CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt lijst Participatie Verordening 2025

Politieke avond Westerveld 16 december 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Participatieverordening 2025 en nota Dorpenbeleid1.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was wordt lijst Participatie Verordening 2025 Artikel 1

Was Inwonersparticipatie: op initiatief van het bestuursorgaan het actief en interactief betrekken van belanghebbenden gedurende het hele traject van tekentafel tot en met evaluatie bij de ontwikkeling, uitvoering, besluitvorming en evaluatie van beleid, projecten en programma’s.

Wordt Inwonersparticipatie: op initiatief van het bestuursorgaan het actief en interactief betrekken van belanghebbenden gedurende het hele traject van tekentafel tot en met evaluatie bij de ontwikkeling, uitvoering, besluitvorming en evaluatie van beleid, projecten en programma’s. Een specifieke vorm van inwonersparticipatie is het ‘burgerberaad'. Daarbij buigt een gelote groep inwoners, die representatief is voor de samenleving, zich over een maatschappelijk- en of beleidsvraagstuk. Door informatievoorziening en onderlinge beraadslaging doen zij aanbevelingen aan het gemeentebestuur.

7

4. Inwonersparticipatie is maatwerk en wordt per project beoordeeld op doelmatigheid en gerichtheid. 6. Als besloten wordt tot inwonersparticipatie, dan geeft het bestuursorgaan vooraf aan waarbinnen die participatie plaatsvindt: de opdracht, het budget, de zeggenschap en de rollen en verantwoordelijkheden Artikel 8. Participatieproces 1. Het bestuursorgaan besluit op basis van de randvoorwaarden impact, risico’s en kosten of inwonersparticipatie plaatsvindt.

4. Inwonersparticipatie is altijd maatwerk, waarbij het doel, de gerichtheid en participatievorm kan verschillen. Vervallen en geïntegreerd in artikel 8

7

8

2. Het besluit in artikel 8.1 wordt vastgelegd in het format van de participatienota als onderdeel van het projectplan, collegevoorstel en/of raadsvoorstel, zoals genoemd in bijlage 1 van deze verordening. 3. Indien inwonersparticipatie niet wordt toegepast, dan wordt een motivering gegeven op basis van de

Artikel 8. Participatieproces en - aanpak 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van een proces, ontwikkeling of project vast of inwonerparticipatie wordt toegepast op basis van de afweging in randvoorwaarden: impact, risico’s en kosten. 2. Aanvullend op het in artikel 8.1 genoemde besluit, stelt het college vooraf een participatieaanpak op, daarin staat hoe inwonersparticipatie gaat plaatsvinden. Het maatwerk, zoals benoemd in artikel 7.4 wordt hierin uitgewerkt, als onderdeel van het projectplan, collegevoorstel en/of raadsvoorstel.

randvoorwaarden in artikel 8.1 in het projectplan, collegevoorstel en/of raadsvoorstel.

3. De in artikel 8.2 genoemde participatieaanpak beschrijft minimaal de volgende onderdelen: • het doel en de intentie van de participatie; • de kaders voor participatie; • hoe het participatieproces eruit gaat zien; • de tred(en) van de participatieladder en daarmee de mate van invloed van de participatie; • welke vorm(en) van participatie worden ingezet; • de belanghebbenden en doelgroep, de wijze waarop zij benaderd worden en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; • hoe de communicatie plaatsvindt; • de manier waarop en wanneer de inbreng wordt teruggekoppeld. • het tijdspad voor het participatieproces; • de begrote kosten en benodigde capaciteit voor het participatieproces. 4. Indien inwonersparticipatie niet wordt toegepast zoals benoemd in artikel 8.6, dan wordt een motivering gegeven op basis van de randvoorwaarden artikel 8.1 in het projectplan, collegevoorstel en/of raadsvoorstel.

16

Artikel 16. Gereserveerd (zie toelichting).

