CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20210308-rv-camperlocatie-brouwerslaan-bijlage-4-beleidsnotitie-kleinschalig-kamperen.pdf

Raadsvergadering 8 maart 2021, gemeente WestervoortBij agendapunt: Camperlocatie Brouwerslaan14.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

       

bepaalde begrenzing aan te geven; dit is afhankelijk van hoe groot het gebied is waar de hoofdbestemming op rust; een omvangrijk, agrarisch bestemd, gebied biedt immers meer opties dan wanneer zo’n gebied beperkt is; een (indicatieve) aanduiding of zone op de kaart/verbeelding (daar wel; ergens anders dan niet); een maximum aantal kampeerplekken per kampeerterrein; een terreinoppervlakte per kampeermiddel; de ontsluiting en inrichting van het terrein; het parkeren (op eigen terrein); de toegelaten (gebouwde) voorzieningen zoals was- en sanitaire voorzieningen; een inpassing in het landschap/de omgeving; een verbod voor stacaravans (alleen toeristisch kamperen); een seizoenaanduiding, zoals van 15 maart tot en met 31 oktober (daarbuiten zijn geen kampeermiddelen aanwezig).

Het in 2015 ingediende initiatief voorzag in zo’n kampeervorm. In Westervoort - Noord is deze kampeervorm bij de manege mogelijk. Die wordt - behalve qua aantal plaatsen en een seizoenaanduiding - niet door voorwaarden en inrichtingseisen geregeld. In het gebied ‘Komplannen’ bij de drie agrarisch bestemde gebieden ook, maar dan geheel onvoorwaardelijk. Al naar gelang de behoefte kan een regeling dus (zeer) globaal of gedetailleerd zijn. Deze kampeervorm verschilt van het kamperen bij de boer (er is dan geen relatie met een agrarisch bedrijf). Het kan dus in ‘het vrije veld’ plaatsvinden als functie: een kleinschalig kampeerterrein binnen een groter gebied. Of zoals in Westervoort gekoppeld aan een manege. Er zijn gemeenten die deze kampeervorm niet toestaan. 12.3. Kamperen buiten (bestemde) terreinen (vrij kamperen) In het algemeen geldt dat het niet gewenst is om buiten een kampeerterrein te overnachten. Onder het kamperen buiten (bestemde) kampeerterreinen vallen de volgende vier situaties. Drie daarvan zijn in de APV geregeld. Soms geldt hiervoor een beleidsregel (Noordoostpolder). Dit kamperen geschiedt:  Bij het bijwonen van een evenement.

Hierbij moet gedacht worden aan organisaties met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard die een eigen kampeerterrein gebruiken voor eigen doeleinden (bijvoorbeeld voor een introductieweek op de campus van een universiteit);  Door groepen in besloten kring. Groepen, organisaties of verenigingen die gedurende een korte aaneengesloten periode kamperen buiten een regulier, kleinschalig of natuurkampeerterrein. Bijvoorbeeld bij popconcerten (Pinkpop, Lowlands, Zwarte Cross), een schoolkamp, sportevenementen. Het kamperen kan beschouwd worden als een onderdeel van het evenement of de activiteit;

kamperen bij Lowlands

 

In individueel verband. De eigenaar van een terrein heeft kampeermiddelen voor eigen gebruik staan en Door op een camperplaats op een camperlocatie te staan.

12.4. Kamperen op natuurkampeerterreinen Nederland kent 141 erkende Natuurkampeerterreinen. Alle voldoen aan de ‘Richtlijnen van de Stichting Natuurkampeerterreinen’. Om daar te kunnen kamperen is een natuurkampeerkaart verplicht (bron: www.natuurkampeerterreinen.nl). De tekst komt uit de richtlijnen en schetst de algemene kenmerken van zo’n terrein:

een natuurkampeerterrein Een Natuurkampeerterrein ligt in een aaneengesloten gebied van tenminste 25 ha bos, natuurgebied en/of waardevol cultuurlandschap. De indeling van het kampeerterrein is zodanig, dat de kampeerplaats een onderdeel is van de natuurlijke omgeving en aan de kampeerder een hoge mate van privacy biedt, zowel visueel als qua licht en geluid. Dit

18

is het gevolg van de afstand tussen de kampeerplaatsen en/of de aanwezige begroeiing. Het natuurlijke karakter wordt ook gewaarborgd door de tijdelijke bezetting van de kampeerplaats, het beperkte voorzieningenniveau en de maximale verblijfsduur. In ideale gevallen is het terrein buiten het seizoen niet of nauwelijks als kampeerterrein te herkennen. De rust wordt gewaarborgd door de ligging van de terreinen (veelal in bos- of natuurgebieden, verwijderd van urbane invloeden), het relatief lage voorzieningenniveau, het niet-parkeren naast het kampeermiddel en door het gedrag van de kampeerder zelf, die immers mede vanwege de rust deze terreinen bezoekt.

12.5.

