CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20210223-rv-camperlocatie-brouwerslaan-bijlage-4-beleidsnotitie-kleinschalig-kamperen.pdf

Commissie Ruimte en Financien 23 februari 2021, gemeente WestervoortBij agendapunt: Camperlocatie Brouwerslaan14.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BELEIDSNOTITIE EN REGELS VOOR KLEINSCHALIG RECREATIEF VERBLIJF

Z-09974/INT169521 EGAvK/31 oktober 2016, gewijzigd 16 november 2016, 6 februari 2017 en 8 juni 2017.

1. Inleiding Deze notitie beschrijft de mogelijkheden, kansen en beperkingen voor het stimuleren en faciliteren van vormen van kleinschalig recreatief verblijf binnen de gemeente Westervoort, inclusief de daaraan gelinkte en relevante aspecten. Ze schenkt aandacht aan:  de diverse vormen van recreatief-toeristisch verblijf;  een toets aan de bestemmingsplannen/beleidsdocumenten;  een beoordeling van de (daarvoor geschikte) gebieden/locaties in de gemeente en  recreatieve initiatieven. Dat is nodig om te kunnen komen tot een ‘bestuurlijk gewenste, gebiedsgerichte, keuze met een voorstel voor een ruimtelijk inpasbare vorm van kleinschalig recreatief verblijf’. De notitie reikt daarmee verder dan alleen de beoordeling van de rechtstreekse aanleiding: ‘het schrappen van de functie ‘kleinschalig kamperen’ in twee bestemmingsplannen’. Andere vormen van recreatief-toeristisch verblijf zoals een hotel, een bed & breakfast worden niet behandeld. Omdat in bestemmingsplannen de functie ‘kleinschalig kamperen’ opgenomen is, wordt deze term gebruikt naast: kleinschalig recreatief verblijf. Kleinschaligheid staat voorop. Omvangrijker recreatief verblijf (reguliere campings, zomerhuizenterrein etc.) wordt aangestipt maar niet inhoudelijk behandeld. 2. Samenvatting van de notitie Westervoort is een sterk verstedelijkte gemeente geworden op een beperkt grondgebied.

Dit is een gevolg van de uitgevoerde groeikerntaak. Ondanks de roep tot het stimuleren van de vrijetijdseconomie, het (dag)toerisme en vormen van kleinschalig recreatief verblijf, zijn en blijven de mogelijkheden daardoor bescheiden. Daarmee ook het economisch perspectief. Meeliften met bovenlokale initiatieven kan wel effect hebben. De gebieden met recreatief-toeristische potentie kennen namelijk wel zo hun beperkingen. Die worden benoemd. Niet alle denkbare vormen van kleinschalig recreatief verblijf zijn mogelijk, realistisch te noemen of zijn kansrijk voor Westervoort. Ook die worden in een kader geplaatst. Het (gemeentelijke) beleid wordt geanalyseerd. Toch kunnen ook beperkte voorzieningen al hun bijdrage leveren aan de vrijetijdseconomie en het (dag)toerisme. Het is van belang om daarop te koersen: weliswaar op bescheiden schaal maar dan juist doelgericht in de plaats van ‘met grote stappen snel weer thuis’. De notitie doet daartoe voorstellen. De opties die daaruit voortkomen zijn vertaald naar de beleidsregels. Deze geven invulling aan wat, op welke plaats, onder welke voorwaarden en tot welke omvang wenselijk is en haalbaar lijkt te zijn voor een gemeente als Westervoort.

Daarbij zijn van belang:  leidt dat tot particuliere initiatieven?  welke is de rol die de gemeente op haar gaat nemen? Tenslotte speelt een rol in hoeverre hiervoor geld beschikbaar wordt gesteld. Bij het opstellen van deze notitie hebben regelingen van andere gemeenten tot inspiratie gediend. Deze notitie en beleidsregels zijn vertaald naar de Westervoortse situatie en maat. De notitie omvat 27 pagina’s en vier bijlagen. 3. Leeswijzer Na inleidende hoofdstukken (1.- 5.) volgen een gebiedsanalyse (6.) en een beschouwing van de situatie in de gemeente (7.). Daarna volgen een analyse van de beleidsdocumenten (8. en 9.), een overzicht van het wettelijk instrumentarium (10.), en dat van de ontwikkelingen in de gemeente op recreatieftoeristisch vlak (11.). Vervolgens een overzicht van de denkbare vormen van recreatief verblijf (12.). De notitie sluit af met een aantal aanvullende aspecten (13.) gevolgd door een economische paragraaf (14.), conclusies en aanbevelingen (15.), de procedure (16.) en de beleidsregels voor kleinschalig recreatief verblijf (bijlage 3). Bijlage 4. is een kaart van de gemeente met daarop aangegeven de gebieden die genoemd worden. De bijlagen 1. en 2. bevatten achtergrondinformatie. Als een voorbeeld wordt genoemd staat de naam van de aangehaalde gemeente cursief ( ) genoemd. Soms wordt ( ) naar een ander onderdeel van de notitie verwezen. 4.

Waar zet Westervoort haar kaarten qua kleinschalig recreatief verblijf nu op in? Vooruitlopend op de inhoud van de notitie en de daaruit te trekken conclusies, volgt hierna al een beknopte weergave van welke vormen op het terrein van het kleinschalig recreatief gebruik qua kansen en mogelijkheden binnen Westervoort als realistisch worden gezien. Voor een verdere uitwerking en onderbouwing daarvan wordt de lezer(es) verwezen naar de paragrafen 12. tot en met 15. en naar de beleidsregels zelf (17.). 

2

Camperlocatie: Deze (met twee plaatsen) is in 2015 bij wijze van proef aangelegd. Er bestaan kansen om het aantal daarvan uit te breiden als ook om de omgeving van de (bestaande) camperplaatsen voor de gebruikers aantrekkelijker te maken. Uitbreiding van het aantal plaatsen kan (daar) plaatsvinden op gemeentegrond of in de vorm van een particulier initiatief op eigen terrein.

De camperlocatie kan gecombineerd worden met andere vormen van kleinschalig recreatief gebruik. De camperplaatsen tellen qua aantal wel mee voor het maximum aan recreatieve voorzieningen dat op een locatie wordt toegestaan. Intussen (2017) is de locatie met twee plaatsen uitgebreid en heeft deze een permanent karakter gekregen.

3

Vormen van kleinschalig recreatief gebruik: Hierbij wordt gedacht aan het op bepaalde locaties toestaan van een begrensd aantal kampeermiddelen met een bijpassend, bescheiden, voorzieningenniveau. Dat kan qua kampeervorm als het zgn. ‘kamperen bij de boer’ (een minicamping) of anderszins. De mogelijkheden sluiten aan op en/of deze zijn een verruiming van de planologisch al vastgelegde, tot nu toe nog niet gerealiseerde, situaties.

Echter, voor beide vormen geldt wel dat niet alle gebieden in Westervoort zich hiervoor lenen.

Omvangrijkere kampeervoorzieningen: Er bestaat geen ruimte voor de realisatie van omvangrijkere kampeervoorzieningen. Daarbij moet gedacht worden aan een reguliere camping met de bijbehorende faciliteiten, een natuurkampeerterrein of een terrein met stacaravans en/of zomerhuizen dan wel blokhutten. Bovendien gelden hiervoor beperkingen vanuit het bovenlokale beleid.

Er bestaat aanleiding om het kleinschalig recreatief verblijf zo veel mogelijk te concentreren in de gebieden die buiten de bebouwde omgeving liggen. In het verlengde daarvan nagaan in hoeverre de bestaande - planologisch vastgelegde - mogelijkheden binnen de bebouwde omgeving op termijn nog wel een bestaansrecht of perspectief hebben en als dat niet het geval is, of deze dan nog langer in stand moeten worden gehouden.

Om dit in goede banen te leiden bestaat er aanleiding om hiervoor beleidsregels vast te stellen.

Niet benutte mogelijkheden voor kleinschalig recreatief verblijf binnen de bebouwde omgeving bij een eerstvolgende planologische aanpassing opnieuw beoordelen en deze dan zo nodig ook schrappen.

1. 2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

9. 10.

11.

12.

` 13.

14. 15.

16. 17. 18. 19.

