CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsplan 2023 Bewustwording optimale dienstverlening en diftar

Politieke avond Westerveld 20 december 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Grondstoffenplan 2023-2025 en Uitvoeringsplan 20238.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Grondstoffenplan Westerveld 2023-2025

Uitvoeringsplan 2023 ‘Bewustwording, optimale dienstverlening en invoering diftar’

Diever, november 2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 2

2.

Beleidskaders en uitgangspunten Grondstoffenplan 2023-2025 .................................................... 3

3.

Bewustwording met communicatie en informatie ............................................................................ 4 3.1.

Kennis over gedrag ................................................................................................................. 4

3.2.

Nieuwe aanpak ........................................................................................................................ 4

3.3.

Wat willen inwoners? ............................................................................................................... 5

3.4.

Wat gaan we concreet doen? .................................................................................................. 6

4.

Voorbereiden aanpak Terugwinnaars ............................................................................................. 7 4.1.

5.

Wat gaan we concreet doen? .................................................................................................. 7

Optimaliseren oud papierinzameling ............................................................................................... 8 5.1.

Garantiesubsidie ...................................................................................................................... 8

5.2.

Optimalisering oud papier inzameling ..................................................................................... 8

5.3.

JA/JA sticker ............................................................................................................................ 9

5.4.

Wat gaan we concreet doen? .................................................................................................. 9

6.

Voorbereiden invoering diftar ........................................................................................................ 10 6.1.

Wat is diftar ............................................................................................................................ 10

6.2.

Effecten.................................................................................................................................. 10

6.3.

Draagvlak............................................................................................................................... 10

6.4.

Kosten invoer diftar incl. flankerend beleid ............................................................................ 11

6.5.

Tarieven afvalstoffenheffing .................................................................................................. 14

6.6.

Wat gaan we concreet doen? ................................................................................................ 15

7.

Monitoren en evalueren Afvalbrengstation .................................................................................... 16 7.1.

Huidige situatie afvalbrengstation ......................................................................................... 16

7.2.

Openingstijden ....................................................................................................................... 16

7.3.

Tarieven ................................................................................................................................. 16

7.4.

GRIP-wagen .......................................................................................................................... 17

7.5.

Wat gaan we concreet doen? ................................................................................................ 17

8.

Onderzoek optimale benutting verzamelcontainers ...................................................................... 18 8.1.

9.

Wat gaan we concreet doen? ................................................................................................ 18

Opschalen project zwerfvuil ........................................................................................................... 19 9.1.

10.

Wat gaan we concreet doen? ................................................................................................ 19 Financiële paragraaf .................................................................................................................. 20

Structurele lasten ............................................................................................................................... 20 Incidentele lasten ............................................................................................................................... 20

1

1. Inleiding Westerveld wil haar circulaire ambitie realiseren via een samenhangend pakket van verschillende maatregelen. Om goed te kunnen anticiperen op ontwikkelingen op de snel veranderende grondstoffenmarkt, worden deze maatregelen uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Dit uitvoeringsplan omvat de uitwerking van activiteiten en maatregelen die in 2023 zullen worden ondernomen. Deze activiteiten volgen uit de kaders zoals omschreven in het Grondstoffenplan 20232025 wat tegelijk met dit uitvoeringsplan is opgeleverd. Het eerste uitvoeringsplan heeft als insteek de bewustwording voor het zuiver scheiden van afval bij de inwoners van Westerveld te vergroten. Dit doen we door te communiceren en door de invoering van diftar vanaf 1 januari 2024. Tegelijkertijd willen we vanuit de gemeente de dienstverlening verder optimaliseren, zodat al onze inwoners gefaciliteerd worden om hun afval te kunnen scheiden en grondstoffen zo zuiver mogelijk te kunnen aanbieden.

2

2. Beleidskaders en uitgangspunten Grondstoffenplan 2023-2025 Om te voldoen aan de door de gemeenteraad omarmde VANG-doelstellingen hanteren we voor 2025 de volgende doelstelling: ➢ Verdere reductie van de hoeveelheid restafval richting 30 kilogram per inwoner per jaar in 2025; door minder afval (preventie) en meer en zuiverder grondstoffen (meer en beter scheiden) Deze doelstelling hebben we vertaald in onderstaande drie speerpunten voor het beleid:

1. Optimalisatie inzameling In 2023 willen we het huidige inzamelsysteem verder optimaliseren en bereiden we de invoering van diftar voor vanaf 1 januari 2024. We faciliteren onze inwoners om hun afval goed te scheiden en grondstoffen zo zuiver mogelijk aan te bieden. In het uitvoeringsplan 2024-2025 worden maatregelen voorgelegd om de hoeveelheid restafval nog verder terug te dringen.

2. Samen met inwoners Grondstoffen scheiden vindt plaats aan de bron. Dit wil zeggen bij de inwoners thuis. Door in deze planperiode met name in te zetten op het aansluiten bij de behoeftes van inwoners (informatievoorziening, laten zien waarom we afval scheiden, co-creatie en participatie, aansluiten bij maatschappelijke initiatieven), nemen scheidingsresultaten toe en verbetert bovenal de kwaliteit van de gescheiden deelstromen. Bovendien ontstaat hierdoor ook een breder draagvlak voor het beleid.

3. Kostenbeheersing Op basis van de huidige inzichten in het beleidsveld en de markt is het de komende jaren van belang om de kosten, daar waar mogelijk, beheersbaar te houden. Aangezien een groot deel van de kosten van afvalinzameling en verwerking structureel is, nog steeds toeneemt en niet beïnvloed kan worden door de gemeente, is dit een steeds groter wordende opgave. Bewustwording over het feit dat afvalinzameling nauwelijks meer geld gaat opleveren, maar steeds meer gaat kosten is de boodschap die de komende planperiode moet worden gedeeld.

3

3. Bewustwording met communicatie en informatie 3.1.

Kennis over gedrag

Individueel gedrag van mensen wordt beïnvloed door vele factoren. De manier waarop mensen zich gedragen is dus ingewikkeld en per situatie anders. Hoe mensen reageren op beleidsmaatregelen is lang niet altijd te voorspellen vanuit gangbare aannames over de rationaliteit van gedrag. Als bij beleidsbepaling bewust en systematisch gebruik wordt gemaakt van de bestaande kennis over gedrag, kan de effectiviteit van het beleid worden vergroot. Gelukkig is er inmiddels een overweldigende hoeveelheid kennis beschikbaar over hoe menselijk gedrag werkt en hoe mensen reageren op bepaalde (beleids-)ingrepen.

