CConstaterende datWestervoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20210125-rv-nazorgplan-en-evaluatieverslag-vm-stortplaats-ijsseldijk-bijlage-3-evaluatierapport.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2021, gemeente WestervoortBij agendapunt: ‎Concept nazorgplan en concept evaluatieverslag voormalige stortplaats IJsseldijk Westervoort25.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT Evaluatie grondwatermonitoring vml. stortplaats IJsseldijk te Westervoort Resultaten 2014 tot en met 2019 Klant:

Provincie Gelderland

Referentie: T&PBD3444R009D01 Status:

02/Concept

Datum:

19 november 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Koggelaan 21 8017 JN ZWOLLE Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Evaluatie grondwatermonitoring vml. stortplaats IJsseldijk te Westervoort Ondertitel: Evaluatie resultaten 2014-2019 Referentie: T&PBD3444R009D01 Status: 02/Concept Datum: 19 november 2020 Projectnaam: Voormalige stortplaats IJsseldijk Westervoort Projectnummer: BD3444 Auteur(s): Martin Waaijenberg Opgesteld door: Martin Waaijenberg Gecontroleerd door: Nick Voogsgeerd Datum: 21-10-2020 / NV Goedgekeurd door: Martin Waaijenberg Datum: 19-11-2020 / MW

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

2

Saneringsplan en wijzigingen saneringsplan

2

3

Uitgevoerde werkzaamheden 2014 - 2019

4

3.1

Algemeen

4

3.2

Kwaliteitsborging

4

4

Resultaten

5

4.1

Algemeen

5

4.2

Resultaten Grondwater

6

5

Interpretatie

13

5.1

Vanadium

13

5.2

Wolfraam

13

5.3

VOCl

14

5.4

Grondwater overige parameters 2014-2015

15

5.5

Oppervlaktewater

15

6

Conclusie en aanbeveling

16

7

Gebruiksbeperkingen

17

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

ii

Projectgerelateerd

Bijlagen Bijlage 1:

Regionale ligging

Bijlage 2:

Besluiten instemming saneringsplan en wijzigingen

Bijlage 3:

Colofon

Bijlage 4:

Boorstaten

Bijlage 5:

Situering peilbuizen

Bijlage 6:

Analysecertificaten

Bijlage 7:

Situatietekening peilbuizen en resultaten Vanadium en Wolfraam

Bijlage 8:

Situatietekening peilbuizen en resultaten VOCl

Bijlage 9:

Overzichtstabel overige parameters

Bijlage 10: Contour vanadium en wolfraam

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

In opdracht van de provincie Gelderland heeft HaskoningDHV Nederland B.V. (hierna te noemen Royal HaskoningDHV) de grondwatermonitoring ter plekke van de voormalige stortplaats IJsseldijk te Westervoort uitgevoerd. In dit evaluatierapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde grondwatermonitoring in de periode 2014 tot en met 2019. Aanleiding tot de grondwatermonitoring zijn de voorschriften uit het saneringsplan opgesteld door Arcadis met rapportnummer B02033.000294.0200 van 21 juli 2014 inclusief de aanvulling van 30 augustus 2014 en het besluit van 7 januari 2015 met zaaknummer 2014-011883. In de periode 2014 tot en met 2019 zijn jaarlijks de monitoringen in het kader van het saneringsplan uitgevoerd. Uit de resultaten van de voorgaande monitoringen (voor 2014) blijkt dat het grondwater rondom de stortplaats IJsseldijk vooral verontreinigd is met de zware metalen vanadium (V) en wolfraam (W). Deze verontreiniging stroomt via het 1e watervoerend pakket in de richting van de insteekhaven en de IJssel. De doelstelling van de diverse monitoringronden is om vast te stellen of de milieuhygiënische situatie wijzigt ten opzichte van de eerdere monitoringen en of voldaan wordt aan de saneringsdoelstelling waarbij vastgesteld kan worden dat overgegaan kan worden op de nazorg.

Ten zuidoosten van de stortplaats (nabij de Rivierweg) bevindt zich een VOCl-verontreiniging waar in 2007 een sanering is uitgevoerd, hierbij is de verontreiniging in de grond zo veel mogelijk is ontgraven. Hier is echter een restverontreiniging achter gebleven. De regionale ligging is opgenomen als bijlage 1.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

1

Projectgerelateerd

2

Saneringsplan en wijzigingen saneringsplan

Saneringsplan 2014 Aanleiding tot de grondwatermonitoring zijn de voorschriften uit het saneringsplan opgesteld door Arcadis met rapportnr. B02033.000294.0200 van 21 juli 2014 met de aanvulling van 30 augustus 2014 en de beschikking van 7 januari 2015 met zaaknummer 2014-011883. In bijlage 2 is de beschikking op het saneringsplan opgenomen. In navolgende tabel 1 zijn de signaal- en actiewaarden uit het saneringsplan overgenomen. Tabel 1: Signaal- en actiewaarden (in µg/l) Signaalwaarde Vanadium

Signaalwaarde Actiewaarde* Actiewaarde* Wolfraam Vanadium Wolfraam

Uitstroming naar insteekhaven van Putman (= ring 2) PB 2000 (9-10 en 19-20 m-mv)

70

16.000

70

16.000

Rand van de stortplaats (= ring 1) PB 205 (10-11 en 18,75-19,75 m-mv)

140

32.000

-

-

Rest van de monitoringsfilters

70

1.000

-

-

Toelichting tabel - geen actiewaarde * De actiewaarde geldt voor het gemiddelde van de concentraties berekend uit de 2 filters zoals vermeld bij peilbuis 205.

Als actie bij verspreiding in het grondwater staat in het saneringsplan beschreven dat bij overschrijding van de signaalwaarde (vanadium (70 µg/l) en wolfraam (1.000 µg/l)) het monitoringnetwerk wordt uitgebreid. Als criterium voor de overstap naar de nazorgfase geldt dat er in de laatste twee monitoringsronden geen overschrijding plaats heeft gevonden van de signaal- en actiewaarden en de verwachting is dat op basis van de tot dan toe uitgevoerde monitoring de signaalwaarden ook later niet worden overschreden. Voor de VOCl verontreiniging ten zuidoosten van de stortplaats (nabij de Rivierweg) geldt dat met 2 monitoringsronden, na 2012, kan worden aangetoond dat er sprake is van een stabiele eindsituatie. Als na 2 jaar tijdens de stabiele situatie wordt bevestigd, dan kan de monitoring worden beëindigd. Wijziging saneringsplan 2016 Op 7 januari 2016 is het verzoek (email 7 januari 2016) bij het bevoegd gezag ingediend om het analysepakket in het kader van de monitoring aan te passen naar alleen vanadium en wolfraam. Tevens is hierbij het voorstel gedaan voor uitbreiding van het monitoringsnetwerk op basis van de waargenomen overschrijdingen van de signaalwaarde. Het bevoegd gezag heeft met deze wijziging ingestemd op 21 januari 2016. Deze instemming is eveneens opgenomen in bijlage 2.

Wijziging saneringsplan 2020 In maart 2020 is op basis van de verkregen monitoringsresultaten 2014 tot en met 2019 een verzoek bij het bevoegd gezag ingediend om de signaal- en actiewaarde van vanadium te herzien, rapportage met kenmerk TPBD3444L006F1.0 van 5 maart 2020. Het bevoegd gezag heeft met deze wijziging ingestemd op 17 maart 2020. Ook deze instemming is opgenomen in bijlage 2.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

2

Projectgerelateerd

De nieuwe signaal- en actiewaarde voor vanadium zijn in navolgende tabel 2 weergegeven. Tevens zijn hierin de gehandhaafde waarde voor wolfraam opgenomen. Tabel 2: Nieuwe signaal- en actiewaarden 2020 (in µg/l) Signaalwaarde* Vanadium

Signaalwaarde* Actiewaarde** Actiewaarde** Wolfraam Vanadium Wolfraam

Uitstroming naar insteekhaven van Putman (= ring 2) PB 2000 (9-10 en 19-20 m-mv)

180

16.000

180

16.000

Rand van de stortplaats (= ring 1) PB 205 (10-11 en 18,75-19,75 m-mv)

360

32.000

-

-

Rest van de monitoringsfilters

180

1.000

-

-

Toelichting tabel - geen actiewaarde * De signaalwaarde geldt voor individuele filters. ** De actiewaarde geldt voor het gemiddelde van de concentraties berekend uit de 2 filters zoals vermeld bij peilbuis 2000.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

3

Projectgerelateerd

3

Uitgevoerde werkzaamheden 2014 - 2019

3.1

Algemeen

In de periode 2014 tot en met 2019 zijn door Poelsema Veldwerkbureau de monitoringen van het grondwater uitgevoerd. Tijdens een aantal ronden is eveneens de oppervlaktewaterbemonstering van de insteekhaven uitgevoerd.