4

Inleiding Aanleiding Doel van de notitie Passage raadsvoorstel bestemmingsplan ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden 2015’; bijlage 1. Het vervolg na 2008 Gebiedsanalyse: gebieden en locaties in de gemeente (met recreatieve potentie); Conclusies vanuit de gebiedsanalyse 6.1. De Hondsbroeksche Pleij met de uiterwaarden 6.2. Het gebied Westervoort - Noord 6.3. Enkele locaties binnen de bebouwde omgeving 6.4. De Schans 6.5. Rood & groen De situatie in de gemeente Westervoort Analyse van plannen en beleidsdocumenten (met daarin een recreatieve functie); Conclusies vanuit de beleidsanalyse 8.1. Visie Westervoort 2026 (2008) 8.2. Bestemmingsplan ‘de Schans’ (2009) 8.3. Structuurvisie (2010 en 2016) 8.4. Masterplan ‘Westervoort - Noord’ (2012) 8.5. Bestemmingsplan ‘Kern’ (2013) 8.6. Bestemmingsplan ‘Komplannen’ (2014) 8.7. Bestemmingsplan ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden’ (2015) 8.8. Bestemmingsplan ‘Westervoort - Noord’ (2016) 8.9. Projectplan ‘Toeristische ontwikkeling rond de rivieren’ Coalitieakkoord 2014 - 2018; Conclusie vanuit het akkoord Instrumentarium voor recreatief gebruik 10.1. Wet ruimtelijke ordening 10.2. Omgevingsbeleid provincie Gelderland 10.3. Algemene Plaatselijke Verordening (APV); bijlage 2. 10.4. Overige potentieel relevante wetgeving vergunningen/meldingen 10.5.

De Omgevingswet Mogelijke ontwikkelingen en initiatieven in Westervoort op recreatief-toeristisch vlak 11.1. Eventuele openstelling en recreatief medegebruik van de voormalige stortplaats 11.2. Projecten van het gebiedsprogramma LiemERS ++ 11.3. Initiatief Outdoor-fabriek (voormalige steenfabriek Korevaar) 11.4. Uitbreiding van het aantal plaatsen op de camperlocatie 11.5. Uitvoeringsparagraaf Masterplan Westervoort - Noord 11.6. Coalitieakkoord 2014 - 2018 11.7. Rivier Klimaatpark IJsselpoort Vormen van recreatief verblijf. Welke situaties kunnen zich in Westervoort voordoen? Conclusies vanuit de mogelijkheden 12.1. Op gewone kampeerterreinen 12.2. Op kleinschalige kampeerterreinen 12.3. Buiten (bestemde) terreinen (het vrij kamperen) 12.4. Kamperen op natuurkampeerterreinen 12.5. Bij een agrarisch bedrijf (bij de boer) 12.6. Op camperlocaties 12.7. Bijzondere/extensieve vormen 12.8. Wel of niet seizoensgebonden? 12.9. Voorzieningenniveau en veranderend kampeergedrag; trends 12.10. Welke situaties kunnen zich in Westervoort voordoen? Exploitatie, overeenkomsten en tarieven; toeristenbelasting; publiciteit en financiën; handhaving en bevoegdheid tot vaststelling 13.1. Exploitatie 13.2. Overeenkomsten en tarieven; bedrijfsmatige exploitatie 13.3. Toeristenbelasting; vergoeding voor investeringen 13.4. Publiciteit 13.5. Financiering 13.6. Handhaving 13.7.

Bevoegdheid tot vaststelling van de beleidsregels Economisch perspectief; het stimuleren van de vrijetijdseconomie en het (dag)toerisme Conclusies, aanbevelingen, ambitie en voorstellen 15.1. Conclusies 15.2. Welke gebieden/locaties kunnen zich daarvoor wel/niet lenen? 15.3. Wat is de ambitie: welke vormen van verblijfsrecreatie zijn te faciliteren? 15.4. Op welke wijze kan dit geregeld worden? 15.5. Aanbevelingen en voorstellen De procedure 16.1. De procedure 16.2. De inspraakreactie Beleidsregels kleinschalig recreatief verblijf, toelichting en kaart bijlagen 3 en 4. 1Stroom: Ambtelijke fusie gemeenten Duiven en Westervoort Evaluatie

1.

Inleiding

In de ontwerp bestemmingsplannen ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden 2015’ en ‘WestervoortNoord 2015’ was het ‘kleinschalig kamperen’ bij de agrarische bestemming als functie opgenomen. Het was (per abuis) omschreven als: het houden van een kampeerterrein als bedoeld in artikel 8, lid 2, sub a. van de Wet op de openluchtrecreatie. Die wet (hierna: Wor) was in 2008 vervallen. Zo’n verwijzing is zinloos. Veel gemeenten hebben een eigen kampeerbeleid opgesteld. Van een behoefte daartoe voor/na 2008 in Westervoort was/is niet gebleken. 2.

Aanleiding voor de notitie

Tijdens de procedure van eerstgenoemd bestemmingsplan werd medio 2015 een aanvraag ingediend voor het realiseren van een camperbedrijf op een terrein in de Hondsbroeksche Pleij (aan de Rijndijk). Het initiatief omvatte kort gezegd:  15 à 20 camperplaatsen met de bijbehorende camper- en terreinfaciliteiten;  aansluiting op nutsvoorzieningen en een dienstwoning. Het gemis aan een wettelijke basis om dit gebruik te regelen en de kans dat dit (in dat gebied) in theorie zou kunnen leiden tot een overdaad aan dat type (niet te reguleren) functies, was de reden om het kleinschalig kamperen als functie bij de agrarische bestemming te schrappen (4.). Er waren in eerstgenoemd bestemmingsplan geen voorwaarden of inrichtingseisen gesteld aan het uitoefenen van die functie. In de voorgangers van beide plannen (2005) bestond die recreatieve functie niet. Wel was in de gebruiksbepalingen een uitzondering gemaakt voor ‘het stallen van één caravan of kampeerauto op het bij de woning behorende erf’. Met zo’n functie zou sprake zijn van een nieuwe, recreatieve, ontwikkeling. De aanvrager heeft antwoord gehad op zijn initiatief (de medewerking niet verlenen en het schrappen van de functie). Toegezegd is om voor dit aspect (kleinschalig recreatief verblijf) een notitie aan te leveren. 3.

Doel van de notitie

Doel van de notitie is om het kleinschalig recreatief verblijf in breder verband te bezien en zo nodig te komen met voorstellen daarvoor. Daarvoor zijn onder meer nodig een analyse van de gebieden in Westervoort, van het beleid en van de denkbare mogelijkheden voor kleinschalig recreatief verblijf. Naast mogelijke vormen van kleinschalig recreatief verblijf komen hierin ook andere, daaraan gelieerde, aspecten aan bod om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen. 4.

Passage raadsvoorstel bestemmingsplan ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden 2015’

Bijlage 1. bevat de passage uit het raadsvoorstel (28 september 2015) tot vaststelling van het eerstgenoemde bestemmingsplan. Die vormt de basis voor deze notitie. De functie kleinschalig kamperen is om die reden ook geschrapt in de agrarische bestemming van het bestemmingsplan ‘Westervoort - Noord 2015’ (raadsbesluit van 1 februari 2016). 5.

Het vervolg na 2008

Met het vervallen van de Wor was de basis voor recreatieve voorzieningen weg. Motief was: Allereerst is uit de evaluatie van de kampeerregelgeving gebleken dat het vergunningstelsel niet noodzakelijk was voor het kampeerbeleid. De bestemmingsplannen met voorschriften bieden in principe voldoende mogelijkheden om een gedifferentieerd kampeerbeleid te voeren. In het kader van deregulering is, volgens het ministerie van LNV, het vergunningstelsel niet langer wenselijk. Daarbij is gebleken dat de onderdelen van de Wor in het algemeen belang van gezondheid, hygiëne en veiligheid ofwel zijn geregeld in andere wetten of kunnen worden geregeld door zelfregulering. Er komt dan ook geen nieuwe wet voor in de plaats.

De Wor regelde onder meer de inrichting, de vergunningplicht en het aangaan van overeenkomsten voor het kamperen en het groepskamperen (groepen uitgaande van een vereniging of een andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard). Kleinschalig kamperen was mogelijk tot maximaal tien kampeermiddelen (tot maximaal 15 voor de periode van 15 maart t/m 31 oktober van elk kalenderjaar). Veel gemeenten hebben daarna een eigen kampeerbeleid opgesteld of het bestaande geactualiseerd via:  een bestemmingsplan: paraplubestemmingsplan kleinschalig kamperen (Tiel); bestemmingsplan camperplaatsen (Balk) of  beleidsnota’s: beleidsnota kleinschalig kamperen (Langedijk, Dordrecht, Borger-Odoorn, Slochteren, Drimmelen); idem kamperen bij de boer (Terschelling); idem kamperen (Middelburg); idem gemeenten Ronde Venen, Valkenburg, Venray; beleidsregel intrekking Wor (Hardenberg); nota verblijfsrecreatie (Utrechtse Heuvelrug). Voor gemeenten die van oudsher beschikken over voorzieningen voor recreatief verblijf was het formuleren van eigen beleid usance. Die hadden in de aanloop naar het vervallen van de Wor, of kort daarna, al actie ondernomen. Daarbij speelt ook een rol welke andere recreatief - toeristische voorzieningen er zijn. Zoals: een museum, een jachthaven met watersportfaciliteiten, attracties, 5

natuurgebieden, terreinen voor dagrecreatie, een sauna-/wellnessbedrijf, bezienswaardigheden, monumentale gebouwen, een historisch centrum enz. Een gemeente met van oorsprong veel recreatie-toerisme, die een groot (buiten)gebied heeft, die aantrekkelijk gelegen is (bosrijke omgeving, aan water, bij natuurgebieden of een nationaal park), die een museum of andere publieksattracties/bezienswaardigheden huisvest, die historisch gezien interessant is enz., zo’n gemeente verschilt per definitie van een gemeente (zoals bijvoorbeeld Westervoort) met een beperkt (buiten)gebied, met een hoge(re) verstedelijkingsgraad en waar dat soort voorzieningen en aspecten niet of in mindere mate aanwezig zijn. Zo’n eerste gemeente zal zaken al vastgelegd hebben en (aanvullend) beleid geformuleerd hebben op basis van ‘wat zij al in huis heeft’. Het is vaak een kwestie van maatwerk. De lokale situatie is bepalend. Bij kleinschalige kampeerterreinen zijn er veel overeenkomsten qua voorwaarden en inrichtingseisen.

