2021-06-schriftelijke vragen sp-hubtaxi-met-antwoorden.docx
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE (artikel 40 RvO) Nr.
2021-06
Datum indienen: 09-03-2021
Naam vragensteller: P.A. Gompelman
Vraag gericht aan: college/burgemeester*
Onderwerp: Hubtaxi
Het college/de burgemeester wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: Naar aanleiding van het stuk over de Hubtaxi aangeleverd door de Gehandicaptenraad en gezien het feit dat de Hubtaxi lijkt op een nieuwe variant van de Belbus/Brengflex/Buurtbus die in het verleden heeft bewezen niet super effectief te zijn en er tevens voor heeft gezorgd dat er in bepaalde gebieden reguliere buslijnen zijn opgeheven maken wij, als SP, ons ernstig zorgen over dit plan en lijkt het ons een verkapte bezuinigingsmaatregel om het reguliere openbaar vervoer uit te kleden. Daarom hebben wij de volgende vragen aan het college: 1. Wat zijn de gevolgen van dit plan voor de huidige buslijnen in Westervoort? 2. Wat zijn de gevolgen voor Avan als deze concurrerende vorm van de provincie in dienst treed? 3. Hoe staat het college tegen over de zorgen die worden uitgesproken door de RAD en de Gehandicaptenraad? 4. Is de gemeente inziens zich negatief uit te spreken tegenover de Provincie Gelderland als inderdaad blijkt dat dit plan negatieve gevolgen heeft voor de reguliere busverbindingen Westervoort en Av
Ondertekening P.A. Gompelman
Datum beantwoording: 11 maart 2021 Antwoord college/burgemeester: 1. In de bijgevoegde Statenbrief is de relatie gelegd tussen HalteRRReis en mogelijke versobering van het reguliere buslijnennet. In hoeverre dit concreet voor Westervoort gaat gelden en in welke mate is nog onzeker. Maar gelet op de ontwikkelingen zit het reguliere OV in zwaar weer en zal daarop door de provincie geacteerd gaan worden. Wij zullen dit met belangstelling blijven volgen. 2&3. De Haltetaxi is geen concurrent van Avan. Sterker nog onze intentie was om een integraal
vervoersconcept neer te zetten in samenwerking tussen de Gelderse Regio's en de provincie. In dat geval zou je veel meer maatwerk af kunnen stemmen. Halte taxi daar waar het kan en Avan daar waar het moet. Maar helaas de provincie kiest een andere koers. De cliëntenraad van Avan (onder andere Patricia) maakt zich, met mij, zorgen over deze ontwikkeling. Maar dat is ingegeven doordat de provincie een eigen koers "rijdt" waardoor de kosten onnodig hoog worden. Deze hogere kosten zouden we liever aanwenden om de voorziening Haltetaxi dichter bij onze inwoners te brengen waardoor er meer mensen gebruik van zouden kunnen maken. En mogelijk ook een groter deel van onze WMO cliënten zouden we als voorliggende voorziening kunnen verwijzen naar de haltetaxi (cliënt moet dat fysiek kunnen en halte binnen loopafstand zowel bij vertrek als bij bestemmingsadres). Daardoor zou je de WMO budgetten wat kunnen ontlasten waardoor er meer armslag komt voor de WMO cliënten die het echt nodig hebben (meer maatwerk). De haltetaxi biedt geen deur tot deur vervoer. Ook is nog onduidelijk in welke mate sprake is van haltespreiding. Blijven het de huidige haltes en wordt haltetaxi ingezet onder gelijktijdig afschaling van het reguliere vervoer? Je kunt momenteel zelfs niet uitsluiten dat daardoor de druk op een WMO indicatie toeneemt.
Dus ik verwacht niet een direct risico dat de Avan exploitatie in die zin een risico loopt. Behoudens uiteraard de 4% OV Vangnet ritten die we nu kwijtraken, maar dat leidt niet tot meerkosten. Mocht door het samenspel van ontwikkelingen het aantal ritten fors afnemen (maatregelen van gemeenten, 4% OV Vangnetritten, herstel vervoer ten gevolge van Corona blijft structureel achter) dan hebben we daarover afspraken in het bestek/contract. In het geval het vervoersvolume 30% of meer toe- of afneemt dan gaan partijen met elkaar in overleg. Dit overleg is natuurlijk niet vrijblijvend. Stel nu dat het vervoer inderdaad meer dan 30% afneemt dan zal dan moeten leiden tot een tariefaanpassing anders kan de vervoerder het voor dat geld niet meer doen. Stel het vervoersvolume neemt met 30% af en we komen tot een tariefaanpassing waarbij de tarieven met 10% omhoog moeten dan liggen de totale kosten pakweg 20% lager. Dan zijn we toch nog steeds goedkoper uit.