3.2

Kwaliteitsborging

Kwaliteit en verantwoording Poelsema Veldwerkbureau is erkend voor de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek), protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 en tevens erkend voor de BRL SIKB 6000 (Milieukundige begeleiding en evaluatie van bodemsaneringen), protocollen 6001, 6002, en 6003 en lid van de VKB (Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek). Grondwaterbemonstering 2014 tot en met 2019 De grondwaterbemonsteringen zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door de heren D. Boeve, D.R de Jonge, N. van Veen en O. Poelsema, werkzaam bij Poelsema Veldwerkbureau, conform de BRL SIKB 6001 (Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden). De heren Boeve, de Jonge, van Veen en Poelsema zijn geregistreerd en Poelsema Veldwerk Bureau is erkend door Bodemplus (http://www.rwsleefomgeving.nl/organisatie/bodemplus) voor de uitvoering van deze werkzaamheden. De verklaringen zijn opgenomen in bijlage 3. Plaatsen peilbuizen in 2016 en 2017 Het plaatsen van monitoringsfilters 2000 (19,3-20,3) in 2016 en 2002, 2003 en 2004 in 2017 is uitgevoerd door de heer Hemeltjen, werkzaam bij Poelsema Veldwerkbureau, onder certificaat van de BRL SIKB 2100. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 4.

Oppervlaktewaterbemonstering 2014, 2015 en 2019 De oppervlaktewaterbemonstering is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door een voor VKBprotocol 2002 gecertificeerde milieukundige heren M. La Crois, O. Poelsema, N ten Brinke en D. Boeve. De uitgevoerde werkzaamheden in het kader van de oppervlaktewaterbemonstering vallen niet onder de BRL SIKB 2000 (Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek). Voor de uitvoering van de werkzaamheden is wel de werkwijze gevolgd zoals die is beschreven in hoofdstukken 5 (beschrijving van de apparatuur / benodigde hulpmiddelen), 7 (werkwijze verpakken en conserveren van grondwatermonsters in het veld), hoofdstuk 8 (werkwijze monsterneming grondwater), hoofdstuk 9 (werkwijze bepaling elektrisch geleidingsvermogen en zuurgraad in grond- en oppervlaktewater) en hoofdstuk 10 (werkwijze veldfiltratie) van de BRL SIKB 2000 (protocol 2002). De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door AL-West BV die geaccrediteerd is conform de ISO/IEC 17025 én Kwalibo erkend is voor de AS3000 Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. Royal HaskoningDHV treedt op als onafhankelijk adviesbureau ten opzichte van de opdrachtgever en heeft geen belangen, in welke zin dan ook, ten aanzien van het onderzochte terrein.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

4

Projectgerelateerd

4

Resultaten

4.1

Algemeen

Vanaf 2014 tot en met 2019 heeft jaarlijks de reguliere grondwatermonitoring van de monitoringspeilbuizen plaats gevonden. Daarnaast is in zowel 2014, 2015 en 2019 het oppervlaktewater van de insteekhaven bemonsterd. Naar aanleiding van de aanbevelingen op basis van de resultaten uit 2015 heeft op 15 februari 2016 en op 4 april 2016 de bemonstering plaatsgevonden van de uitbreiding van het monitoringsnetwerk. Hierbij is tussen haakjes telkens de filterdiepte in meters beneden maaiveld aangegeven. Het betreft daarbij de navolgende filters: 400 (4-5), 301 (12-13 en 18-20), 16 (10-12 en 18,5-20,5) en 2000 (19-20). In het kader van deze monitoring is in februari 2016 is het monitoringsfilter 2000 (19-20) bijgeplaatst. Tevens heeft hierbij de herbemonstering van peilbuis 303 plaatsgevonden. Peilbuis 403 (2-3, 9-10, 14-15 en 18-20) blijkt niet meer aanwezig te zijn, deze is vermoedelijk met de herinrichting van het gebied aldaar verloren gegaan. Naar aanleiding van de aanbevelingen op basis van de resultaten uit 2015 en 2016 heeft in 2017 een uitbreiding van het monitoringsnetwerk plaatsgevonden. In oktober respectievelijk november 2017 zijn de monitoringsfilters 2002 (7,9-8,9, 13,8-14,8 en 20,6-21,6), 2003 (7,9-8,9, 13,3-14,3 en 21,5-22,5) en 2004 (6,6-7,6, 11,7-12,7 en 19,3-20,3) bijgeplaatst.

De nieuw geplaatste filters van de peilbuizen 2002 en 2003 zijn in november 2017 bemonsterd en tijdens de daaropvolgende monitoringsronde wederom meegenomen. De filters van peilbuis 2004 zijn alleen tijdens de volledige reguliere monitoringsronde in december 2017 bemonsterd. Het grondwater is vanaf 2016, conform de instemming op de wijziging van het saneringsplan door de provincie Gelderland van 21 januari 2016, enkel geanalyseerd op de parameters vanadium en wolfraam. De locaties van de monitoringsfilters zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 5. Op 15 december 2014, 26 oktober 2015 en 29 november 2019 heeft de oppervlaktewaterbemonstering van de insteekhaven plaatsgevonden. Op drie verschillende plekken en meerdere verschillende dieptes zijn, gelijk aan de eerdere monitoring uit 2013, in de insteekhaven watermonsters samengesteld. Deze watermonsters zijn geanalyseerd op vanadium (V) en wolfraam (W). In figuur 1 zijn de monsternamelocaties van het oppervlaktewater weergegeven.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

5

Projectgerelateerd

Figuur 1: Locatie oppervlaktewatermonstername

4.2

Resultaten Grondwater

Veldwerk- en analyseresultaten De analysecertificaten van de geanalyseerde grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Grondwater De analyseresultaten voor vanadium en wolfraam zijn getoetst aan de signaal- en actiewaarden zoals opgenomen in het saneringsplan uit 2014 en de in 2020 vastgestelde gewijzigde signaal- en actiewaarden. In tabel 3 zijn de resultaten voor vanadium en wolfraam weergegeven. In bijlage 7 zijn de resultaten op twee tekeningen weergegeven, op de eerste tekening in meters -mv en op de tweede tekening in meters t.o.v. NAP. Tabel 3: Grondwatergegevens en toetsingsresultaten grondwater Vanadium en Wolfraam (in µg/l) Peilbuis met filterdiepte (m mv)

2000 (3-5)

Datum

GWS Concentraties Concentraties Overschrijding Overschrijding (m Vanadium Wolfraam signaalwaarde signaalwaarde bkpb.) saneringsplan wijziging 2014 saneringsplan 2020

20-07-2012

-

<2,0

160

Nee

Nee

-

30-10-2014

5,18

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

26-10-2015

Geen water

15-02-2016

2,96

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-2016

5,24

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

4,45

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

Nee

-

05-12-2018 26-11-2019

19 november 2020

Overschrijding actiewaarde

Geen water 5,39

<2,0

<1,0

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

Nee

T&PBD3444R009D01

6

Projectgerelateerd

Peilbuis met filterdiepte (m mv)

2000 (9-10)

Datum

GWS Concentraties Concentraties Overschrijding Overschrijding (m Vanadium Wolfraam signaalwaarde signaalwaarde bkpb.) saneringsplan wijziging 2014 saneringsplan 2020

Overschrijding actiewaarde

20-07-2012

-

13

620

Nee

Nee

30-10-2014

5,16

30

<1,0

Nee

Nee

26-10-2015

6,40

36

<1,0

Nee

Nee

15-02-2016

2,94

2,9

<1,0

Nee

Nee

22-11-2016

5,18

18

1,2

Nee

Nee

05-12-2017

4,48

32

<1,0

Nee

Nee

05-12-2018

6,96

22

1,3

Nee

Nee

26-11-2019

5,40

28

1,1

Nee

Nee

20-07-2012

-

81

510

Ja (V)

Nee

30-10-2014

5,18

92

380

Ja (V)

Nee

6,38

110

1.000

Ja (V)

Nee

6,38

110

1.100

Ja (V)

Nee

15-02-2016

2,93

87

1.300

Ja (V)

Nee

22-11-2016

5,16

100

1.500

Ja (V)

Nee

05-12-2017

4,45

87

1.900

Ja (V)

Nee

-

05-12-2018

6,94

86

2.000

Ja (V)

Nee

-

26-11-2019

5,36

77

1.900

Ja (V)

Nee

2000 (19,3-20,3) 15-02-2016

2,36

11

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-2016

5,16

13

1,8

Nee

Nee

-

05-12-2017

4,50

12

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2018

6,32

14

8,8

Nee

Nee

-

26-11-2019

5,40

13

1,3

Nee

Nee

-

-

66

850

Nee

Nee

-

30-10-2014

2,58

43

<1,0

Nee

Nee

-

26-10-2015

3,58

24

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-20164)

2,65

21

<1,0

Nee

Nee

-

25-01-2017

2.62

19

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,95

367)