Om de mogelijkheden voor kleinschalig recreatief verblijf te kunnen beoordelen spelen een rol:  Zijn er al voorzieningen in de gemeente aanwezig (kampeerterreinen, natuurcampings, mogelijkheden om bij de boer te kamperen, camperlocaties, overige recreatieve voorzieningen zoals een terrein met recreatiewoningen etc.)?  Zo niet, heeft de gemeente plannen daarvoor en/of zijn er particuliere initiatieven?  Zijn er in een gemeente recreatief - toeristisch aantrekkelijke plekken en/of voorzieningen aanwezig die het recreatief verblijf in het kader van de Vte (Vrijetijdseconomie) of het toerisme (kunnen) stimuleren?  Zo ja, welke zijn dat en zo niet, heeft de gemeente plannen en/of zijn er particuliere initiatieven om die tot stand te brengen?  Heeft de gemeente de ambitie om het recreatief verblijf te stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld op basis van politieke uitgangspunten, gemeentelijke samenwerking of beleidsstukken?  Zo ja, in welke vorm en zijn daarvoor geschikte gebieden/locaties aanwezig of kunnen die daarvoor geschikt worden gemaakt en welke zijn dat dan?  Is de gemeente bereid om hierin te investeren en hiervoor geld te genereren?  Is de gemeentelijke rol in het algemeen gezien actief of louter faciliterend?  Is recreatief verblijf een zuiver lokale kwestie of gemeentegrens overstijgend? Voor de vraag of kleinschalig recreatief verblijf in Westervoort

gestimuleerd en gefaciliteerd moet worden, is een antwoord hierop nodig. 6.

Gebiedsanalyse: gebieden en locaties in de gemeente (met recreatieve potentie). conclusies vanuit de gebiedsanalyse

Een gebiedsanalyse van Westervoort is van belang voor de vraag welke vorm(en) van kleinschalig recreatief verblijf waar en tot welke omvang gefaciliteerd zouden kunnen worden. Daarom volgt eerst een gebiedstoets. Westervoort is door de groeikerntaak een sterk verstedelijkte gemeente geworden. Een groot gedeelte van het binnendijkse grondgebied is met woonbebouwing ‘versteend’. Recreatie en toerisme hebben binnen die taakstelling nauwelijks aandacht gehad. De focus was gericht op (versnelde) woningbouw met de bijbehorende (gebouwde en infrastructurele) voorzieningen. Daarbij is in het oosten via bebouwing de grens met de gemeente Duiven voor een groot gedeelte genaderd.

Westervoort

Splitsingspunt/H. Pleij IJsselkop Westervoort

Rondom de wijken in Westervoort loopt aan de westkant buitendijks een ‘groen - blauwe schil’ van het rivierenlandschap (langs de Neder-Rijn en de IJssel; splitsingspunt van twee rivieren en de 6

Hondbroeksche Pleij). Behalve begroeiing op/bij twee voormalige stortplaatsen is er in de gemeente geen bos. Er zijn enkele (min of meer verruigde) gebieden met (opgeschoten) begroeiing en/of water:  het gebied ‘de Biet’;  de gronden aan de zuid- en westzijde van de voormalige stortplaats Westervoort;  het gebied van het voormalige stort op de hoek Rijndijk - Veerdam;  een gebied bij de waay/kolk bij de Rijndijk - Pals. In feite resteren er nog twee gebieden die een (zeker) open karakter hebben: 6.1. Het ingedijkte gebied van de Hondsbroeksche Pleij en de uiterwaarden die doorlopen vanaf de voormalige, afgegraven, Veerdam tot voorbij de rijksweg A12 en de gemeentegrens met Duiven en Zevenaar en 6.2. Het gebied Westervoort - Noord (globaal gezien begrensd door de spoorlijn, de Dorpstraat Hamersestraat, de Rivierweg/gemeentegrens met Duiven en de IJsseldijk); Verder zijn er enkele open plekken binnen of grenzend aan de bebouwde omgeving (6.3. en 6.4.) 6.1. De Hondsbroeksche Pleij met de uiterwaarden Dit gebied is geregeld in het bestemmingsplan ‘Hondsbroekspleij en uiterwaarden 2015’. Het kan worden opgesplitst in twee plandelen: 6.1.1. De ingedijkte Hondbroeksche Pleij (= vanaf de gemeentegrens met Duiven/Looveld, de Rijndijk tot aan de voormalige, afgegraven, Veerdam) plus een strook uiterwaarden en 6.1.2.

Het gedeelte vanaf daar tot voorbij de rijksweg A12 en tussen de rivier de IJssel en de IJsseldijk - Seingraaf (Duiven) - gemeentegrens met Zevenaar (uiterwaarden). 6.1.1. De Hondsbroeksche Pleij (H. Pleij) Het is een open gebied dat ligt tussen de Rijndijk, de nieuwe primaire waterkering en het pad ter hoogte van de afgegraven Veerdam. Verder een strook uiterwaard met een hoogwatergeul. Het gebied is door de aanleg van de rivier verruimende maatregelen (2005 - 2012) geheel op de schop gegaan. Voor het gebied is een beheervisie opgesteld (Rijkswaterstaat, 2006). Het gebied kent als functies:  vier solitaire woningen en een clustertje woningen aan de Rijndijk;  een groen ingerichte voormalige stortlocatie (die niet meer als zodanig herkenbaar is en aan de Rijndijk is aangebermd; het gebied is eigendom van de gemeente);  één agrarisch bedrijf; wandelpaden en een fietsroute over de dijken;  voorzieningen die afvoerverdeling regelen over de rivieren de IJssel en de Neder-Rijn (de nieuwe Pleijdijk met kwelscherm en -sloot, gemaal en regelwerk);  natuurwaarden (de uiterwaarden, gebied ‘de Biet’).

Regelwerk H. Pleij

fietsrondje Liemers

Agrarisch gebruik (met de kwalificatie ‘waarden’) is de hoofdfunctie/-bestemming. Het gebied ‘de Biet’ en de uiterwaarden zijn als ‘Natuur’ bestemd. Extensieve (dag)recreatie is binnen die bestemmingen toegestaan. De Hondsbroeksche Pleij behoort tot het Nationaal Landschap de Gelderse Poort. Verder zijn van belang: Natura 2000, het provinciaal omgevingsbeleid, de Vogel- en Habitatrichtlijn en het Gelders Natuurnetwerk (onderdeel van oud: de Ecologische Hoofdstructuur). Het gebied maakt onderdeel uit van een groter, aaneengesloten, gebied dat is aangewezen als rustgebied voor winterganzen (provinciaal besluit van 2 februari 2016). In de toelichting op dit bestemmingsplan (blz. 17 e.v.) is de (toekomstige) visie op het landschap van dit gebied als volgt omschreven: - aangeduid als groene ontwikkelingszone en ganzenfoerageergebied; - natte landnatuur; in stand houden/versterken van de ecologische diversiteit; - kernkwaliteiten gebied behouden en ontwikkelen; - omschreven als: oase van rust, ruimte en donkerte; - geen nieuw vestiging niet-grondgebonden bedrijven; uitbreiding onder voorwaarden; - intrekgebied voor drinkwatervoorzieningen.

