20210112-rv-nazorgplan-en-evaluatieverslag-vm-stortplaats-ijsseldijk-bijlage-9-brief-haskoning.pdf
Tekst van het document
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Koggelaan 21
Provincie Gelderland T.a.v. Vergunningverlening Postbus 9090 6800 GX Arnhem
8017 JN ZWOLLE
+31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Datum: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Classificatie:
5 maart 2020 zaaknummer 2014-011883 TPBD3444L006F1.0 Projectgerelateerd
Contact: Telefoon: E-mail:
Martin Waaijenberg 088 - 348 63 26 martin.waaijenberg@rhdhv.com
Verzoek tot wijziging saneringsplan voormalige stortplaats IJsseldijk Geachte dame/heer, In het kader van de bodemsanering “voormalige stortplaats IJsseldijk” (GE022600037 - zaaknummer 2014-011883) vindt er jaarlijks een monitoring van het grondwater plaats. Het doel van deze monitoringen is om aan te tonen dat er geen sprake is en zal zijn van risico’s. Het risico in deze situatie is dat er te hoge concentraties met vanadium en of wolfraam in het oppervlaktewater van de insteekhaven van Putman / IJssel terecht komen. In het saneringsplan van 21 juli 2014 (Arcadis, Saneringsplan stortplaats IJsseldijk te Westervoort, GE022600037, rapportnummer 077952595:A) en de aanvulling van 30 augustus 2014 (projectnummer B020033.000294.0200) zijn de signaal- en actiewaarden voor beide parameters vastgesteld. Het saneringsplan is vastgesteld op 7 januari 2015 met zaaknummer 2014-011883. Op dit moment zijn sinds januari 2015, 6 monitoringsronden uitgevoerd. De monitoringsrapportage resultaten 2019 (kenmerk: T&PBD3444R007F1.0 van 4 februari 2020) met alle resultaten tot en met 2019 is als bijlage bijgevoegd, zie bijlage 1. Uit deze resultaten blijkt dat de signaalwaarde ter plaatse van peilbuis 2000 (14-15 m-mv) tijdens alle monitoringsronden wordt overschreden. Met dit verzoek tot wijzing van het saneringsplan wordt een nader onderbouwde signaal- en actiewaarde voor vanadium, beschreven.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van actuele gegevens (periode 2015-2019), waarbij uitgegaan wordt van de hoogst gemeten waarden in 2015. De doelstelling van de sanering blijft hierbij gehandhaafd: aantonen dat er geen actuele risico’s zijn of ontstaan voor het huidige gebruik. Gezien de signaal- en actiewaarde voor wolfraam hoger zijn vastgesteld dan de op dat moment, tot en met 2014, gemeten waarden wordt hiervoor geen nieuwe waarde voor voorgesteld.
HaskoningDHV Nederland B.V. is part of Royal HaskoningDHV Trade register number: 56515154
Methode voor vaststellen signaal- en actiewaarde vanadium (saneringsplan 2014) In het saneringsplan is in hoofdstuk 4 de signaal- en actiewaarde weergeven, zie onderstaande tabel 1. In bijlage 3 van dit saneringsplan is de huidige afleiding/bepaling voor de signaal- en actiewaarde opgenomen voor de parameters vanadium en wolfraam. Deze afleiding/bepaling is gedaan op basis van slechts één uitgevoerde bemonstering van het oppervlaktewater van de insteekhaven in 2013. Deze resultaten zijn op dat moment gekoppeld aan de peilbuismetingen uit 2012 (in 2013 is geen peilbuisbemonstering uitgevoerd). Tabel 1. Signaal- en actiewaarden conform saneringsplan 2014 (in µg/l) Signaalwaarde* Signaalwaarde* Vanadium Wolfraam
Actiewaarde** Actiewaarde** Vanadium Wolfraam
Uitstroming naar insteekhaven van Putman (= ring 2) PB 2000 (9-10 en 14-15 m-mv)****
70
16.000
70
16.000
Rand van de stortplaats (= ring 1) PB 205 (10-11 en 18,75-19,75 m-mv)
140
32.000
-
-
Rest van de monitoringsfilters***
70
1.000
-
-
Toelichting tabel - geen actiewaarde * De signaalwaarde geldt voor de concentratie in een enkel filter. ** De actiewaarde geldt voor het gemiddelde van de concentraties berekend uit de 2 filters zoals vermeld bij peilbuis 2000. *** Aangepaste waarde n.a.v. aanvulling op het saneringsplan van 30 augustus 2014. **** In het saneringsplan hebben ze het over het 2e en 3e filter, hiermee wordt bedoeld de bestaande filters van 9-10 en 14-15 m-mv.
Motivering voor aanpassen signaal- en actiewaarde vanadium (2020) In het saneringsplan is er van uitgegaan dat de verhoogde waarde in het oppervlaktewater in 2013 veroorzaakt werd door de instroom vanaf de voormalige stortplaats IJsseldijk. De gemeten waarden (variëren van 2 µg/l tot 4 µg/l) waren namelijk hoger als de achtergrondwaarde (2,4 µg/l)1 voor de IJssel. De vraag is of dit uitgangspunt wel terecht is geweest. Wij vermoeden op basis van de metingen, van zowel de lagere waarden in het oppervlaktewater als de lagere waarden in de peilbuizen, in zowel 2014 als 2015, dat dit niet het geval is geweest. En dat de verhoogde waarden in het oppervlaktewater in 2013 niet direct te relateren waren aan een mogelijke instroom van vanadium afkomstig van de voormalige stortplaats IJsseldijk. Er heeft helaas in 2013 geen verificatie van de waarden plaats gevonden door het uitvoeren van een tweede bemonstering van het oppervlaktewater. De gehanteerde en geaccepteerde rekenmethode van afgeleiden uit het saneringsplan uit 2014 en vastgesteld in 2015 wordt in voorliggend voorstel ook toegepast. De berekening anno 2020 is gebaseerd op de oppervlaktewatermeting uit 2015 in relatie tot de peilbuismeting in die zelfde periode (november 2015).
Dit betreft de worstcase situatie waarbij de hoogste concentratie richting de insteekhaven stroomt en er bij de oppervlaktewatermetingen geen verhoogde waarden worden waargenomen. In 2015 werd al direct bij de eerste monitoring na het vaststellen van het besluit de actiewaarde voor vanadium in peilbuis 2000 (9-10 en 14-15) overschreden. De signaalwaarde voor vanadium werd zelfs voor het vaststellen bij metingen in 2012 en 2014 reeds overschreden. Op basis van de overschrijding van de actiewaarde in 2015 is, conform het saneringsplan, een oppervlaktewaterbemonstering uitgevoerd in de insteekhaven van Putman.
1
Afkomstig van Rijkswaterstaat zie saneringsplan 2014
5 maart 2020
TPBD3444L006F1.0
2/6
Deze oppervlaktewaterbemonstering was ook in 2014 tussentijds al een keer uitgevoerd door Arcadis. De rapportage met de uitgevoerde oppervlaktewaterbemonsteringen (kenmerk: Monitoring grondwater IJsseldijk, Resultaten 2015, rapportnummer I&BBD3444R001F01 van 7 januari 2016) incl. de resultaten uit 2014 is als bijlage bij deze brief gevoegd, zie bijlage 2. Uit de resultaten van de oppervlaktewaterbemonstering uit zowel 2014 als 2015 blijkt dat er geen verhoogde waarden aan vanadium en wolfraam in het oppervlaktewater worden gemeten. Dit terwijl de concentratie aan vanadium in peilbuis 2000 (9-10 en 14-15), beduidend hoger waren dan de gemeten concentratie in 2012, op basis waarvan de signaal- en actiewaarde in het saneringsplan van 2014 is afgeleid. In 2019 is een extra oppervlaktewaterbemonstering uitgevoerd ter controle van de vanadium en wolfraam gehalten in het oppervlaktewater van de insteekhaven. Tijdens deze bemonstering zijn geen verhoogde waarden boven de detectielimiet gemeten (zie rapportage bijlage 1). Geconcludeerd mag worden dat de signaal- en actiewaarden voor vanadium op basis van deze resultaten, oppervlaktewater- en peilbuismetingen van 2014 en 2015, te behouden zijn vastgesteld. Wij stellen dan ook voor om de signaal- en actiewaarde voor vanadium opnieuw af te leiden op basis van de recentere metingen uit 2014 en 2015.