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

4,05

13

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

2,68

11

<1,0

Nee

Nee

-

20-07-2012

-

43

60

Nee

Nee

-

30-10-2014

2,56

51

<1,0

Nee

Nee

-

26-10-2015

3.58

35

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,63

35

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,93

16

7)

1,1

Nee

Nee

-

06-12-2018

4,08

34

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

2,75

35

<1,0

Nee

Nee

-

20-07-2012

-

<2,0

<50

Nee

Nee

-

2000 (14-15)

26-10-2015 06-11-2015

1)

2001 (12,5-13,5) 20-07-2012

2001 (15-16)

2001 (19-20)

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

2012: Nee 2014: Nee 2015: Ja (V) op basis van SP 2014. Nee op basis van wijziging SP 2020 2016: Nee 2017: Nee 2018: Nee 2019: Nee

T&PBD3444R009D01

7

Projectgerelateerd

Peilbuis met filterdiepte (m mv)

Datum

GWS Concentraties Concentraties Overschrijding Overschrijding (m Vanadium Wolfraam signaalwaarde signaalwaarde bkpb.) saneringsplan wijziging 2014 saneringsplan 2020

30-10-2014

Overschrijding actiewaarde

2,51

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

2,51

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

2,57

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

25-01-2017

2.68

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,88

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

4,03

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

2,72

3,3

<1,0

Nee

Nee

-

27-10-2017

4,62

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

2,82

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

5,83

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

4,55

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

2002 (13,8-14,8) 27-10-2017

4,63

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

2,82

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

5,84

2,5

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

5,58

2,2

<1,0

Nee

Nee

-

2002 (20,6-21,6) 27-10-2017

4,63

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

2,82

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

5,83

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

-?

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

27-10-2017

5,25

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

4,12

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

6,58

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

4,76

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

2003 (13,8-14,8) 27-10-2017

5,68

27

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

4,09

27

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

6,54

16

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

5,05

12

<1,0

Nee

Nee

-

2003 (20,6-21,6) 27-10-2017

5,74

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

4,13

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

6,52

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

26-11-2019

5,05

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

04-04-2016

1,25

5,9

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-2016

1,60

6,0

<1,0

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,80

4,5

<1,0

Nee

Nee

-

06-12-2018

3,52

3,8

<1,0

Nee

Nee

-

27-11-2019

2,32

3,7

<1,0

Nee

Nee

--

04-04-2016

1,24

24

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-2016

1,60

72

<1,0

Ja (V)

Nee

-

26-10-2015 22-11-2016

2002 (7,9-8,9)

2003 (7,9-8,9)

16 (10-12)

16 (18,5-20,5)

19 november 2020

4)

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

8

Projectgerelateerd

Peilbuis met filterdiepte (m mv)

202 (3-4)

203 (5-6)

205 (4,5-5,5)

205 (10-11)

205 (18,7519,75)

Datum

GWS Concentraties Concentraties Overschrijding Overschrijding (m Vanadium Wolfraam signaalwaarde signaalwaarde bkpb.) saneringsplan wijziging 2014 saneringsplan 2020

05-12-2017

1,81

49

1,1

Nee

Nee

-

06-12-2018

3,55

40

<1,0

Nee

Nee

-

27-11-2019

2,31

40

<1,0

Nee

Nee

-

20-07-2012

1,91

22

490

Nee

Nee

-

30-10-2014

2,17

12

63

Nee

Nee

-

19-11-2015

2,77

<2,0

23

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,21

<2,0

21

Nee

Nee

-

07-12-2017

1,38

<2,0

19

Nee

Nee

-

04-12-2018

-

<2,0

21

Nee

Nee

-

27-11-2019

-

<2,0

19

Nee

Nee

-

20-07-2012

2,15

3,7

2.530

Ja (W)

Nee

-

30-10-2014

2,12

2,4

1.100

Ja (W)

Nee

-

19-11-2015

2,48

3,6

1.700

Ja (W)

Nee

-

22-11-2016

-

<2,0

550

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,72

<2,0

540

Nee

Nee

-

04-12-2018

-

<2,0

370

Nee

Nee

-

04-12-2019

-

<2,0

490

Nee

Nee

-

20-07-2012

1,25

<2,0

560

Nee

Nee

-

30-10-2014

1,32

15

270

Nee

Nee

-

26-10-2015

2,24

2,2

170

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,44

5,0

4,8

Nee

Nee

-

05-12-2017

0,36

8

4

Nee

Nee

-

06-12-2018

4,08

<d

9,7

Nee

Nee

-

27-11-2019

2,90

6,7

170

Nee

Nee

-

20-07-2012

1,29

30

810

Nee

Nee

30-10-2014

1,68

21

340

Nee

Nee

26-10-2015

2,70

8,3

140

Nee

Nee

22-11-2016

1,72

7,3

23

Nee

Nee

05-12-20175)

0,34

15

660

Nee

Nee

06-12-2018

4,16

30

1.900

Nee

Nee

27-11-2019

2,77

8,7

490

Nee

Nee

20-07-2012

1,13

22

1.130

Nee

Nee

30-10-2014

1,65

15

300

Nee

Nee

26-10-2015

2,68

8,2

200

Nee

Nee

1,74

18

530

Nee

Nee

0,30

3

94

Nee

Nee

06-12-2018

4,20

<20

120

Nee

Nee

27-11-2019

2,88

5,5

63

Nee

Nee

22-11-2016 05-12-2017

19 november 2020

Overschrijding actiewaarde

5)

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

2012: Nee 2014: Nee 2015: Nee 2016: Nee 2017: Nee 2018: Nee 2019: Nee

T&PBD3444R009D01

9

Projectgerelateerd

Peilbuis met filterdiepte (m mv)

301 (12-13)

Datum

GWS Concentraties Concentraties Overschrijding Overschrijding (m Vanadium Wolfraam signaalwaarde signaalwaarde bkpb.) saneringsplan wijziging 2014 saneringsplan 2020

20-07-2012

-

25

3.640

Ja (W)

Nee

-

15-02-2016

0,35

<2,0

3,8

Nee

Nee

-

04-04-2016

1,29

<2,0

9,1

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,23

16

920

Nee

Nee

-

2,02

6,3

190

Nee

Nee

-

0,20

7,4

700

Nee

Nee

-

04-12-2018

3,04

5,3

600

Nee

Nee

-

27-11-2019

-

4,8

630

Nee

Nee

-

-

85

1.110

Ja (W)

Nee

-

-

-

-

-

Nee

-

2,23

14

1.100

Ja (W)

Nee

-

1,96

4,3

2,5

Nee

Nee

-

0,17

6,2

140

Nee

Nee

-

04-12-2018

-

5,8

140

Nee

Nee

-

27-11-2019

2,43

4,9

120

Nee

Nee

-

20-07-2012

1,68

<2,0

420

Nee

Nee

-

30-10-2014

2,18

2,2

72

Nee

Nee

-

3,00

2,1

78

Nee

Nee

-

2,79

2,3

53

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,24

2,2

88

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,70

<2,0

64

Nee

Nee

-

05-12-2017 08-01-2018

301 (18-20)

6)

20-07-2012 15-02-2016

3)

22-11-2016 05-12-2017 08-01-2018

303 (9,5-10,5)

6)

26-10-2015 19-11-2015

2)

04-12-2018

303 (13-15)

303 (18-20)

Peilbuis niet bemonsterbaar

27-11-2019

2,32

<2,0

5,7

Nee

Nee

-

20-07-2012

1,87

14

770

Nee

Nee

-

30-10-2014

2,18

7,5

200

Nee

Nee

-

26-10-2015

2,92

27

380

Nee

Nee

-

06-11-20152)

3,13

8,3

230

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,21

17

290

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,70

7,1

210

Nee

Nee

-

04-12-2018

3,62

8,5

200

Nee

Nee

-

27-11-2019

2,29

8,5

230

Nee

Nee

-

20-07-2012

1,89

12

860

Nee

Nee

-

30-10-2014

2,19

11

210

Nee

Nee

-

26-10-2015

2.98

77

430

Ja (V)

Nee

-

15-02-2016

1,10

86

250

Ja (V)

Nee

-

22-11-2016

2,21

85

460

Ja (V)

Nee

-

1,69

8,0

240

Nee

Nee

-

0,78

8,7

220

Nee

Nee

-

05-12-2017 08-01-2018

19 november 2020

Overschrijding actiewaarde

6)

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

10

Projectgerelateerd

Peilbuis met filterdiepte (m mv)

400 (7,4-8,4)

Datum

GWS Concentraties Concentraties Overschrijding Overschrijding (m Vanadium Wolfraam signaalwaarde signaalwaarde bkpb.) saneringsplan wijziging 2014 saneringsplan 2020