7

In het gebied zijn voorzieningen aanwezig die bij het splitsingspunt de afvoerverdeling over de rivieren kunnen reguleren. Toch is bij hoogwatersituaties en een mee stromende hoogwatergeul de kans op kwel niet ondenkbaar. De optelsom van deze aspecten maakt dat dit gebied niet bijster geschikt lijkt te zijn voor de vestiging van voorzieningen voor kleinschalig recreatief verblijf. Een uitzondering zou kunnen zijn het faciliteren van het kamperen bij de boer bij het agrarisch bedrijf in de Hondsbroeksche Pleij. De gemeente heeft hier geen grondpositie (behalve het voormalige stort). 6.1.2. Het uiterwaardengebied Dit gedeelte van het plangebied omvat hoofdzakelijk uiterwaarden, een ontgrondingsplas, agrarisch gebruik en drie bedrijven (SVI, Putman Afvalstoffenverwerking en de voormalige steenfabriek Korevaar). De beide eerste zijn gezoneerde bedrijven (Wet geluidhinder). Bovenlokaal beleid zoals genoemd bij 6.1.1. geldt hier ook. De uiterwaarden zijn bestemd als ‘Natuur’. Het bedrijf van Putman is in 2011 in een apart bestemmingsplan vastgelegd (‘Afvalstoffenverwerkingsbedrijf Putman’; www.ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0293.BPPutman2010001-0004). Bij de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan in 2015 is dat bedrijf daar buiten gelaten. Dat in 2011 vastgestelde bestemmingsplan kent ook de bestemming ‘Natuur’.

In de haven van Putman leggen soms pleziervaartuigen aan, alhoewel zo’n recreatief gebruik niet is toegestaan. Voor de haven is recreatie expliciet genoemd als een vorm van strijdig planologisch gebruik. Extensieve (dag)recreatie is niet toegestaan.

Putman met haven

Uiterwaarden met Fietsbrug Westervoort

Voorbij de A12 ligt een plas (ooit een jachthaven), eigendom van de eigenaar van de voormalige steenfabriek. Die ‘haven’ is decennia lang niet meer als zodanig in gebruik. Dat gebruik is niet meer in het terrein zichtbaar. De plas is in zowel vorige bestemmingsplannen (vanaf circa 1980) als ook nu niet als zodanig bestemd (geweest). De bestemming is ‘water’ met de aanduiding ‘Natuur’. Recreatie is niet geoorloofd. Een nieuw leven als jachthaven lijkt niet in de lijn der verwachtingen te liggen. Dat is de afgelopen periode ook nooit als optie gepresenteerd. Een eventueel ander gebruik was onderdeel van het bij 11.3. beschreven initiatief.

A 12 Westervoort met rechts plas/voormalige jachthaven

Het gedeelte van het plangebied voorbij deze plas heeft de bestemming ‘natuur’. Gezien de openheid van dat gebied, de min of meer afgezonderde ligging en de functie, lijkt ook hier een gebruik voor recreatief verblijf niet direct voor de hand te liggen. Daar tegenover in Duiven ligt een gezoneerd bedrijfsterrein (onder meer een rioolwaterzuiverings- en de vuilverbrandingsinstallatie). Voor het uiterwaardengebied (en het gebied van 6.1.1.) bestaat het plan voor de aanleg van het Rivier Klimaatpark IJsselpoort (11.7.). Het project Stroomlijn van Rijkswaterstaat (verwijderen van beplanting) speelt hier niet meer. Wel wordt gedacht aan een herinrichting (ook van de drie bedrijfsterreinen) om de rivier meer ruimte te geven (Deltaprogramma). Omdat sprake is van een echte uiterwaard lijkt dit gehele plangebied zich feitelijk ook niet echt te lenen voor de vestiging van voorzieningen voor kleinschalig recreatief verblijf. Het gebied is grotendeels niet hoogwatervrij. Er zijn overstromingskansen bij hoog watersituaties. Mogelijk wordt het bij bepaalde (hogere) waterstanden al wat drassig. Het lijkt voor zo’n gebruik ook niet echt attractief te zijn. De gemeente heeft hier geen grondpositie. Een uitzondering zou kunnen zijn het terrein bij de voormalige steenfabriek. 6.2. 8

Het gebied Westervoort - Noord

Dit gebied is geregeld in het bestemmingsplan ‘Westervoort - Noord 2015’. Het omvat in feite ook twee plandelen: 6.2.1. Het gebied ten oosten van de Rivierweg en de gemeentegrens met Duiven 6.2.2. Het resterende deel van het gebied Westervoort - Noord (tussen de IJsseldijk - spoorweg Rivierweg en aan weerszijden van de Dorpstraat - Hamersestaat). 6.2.1. Het gebied ten oosten van de Rivierweg en de gemeentegrens met Duiven (tegenover Van Essen Banden en Sierbestrating, aansluitend op de vestiging van Liander in Duiven). Het is een agrarisch bestemd gebied, geheel open, zonder enige bebouwing en noemenswaardige begroeiing, privébezit en als akkerland in gebruik. Het lijkt niet direct een voor de hand liggend en niet echt een attractief gebied te zijn voor het inrichten van voorzieningen voor kleinschalig recreatief verblijf. Omdat het gebied volledig leeg is zullen er geen nutsvoorzieningen (gas, water, elektra, riolering etc.) zijn. Mocht dit terrein (zie blauwe pijl) toch een keuze kunnen worden, dan is een goede landschappelijke inpassing voorwaarde (ook qua privacy van de kampeerders) om niet gelijk een gevoel op te roepen van ‘gelegen in the middle of nowhere’. 6.2.2. Het resterende gebied Westervoort - Noord Dit omvat een diversiteit aan functies. Het open karakter van dit gebied openbaart zich met name aan de noordzijde (langs de IJsseldijk).

Daar komen voor: sportvelden, burgerwoningen, een handel in sierbestrating, carnavalsloods, een manege, enige bedrijvigheid (opslagterrein, autohandel), agrarische bedrijvigheid, een hoveniersbedrijf, etc. Aanwezig is een perceel grond met de aanduiding ‘Volkstuinen’, eigendom van de gemeente. Volkstuinen zijn echter niet meer in bedrijf. Voor dat perceel bestaat het idee van een dijklandgoed met wandelroute (spoorpad), project E.25 Masterplan W-N.

Westervoort - Noord

Rivierweg/Voormalige stortplaats

Op de gemeentegrens met Duiven domineert de voormalige, groen ingerichte, stortplaats het gebied. Aan de voet daarvan (Driegaardensestraat - IJsseldijk) komt bedrijvigheid (kantoor, garage, stalling etc.) voor het bedrijf Putman (6.1.2.). Uitvoering is gepland voor de periode 2017 2020 aldus het bedrijf. Daar tegenover ontwikkelt de gemeente Duiven nu het plan ‘Seingraaf’ (bedrijventerrein). Tussen de stortplaats en Huis Hamerden in ligt aan de Rivierweg een verpacht terrein dat eigendom is van de gemeente. Ten zuiden/westen van de stortplaats zijn plassen (oude ontgrondingsgaten), ruigten en bosschages aanwezig. Die zijn bestemd als ‘Natuur’. Op een gedeelte daarvan is volgens het Masterplan W-N (water gerelateerde) woningbouw bedacht. Ook hier heeft de gemeente geen grondpositie. Gezien de nu nog geldende en toekomstige woningbouwafspraken (contingenten subregio Liemers), is er nog geen concreet zicht op realisatie daarvan (pas na 2025). Onlangs zijn echter nieuwe cijfers beschikbaar gekomen die meer kansen op woningbouw bieden. Het andere gedeelte van dit gebied (ter weerszijden van de Dorpstraat - Hamersestraat) is voor deze notitie niet belang (afgezien van de camperlocatie en optioneel het agrarisch bedrijf aan de Hamersestraat voor kamperen bij de boer). 6.3.

Enkele locaties binnen de bebouwde omgeving Binnen het gebied van het bestemmingsplan ‘Komplannen’ zijn mogelijkheden: in principe bij drie agrarisch bestemde gebieden:  de omgeving Pals - Goltackers - Rijndijk (1);  de hoek Pals - Klapstraat (2.) en  aan de Pals tegenover het 2e gebied (3.; met een agrarisch bebouwingsvlak). De 1e locatie is aan drie zijden begrensd door woonbebouwing en aan de achterzijde door een gebied met (gedeeltelijk) een bedrijfsbestemming. Dit privéterrein is alleen bereikbaar vanaf de Pals. De 2e locatie (privé bezit) ligt grotendeels langs de Pals op en is over een smal front ook toegankelijk via de Klapstraat. Het 3e terrein is een agrarisch bedrijf. Als een initiatiefnemer/grondeigenaar zich voor kleinschalig recreatief verblijf meldt, dan lijkt het 2e terrein (gezien de ligging, omvang, ontsluitingsmogelijkheden, situering tegenover het gebied met 9

de bestemming ‘Natuur’, de relatie met de woonbebouwing) geschikter te zijn dan het 1e (ingesloten) terrein (waar het ook mag). Kamperen bij de boer is een optie bij het agrarisch bedrijf. Het als ‘Natuur’ bestemde gebied bij de Pals - Rijndijk lijkt (net als het gebied ‘de Biet’) geen mogelijkheden voor verblijfsrecreatie te bieden gezien de inrichting (omvang, water, drassig, verruigde natuur). 6.4. De Schans Dit gebied is niet bedoeld voor verblijfsrecreatie. Het is een rijksmonument, als landschapspark ingericht. Extensieve (dag)recreatie is wel toegestaan. 6.5. Rood & groen Westervoort kent als gevolg van de groeikernopgave met als uitkomst daarvan de sterke ‘verstening’ relatief gezien nog maar weinig groene gebieden binnen de bebouwde kern. Het is voor de directe woonomgeving van grote waarde om de status quo van die nog spaarzaam aanwezige terreintjes zo veel mogelijk te kunnen behouden. Dit geldt zeker voor bijvoorbeeld een buurtschap als dat van de Pals waar de authentieke, dorpse, situatie en sfeer nog merkbaar zijn.

