2021-03-schriftelijke-vragen-pvda-papiercontainer-brouwerslaan.docx
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE (artikel 40 RvO) Nr.
2021-03
Datum indienen: 16 februari 2021
Naam vragensteller: Harm Lippinkhof
Vraag gericht aan: college
Onderwerp: Intrekken van de vergunning tot plaatsen en exploiteren van papierverzamelcontainers aan de Brouwerslaan.
Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen zo spoedig mogelijk schriftelijkte beantwoorden: Op welke kwantitatieve klachteninformatie (denk aan: aantal klachten per maand; aantal klagers per maand over de afgelopen twee/drie jaar) baseert het college zijn besluit tot het (doen) verwijderen van de van de papiercontainers aan de Brouwerslaan? Welke kosten heeft onze gemeente (per incident/totaal) moeten maken als gevolg van de klachten in de afgelopen twee/drie jaar? Welke andere overwegingen hebben het college doen besluiten de vergunning in te trekken? Welke verklaring heeft het college voor het verschil van beleving van de kwaliteit van het overleg tussen de vertegenwoordiger(s) van onze gemeente en vertegenwoordigers van de voetbalverenigingen? Hoe zou onze gemeente de beide verenigingen financieel of anderszins willen en/of kunnen ondersteunen bij, indien de containers definitief verdwenen zijn, het oplossen van de voorziene problemen als gevolg van de door verenigingen aangegeven inkomstenderving? Toelichting: Van verschillende kanten hebben ons signalen van verbazing en ongenoegen bereikt over het besluit van het college de aan de voetbalverenigingen verleende vergunning tot het plaatsen en exploiteren van papierverzamelcontainers op de parkleerplaats aan de Brouwerslaan.
Van de sportverenigingen begrijpen wij, mede uit hun brief aan college van 12 februari, dat het intrekken van de vergunning een substantiële inkomstenderving voor hen betekent. Verder bemerken we vanuit de samenleving dat het verdwijnen van deze faciliteit, om de verenigingen te steunen en het eigen oudpapier 24/7 kwijt te kunnen, wordt betreurd. Ondertekening Harm Lippinkhof
Datum beantwoording:
Antwoord college:
*keuze aangeven
UITLEG SCHRIFTELIJKE VRAGEN Wettelijke basis De wettelijke basis voor het vragenrecht van de raad is neergelegd in artikel 155, lid 1 Gemeentewet: "Een lid van de raad kan het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk vragen stellen." Anderzijds rust op het college de plicht de gevraagde inlichtingen te verstrekken. Deze verantwoordingsplicht is vastgelegd in artikel 169, derde lid Gemeentewet: "Zij (d.w.z. het college en elk van zijn leden afzonderlijk) geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang." Mondelinge vragen worden tijdens vergaderingen van commissie of raad gesteld en, zo mogelijk, gelijk beantwoord. Kunnen ze niet direct beantwoord worden, dan wordt meestal afgesproken dat beantwoording schriftelijk volgt. Artikel 40 van het Reglement van Orde van de raad (RvO) regelt op welke wijze de schriftelijke vragen worden gesteld. Verschil politieke en technische vragen In Westervoort worden technische vragen zo veel mogelijk schriftelijk voorafgaand aan de vergadering van de commissies (en soms de raad) gesteld. Het betreft dan vragen over geagendeerde onderwerpen. De vragen worden de woensdag voorafgaand aan de bedoelde vergadering voor 8.00 uur ’s morgens bij de griffie aangeleverd.