Kamperen bij de boer (niet bij burgerwoningen; niet als solitaire activiteit in het buitengebied) Deze kampeervorm (mini-camping) is bedoeld als nevenactiviteit bij en ondergeschikte functie van een als zodanig bestemd agrarisch bedrijf. Een bijzondere vorm van kleinschalig kamperen en dan agrarisch getint. Het is gerelateerd aan de feitelijke aanwezigheid van zo’n bedrijf (de hoofdfunctie). Niet meer in algemene zin gelinkt aan het gehele, bijvoorbeeld als agrarisch bestemde, gebied zoals dat bij 12.2. beschreven is. Veel gemeenten stellen de eis van een volwaardig agrarisch bedrijf (geen hobbyboer). Het biedt agrariërs een kans voor neveninkomsten. Op basis van de Wor waren soms aparte ‘toetsingsregels kamperen bij de boer’ vastgesteld (Haren).

kamperen bij de boer - minicamping

Het kan als functie omschreven zijn binnen de agrarische bestemming of als planologische afwijking met omgevingsvergunning. Per agrarisch bedrijf kan het aantal plaatsen vastgesteld worden. Verder zijn vaak enkele voorzieningen nodig (o.m. toilet- en wasvoorzieningen). Voorwaarde kan zijn om die in de bestaande agrarische gebouwen onder te brengen. Net als bij het kleinschalig kamperen (12.2.) kunnen inrichtingseisen opgenomen worden. Soms uitvoerig en vrij gedetailleerd, soms globaal. 12.6. Op camperlocaties In Westervoort is één camperlocatie met vier camperplaatsen. Eerst bestond het plan om die bij de manege aan de IJsseldijk te realiseren. Dat heeft echter geen respons opgeleverd. Behalve borden zijn geen voorzieningen bij de plaats aanwezig. Het is een parkeermogelijkheid voor enkele nachten (72 uur). Inmiddels heeft dit een permanent karakter gekregen in samenhang met de herinrichting van het parkeerterrein. Voor overige voorzieningen (elektra, water, vuil water lozen) worden camperaars verwezen naar het benzinetankstation aan de Westervoortse dijk in Arnhem (gelegen op luttele kilometers afstand; 13.4.). Voor informatie: Brochure NKC, maart 2016.

camperlocatie bij AVW’66 Westervoort

12.7. Bijzondere/extensieve vormen Paalkamperen is een zeer extensieve vorm van kamperen die voorkomt in de Hoeksche Waard. Dergelijke overnachtingsmogelijkheden zijn sterk verbonden met (langere) wandel- en fietsroutes. Het gaat om plekjes in de natuur. Een paal markeert de kampeerplaats waar toilet en waterpomp de enige voorzieningen zijn. Er is plek voor maximaal drie trekkerstenten voor maximaal 72 uur. Die moeten binnen een straal van tien meter van de paal staan. Bron: Beleidsregels verblijfsrecreatie Hoeksche waard 2015. Zo ook de gemeente Hardenberg (bron: Beleidsregel intrekking Wor). 12.8. Wel - niet seizoensgebonden? In de regel wordt voor kampeerterreinen het tijdvak van half maart - eind oktober aangehouden. Soms is een terrein het hele jaar geopend. Het lijkt er op dat in een aantal gevallen de gebondenheid aan een seizoen iets opschuift. ‘ … Omdat de winters in Nederland echter steeds milder worden, krijgt het concept ‘winterkamperen’ een andere lading. Met de juiste materialen kan de kampeerder zich goed wapenen tegen eventuele vrieskou of nattigheid, en in een caravan of camper kan het zelfs comfortabel zijn om in deze periode buiten te zijn. Deze winter (2016) zijn er 23 natuurkampeerterreinen het hele jaar open waar mensen terecht kunnen voor een verblijf in de natuur. De meeste natuurkampeerterreinen bieden extra’s als het gaat om winterkamperen …’.

Bron: www.winterkamperen.nl.

19

Volgens de reactie (16.2.) van de Nederlandse Kampeerauto Club (NKC) zijn gemeenten bezig om jaarrond de mogelijkheid te bieden aan ondernemers om hun voorziening open te houden, hetgeen zeker voor camperaars van belang is omdat die immers het gehele jaar door rijden. 12.9. Voorzieningenniveau en veranderend kampeergedrag; trends Afgezien van de lokale situatie is er veel overlap qua eisen. Bij kleinschalige kampeerterreinen is het voorzieningenniveau bescheiden of ontbreekt soms geheel. Natuurkampeerterreinen zijn soms nauwelijks te herkennen door het ontbreken van (elementaire) voorzieningen. Naast was- en toiletvoorzieningen (inpandig) kan gedacht worden aan eenvoudige speelvoorzieningen, parkeerplekken, een ruimte binnen de bestaande bebouwing die dienst doet als receptie, een oplaadpunt voor elektrische fietsen etc. De prijzen voor een overnachting zijn daar ook naar (verhoogd met toeristenbelasting). Verkoop van boerderij- en/of streekproducten is soms optioneel. Al naar gelang de te stellen eisen vraagt dat van de exploitant een bepaalde investering. Bij kleinschalig recreatief verblijf geen faciliteiten in de vorm van: een groot zwembad, vormen van horeca, grootschalige speelvoorzieningen, tennisbaan, een spel-, sport- en/of recreatieruimte (met speelautomaten), een campingwinkel, een groot en apart receptiegebouw etc.