Berekening herziene signaal- en actiewaarde vanadium (2020) De milieukwaliteitsnorm (MKN = Maximaal toelaatbaar risiconiveau, waarde voor oppervlaktewater) voor vanadium is 5,1 µg/l. Daarnaast geldt voor vanadium in de IJssel een achtergrondconcentratie van 2,4 µg/l (zie hiervoor het saneringsplan uit 2014). De actiewaarde is die waarde, waarbij de concentraties in het grondwater aanleiding kunnen zijn voor overschrijding van de MKN in de insteekhaven van Putman (ring 2). De signaalwaarde is die waarde waarbij extra onderzoek en monitoring nodig is omdat de concentraties hoger zijn dan verwacht, zonder dat het risico bestaat van overschrijding van de MKN. De signaalwaarde geldt voor de concentratie in een enkel filters, de actiewaarde geldt voor het gemiddelde van de concentratie berekend uit 2 filters. De actiewaarde kan worden overschreden door een verhoging van het uitstromende verontreinigd grondwater afkomstig van de voormalige stortplaats in de insteekhaven van Putman. Voor de meest kritische parameter vanadium worden in het oppervlaktewater in zowel 2014 als 2015 geen verhoogde concentraties aan vanadium gemeten. De gemeten waarden in het oppervlaktewater liggen allen beneden de detectielimiet (2,0 µg/l) evenals de extra uitgevoerde controlemeting in 2019. Dit betekent dat de concentratie aan vanadium op dat moment beneden de 2,0 µg/l lag in de insteekhaven.
De MKN van 5,1 µg/l ligt derhalve minimaal een factor 2,5 keer hoger dan de tot nu toe gemeten waarden in het oppervlaktewater 2014, 2015 en 2019 (gemeten waarde < 2,0 µg/l). De bepaling van de gemiddelde concentratie voor de actiewaarde geldt voor de twee filters (9-10 en 14-15) van peilbuis 2000. Uitgaande van een rechtlijnig verband betekent dit dat de gemiddelde concentratie in het grondwater dat uitstroomt in de insteekhaven minimaal 2,5 keer hoger mag zijn dan de gemiddelde gemeten concentratie van 73 µg/l ((36 µg/l + 110 µg/l) / 2) aan vanadium, zoals deze wordt gemeten in 2015 in peilbuis 2000 (9-10 en 14-15). Dit komt neer op een gemiddelde concentratie van 182,5 µg/l (73 µg/l * 2,5) aan vanadium voordat de MKN bereikt kan gaan worden.
5 maart 2020
TPBD3444L006F1.0
3/6
De signaalwaarde voor vanadium bij ring 1 (peilbuis 205) ligt, conform het saneringsplan uit 2014, een factor 2 hoger. Dit komt met deze nieuwe berekening neer op een signaalwaarde van 360 µg/l. Voorstel nieuwe signaal- en actiewaarde vanadium Wij stellen voor om de signaal- en actiewaarde bij ring 2 peilbuis 2000 aan te passen naar 180 µg/l. Voor de rand van de stortplaats, ring 1 (peilbuis 205), stellen wij voor om de signaalwaarde aan te passen naar 360 µg/l (conform de huidige vastgestelde signaalwaarde uit 2015, 2 keer zo hoog als de signaalwaarde bij de ring 2). Voor de overige monitoringfilters, die bedoeld zijn om de horizontale verspreiding te meten, wordt als signaalwaarde 180 µg/l voor vanadium voorgesteld. De nieuwe signaal- en actiewaardes voor vanadium zijn in navolgende tabel 2 weergegeven. Tabel 2. Signaal- en actiewaarden Signaalwaarde* Vanadium
Actiewaarde** Vanadium
Uitstroming naar insteekhaven van Putman (= ring 2) PB 2000 (9-10 en 14-15 m-mv)
180
180
Rand van de stortplaats (= ring 1) PB 205 (10-11 en 18,75-19,75 m-mv)
360
-
Rest van de monitoringsfilters
180
-
Toelichting tabel - geen actiewaarde * De signaalwaarde geldt voor individuele filters. ** De actiewaarde geldt voor het gemiddelde van de concentraties berekend uit de 2 filters zoals vermeld bij peilbuis 2000.
Wij verzoeken u in te stemmen met deze aangepaste signaal- en actiewaarden voor vanadium. De volgende reguliere monitoring conform het saneringsplan dient plaats te vinden in december 2020. Bij instemming met deze aangepaste signaal- en actiewaarde zal een nazorgplan worden opgesteld en na vaststellen van dit nazorgplan door het bevoegd gezag zal overgegaan worden op de monitoring conform het nazorgplan. Met vriendelijke groeten, Royal HaskoningDHV
Martin Waaijenberg Projectmanager Transport & Planning
Bijlagen: 1 2
5 maart 2020
Monitoringsrapportage resultaten 2019 Monitoringsrapportage resultaten 2015
TPBD3444L006F1.0
4/6
Bijlage 1: Monitoringsrapportage resultaten 2019 (Kenmerk: T&PBD3444R007F1.0 van 4 februari 2020)
5 maart 2020
TPBD3444L006F1.0
5/6
RAPPORT Monitoring grondwater IJsseldijk Resultaten 2019 Klant:
Provincie Gelderland
Referentie: T&PBD3444R007F01 Status:
01/Definitief
Datum:
4 februari 2020
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Koggelaan 21 8017 JN ZWOLLE Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Monitoring grondwater IJsseldijk Ondertitel: Rapportage resultaten 2019 Referentie: T&PBD3444R007F01 Status: 01/Definitief Datum: 4 februari 2020 Projectnaam: Voormalige stortplaats IJsseldijk Westervoort Projectnummer: BD3444 Auteur(s): Martin Waaijenberg Opgesteld door: Martin Waaijenberg Gecontroleerd door:
Nick Voogsgeerd
Datum/paraaf: NV 04-02-2020 Goedgekeurd door: Martin Waaijenberg Datum/paraaf:
MW 04-02-2020
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and ISO 45001:2018. 4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Uitgevoerde werkzaamheden en beschikbare gegevens
2
2.1
Algemeen
2
2.2
Kwaliteitsborging
2
2.3
Saneringsplan
2
3
Resultaten
4
3.1
Algemeen
4
3.2
Resultaten Grondwater
5
4
Interpretatie
11
5
Conclusie en aanbeveling
12
Bijlagen Bijlage 1:
Regionale ligging
Bijlage 2:
Besluit instemming saneringsplan
Bijlage 3: Situatietekening peilbuizen en resultaten Vanadium en Wolfraam Bijlage 4:
Colofon veldwerk
Bijlage 5:
Analysecertificaten
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
ii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde grondwatermonitoring ter plaatse van de voormalige stortplaats aan de IJsseldijk te Westervoort inclusief de monstername van het oppervlaktewater van de insteekhaven. Aanleiding tot de grondwatermonitoring zijn de voorschriften uit het saneringsplan opgesteld door Arcadis met rapportnummer B02033.000294.0200 van 21 juli 2014 inclusief de aanvulling van 30 augustus 2014 en het besluit van 7 januari 2015 met zaaknummer 2014-011883. In 2014 tot en met 2018 zijn jaarlijks de monitoringen in het kader van het saneringsplan uitgevoerd. In november 2019 is de reguliere zesde monitoringsronde conform het saneringsplan uitgevoerd. Uit de resultaten van de voorgaande monitoringen blijkt dat het grondwater rondom de stortplaats IJsseldijk vooral verontreinigd is met de zware metalen Vanadium (V) en Wolfraam (W). Deze verontreiniging stroomt via het 1e watervoerend pakket in de richting van de insteekhaven en de IJssel. De doelstelling van de onderhavige monitoringronde is om vast te stellen of de milieuhygiënische situatie is gewijzigd ten opzichte van de eerdere monitoringen en of voldaan wordt aan de saneringsdoelstelling waarbij vastgesteld kan worden dat overgegaan kan worden op de nazorg. Naast de reguliere monitoring conform het saneringsplan is het oppervlaktewater in de insteekhaven bemonsterd en geanalyseerd.
Het bemonsteren van het oppervlaktewater van de insteekhaven vloeit voort uit de aanbeveling opgenomen in de monitoringsrapportage monitoringsronde 2018. De analyseresultaten van deze bemonstering kunnen worden gebruikt bij de onderbouwing van een eventuele nieuwe signaal- en actiewaarde. De regionale ligging is opgenomen als bijlage 1. Conclusie en aanbeveling op basis van uitgevoerde monitoringen Geconcludeerd wordt dat het sinds 2017 nog om één monitoringsfilter gaat waar de signaalwaarde wordt overschreden. Het betreft het monitoringsfilter (2000 (14-15 m-mv)) welke stroomafwaarts van het stort direct nabij de insteekhaven staat. Op basis van deze overschrijding kan conform het saneringsplan nog niet overgegaan worden op de nazorg. De vastgestelde signaalwaarden zijn, in relatie tot de al jaren waargenomen concentraties voorafgaand aan het opstellen van het saneringsplan, in het saneringsplan onvoldoende realistisch bepaald. Het was logischer geweest een signaalwaarde te benoemen die op het moment van vaststellen van het saneringsplan niet reeds werd overschreden. In dat geval zou de monitoring in 2019 in ieder geval onder de signaalwaarde hebben gelegen, aangezien deze ronde de laagste concentratie sinds de start van de monitoring wordt gemeten. Aanbevolen wordt om de signaal- en actiewaarden uit het saneringsplan te heroverwegen en aanpassen.