Overschrijding actiewaarde

04-12-2018

3,62

9,7

240

Nee

Nee

-

27-11-2019

2,28

14

330

Nee

Nee

-

15-02-2016

1,50

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

22-11-2016

2,48

<2,0

11

Nee

Nee

-

05-12-2017

1,91

<2,0

1,4

Nee

Nee

-

04-12-2018

3,63

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

04-12-2019

2,30

<2,0

<1,0

Nee

Nee

-

Toelichting tabel -: geen actiewaarde gedefinieerd V: Vanadium W: Wolfraam 1) Herbemonstering ter controle overschrijding actiewaarde. 2) Herbemonstering ter controle filtercodering. 3) Filters niet te bemonsteren vanwege knik in buis. 4) Monsters 2001 (12,5-13,5 en 19-20) blijken mede op basis van herbemonstering verwisseld te zijn. Analyseresultaat in tabel bij goede filter gezet. 5) bij peilbuis 205 (10-11 en 18,75-19,75) is mogelijk sprake van een verwisseling van de monsters. Een herbemonstering heeft door de hoge waterstand van de IJssel waardoor de peilbuis onderwater is komen te staan niet plaats kunnen vinden. 6) Herbemonstering ter controle sterke daling van vanadium. 7) Op basis van meetreeks lijkt er sprake van verwisseling van deze monsters

In tabel 4 zijn de resultaten voor VOCl weergegeven ter plaatse van de VOCl-spot. In bijlage 8 zijn de resultaten eveneens op tekening weergegeven. Tabel 4: Grondwatergegevens en toetsingsresultaten grondwater VOCL t.p.v. VOCl-spot (in µg/l) Peilbuis met filterdiepte (m -mv)

Datum

400 (7-8)

18-07-2012

1,98

-

Dichl. ethenen (83), VC (320)

30-10-2014

2,22

1,1-dichl. etheen (0,13),

VC (300)

26-10-2015

2,4

Dichl. ethenen (18)

VC (34)

18-07-2012

1,92

Dichl. ethenen (3)

VC (9,7)

30-10-2014

2,19

Dichl. ethenen (0,17)

-

26-10-2015

2,98

-

-

18-07-2012

1,49

Dichl. ethenen (5,8)

VC (68)

30-10-2014

1,71

Tetra (0,13), Dichl. ethenen (1,36)

VC (13)

26-10-2015

2,49

Dichl. ethenen (1,7)

VC (45)

2,25

-

Dichl. ethenen (3.700), VC (2.500)

2,54

1,1-dichl. ethaan (2,7), Dichl. propanen (2,1)

Dichl. ethenen (2.329), VC (2.300)

3,28

-

Dichl. ethenen (1.200), VC (1.600)

1,49

-

Dichl. ethenen (23), VC (>500)

1,83

Dichl. ethenen (5,6), Dichl. propanen (1,26)

VC (650)

2,16

Dichl. ethenen (1,8)

VC (40)

400 (13-14)

411 (3,5-4,5)

413 (4-5)

18-07-2012 30-10-2014 26-10-2015

419 (4-5)

18-07-2012 30-10-2014 19-11-2015

GWS (m -bkpb.)

Streefwaarde overschrijding

Interventiewaarde overschrijding

-: geen van de onderzochte componenten overschrijdt de betreffende toetsingswaarde Tetra: Tetrachloormethaan VC: vinylchloride Dichl ethenen: Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

11

Projectgerelateerd

In de tabel in bijlage 9 zijn de overige parameters weergegeven die de betreffende streef-, of interventiewaarde(n) in de geanalyseerde grondwatermonsters overschrijden. Verder zijn grondwaterstand (GWS), de zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) van het grondwater in de peilbuizen vermeldt. Resultaten oppervlaktewater De analyseresultaten van het oppervlaktewater getoetst aan de achtergrondconcentraties zoals deze door Rijkswaterstaat zijn vastgesteld (Ref. bijlage 3 van de saneringsafweging, Arcadis 23 oktober 2013). De achtergrondconcentratie voor vanadium bedraagt circa 2,4 μg/l en voor wolfraam circa 0,13 μg/l. In tabel 3 zijn de geanalyseerde parameters vanadium en wolfraam weergegeven van de oppervlaktewaterbemonstering. Tevens is in deze tabel de monsternamediepte in m+NAP weergegeven. In deze tabel zijn tevens de waardes uit 2013 opgenomen. Tabel 5: Oppervlaktewatergegevens (in g/l) Locatie

W001

Diepte (m onder grondwaterspiegel, tussen haakjes in meter t.o.v. NAP* ) 2013

2014

2015

2019

1 (+7,82)

1 (+7,11)

1 (+5.435)

(+5.435)

3 (+5,82)

3 (+5,11)

3 (+3.435)

4 (+4,82)

5 (+3,11)

4 (+2.435)

Vanadium 2013 2014 2015

2019

2013

2014

2015

2019

3

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

(+3.435)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

(+2.435)

3

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

6 (+2,11) W002

<2,0

<1,0

1 (+7,82)

1 (+7,11)

1 (+5.435)

(+5.435)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

3 (+5,82)

3 (+5,11)

3 (+3.435)

(+3.435)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

5 (+3,82)

5 (+3,11)

5 (+1.435)

(+1.435)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

7 (+1,82)

7 (+1,11)

7 (-0.565)

(-0.565)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

9 (-0,18)

9 (-0,89)

9 (-2.565)

(-2.565)

3

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

11 (-2,18) 11 (-2,89) 10,5 (-3.935)

(-3.935)

3

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

4

<2,0

<1,0

<1,0

12 (-3,18) 12 (-3,89) W003

Wolfraam

1 (+7,82)

1 (+7,11)

1 (+5.435)

(+5.435)

3

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

3 (+5,82)

3 (+5,11)

3 (+3.435)

(+3.435)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

4 (+4,82)

5 (+3,11)

4,1 (+2.335)

(+2.335)

2

<2,0

<2,0

<2,0

<1,0

<1,0

<1,0

<1,0

5 (+3,82)

6 (+2,11)

2

<2,0

<1,0

<1,0

Achtergrondwaarde**

2,4

0,13

* Het peil in de IJssel bedroeg op 15 december 2014 bedroeg ca. 8,11 m +NAP, 16 november 2015 ca. 6,435 m +NAP en 29 november 2019 ca 6,30 m +NAP. ** Opgave Rijkswaterstaat (Informatie: bijlage 3 van de saneringsafweging, Arcadis d.d. 23 oktober 2013).

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

12

Projectgerelateerd

5

Interpretatie

5.1

Vanadium

Grondwater vanadium Op basis van de wijziging saneringsplan in 2020 wordt in geen van de monitoringsfilters een signaalwaarde overschrijding gemeten gedurende de gehele monitoringsperiode 2014-2019. Ter plaatse van monitoringsfilter 2000 (14-15) werd op basis van de signaalwaarde voor vanadium (70 µg/l), conform het saneringsplan uit 2014, reeds vanaf de start van de monitoring in 2012 een overschrijding gemeten. Met de herziening in 2020 van de signaalwaarde is zoals gezegd er tijdens geen van de monitoringsronden sprake geweest van een overschrijding. De waarde aan vanadium lijkt daarbij ook vrij stabiel of zelfs licht dalend vanaf 2016. Conform de verplichting van het saneringsplan (2014) is het monitoringsnetwerk in 2016 met peilbuis 16 (filters 10-12 en 18,5-20,5) uitgebreid. In het filter (18,5-20,5) werd in 2016 de op dat moment geldende signaalwaarde (70 µg/l) net overschreden (72 µg/l). De jaren erna, 2017, 2018 en 2019, is de gemeten waarde hier weer gedaald tot beneden de signaalwaarde. In 2017 zijn ten noorden en noordoosten van peilbuis 2000, in de uiterwaarden, de peilbuizen (2002, 2003 en 2004) geplaatst met meerdere filters. In deze filters worden, behoudens 2002 (13,3-14,3) en 2003 (13,3-14,3) waar een licht verhoogde concentratie aan vanadium wordt gemeten, geen verhoogde waarden t.o.v. de detectielimiet waargenomen.

Hiermee is vastgesteld dat de verontreiniging zich niet verder in noordelijke richting naar de IJssel verspreidt dan wel onder de IJssel door verspreidt. De diepe filters van de peilbuizen bevinden zich allen op de kleilaag welke de scheiding is tussen het 1e en 2e watervoerende pakket. De verontreiniging lijkt zich op basis van deze en de eerdere waarnemingen uitsluitend richting de haven te verspreiden en wordt daarmee volledig afgevangen. In 2015 en 2016 werd in monitoringsfilter 303 (18-20) de toen geldende signaalwaarde uit 2014 overschreden. Sinds 2017 zijn de concentraties weer gedaald naar de gemeten concentraties in 2012 en 2014. De huidige signaalwaarde (2020) is hier nooit benaderd geweest. Verder worden gedurende de diverse monitoringsronden in de diverse filters lichte schommelingen in concentraties aan vanadium waargenomen. Maar in geen van de peilbuizen wordt een stijgende trend waargenomen. Oppervlaktewater vanadium In het oppervlaktewater worden zowel in 2014, 2015 en 2019 in geen van de monsters waardes boven de detectielimiet gemeten voor de parameter vanadium.