Naast dat spectrum aan fysieke voorzieningen (van echt kleinschalig tot zeer uitgebreid) spelen andere zaken steeds meer een rol. Wifi bijvoorbeeld. Dat zal op een natuurcamping ongetwijfeld minder snel een rol spelen dan op een goed geoutilleerde camping. Het volgende draagt bij tot een andere visie op het recreatief verblijf. Het recreatiegedrag wordt steeds veranderlijker, dynamischer en minder voorspelbaar. Kampeerders stellen steeds hogere eisen aan een camping als het gaat om voorzieningen, een ruimere standplaats, ruimte voor een neventent voor de kinderen etc. De uitrusting van de kampeermiddelen (caravan, camper) wordt steeds luxer. De vergrijzing neemt toe. Mensen krijgen steeds meer vrije tijd. Er is een toegenomen behoefte aan luxe, privacy, schone voorzieningen. Kampeerwagens zijn in trek. De verkoop daarvan zit de laatste tijd fors in de lift. Volgens de NKC - het is een groeimarkt - zijn er al meer dan 100.000 op naam geregistreerde campers in Nederland. Bij de inrichting van kampeerterreinen spelen exploitanten hierop in om de locaties voor de cliënt aantrekkelijk te houden. Er is ook een categorie kampeerders met een tegengestelde beweging: meer terug naar de eenvoud en (even) ontdaan van de dagelijkse gemakken. Dat zal zich overigens eerder voordoen op een natuurkampeerterrein dan op een gewone camping.

Zie ook: Rapport Recron, ‘Recreatie en Toerisme op weg naar 2019’.

12.10. Welke situaties kunnen zich in Westervoort voordoen? De volgende situaties qua kleinschalig recreatief verblijf kunnen in Westervoort gaan spelen: Kleinschalig kamperen [op een solitair (agrarisch bestemd) terrein of bij een (agrarisch) bedrijf] is voor een locatie volgens het bestemmingsplan: nu wel toegestaan:  regeling is ‘vogelvrij’; het is een planologisch recht  er is voor dat gebruik geen omgevingsvergunning nodig; wel voor andere activiteiten (bijv. bouwen)  er ligt alleen een relatie met de bestemming (met of zonder bedrijf)  er gelden geen maxima qua aantal locaties  evenmin zijn er criteria qua typen kampeermiddelen, afmetingen  er gelden geen inrichtingseisen of voorwaarden per locatie  aanvullend schriftelijk afspraken maken en voorwaarden stellen over dat gebruik nu niet toegestaan:  alleen mogelijk via planologisch afwijken; er is voor dat gebruik een omgevingsvergunning nodig; ook voor andere activiteiten (bijv. bouwen)  voorwaarden in de vergunning opnemen over dat gebruik Kamperen bij de boer (als een bijzondere vorm van kleinschalig kamperen) is bij een (agrarisch) bedrijf volgens het bestemmingsplan: nu wel toegestaan:  regeling is ‘vogelvrij’; het is een planologisch recht  er is voor dat gebruik geen omgevingsvergunning nodig (wel in de bij 8.8. beschreven situatie); wel voor andere activiteiten (bijv.

bouwen)  er gelden geen maxima qua aantal locaties 20

   

evenmin zijn er criteria qua typen kampeermiddelen, afmetingen er gelden geen inrichtingseisen of voorwaarden per locatie er ligt gezien deze kampeervorm een relatie met de bestemming/een (agrarisch) bedrijf aanvullend schriftelijk afspraken maken en voorwaarden stellen over dat gebruik

nu niet toegestaan:  alleen mogelijk via planologisch afwijken; er is voor dat gebruik een omgevingsvergunning nodig; ook voor andere activiteiten (bijv. bouwen)  gezien deze bijzondere kampeervorm is een koppeling met een agrarisch bedrijf verplicht  voorwaarden in de vergunning opnemen over dat gebruik Een verbod op stacaravans. Naar analogie van regelingen van andere gemeenten worden stacaravans expliciet uitgezonderd van vormen van recreatief verblijf. Deze horen thuis op speciaal daarvoor ingerichte en geëxploiteerde terreinen. Dat voorkomt bovendien en permanente bewoning (10.2.) en ‘trailerparkachtige aanzichten’ in het toch al schaarse, open, buitengebied of elders.

‘trailerparkachtig aanzicht’ Conclusies vanuit de mogelijkheden: De mogelijkheden lijken zich te beperken tot kamperen bij de boer of kleinschalig recreatief verblijf anderszins. Soms ligt zo’n mogelijkheid qua gebruik als recht al vast. Geen grootschalige en reguliere verblijfsvoorzieningen. In Westervoort zijn geen terreinen beschikbaar die aan de richtlijnen voor een natuurcamping voldoen. De uitbreiding van het aantal camperplaatsen is gerealiseerd. 13.