De Pals

Impressie van de Pals

Dat gegeven kan een motief zijn om zelfs een gebruik als dat van het ‘kleinschalig kamperen’ zoals dat daar nu als planologisch recht geldt en als ‘vogelvrije situatie’ is vastgelegd (8.6.) - bij nader inzien bij de gebieden genoemd bij 6.3. (1. en 2.; de omgeving van de Pals) niet langer te handhaven. Ook niet met inachtneming van de vast te stellen beleidsregels. Dat kan overigens niet eerder plaatsvinden dan door die functie te schrappen bij een eerstvolgende herziening van het bestemmingsplan ‘Komplannen’ of bij de vaststelling van een omgevingsplan volgens de Omgevingswet. Zo ook in het bestemmingsplan ‘Kern’ (8.5.), waar zo’n functie ook vastligt, maar waar praktisch gezien geen geschikte locaties voor aanwezig zijn. Tot die tijd geldt het planologisch recht en kan van zo’n functie gebruik worden gemaakt. Het streven kan dus zijn om het kleinschalig recreatief verblijf op termijn alleen nog mogelijk te maken buiten de bebouwde omgeving. Conclusies vanuit de gebiedsanalyse: De gebieden die buiten de waterkerende dijken liggen lijken geen optie te zijn voor kleinschalige verblijfsrecreatie (uitgezonderd misschien het terrein bij de voormalige steenfabriek). Dat geldt ook voor de ingedijkte Hondsbroeksche Pleij (uitgezonderd misschien een recreatieve functie bij het agrarisch bedrijf).

In het gebied van Westervoort-Noord lijken mogelijkheden te zijn (uitgezonderd misschien het gebied ten oosten van de Rivierweg). In de bebouwde omgeving zijn al enkele mogelijkheden geschapen.

7.

de situatie in de gemeente Westervoort

Westervoort kent geen voorzieningen als:  campings; natuurkampeerterreinen;  dagrecreatieterreinen; terreinen met recreatiewoningen of stacaravans;  andere vormen van verblijfsrecreatie (wel twee Bed & Breakfasts);  kampeermogelijkheden bij een agrarisch bedrijf (kamperen bij de boer/mini-camping). Medio 2015 is op de parkeerplaats bij de sportvelden van AVW’66 aan de Brouwerslaan (Westervoort - Noord) als pilot een camperlocatie (met twee camperplaatsen) ingericht. In 2017 is de locatie met twee plaatsen uitgebreid en heeft deze een permanent karakter gekregen. Naast het in 2015 ingediende plan voor een camperbedrijf zijn geen concrete initiatieven bekend.

10

Opening camperlocatie bij AVW’66 Westervoort, 2015

Westervoort ligt bij het splitsingspunt van twee grote rivieren. Hier vindt de noodzakelijkerwijs in stand te houden afvoerverdeling van het water plaats via een op zich unieke ‘regelkraan’ (regelwerk). Tussen de beide grenzen met Duiven (vanaf de A12 richting het Looveld) kan over de dijken het weidse rivieren- en uiterwaardenlandschap worden beleefd. De fietsroutes (Hanzeroute; fietsroutes 2 en7 Rijnstrangen - Noord) gaan over de dijk, lopen verder door in de richting van Duiven - Loo - Pannerden. Ook is er een aansluiting via het recreatieve fietspad langs de Schans en het Looveld naar het Horsterpark toe, als ook via de oversteek met de veerpont naar Huissen - park Lingezegen. Fietsers maken daar zeer frequent gebruik van. Samen met Duiven is er een kunstroute via twee bewegwijzerde fietsroutes aangegeven (uitgave van het RTB KAN, Langs kunst en cultuur). Wandelroutes lopen over de dijken (gedeelte van de LAW van Arnhem richting Emmerich en de Liberation Route Europe).

Liberation Route Marker 46, Gelderland, Westervoort bij de Veerstoep

Historisch gezien interessant zijn het gebied van de Schans met het landschapspark (fort Geldersoorth) en het daar gelegen defensiekunstwerk (een hoofd-inlaatwerk dat stamt uit de IJssellinie van 1953). Voorts Huize Vredenburg waar regelmatig exposities worden gehouden. In Westervoort zijn enkele rijksmonumenten (de Schans, de N.H. Kerk met het kosters- annex Paalmanhuis en de onlangs in ere herstelde Havezate Hamerden met restaurant). De voormalige stortplaats vormt enerzijds een wezensvreemd element in het vlakke rivierenlandschap; anderzijds is het een niet te versmaden uitzichtlocatie. Toeristische attracties ontbreken en die zijn ook niet gepland. Twee gepresenteerde ideeën met recreatief-toeristische potentie (11.1. en 11.3.) krijgen niet het gewenste vervolg. 8.

Analyse van plannen en beleidsdocumenten (met daarin een recreatieve functie). conclusies vanuit de beleidsanalyse

Na de gebiedsanalyse en een beschouwing van de situatie in Westervoort volgt de beleidsanalyse (ruimtelijk en anderszins). Voor de bebouwde woonomgeving (= de situatie nà de uitvoering van de groeikerntaak) gelden naast enkele deelplannen (‘Beekenoord 2016’, ‘de Schans’, ‘Wonen achter de dijk’) twee qua gebied grotere bestemmingsplannen:  ‘Kern’ (2013) en  ‘Komplannen’ (2014) Voor het buitengebied en de delen van het verder niet alleen door woonwijken gedomineerde grondgebied gelden de plannen ‘Westervoort-Noord’ (2016) en ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden’ (2015). Het bedrijventerrein Het Ambacht is buiten beschouwing gelaten. De volgende beleidsdocumenten en ruimtelijke plannen melden iets over ‘het recreëren in algemene zin’: 8.1. Visie Westervoort 2026 (2008) De visie geeft een doorkijk naar de verdere ontwikkeling van de gemeente tot 2026. Citaten: Op blz. 20 staat: - de realisatie van een openbaar toegankelijk (plezier)haventje; - opstellen landschapsontwikkelingsplan met aandacht voor recreatie.

Op blz. 22 staat: - een belangrijke potentiële kwaliteit van de IJssel is toerisme en recreatie; daarbij wordt onder meer de mogelijkheid van een kleine jacht-/plezierhaven geopperd.

Op blz. 37 staat: - vergroten van de recreatieve mogelijkheden.

8.2. Bestemmingsplan ‘de Schans’ (2009) 11

Hierin is extensieve (dag)recreatie opgenomen als functie binnen het gebied dat als ‘Groen, cultureel landschapspark’ bestemd is. Het park is aangelegd. De functie is daarmee ingevuld. Extensieve (dag)recreatie is omschreven als: recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen. www.ruimtelijkeplannen.nl IDNL.IMRO.0293.BPSchans2009002-0002

Landschapspark de Schans

8.3. Structuurvisie (2010 en 2016) Op blz. 40 staat (onderdeel Groen en Water): - Het stimuleren van recreatief medegebruik van groen in het buitengebied en het stedelijk gebied. Hiertoe heeft de gemeente de ambitie om het voormalige vuilstort (gedeeltelijk) open te stellen voor recreatief gebruik en wordt nagedacht over de realisatie van een openbaar toegankelijk (plezier)haventje.

De gemeenteraad heeft de structuurvisie op 3 oktober 2016 door middel van een oplegnotitie geactualiseerd. In deze actualisatie is geen aandacht geschonken aan recreatief-toeristische ontwikkelingen of aan een eventuele bijstelling van de in 2010 geformuleerde uitgangspunten of wensen op dat terrein. 8.4. Masterplan Westervoort - Noord (2012) Het Masterplan W-N (MWN) noemt een aantal recreatieve ontwikkelingen die zijn opgenomen in een uitvoeringsprogramma. Daaronder wandelpaden en struinroutes in de uiterwaarden, het recreatief benutten van de stortplaats en uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden bij de manege. Meest concreet is het laatste (project E.24). Op blz. 24 van het MWN is dat omschreven als: - planologische ruimte voor recreatievoorzieningen; - kampeerplekken of blokhutten.

