20210614-rv-vaststellen-res-1.0-bijlage-1-memo.docx
Tekst van het document
MEMO Bijlage 1 van het raadsvoorstel inzake vaststelling RES 1.0, 4 mei 2021
Toelichting achtergrond en inhoud van de RES 1.0 regio Arnhem Nijmegen Aanleiding De RES-regio’s bestaan uit decentrale, regionale samenwerkingsverbanden tussen provincies, gemeenten en waterschappen. Binnen zo’n verband werken deze partners gezamenlijk aan opgaven uit het Klimaatakkoord, in het bijzonder: - een bod voor het regionaal aandeel van de landelijke opgave grootschalige energie opwek; - het aanwijzen van zoekgebieden voor wind- en zonne-energie; - inzicht in de impact voor het elektriciteitsnetwerk; - opstellen van een regionale structuur warmte. De RES is weliswaar een wezenlijk onderdeel van het klimaatakkoord maar de scope beperkt zich tot bovengenoemde zaken. Het belangrijkste accent ligt derhalve op de grootschalige inzet van wind- en zonne-energie. Daarnaast gaat het over het bovenlokale warmtevraagstuk, waarbij stadswarmte, geothermie en aquathermie een rol kunnen spelen. Ook zijn er kansen voor duurzaam opgewekte, ‘groene’ waterstof. Andere opgaven zoals energiebesparing, windmolens op zee, zon op daken van huishoudens, de lokale warmtetransitie, de laadpalen-infrastructuur, verduurzaming van woningen, mobiliteit, industrie en landbouw vallen niet onder de scope van de RES. Evenmin maakt het onderwerp kernenergie deel uit van de RES-opgave.
De genoemde zaken zijn vanzelfsprekend wel onderdeel van de discussie over het klimaatbeleid en het overkoepelende doel voor C02 reductie. Toelichting op het bod van de regio Onder grootschalige opwek wordt in de RES ook verstaan: de aanleg van zonnepanelen op daken van industrie en instellingen met een minimaal vermogen 15 MWp, dat overeenkomt met ca. 50 panelen. Particuliere opwek op daken van woningen tellen niet mee in het RESbod. De regio verwacht dat in 2030 30% van de energie productie uit grootschalige opwek bestaat dat afkomstig is van zonne-energie op daken zonnepanelen liggen, dat is 0,49 TWh. Deze raming is gebaseerd op de aanname dat ongeveer 25% van de aanwezige theoretische potentie van de daken feitelijk wordt benut. Zonne-energie op land moet 0,66 TWh opleveren (41% van het bod) en de windmolens leveren 0,47 TWh productie (29% van het RES-bod). Op dit moment is 0,1 TWh van het bod gerealiseerd. Daarnaast lopen er in de regio de verschillende projecten die binnen afzienbare tijd in uitvoering gaan komen. Voorbeelden daarvan zijn de 4 windmolens langs de Pleijroute en de twee windmolens bij het Waterschap op InnoFase, gemeente Duiven. Dergelijke ‘pijplijnprojecten’ tellen ook mee in het RES-bod en leveren bij elkaar 0,52 Twh op. Daar bovenop zijn in de periode tot 2030 nieuwe projecten nodig. Deze zullen bij elkaar 0,98 TWh productie gaan opleveren.
In de concept-RES was de verhouding wind-zon (uitgedrukt in opgesteld vermogen) 3-97%; In het bod RES 1.0 ligt de verhouding beter: 11-89%. Vanuit oogpunt van systeem-efficiëntie en maatschappelijke kosten is een 50/50 verhouding het meest optimaal. Dat was voor de betrokken regio-partners aanleiding om tijdens het RES-proces een extra inspanning te doen
om het aandeel wind verder omhoog te brengen. Dat heeft geleid tot nieuwe ‘verkenningsgebieden’ voor windenergie. (zie verderop in deze memo) Zoekgebieden Westervoort Het voorliggende voorstel voor de RES 1.0 bevat voor de gemeente Westervoort geen grootschalige zoekgebieden voor wind en zon. Op lokale schaal had uw raad wel kleinschalige gebieden voor zonne-energie in beeld gebracht: de gemeentekavels aan weerszijden van de Rivierweg, de voormalige stortplaats (thans natuurgebied) en de locatie Emptepol. Voor de eerste twee genoemde locaties is er op dit moment geen zicht op concrete projecten: twee ontwikkelaars hebben onafhankelijk van elkaar naar de gemeentekavels gekeken; zij concluderen dat de beschikbare ruimte (netto 2-3 ha.) te klein is voor een haalbaar project. Ten aanzien van de voormalige stortplaats, thans onderdeel van natuurgebied Driegaarden, heeft eigenaar Natuurmonumenten aangegeven op dit moment geen mogelijkheden te zien. Zij stellen zich op het standpunt dat natuurgebieden niet als eerste optie geschikt zijn voor zonnepanelen. Locatie Emptepol is nog wel in beeld. Daar wordt in aansluiting op het programma Rivierklimaatpark IJsselpoort door initiatiefnemers nog gekeken naar kleinschalige opwek van duurzame energie.