Exploitatie, overeenkomsten en tarieven; toeristenbelasting; publiciteit en financiën; handhaving en bevoegdheid tot vaststelling

Als er redenen zijn om het kleinschalig recreatief verblijf te faciliteren, dan dient zich gelijk de vraag aan: wie verzorgt de exploitatie? 13.1. Exploitatie a. Camperlocatie. De gemeente heeft de aanleg daarvan verzorgd. Er is geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie. De investeringen zijn minimaal geweest. Die beperken zich tot:  borden, een markering op het wegdek; eenvoudige voorzieningen;  mogelijk een (groene) afscherming i.v.m. de privacy en om de plek aantrekkelijk te maken; De plaats wordt meegenomen in het gewone onderhoud van de buitenruimte. Het gebruik van de plekken is (nog) gratis. Particuliere aanleg en exploitatie van een camperlocatie zijn ook mogelijk. b. Kleinschalige kampeervoorziening in ‘het vrije veld’. Het terrein van de volkstuinen kan hiervoor een optie zijn. Dat ligt vlak bij de manege en is eigendom van de gemeente. Er zijn echter nog geen aanwijzingen dat de gemeente zo’n kleinschalig kampeerterrein gaat exploiteren. Particuliere initiatieven en exploitatie zijn denkbaar. Bij de manege is kleinschalig kamperen al mogelijk. Als dat gebeurt dan lijkt het terrein van de volkstuinen weer minder interessant te worden. Hetgeen in het Masterplan W-N over de uitbreiding van de recreatieve functie bij de manege staat, is daarmee gedeeltelijk ingevuld. Gedeeltelijk, omdat hier geen blokhutten zijn toegestaan. c. Kamperen bij de boer.

Logisch is dat de betrokken agrariër de exploitatie ter hand neemt. Die is verantwoordelijk voor de inrichting van het terrein, de voorzieningen en die ontvangt voor dat gebruik ook de vergoeding van de kampeerders. 13.2. Overeenkomsten en tarieven; bedrijfsmatige exploitatie De Wor bevatte bepalingen over kampeerovereenkomsten en tarieven (koop en verkoop van kampeermiddelen). Vaak verwijzen exploitanten voor recreatief verblijf naar de Recronvoorwaarden. Veel ‘kamperen bij de boer-campings’ zijn aangesloten bij de Stichting Vrije Recreatie (SVR). Die hanteren de SVR-richtprijzen. Of zij zijn aangesloten bij de VeKaBo. Die kent eveneens kwaliteits- en prijseisen. Bij het faciliteren van kleinschalig recreatief verblijf gelden de (ruimtelijke en beleidsmatige) uitgangspunten en overige voorwaarden. Het is niet nodig dat de gemeente voor tarieven een overeenkomst sluit met een exploitant. 21

In lijn met het provinciaal beleid (behoud van de kwaliteit van het toeristisch product) is een bedrijfsmatige exploitatie verplicht. Hierop moet worden toegezien en dat moet aangetoond worden bijvoorbeeld door:  Inschrijving bij de Kamer van Koophandel van het recreatiebedrijf en het overleggen van die gegevens;  Registratie bij of lidmaatschap van Recron, VeKaBo, SVR of daarmee vergelijkbaar;  Eventueel vragen om een ondernemersplan, bedrijfsopzet, toelichting etc. Dat geldt niet voor de gemeente als die bijvoorbeeld een camperlocatie aanlegt. De activiteiten van een gemeente zijn immers niet hoofdzakelijk gericht op het exploiteren van een recreatiebedrijf. Als de gemeente wel als ‘kampeerexploitant’ optreedt, dan lijkt het logisch om daarvoor de aansluiting met de bedrijfstak/branche te zoeken. Een hobbymatige opzet van een (klein) ‘kampeerbedrijf’ of dat als nevenfunctie worden daarmee eigenlijk niet beoogd. Echter, gezien het schaalniveau waarvoor deze beleidsnotitie met -regels is opgesteld, zal van zo’n bedrijfsmatige exploitatie (die uiteindelijk ook een reëel en onafhankelijk inkomens- en bestaansniveau kan genereren) waarschijnlijk geen sprake kunnen zijn. De toelichting op de beleidsregels gaat hier dieper op in. 13.3. Toeristenbelasting; vergoeding voor de investeringen De gemeente Westervoort kent die niet.

Bij recreatief verblijf kan volgens de Gemeentewet (art. 224) bij verordening een toeristenbelasting van de exploitant geheven worden. Die belast dat door aan de gebruikers. De hoogte van de toeristenbelasting verschilt per gemeente. Die mag zelf bepalen of zij toeristenbelasting heft en hoe zij het tarief berekent. Bijvoorbeeld: een vast bedrag per verblijf of een percentage per overnachtingprijs. Bij de afweging om al dan niet tot invoering/het heffen van een toeristenbelasting te besluiten moet ook gekeken worden welke daarvan de lasten en de baten zijn. Kleinschalig recreatief verblijf levert immers ook ‘kleinschalige inkomsten’ op. Het valt niet uit te sluiten dat de perceptiekosten (administratieve lasten rondom de invoering, heffing etc. van zo’n belasting) gelijk zijn aan of hoger zijn dan de uiteindelijke opbrengsten. Een vergoeding vragen voor de investeringen is (nog) niet aan de orde. De NKC pleit daar wel voor (Wet Markt en Overheid). Gezien het ‘investeringsniveau’ van de camperlocatie is het vragen van een vergoeding voor het overnachten niet realistisch. 13.4. Publiciteit Als besloten wordt om kleinschalig recreatief verblijf te faciliteren en te regelen, is een vorm van publiciteit gewenst. Camperlocaties kunnen worden aangemeld bij de Nederlandse Kampeerauto Club (NKC). Die worden opgenomen op www.campercontact.com, initiatief van de NKC.

