20211108-beslutienlijst-raad-bijlage-1-programmabegroting-cda.docx
Tekst van het document
Begroting 2022 Voorzitter, Tijdens de commissievergadering is stevig gedebatteerd over de begroting en hebben wij onze ergernis en kritiekpunten op de voorstellen in de begroting uitvoerig naar voren gebracht. De reactie van het college daarop tijdens de vergadering vonden wij teleurstellend. Op de slordigheid en de vele fouten in de begroting kom ik verder inhoudelijk niet terug. Dat punt is in de commissie voldoende gemaakt en we verwachten, dat het college en de secretaris op dit punt foutloos zullen presteren in de toekomst en de nu achteraf toegepaste redactionele aanpassingen voortaan uit te voeren voordat stukken aan de Raad worden aangeboden. In de bijdrage vandaag beperken we ons tot één punt: de gebrekkige en niet-transparante wijze waarop het college in de begroting is omgegaan met de extra bijdrage van het rijk van 1.3 miljoen en de aanwending van die extra bijdrage voor achterstallig onderhoud op onze wegen en voor een buffer voor mogelijke risico’s in het sociaal domein.
Het heeft even geduurd en de nodige moeite gekost voordat ons goed duidelijk was, dat in de begroting tevens was verwerkt de extra bijdrage van het rijk in verband met de tekorten in de jeugdzorg voor 2022 en daarop volgende jaren en ook dat in er in de begroting al een verwerking had plaats gevonden van de aanwending van die extra bijdrage, namelijk voor achterstallig onderhoud van wegen en een buffer voor risico’s in het sociaal domein. Voorzitter, de voor ons onduidelijke en niet-transparante wijze van handelen in de begroting verhoudt zich niet met onze democratische principes en maakt het voor ons enorm lastig om onze rol als raadslid goed uit te voeren. Na de onduidelijkheid kwam de ergernis. De wijze waarop een en ander financieel in het vat gegoten is in de begroting, voldoet wat ons betreft niet aan beginselen van goede en juiste besluitvorming. Regelmatig, zeker in het afgelopen jaar, hebben wij gedebatteerd over bezuinigingen op allerlei belangrijke voorzieningen. Heel vaak ging het daarbij om bezuinigingen van enkele duizenden euro’s en moest de één of andere fractie, wij ook, daarbij enorm slikken om met de voorgestelde bezuiniging mee te kunnen gaan. Hier gaat het, totaal gezien, om miljoenen euro’s en dat wordt zo en passant zonder separate besluitvorming en op niet-transparante wijze in de begroting meegenomen.
We hebben op geen enkele wijze met elkaar de discussie kunnen voeren over de besteding van de extra rijksbijdrage voor volgend jaar en de jaren daarop. Die discussie wordt ons als budgetrechthebbende door de wijze waarop dit is verwerkt in feite ontnomen. Dit geeft geen pas wat ons betreft nog los van het feit dat het fundament van het voorstel rammelt. Dat fundament rammelt, omdat de onderbouwing van de budgetvraag feitelijk ontbrak tijdens de commissievergadering en het beperkte rapport (dat er nu sinds begin november ligt) allerlei vragen oproept en een belangrijk deel van die vragen nog niet beantwoord is. Het meenemen in de begrotingsbehandeling van dit soort grote budgetvragen ontneemt ons verder de mogelijkheid om dieper in te gaan op de inhoud van de collegevoorstellen over het achterstallig wegenonderhoud. Fundamentele onderwerpen als de voorgestelde verschuiving van budgetten van groen naar grijs blijven daardoor liggen en worden niet uitgesproken. Dit
onderdeel is voor ons onverteerbaar en ook reden om met het amendement te komen, waarop ik zo meteen verder inga. Voorzitter, als je alles overziende de zaak tot de kern terugbrengt stellen wij ons de volgende vraag: welk bedrijf of welke gemeente neemt in zijn begroting en meerjarenbegroting extra uitgaven op van totaal enkele miljoenen, zonder dat daar een stevige onderbouwing onder ligt? Voorzitter, om deze redenen kan de voorliggende begroting wat ons betreft niet ongewijzigd worden goedgekeurd. We kunnen vanuit de aangegeven overwegingen nu nog geen budgetten beschikbaar stellen voor het vermeende achterstallig onderhoud en de risico’s binnen het sociaal domein. De oplossing is wat ons betreft om de extra bijdrage van het rijk voor de tekorten in de jeugdzorg te parkeren in de algemene reserve of op te nemen in de saldo’s . Als het college budget wil hebben voor wegwerken van achterstallig onderhoud van de wegen (wij gaan er van uit dat dat het geval is), dan verwachten wij daarvoor goede en goed onderbouwde voorstellen in lijn met het financiële belang dat er mee gemoeid is. Wij wachten de voorstellen met belangstelling af. In dit verband hebben wij een amendement voorbereid, waarmee we uiteindelijk goedkeuring kunnen geven aan een geamendeerde begroting.
Het amendement zal ik zo voorlezen, maar voordat ik zover ben, wil ik ook nog kort ingaan op de motie Vreemd die straks nog aan de orde zal komen. Bij de voorstellen die door het college zullen worden gedaan over achterstallig onderhoud van wegen zullen wat ons betreft antwoorden moeten komen op essentiële vragen, waaronder een verklaring voor het grote verschil in de conclusies van het schouwonderzoek uit 2019 en dat van 2021. Daartoe achten wij een beperkte second opinion onontkoombaar. We willen gewoon meer en beter bewijs, dat er sprake is van achterstallig onderhoud in de mate die ons wordt voorgesteld en dat daarvoor onverwacht hoge bedragen beschikbaar moeten komen. Daartoe hebben wij nog de motie Vreemd ingediend. Daar komen we straks nog over te spreken. Wij horen graag van de andere fracties of zij ons amendement en onze motie kunnen steunen.