Figuur 1: Schematische weergave van de werking van gedrag. Bron: RLI.

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) heeft een gedragsmodel ontwikkeld op basis van de huidige wetenschappelijke kennis (zie Figuur 1). Dit model deelt de factoren die gedrag beïnvloeden in vier categorieën in. Onder bekwaamheden verstaan we kennis en vaardigheden die mensen nodig hebben om bepaald gedrag te vertonen of juist om dat gedrag te veranderen. Als iemand bijvoorbeeld niet kan fietsen, heeft beleid dat zich richt op vaker fietsen naar het werk, voor deze persoon geen zin. Daarnaast hebben mensen persoonlijke drijfveren die richting geven aan gedrag: motieven. Motieven voor gedrag zijn heel divers: het belang dat mensen hechten aan wat anderen doen, maar ook de inschatting die mensen maken over of ze in staat zijn hun gedrag te veranderen. De omstandigheden waarin mensen zich bevinden, sturen ook het gedrag van mensen. Bijvoorbeeld de fysieke omstandigheden: een rommelige omgeving leidt tot meer vervuilend gedrag dan een opgeruimde omgeving. Economische omstandigheden kunnen leiden tot financiële zorgen, en daarmee het keuzeproces beïnvloeden voor de aanschaf van een energiezuinige verwarmingsketel. De manier waarop mensen zich daadwerkelijk gedragen, verloopt vervolgens via onbewuste en bewuste keuzeprocessen in hun brein.

Een voorbeeld van een onbewust keuzeproces is de gewoonte om in de auto op basis van het geluid van de motor naar een volgende versnelling te schakelen.

3.2.

Nieuwe aanpak

Tot nu toe is de communicatie van de gemeente over het afvalbeleid vooral informerend: wanneer wordt afval opgehaald? Waar kan ik het kwijt? Wat hoort waar? Dit type communicatie richt zich op de bekwaamheden en omstandigheden van inwoners; inwoners hebben deze informatie nodig om het gewenste gedrag (goede afvalscheiding) te kunnen uitvoeren. Zoals het model van de RLI laat zien zijn er echter meer factoren van invloed op gedrag. Met de ambitie en doelstelling zoals die in dit plan zijn geformuleerd, is communicatie verbreed naar bewustwording en bestrijkt het thema afval & grondstoffen niet alleen het eigen huishouden maar ook de directe leefomgeving, school, sport- en

4

werkomgeving en evenementen. Met andere woorden: we willen met onze communicatie beter aansluiten bij de belevings- en leefwereld van onze inwoners, bij wat zij belangrijk en waardevol vinden en wat zij nodig hebben om bij te dragen aan de circulaire ambities van de gemeente. Hoe kunnen wij inwoners helpen beter en meer afval te scheiden en verspilling en afval te voorkomen? Met deze vraag verschuift het accent van informeren en instrueren naar activeren. Daar past communicatie bij die de dienstverlening begrijpelijk en aantrekkelijk presenteert, aansluit bij verschillende motivaties, die servicegericht, uitnodigend en positief is en een duidelijk handelingsperspectief biedt. Van belang is om daarbij uit te gaan van de belangrijkste drijfveren om goed te scheiden: het moet gemakkelijk zijn, het moet aantoonbaar nut hebben, het moet een goede gewoonte zijn of worden. • •

•

Gemak kan hier vertaald worden naar: goed georganiseerd, zonder gedoe, duidelijk en eenvoudig gecommuniceerd. Nut kan hier vertaald worden naar: goede feedback over directe en indirecte impact (kilo’s restafval, milieu impact), goede achtergrondinformatie (waarom is dit gedrag belangrijk, waarom heeft de gemeente voor dit systeem/deze maatregel gekozen), goede verantwoording van het bestede geld. Gewoonte kan hier vertaald worden naar: aanleren gewenst gedrag binnen schoolverband, aansluiten bij thuissituatie, in verenigingsverband en evenementen.

3.3.

Wat willen inwoners?

Om beter aan te sluiten bij de belevingswereld van onze inwoners is het belangrijk om te weten hoe zij het huidige inzamelsysteem ervaren, waar ze tegenaan lopen en wat ze nodig hebben. In de infoquête die in oktober 2021 is gehouden hebben we inwoners onder andere naar deze zaken gevraagd. Daarnaast houdt ROVA iedere twee jaar (namens de gemeente) een bewonersonderzoek, om de tevredenheid over en perceptie van het afvalbeleid te peilen. Ook hieruit komen waardevolle inzichten, die ons helpen onze communicatie effectiever te maken.

3.3.1. Bewonersonderzoek 2020 Uit het bewonersonderzoek blijkt dat de belangrijkste verbeterpunten gaan over de gelegenheid om grof huishoudelijk afval weg te brengen, de klachtafhandeling en de netheid en reinheid van glascontainers. Dit is vergelijkbaar met de aandachtspunten in andere gemeenten. De infoquête is benut om inwoners te informeren over het afvalbrengstation (adres en openingstijden) en over de mogelijkheid om grof huishoudelijk afval aan huis te laten ophalen. Het kan interessant zijn om inwoners ook via andere kanalen hierover te informeren. Door de coronapandemie in 2020 kwamen meer meldingen binnen dan gemiddeld. Gebleken is dat een efficiëntieslag mogelijk was bij bepaalde processen om een hoger serviceniveau voor de inwoners te genereren. Zo verloopt het aanvragen van een milieupas via ROVA, terwijl het aanvragen van containers via de gemeente gaat. Dit schept verwarring en heeft de service nadelig beïnvloed. Eind 2021 zijn een aantal taken in dit kader overgegaan van de gemeente naar ROVA. Het gaat hierbij om het aanvragen van containers en het aanmelden voor de grofvuil- en takkenroute. Het is belangrijk om te blijven monitoren hoe de klachtafhandeling verloopt en deze waar nodig te optimaliseren. De netheid en reinheid rond glascontainers is vrijwel overal een terugkerend punt van ontevredenheid.