4. ln de vergadering BVO DRAN van 4 februari en in het portefeuille overleg mobiliteit hebben we onze mening al duidelijk gedeeld met de provincie. Namens de regio Arnhem Nijmegen is ook een brief gestuurd naar de Provincie met een reactie op het besluit van de Provincie. Die brief is afgestemd met de betrokken ambtenaren en wethouders PFO Mobiliteit. Ook de vervoersorganisatie BVO DRAN is hier actief bij betrokken geweest. Wij zien het echt als een gemiste kans van de Provincie Gelderland. Zowel op de 10e als de 17e maart wordt dit onderwerp binnen het provinciehuis besproken waarbij de BVO/PFO gebruik maakt van het inspreekrecht gericht op het HalteRRReistaxi. In hoeverre daarbij alleen signaal wordt afgegeven over de mogelijke versobering van regulier Ov is mij op dit moment niet bekend. Het heeft dus volop aandacht.
UITLEG SCHRIFTELIJKE VRAGEN Wettelijke basis De wettelijke basis voor het vragenrecht van de raad is neergelegd in artikel 155, lid 1 Gemeentewet: "Een lid van de raad kan het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk vragen stellen." Anderzijds rust op het college de plicht de gevraagde inlichtingen te verstrekken. Deze verantwoordingsplicht is vastgelegd in artikel 169, derde lid Gemeentewet: "Zij (d.w.z. het college en elk van zijn leden afzonderlijk) geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang." Mondelinge vragen worden tijdens vergaderingen van commissie of raad gesteld en, zo mogelijk, gelijk beantwoord. Kunnen ze niet direct beantwoord worden, dan wordt meestal afgesproken dat beantwoording schriftelijk volgt. Artikel 40 van het Reglement van Orde van de raad (RvO) regelt op welke wijze de schriftelijke vragen worden gesteld. Verschil politieke en technische vragen In Westervoort worden technische vragen zo veel mogelijk schriftelijk voorafgaand aan de vergadering van de commissies (en soms de raad) gesteld. Het betreft dan vragen over geagendeerde onderwerpen. De vragen worden de woensdag voorafgaand aan de bedoelde vergadering voor 8.00 uur ’s morgens bij de griffie aangeleverd.
De griffie zet de vragen uit en de ambtelijke organisatie zorgt voor de beantwoording, meestal nog voor het weekend, doch uiterlijk tijdens de vergadering. De griffie bundelt alle vragen en antwoorden en verzendt ze naar de commissie- en raadsleden. Deze werkwijze rond technische vragen is niet formeel vastgelegd, maar wel een afspraak tussen fractievoorzitters aan de ene kant en de gemeentesecretaris aan de andere kant, die een goed functioneren van de commissies en raad bevordert. Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of een portefeuillehouder) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Voor deze politieke vragen is dit format bedoeld. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. Wel is een vast onderdeel van de raadsagenda ‘Afdoening gestelde vragen (artikel 40 RvO)’ Daar komen de antwoorden van het college op de gestelde, politieke, vragen aan bod. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en commissieleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren.
Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: Technisch: -Hoe veel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: -Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding in 2011 die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: -kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag. Verschil mondelinge en schriftelijke afdoening Op het vragenformulier moet worden aangegeven of je een schriftelijke of een mondeling antwoord verlangt. Volgens het RvO worden schriftelijke antwoorden zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na het indienen van de vragen, verstrekt. Mondelinge antwoorden worden in de eerstvolgende raadsvergadering gegeven. Over het algemeen wordt in de
praktijk een schriftelijke vraag schriftelijk beantwoord, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om een mondeling antwoord te vragen. Bij het verzoek om een schriftelijk antwoord zit je minder ‘vast’ aan een raadsvergadering en hoef je dus ook niet tot die vergadering te wachten op je antwoord. Bij het agendapunt ‘Afdoening gestelde vragen (artikel 40 RvO)’ kun je aangeven of je tevreden bent met het gegeven antwoord of een nadere vraag stellen. Komt de vraag op vlak voor een raadsvergadering, dan kan het handig zijn om een mondeling antwoord te vragen. Het is dan minder lang (dan maximaal 30 dagen) wachten op een antwoord en is er in het openbaar aandacht voor je gestelde vraag. Worden de gestelde termijnen voor het geven van een antwoord door het college niet gehaald, dan laten ze dat, volgens lid 3 van artikel 40, gemotiveerd weten aan de vragensteller en geven daarbij aan wanneer het antwoord wel komt. Zowel aan een mondeling als aan een schriftelijk antwoord zitten voors en tegens. De griffie geeft hierover graag advies. Indienen vragen Volgens het huidige RvO worden de schriftelijke vragen ingediend bij de griffier en de antwoorden van college of burgemeester weer via de griffier aan de raadsleden medegedeeld (40:4). De griffie heeft dan overzicht, kan het naleven van de termijnen controleren en daarmee zowel de raad als zijn voorzitter goed ondersteunen.
RvO Artikel 40. Schriftelijke vragen Artikel 40. Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2. De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de leden van de raad toegezonden. 5.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.