5. Indien op basis van voortschrijdend inzicht blijkt dat het wenselijk is om de participatieaanpak te wijzigen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Artikel 16. Doelen en reikwijdte Een democratie waarbij zeggenschap, eigenaarschap en samenwerking centraal staan, voor leefbare en vitale dorpen in Westerveld. 1. De gemeente Westerveld heeft vele dorpen en kernen, welke kunnen vragen om een verschillende aanpak. De inwoners daarvan (al dan niet

georganiseerd) zijn ook de ogen en oren van de deze gebieden. De gemeente streeft naar een goede samenwerking met de inwoners. 2. Dorps- en gebiedsgericht werken stelt de gemeente in staat aan te sluiten op wat een dorp of kern uniek maakt. Door samen te werken aan het stimuleren van de lokale democratie wordt de inbreng en betrokkenheid vanuit de dorpen, kernen en daarmee inwoners vergroot. 3. Meer zeggenschap en structurele samenwerking om de invloed op en het eigenaarschap van de leefomgeving te vergroten. De dorpsbelangenorganisaties spelen hierbij een belangrijke en geheel eigen rol. 4. De bestuursorganen erkennen dorpsbelangenorganisaties als formele gesprekspartner ter versterking van de leefbaarheid, participatie en lokale democratie. De samenwerking is gebaseerd op de beginselen van wederkerigheid, vertrouwen en maatwerk.

20

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Participatieverordening gemeente Westerveld 2022.

5. Een dorpsbelangenorganisaties heeft bij voorkeur de status van rechtspersoon, zodat zij ook financiële verantwoordelijkheid kan dragen. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2. Deze verordening wordt aangehaald als Participatieverordening gemeente Westerveld 2025. Toelichting

7

Artikelen 7.5 en 9.1

Artikel 7

In artikel 7.5 staat dat belanghebbenden maximaal een adviserende en coproducerende rol hebben. De uiteindelijke besluitvorming vindt plaats in en door de

7.2 Zoals in de begrippenlijst is opgenomen, is een burgerberaad een specifieke vorm van inwonersparticipatie. Op 15 april is de motie

bestuursorganen, afhankelijk van de bevoegdheid van dat bestuursorgaan (artikel 9.1), wat een besluit is van het college en de raad. In de Startnotitie Ontwikkelen Participatiebeleid wordt aandacht besteed aan de enquête van Think! en de workshop Handelingsperspectief participatie, die in juni 2019 plaatsvond met de raad, het college en een aantal ambtenaren. De meerderheid van de raads- en collegeleden vond dat de definitieve besluitvorming plaatsvindt door het betreffende bestuursorgaan (bron: Verslag workshop Handelingsperspectief participatie gemeenteraad Westerveld 20 juni 2019). Tijdens de werkbijeenkomst voor college- en raadsleden op 6 september 2022 is dit bevestigd. Daarbij werd gezegd dat de bestuursorganen de adviezen en conclusies uit het participatietraject beschouwt als een zwaarwegend uitgangspunt bij (politieke) besluitvorming.

Artikel 8.1 De randvoorwaarden impact, risico’s en kosten komen voort uit de workshop van Think! waar de zogenaamde Westerveldse Schuif is ontwikkeld door de aanwezige college- en raadsleden. Dit is een model met criteria voor wanneer er moet worden geparticipeerd. In dit model is uitgegaan van impact, risico’s en kosten.

Burgerberaad aangenomen in de Raad, afkomstig vanuit Progressief Westerveld en PVDA Westerveld. Artikelen 7.5 en 9.1 In artikel 7.5 staat dat belanghebbenden maximaal een adviserende en coproducerende rol hebben. De uiteindelijke besluitvorming vindt plaats in en door de bestuursorganen, afhankelijk van de bevoegdheid van dat bestuursorgaan (artikel 9.1), wat een besluit is van het college en de raad. Het belang van heldere communicatie en het vooraf kenbaar maken van de rol van de participatie is groot, om zo de duidelijkheid te creëren in wat inwoners kunnen verwachten van de participatie. In de Startnotitie Ontwikkelen Participatiebeleid wordt aandacht besteed aan de enquête van Think! en de workshop Handelingsperspectief participatie, die in juni 2019 plaatsvond met de raad, het college en een aantal ambtenaren. De meerderheid van de raads- en collegeleden vond dat de definitieve besluitvorming plaatsvindt door het betreffende bestuursorgaan (bron: Verslag workshop Handelingsperspectief participatie gemeenteraad Westerveld 20 juni 2019). Tijdens de werkbijeenkomst voor college- en raadsleden op 6 september 2022 is dit bevestigd. Daarbij werd gezegd dat de bestuursorganen de adviezen en conclusies uit het participatietraject beschouwt als een zwaarwegend uitgangspunt bij (politieke) besluitvorming.

Artikel 8.1 Het bestuursorgaan besluit op basis van de randvoorwaarden impact, risico’s en kosten of en hoe inwonersparticipatie plaatsvindt. Deze randvoorwaarden komen voort uit de workshop van Think! waar de zogenaamde Westerveldse Schuif is ontwikkeld door de aanwezige college- en raadsleden. Op basis van de randvoorwaarden impact,

risico’s en kosten bepaalt het bestuursorgaan of inwonersparticipatie dient plaats te vinden: -

biedt het project voldoende ruimte voor inwonersparticipatie? is het onderwerp geschikt voor inwoners? is er voldoende tijd? is er capaciteit en budget?