Dit is de verzamelplaats met een compleet en actueel overzicht van alle (1.288) camperlocaties in Nederland en de rest van Europa, inclusief reviews en foto’s van andere camperaars (bron: brochure NKC, maart 2016). Al bekend gemaakt door/in:

Camperlocatie in Westervoort geopend, 10 juni 2015

Parking Voetbalvereniging (sitecode: 42036), Camperlocatie Westervoort, Gelderland, Nederland.

Op www.campercontact.com staat de volgende informatie: Beschrijving: locatie bij sportvereniging - camperservicepunt bij Shell-station Westervoortsedijk 71a, 6827 Arnhem [sitecode 18540] 3 km - tijdens voetbalseizoen volle parking op zaterdagen - begin oktober gesloten wegens kermis - centrum 150 m Algemene informatie: Op mix-parking | Max. aantal plaatsen: 4 | Max. verblijfsduur: 72 uur | Geopend: 1/1 - 31/12 Tarief informatie: Camper (2 pers incl. belasting): Gratis Contactgegevens: Brouwerslaan 1a, 6931 AC Westervoort, Nederland GPS: N 51.96447, E 5.97255 N 51°57'52", E 5°58'21"

22

In de beoordelingen (juni 2017: 11 reviews met een gemiddelde waardering van 7,5) worden met name genoemd en positief gewaardeerd de:  rustige ligging  korte en goede verbinding met Arnhem  fietsmogelijkheden in de omgeving  grote percelen

Aan de vormen van recreatief verblijf kan verder naamsbekendheid worden gegeven via:  de gemeentegids;  de website van de gemeente en andere specifieke (kampeer)websites;  de Stichting Vrije Recreatie (SVR), Recron; Verenigingsbureau van VeKaBo Nederland (plattelandsaccommodaties) etc.;  Liemers++; VVV Arnhem (?); ANWB (?);  Artikel in de Westervoort Post. 13.5. Financiering De aanleg van de huidige camperlocatie is betaald uit het budget vrijetijdseconomie (programma Cultuur, Sport en Recreatie; product 560.04; 434300; 605600407). In de productenraming 2016 2019 is per jaar een bedrag van € 5.000,00 opgenomen voor vrijetijdseconomie in algemene zin. Afhankelijk van de wensen, de keuzes die gemaakt worden en de daaraan verbonden investeringen, moet een begroting worden opgesteld. Voor de voorjaarsnota 2018 kan dat bedrag opgevoerd worden. Investeringen zullen echter beperkt blijven als het uitgangspunt is: een niet actieve gemeentelijk rol bij de exploitatie van kleinschalig recreatief verblijf (alleen faciliterend). 13.6. Handhaving Beleidsregels dienen niet onnodig bezwarend of lastig uitlegbaar te zijn. Dat bemoeilijkt de handhaving. Hoe gedetailleerder de regeling, des te moeilijker het wordt om daarop toe te zien. Toch moeten bijvoorbeeld aantallen, (oppervlakte)maten en afstandseisen opgenomen worden om de regels inhoud te geven.

Dat vraagt wel om concrete, niet voor meerderlei uitleg vatbare, regels. Qua handhaving doen zich twee situaties voor:  Publiekrechtelijk: Een omgevingsvergunning is verleend. De daaraan verbonden voorwaarden worden niet nageleefd. Dit kan leiden tot bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen (intrekken van de vergunning, opleggen van een dwangsom etc.);  Privaatrechtelijk: Afspraken zijn gemaakt bijvoorbeeld in de vorm van een overeenkomst en deze worden niet nagekomen. Dat kan uiteindelijk leiden tot civielrechtelijke acties (nakoming eisen, boetebepaling, ontbinding etc.). 13.7. Bevoegdheid tot vaststelling In een aantal bestemmingsplannen heeft de gemeenteraad de mogelijkheden van kleinschalige verblijfsrecreatie vastgelegd. Grondslag daarvan is de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met het vervallen van de Wet op de openluchtrecreatie (Wor) is de functie van het bestemmingsplan voor het regelen van het recreatief verblijf (5.) van groter belang geworden:  Gemeenten moeten voortaan in hun bestemmingsplan regelen waar typen van verblijfsrecreatie gevestigd mogen zijn en waar niet.

De vestiging daarvan kan - zoals voorheen wel het geval was - niet meer (mede) worden geregeld in het kader van het ontheffingen- of vrijstellingenbeleid op grond van de (vervallen) Wor;  De regels die gemeenten willen stellen aan verblijfsrecreatie moeten zoveel mogelijk in de bestemmingsplannen worden opgenomen. In een bestemmingsplan mogen uitsluitend op grond van ruimtelijke motieven bestemmingen aan gebouwen en gronden worden gegeven. Verder kan een bestemmingsplan alleen regels stellen voor die vormen van verblijfsrecreatie die een ruimtelijke uitstraling hebben;  De Omgevingswet biedt nieuwe instrumenten om dit te regelen. De Wro biedt het algemene kader voor het beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening. Het kampeerbeleid wordt juridisch-planologisch vertaald en vastgelegd in bestemmingsplannen. De bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht (art. 4:81 Awb): een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Anderszins kan dat alleen als dat bij wettelijk voorschrift is bepaald. Een beleidsregel is een besluit (art. 1:3 Awb). Een besluit treedt in werking nadat het is gepubliceerd (art. 3:40 Awb). Een bestuursorgaan is verplicht om volgens de beleidsregels te handelen.