5.2

Wolfraam

Grondwater wolfraam Voor wolfraam geldt dat in monitoringsfilter 203 (5-6) bij start van de monitoring (2012) de signaalwaarde al werd overschreden. Ook in 2014 en 2015 was er sprake van een overschrijding. In de jaren erna zijn de waarden tot ruim onder de signaalwaarde gedaald.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

13

Projectgerelateerd

Conform de verplichting van het saneringsplan is het meetnet in 2016 voor wolfraam uitgebreid. Zo is de stroomopwaarts (zuidelijk) gesitueerde peilbuis 400 (7,4-8,4) toegevoegd aan de monitoring. Hier werd alleen een lichte overschrijding ten opzichte van de detectiegrens gemeten. De oostelijk gesitueerde filters van peilbuis 403 zijn door de herinrichting van het bedrijventerrein niet meer aanwezig en tijdens de bemonstering in 2016 niet meegenomen. Herplaasen van deze filters bleek op basis van de resultaten in 2017 en de jaren erna ook niet meer noodzakelijk. Concentraties gedaald tot onder de signaalwaarde in monitoringsfilter 203. De stroomafwaarts, noordelijk, gesitueerde peilbuis 301 met de filters 12-13 en 18-20 m-mv zijn vanwege de uitbreiding van het netwerk toegevoegd aan de monitoring. In het filter 301 (18-20) werd in 2016 de signaalwaarde voor wolfraam overschreden, vergelijkbaar met de gemeten waarde in 2012. In de jaren erna, vanaf 2017, worden geen overschrijding meer waargenomen. Met de peilbuizen 303, 205 en 2001 is de signaalwaarde overschrijding (wolfraam) ter plaatse van peilbuis 301 afgeperkt. In geen van de genoemde filters is de signaalwaarde met wolfraam overschreden. Bij het monitoringsfilter 205 werd in het filter van 10-11 m-mv in 2017 en 2018 een stijging aan wolfraam waargenomen. Tijdens de monitoringsronde in 2019 zijn de waarden weer gedaald.

De waarden schommelen in dit filter gedurende de diverse monitoringperioden behoorlijk. In het monitoringsfilter 2000 (14-15) vond sinds 2014 tot 2018 een constante stijging van de concentratie aan wolfraam plaats. Deze concentratie lijkt zich nu te stabiliseren. De gemeten concentratie in 2019 is weer vergelijkbaar met 2017 en heel iets lager dan 2018. De signaal- of actiewaarde wordt daarnaast nog lang niet bereikt, gezien deze een factor 10 hoger ligt als de gemeten waarden. In de monitoringsfilters (2002, 2003 en 2004) die in 2017 ten noorden en noordoosten van peilbuis 2000 in de uiterwaarden zijn geplaatst, worden geen verhoogde waardes aan wolfraam waargenomen. In de overige peilbuizen worden voor de parameter wolfraam geen noemenswaardige afwijkingen waargenomen en de signaal- of actiewaarden worden niet overschreden. Oppervlaktewater wolfraam In het oppervlaktewater worden zowel in 2014, 2015 en 2019 in geen van de monsters waardes boven de detectielimiet gemeten voor de parameter wolfraam.

5.3

VOCl

Voor VOCl spot ten geldt dat conform het besluit (bijlage 2) er met twee monitoringsronden, na 2012, aangetoond dient te worden dat de verontreiniging als stabiele eindsituatie kan worden betiteld. In de monitoringsfilters 400 (7-8), 411 (3,5-4,5) 413 (4-5) en 419 (4-5) worden in zowel 2012, 2014 en 2015 sterk verhoogde concentraties aan vinylchloride gemeten. In peilbuis 413 (4-5) wordt eveneens een sterk verhoogde concentraties aan dichloorethenen gemeten. In de monitoringsfilters 400 (7-8 en 13-14), 413 (4-5) en 419 (4-5) worden dalende concentraties waargenomen in zowel 2014 als in 2015. In peilbuis 411 (3,5-4,5) wordt in 2015 een lichte stijging t.o.v van 2014 aan vinylchloride waargenomen. De gemeten waarde in 2015 echter lager als in 2012. Er is geen sprake van toenames in concentraties. Daarbij zijn er geen verspreidingsrisico’s waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van een stabiele eindsituatie.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

14

Projectgerelateerd

5.4

Grondwater overige parameters 2014-2015

Vanaf 2016 worden allen de kritische parameters vanadium en wolfraam bemonsterd (zie par 2.1). Navolgend worden de waarnemingen van de overige parameters in 2014 en 2015 weergegeven. In de monitoringsfilters 2000 (14-15) wordt in 2014 en 2015 een sterk verhoogde waarde aan barium gemeten. In 2015 betreft het een lichte stijging t.o.v. de meting van 2014. Ter plaatse van peilbuis 203 wordt in 2012 en 2015 een sterk verhoogde waarde aan vinylchloride gemeten. De reden waarom vinylchloride in 2014 niet verhoogd is gemeten is niet duidelijk. Ter plaatse van peilbuis 303 (13-15) wordt een sterk verhoogde waarde aan zink gemeten gedurende de diverse monitoringsronden. In de overige filters worden met name lichte schommelingen aan barium ten opzichte van de diverse monitoringen gemeten. De lichte ruis aan xylenen die in 2014 werd waargenomen wordt tijdens de monitoringsronde in 2015, net als in 2012, niet gemeten.

5.5

Oppervlaktewater

In het oppervlaktewater worden zowel in 2014, 2015 en 2019 in geen van de monsters waardes boven de detectielimiet gemeten voor de parameter wolfraam.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

15

Projectgerelateerd

6

Conclusie en aanbeveling

Conclusie VOCl Geconcludeerd kan worden dat er voor de VOCl verontreining een stabiele eindsituatie is ontstaan. Hiermee kan de monitoring op basis van de Wbb worden beëindigd. Wel bestaat er een bestuurlijke afspraak tussen de gemeente en de provincie om de verontreinigingssituatie tijdens de nazorg de komende jaren te monitoren. Dit wordt meegenomen in het nazorgplan. Conclusie vanadium en wolfraam Geconcludeerd wordt dat op basis van het saneringsplan uit 2014 en de wijziging hierop uit 2020 in geen van de monitoringsfilters een signaalwaarde met een vanadium overschrijding, gedurende de gehele monitoringsperiode 2014-2019 is waargenomen. Voor wolfraam geldt dat in 3 filters (203 (5-6), 301 (12-13) en 301 (18-20) in de periode 2012 en 2016 een signaalwaarde overschrijding is waargenomen. Tijdens de monitoringsronden in 2017, 2018 en 2019 zijn geen signaalwaarde overschrijdingen meer waargenomen. Voor zowel vanadium als wolfraam geldt dat de verwachting is, op basis van de huidige resultaten, dat de signaalwaarde ook niet meer overschreden zal worden.

Citaat uit het saneringsplan: ‘Als criterium voor de overstap naar de nazorgfase geldt dat er in de laatste twee monitoringsronden geen overschrijding plaats heeft gevonden van de signaal- en actiewaarden en dat de verwachting is dat op basis van de tot dan toe uitgevoerde monitoring de signaalwaarden later niet wordt overschreden’. Op basis van de analyseresultaten uit 2017, 2018 en 2019 kan geconcludeerd worden dat aan dit criterium wordt voldaan en op basis van het saneringsplan kan worden overgegaan op de nazorg. Uit de oppervlaktewaterbemonstering blijkt dat er geen waarneembare uitstroming van vanadium en wolfraam wordt gemeten in het oppervlaktewater van de insteekhaven. Aanbeveling overgaan op nazorg Conform het saneringsplan incl. de wijziging kan overgegaan worden op de nazorg. Het nazorgplan wordt gelijktijdig met dit evaluatierapport ingediend bij het bevoegd gezag.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

16

Projectgerelateerd

7

Gebruiksbeperkingen

Onttrekken en gebruik grondwater Conform het saneringsplan en de beschikking gelden er voor het onttrekken en gebruik van het grondwater gebruiksbeperkingen. Deze gebruiksbeperkingen gelden eveneens voor de nazorgfase. Op of nabij de bodemverontreiniging mag niet zonder meer grondwater onttrokken worden als dit meldingsplicht is op basis van artikel 28, lid 3, van de Wet bodembescherming. Onttrekking nabij de bodemverontreiniging kan tot gevolg hebben dat de grondwaterverontreiniging zich op ongewenste wijze verspreidt. In die situatie moeten maatregelen worden getroffen om de verspreiding te beperken. In figuur 2 is het gebied waarvoor de gebruiksbeperking geldt weergegeven. Hierin is het gebied aangegeven waar verhoogde waarden t.o.v. de detectielimiet aan vanadium en of wolfraam zijn gemeten. Deze contour is eveneens weergegeven in bijlage 10. Figuur 2:Contour gebruiksbeperking onttrekken grondwater (contour met verhoogde waarden t.o.v. detectielimiet vanadium en wolfraam)

In stand houden van monitoringspeilbuizen Terreineigenaren en -gebruikers dienen de monitoringspeilbuizen in stand te houden. Ten gevolge van de aanwezige verontreiniging in het grondwater wordt regelmatig een monitoring uitgevoerd. De hiervoor aanwezige voorzieningen (peilbuizen) evenals de toegang tot deze voorzieningen dient met de eigenaar / gebruiker van het terrein te worden geregeld. De huidige peilbuizen zijn in dit kader reeds opgenomen in het WIBON.

