CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20210419-lijst-van-aandachtspunten-commissies-en-raad-bijlage-1-uitwerking-motie-sociaal-domein.pdf

Commissie Samenleving en Bestuur 29 maart 2021, gemeente WestervoortBij agendapunt: Lijst van aandachtspunten d.d. 19 april 20211.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Extra uitgaven Sociaal domein t.o.v. de rijksmiddelen: Motie 12P Vanaf 2015 is in Westervoort budgettair neutraal begroot. De inkomsten voor de drie onderdelen van het sociaal domein (WMO, Jeugdwet, P-wet) afgezet tegen evenveel uitgaven. Deze uitgaven bestonden naast kosten voor zorg ook uit uitvoeringskosten, zoals kosten van huisvesting, automatisering en personeel. Bij de totstandkoming van 1Stroom zijn deze componenten verwerkt in de begroting van 1Stroom en zodoende niet meer te herleiden tot voor Westervoort specifieke kosten. De inkomsten voor de drie decentralisaties (3 d’s) zijn ingaande 2019 voor het grootste gedeelte toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het waren eerder integratie-uitkeringen van het gemeentefonds. Zodoende zijn ze niet meer direct zichtbaar. In de toekomst zijn deze ook niet meer te herleiden omdat deze inkomsten meelopen in het grote totaal van het gemeentefonds. Mutaties op deze budgettaire neutrale boeking in de begroting in 2020: -

In 2018 (voorjaarsnota) is voor 3 jaar structureel een bedrag aan de begroting toegevoegd vanwege hogere uitgaven. In 2018 € 450.000, 2019 € 350.000, 2020 € 200.000. In 2020 is bij de voorjaarsnota structureel voor jeugd een bedrag van € 1.000.000 bijgeraamd en € 303.000 voor Wmo (begeleiding/dagbesteding). In 2020 is bij de najaarsnota voor jeugd incidenteel nog € 400.00 bijgeraamd. Vanaf 2019 konden we structureel al een te verwachten verhoging van de rijksmiddelen van € 464.000 opnemen.

Resumé: (bedragen in euro’s)

Welk onderdeel Totaal sociaal domein Jeugd Jeugd/wmo ‘nieuw’ Wmo ‘nieuw’

Inkomsten Uitgaven 464.000 1.400.000 200.000 303.000 Subtotalen: 464.000 1.903.000 Saldo (uitgaven-inkomsten)

1.439.000

De bijramingen betreffen steeds kosten die voortkomen uit niet beinvloedbare factoren.

Huishoudelijke ondersteuning (HO): -

Extra uitgaven ten gevolgen van invoering abonnementstarief met ingang van 2019 is ongeveer €150.000 structureel. Extra uitgaven met ingang van 2020 iin verband met prijsstijgingen ongeveer € 250.000 structureel te weten; de tariefstijging per 1 januari 2020 vanwege de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). (2,52%) en de tariefstijging per 1 juli 2020 door de nieuwe aanbesteding waarbij de cao-afspraken en Algemene Maatregel van Bestuur (reële kostprijzen) volledig zijn meegenomen (stijging van ongeveer 19%)

Extra uitgaven in het sociaal domein versus de rijksmiddelen

1

Kosten uurtarieven 2019 HO 1 HO 2 (HO) Combiproduct

Euro

Kosten uurtarieven 2020 (1 juli) HO algemene voorziening HO (1 en 2) mixtarief HO combiproduct

Euro

24,60 28,20 32,40

27,00 29,40 32,40

Dus samen, extra uitgaven abonnementstarief en extra uitgaven ivm prijsstijgingen, € 400.000 structureel.

Incidentele kosten waar Westervoort mee te maken heeft gehad afgelopen jaren: (bedragen in euro’s)

Grote woningaanpassingen (Westervoort heeft weinig aange- begin 2020 paste woningen beschikbaar) Onbekende jeugdclient bij landelijke zorgaanbieder: ivm vei- 2020 ligheid zijn geen gegevens bekend. Problematische jeugdclient die sinds 2015 in het bestand zit vanaf 2015 met diverse voorzieningen

100.000 135.000 600.000

Aan bovenstaande tabel moeten nog enige moeilijk kwantificeerbare feiten worden toegevoegd: -

Een bovengemiddeld aantal inwoners met een chronisch progressief ziektebeeld: veel kosten voor aanpassingen en hulpmiddelen. Twee inwoners met 24-uur zorg vanuit de WLZ waarvoor de gemeente alle woningaanpassingen en hulpmiddelen moet betalen. Dit is voorgelegd via de VNG aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