De griffie zet de vragen uit en de ambtelijke organisatie zorgt voor de beantwoording, meestal nog voor het weekend, doch uiterlijk tijdens de vergadering. De griffie bundelt alle vragen en antwoorden en verzendt ze naar de commissie- en raadsleden. Deze werkwijze rond technische vragen is niet formeel vastgelegd, maar wel een afspraak tussen fractievoorzitters aan de ene kant en de gemeentesecretaris aan de andere kant, die een goed functioneren van de commissies en raad bevordert. Technische vragen zijn vragen naar feiten, harde gegevens. Deze vragen kunnen dan ook prima door ambtenaren beantwoord worden. Zodra er naar een mening (van het college of een portefeuillehouder) wordt gevraagd, betreft het een politieke vraag. Voor deze politieke vragen is dit format bedoeld. Politieke vragen kunnen ook over onderwerpen gaan die niet op de raadsagenda staan. Wel is een vast onderdeel van de raadsagenda ‘Afdoening gestelde vragen (artikel 40 RvO)’ Daar komen de antwoorden van het college op de gestelde, politieke, vragen aan bod. Uiteraard is het niet altijd eenvoudig om onderscheid te maken tussen technische en politieke vragen. De griffie kan je daarbij helpen en zal de raads- en commissieleden daar graag (gevraagd en ongevraagd) over adviseren.
Een paar voorbeelden om je eigen vragen aan te spiegelen: Technisch: -Hoe veel ambtelijke uren gaan we besparen door het invoeren van livestream en hoeveel is dit uitgedrukt in euro's? - Waar komt de eis van 16-18 cm vandaan? Is dit wettelijk voorgeschreven? Politiek: -Is het college op de hoogte van een bestuurdersvergoeding in 2011 die boven de Balkenende- norm ligt? Wat vindt het college hiervan? Twijfel: -kunnen de kaders, welke uit de discussie van het de Nieuwe Visie Afvalstoffenplan komen alsnog in de aanbesteding worden toegevoegd? Als bedoeld wordt of het technisch mogelijk is de kaders in de aanbesteding toe te voegen, dan kan dit een technische vraag zijn. Wordt het college gevraagd of ze genegen zijn om ook het te doen, dan betreft het een politieke vraag. Verschil mondelinge en schriftelijke afdoening
Op het vragenformulier moet worden aangegeven of je een schriftelijke of een mondeling antwoord verlangt. Volgens het RvO worden schriftelijke antwoorden zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na het indienen van de vragen, verstrekt. Mondelinge antwoorden worden in de eerstvolgende raadsvergadering gegeven. Over het algemeen wordt in de praktijk een schriftelijke vraag schriftelijk beantwoord, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om een mondeling antwoord te vragen. Bij het verzoek om een schriftelijk antwoord zit je minder ‘vast’ aan een raadsvergadering en hoef je dus ook niet tot die vergadering te wachten op je antwoord. Bij het agendapunt ‘Afdoening gestelde vragen (artikel 40 RvO)’ kun je aangeven of je tevreden bent met het gegeven antwoord of een nadere vraag stellen. Komt de vraag op vlak voor een raadsvergadering, dan kan het handig zijn om een mondeling antwoord te vragen. Het is dan minder lang (dan maximaal 30 dagen) wachten op een antwoord en is er in het openbaar aandacht voor je gestelde vraag. Worden de gestelde termijnen voor het geven van een antwoord door het college niet gehaald, dan laten ze dat, volgens lid 3 van artikel 40, gemotiveerd weten aan de vragensteller en geven daarbij aan wanneer het antwoord wel komt. Zowel aan een mondeling als aan een schriftelijk antwoord zitten voors en tegens. De griffie geeft hierover graag advies.
Indienen vragen Volgens het huidige RvO worden de schriftelijke vragen ingediend bij de griffier en de antwoorden van college of burgemeester weer via de griffier aan de raadsleden medegedeeld (40:4). De griffie heeft dan overzicht, kan het naleven van de termijnen controleren en daarmee zowel de raad als zijn voorzitter goed ondersteunen. 08-04-2014, Dorien van der Kamp, griffier RvO Artikel 40. Schriftelijke vragen Artikel 40. Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2. De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering.
Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de leden van de raad toegezonden. 5. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.