Bij de beslissing op een aanvraag kan qua motivering in beginsel worden volstaan met een verwijzing naar de beleidsregels (art. 4:82 Awb en gezien het raakvlak met een 23

bestemmingsplan art. 3.1.2 onder 2. van het Besluit ruimtelijke ordening), mits dat voldoende concreet is gedaan. Gezien de sterke verbondenheid met de ruimtelijke ordening, het motief dat tot intrekking van de Wor heeft geleid, de aanleiding voor deze notitie en de regeling voor het recreatief verblijf in enkele bestemmingsplannen, ligt het voor de hand dat de gemeenteraad deze beleidsregels vaststelt. 14.

Economisch perspectief; Het stimuleren van de vrijetijdseconomie en het (dag)toerisme

Uit de verschillende documenten blijkt de wens om de vrijetijdseconomie en het (dag)toerisme te stimuleren. Daarmee een economisch perspectief scheppen. Dat zal vermoedelijk wel bescheiden zijn omdat:  er vanuit de gebiedsanalyse (6.) en de lokale situatie (7.) beperkingen voortvloeien;  er in Westervoort niet voor alle denkbare vormen van kleinschalig recreatief verblijf (12.) een basis aanwezig lijkt te zijn (realistische benadering) of die vanuit het provinciaal ruimtelijk beleid niet alle worden ondersteund (10.);  de gedachte van realisatie van een (kleine) plezier-/jachthaven (als iets bijzonders) hier weinig realistisch/kansrijk lijkt te zijn (8.9.);  van belang is: wie gaat wat oppakken?; wordt het een particulier initiatief?; welke wordt de rol van de gemeente?;  gemeentelijke initiatieven en investeringen mede afhankelijk zullen zijn van het beschikbaar stellen van geld. De ‘recreatief-toeristische speelruimte’ lijkt daarmee beperkt te zijn. Toch kunnen ook beperkte voorzieningen al de opmaat vormen om het recreatief - toeristisch imago te verbeteren. Waar een vorm van recreatief verblijf volgens een bestemmingsplan als functie nu al is toegestaan, is sprake van een ‘vogelvrije situatie’ (geen verdere regeling). Kleinschalig recreatief verblijf faciliteren zal naar ‘de Westervoortse maat’ plaats moeten vinden.

Of wel: rekening houden met wat de gemeente op recreatief-toeristisch vlak aan mogelijkheden ‘in huis heeft of kan gaan bieden’. Daarom lijkt het vanuit een economisch perspectief bezien en als stimulans voor de vrijetijdseconomie/het (dag)toerisme verstandig om allereerst in te zetten op die vormen van kleinschalig recreatief verblijf, die als voorziening, qua schaal en als realistische mogelijkheid passend zijn bij een gemeente als Westervoort. Daarbij kan aangehaakt worden op bovengemeentelijke plannen en initiatieven (11.2) of worden opgetrokken met de gemeente Duiven (18.). 15.

Conclusies, aanbevelingen, AMBITIE en voorstellen

Analyse van de situatie in Westervoort levert de volgende conclusies op. Afgezien van het in 2015 ingediende initiatief en de aanleg en uitbreiding van de camperlocatie, zijn er in Westervoort tot nu toe geen concrete plannen geweest om het recreatief verblijf een impuls te geven. De wens daartoe bestaat wel getuige gemeentelijke visies en het collegeprogramma. Hiervoor kunnen beleidsregels vastgesteld worden (bijlage 3.), ter aanvulling op hetgeen ruimtelijk al wel of juist niet geregeld is. Volgens de Wor mocht een terrein voor kleinschalig kamperen maximaal tien (+ vijf) kampeermiddelen hebben. Aan de hand van deze drie vragen kunnen de volgende conclusies getrokken worden als het gaat om de mogelijkheden voor kleinschalig recreatief verblijf: 1e: Welke gebieden/locaties lenen zich daar wel of niet voor? 2e: Welke is de ambitie: welke vormen van kleinschalig recreatief verblijf zijn te faciliteren? 3e: Hoe kan dat geregeld worden? 15.1. Welke gebieden/locaties lenen zich daar wel of niet voor? 15.1.1. Het gebied van de Hondsbroeksche Pleij Dit ingedijkte gebied lijkt zich om een aantal redenen daar niet voor te lenen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor het kamperen bij de boer bij het daar gelegen agrarisch bedrijf. Bij 6.1.1. is dat beschreven. De twee dichtstbij gelegen burgerwoningen liggen op circa 80 meter.