19 november 2020

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

17

Projectgerelateerd

Bijlage 1:

19 november 2020

Regionale ligging

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

18

1

2

3

4 A

B

C

D

Ligging onderzoekslocatie

E 2

0

Eerste uitgave

M. Bolks

M. Waaijenberg

M. Waaijenberg

16-12-2014

revisie

omschrijving

getekend

gecontroleerd

akkoord

datum

opdrachtgever

project

Provincie Gelderland

Onderzoek vml. stortplaats IJsseldijk te Westervoort

omschrijving

Regionale ligging documentstatus HaskoningDHV Nederland B.V. Planning & Strategy

formaat

A4

schaal

1:25000

fase

Monitoring

bladnr.

van

1

1

Definitief

documentversie

1.0

projectnummer / tekeningnummer

BD3444-101-101 / 01

Filename : C:\Maurice\Westervoort\bijlage 1\Bijlage 1.dwg

1

F

Projectgerelateerd

Bijlage 2:

19 november 2020

Besluiten instemming saneringsplan en wijzigingen

EVALUATIE RESULTATEN 2014-2019

T&PBD3444R009D01

19

BESLUIT VASTSTELLING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 7 januari 2015 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2014-011883 Locatie van verontreiniging : Stortplaats IJsseldijk Plaats : Westervoort Gemeente : Westervoort Nummer van verontreiniging : GE022600037

Documentnummers ter inzage 01949434 01949458 01950147 01955184 01982826 01994238 01994409

1 Globis

Vaststelling In het kader van artikel 48 van de Wet bodembescherming is in opdracht van Gedeputeerde Staten van Gelderland een saneringsplan opgesteld met betrekking tot het voornemen tot verminderen, verplaatsen of saneren van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het gaat om de bodemverontreiniging, gelegen op de locatie Stortplaats IJsseldijk in Westervoort. Bij dit besluit hoort het "Besluit vaststelling ernst en urgentie". In dit besluit van 24 februari 1999 staat dat het gaat om een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de sanering urgent is. Besluit vaststelling saneringsplan Wij stellen het saneringsplan vast. Er is sprake van een voormalige stortplaats, die voorzien is van een bovenafdichting en afdeklaag, welke zijn aangelegd in het kader van de Afvalstoffenwet en door het bevoegd gezag akkoord zijn bevonden middels een brief van 25 mei 1993 (afronding toezicht afwerking stortplaats). Bij de huidige inrichting en het huidige gebruik voldoen de destijds aangebrachte voorzieningen. De Afvalstoffenwet bestaat niet meer en de verdere aanpak van deze locatie zal plaatsvinden met de Wet bodembescherming als kader. Eventuele wijzigingen in gebruik kunnen aanvullende sanering(en) in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk maken.

Het ingediende saneringsplan heeft alleen betrekking op de aanpak van het grondwater met daarin de aanwezige verontreinigingen die afkomstig zijn uit de stortplaats en de grondwaterverontreiniging met vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) afkomstig van de zuidoostzijde van de stortplaats. Voor de ondergrond is sprake van een kosteneffectieve sanering. Ondanks de reeds eerder uitgevoerde saneringsmaatregelen wordt voor het grondwater geen stabiele eindsituatie bereikt. Na de sanering is sprake van een restverontreiniging in de grond en het grondwater die geen risico’s met zich meebrengt voor het huidige gebruik. De (sterke) verontreiniging in het grondwater neemt mogelijk wel toe in omvang en kan zich verder verspreiden (niet stabiele situatie). Als nazorg is monitoring nodig om de verspreiding op langere termijn te kunnen volgen. Het nazorgplan moet gelijktijdig met het evaluatierapport worden ingediend. De achterblijvende verontreiniging leidt op de locatie en bij verdere groei en verplaatsing echter niet tot risico's. In het huidige en toekomstige verspreidingsgebied gelden wel overige meldingsverplichtingen. Besluitvormingsprocedure Voor het vaststellen van dit besluit volgen wij op grond van de provinciale milieuverordening de procedure van hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Dit betekent dat het besluit pas genomen wordt nadat het ontwerp ter inzage is gelegd en belanghebbenden de gelegenheid hebben gehad hun mening te geven over ons voorstel. Zienswijzen Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen. Er zijn drie zienswijzen binnengekomen, waarop wij hieronder puntsgewijs onze reactie geven.

zaaknummer 2014-011883

2

Zienswijze Putman 1. Het criterium van 2 jaar voor de start van de nazorg is te kort, hiervoor dient een langere periode te worden genomen. De verontreiniging in de stort is al ruim 20 jaar aanwezig en sinds 1993 worden al gegevens verzameld. Daarnaast zijn in de afgelopen periode waarin de saneringsafweging en het saneringsplan zijn opgesteld veel aanvullende gegevens verzameld door middel van bemonsteringen, berekeningen en modellering van gegevens. Op basis van al deze gegevens is het de verwachting dat de verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot risico’s. De eventuele risico’s bestaan uit het overschrijden van de door Rijkswaterstaat gestelde waarden voor Wolfraam en Vanadium in het oppervlaktewater. Het criterium van 2 jaar is de minimale periode voordat overgegaan kan worden op de nazorgfase. De in het saneringsplan uitgewerkte maatregelen bieden voldoende informatie om een controle te doen op de verwachting dat de signaal- en actiewaarden tijdens de sanering en in de toekomst niet worden overschreden. Indien tijdens de komende monitoringsronden de signaal- en actiewaarden niet worden overschreden en op basis van alle monitoringsgegevens ook een toekomstige overschrijding niet verwacht wordt, kan worden overgegaan op de nazorgfase.

Hierbij wordt opgemerkt dat in de nazorgfase niet wordt verwacht dat er nog actieve maatregelen nodig zijn, maar ter controle nog wel monitoring plaatsvindt. 2. Verzocht wordt om de in het besluit opgenomen meldingsverplichting voor werkzaamheden in grond en grondwater meer concreet te omschrijven. De in het besluit omschreven ‘overige meldingsverplichting(en)’ zijn slechts opgenomen om betrokkenen te wijzen op verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de Wet bodembescherming. Wij merken uitdrukkelijk op dat het geen verplichtingen betreft die door ons bij het onderhavige besluit worden opgelegd. Niettemin hebben wij getracht om deze uit de wet voortvloeiende verplichtingen ter verduidelijking nader te concretiseren. Ten behoeve hiervan hebben wij de tekst in het besluit hierop aangepast. Deze aanpassingen betreffen het aangeven van de contour van de vastgestelde bodemverontreiniging. Hiervoor wordt de grens van de (voormalige) stort aangehouden tot en met de ringsloot.Ter verduidelijking wordt verwezen naar de als bijlage bij het besluit gevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grond’. Voor wat betreft de wettelijke meldingsplicht ten aanzien van het grondwater geldt dat hiervoor gedurende de lopende sanering de huidige verontreinigingscontour wordt aangehouden.