Hoewel het belangrijk is om hier een voldoende basisniveau in vast te stellen en te handhaven, speelt hier ook de verwachting een rol. Het is vrijwel onmogelijk (en erg duur) om glascontainers perfect schoon te houden. Door inwoners mee te nemen in de (on-)mogelijkheden hiervan, wat er wel gedaan wordt en waarom hiervoor gekozen is, kunnen de verwachtingen bijgesteld worden wat een positief effect heeft op de perceptie. Hierbij kan direct concreet handelingsperspectief worden geboden: wat kunnen inwoners zelf doen om de glascontainers zo net mogelijk te houden?

5

3.3.2. Infoquête Uit de infoquête komen verschillende resultaten die waardevolle inzichten opleveren voor dit plan. Zo blijkt bijvoorbeeld dat vrijwel alle inwoners van Westerveld een gezonde en duurzame leefomgeving belangrijk vinden. Hetzelfde geldt voor het zoveel mogelijk recyclen van afval. Dit is een motivatie die benut kan worden in de communicatie, door expliciet te maken hoe het gewenste gedrag bijdraagt aan een gezonde en duurzame leefomgeving, en/of aan de recycling van het afval. In de infoquête is ook gevraagd naar welke hulp inwoners nodig hebben bij het afval scheiden en welke informatie zij graag zouden ontvangen. De meeste respondenten geven aan geen aanvullende hulp nodig te hebben bij het afval scheiden. Van de inwoners die aangeven wel graag hulp te willen, hebben de meesten behoefte aan informatie over afvalscheiding (wat hoort waar). Ook geeft een kleine 10% aan graag tips te willen bij verkeerd afval in de containers. Bij de vraag waar men meer informatie over zou willen ontvangen springen twee onderwerpen eruit: welk afval er in welke bak mag en waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt. Dit sluit aan bij de algemene indruk uit de eerste vragen; de meeste inwoners vinden duurzaamheid belangrijk, maar weten misschien niet altijd of/hoe dit meegewogen is in (wijzigingen in) gemeentelijk beleid.

Van de communicatiemiddelen zijn de ROVA app en een folder in de brievenbus de meest populaire. Daarnaast is ook e-mail een veelgenoemd middel. De websites van ROVA en de gemeente worden minder vaak genoemd, al is er bij elk een deel van de respondenten wat hier de voorkeur aan geeft.

3.4.

Wat gaan we concreet doen?

Met een mix van communicatie en participatie (informeren, adviseren en faciliteren) willen we de eerder geformuleerde doelstellingen maximaal ondersteunen. De middelen, kanalen en beschikbare informatie zullen breed onder de aandacht worden gebracht, zodat inwoners weten waar ze terecht kunnen voor informatie en ondersteuning. Naast de reguliere communicatie over afval gedurende het jaar en de communicatie over diftar, worden een aantal extra activiteiten opgepakt, die met name zijn gericht op de bewustwordingen over afvalscheiding en zuivere grondstoffen. Hierbij moet concreet gedacht worden aan het volgende: •

•

•

•

•

6

Basisscholen aansporen gebruik te maken van de Groentour van ROVA Klassen die zich aanmelden worden door ROVA opgehaald en naar het hoofdkantoor gebracht, waar ze een rondleiding krijgen en via een interactieve les leren dat alles dat nu afval lijkt, eigenlijk waardevolle grondstoffen zijn waar weer nieuwe spullen van gemaakt kunnen worden. Verspreiding van de ‘wat hoort waar’ folder ROVA heeft een folder met informatie over welk afval in welke bak thuishoort. Deze kan op verschillende manieren verspreid worden (af te halen bij gemeentehuis of andere locaties, huis-aan-huis, uitdelen bij evenementen/bijeenkomsten etc.). Uit de infoquête blijkt dat veel inwoners een huis-aan-huis folder over dit onderwerp interessant vinden. Extra aandacht in reguliere communicatie voor motivaties en belang Inwoners geven aan meer informatie te willen over waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt. Ook vinden zij duurzaamheid en goede recycling belangrijk. Deze informatie kan in de reguliere communicatie meegenomen worden om in de behoefte van inwoners te voorzien en bij te dragen aan een groter draagvlak voor het huidige systeem en eventuele toekomstige wijzigingen. Ervaringen uit aanpak #Terugwinnaars benutten Sinds eind 2019 voert ROVA de aanpak Terugwinnaars uit. Zie ook hoofdstuk 4.

Hieruit zijn inmiddels lessen geleerd over positieve en activerende communicatie, die breder toegepast kunnen worden om de communicatie effectiever te maken. Voorbereiding inzet van de aanpak Terugwinnaars en de GRIP-wagen Communicatie maakt onderdeel uit van de aanpak Terugwinnaars en van de inzet van de GRIP-wagen. Deze maatregelen worden nader toegelicht in respectievelijk hoofdstuk 4 en 8.

4. Voorbereiden aanpak Terugwinnaars De gemeente Westerveld is koploper in de hoeveelheid gft en pmd die wordt ingezameld. Enerzijds is dit een mooi resultaat, waar de gemeente trots op mag zijn. Anderzijds is de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen een aandachtspunt. Hoewel de hoeveelheid vervuiling nu nog mee lijkt te vallen, zien we wel een stijgende trend. Daarnaast worden verwerkers steeds kritischer op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen. Naarmate de resultaten op kwantiteit (kilo’s restafval) beter worden, neemt het effect van kwaliteit op het totale resultaat toe. Wanneer er nog veel restafval geproduceerd wordt, is dit de grootste kostenpost en de belangrijkste bron van negatieve milieu impact. Naarmate de hoeveelheid restafval echter afneemt wordt het relatieve aandeel van de gescheiden ingezamelde grondstoffen groter. Dit betekent dat de kosten en milieu impact van vervuiling in de grondstoffen een groter aandeel vormen van de totale kosten en milieu impact. Daarom heeft ROVA een aanpak ontwikkeld, genaamd Terugwinnaars, die gericht is op het verbeteren van de kwaliteit (zuiverheid) van de ingezamelde grondstoffen. Terugwinnaars bestaat uit drie onderdelen: •

•

•

Via gemeente-brede communicatie krijgen inwoners informatie over wat er wel en niet bij de verschillende grondstoffen mag. Ook wordt het belang en resultaat van goede afvalscheiding zichtbaar gemaakt. Er worden buurtgerichte interventies en acties ingezet in enkele (door de gemeente bepaalde) kernen/buurten. Deze maatwerk interventies worden specifiek gekozen en ingericht op de buurt/kern. Er vinden kwaliteitscontroles door een voorloopteam plaats. Dit team loopt voor de inzamelronde uit om de aangeboden containers visueel te controleren. Indien een container vervuild is krijgt de aanbieder hierover feedback via een kaart aan de container, waarop staat aangegeven welke vervuiling het betreft. Optioneel kunnen deze kwaliteitscontroles gecombineerd worden met de inzet van Toezicht en Handhaving door de gemeente.