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
1
Projectgerelateerd
2
Uitgevoerde werkzaamheden en beschikbare gegevens
2.1
Algemeen
In de periode 2014 tot en met 2019 zijn door Poelsema Veldwerkbureau de monitoringen van het grondwater en tijdens een aantal ronden eveneens de oppervlaktewaterbemonstering van de insteekhaven uitgevoerd. In onderhavige rapportage zijn, naast de resultaten van december 2019 ook de resultaten van de eerdere bemonsteringen opgenomen.
2.2
Kwaliteitsborging
Kwaliteit en verantwoording Poelsema Veldwerkbureau is erkend voor de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek), protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 en tevens erkend voor de BRL SIKB 6000 (Milieukundige begeleiding en evaluatie van bodemsaneringen), protocollen 6001, 6002, en 6003 en lid van de VKB (Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek). Grondwaterbemonstering De grondwaterbemonstering is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door de heer D. Boeve, werkzaam bij Poelsema Veldwerkbureau, conform de BRL SIKB 6001 (Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden). De heer Boeve is geregistreerd en Poelsema Veldwerk Bureau is erkend door Bodemplus (http://www.rwsleefomgeving.nl/organisatie/bodemplus) voor de uitvoering van deze werkzaamheden. De verklaringen zijn opgenomen in bijlage 4. Oppervlaktewaterbemonstering De oppervlaktewaterbemonstering is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door een voor VKBprotocol 2002 gecertificeerde milieukundige heer D. Boeve. De uitgevoerde werkzaamheden in het kader van de oppervlaktewaterbemonstering vallen niet onder de BRL SIKB 2000 (Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek).
Voor de uitvoering van de werkzaamheden is wel de werkwijze gevolgd zoals die is beschreven in hoofdstukken 5 (beschrijving van de apparatuur / benodigde hulpmiddelen), 7 (werkwijze verpakken en conserveren van grondwatermonsters in het veld), hoofdstuk 8 (werkwijze monsterneming grondwater), hoofdstuk 9 (werkwijze bepaling elektrisch geleidingsvermogen en zuurgraad in grond- en oppervlaktewater) en hoofdstuk 10 (werkwijze veldfiltratie) van de BRL SIKB 2000 (protocol 2002). De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door AL-West BV die geaccrediteerd is conform de ISO/IEC 17025 én Kwalibo erkend is voor de AS3000 Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. Royal HaskoningDHV treedt op als onafhankelijk adviesbureau ten opzichte van de opdrachtgever en heeft geen belangen, in welke zin dan ook, ten aanzien van het onderzochte terrein.
2.3
Saneringsplan
Aanleiding tot de grondwatermonitoring zijn de voorschriften uit het saneringsplan opgesteld door Arcadis met rapportnr. B02033.000294.0200 van 21 juli 2014 met de aanvulling van 30 augustus 2014 en de beschikking van 16 september 2014 met zaaknummer 2014-011883. In bijlage 2 is de beschikking op het saneringsplan opgenomen. In navolgende tabel 1 zijn de signaal- en actiewaarden uit het saneringsplan overgenomen. 4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
2
Projectgerelateerd
Tabel 1: Signaal- en actiewaarden (in µg/l) Signaalwaarde Vanadium
Signaalwaarde Actiewaarde* Actiewaarde* Wolfraam Vanadium Wolfraam
Uitstroming naar insteekhaven van Putman (= ring 2) PB 2000 (9-10 en 19-20 m-mv)
70
16.000
70
16.000
Rand van de stortplaats (= ring 1) PB 205 (10-11 en 18,75-19,75 m-mv)
140
32.000
-
-
Rest van de monitoringsfilters
70
1.000
-
-
Toelichting tabel - geen actiewaarde * De actiewaarde geldt voor het gemiddelde van de concentraties berekend uit de 2 filters zoals vermeld bij peilbuis 205.
Als actie bij verspreiding in het grondwater staat in het saneringsplan beschreven dat bij overschrijding van de interventiewaarde (Vanadium (70 µg/l) en Wolfraam (1.000 µg/l)) het monitoringnetwerk wordt uitgebreid. Als criterium voor de overstap naar de nazorgfase geldt dat er in de laatste twee monitoringsronden geen overschrijding plaats heeft gevonden van de signaal- en actiewaarden en de verwachting is dat op basis van de tot dan toe uitgevoerde monitoring de signaalwaarden ook later niet worden overschreden.
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
3
Projectgerelateerd
3
Resultaten
3.1
Algemeen
Naar aanleiding van de aanbevelingen op basis van de resultaten uit 2015 en 2016 heeft in 2017 een uitbreiding van het monitoringsnetwerk plaats gevonden. In oktober respectievelijk november 2017 zijn de monitoringsfilters 2002 (7,9-8,9, 13,8-14,8 en 20,6-21,6), 2003 (7,9-8,9, 13,3-14,3 en 21,5-22,5) en 2004 (6,6-7,6, 11,7-12,7 en 19,3-20,3) bijgeplaatst. De nieuw geplaatste filters van de peilbuizen 2002 en 2003 zijn in november 2017 bemonsterd en tijdens de daaropvolgende monitoringsronde wederom meegenomen. De filters van peilbuis 2004 zijn alleen tijdens de volledige reguliere monitoringsronde in december 2017 bemonsterd. Het grondwater is in deze monitoringsronden, conform de instemming op de wijziging van het saneringsplan door de provincie Gelderland van 21 januari 2016, enkel geanalyseerd op de parameters Vanadium en Wolfraam. De instemmingsbrief is opgenomen in bijlage 2. De locaties van de monitoringsfilters zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 3. Op 29 november 2019 heeft de oppervlaktewaterbemonstering van de insteekhaven plaats gevonden. Op drie verschillende plekken en meerdere verschillende dieptes is, gelijk aan de monitoring van 2013, 2014 en 2015, in de insteekhaven watermonsters samengesteld. Deze watermonsters zijn geanalyseerd op Vanadium (V) en Wolfraam (W).
In onderstaand figuur 1 zijn de monsternamelocaties van het oppervlaktewater weergegeven. Figuur 1. Locatie oppervlaktewatermonstername
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
4
Projectgerelateerd
3.2
Resultaten Grondwater
Veldwerk- en analyseresultaten De analysecertificaten van de geanalyseerde grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5. Grondwater De analyseresultaten voor Vanadium en Wolfraam zijn getoetst aan de signaal- en actiewaarden zoals opgenomen in het saneringsplan. In tabel 2 zijn de resultaten voor Vanadium en Wolfraam weergegeven. In bijlage 3 zijn de resultaten op twee tekeningen weergegeven, op de eerste tekening in meters -mv en op de tweede tekening in meters t.o.v. NAP. Tabel 2: Grondwatergegevens en toetsingsresultaten grondwater Vanadium en Wolfraam (in µg/l) Peilbuis met filterdiepte (m -mv) 2000 (3-5)
Datum
GWS (m -bkpb.)
Concentraties Vanadium
Concentraties Wolfraam
Overschrijding signaalwaarde
Overschrijding actiewaarde
20-07-2012
-
<2,0
160
Nee
-
30-10-2014
5,18
<2,0
<1,0
Nee
-
26-10-2015
Geen water
15-02-2016
2,96
<2,0
<1,0
Nee
-
22-11-2016
5,24
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
4,45
<2,0
<1,0
Nee
-
-
05-12-2018
2000 (9-10)
2000 (14-15)
2000 (19,3-20,3)
4 februari 2020
Geen water
26-11-2019
5,39
<2,0
<1,0
Nee
20-07-2012
-
13
620
Nee
30-10-2014
5,16
30
<1,0
Nee
26-10-2015
6,40
36
<1,0
Nee
15-02-2016
2,94
2,9
<1,0
Nee
22-11-2016
5,18
18
1,2
Nee
05-12-2017
4,48
32
<1,0
Nee
05-12-2018
6,96
22
1,3
Nee
26-11-2019
5,40
28
1,1
Nee
20-07-2012
-
81
510
Ja (V)
30-10-2014
5,18
92
380
Ja (V)
26-10-2015
6,38
110
1.000
Ja (V)
06-11-20151)
6,38
110
1.100
Ja (V)
15-02-2016
2,93
87
1.300
Ja (V)
22-11-2016
5,16
100
1.500
Ja (V)
05-12-2017
4,45
87
1.900
Ja (V)
-
05-12-2018
6,94
86
2.000
Ja (V)
-
26-11-2019
5,36
77
1.900
Ja (V)
15-02-2016
2,36
11
<1,0
Nee
-
22-11-2016
5,16
13
1,8
Nee
-
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
2012: Nee 2014: Nee 2015: Ja (V) 2016: Nee 2017: Nee 2018: Nee 2019: Nee
5
Projectgerelateerd
Peilbuis met filterdiepte (m -mv)
2001 (12,5-13,5)
Datum
GWS (m -bkpb.)