De reactie van VWS is de volgende: “VWS is geen voorstander om specifiek voor Wlz-cliënten de omvang van de inzet van hulpmiddelen en woningaanpassingen in de Wmo financieel te begrenzen, omdat we in de Wlz niet voor iedereen een financiële grens hebben voor de inzet van Wlz-zorg in de thuissituatie (vooral voor de zorgintensieve groep zijn er uitzonderingen), de te stellen grens altijd arbitrair is en er een onwenselijk onderscheid wordt gemaakt tussen cliënten met en zonder Wlz-indicatie. T.a.v. de ondersteuning die vanuit de Wmo wordt geleverd, geldt bovendien dat er nooit sprake is van begrenzingen of budgetplafonds. Cliënten moeten de nodige hulp en ondersteuning krijgen, ongeacht de financiële positie van een gemeente. Dit geldt ook voor de hulpmiddelenverstrekking. In dit kader is eerder het idee geopperd om voor deze groep de inhoudelijke deskundigheid en financiële verantwoordelijkheid binnen de Wmo op een hoger schaalniveau te beleggen. Dit idee zou in het kader van deze problematiek door gemeenten verder verkend kunnen worden. Dit onderwerp raakt het de systematiek van het gemeentefonds. In 2018 heeft AEF onderzoek gedaan naar de verdeelmodellen in het Sociaal Domein (zie Zoeken naar balans | VNG).

Toen zijn alle ‘discrepanties’ in de verdeling van het gemeentefonds onderzocht zodat deze mogelijk mee zouden kunnen worden genomen in de herijking van het verdeelmodel van het gemeentefonds. Dit punt is toen niet ingebracht vanuit gemeenten/VNG. Als dat wel zou zijn gebeurd (of een volgende keer gaat gebeuren) dan zou dit criterium beoordeeld worden of het geschikt is om mee te nemen in de verdeling, wat niet wil zeggen dat het ook daadwerkelijk een maatstaf in het verdeelmodel zou worden”.

Extra uitgaven in het sociaal domein versus de rijksmiddelen

2

Niet beïnvloedbare factoren: Begroten in het sociaal domein is erg ingewikkeld vanwege alle niet beïnvloedbare factoren. De prijsstijgingen als gevolg van de AMvB reële kostprijzen, het abonnementstarief, maar ook een gebrek aan beleidsvrijheid als het gaat om het afgeven van indicaties werken kosten stijging in de hand. Het zijn echter de “open einde” regelingen in de WMO en Jeugdwet die voor overschrijdingen zorgen. Wanneer noodzakelijk dient de gemeente zorg in te zetten, ook al is het geld op. In de Jeugdwet is er sprake van een veelheid aan verwijzers. Huisartsen, medisch specialisten, maar ook rechters, zijn gemachtigd om te verwijzen naar Jeugdzorg. Wanneer er bijvoorbeeld wordt over gegaan op maatregelen op het gebied van Jeugdbescherming wordt door de rechtbank besloten. Op dit besluit hebben wij geen invloed. Tot slot is er sprake van uitgestelde facturering. Met name bij grote landelijke aanbieders van zeer specialistische zorg is er nog wel eens sprake van uitgestelde facturering. Dit heeft tot gevolg dat prognoses niet kloppen. Deze landelijke aanbieders zijn gecontracteerd door de VNG, waardoor individuele gemeenten onvoldoende invloed op de gang van zaken hebben.

Wat kunnen we hieraan doen? Daar waar de gemeente zelf de beschikking voor een maatwerk voorziening afgeeft en er een, door ons gecontracteerde aanbieder wordt ingezet, staan wij als gemeente wel aan het roer. Dan is het duidelijk wat er geïndiceerd wordt en de aanbieder is op dat moment gehouden aan strikte contractafspraken. Door een Specialistisch Ondersteuner Jeugdzorg naast de huisartsen te plaatsen heeft de gemeente inmiddels invloed op het verwijsgedrag van huisartsen. Het Sociaal Loket zet in op gesprekken en hulpverlening om, waar mogelijk, te voorkomen dat het tot jeugdbescherming leidt in een gezin. Hier zit dus enige invloed. Daarnaast nemen wij maatregelen om het zogeheten Verblijf te voorkomen. Wanneer voorliggende voorzieningen geen oplossing bieden, brengen we de casuïstiek in bij de regionale Perspectieftafel om te onderzoeken welke andere mogelijkheden er zijn om de inzet van Verblijf te voorkomen. Wanneer medisch specialisten of rechters verwijzen kan de gemeente invloed uitoefenen als er sprake is van een aanvraag voor een verlenging van de reeds geboden zorg. Op zo’n moment zet de gemeente de Specialistisch Ondersteuner Jeugdzorg in om in gesprek te gaan over nut en noodzaak van de gevraagde zorg. Als gemeente Westervoort vragen wij bij de VNG continue aandacht voor de manier van factureren van de landelijke aanbieders.

Door deel te nemen aan diverse kennis platforms (Kennisnetwerk grip op het sociaal domein en aangesloten bij de leerkring Kostenbeheersing Jeugdhulp) hopen wij te leren van andere gemeenten die worstelen met dezelfde problemen. Op dit moment beschikt de organisatie niet over de informatie betreffende de samenstelling van de uitkering uit het Gemeentefonds. De verbijzondering van deze rijksgelden wordt niet verstrekt. Voorts levert het moment en hoogte van facturen inzake kosten in de jeugdzorg door contractering buiten onze gemeente om een grote mate van onzekerheid over de tijdigheid van registratie. Mede hierdoor blijft de kans op verassingen als gevolg van nakomende kosten groot.

Extra uitgaven in het sociaal domein versus de rijksmiddelen

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=5a80d73c-a1c2-43c4-b055-982bea628b4a