CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Afvalstoffenheffing 2023

Politieke avond Westerveld 20 december 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel verordening op heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2023 (spreekrecht)1.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en de

invordering van afvalstoffenheffing 2023

De raad van de gemeente Westerveld;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2022;

gelet op artikel 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; BESLUIT:

vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023

Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a.

een afvalstoffenheffing.

Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: “gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1.

Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel

2.

De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel

15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).

wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel

ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht 1.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a.

degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit,

b.

ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan:

beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing 1.

De belasting genoemd onder hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel

2.

De belastingen genoemd onder hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van

worden bij wege van aanslag geheven.

mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen

een stempelafdruk, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

De belastingplicht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd

aanvang van de belastingplicht.

voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente

5.

Indien in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel

verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt.

toeneemt, dan blijft de belastingschuld voor de rest van het belastingjaar ongewijzigd. Bij het

begin van het eerst volgend belastingjaar wordt er een aanslag opgelegd naar het aantal personen dat op dat moment gebruik maakt van het perceel. 6.

Indien in de loop van het belastingjaar het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel

afneemt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven.

7.

Indien belastingplicht is verschuldigd, heeft de verschuldigde recht op een pasje dat toegang verschaft op het afvalbrengstation.

Artikel 9 Termijnen van betaling in geval van heffing genoemd in artikel 7, lid 1 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in maximaal drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de

maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval machtiging is verleend tot

automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke fiscale heffingen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag

daarvan, minder is dan € 50.000,-- moeten de aanslagen in 8 gelijke termijnen worden betaald, waarvan de eerste termijn vervalt op laatste dag van de maand volgende op de maand die in de

dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de laatste dag van de maand valt op een dag waarop er geen betalingsverkeer

mogelijk is via de bank, dan zal de desbetreffende termijn worden afgeschreven op de laatste dag van de maand waarop wel betalingsverkeer mogelijk is. De exacte vervaldata worden vermeld op het aanslagbiljet. 3.

De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn

verleend indien twee van de acht termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na

afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 4.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990,

met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en

3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 5.

De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9a Termijnen van betaling in geval van wijze van heffing genoemd in artikel 7, lid 2

1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen direct

worden voldaan na mondelinge kennisgeving dan wel binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

2.

Aanlevering van afval op het afvalbrengstation dient ter plaatse te worden voldaan.

3.

De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend voor de aanslag van een extra container per belastingplichtige.

Hoofdstuk III Aanvullende bepalingen Artikel 11 Overgangsbepaling De “Verordening Afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen 2022” van 21 december 2021 wordt

ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum, met dien verstande dat zij wel van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

3.

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2023”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 20 december 2022. de raadsgriffier,

de voorzitter,

R. Weernekens

H. Jager

Tarieventabel behorende bij de “Verordening Afvalstoffenheffing 2023”

Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn exclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

Art.nr.

Omschrijving

Tarief in €

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

1.1.1

indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon

€ 204,00

1.1.2

indien dat perceel wordt gebruikt door twee personen

€ 274,00

1.1.3

indien dat perceel wordt gebruikt door drie personen

€ 310,00

1.1.4

indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan drie personen

€ 340,00

1.1.5

voor een perceel dat niet permanent mag worden bewoond en wordt

€ 204,00

gebruikt voor recreatieve doeleinden 1.1.6

De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 t/m 1.1.5 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de

gemeentelijke afvalstoffen verordening aan het perceel is verstrekt) container. •

per extra oranje (pmd) container (maximaal 1 extra container

€ 0,00

•

2e en volgende extra oranje (pmd) container per container

€ 25,00

•

per extra grijze container

€ 360,00

•

per extra groene container (maximaal 1 extra container gratis

€ 0,00

•

2e en volgende extra groene (gft) container per container

€ 25,00

gratis per huishouden)

per huishouden)

1.1.7

Het in 1.1.6 genoemde bedrag is niet verschuldigd indien de extra container noodzakelijk is in verband met incontinentie materialen. Hiervoor dient wel een medische verklaring te worden afgegeven.

Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing Art.nr.

Omschrijving

1.2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting

1.2.1.1

het ophalen van grof huishoudelijk afval tijdens reguliere inzameldata,

Tarief in €

voor:

€

10,00

€

10,00

gips, per kilogram

€

0,10

hout (A, B of C kwaliteit), per kilogram

€

0,10

schoon puin, per kilogram

€

0,10

bitumen/ bitumineus materiaal (dakbedekking), per kilogram

€

0,10

plastics (met uitzondering van tuinmeubelen), per kilogram

€

0,10

tuinafval (takken, groen materiaal), per kilogram

€

0,10

rubbers/banden (met uitzondering van banden zonder velg van

€

0,10

drukhouders (gasflessen, brandblussers), per kilogram

€

0,10

waarbij maximaal twee kubieke meter per melding kan worden aangeboden, per halve kubieke meter of deel daarvan

1.2.1.2

het ophalen van snoeihout tijdens reguliere inzameldata, waarbij

maximaal twee kubieke meter per melding kan worden aangeboden, per m³.

1.2.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting

1.2.2.1

het achterlaten van (grof) huishoudelijk afval afkomstig van een in de

voor:

gemeente Westerveld geregistreerd staand huishouden, op een

daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, namelijk “het afvalbrengstation”. Dit afvalbrengstation is alleen toegankelijk

middels een toegangspas die aan elk huishouden van de gemeente ter beschikking is gesteld. De tarieven zijn:

personenauto’s), per kilogram

1.2.2.2

restafval, per kilogram

€

0,10

matrassen, per kilogram

€

0,10

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.2.1 kan het college van

burgemeester en wethouders bepaalde dagdelen aanwijzen waarop

voor het achterlaten van takken op het afvalbrengstation, geen kosten verschuldigd zijn. 1.2.3

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval per aanvraag (maximaal vijf kubieke meter):

1.2.4

tot en met één kubieke meter

€ 76,65

meer dan één tot en met twee kubieke meter

€ 90,85

meer dan twee tot en met drie kubieke meter

€ 105,95

meer dan drie tot en met vier kubieke meter

€ 121,15

meer dan vier tot en met vijf kubieke meter

€ 136,20

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van snoeihout per aanvraag (maximaal vijf kubieke meter):

1.2.5

tot en met één kubieke meter

€ 43,55

meer dan één tot en met twee kubieke meter

€ 52,25

meer dan twee tot en met drie kubieke meter

€ 61,00

meer dan drie tot en met vier kubieke meter

€ 69,70

meer dan vier tot en met vijf kubieke meter

€ 78,40

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting

€ 10,00

voor het opnieuw verstrekken van een toegangspas. Dit bedrag is niet verschuldigd wanneer een nieuwe bewoner een perceel betrekt en de vorige bewoner de pas niet heeft achtergelaten.

Behoort bij raadsbesluit van de gemeente Westerveld van 20 december 2022.

de raadsgriffier,

R. Weernekens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=0b66a64f-5ef5-4fe0-b697-fa35cadafebd