. Ons kenmerk 1019268-013e/nah/nke
26
Onze contactgegevens KplusV Vestiging Arnhem Postbus 60055 6800 JB Arnhem Westervoortsedijk 73 6827 AV Arnhem T +31 (0)26 355 13 55
Vestiging Amsterdam Postbus 74744 1070 BS Amsterdam Science Park 402 1098 XH Amsterdam T +31 (0)20 669 90 66
E info@kplusv.nl
Vestiging Rotterdam Stationsplein 45 (Groot Handelsgebouw) 3013 AK Rotterdam 4de verdieping Ruimte A4.004 T +31 (0)10 254 00 17
I www.kplusv.nl
Thema's
27