Dit is uitgewerkt in het bestemmingsplan (8.8.). Het MWN is gelet op de daarin opgenomen ideeën, voorstellen en ambities mede gericht op het versterken, inrichten en benutten van de recreatieve kansen en gebruiksmogelijkheden van dat plangebied. Vormen van kleinschalig recreatief verblijf sluiten daar prima op aan. Uitvoering van het MWN is dan ook een aanzet om waar mogelijk in dat gebied (particuliere) initiatieven te stimuleren en die verblijfsfuncties te realiseren. 8.5. Bestemmingsplan ‘Kern’ (2013) Hierin is het ‘kleinschalig kamperen’ vastgelegd (als begripsbepaling en per abuis met verwijzing naar de Wor). In het plan is echter geen bestemming opgenomen of locatie aangewezen waar dat ingevuld zou kunnen worden. Gezien de functies die in het plangebied voorkomen ligt dat voor de hand. www.ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0293.BPKERN2011002-VA01. 8.6. Bestemmingsplan ‘Komplannen’(2014) Die kent een regeling voor het kleinschalig kamperen als:  begripsbepaling, ook met abusievelijk de verwijzing naar de Wor;  functie bij de agrarische bestemming, zonder omschrijving, beperking, of inrichtingseisen. Extensieve dagrecreatie is toegestaan bij de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Natuur’. De bestemming ‘Natuur’ geldt voor een gebied (waay/kolk, begroeiing) bij het buurtschap de Pals/aan de Rijndijk.

De bestemming ‘Agrarisch’ geldt voor drie binnendijkse locaties (aan de Pals - Klapstraat en aan de Pals - Goltackers - Rijndijk; 6.3.). www.ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0293.BPKom2013001-VA01 8.7. Bestemmingsplan ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden’ (2015) Het gebied ‘de Biet’ en de uiterwaarden hebben de bestemming ‘Natuur’. Extensieve dagrecreatie is mogelijk bij de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Natuur’. Waterplassen hebben de aanduiding ‘Natuur’. De haven van het bedrijf Struyk Verwo Infra (SVI) heeft de aanduiding ‘swa-rnt’ (specifieke vorm van water - recreatie niet toegestaan). Een 2e en 3e haven in dit gebied zijn bij 6.1.2. beschreven. www.ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0293.BPHPLU2014001-0003.

8.8. Bestemmingsplan ‘Westervoort - Noord’ (2016) Bij de in dit plan opgenomen bestemming ‘Recreatie’ (manege IJsseldijk) is het kleinschalig kamperen als functie vastgelegd, evenals extensieve dagrecreatie. Kleinschalig kamperen is daarin niet geduid (geen begripsomschrijving). Maximaal tien kampeermiddelen [tent(wagen), caravan of 12

kampeerauto] zijn voor recreatief nachtverblijf toegestaan. Er gelden geen inrichtingseisen of voorwaarden; wel een afwijkingsmogelijkheid. Tien plaatsen kunnen met omgevingsvergunning verhoogd worden tot maximaal 15, onder de conditie dat dit geldt voor de periode van 15 maart t/m 31 oktober van elk jaar. Dit is net als de regeling van de vervallen Wor. Een gebied aan de west-/zuidkant van de voormalige stortplaats is als ‘Natuur’ (met extensieve dagrecreatie) bestemd. Voor de voormalige stortplaats zelf geldt de functie extensieve dagrecreatie niet. www.ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0293.BPWSTNRD2015001-VA01.

8.9. Projectplan ‘Toeristische ontwikkeling rond de rivieren’ In 2001 verscheen dit projectplan (SAN/RTB KAN). Al lang is het splitsingspunt van de twee grote rivieren in beeld als het gaat om (aanleg/verbetering van) recreatieve routes etc. Door de voormalige Stadsregio Arnhem - Nijmegen (SAN, voorheen KAN) zijn hiervoor initiatieven aangeleverd:  Masterplan Dijk en Kolk met 20 projecten (2009);  Plan IJsselkop, bundels verhalen (2010);  Struinroutes IJsselkop (2011);  Advies RBT KAN struinommetje Hondsbroeksche Pleij (2013). Alle bevatten geen indicaties voor verblijfsrecreatie. Conclusies vanuit de beleidsanalyse 1. De focus van de relevante beleidsdocumenten is hoofdzakelijk gericht op recreatief-toeristische infrastructuur. Behalve in het Masterplan W-N, het gelijknamige bestemmingsplan en het plan ‘Komplannen’ is in deze documenten geen relatie gelegd met mogelijkheden voor kleinschalig recreatief verblijf. In twee bestemmingsplannen ligt dat gebruik als recht vast. Enkel in het gebied Westervoort-Noord heeft de gemeente een grondpositie: het terrein aangeduid als volkstuinen en een perceel ten noorden van Havezate Hamerden. Extensieve (dag)recreatie is in alle bestemmingsplannen identiek omschreven. 2.

De regeling voor het kleinschalig kamperen in plan ‘Komplannen’ voor de agrarische gronden is net zo ‘vogelvrij’ als die, welke juist om die reden in het plan ‘Hondsbroeksche Pleij en uiterwaarden 2015’ en in ‘Westervoort-Noord’ bij de agrarische bestemming is geschrapt. Als in een bestemmingsplan sprake is van een regeling dan wordt verwezen naar vervallen wetgeving. De regelingen zijn ook niet synoniem. 3. Het idee voor een jacht-/plezierhaven(tje) heeft nog geen vervolg gehad. Het is zeer de vraag of daarvoor ‘toeristische ruimte en draagvlak’ aanwezig zijn. Zo’n haven(tje) wordt namelijk niet zo maar even aangelegd. Of dit uiteindelijk een optie is, is zeer de vraag. Hierbij komen aan de orde:  een onderzoek naar de behoefte en naar het ‘pleziervaartgedrag’ (hoe gedraagt iemand zich die een (lang) riviertraject bevaart en dan van jachthaven naar -haven aanlegt);  daarom een kijk over de gemeentegrenzen heen (identieke voorzieningen in de buurt: ‘t Eiland Rhederlaag, Muggenwaard in Lathum, Huissensche Waarden in de gemeente Lingewaard);  een programma van eisen inclusief keurmerk (bijvoorbeeld: Adviesnota p.v.e.

privatisering jachthaven Steenbergen, 2013; idem die van Leiderdorp);  een relatie met ‘aanwezige voorzieningen in het achterland’ (of te wel, hoe uitnodigend is het om in zo’n haven(tje) kort of langer aan te leggen);  het type haven: niet meer dan een tijdelijke overnachtingsplek of een meer geoutilleerde haven met voorzieningen;  een locatieonderzoek. Dat geldt ook als gebruik wordt gemaakt van een bestaande haven. Binnen de bestaande havens (SVI, Putman en Korevaar) is geen mogelijkheid om een jacht- of plezierhaven aan te leggen. Voor de havens van SVI en Putman is recreatie expliciet uitgesloten. De bestemming van de 3e haven biedt geen soelaas. Op een provinciale subsidieregeling voor watergebonden recreatie bestaat voorlopig geen zicht. Verder zijn van belang:  hoe staat de waterwegbeheerder (Rijkswaterstaat) daar tegenover gelet op het rivierbeleid en eventuele nog door te voeren ‘doorstromingsmaatregelen’?  wat is minimaal nodig voor zo’n complex: de ambities van het schaalniveau van de voorzieningen?  welke zijn de daaraan verbonden investeringen en bedrijfsexploitatie (businessplan)?  wie gaat zo’n jachthavencomplex daadwerkelijk runnen? 9.

Coalitieakkoord 2014 - 2018. conclusie vanuit het akkoord

Het coalitieakkoord 2014 - 2018 kent drie relevante passages. 3.5. Verruiming recreatieve mogelijkheden Het college zal de mogelijkheden inventariseren om te komen tot realisatie van meer fiets-, wandel- of zogeheten struinpaden binnen de gemeente en het omliggende uiterwaardengebied. Hiervoor zijn reeds interessante opties aangegeven in het eerder opgestelde masterplan Noord, maar ook in de plannen van verschillende grote partijen voor realisatie van het zogeheten Rivierklimaatpark IJsselpoort. Ook kan hier worden gedacht aan de totstandbrenging van een meer open verbinding tussen wijkpark Steenderens en het Horsterpark.