Ter verduidelijking wordt verwezen naar de als bijlage bij het besluit gevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grondwater’. Na afronding van de sanering wordt een nieuwe contour ingetekend van de restverontreiniging in het grondwater. Na afronding van de sanering geldt dan deze nieuwe contour ten aanzien van de wettelijke meldingsplicht grondwater. 3. Gevraagd wordt wat de aangenomen signaal- en actiewaarden zijn voor het slib van de binnenhaven wanneer verontreinigingen daarin uitstromen, welke verwerking en/of stortmogelijkheden er zijn voor dit (toekomstig te baggeren) slib en wie de kosten daarvan draagt. Door de saneerder zijn geen signaal- en actiewaarden voor het slib aangenomen. De verwerkings- en/of stortmogelijkheden van eventueel toekomstig te baggeren slib vormen geen onderdeel van de uitgewerkte saneringsmaatregelen.

zaaknummer 2014-011883

3

Over het algemeen zal de initiatiefnemer hierover in overleg met de verantwoordelijke voor de sanering kostenafspraken maken. Zienswijze gemeente Westervoort 1. Onderzoek naar de huidige kwaliteit van de bovenafdichting ontbreekt. Dit geldt voor zowel de kwaliteit van de zand-bentoniet laag als ook voor de kwaliteit van de opgebrachte grond. Deze opmerking betreft zowel de afdichtende functie als de dikte en kwaliteit van de contactlaag. Het ingediende saneringsplan heeft betrekking op de aanpak van het grondwater. In het kader van dit saneringsplan is onderzoek naar de huidige kwaliteit van de bovenafdichting niet nodig en kan worden volstaan met het akkoord op de bovenafdichting van 25 mei 1993 (in het kader van de Afvalstoffenwet). In ons besluit wordt hier ook naar verwezen. Bij de huidige inrichting en het huidige gebruik voldoen de destijds aangebrachte voorzieningen. De afdichtende functie van de bovenafdichting wordt buiten het kader van dit saneringsplan gecontroleerd op functioneren. Indien gebreken worden geconstateerd worden herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Het gebied kan inderdaad alleen opengesteld worden indien de dikte en kwaliteit van de afdeklaag (contactlaag) voldoen aan de eisen voor het gewenste gebruik. Een dergelijk onderzoek valt buiten hetgeen nodig is voor het uitvoeren van het ingediende saneringsplan voor het grondwater. 2.

De contour van de stortplaats moet worden gelijkgesteld aan de contour zoals die is vastgesteld in de in 1986 verleende Afvalstoffenwetvergunning en het bestemmingsplan. De contour van het geval van ernstige bodemverontreiniging is gebaseerd op de daadwerkelijk als stortplaats gebruikte locatie met als begrenzing de ringsloot. Eventuele verontreinigingen in de bovengrond rondom de stort behoren niet tot het (eerder) vastgestelde geval van ernstige bodemverontreiniging. In het kader van dit besluit, betreffende het saneringsplan voor het door de stort verontreinigd grondwater, is er geen aanleiding tot aanpassing van de contour van de stortplaats. 3. De overige meldingsverplichtingen zijn onduidelijk. Zie onze reactie op de zienswijze van Putman, onder punt 2. Ten aanzien van de vraag over de kadastraal geregistreerde contour merken wij op dat deze tekst in het besluit is aangepast. De verontreiniging is inderdaad niet kadastraal geregistreerd. Kadastrale registratie is niet (meer) aan de orde bij grondwaterverontreiniging en vindt alleen plaats voor grondverontreiniging. Ten tijde van het besluit in 1999, waarin het geval van verontreiniging is vastgesteld, is het stortmateriaal niet als zodanig geregistreerd.

Niettemin is in het besluit wel vastgesteld dat het stortmateriaal en de aangetoonde verontreinigingen in het grondwater een geval van ernstige bodemverontreiniging vormen op grond van de Wet bodembescherming. Op grond van die wet is het verminderen of verplaatsen van bodemverontreiniging afkomstig van een geval van ernstige bodemverontreiniging meldingsplichtig.

zaaknummer 2014-011883

4

Met betrekking tot de opmerking over de formulering ‘op en nabij de bodemverontreiniging’ merken wij het volgende op. Een onttrekking kan tot gevolg hebben dat de grondwaterverontreiniging zich op ongewenste wijze verspreid. Voordat men in de buurt gaat onttrekken dient men te onderzoeken of deze onttrekking tot gevolg heeft dat ongewenste verspreiding optreedt. In die situatie moeten maatregelen worden getroffen om deze verspreiding te beperken. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de Wet bodembescherming en blijkt voldoende duidelijk uit de overig opgenomen tekst. Wij zien geen aanleiding om de tekst van het besluit aan te passen. 4. Wat is de relatie van het huidige saneringsplan tot een mogelijk toekomstig meer intensief gebruik van de voormalige stortplaats. Zoals hierboven al eerder vermeld heeft dit saneringsplan betrekking op de aanpak van de grondwaterverontreiniging binnen de huidige situatie en het huidige gebruik. Wijzigingen in het gebruik dienen op grond van ons besluit ernst en urgentie MW97.40901 van februari 1999) te worden gemeld. Om een ander gebruik mogelijk te maken dienen mogelijk aanvullende maatregelen te worden genomen. Uitgangspunt hierbij is dat de leeflaag moet voldoen aan de dikte en kwaliteit die het gewenste gebruik vereist. 5. Saneringsdoelstellingen voor vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) zijn onvoldoende.

De verontreiniging met VOCl in het grondwater valt binnen de contouren van de zich vanuit de stortplaats verspreidende verontreiniging met zware metalen. Als saneringsdoelstelling voor het geheel geldt dat sprake is van een niet stabiele situatie. De verontreiniging kan zich mogelijk nog verspreiden en er is nazorg nodig om de verspreiding op langere termijn te volgen. Hiervoor wordt na afronding van de saneringsfase een nazorgplan opgesteld. In het evaluatiebesluit met betrekking tot de verwijdering van de VOCl-spot (2008-005982 d.d. 28 januari 2009) is aangegeven dat na sanering de concentraties in het grondwater over het algemeen lager waren dan voor de deelsanering. In het evaluatieverslag (VOCl-spot) en het saneringsplan wordt genoemd dat voor de verontreiniging met VOCl (mogelijk) een stabiele eindsituatie wordt vastgesteld. Na sanering van de bronzone dient bij een grote grondwaterverontreiniging conform ons beleid als verificatie een viertal monitoringsronden te worden uitgevoerd. De eerste twee monitoringsronden zijn uitgevoerd in 2011 en 2012. Met het uitvoeren van nog twee monitoringsronden kan een stabiele eindsituatie voor de verontreiniging met VOCl worden aangetoond.

In dat geval is na de overgang van de passieve saneringsfase (monitoring) naar de nazorgfase (monitoring verspreiding op langere termijn) geen verdere monitoring van de verontreiniging met VOCl nodig. Kan een stabiele eindsituatie voor de VOCl-verontreiniging niet worden aangetoond dan dient de VOCl-verontreiniging te worden meegenomen in de monitoring tijdens de nazorgfase. Te zijner tijd zal de van toepassing zijnde conclusie met betrekking tot het al dan niet stabiel zijn van de VOCL-verontreiniging worden opgenomen in de eindevaluatie en moet het monitoringsplan voor de nazorgfase hierop worden aangepast. De saneringsdoelstelling voor VOCl is daarmee voldoende geborgd.

zaaknummer 2014-011883

5

6. Het meetnet moet worden uitgebreid met het bemonsteren van het oppervlaktewater in de binnenhaven. Voordat wordt overgegaan tot het bemonsteren van het oppervlaktewater, wordt eerst het grondwater bemonsterd. Pas bij overschrijding van de actiewaarden wordt ook het oppervlaktewater bemonsterd. In bijlage 3 van het saneringsplan is een afdoende onderbouwing gegeven voor de afleiding van de signaal- en actiewaarden. Deze signaal- en actiewaarden zijn gebaseerd op de daadwerkelijk in het grondwater en het oppervlaktewater aangetoonde concentraties. 7. Het saneringsplan moet worden aangevuld met terugvalscenario’s waarbij ingeval van te hoge actiewaarden het water wordt gezuiverd. Met het saneringsplan wordt ingezet op een situatie waarbij de verontreiniging met zware metalen zich wel verspreidt (richting IJssel), maar waarbij geen sprake is van bedreiging van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Met het uitgewerkte saneringsplan wordt daarin voorzien. Er wordt geborgd dat de kwaliteit van het oppervlaktewater blijft voldoen aan de daaraan gestelde eisen. Met de aangegeven terugvalscenario’s wordt (op een andere manier) hetzelfde bereikt. Voor de terugvalscenario’s geldt dat het (direct op de IJssel) te lozen water de kwaliteit van het oppervlaktewater niet bedreigt.

Het zuiveren van het grondwater is niet alleen niet nodig, het is vanuit financieel en milieutechnisch (negatief milieurendement) oogpunt ook niet kosteneffectief en verantwoord te noemen. 8. Er moet een nazorgplan worden opgesteld. Het nazorgplan moet (conform ons beleid) gelijktijdig met het evaluatierapport worden ingediend. Dit is ook toegevoegd aan de tekst van het besluit. 9. De opgerichte projectgroep moet worden gecontinueerd. Hierover gaat onze instemming op het saneringsplan niet. Buiten de wettelijke verplichtingen in het kader van de Wbb en ons besluit kunnen hierover afspraken worden gemaakt. Zienswijze H.M.R. Noor 1. Op basis van de morele plicht om de gevolgen van het illegaal storten van verontreinigd afval ongedaan te maken mag de provincie niet volstaan met alleen maar monitoren, maar moet worden gezorgd dat het vervuilde grondwater schoon wordt of op veilige wijze wordt afgevoerd. Overheidsorganen hebben richting maatschappij de morele plicht om (financiële) gemeenschapsmiddelen op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze in te zetten. Daarop is ook de huidige wet- en regelgeving, en de Wet bodembescherming in het bijzonder, gericht. Onder de huidige omstandigheden, waarbij humane risico’s zijn uitgesloten en verschillende saneringsvarianten zijn afgewogen, menen wij hieraan te voldoen met onderhavig saneringsplan.