Het gebied is attractief genoeg om zo’n kleinschalige recreatieve voorziening te faciliteren: wandelroutes door het gebied, ligging bij ‘de Biet’, (doorgaande) fietsroutes over de dijken, een uniek regelwerk, afgezonderde ligging en toch op relatief korte afstand van het centrum, uitzicht over het rivierlandschap, een vooral rustig gebied. Een pleisterplaats. Geen grootschalige voorzieningen. 15.1.2. Het gebied van de uiterwaarden Dit gebied lijkt zich hiervoor niet te lenen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor het terrein bij de voormalige steenfabriek. Dat is bij 6.1.2. beschreven. 24

15.1.3. Het gebied Westervoort - Noord Dit gebied biedt mogelijkheden. Een (extra) vorm van kleinschalig recreatief verblijf, al dan niet als kamperen bij de boer, zou hier inpasbaar kunnen zijn. Bij de manege ligt dat als functie al vast. Dat kan sowieso ingevuld worden. Het gebied ten oosten van de Rivierweg lijkt niet bijster geschikt en uitnodigend te zijn voor het creëren van zo’n functie. 15.1.4. Enkele locaties binnen het gebied van het bestemmingsplan ‘Komplannen’. Voor de drie agrarisch bestemde terreinen (omgeving de Pals) is het kleinschalig kamperen als functie vastgelegd. Een grondeigenaar/initiatiefnemer kan daar gebruik van maken. Dat kan ook als: kamperen bij de boer bij het agrarisch bedrijf. Een verdere afbakening van de functie ontbreekt. Per abuis is verwezen naar vervallen wetgeving. Als er behoefte zou bestaan om zo’n functie in te vullen, dan is het gewenst om hier op een of andere manier een grens aan te stellen. Het motief daarvan is gelijk aan dat, wat heeft geleid tot het schrappen van de regeling in 2015. 15.2. Wat is de ambitie: welke vormen van kleinschalig recreatief verblijf zijn te faciliteren? 15.2.1. Natuurkampeerterreinen Een aantal gebieden in de gemeente kent de bestemming ‘Natuur’ of een andere bestemming (‘Water’) met de aanduiding ‘natuur’. Toch zijn er geen mogelijkheden gelet op de voor een natuurkampeerterrein geldende richtlijnen.

De in Westervoort als ‘Natuur’ bestemde gebieden daartoe als volgt beschouwd (in één daarvan heeft de gemeente een grondpositie):  In de Hondsbroeksche Pleij ligt - als enclave in een agrarisch gebied - het privénatuurgebiedje ‘de Biet’. Het is jaren terug ‘flink opgeschoond’ door het verwijderen van begroeiing. Het is daarmee opener geworden. Qua oppervlakte en inrichting voldoet het niet aan de richtlijnen voor een natuurkampeerterrein;  Zo ook het gebied (met waay/kolk) dat ligt bij de Pals - Rijndijk. Hiervoor geldt hetzelfde (n.b. dit is wel gemeente-eigendom);  De in Westervoort-Noord als ‘Natuur’ bestemde gebieden hebben evenmin die oppervlakte maar hebben zeker kwaliteit;  Mogelijk heeft het gebied voorbij de plas bij de A12 (6.1.2.) wel die oppervlakte maar niet die kwaliteit;  De uiterwaarden komen hiervoor gezien hun functie niet in aanmerking. Een natuurkampeerterrein is dus geen optie. Extensieve (dag)recreatie is in alle gebieden wel als functie binnen de bestemming ‘Natuur’ opgenomen. 15.2.2. Camperlocatie Uitbreiding met twee plaatsen is gerealiseerd. Het vragen van een vergoeding voor dat gebruik is tot nu toe geen onderwerp van gesprek geweest. 15.2.3. Kleinschalig recreatief verblijf: Kleinschalig kamperen en het kamperen bij de boer Dit kan onder voorwaarden gefaciliteerd worden zoals dat is beschreven. 15.2.4.

Andere vormen van recreatief verblijf Er lijkt geen aanleiding te bestaan om dat te stimuleren en te faciliteren. Te noemen zijn: - blokhutten, terrein met recreatiewoningen of stacaravans, een reguliere camping etc. Initiatieven daarvoor ontbreken. Inschatting is dat er ook geen basis is om zo iets tot stand te brengen. De bouw van blokhutten of recreatiewoningen, zoals geopperd, kan een risico van een permanent(e) bewoning inhouden. Bovendien geldt hiervoor het provinciaal beleid. 15.3. Hoe kan kleinschalig recreatief verblijf geregeld worden? Twee situaties dienen zich aan: 15.3.1. Een vorm van kleinschalig recreatief verblijf is ruimtelijk nu toegestaan. Dat via de beleidsregels inkaderen omdat de regeling in het bestemmingsplan geen eisen stelt. Nu dit een als recht toegelaten functie is (= geen omgevingsvergunning vereist voor dat gebruik), kan dat alleen op basis van vrijwilligheid geregeld worden: afspraken (in een overeenkomst) met de exploitant. De beleidsregels vormen de afspraken. Het betreft de mogelijkheid van kleinschalig kamperen bij de drie agrarisch bestemde terreinen (gebied ‘Komplannen’) en bij de manege met uitbreidingsmogelijkheid. De regelingen zijn niet synoniem. Het gaat te ver om voor die paar potentiële gevallen een bestemmingsplan op dat onderdeel nu apart te herzien, zeker met de Omgevingswet ‘in aantocht’. 15.3.2.