Liemers RES-Zoekgebied WZ5: InnoFase/ Centerpoort-Noord Westervoort heeft haar positie in de RES-regio bestuurlijk afgestemd in Liemers verband, waarbij ook de gemeente Rheden was aangesloten. In dit overleg was er consensus om het gebied op en rond Innofase/Centerpoort-Noord als ‘geschikt zoekgebied’ voor de grootschalige opwek van zonne- én windenergie aan te wijzen. Dat gebied ligt hoofdzakelijk in de gemeente Duiven en voor een deel in Zevenaar. Dat gebied was al ten tijde van de concept-RES in beeld en is ook nu opgenomen als regionaal zoekgebied WZ5 in de definitieve RES 1.0. In de aangewezen regionale RES-zoekgebieden kunnen volgens de gezamenlijke partners in de regio zonnevelden en windmolens komen. De zoekgebieden hebben de status van een beleidsambitie: in de meeste gevallen is verdere ruimtelijke besluitvorming op projectniveau nodig, meestal door de gemeenten, soms door de provincie. Nieuwe verkenningsgebieden wind RES 2.0 Mede op aandringen van de provincie en ook ingegeven door het streven naar een betere wind-zonverhouding heeft de afgelopen maanden een verkennende zoektocht uitgevoerd naar aanvullende wind-locaties. Dit leverde zes nieuwe zogenaamde ‘verkenningsgebieden’ op met een potentie van ca. 21 windmolens, goed voor een productie van 0,40 Twh.
In ons deel van de regio gaat het om drie verkenningsgebieden: één in de gemeente Rheden (de Beemd), aansluitend op het zoekgebied WZ5 en twee gebieden in de gemeente Zevenaar (de Oude Steeg en de oostelijke A12-zone). Deze nieuwe verkenningsgebieden wind staan indicatief op een kaart in de RES 1.0, maar zij tellen niet mee in het bod van 1,62 TWh. De verkenningsgebieden zullen in de komende periode tot 2023 op weg naar RES 2.0 verder onderzocht en afgewogen worden. In de gemeenten Westervoort en Duiven zijn geen nieuwe locaties voor windenergie in beeld gekomen. Ruimtelijke afspraken Er is in de RES 1.0 een set aan ruimtelijke afspraken opgenomen. De regiopartners willen daarmee voorkomen dat er een confetti ontstaat van zonnevelden en windmolens. Dat betekent een nog grotere nadruk op clustering in zoekgebieden en bij voorkeur een combinatie tussen wind en zon. Mocht een gemeente hiervan willen afwijken en lokaal maatwerk wensen, dient dat eerst regionaal te worden besproken.
Tevens geven deze afspraken richting voor het behouden van ruimtelijke kwaliteit bij het bepalen van de locaties van windmolens en zonnevelden om deze op de beste wijze in te passen. De lijst met ruimtelijke afspraken is een eerste aanzet. Warmte De RES 1.0 geeft inzicht in de warmtevraag van de gebouwde omgeving (woningen en overige gebouwen) in 2030, inzicht in beschikbare warmtebronnen in de regio en de beschikbare warmte-infrastructuur. Naast dit inzicht brengt de RES specifiek in beeld welke grote, bovenlokale warmtebronnen in Regio Arnhem Nijmegen beschikbaar zijn om gebouwen mee te verwarmen door middel van een warmtenet. Met name grote fabrieken, rioolwaterzuiveringsinstallaties en afvalverbranders kunnen dit type energie leveren. Verwacht wordt dat op termijn ook andere warmtebronnen zoals aquathermie, geothermie en zon-thermie een grotere rol gaan spelen. Daar loopt nog veel onderzoek naar. Op korte termijn zal binnen RES-verband bekeken worden hoe de verdeling van bestaande bovenlokale warmtebronnen het meest optimaal regionaal verdeeld kan worden. Hierover vindt structureel overleg plaats tussen die gemeenten die mogelijk een beroep willen doen op deze warmtebronnen. In het geval van de regionale warmtebron AVR gaat het om de gemeenten Arnhem, Rheden, Westervoort, Duiven, Montferland en Zevenaar.
Deze gemeenten zullen gezamenlijk afspraken gaan maken over de bovenlokale toedeling van warmte. Dat moet leiden tot een regionale structuur warmte; een opgave op weg naar RES 2.0.