Concentraties Vanadium
Concentraties Wolfraam
Overschrijding signaalwaarde
Overschrijding actiewaarde
05-12-2017
4,50
12
<1,0
Nee
-
05-12-2018
6,32
14
8,8
Nee
-
26-11-2019
5,40
13
1,3
Nee
-
20-07-2012
-
66
850
Nee
-
30-10-2014
2,58
43
<1,0
Nee
-
3,58
24
<1,0
Nee
-
2,65
21
<1,0
Nee
-
2.62
19
<1,0
Nee
-
05-12-2017
1,95
36
7)
<1,0
Nee
-
06-12-2018
4,05
13
<1,0
Nee
-
26-11-2019
2,68
11
<1,0
Nee
-
20-07-2012
-
43
60
Nee
-
30-10-2014
2,56
51
<1,0
Nee
-
26-10-2015
3.58
35
<1,0
Nee
-
22-11-2016
2,63
35
<1,0
Nee
-
05-12-2017
1,93
16
7)
1,1
Nee
-
06-12-2018
4,08
34
<1,0
Nee
-
26-11-2019
2,75
35
<1,0
Nee
-
20-07-2012
-
<2,0
<50
Nee
-
30-10-2014
2,51
<2,0
<1,0
Nee
-
2,51
<2,0
<1,0
Nee
-
2,57
<2,0
<1,0
Nee
-
25-01-2017
2.68
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
1,88
<2,0
<1,0
Nee
-
06-12-2018
4,03
<2,0
<1,0
Nee
-
26-11-2019
2,72
3,3
<1,0
Nee
-
27-10-2017
4,62
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
2,82
<2,0
<1,0
Nee
-
06-12-2018
5,83
<2,0
<1,0
Nee
-
26-11-2019
4,55
<2,0
<1,0
Nee
-
27-10-2017
4,63
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
2,82
<2,0
<1,0
Nee
-
06-12-2018
5,84
2,5
<1,0
Nee
-
26-11-2019
5,58
2,2
<1,0
Nee
-
27-10-2017
4,63
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
2,82
<2,0
<1,0
Nee
-
06-12-2018
5,83
<2,0
<1,0
Nee
-
26-11-2019
-?
<2,0
<1,0
Nee
-
27-10-2017
5,25
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
4,12
<2,0
<1,0
Nee
-
26-10-2015 22-11-2016
4)
25-01-2017
2001 (15-16)
2001 (19-20)
26-10-2015 22-11-2016
2002 (7,9-8,9)
2002 (13,8-14,8)
2002 (20,6-21,6)
2003 (7,9-8,9)
4 februari 2020
4)
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
6
Projectgerelateerd
Peilbuis met filterdiepte (m -mv)
2003 (13,8-14,8)
2003 (20,6-21,6)
16 (10-12)
16 (18,5-20,5)
202 (3-4)
203 (5-6)
205 (4,5-5,5)
4 februari 2020
Datum
GWS (m -bkpb.)
Concentraties Vanadium
Concentraties Wolfraam
Overschrijding signaalwaarde
Overschrijding actiewaarde
06-12-2018
6,58
<2,0
<1,0
Nee
-
26-11-2019
4,76
<2,0
<1,0
Nee
-
27-10-2017
5,68
27
<1,0
Nee
-
05-12-2017
4,09
27
<1,0
Nee
-
06-12-2018
6,54
16
<1,0
Nee
-
26-11-2019
5,05
12
<1,0
Nee
-
27-10-2017
5,74
<2,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
4,13
<2,0
<1,0
Nee
-
06-12-2018
6,52
<2,0
<1,0
Nee
-
26-11-2019
5,05
<2,0
<1,0
Nee
-
04-04-2016
1,25
5,9
<1,0
Nee
-
22-11-2016
1,60
6,0
<1,0
Nee
-
05-12-2017
1,80
4,5
<1,0
Nee
-
06-12-2018
3,52
3,8
<1,0
Nee
-
27-11-2019
2,32
3,7
<1,0
Nee
--
04-04-2016
1,24
24
<1,0
Nee
-
22-11-2016
1,60
72
<1,0
Ja (V)
-
05-12-2017
1,81
49
1,1
Nee
-
06-12-2018
3,55
40
<1,0
Nee
-
27-11-2019
2,31
40
<1,0
Nee
-
20-07-2012
1,91
22
490
Nee
-
30-10-2014
2,17
12
63
Nee
-
19-11-2015
2,77
<2,0
23
Nee
-
22-11-2016
2,21
<2,0
21
Nee
-
07-12-2017
1,38
<2,0
19
Nee
-
04-12-2018
-
<2,0
21
Nee
-
27-11-2019
-
<2,0
19
Nee
-
20-07-2012
2,15
3,7
2.530
Ja (W)
-
30-10-2014
2,12
2,4
1.100
Ja (W)
-
19-11-2015
2,48
3,6
1.700
Ja (W)
-
22-11-2016
-
<2,0
550
Nee
-
05-12-2017
1,72
<2,0
540
Nee
-
04-12-2018
-
<2,0
370
Nee
-
04-12-2019
-
<2,0
490
Nee
-
20-07-2012
1,25
<2,0
560
Nee
-
30-10-2014
1,32
15
270
Nee
-
26-10-2015
2,24
2,2
170
Nee
-
22-11-2016
2,44
5,0
4,8
Nee
-
05-12-2017
0,36
8
4
Nee
-
06-12-2018
4,08
<d
9,7
Nee
-
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
7
Projectgerelateerd
Peilbuis met filterdiepte (m -mv)
205 (10-11)
Datum
GWS (m -bkpb.)
Concentraties Vanadium
Concentraties Wolfraam
Overschrijding signaalwaarde
Overschrijding actiewaarde
27-11-2019
2,90
6,7
170
Nee
-
20-07-2012
1,29
30
810
Nee
30-10-2014
1,68
21
340
Nee
26-10-2015
2,70
8,3
140
Nee
1,72
7,3
23
Nee
0,34
15
660
Nee
06-12-2018
4,16
30
1.900
Nee
27-11-2019
2,77
8,7
490
Nee
20-07-2012
1,13
22
1.130
Nee
30-10-2014
1,65
15
300
Nee
26-10-2015
2,68
8,2
200
Nee
1,74
18
530
Nee
0,30
3
94
Nee
06-12-2018
4,20
<20
120
Nee
27-11-2019
2,88
5,5
63
Nee
20-07-2012
-
25
3.640
Ja (W)
-
15-02-2016
0,35
<2,0
3,8
Nee
-
04-04-2016
1,29
<2,0
9,1
Nee
-
22-11-2016
2,23
16
920
Nee
-
2,02
6,3
190
Nee
-
0,20
7,4
700
Nee
-
04-12-2018
3,04
5,3
600
Nee
-
27-11-2019
-
4,8
630
Nee
-
-
85
1.110
Ja (W)
-
22-11-2016 05-12-2017
205 (18,75-19,75)
5)
22-11-2016 05-12-2017
301 (12-13)
5)
05-12-2017 08-01-2018
301 (18-20)
20-07-2012 15-02-2016
303 (9,5-10,5)
6)
3)
-
-
-
-
-
22-11-2016
2,23
14
1.100
Ja (W)
-
05-12-2017
1,96
4,3
2,5
Nee
-
08-01-20186)
0,17
6,2
140
Nee
-
04-12-2018
-
5,8
140
Nee
-
27-11-2019
2,43
4,9
120
Nee
-
20-07-2012
1,68
<2,0
420
Nee
-
30-10-2014
2,18
2,2
72
Nee
-
26-10-2015
3,00
2,1
78
Nee
-
19-11-20152)
2,79
2,3
53
Nee
-
22-11-2016
2,24
2,2
88
Nee
-
05-12-2017
1,70
<2,0
64
Nee
-
04-12-2018
303 (13-15)
4 februari 2020
2012: Nee 2014: Nee 2015: Nee 2016: Nee 2017: Nee 2018: Nee 2019: Nee
Peilbuis niet bemonsterbaar
27-11-2019
2,32
<2,0
5,7
Nee
-
20-07-2012
1,87
14
770
Nee
-
30-10-2014
2,18
7,5
200
Nee
-
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
8
Projectgerelateerd
Peilbuis met filterdiepte (m -mv)
Datum
GWS (m -bkpb.)