Een vorm van recreatief verblijf is ruimtelijk nu niet toegestaan. Dat onder voorwaarden mogelijk maken via een omgevingsvergunning en afwijkingsprocedure Wabo/Bor (Hoofdstuk IV; afwijkend gebruik van gronden en gebouwen). Afspraken (via een overeenkomst) zijn niet nodig; de beleidsregels vormen het kader. 25

15.4. Aanbevelingen en voorstellen Resumerend worden de volgende aanbevelingen en voorstellen gedaan. 15.4.1 Uitbreiding van de bestaande camperlocatie Dit heeft de gemeente gerealiseerd. Van een pilot met twee plaatsen naar vier als permanente camperlocatie met positieve reviews. Nog wel aandacht voor de (aantrekkelijke) aankleding van de plekken: zoals afschermend groen, verlichting (?), een bankje (?), bewegwijzering/plattegrond gemeente en informatie (?) etc. Kortom, iets meer aankleden maar geen verdere sanivoorzieningen voor de camperaar. Camperlocaties niet toestaan op bedrijfsterreinen. Particulier initiatief is ook mogelijk. 15.4.2. Kamperen bij de boer Dit onder voorwaarden faciliteren via omgevingsvergunning Wabo/Bor (Hoofdstuk IV; afwijkend gebruik van gronden en gebouwen) of aanvullend via afspraken. Dat kan bij het agrarisch bedrijf in de Hondsbroeksche Pleij en bij die (2) in het gebied Westervoort-Noord. In ‘Komplannen’ geldt dat bij het agrarisch bedrijf al als recht. 15.4.3. Kleinschalig kamperen Dit onder voorwaarden mogelijk maken in het plangebied Westervoort-Noord en bij de voormalige steenfabriek:  Bij de manege. Hier zijn nu tien plaatsen zonder eisen als recht toegestaan; vijf er bij voor een periode. Inkadering via de beleidsregels omdat de regeling in het bestemmingsplan minimaal is.

Wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid (omgevingsvergunning) dan kunnen daaraan wel identieke voorwaarden verbonden worden;  Een andere locatie. Dat kan op gelijke wijze gefaciliteerd worden (omgevingsvergunning Wabo/Bor; Hoofdstuk IV; afwijkend gebruik van gronden en gebouwen). De beleidsregels vormen het kader. 16.

de Procedure

16.1 De procedure Gelet op de aanleiding van deze notitie is een exemplaar daarvan ter informatie en vooruitlopend op de beslissing in de leesmap van de Commissie Ruimte & Veiligheid gelegd. Op grond van de inspraakverordening is op het vaststellen van deze beleidsregels de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerp van de beleidsnotitie en -regels is in de periode van 2 maart - 12 april 2017 voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. De bekendmaking is geplaatst in de Westervoort Post en op www.westervoort.nl. Gelijktijdig zijn per brief hierop attent gemaakt:  De Nederlandse Kampeerauto Club/NKC, Postbus 424, 3760 AK Soest;  Recron, Postbus 102, 3970 AC Driebergen;  De Stichting Vrije Recreatie/SVR, Broekseweg 75 - 77, 4231 VD Meerkerk;  VeKaBo Nederland, Amerweg 54, 9444 TG Grolloo. Tijdens de periode van zes weken kon een ieder een zienswijze indienen. De uitkomsten van de procedure zijn in een reactienota verwerkt. Daarna volgen de vaststelling door de gemeenteraad en de bekendmaking van de beleidsregels, waarna deze in werking treden. 16.2. De inspraakreactie Tijdens deze procedure is op 26 maart 2017 een schriftelijke reactie van de NKC ontvangen. Naast een aantal - al verwerkte - tekstuele opmerkingen pleit de NKC kort gezegd onder meer voor:  het niet vasthouden aan het hoogseizoen;  een verruiming van het (h.i.

beperkte) aantal standplaatsen van 15 naar 25;  meer mogelijkheden voor een economisch rendabele exploitatie voor camperlocaties (niet beperken tot zes plaatsen);  meer onderbouwing van bepaalde uitgangspunten;  het vragen van een vergoeding voor het gebruik van een camperplaats. De reactienota gaat op deze punten in. Zo ook de toelichting op de beleidsregels. Op enkele onderdelen wordt tegemoetgekomen aan de reactie. Dat heeft geleid tot een aanpassing van zowel de beleidsnotitie als de -regels. 17.

Beleidsregels kleinschalig recreatief verblijf, toelichting en kaart

Bijlage 3. bevat de beleidsregels voor kleinschalig recreatief verblijf met een korte toelichting daarop. Bijlage 4. is de kaart waarop de gebieden staan aangegeven, die in deze notitie worden genoemd. 18.

26

1stroom: Ambtelijke fusie gemeenten Duiven en Westervoort

Per 1 januari 2018 ontstaat onder de naam 1Stroom een ambtelijke fusie tussen de gemeenten Duiven en Westervoort. Bestuurlijk blijven het twee zelfstandige gemeenten. Volgens informatie is er in Duiven een camperlocatie met twee plaatsen (achter het gemeentehuis) en (in voorbereiding) een Bed & Breakfast met minicamping aan de Lijkweg 24 in Groessen. Als gevolg van deze samenwerking zouden dit onderwerp, de publiciteit daarvoor enz. in beide gemeenten gezamenlijk kunnen worden opgepakt.

19.

Evaluatie

Na verloop van enige tijd kan onderzocht worden of de beleidsregels aan hun doel beantwoorden, of bijstelling gewenst is, of de camperlocatie nog steeds in trek is, of zich nieuwe initiatieven aangediend en ontwikkeld hebben, enz. Kortom of er progressie zit in het Westervoortse recreatieftoeristische voorzieningenniveau.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=9c272cea-5ab6-4c63-bb27-b2914d88a3cd