De aanpak Terugwinnaars heeft een totale doorlooptijd van ongeveer 9 maanden; 3 maanden voorbereiding en 6 maanden uitvoering. Dit traject vergt een investering (zowel in tijd als in geld) voor de voorbereiding en uitvoering. Aangezien het een eenmalige aanpak betreft zijn er geen gevolgen voor de structurele jaarlijkse afvalkosten. Op de lange termijn wordt wel een stijging van de jaarlijkse kosten voorkomen; nu heeft de kwaliteit van de grondstoffen nog weinig tot geen effect op de verwerkingskosten, maar de verwachting is dat dit de komende jaren wel het geval wordt. Voor gft is deze ontwikkeling al begonnen. Door nu al in te zetten op een hogere kwaliteit van grondstoffen wordt een stijging van de verwerkingskosten (als gevolg van lagere kwaliteit) vermeden. De milieu impact van Terugwinnaars is positief, doordat meer grondstoffen zuiverder aangeboden en dus gerecycled kunnen worden. Het serviceniveau voor de inwoner blijft hetzelfde, omdat er niets aan de inzameling verandert.

4.1.

Wat gaan we concreet doen?

In 2023 wordt gestart met de voorbereidingen voor deze aanpak. Hiervoor wordt een projectplan inclusief begroting opgesteld. Dit projectplan biedt input voor het ‘Uitvoeringsplan 2024-2025’ dat in 2023 wordt aangeboden aan de raad.

7

5. Optimaliseren oud papierinzameling Oud papier wordt in de gemeente Westerveld al sinds jaar en dag ingezameld door verenigingen. De inzamelaars zijn verenigd en overleggen gezamenlijk meerdere keren per jaar. De gemeente heeft in 2021 een garantiesubsidie beschikbaar gesteld, zodat de verenigingen niet de dupe worden van de onrustige papiermarkt. Gezamenlijk kijken de gemeente en de verenigingen naar optimalisering van de inzameling. Bij optimalisering moet gedacht worden aan zo veel mogelijk huis-aan-huis inzameling, gemeente-brede dekking en oud papier uit het restafval krijgen voor de VANG-doelstellingen.

5.1.

Garantiesubsidie

Het college van burgemeester en wethouders kan op basis van de ‘Verordening tot stimulering van de inzameling van oud papier en karton Westerveld 2021’ aan scholen, verenigingen en instellingen (aangewezen inzamelaars) die werkzaam zijn in de gemeente Westerveld een subsidie toekennen voor het inzamelen van oud papier en karton dat vrijkomt in huishoudens in de gemeente Westerveld.

5.1.1. Voorwaarden Wanneer de netto opbrengst voor de aangewezen inzamelaars, gereduceerd met de logistieke kosten van de gecontracteerde papierverwerker, voor oud papier en karton minder bedraagt dan € 40,00 per duizend kilogram wordt de opbrengst aangevuld door de gemeente. De opbrengst van de aangewezen inzamelaars bedraagt altijd gegarandeerd € 40,00 per duizend kilogram, waarbij jaarlijkse indexatie van twee procent wordt toegepast vanaf 1 januari 2021. Geen subsidie wordt verstrekt indien de opbrengst voor de aangewezen inzamelaars, gereduceerd met de logistieke kosten van de gecontracteerde papierverwerker, gelijk of hoger is dan € 40,00 per duizend kilogram.

5.1.2. Financieel De maximale kosten voor de subsidie zijn € 136.500 per jaar afhankelijk van de Marktprijs Oud Papier (MOP). Wij vragen om de voortzetting van het huidige beleid te kunnen garanderen, een structureel budget van € 40.000 ter beschikking te stellen. Mochten de kosten hoger worden door de schommelende marktprijs, dan wordt dit meegenomen in de Najaarsrapportage 2023.

5.2.

Optimalisering oud papier inzameling

Vanuit dit uitvoeringsplan wordt ingezet op drie speerpunten. Gemeente-brede dekking, zo veel mogelijk huis-aan-huis inzameling en oud papier uit het restafval krijgen voor de VANG-doelstellingen.

5.2.1. Gemeente-brede dekking In 2020 hebben twee inzamelaars kenbaar gemaakt niet meer te willen inzamelen in de toekomst. Daardoor zijn er in Nijensleek en in Zorgvlied, Wateren, Oude Willem witte vlekken ontstaan waar niet meer werd ingezameld. Op 21 september 2020 heeft een constructief overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en de verenigde inzamelaars. In dit overleg zijn de speerpunten van de gemeente kenbaar gemaakt en is de wens voor een garantiesubsidie kenbaar gemaakt vanuit de inzamelaars. Sinds 2021 zamelt OBS De Kievitshoek nu ook in Nijensleek in aan de doorgaande weg. De inwoners zijn hierover huis-aan-huis geïnformeerd door De Kievitshoek. In overleg met Plaatselijk Belang Zorgvlied, Wateren, Oude Willem is afgestemd dat de Oudejaarsvereniging Tied Zat! de inzameling in Zorgvlied, Wateren en Oude Willem oppakt sinds medio 2022. Door de inzet van OBS De Kievitshoek en Tied Zat! is voor nu een gemeente-brede dekking geborgd. De gemeente monitort de dekking van de oud papier inzameling. Indien er zich door ontwikkelingen nieuwe witte vlekken aandienen gaat de gemeente met de verenigde inzamelaars in gesprek om de dekking zo spoedig mogelijk te herstellen.