Concentraties Vanadium
Concentraties Wolfraam
Overschrijding signaalwaarde
Overschrijding actiewaarde
2,92
27
380
Nee
-
3,13
8,3
230
Nee
-
22-11-2016
2,21
17
290
Nee
-
05-12-2017
1,70
7,1
210
Nee
-
04-12-2018
3,62
8,5
200
Nee
-
27-11-2019
2,29
8,5
230
Nee
-
20-07-2012
1,89
12
860
Nee
-
30-10-2014
2,19
11
210
Nee
-
26-10-2015
2.98
77
430
Ja (V)
-
15-02-2016
1,10
86
250
Ja (V)
-
22-11-2016
2,21
85
460
Ja (V)
-
1,69
8,0
240
Nee
-
0,78
8,7
220
Nee
-
04-12-2018
3,62
9,7
240
Nee
-
27-11-2019
2,28
14
330
Nee
-
15-02-2016
1,50
<2,0
<1,0
Nee
-
22-11-2016
2,48
<2,0
11
Nee
-
05-12-2017
1,91
<2,0
1,4
Nee
-
04-12-2018
3,63
<2,0
<1,0
Nee
-
04-12-2019
2,30
<2,0
<1,0
Nee
-
26-10-2015 06-11-2015
303 (18-20)
2)
05-12-2017 08-01-2018
400 (7,4-8,4)
6)
Toelichting tabel -: geen actiewaarde gedefinieerd V: Vanadium W: Wolfraam 1) Herbemonstering ter controle overschrijding actiewaarde. 2) Herbemonstering ter controle filtercodering. 3) Filters niet te bemonsteren vanwege knik in buis. 4) Monsters 2001 (12,5-13,5 en 19-20) blijken mede op basis van herbemonstering verwisseld te zijn. Analyseresultaat in tabel bij goede filter gezet. 5) bij peilbuis 205 (10-11 en 18,75-19,75) is mogelijk sprake van een verwisseling van de monsters. Een herbemonstering heeft door de hoge waterstand van de IJssel waardoor de peilbuis onderwater is komen te staan niet plaats kunnen vinden. 6) Herbemonstering ter controle sterke daling van Vanadium. 7) Op basis van meetreeks lijkt er sprake van verwisseling van deze monsters
Resultaten oppervlaktewater De analyseresultaten van het oppervlaktewater getoetst aan de achtergrondconcentraties zoals deze door Rijkswaterstaat zijn vastgesteld (Ref. bijlage 3 van de saneringsafweging, Arcadis 23 oktober 2013). De achtergrondconcentratie voor Vanadium bedraagt circa 2,4 μg/l en voor Wolfraam circa 0,13 μg/l. In tabel 3 zijn de geanalyseerde parameters Vanadium en Wolfraam weergegeven van de oppervlaktewaterbemonstering. Tevens is in deze tabel de monsternamediepte in m+NAP weergegeven. In deze tabel zijn tevens de waardes uit 2013, 2014 en 2015 opgenomen.
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
9
Projectgerelateerd
Tabel 3: Oppervlaktewatergegevens (in g/l) Locatie
W001
Diepte (m onder grondwaterspiegel, tussen haakjes in meter t.o.v. NAP* ) 2013
2014
2015
2019
1 (+7,82)
1 (+7,11)
1 (+5.435)
(+5.435)
3 (+5,82)
3 (+5,11)
3 (+3.435)
4 (+4,82)
5 (+3,11)
4 (+2.435)
Vanadium 2013 2014 2015
2019
2013
2014
2015
2019
3
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
(+3.435)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
(+2.435)
3
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
6 (+2,11) W002
<2,0
<1,0
1 (+7,82)
1 (+7,11)
1 (+5.435)
(+5.435)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
3 (+5,82)
3 (+5,11)
3 (+3.435)
(+3.435)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
5 (+3,82)
5 (+3,11)
5 (+1.435)
(+1.435)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
7 (+1,82)
7 (+1,11)
7 (-0.565)
(-0.565)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
9 (-0,18)
9 (-0,89)
9 (-2.565)
(-2.565)
3
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
11 (-2,18) 11 (-2,89) 10,5 (-3.935)
(-3.935)
3
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
4
<2,0
<1,0
<1,0
12 (-3,18) 12 (-3,89) W003
Wolfraam
1 (+7,82)
1 (+7,11)
1 (+5.435)
(+5.435)
3
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
3 (+5,82)
3 (+5,11)
3 (+3.435)
(+3.435)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
4 (+4,82)
5 (+3,11)
4,1 (+2.335)
(+2.335)
2
<2,0
<2,0
<2,0
<1,0
<1,0
<1,0
<1,0
5 (+3,82)
6 (+2,11)
2
<2,0
<1,0
<1,0
Achtergrondwaarde**
2,4
0,13
* Het peil in de IJssel bedroeg op 15 december 2014 bedroeg ca. 8,11 m +NAP, 16 november 2015 ca. 6,435 m +NAP en 29 november 2019 ca 6,30 m +NAP. ** Opgave Rijkswaterstaat (Informatie: bijlage 3 van de saneringsafweging, Arcadis d.d. 23 oktober 2013).
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
10
Projectgerelateerd
4
Interpretatie
Vanadium Grondwater In monitoringsfilter 2000 (14-15) wordt de signaalwaarde van Vanadium (70 µg/l) overschreden. Dit was tijdens de voorgaande monitoringsronden vanaf 2012 (plaatsingsdatum) ook reeds het geval. De waarde aan Vanadium lijkt ook vrij stabiel of zelfs licht dalend vanaf 2016. De actiewaarde (betreft het gemiddelde van de filters 9-10 en 14-15) wordt op deze locatie tijdens de bemonsteringen in 2019 niet overschreden. In 2017 zijn ten noorden en noordoosten van peilbuis 2000, in de uiterwaarden, de peilbuizen (2002, 2003 en 2004) geplaatst met meerdere filters. Deze filters zijn behoudens de filters van 2004 deze monitoringsronde ook bemonsterd. In deze filters worden, behoudens 2002 (13,3-14,3) en 2003 (13,3-14,3) waar een licht verhoogde concentratie aan Vanadium wordt gemeten, geen verhoogde waarden t.o.v. de detectielimiet waargenomen. Hiermee is vastgesteld dat de verontreiniging zich niet verder in noordelijke richting naar de IJssel verspreidt dan wel onder de IJssel door verspreidt. De diepe filters van de peilbuizen bevinden zich allen op de kleilaag welke de scheiding is tussen het 1e en 2e watervoerende pakket. De verontreiniging lijkt zich op basis van deze en de eerdere waarnemingen uitsluitend richting de haven te verspreiden en wordt daarmee volledig afgevangen.
De waargenomen afname in concentratie in monitoringsfilter 303 (18-20) tijdens de bemonsteringen van 2017 en 2018 wordt tijdens onderhavige monitoring wederom bevestigd. De gemeten waarde is iets hoger tijdens onderhavige monitoring dan in 2017 en 2018 maar wel vergelijk te noemen. De waargenomen stijging met Vanadium in 2017 in het monitoringsfilter 205 (10-11) wordt tijdens onderhavige monitoring niet meer waargenomen. De concentratie is weer aanzienlijk gedaald. In alle overige peilbuizen worden vergelijkbare waarden aan Vanadium gemeten als de voorgaande monitoringsronde. Oppervlaktewater In het oppervlaktewater worden net als in 2014 en 2015 in geen van de monsters waardes boven de detectielimiet gemeten voor de parameter Vanadium. Wolfraam Grondwater De waargenomen afname in concentratie in monitoringsfilter 203 (5-6) tijdens de bemonstering van 2016, 2017 en 2018 wordt ook tijdens onderhavige monitoring wederom bevestigd. Bij het monitoringsfilter 205 werd in het filter van 10-11 m-mv in 2018 een stijging aan Wolfraam waargenomen. Tijdens onderhavig monitoring zijn de waarden weer gedaald. In het monitoringsfilter 2000 (14-15) vond sinds 2014 tot 2018 een constante stijging van de concentratie aan Wolfraam plaats. Deze concentratie lijkt zich nu te stabiliseren. De gemeten concentratie is vergelijkbaar met 2017 en heel iets lager dan 2018.
In de overige peilbuizen worden voor de parameter Wolfraam geen noemenswaardige afwijkingen waargenomen en de signaal- of actiewaarden worden niet overschreden. Oppervlaktewater In het oppervlaktewater worden net als in 2014 en 2015 in geen van de monsters waardes boven de detectielimiet gemeten voor de parameter Wolfraam.
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
11
Projectgerelateerd
5
Conclusie en aanbeveling
Conclusie Geconcludeerd wordt dat alleen voor Vanadium in het monitoringsfilter 2000 (14-15) net als voorgaande jaren de signaalwaarde nog wordt overschreden. Al lijkt er sinds 2016 wel sprake van een lichte daling aan concentratie met Vanadium. Verder worden geen signaalwaarde overschrijdingen meer waargenomen in de monitoringsfilters. De signaalwaarde voor Wolfraam wordt in geen van de monitoringsfilters overschreden. Tijdens onderhavige bemonstering worden net als de monitoringsronde in 2016, 2017 en 2018 eveneens geen actiewaarden overschreden. Conform het saneringsplan dient de monitoring, door de concentratie aan Vanadium in het monitoringsfilter 2000 (14-15), voortgezet te worden en dient eind 2020 de volgende monitoringsronde te worden uitgevoerd. Uit de oppervlaktewaterbemonstering blijkt dat er geen waarneembare uitstroming van Vanadium en Wolfraam wordt gemeten in water van de insteekhaven. Aanbeveling overgaan op nazorg ondanks verhoogde waarden t.o.v. signaalwaarde Conform het saneringsplan dient de monitoring voor Vanadium en Wolfraam voortgezet te worden en kan nog niet overgegaan worden op de nazorg. Echter op basis van de verschillende monitoringsronden dient daarnaast wel geconcludeerd te worden dat op basis van het gestelde criterium in het saneringsplan, de vastgestelde signaalwaarden, mogelijk nooit overgegaan zou kunnen worden op de nazorg.