Wij merken overigens op dat wij belanghebbenden in de gelegenheid hebben gesteld om hun zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren te brengen. Inspreker is woonachtig in Westervoort op een afstand van ongeveer 1,8 km stroomopwaarts van het geval van (grondwater)verontreiniging en derhalve buiten de invloedsfeer van de verontreiniging en sanering. Inspreker kan daarom niet als een belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht worden aangemerkt, omdat een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang ontbreekt.

zaaknummer 2014-011883

6

Motivering Op basis van de volgende rapporten nemen wij een besluit: Saneringsplan stortplaats IJsseldijk te Westervoort (GE022600037): Arcadis, 21 juli 2014, 077952595:A – Definitief. Saneringsafweging locatie IJsseldijk te Westervoort: Arcadis, 23 oktober 2013, 077357085:0.2 – Concept. Aanvulling op het saneringsplan stortplaats IJsseldijk te Westervoort (GE022600037): Arcadis, 30 augustus 2014, B02033.000294.0200. Beschrijving situatie Ter plaatse van de voormalige stortplaats IJsseldijk te Westervoort is een omvangrijke grondwaterverontreiniging aanwezig. Het grondwater is verontreinigd met zware metalen, waarbij arseen, vanadium en wolfraam maatgevend zijn. Daarnaast is er aan de zuidoostzijde van de stortplaats een verontreiniging met vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) aanwezig. In de periode 2007-2011 is een aantal saneringen uitgevoerd die als doel hadden de verdere verspreiding van de verontreinigingen te beperken: In 2007 is een grond- en grondwatersanering uitgevoerd ter plaatse van de kern van de VOCl-verontreiniging. Tijdens de sanering bleek dat de grondverontreiniging tot op grotere diepte aanwezig is dan vooraf was verwacht. Hierdoor zijn restverontreinigingen in grond en grondwater achtergebleven groter dan de interventiewaarden.

De omvang van de nog aanwezige VOCl-verontreiniging is relatief klein ten opzichte van de verontreinigingen met zware metalen afkomstig uit de stortplaats. In 2010 is een pilot uitgevoerd om de haalbaarheid van de sanering van de verontreinigingen met vanadium en wolfraam te onderzoeken. Ondanks extra onderzoeken en aanpassingen aan de pilotzuivering (van het opgepompte grondwater) bleek de zuivering niet het gewenste resultaat op te leveren. Vervolgens is in 2013 een saneringsafweging uitgevoerd. In dit saneringsonderzoek zijn verschillende oplossingsrichtingen uitgewerkt en tegen elkaar afgewogen. Hieruit is de monitoringsvariant als beste oplossing naar voren gekomen omdat de geringe baten (geen tot enige vrachtverwijdering en/of reductie verspreiding) van de overige varianten niet in verhouding staan tot de aanzienlijke hogere lasten (hogere kosten en hogere belasting van de overige milieucompartimenten) van deze varianten in vergelijking tot de lasten voor de uitgewerkte monitoringsvariant. Met andere woorden er is onderzoek naar gedaan en dit is de beste manier om de veiligheid te garanderen. Anders saneren levert niets beters op. De in het saneringsplan uitgewerkte maatregelen voor de monitoring borgen dat er geen sprake is en zal zijn van risico’s.

De voorgestelde sanering bestaat uit de volgende maatregelen: het monitoren van het grondwater; het toetsen van de gemeten concentraties aan signaal- en actiewaarden; het indien nodig (bij overschrijding van de signaal- en/of actiewaarden) uitvoeren van aanvullende bemonsteringen van het oppervlaktewater van de insteekhaven en/of het aanpassen van het monitoringsnetwerk; het indien nodig uitwerken en uitvoeren van terugvalscenario’s voor de verschillende verontreinigingen. Hierbij kan gedacht worden aan het onttrekken van grondwater (zowel voor zware metalen als VOCl), het stimuleren van natuurlijke afbraak (VOCl), het verondiepen van de diepste delen van de insteekhaven met een weerstandbiedende laag en/of het verdiepen en verbreden van de van de verbinding naar de rivier (zware metalen).

zaaknummer 2014-011883

7

Deze terugvalscenario’s worden indien nodig uitgewerkt na (voortdurende) overschrijding van de vastgestelde waarden in het oppervlaktewater en/of het vaststellen van (andere) risico’s als gevolg van verspreiding. Na iedere jaarlijkse monitoringsronde vindt er een ijkmoment plaats. Als criterium voor de overstap naar de nazorgfase geldt dat er in de laatste twee monitoringsronden geen overschrijding heeft plaatsgevonden van de signaal- en actiewaarden en dat de verwachting is dat, op basis van de tot dan toe uitgevoerde monitoring, de signaalwaarden ook later niet worden overschreden. Voor de voormalige stortplaats IJsseldijk wordt een nazorgplan opgesteld. Na afloop van de sanering wordt de nog benodigde monitoring uitgewerkt en opgenomen in een nazorgplan. Het nazorgplan dient gelijktijdig met het evaluatierapport te worden ingediend. Gebruiksbeperkingen en/of zorg Na saneren zullen naar verwachting de volgende gebruiksbeperkingen gelden voor de locatie. Deze gebruiksbeperkingen zullen in het "Besluit instemming evaluatieverslag" worden vastgelegd. Omgaan met isolatie Het in stand houden van de aanwezige bovenafdichting en afdeklaag. Bij de huidige inrichting en het huidige gebruik voldoen de aangebrachte voorzieningen. Beschadigingen aan de bovenafdichting en deklaag moeten zo spoedig mogelijk worden hersteld.

Overige meldingsverplichting(en) Op de locatie is in de grond (stortmateriaal van) een voormalige stortplaats (voor 1 september 1996) aanwezig. Graven en andere werkzaamheden op of in het voormalig stortmateriaal en/of de verontreinigde bodem behoeven, gelet op het bepaalde in artikel 28 en/of 39 van de Wet bodembescherming, instemming van het bevoegd gezag. Voor de meldingsplicht wordt als contour de (voormalige) stort aangehouden tot en met de ringsloot. Deze contour is opgenomen op de als bijlage bij het besluit toegevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grond’. Op of nabij de bodemverontreiniging mag niet zonder meer grondwater onttrokken worden als dit meldingsplichtig is op basis van artikel 28, lid 3, van de Wet bodembescherming. Onttrekking nabij de bodemverontreiniging kan tot gevolg hebben dat de grondwaterverontreiniging zich op ongewenste wijze verspreidt. In die situatie moeten maatregelen worden getroffen om de verspreiding te beperken. Ter verduidelijking wordt verwezen naar de contour die is opgenomen op de als bijlage bij het besluit toegevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grondwater’.

Grondslag Dit besluit is gebaseerd op de Wet bodembescherming (zie met name de artikelen 1, 28, 29, 37, 38, 39 en 39a t/m 39f en bij deelsanering tevens artikel 40) inclusief de daarbij behorende regelgeving en de volgende beleidsdocumenten: Circulaire bodemsanering; Provinciale milieuverordening Gelderland; De Gelderse "Beleidsnota Bodem 2012".

zaaknummer 2014-011883

8

Mogelijke herziening Dit besluit is gebaseerd op de in onze opdracht opgestelde rapporten. Bij de voorbereiding van het besluit is bij ons geen twijfel gerezen over de juistheid en/of volledigheid van deze rapporten. Mocht in een later stadium blijken dat deze gegevens niet juist en/of volledig zijn of de feitelijke situatie is veranderd, dan behouden wij ons het recht voor een nieuw besluit te nemen. Wij achten ons niet aansprakelijk voor de schade die hieruit kan voortvloeien. Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Commissaris van de Koning

secretaris

Aandachtspunten Verontreinigingscontouren Alle bekende verontreinigingscontouren met betrekking tot dit geval van bodemverontreiniging kunnen worden geraadpleegd via de website van de provincie Gelderland, www.gelderland.nl/bodem onder Atlas Gelderland. Verplichtingen en aandachtspunten voor, tijdens, en na sanering Op onze site www.gelderland.nl/bodem - Melding - Sanering is bij de producten een notitie te vinden met Verplichtingen en aandachtspunten voor, tijdens, en na sanering. Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van het besluit hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor het behandelen van het beroepschrift en voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de Raad van State, telefoonnummer (070) 426 44 26.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westervoort&id=08a29734-89d3-4aea-8b1b-ea1ff8f8df66