8

5.2.2. Oud papier uit het restafval krijgen voor de VANG-doelstellingen In 2020 bestond de inhoud van de Westerveldse restafvalcontainer gemiddeld voor achttien procent uit oud papier. Dit komt neer op zo’n 22 kilo oud papier per inwoner per jaar dat verbrand wordt. Dit is niet wenselijk voor het milieu, de VANG-doelstellingen en de Westerveldse portemonnee. De inzamelaars hebben aangeboden om een informatieve flyer te verspreiden waarop staat aangegeven welk papier bij het oud papier mag en welk papier in de restafvalcontainer moet. De inzamelaars kunnen deze flyer dan voegen bij hun oud papier rooster dat huis-aanhuis wordt verspreid of via de andere kanalen in de dorpen. Het gebruiken van een huis-aan-huis flyer sluit aan bij de voorkeur van de inwoners, zoals blijkt uit de infoquête uit 2021. De kosten voor deze flyer bedragen ongeveer € 1.000 en worden openomen in een breed communicatiebudget.

5.3.

JA/JA sticker

Reclamedrukwerk maakt een groot deel uit van het papier dat wordt aangeboden voor recycling. Op dit moment moeten inwoners met een sticker kenbaar maken als ze geen reclame in de bus willen. Hiervoor bestaat al geruime tijd een NEE/JA sticker, voor wie wel de huis-aan-huis bladen wil ontvangen, maar geen reclamefolders en een NEE/NEE sticker, voor wie helemaal geen ongeadresseerd drukwerk wil ontvangen. Iedereen zonder sticker op de brievenbus ontvangt reclamedrukwerk. De JA/JA sticker draait de situatie om. Hiermee maken inwoners kenbaar dat ze wel reclamedrukwerk en huis-aan-huis bladen willen ontvangen. De NEE/JA sticker blijft gewoon gelden, net als de NEE/NEE sticker. Geen sticker? Dan komen er geen reclamedrukwerk en huis-aan-huis bladen in de bus. Hiermee wordt de norm, de standaard, de situatie die aansluit bij onze circulaire ambities. Het wordt makkelijker voor inwoners om minder papierafval te produceren. Beide aspecten (uitstralen wat de norm is en gemak) beïnvloeden het gedrag van inwoners richting minder afval. Het college heeft in 2021 bij de beantwoording van schriftelijke vragen aangegeven de mogelijke invoering van de JA/JA sticker mee te nemen in het Grondstoffenplan 2023-2025. In de infoquête die in het najaar van 2021 is gehouden is aan een representatieve steekproef van de inwoners gevraagd of zij een meerwaarde zien in het invoeren van de JA/JA sticker.

Uit de infoquête blijkt dat de 69% van de respondenten bekend is met de JA/JA sticker. Van degenen die deze sticker kennen is bijna tweederde voorstander van de invoering ervan. Er is dus ook 31% van de inwoners nog niet bekend met de JA/JA sticker. De verwachting is dat het gehele stickersysteem op zeer korte termijn vervangen gaat worden voor een digitaal systeem, waarin inwoners kunnen aangeven wat zij wel of niet willen ontvangen. Op dit moment vinden er proeven plaats in een aantal Nederlandse gemeenten, waarna het systeem landelijk uitgerold gaat worden. Vanuit dit uitvoeringsplan wachten we de landelijke ontwikkelingen eerst even af.

5.4.

Wat gaan we concreet doen?

In 2023 zorgen we ervoor dat we structurele middelen hebben voor de garantiesubsidie oud papier, waarmee we de onrustige grondstoffenmarkt opvangen wanneer dit noodzakelijk is. Ook gaan we samen met de oud papier inzamelaars een flyer verspreiden welk papier bij het oud papier mag en welk papier in de restafvalcontainer moet. Tot slot monitoren we de ontwikkelingen van de digitalisering van de verschillende brievenbusstickers.

9

6. Voorbereiden invoering diftar De gemeente Westerveld heeft zich gecommitteerd aan de VANG-doelstellingen. Dit betekent dat de gemeente streeft naar het terugdringen van de hoeveelheid restafval tot 30 kg per inwoner in 2025. De afgelopen jaren zijn er goede stappen in deze richting gezet. Om het doel voor 2025 te bereiken zijn echter aanvullende stappen nodig.

6.1.

Wat is diftar

Diftar staat voor ‘gedifferentieerde tarieven’. Op dit moment bestaat er al enige tariefdifferentiatie: de afvalstoffenheffing is immers lager voor eenpersoons huishoudens dan voor huishoudens met twee of meer personen. Onder diftar wordt daarnaast een deel van de afvalstoffenheffing afhankelijk van hoeveel restafval een huishouden produceert. Bij diftar bestaat de afvalstoffenheffing uit twee delen: een vast deel en een variabel deel. Het vaste deel dekt de kosten voor inzameling en verwerking van grondstoffen. Het variabele deel dekt de inzameling en verbranding van restafval. Het vaste deel blijft voor alle huishoudens (van dezelfde grootte) gelijk, net zoals nu het geval is. Het variabele deel wordt jaarlijks berekend op basis van een vast bedrag per keer dat er restafval is aangeboden. Hierdoor ontstaat een financiële beloning voor inwoners die minder afval produceren; hoe minder vaak zij restafval aanbieden, des te minder afvalstoffenheffing zij betalen. Over het algemeen zal een gemiddeld gezin iets minder gaan betalen ten opzichte van het huidige systeem als alle andere factoren (zoals verbrandingsbelasting en grondstofprijzen) gelijk blijven.

6.2.