Citaat uit het saneringsplan: ‘Als criterium voor de overstap naar de nazorgfase geldt dat er in de laatste twee monitoringsronden geen overschrijding plaats heeft gevonden van de signaal- en actiewaarden en dat de verwachting is dat op basis van de tot dan toe uitgevoerde monitoring de signaalwaarden later niet wordt overschreden’. Dit gestelde criterium is gezien de door de jaren heen waargenomen concentratie in het grondwater (2000 (14-15)) niet haalbaar. De vastgestelde signaalwaarde voor Vanadium is in relatie tot de al jaren waargenomen concentraties niet geheel realistisch vastgesteld als signaalwaarde. Ook in de twee ronden voor vaststelling van het saneringsplan werd deze signaalwaarde in dit filter immers al overschreden. Mogelijk dat de licht dalende trend zich de komende jaren voortzet en uiteindelijk de waarden onder de signaalwaarden komen, maar het is daarbij ook niet geheel uit te sluiten dat de tot nu gemeten waarden in de jaren er na toch weer worden gemeten gezien de fluctuaties die ook in de diverse peilbuizen worden waargenomen. Verder zijn de concentraties in de verschillende monitoringsfilters relatief stabiel, er worden voornamelijk alleen fluctuaties in concentraties waargenomen maar geen daadwerkelijke toenames.
Ook in peilbuis 2000 (14-15) wordt zoals verwacht, zie voorgaande monitoringsrapportages, een stabilisering van de concentratie aan Wolfraam waargenomen. Aanbevolen wordt om de signaal- en actiewaarden uit het saneringsplan te herzien en voor te leggen aan het bevoegd gezag. heroverwogen en aangepast kunnen worden. Dit kan door middel van het indienen van een wijziging saneringsplan.
4 februari 2020
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
12
Projectgerelateerd
Bijlage 1:
4 februari 2020
Regionale ligging
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
13
1
2
3
4 A
B
C
D
Ligging onderzoekslocatie
E 2
0
Eerste uitgave
M. Bolks
M. Waaijenberg
M. Waaijenberg
16-12-2014
revisie
omschrijving
getekend
gecontroleerd
akkoord
datum
opdrachtgever
project
Provincie Gelderland
Onderzoek vml. stortplaats IJsseldijk te Westervoort
omschrijving
Regionale ligging documentstatus HaskoningDHV Nederland B.V. Planning & Strategy
formaat
A4
schaal
1:25000
fase
Monitoring
bladnr.
van
1
1
Definitief
documentversie
1.0
projectnummer / tekeningnummer
BD3444-101-101 / 01
Filename : C:\Maurice\Westervoort\bijlage 1\Bijlage 1.dwg
1
F
Projectgerelateerd
Bijlage 2:
4 februari 2020
Besluit instemming saneringsplan
RAPPORTAGE RESULTATEN 2019
T&PBD3444R007F01
14
BESLUIT VASTSTELLING SANERINGSPLAN VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 7 januari 2015 Onderwerp : Wet bodembescherming - zaaknummer 2014-011883 Locatie van verontreiniging : Stortplaats IJsseldijk Plaats : Westervoort Gemeente : Westervoort Nummer van verontreiniging : GE022600037
Documentnummers ter inzage 01949434 01949458 01950147 01955184 01982826 01994238 01994409
1 Globis
Vaststelling In het kader van artikel 48 van de Wet bodembescherming is in opdracht van Gedeputeerde Staten van Gelderland een saneringsplan opgesteld met betrekking tot het voornemen tot verminderen, verplaatsen of saneren van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het gaat om de bodemverontreiniging, gelegen op de locatie Stortplaats IJsseldijk in Westervoort. Bij dit besluit hoort het "Besluit vaststelling ernst en urgentie". In dit besluit van 24 februari 1999 staat dat het gaat om een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de sanering urgent is. Besluit vaststelling saneringsplan Wij stellen het saneringsplan vast. Er is sprake van een voormalige stortplaats, die voorzien is van een bovenafdichting en afdeklaag, welke zijn aangelegd in het kader van de Afvalstoffenwet en door het bevoegd gezag akkoord zijn bevonden middels een brief van 25 mei 1993 (afronding toezicht afwerking stortplaats). Bij de huidige inrichting en het huidige gebruik voldoen de destijds aangebrachte voorzieningen. De Afvalstoffenwet bestaat niet meer en de verdere aanpak van deze locatie zal plaatsvinden met de Wet bodembescherming als kader. Eventuele wijzigingen in gebruik kunnen aanvullende sanering(en) in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk maken.
Het ingediende saneringsplan heeft alleen betrekking op de aanpak van het grondwater met daarin de aanwezige verontreinigingen die afkomstig zijn uit de stortplaats en de grondwaterverontreiniging met vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) afkomstig van de zuidoostzijde van de stortplaats. Voor de ondergrond is sprake van een kosteneffectieve sanering. Ondanks de reeds eerder uitgevoerde saneringsmaatregelen wordt voor het grondwater geen stabiele eindsituatie bereikt. Na de sanering is sprake van een restverontreiniging in de grond en het grondwater die geen risico’s met zich meebrengt voor het huidige gebruik. De (sterke) verontreiniging in het grondwater neemt mogelijk wel toe in omvang en kan zich verder verspreiden (niet stabiele situatie). Als nazorg is monitoring nodig om de verspreiding op langere termijn te kunnen volgen. Het nazorgplan moet gelijktijdig met het evaluatierapport worden ingediend. De achterblijvende verontreiniging leidt op de locatie en bij verdere groei en verplaatsing echter niet tot risico's. In het huidige en toekomstige verspreidingsgebied gelden wel overige meldingsverplichtingen. Besluitvormingsprocedure Voor het vaststellen van dit besluit volgen wij op grond van de provinciale milieuverordening de procedure van hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Dit betekent dat het besluit pas genomen wordt nadat het ontwerp ter inzage is gelegd en belanghebbenden de gelegenheid hebben gehad hun mening te geven over ons voorstel. Zienswijzen Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen. Er zijn drie zienswijzen binnengekomen, waarop wij hieronder puntsgewijs onze reactie geven.
zaaknummer 2014-011883
2
Zienswijze Putman 1. Het criterium van 2 jaar voor de start van de nazorg is te kort, hiervoor dient een langere periode te worden genomen. De verontreiniging in de stort is al ruim 20 jaar aanwezig en sinds 1993 worden al gegevens verzameld. Daarnaast zijn in de afgelopen periode waarin de saneringsafweging en het saneringsplan zijn opgesteld veel aanvullende gegevens verzameld door middel van bemonsteringen, berekeningen en modellering van gegevens. Op basis van al deze gegevens is het de verwachting dat de verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot risico’s. De eventuele risico’s bestaan uit het overschrijden van de door Rijkswaterstaat gestelde waarden voor Wolfraam en Vanadium in het oppervlaktewater. Het criterium van 2 jaar is de minimale periode voordat overgegaan kan worden op de nazorgfase. De in het saneringsplan uitgewerkte maatregelen bieden voldoende informatie om een controle te doen op de verwachting dat de signaal- en actiewaarden tijdens de sanering en in de toekomst niet worden overschreden. Indien tijdens de komende monitoringsronden de signaal- en actiewaarden niet worden overschreden en op basis van alle monitoringsgegevens ook een toekomstige overschrijding niet verwacht wordt, kan worden overgegaan op de nazorgfase.
Hierbij wordt opgemerkt dat in de nazorgfase niet wordt verwacht dat er nog actieve maatregelen nodig zijn, maar ter controle nog wel monitoring plaatsvindt. 2. Verzocht wordt om de in het besluit opgenomen meldingsverplichting voor werkzaamheden in grond en grondwater meer concreet te omschrijven. De in het besluit omschreven ‘overige meldingsverplichting(en)’ zijn slechts opgenomen om betrokkenen te wijzen op verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de Wet bodembescherming. Wij merken uitdrukkelijk op dat het geen verplichtingen betreft die door ons bij het onderhavige besluit worden opgelegd. Niettemin hebben wij getracht om deze uit de wet voortvloeiende verplichtingen ter verduidelijking nader te concretiseren. Ten behoeve hiervan hebben wij de tekst in het besluit hierop aangepast. Deze aanpassingen betreffen het aangeven van de contour van de vastgestelde bodemverontreiniging. Hiervoor wordt de grens van de (voormalige) stort aangehouden tot en met de ringsloot.Ter verduidelijking wordt verwezen naar de als bijlage bij het besluit gevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grond’. Voor wat betreft de wettelijke meldingsplicht ten aanzien van het grondwater geldt dat hiervoor gedurende de lopende sanering de huidige verontreinigingscontour wordt aangehouden.