Het beleid moet voldoende ruimte bieden voor uiteenlopende opties, zodat belanghebbenden en inwoners substantiële keuzes kunnen maken. Het beleidsonderwerp moet voor belanghebbenden en inwoners direct van belang zijn en impact hebben. Participatie neemt, in ieder geval in het voortraject van beleidsvorming, tijd in beslag. Het organiseren en begeleiden van participatie is arbeidsintensief. Er moet dan ook op voorhand in het projectplan voldoende capaciteit en budget worden opgenomen. Artikel 8.2 en 8.3 Mogelijke kaders: -

wat is de vraag/opgave? wat is het niveau van de participatie? Hierbij wordt een keuze gemaakt uit informeren, raadplegen, adviseren en coproduceren, of een combinatie hiervan. wat zijn de inhoudelijke, financiële en procedurele kaders? welke rol heeft elke deelnemende partij, inclusief college en raad? wat wordt er met de opbrengst van het particiatieproces gedaan?;

De belanghebbenden kunnen in kaart worden gebracht op basis van een strategische omgevingsanalyse om duidelijk te krijgen wie ze zijn,

met welk belang en om de representativiteit van de participatie te waarborgen (inclusiviteit); -

10

-

Hoofdstuk 7 Dorps- en kernendemocratie De bestuursorganen vinden de inbreng en betrokkenheid vanuit de dorpen en kernen zeer waardevol. Er is al overleg met bijvoorbeeld Dorpenoverleg Westerveld en de verschillende dorpsbelangen. Gesproken wordt (of gaat worden) over op welke wijze de betrokkenheid en deelname vanuit de dorpen en kernen zo goed mogelijk vorm kan krijgen en welke afspraken daarbij passend zijn. Ook wordt gekeken in dit verband naar de Uitvoeringsregel Initiatieven die het college op 14 mei 2019 vaststelde (zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625785), en of deze uitvoeringsregel in het kader van dorps- en

welke issues (onderwerpen waarover spanning en discussie is) en belangen spelen er rondom de opgave? - wie zijn de belanghebbenden met het oog op de issues en belangen? - hoe worden ook de belanghebbenden betrokken, die niet vanzelfsprekend meedoen of niet gemakkelijk kunnen meedoen? - vormgeving en uitvoering van het participatieproces waarbij kwantitatieve en kwalitatieve middelen worden aangegeven om inclusiviteit van de belanghebbenden te waarborgen; Artikel 10 Monitoring en evaluatie van het participatieproces met een nadruk op leren en het verbeteren van participatie. Hoofdstuk 7. Dorps- en kernendemocratie Geeft invulling aan de behoefte en wensen die zijn uitgesproken in het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ en de motie VVD en Progressief Westerveld met de titel: Voorstel Startnotitie ontwikkelen Participatiebeleid (2022)’. Waarbij genoemd en beschreven zijn: een benaderbare houding van college en raad voor inwoners, bedrijven, dorpsraden en belangengroepen; een betere overlegstructuur met de samenleving. Aanvullend hierop is de het Dorpenbeleid Westerveld. Dat in gaat op de samenwerking tussen inwoners, dorpsbelangenorganisaties, maatschappelijke partners en de gemeente.

kernendemocratie met deze verordening kan worden overgenomen. Met de Uitvoeringsregel Initiatieven wordt uitgegaan van maatschappelijke relevantie, draagvlak, innovatie en het stimuleren en aanjagen van vernieuwende ideeën. Dorpskracht en participatie voor dorpsgemeenschappen is onderdeel van deze uitvoeringsregel en houdt in dat dorpsgemeenschappen een deel van de kaders uitvoeren onder de titel Klein initiatief. Uit de evaluatie is gebleken dat Klein initiatief een goed middel is om dorpskracht en maatschappelijke initiatief te stimuleren. Streven is om binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening nieuwe bepalingen over dorps- en kernendemocratie in deze verordening op te nemen. Om deze reden is in hoofdstuk 7 een artikel over dorpsen kernendemocratie gereserveerd. Bijlagen Bijlage 1

Vervallen en geïntegreerd in artikel 8 en de toelichting op artikel 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=d06231fd-aba4-473e-9a5b-ea65dd3e46b7