Effecten

Ongeveer de helft van de gemeenten in Nederland hanteert een vorm van diftar. Uit de benchmark Afval blijkt dat in gemeenten met diftar over het algemeen minder restafval wordt aangeboden. Daarnaast wordt ook beter gescheiden; in gemeenten waar wordt betaald voor de hoeveelheid restafval scheiden burgers hun afval 30% tot 60% beter dan in andere gemeenten. Diftar lijkt zelfs een voorwaarde te zijn voor het behalen van de VANG-doelstellingen; in bijna alle gemeenten die de doelen voor 2020 hebben gehaald is diftar ingevoerd (bron: www.benchmarkafval.nl). Mede als gevolg van de daling in restafval is diftar gemiddeld goedkoper. De afvalbeheerkosten zijn in gemeenten met diftar gemiddeld 28% lager dan in de overige gemeenten. Uiteraard is het invoeren van diftar geen garantie op een lagere afvalstoffenheffing. De afvalbeheerkosten zijn immers van veel verschillende factoren afhankelijk. Wel zorgt diftar ervoor dat verdere kostenstijgingen, bijvoorbeeld als gevolg van een hogere afvalstoffenbelasting, (deels) voorkomen worden. Een ander belangrijk voordeel is dat betalen naar gebruik door veel inwoners als rechtvaardiger gezien wordt. Door het invoeren van diftar worden inwoners die hun best doen duurzaam te leven beloont. Hoe minder restafval men produceert, des te lager de kosten.

6.3.

Draagvlak

In de infoquête is gevraagd naar diftar, omgekeerd inzamelen fase 2 (restafval naar een ondergrondse container brengen) en een combinatie van die twee. Uit de infoquête blijkt dat 54% van de inwoners voorstander is van een of beide wijzigingen. Hierbij is er het meeste draagvlak voor diftar. Wat opvalt is dat de respondenten, die aangeven geen voorstander te zijn van diftar, hiervoor argumenten noemen die gebaseerd zijn op misverstanden. Veel voorkomend zijn de argumenten dat diftar duurder is, of dat diftar leidt tot illegale dumpingen. Uit onderzoeken en de Benchmark Afval blijkt echter dat de afvalstoffenheffing in gemeenten met diftar gemiddeld lager is dan in gemeenten zonder diftar. Een toename in illegale dumpingen wordt over het algemeen niet waargenomen bij de invoering van deze systeemwijziging. Als dit al voorkomt is het een tijdelijk effect. Bovendien bestaat het meeste afval dat gedumpt wordt in natuurterreinen uit afval dat niet onder huishoudelijk afval valt, maar uit grof afval wat bij het afvalbrengstation ingeleverd dient te worden. Bij de invoering van diftar is het van belang om de inwoners tijdig van duidelijke en volledige informatie te voorzien via communicatie. 10

6.4.

Kosten invoer diftar incl. flankerend beleid

6.4.1. Uitgangspunten Voor de berekening van de invoeringskosten gaan we uit van de volgende uitgangspunten: • • • •

• •

•

• •

Diftar wordt toegepast op basis van volume en frequentie1. Diftar geldt voor zowel de minicontainers als de verzamelcontainers. De inzamelfrequentie voor restafval, pmd en gft blijft gelijk. De reductie van restafval bij invoering van diftar is van verschillende zaken afhankelijk. De reductie is daarom lastig precies te voorspellen. Gebaseerd op de ervaringen van ROVA in andere gemeenten verwachten we dat de hoeveelheid fijn restafval reduceert tot 80 tot 60 kg per inwoner per jaar. De ervaring leert dat de veranderingen voor andere afvalstromen beperkt zijn, daarom is in de berekening alleen voor restafval een kostenverandering opgenomen. We gaan voor het berekenen van de besparing op restafvalverwerking uit van de huidige verwerkingstarieven. In de praktijk zijn de verwerkingskosten aan verandering onderhevig. Deze autonome ontwikkelingen zijn niet precies te voorspellen en daarom niet meegenomen in de berekeningen, maar deze ontwikkelingen beïnvloeden de daadwerkelijke kosten wel. Gekeken is naar de kosten die door de invoering van diftar veranderen, zoals de kosten voor de diftarservice (registratie, uitwisseling gegevens etc.). Kosten die niet veranderen worden buiten beschouwing gelaten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om directe aansturingskosten voor planning en dergelijke.

We gaan uit van het begrootte aantal huisaansluitingen in de gemeente Westerveld in 2022, namelijk 8.993 aansluitingen. De berekening van het aantal benodigde verzamelsystemen is gebaseerd op een inventarisatie bij de huidige locaties op de rolcontainer route. Na besluitvorming zullen de exacte locaties van de containers bepaald moeten worden samen met de omgeving. Dat bepaalt het precieze aantal verzamelsystemen.

6.4.2. Eenmalige tijdsinzet De invoering van diftar zal in 2023 tijdsinzet vragen vanuit diverse afdelingen binnen de gemeente, zoals communicatie, ICT, financiën en beleid. Hiervoor gaan we een projectstructuur opzetten bestaande uit medewerkers vanuit de gemeente en ROVA. Een voorbeeld van een projectstructuur is te zien in figuur 2.

Figuur 2: Schematische weergave projectstructuur t.b.v. invoering diftar

1 Dit is de vorm die ROVA in haar andere gemeenten ook hanteert. Hierbij wordt geregistreerd hoe

vaak een huishouden restafval aanbiedt. Voor verschillende volumes (240L voor een minicontainer of 40L voor een aanbieding bij een verzamelcontainer) gelden verschillende tarieven. De combinatie van volume en frequentie bepaalt daarmee het variabele tarief voor een huishouden. 11

De werkgroep Dataproces draagt zorg voor het implementeren van een dusdanig dataproces, dat uiteindelijk ieder aanbod van huishoudelijk rest- en GFT-afval kan worden toegerekend aan het subject. De werkgroep Diftarkader draagt zorg voor het beleidsmatig, financieel en juridisch kader voor de nieuwe heffingssystematiek. Zij houdt zich onder meer bezig met het flankerend beleid, de afvalstoffenbegroting, de tarieven, kwijtschelding, afstemmen van oplossingen voor bijzondere aansluitingen, aanpassing verordening en handhaving. De werkgroep Communicatie draagt zorg voor alle interne en externe communicatie omtrent de invoering. Er moet rekening gehouden worden met een invoeringstermijn van minimaal 6 tot 8 maanden. De benodigde tijdsinzet per medewerker is sterk afhankelijk van de gewenste rolverdeling en invulling, maar zal voor de projectleider en werkgroep trekkers ca. 8 uur per week bedragen en voor de overige medewerkers ca. 2-4 uur per week. Deze uren zijn beschikbaar binnen de huidige formatie op afdeling belastingen na. Hiervoor worden éénmalige inhuurkosten opgenomen.