Ter verduidelijking wordt verwezen naar de als bijlage bij het besluit gevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grondwater’. Na afronding van de sanering wordt een nieuwe contour ingetekend van de restverontreiniging in het grondwater. Na afronding van de sanering geldt dan deze nieuwe contour ten aanzien van de wettelijke meldingsplicht grondwater. 3. Gevraagd wordt wat de aangenomen signaal- en actiewaarden zijn voor het slib van de binnenhaven wanneer verontreinigingen daarin uitstromen, welke verwerking en/of stortmogelijkheden er zijn voor dit (toekomstig te baggeren) slib en wie de kosten daarvan draagt. Door de saneerder zijn geen signaal- en actiewaarden voor het slib aangenomen. De verwerkings- en/of stortmogelijkheden van eventueel toekomstig te baggeren slib vormen geen onderdeel van de uitgewerkte saneringsmaatregelen.
zaaknummer 2014-011883
3
Over het algemeen zal de initiatiefnemer hierover in overleg met de verantwoordelijke voor de sanering kostenafspraken maken. Zienswijze gemeente Westervoort 1. Onderzoek naar de huidige kwaliteit van de bovenafdichting ontbreekt. Dit geldt voor zowel de kwaliteit van de zand-bentoniet laag als ook voor de kwaliteit van de opgebrachte grond. Deze opmerking betreft zowel de afdichtende functie als de dikte en kwaliteit van de contactlaag. Het ingediende saneringsplan heeft betrekking op de aanpak van het grondwater. In het kader van dit saneringsplan is onderzoek naar de huidige kwaliteit van de bovenafdichting niet nodig en kan worden volstaan met het akkoord op de bovenafdichting van 25 mei 1993 (in het kader van de Afvalstoffenwet). In ons besluit wordt hier ook naar verwezen. Bij de huidige inrichting en het huidige gebruik voldoen de destijds aangebrachte voorzieningen. De afdichtende functie van de bovenafdichting wordt buiten het kader van dit saneringsplan gecontroleerd op functioneren. Indien gebreken worden geconstateerd worden herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Het gebied kan inderdaad alleen opengesteld worden indien de dikte en kwaliteit van de afdeklaag (contactlaag) voldoen aan de eisen voor het gewenste gebruik. Een dergelijk onderzoek valt buiten hetgeen nodig is voor het uitvoeren van het ingediende saneringsplan voor het grondwater. 2.
De contour van de stortplaats moet worden gelijkgesteld aan de contour zoals die is vastgesteld in de in 1986 verleende Afvalstoffenwetvergunning en het bestemmingsplan. De contour van het geval van ernstige bodemverontreiniging is gebaseerd op de daadwerkelijk als stortplaats gebruikte locatie met als begrenzing de ringsloot. Eventuele verontreinigingen in de bovengrond rondom de stort behoren niet tot het (eerder) vastgestelde geval van ernstige bodemverontreiniging. In het kader van dit besluit, betreffende het saneringsplan voor het door de stort verontreinigd grondwater, is er geen aanleiding tot aanpassing van de contour van de stortplaats. 3. De overige meldingsverplichtingen zijn onduidelijk. Zie onze reactie op de zienswijze van Putman, onder punt 2. Ten aanzien van de vraag over de kadastraal geregistreerde contour merken wij op dat deze tekst in het besluit is aangepast. De verontreiniging is inderdaad niet kadastraal geregistreerd. Kadastrale registratie is niet (meer) aan de orde bij grondwaterverontreiniging en vindt alleen plaats voor grondverontreiniging. Ten tijde van het besluit in 1999, waarin het geval van verontreiniging is vastgesteld, is het stortmateriaal niet als zodanig geregistreerd.
Niettemin is in het besluit wel vastgesteld dat het stortmateriaal en de aangetoonde verontreinigingen in het grondwater een geval van ernstige bodemverontreiniging vormen op grond van de Wet bodembescherming. Op grond van die wet is het verminderen of verplaatsen van bodemverontreiniging afkomstig van een geval van ernstige bodemverontreiniging meldingsplichtig.
zaaknummer 2014-011883
4
Met betrekking tot de opmerking over de formulering ‘op en nabij de bodemverontreiniging’ merken wij het volgende op. Een onttrekking kan tot gevolg hebben dat de grondwaterverontreiniging zich op ongewenste wijze verspreid. Voordat men in de buurt gaat onttrekken dient men te onderzoeken of deze onttrekking tot gevolg heeft dat ongewenste verspreiding optreedt. In die situatie moeten maatregelen worden getroffen om deze verspreiding te beperken. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de Wet bodembescherming en blijkt voldoende duidelijk uit de overig opgenomen tekst. Wij zien geen aanleiding om de tekst van het besluit aan te passen. 4. Wat is de relatie van het huidige saneringsplan tot een mogelijk toekomstig meer intensief gebruik van de voormalige stortplaats. Zoals hierboven al eerder vermeld heeft dit saneringsplan betrekking op de aanpak van de grondwaterverontreiniging binnen de huidige situatie en het huidige gebruik. Wijzigingen in het gebruik dienen op grond van ons besluit ernst en urgentie MW97.40901 van februari 1999) te worden gemeld. Om een ander gebruik mogelijk te maken dienen mogelijk aanvullende maatregelen te worden genomen. Uitgangspunt hierbij is dat de leeflaag moet voldoen aan de dikte en kwaliteit die het gewenste gebruik vereist. 5. Saneringsdoelstellingen voor vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) zijn onvoldoende.
De verontreiniging met VOCl in het grondwater valt binnen de contouren van de zich vanuit de stortplaats verspreidende verontreiniging met zware metalen. Als saneringsdoelstelling voor het geheel geldt dat sprake is van een niet stabiele situatie. De verontreiniging kan zich mogelijk nog verspreiden en er is nazorg nodig om de verspreiding op langere termijn te volgen. Hiervoor wordt na afronding van de saneringsfase een nazorgplan opgesteld. In het evaluatiebesluit met betrekking tot de verwijdering van de VOCl-spot (2008-005982 d.d. 28 januari 2009) is aangegeven dat na sanering de concentraties in het grondwater over het algemeen lager waren dan voor de deelsanering. In het evaluatieverslag (VOCl-spot) en het saneringsplan wordt genoemd dat voor de verontreiniging met VOCl (mogelijk) een stabiele eindsituatie wordt vastgesteld. Na sanering van de bronzone dient bij een grote grondwaterverontreiniging conform ons beleid als verificatie een viertal monitoringsronden te worden uitgevoerd. De eerste twee monitoringsronden zijn uitgevoerd in 2011 en 2012. Met het uitvoeren van nog twee monitoringsronden kan een stabiele eindsituatie voor de verontreiniging met VOCl worden aangetoond.
In dat geval is na de overgang van de passieve saneringsfase (monitoring) naar de nazorgfase (monitoring verspreiding op langere termijn) geen verdere monitoring van de verontreiniging met VOCl nodig. Kan een stabiele eindsituatie voor de VOCl-verontreiniging niet worden aangetoond dan dient de VOCl-verontreiniging te worden meegenomen in de monitoring tijdens de nazorgfase. Te zijner tijd zal de van toepassing zijnde conclusie met betrekking tot het al dan niet stabiel zijn van de VOCL-verontreiniging worden opgenomen in de eindevaluatie en moet het monitoringsplan voor de nazorgfase hierop worden aangepast. De saneringsdoelstelling voor VOCl is daarmee voldoende geborgd.
zaaknummer 2014-011883
5
6. Het meetnet moet worden uitgebreid met het bemonsteren van het oppervlaktewater in de binnenhaven. Voordat wordt overgegaan tot het bemonsteren van het oppervlaktewater, wordt eerst het grondwater bemonsterd. Pas bij overschrijding van de actiewaarden wordt ook het oppervlaktewater bemonsterd. In bijlage 3 van het saneringsplan is een afdoende onderbouwing gegeven voor de afleiding van de signaal- en actiewaarden. Deze signaal- en actiewaarden zijn gebaseerd op de daadwerkelijk in het grondwater en het oppervlaktewater aangetoonde concentraties. 7. Het saneringsplan moet worden aangevuld met terugvalscenario’s waarbij ingeval van te hoge actiewaarden het water wordt gezuiverd. Met het saneringsplan wordt ingezet op een situatie waarbij de verontreiniging met zware metalen zich wel verspreidt (richting IJssel), maar waarbij geen sprake is van bedreiging van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Met het uitgewerkte saneringsplan wordt daarin voorzien. Er wordt geborgd dat de kwaliteit van het oppervlaktewater blijft voldoen aan de daaraan gestelde eisen. Met de aangegeven terugvalscenario’s wordt (op een andere manier) hetzelfde bereikt. Voor de terugvalscenario’s geldt dat het (direct op de IJssel) te lozen water de kwaliteit van het oppervlaktewater niet bedreigt.