13

8.3. Uitbreiding recreatiemogelijkheden Met het oog op de recreatiemogelijkheden voor eigen bewoners en mogelijk ook dagtoeristen zal de gemeente waar mogelijk en financieel haalbaar extra fiets-,wandel- en struinpaden binnen de gemeente en het omliggende buitengebied proberen te realiseren. 9.5. Vrijetijdseconomie De gemeente wil actief onderzoeken of Westervoort aantrekkelijker kan worden gemaakt voor toeristen en dagjesmensen. De waterrijke omgeving met de mooie uiterwaarden bieden daarvoor kansrijke mogelijkheden. In samenwerking met de andere Liemerse gemeenten moeten acties worden ondernomen die het (dag)toerisme in de Liemers en Westervoort stimuleren. Hiervoor zal samen met de Liemerse gemeenten een beleidsvisie op ‘toerisme in de Liemers’ moeten worden ontwikkeld. Initiatieven die het lokale toerisme ten goede komen, bijvoorbeeld de realisatie binnen de gemeente van zogeheten camperplaatsen, zullen moeten worden gefaciliteerd en waar mogelijk geïnitieerd.

Conclusie vanuit het coalitieakkoord Het akkoord zet met name in op een recreatief toeristische infrastructuur. Niet zo zeer op het tot stand brengen van vormen van recreatief verblijf. Camperplaatsen worden concreet genoemd. 10.

Instrumentarium voor kleinschalig recreatief gebruik

Het volgende instrumentarium is (of komt) beschikbaar. 10.1. Wet ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (2008) regelt de ruimtelijke planning en inrichting. De provincie Gelderland heeft het Streekplan 2005-2015 (sinds 2008 structuurvisie) vastgesteld. Recent is ter vervanging daarvan het omgevingsbeleid vastgesteld. Op gemeentelijk niveau is het bestemmingsplan van belang. Het ‘ruimtelijk genoegzaam kunnen ordenen van het kamperen’ was het motief tot intrekking van de Wor in 2008. 10.2. Omgevingsbeleid provincie Gelderland Op 11 november 2015 hebben provinciale staten van Gelderland de omgevingsvisie en -verordening vastgesteld. Die vervangen de Structuurvisie (Streekplan 2005) en de Ruimtelijke Verordening Gelderland. In § 3.3. Vrijetijdseconomie (Vte) van de visie is het provinciaal beleid omschreven. Een verdieping van de Vte is opgenomen in § 3.8 van een apart document.

Hierna volgen, voor zover van belang, enkele citaten uit dit beleid: - permanente bewoning van recreatiewoningen en (sta)caravans is ongewenst en moet in het bestemmingsplan worden verboden; - exploitatie van verblijfsrecreatiebedrijven: om de kwaliteit van het toeristisch product te behouden en te vergroten is bedrijfsmatige exploitatie een voorwaarde; - de provincie werkt niet mee aan de bouw van solitaire recreatiewoningen; de kans op het gebruik van deze recreatiewoningen als permanente/2e woning is erg groot; - de huidige kwaliteit van de dagrecreatieterreinen en routestructuren behouden of verbeteren; - de provincie streeft naar een impuls aan de werkgelegenheid binnen de vrijetijdseconomie door meer toeristische bezoekers en daarmee bestedingen aan te trekken; daartoe moet de kwaliteit van het toeristisch product omhoog.

De provincie Gelderland kent de ‘Handreiking voor toeristische ondernemers met plannen voor ruimtelijke ontwikkeling’ (mei 2012). Hierin is een stappenplan opgenomen voor de potentiële recreatieondernemer. Noord-Holland kent een vergelijkbare ‘Handreiking Verblijfsrecreatie’ (2014). 10.3. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) De APV regelt iets over het gebruik van kampeermiddelen. In de bijlage 2. is de tekst daaruit (afd. 5.). opgenomen. 10.4. Overige potentieel relevante wetgeving/vergunningen/meldingen Te noemen zijn:  Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit;  Bouwbesluit;  Brandveiligheidseisen;  Gebruiksvergunning;  Omgevingsvergunning Wabo (nieuwbouw/verbouw bestaande gebouwen, aanleg inrit etc.).

10.5. De Omgevingswet Ter vervanging van een groot aantal wetten is de Omgevingswet ‘in aantocht’. Via de omgevingsvisie en het -plan kan invulling worden gegeven aan de te regelen vormen van kleinschalig recreatief verblijf. De Omgevingswet zal naar verwachting niet eerder dan in 2019 (of nog later) in werking treden. Volgens het overgangsrecht gaan de bestemmingsplannen van rechtswege op in één omgevingsplan. Dat geldt niet voor 14

andersoortig beleid zoals bijvoorbeeld een beleidsnota met -regels. Maatgevend bij het opstellen van visie en plan zijn de politieke wensen en ambities om zaken wel of niet vast te leggen in deze nieuwe instrumenten (Koersdocument Implementatie Omgevingswet, gemeenten Duiven en Westervoort, 2017). 11.

Mogelijke ontwikkelingen en initiatieven in Westervoort op recreatief-toeristisch vlak

De volgende worden toegelicht. 11.1. Eventuele openstelling en het recreatief medegebruik van de voormalige stortplaats 11.2. Projecten van het gebiedsprogramma LiemERS ++ 11.3. Initiatief Outdoorfabriek (voormalige steenfabriek Korevaar) 11.4. Uitbreiding van het aantal plaatsen op de camperlocatie 11.5. Uitvoeringsparagraaf Masterplan Westervoort - Noord 11.6. Coalitieakkoord 2014 - 2018 11.7. Rivier Klimaatpark IJsselpoort 11.1. Eventuele openstelling en het recreatief medegebruik van de voormalige stortplaats Openstelling levert een meerwaarde op om vanaf daar (op circa 36 meter + NAP) het omliggende (rivieren)landschap te kunnen beleven. De voormalige stortplaats heeft een oppervlakte van circa 11 ha en is voor een deel voorzien van beplanting. Hiervoor is een groenbeheerplan (11 mei 2016) opgesteld. Op basis van een concept-inrichtingsplan (Los Stad om Land) is het idee om de voormalige stortplaats meer zichtbaar te laten zijn (het uitdunnen en/of verwijderen van de begroeiing). Een eventuele openstelling heeft enkel betrekking op de toegang tot deze bult (extensief gebruik als wandel- en eventueel als ruiterpad). Niet de aanleg van andere recreatieve voorzieningen. Dat is volgens de nu bekende rapporten (sanering; kwaliteit afdeklaag) ook niet echt een optie.

Beheer en onderhoud van de op het voormalige stort aangebrachte afdeklaag staan ook in de weg aan ‘andere voorzieningen’. In het 1e kwartaal van 2016 is de overname van de eigendom van de voormalige stortplaats door de gemeente, samen met een (gedeeltelijke) openstelling daarvan voor het publiek, onderwerp van gesprek geweest. Op 14 maart 2016 is de gemeenteraad geconsulteerd of eigendomsoverdracht in principe bespreekbaar zou kunnen zijn, om dat daarna verder uit te kunnen werken. De raad heeft besloten de eigendom niet over te willen nemen. Gelet op dat besluit is onduidelijk of het idee van openstelling van deze (potentieel recreatief-toeristische) plek nog een vervolg krijgt. Gezien het standpunt van de eigenaar van dit terrein (Park PUWEST B.V.), is de conclusie dat een vorm van openstelling buiten handbereik is geraakt. De eigenaar bezint zich op de situatie die is ontstaan. 11.2. Projecten van het gebiedsprogramma LiemERS ++ LiemERS ++ is de opvolger van het Plattelandshuis Achterhoek - Liemers (PAL). Het PAL is in 2014 opgeheven. Onder de noemer LiemERS ++ is een doorstart gemaakt. Het is een organisatie waarin gebiedspartijen en lokale overheden gezamenlijk trajecten op het gebied van Economie, Ruimtelijke kwaliteit en Sociale structuur op de kaart zetten.

Hierin nemen de gemeenten Zevenaar, Duiven, Rijnwaarden, Doesburg, Westervoort en het Waterschap Rijn en IJssel deel. LiemERS ++ heeft via verschillende (thematisch georiënteerde) documenten een aanzet gegeven tot het stimuleren van een aantal activiteiten op het gebied van vrijetijdseconomie etc.:  gebiedsprogramma ‘de LiemERS aan zet’ met ontwikkelkaart (juli 2015);  presentatie versterken Vte en landschap (mei 2015);  uitvoeringsprogramma LiemERS ++ 2015 - 2018 (2014);  notitie profilering LiemERS ++/identiteitsonderzoek (2015);  diverse projectvoorstellen in verband met het aanvragen van subsidies (2016);  notitie en overzicht van routestructuren door de Liemers (2016);  plan van aanpak LiemERS ++ 2016;  kaart ontwikkelperspectief men- en ruiterroutes (2016)  opstellen van een gezamenlijk landschapsontwikkelingsplan (LOP).