6.4.3. Eenmalige kosten De algemene eenmalige kosten voor invoering van diftar in de gemeente Westerveld bedragen € 40.000. Deze kosten die gelden voor beide scenario’s worden hieronder toegelicht. Daar waar bij de scenario’s aanvullende éénmalige kosten zijn, worden deze bij de specifieke scenario’s genoemd. Daarna volgt een overzicht van de jaarlijkse kosten per scenario. Vernieuwen ICT-systeem

€ 7.500

Communicatie

€ 20.000

Tijdelijke inhuur belastingen

€ 12.500

Totaal eenmalige kosten

€ 40.000

Tabel 1: tabel éénmalige algemene kosten invoering diftar

Vervangen/registreren huidige containers Alle minicontainers en verzamelcontainers (behalve de rolcontainers) in Westerveld zijn al voorzien van registratiechips. Hiervoor hoeven dus geen aanvullende kosten te worden gemaakt.

Aanpassen/vernieuwen ICT-systeem gemeente Aan de kant van de gemeente dient geïnvesteerd te worden in aanpassingen aan/vernieuwing van ICT-systemen, om te zorgen dat alle benodigde dataregistratie en -overdracht kan plaatsvinden. De eenmalige kosten hiervoor bedragen ca. € 7.500. Dit is exclusief de ureninzet vanuit de gemeente (€ 12.500). De jaarlijkse (licentie)kosten bedragen ca. € 2.500.

Communicatie Verder zullen eenmalige kosten voortkomen uit de inzet van communicatiemiddelen. Hierbij moet gedacht worden aan het versturen van brieven, het organiseren van bewonersavonden etc. Voor communicatie over diftar en het afvalbeleid in brede zin wordt een bedrag van €20.000 gereserveerd.

Plaatsing nieuwe verzamelsystemen Voor het grootste deel van de gemeente Westerveld zijn geen nieuwe verzamelsystemen nodig. Uitzondering hierop is de rolcontainer route, waarop nu ca. 899 aansluitingen zitten. Dit betreffen vooral (semi-)permanent bewoonde recreatiewoningen, maar ook andere adressen zoals enkele hoogbouwlocaties, aanleunwoningen, compacte bouw en zorgadressen met extra medisch restafval. In totaal gaat het om 33 locaties waar rolcontainers staan. Deze rolcontainers (en de voertuigen waarmee ze geledigd worden) kunnen niet geregistreerd worden en zullen bij invoering van diftar dus vervangen moeten worden.

12

6.4.4. Jaarlijkse kosten Naast de eenmalige kosten heeft de invoering van diftar ook invloed op de jaarlijkse DVO-kosten en exploitatielasten. ROVA brengt een jaarlijks bedrag in rekening voor de service- en administratiekosten van diftar. Nieuw geplaatste voorzieningen worden over een looptijd van 10 jaar afgeschreven en brengen onderhouds- en ledigingskosten met zich mee. Tegelijkertijd zal de hoeveelheid restafval naar verwachting afnemen, waardoor de verwerkingskosten dalen. Het totale effect op de jaarlijkse kosten hangt af van het scenario dat gekozen wordt voor de rolcontainer route en hoe de aansluitingen op de rolcontainerroute worden gefaciliteerd. In het volgende gedeelte worden de twee verschillende scenario’s beschreven en worden de jaarlijkse en eenmalige kosten2 voor de verschillende scenario’s weergegeven.

Scenario 1: Diftar met vrijstelling recreatieparken/hoogbouw, behoud rolcontainer route Een mogelijkheid is dat de adressen op de rolcontainer route eerst een vaste afvalstoffenheffing houden en uitgezonderd worden van diftar. Deze optie betekent dat de gemeente geen aanvullende éénmalige kosten hoeft te maken om alle locaties van verzamelcontainers te voorzien. Dit scenario heeft een aantal nadelen. Ten eerste blijft in dit scenario de huidige rolcontainer route in stand. Daarbij vormen de locaties in de rolcontainer route in dit scenario een diftarlek, aangezien de rolcontainers vrij toegankelijk zijn: een deel van de inwoners van de reguliere laagbouw zal hun restafval naar deze rolcontainers brengen, om zo de variabele kosten voor een restafval aanbieding te ontwijken. ROVA verwacht dat dit tot minimaal 10% meer restafval via de rolcontainerroute zal leiden. Daarnaast zorgt een gedeeltelijke invoering van diftar ervoor dat de communicatieboodschap ‘de vervuiler betaalt’ minder sterk is. Daarnaast zijn de aansluitingen op de rolcontainer route (+- 10% van het totaal aantal aansluitingen) verantwoordelijk voor bijna 20% van het totale ingezamelde tonnage restafval gemeentebreed; behoud van de rolcontainer route zorgt daarmee voor een lagere reductie van restafval in verhouding tot scenario 2.

Gebaseerd op een verwachte restafvalreductie naar tussen de 80 en 60 kg per inwoner per jaar, bedragen de verwachte totale minderkosten voor dit scenario c.a. € 5 tot € 10 euro per aansluiting. Wij verwachten dat bij dit scenario de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar aan de bovengrens van de bandbreedte (80 kg) zit.

Totaal

Restafval per inwoner per jaar Verwerkingskosten

€

80 kg -100.548 €

60 kg -143.334

Structurele kosten

€

55.570

€ 55.570

totaal

€

-44.978

-€ 87.764

-€ 5

-€ 10

totaal per aansluiting Tabel 2: tabel meer- en minderkosten diftar met vrijstelling recreatieparken en hoogbouw.