Het zuiveren van het grondwater is niet alleen niet nodig, het is vanuit financieel en milieutechnisch (negatief milieurendement) oogpunt ook niet kosteneffectief en verantwoord te noemen. 8. Er moet een nazorgplan worden opgesteld. Het nazorgplan moet (conform ons beleid) gelijktijdig met het evaluatierapport worden ingediend. Dit is ook toegevoegd aan de tekst van het besluit. 9. De opgerichte projectgroep moet worden gecontinueerd. Hierover gaat onze instemming op het saneringsplan niet. Buiten de wettelijke verplichtingen in het kader van de Wbb en ons besluit kunnen hierover afspraken worden gemaakt. Zienswijze H.M.R. Noor 1. Op basis van de morele plicht om de gevolgen van het illegaal storten van verontreinigd afval ongedaan te maken mag de provincie niet volstaan met alleen maar monitoren, maar moet worden gezorgd dat het vervuilde grondwater schoon wordt of op veilige wijze wordt afgevoerd. Overheidsorganen hebben richting maatschappij de morele plicht om (financiële) gemeenschapsmiddelen op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze in te zetten. Daarop is ook de huidige wet- en regelgeving, en de Wet bodembescherming in het bijzonder, gericht. Onder de huidige omstandigheden, waarbij humane risico’s zijn uitgesloten en verschillende saneringsvarianten zijn afgewogen, menen wij hieraan te voldoen met onderhavig saneringsplan.
Wij merken overigens op dat wij belanghebbenden in de gelegenheid hebben gesteld om hun zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren te brengen. Inspreker is woonachtig in Westervoort op een afstand van ongeveer 1,8 km stroomopwaarts van het geval van (grondwater)verontreiniging en derhalve buiten de invloedsfeer van de verontreiniging en sanering. Inspreker kan daarom niet als een belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht worden aangemerkt, omdat een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang ontbreekt.
zaaknummer 2014-011883
6
Motivering Op basis van de volgende rapporten nemen wij een besluit: Saneringsplan stortplaats IJsseldijk te Westervoort (GE022600037): Arcadis, 21 juli 2014, 077952595:A – Definitief. Saneringsafweging locatie IJsseldijk te Westervoort: Arcadis, 23 oktober 2013, 077357085:0.2 – Concept. Aanvulling op het saneringsplan stortplaats IJsseldijk te Westervoort (GE022600037): Arcadis, 30 augustus 2014, B02033.000294.0200. Beschrijving situatie Ter plaatse van de voormalige stortplaats IJsseldijk te Westervoort is een omvangrijke grondwaterverontreiniging aanwezig. Het grondwater is verontreinigd met zware metalen, waarbij arseen, vanadium en wolfraam maatgevend zijn. Daarnaast is er aan de zuidoostzijde van de stortplaats een verontreiniging met vluchtige organochloorverbindingen (VOCl) aanwezig. In de periode 2007-2011 is een aantal saneringen uitgevoerd die als doel hadden de verdere verspreiding van de verontreinigingen te beperken: In 2007 is een grond- en grondwatersanering uitgevoerd ter plaatse van de kern van de VOCl-verontreiniging. Tijdens de sanering bleek dat de grondverontreiniging tot op grotere diepte aanwezig is dan vooraf was verwacht. Hierdoor zijn restverontreinigingen in grond en grondwater achtergebleven groter dan de interventiewaarden.
De omvang van de nog aanwezige VOCl-verontreiniging is relatief klein ten opzichte van de verontreinigingen met zware metalen afkomstig uit de stortplaats. In 2010 is een pilot uitgevoerd om de haalbaarheid van de sanering van de verontreinigingen met vanadium en wolfraam te onderzoeken. Ondanks extra onderzoeken en aanpassingen aan de pilotzuivering (van het opgepompte grondwater) bleek de zuivering niet het gewenste resultaat op te leveren. Vervolgens is in 2013 een saneringsafweging uitgevoerd. In dit saneringsonderzoek zijn verschillende oplossingsrichtingen uitgewerkt en tegen elkaar afgewogen. Hieruit is de monitoringsvariant als beste oplossing naar voren gekomen omdat de geringe baten (geen tot enige vrachtverwijdering en/of reductie verspreiding) van de overige varianten niet in verhouding staan tot de aanzienlijke hogere lasten (hogere kosten en hogere belasting van de overige milieucompartimenten) van deze varianten in vergelijking tot de lasten voor de uitgewerkte monitoringsvariant. Met andere woorden er is onderzoek naar gedaan en dit is de beste manier om de veiligheid te garanderen. Anders saneren levert niets beters op. De in het saneringsplan uitgewerkte maatregelen voor de monitoring borgen dat er geen sprake is en zal zijn van risico’s.
De voorgestelde sanering bestaat uit de volgende maatregelen: het monitoren van het grondwater; het toetsen van de gemeten concentraties aan signaal- en actiewaarden; het indien nodig (bij overschrijding van de signaal- en/of actiewaarden) uitvoeren van aanvullende bemonsteringen van het oppervlaktewater van de insteekhaven en/of het aanpassen van het monitoringsnetwerk; het indien nodig uitwerken en uitvoeren van terugvalscenario’s voor de verschillende verontreinigingen. Hierbij kan gedacht worden aan het onttrekken van grondwater (zowel voor zware metalen als VOCl), het stimuleren van natuurlijke afbraak (VOCl), het verondiepen van de diepste delen van de insteekhaven met een weerstandbiedende laag en/of het verdiepen en verbreden van de van de verbinding naar de rivier (zware metalen).
zaaknummer 2014-011883
7
Deze terugvalscenario’s worden indien nodig uitgewerkt na (voortdurende) overschrijding van de vastgestelde waarden in het oppervlaktewater en/of het vaststellen van (andere) risico’s als gevolg van verspreiding. Na iedere jaarlijkse monitoringsronde vindt er een ijkmoment plaats. Als criterium voor de overstap naar de nazorgfase geldt dat er in de laatste twee monitoringsronden geen overschrijding heeft plaatsgevonden van de signaal- en actiewaarden en dat de verwachting is dat, op basis van de tot dan toe uitgevoerde monitoring, de signaalwaarden ook later niet worden overschreden. Voor de voormalige stortplaats IJsseldijk wordt een nazorgplan opgesteld. Na afloop van de sanering wordt de nog benodigde monitoring uitgewerkt en opgenomen in een nazorgplan. Het nazorgplan dient gelijktijdig met het evaluatierapport te worden ingediend. Gebruiksbeperkingen en/of zorg Na saneren zullen naar verwachting de volgende gebruiksbeperkingen gelden voor de locatie. Deze gebruiksbeperkingen zullen in het "Besluit instemming evaluatieverslag" worden vastgelegd. Omgaan met isolatie Het in stand houden van de aanwezige bovenafdichting en afdeklaag. Bij de huidige inrichting en het huidige gebruik voldoen de aangebrachte voorzieningen. Beschadigingen aan de bovenafdichting en deklaag moeten zo spoedig mogelijk worden hersteld.
Overige meldingsverplichting(en) Op de locatie is in de grond (stortmateriaal van) een voormalige stortplaats (voor 1 september 1996) aanwezig. Graven en andere werkzaamheden op of in het voormalig stortmateriaal en/of de verontreinigde bodem behoeven, gelet op het bepaalde in artikel 28 en/of 39 van de Wet bodembescherming, instemming van het bevoegd gezag. Voor de meldingsplicht wordt als contour de (voormalige) stort aangehouden tot en met de ringsloot. Deze contour is opgenomen op de als bijlage bij het besluit toegevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grond’. Op of nabij de bodemverontreiniging mag niet zonder meer grondwater onttrokken worden als dit meldingsplichtig is op basis van artikel 28, lid 3, van de Wet bodembescherming. Onttrekking nabij de bodemverontreiniging kan tot gevolg hebben dat de grondwaterverontreiniging zich op ongewenste wijze verspreidt. In die situatie moeten maatregelen worden getroffen om de verspreiding te beperken. Ter verduidelijking wordt verwezen naar de contour die is opgenomen op de als bijlage bij het besluit toegevoegde kaart ‘contour overige meldingsplicht grondwater’.
Grondslag Dit besluit is gebaseerd op de Wet bodembescherming (zie met name de artikelen 1, 28, 29, 37, 38, 39 en 39a t/m 39f en bij deelsanering tevens artikel 40) inclusief de daarbij behorende regelgeving en de volgende beleidsdocumenten: Circulaire bodemsanering; Provinciale milieuverordening Gelderland; De Gelderse "Beleidsnota Bodem 2012".