Particulieren (een dorpsraad, werkgroep) en overheden kunnen apart of samen activiteiten in gang zetten. Voor de routestructuren (negen projectvoorstellen) is bij de provincie Gelderland een subsidieaanvraag ingediend. Alhoewel niet met name genoemd kan kleinschalig recreatief verblijf goed aansluiten bij deze initiatieven, projectvoorstellen en activiteiten, die dienen tot bevordering van het ‘slow toerisme’ in de Liemers. LiemERS++ heeft een kaart opgesteld waarop (88) ‘points of interest in de Liemers’ staan aangegeven. Tot 2019 blijft LiemERS ++ na de evaluatie (2015) actief. 15

Voor het opstellen van een landschapsontwikkelingsplan (LOP) is in 2012 niet gekozen. In 2011 was in Liemers verband besloten om hiervoor een startdocument op te laten stellen, als 1e stap naar een gezamenlijk LOP. Hierna is overlegd over het door vijf gemeenten aanvragen van LOP-offertes. Elke gemeente heeft haar eigen (financiële) afweging gemaakt over ‘het nut en de noodzaak van zo’n gezamenlijk LOP’. Duiven heeft een LOP vastgesteld. 11.3. Initiatief Outdoor-fabriek (voormalige steenfabriek Korevaar) In 2015 is een particulier initiatief ingediend om aan de voormalige steenfabriek de Emptepol (bij de A12; steenfabriek Korevaar) een nieuwe functie toe te kennen. Plan was het omvormen en inrichten van het gebouw en de omgeving tot outdoor-fabriek. Het gebied ligt binnen de gemeenten Westervoort (bebouwing, hoog water vrij terrein) en Duiven (voormalig tasveld, de toegangsweg). Naast outdoor-activiteiten wordt ook gedacht aan het creëren van overnachtingsfaciliteiten buiten in de vorm van een tenten-/trekkersveld, bedoeld voor het testen van tenten en voor overnachtingen door passanten.

Bedrijventerrein Seingraaf Duiven (rode pijl), Steenfabriek de Emptepol met rechts van de rijksweg A 12 de voormalige haven (gele pijl) en links het afvalstoffenverwerkingsbedrijf van Putman met haven (blauwe pijl)

De gemeente heeft het initiatief positief benaderd (brief van 30 maart 2015). De volgende stap zou een haalbaarheidsstudie zijn. In een gesprek met de initiatiefnemers (april 2016) is gebleken dat het initiatief toch minder kans van slagen heeft dan eerst werd gedacht en gepresenteerd. Zij concluderen dat dit idee geen vervolg krijgt. Onduidelijk is welke plannen de eigenaar met deze locatie heeft. De voormalige steenfabriek wordt al tijden lang gebruikt voor de stalling van caravans e.d. Dat gebruik is in het bij 6.1. genoemde bestemmingsplan vastgelegd. 11.4. Uitbreiding van het aantal plaatsen op de camperlocatie Het parkeerterrein is opnieuw ingericht en uitgebreid. Gelijktijdig is de camperlocatie met twee plaatsen uitgebreid. De locatie heeft echter nog steeds een matige uitstraling (vier parkeervakken met borden en een afvalvoorziening). Mogelijk kan meer aandacht worden besteed aan de uitstraling en wellicht ook aan enige vorm van privacy voor de gebruikers ten opzichte van de rest van het parkeerterrein, uitzicht op de twee papiercontainers etc. Misschien kan dat gebeuren via materiaalgebruik, groenvoorzieningen etc. 11.5. Uitvoeringsparagraaf Masterplan Westervoort - Noord Hoofdstuk 4. van dit plan bevat de uitvoeringsparagraaf. Een aantal van de daarin genoemde projecten is uitgevoerd of de uitvoering daarvan is in voorbereiding genomen.

Dat geldt niet voor de uitbreiding van de recreatieve functie bij de manege. De paragraaf wordt geactualiseerd. 11.6. Coalitieakkoord 2014 - 2018 De camperlocatie was als pilot aangelegd, is nu permanent en qua plaatsen verdubbeld. Aan uitbreiding van recreatief-toeristische infrastructuur wordt gewerkt. Via LiemERS ++ is een aanzet gegeven tot het stimuleren van vrijetijdseconomie (Vte) in de Liemers, het opzetten van een plan met subsidieaanvraag (toeristische routestructuren), een ontwikkelkaart de Liemers etc. Met het opstellen van een beleidsvisie op ‘Toerisme in de Liemers’ is nog niet gestart. Beter lijkt het om samen op te trekken dan zelf een aparte beleidsvisie op te stellen. Via de raadsbrief van 14 juni 2016 is informatie verstrekt over de uitvoering van het coalitieakkoord voor wat betreft de vrijetijdseconomie. 11.7. Rivier Klimaatpark IJsselpoort Voor het gebied dat buiten het wegtraject Rijndijk - IJsseldijk ligt bestaat het plan voor de aanleg van een Rivier Klimaatpark. Hiervoor is een ontwikkelingsvisie vastgesteld. Deelnemers aan het project zijn de provincie Gelderland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de gemeenten Arnhem, Zevenaar, Rheden en Westervoort.

16

Gebiedsomvang Rivierklimaatpark IJsselpoort

Het plangebied loopt tot in Rheden (Koppenwaard) door. Voor een deel hiervan is het ‘Uitvoeringsplan IJsseluiterwaard Westervoort’ vastgesteld (mei 2015). Essentie van het RKPIJ is onder meer:  betere inpassing van de bestaande bedrijvigheid;  ontwikkeling van recreatieve bedrijvigheid en voorzieningen;  betere doorstroming; ruimte voor de rivier;  betere toegankelijkheid van de uiterwaarden, zowel over water als over land. Voor dit project loopt nu een MIRT-onderzoek (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). 12.

Vormen van recreatief verblijf. welke situaties kunnen zich in Westervoort voordoen? conclusies vanuit de mogelijkheden

Recreatief verblijf is er in diverse vormen. Met het vervallen van de Wor zijn de definities verdwenen. Daarvoor in de plaats komen begripsbepalingen in een bestemmingsplan, een beleidsnotitie, de APV etc. Recreatief verblijf vindt plaats: 12.1. Op gewone kampeerterreinen 12.2. Op kleinschalige kampeerterreinen 12.3. Buiten (bestemde) terreinen (het vrij kamperen) 12.4. Op natuurkampeerterreinen 12.5. Bij een agrarisch bedrijf (bij de boer/als minicamping) 12.6. Op camperlocaties 12.7. Als bijzondere/extensieve vorm Voorts dringen zich enkele vragen op. Is het kamperen nog altijd wel seizoensgebonden of doen zich bepaalde trends voor? Welke situaties kunnen zich in Westervoort voordoen? Tenslotte een verbod voor stacaravans. 12.1. Kamperen op gewone kampeerterreinen Deze terreinen hebben een openstelling die gekoppeld is aan het seizoen, in de regel van maart oktober. Sommige zijn het hele jaar open (jaarrond). De terreinen zijn in een bestemmingsplan vastgelegd (bestemd als ‘recreatie’, ‘dag- en verblijfsrecreatie’, ‘kampeerterrein’ of vergelijkbaar) op de verbeelding, samen met bouw- en gebruiksregels. Recreatie staat voorop en is de hoofdfunctie. De gemeente Veere kent het bestemmingsplan ‘Kampeerterreinen 2015’. Daarin zijn specifiek en alleen alle kampeerterreinen in de gemeente vastgelegd. Zo ook in de gemeente Noordenveld (15 kampeerterreinen).

Zo’n terrein kan in principe naar eigen inzicht worden ingericht. Geregeld kunnen zijn het maximum aantal kampeerplekken, de ontsluiting, het parkeren, de inpassing in het landschap/de omgeving, een maximum bebouwingspercentage, een maximaal bebouwde oppervlakte gemeten over het gehele terrein, de kampeervormen, of er wel/geen dienstwoning gebouwd mag worden, de periode, inrichtingseisen, groenvoorzieningen en overige functies etc. 12.2. Kamperen op kleinschalige kampeerterreinen (in het vrije veld) Ook dit type terrein zal in een bestemmingsplan geregeld zijn, echter anders. Niet via een specifieke bestemmingsregeling maar als één van de toegelaten functies en geldend in algemene zin binnen een hoofdbestemming die een groter gebied bestrijkt (bijvoorbeeld: agrarisch). Daarbij zijn in die hoofdbestemming op te nemen eisen denkbaar, zoals:  een maximum aantal kampeerterreinen binnen de hoofdbestemming, al dan niet met een oppervlaktebeperking; (1e om overdaad tegen te gaan en (2e om per terrein toch een 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=daee661f-a81c-44da-b842-e2c159b8d440