2 Prijspeil 2022

13

Scenario 2: Diftar voor alle aansluitingen De tweede en meest gewenste optie is dat diftar voor alle aansluitingen geldt, dus ook voor de adressen op de rolcontainer route. Dit betekent dat de rolcontainer route komt te vervallen en dat alle locaties waar nu rolcontainers staan, voorzien moeten worden van verzamelcontainers met toegangscontrole voor restafval. Ook zullen onder dit scenario bij de locaties aanvullende minicontainers voor pmd en gft geplaatst moeten worden. In dit scenario krijgen alle aansluitingen de mogelijkheid om het afval te scheiden en is er geen sprake van een diftarlek. De verwachte reductie van restafval is groter ten opzichte van scenario 1. De gemeentebrede communicatieboodschap ‘de vervuiler betaalt’ komt volledig tot zijn recht. Een kanttekening is dat potentieel benodigd maatwerk voor de inzameling van grondstoffen bij specifieke hoogbouwlocaties tot extra kosten kan leiden. Gebaseerd op een verwachte restafvalreductie naar tussen de 80 en 60 kg per inwoner per jaar, bedragen de verwachte totale minderkosten voor dit scenario ook c.a. € 5 tot € 10 euro per aansluiting. Wij verwachten dat bij dit scenario de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar in het midden van de bandbreedte zit.

Totaal

Restafval per inwoner per jaar Verwerkingskosten

€

80 kg -100.548 €

60 kg -143.334

Structurele kosten

€

54.445 €

54.445

totaal

€

-46.102 €

-88.889

totaal per aansluiting

-€ 5

Eenmalige plaatsingskosten verzamelsystemen

-€ 10 €

16.500

Tabel 3: tabel meer- en minderkosten diftar voor alle aansluitingen.

6.4.5. Conclusies Uit het overzicht blijkt dat beide scenario’s leiden tot een besparing op de jaarlijkse kosten, waarbij scenario 2 naar verwachting de grootste besparing met zich meebrengt. Dit scenario zorgt naar verwachting namelijk voor de grootste reductie van huishoudelijk restafval. Bij scenario 2 moet in gedachten worden gehouden dat hier éénmalige investeringen in nieuwe verzamelsystemen voor restafval tegenover staan. Het bijkomende voordeel is dat in dit scenario alle Westervelders worden gefaciliteerd in het scheiden van hun afval. Door de verzamelcontainers voor restafval ontstaat er ruimte voor het verder scheiden van gft en pmd. Vanuit dit uitvoeringsplan wordt ingezet op scenario 2.

6.5.

Tarieven afvalstoffenheffing

De gemeente bepaalt zelf welke tarieven zij hanteert, zowel voor het vaste deel van de afvalstoffenheffing als het tarief per aanbieding van restafval. ROVA adviseert om deze tarieven zo op te zetten dat het vaste deel kostendekkend is voor de inzameling en verwerking van de grondstoffen, en het tarief per aanbieding dekkend is voor de inzameling en verwerking van restafval. De (kostendekkende) adviestarieven van ROVA voor 2023 zijn in onderstaande tabel weergegeven. Aanbieding restafval

Inhoud (liter)

Tarief per aanbieding

minicontainer

240

€ 10,60

verzamelcontainer

40

€ 1,80

14

Dit voorkomt de zogenaamde diftarparadox, waarbij na invoering van diftar de afvalstoffenheffing verhoogd moet worden omdat een succesvol beleid er toe leidt dat er zo weinig restafval wordt ingezameld dat hiermee de vaste kosten niet meer gedekt worden.

6.6.

Wat gaan we concreet doen?

In 2023 treffen we de nodige voorbereidingen, zoals aanpassing van de ‘Afvalstoffenverordening’ en de ‘Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023’. Diftar wordt per 1 januari 2024 ingevoerd. Parallel aan deze voorbereidingen wordt ingezet op communicatie en informatie. Vanaf Q2 2023 worden inwoners via verschillende kanalen geïnformeerd over diftar. Hierbij zal specifiek aandacht besteed worden aan de aandachtspunten die vanuit de infoquête naar voren zijn gekomen. Zo zal duidelijk gemaakt worden waarom de gemeente kiest voor diftar en hoe dit bijdraagt aan de circulaire ambities van de gemeente. Ook zal aandacht besteed worden aan het ontkrachten en/of weerleggen van veelvoorkomende misverstanden.

15

7. Monitoren en evalueren Afvalbrengstation Het afvalbrengstation van de gemeente Westerveld draait op dit moment voor het achtste jaar. In dit hoofdstuk worden enkele optimalisaties behandeld die wenselijk zijn. Daarnaast hebben de inwoners van Westerveld in de bewonersonderzoeken aangegeven graag een verbetering te willen in het serviceniveau van brengvoorzieningen voor grof huishoudelijk afval. Hiervoor worden ook optimalisaties ingericht.

7.1.

Huidige situatie afvalbrengstation

Op 4 januari 2014 heeft de gemeente Westerveld in Havelte het huidige afvalbrengstation geopend. Een nieuw modern afvalbrengstation dat voldoet aan de tegenwoordige milieueisen. Een duurzaam ‘station’ waar we als gemeente zoveel mogelijk inzetten op het scheiden en hergebruiken van afval. Als gemeente hebben we duurzaamheid hoog in het vaandel en door goede scheiding van afvalstromen kunnen deze hergebruikt worden als grondstoffen voor een volgend product. Zo blijven deze grondstoffen ook beschikbaar voor toekomstige generaties. Ook bij de aanleg en inrichting van het afvalbrengstation heeft de gemeente zoveel mogelijk gestreefd naar duurzaamheid. Dat heeft onder andere geleid tot de aanleg van een gescheiden rioolsysteem waarin hemelwater wordt opgevangen en afgevoerd naar het oppervlakte water. Vuil water wordt via een persleiding afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Dieverbrug. Het afvalbrengstation draait nu voor het achtste jaar en steeds meer inwoners weten het afvalbrengstation te vinden. Dit blijkt ook uit de infoquête: vrijwel alle respondenten (96%) zijn bekend met het afvalbrengstation en 79% geeft aan hier ook gebruik van te maken. Sinds 3 september 2016 maken de inwoners van de gemeente Meppel ook gebruik van ons afvalbrengstation.

Op dit moment hebben we ongeveer 35.000 bezoekers per jaar die zo'n 5.000 ton afval en grondstoffen komen brengen. Dit is onderverdeeld in ongeveer vijftig procent Westerveld en vijftig procent Meppel. In 2017 waren dit nog ongeveer 20.000 bezoekers met 2.300 ton afval en grondstoffen.

7.2.

Openingstijden

Op dit moment is het afvalbrengstation in Havelte geopend op dinsdag tot en met vrijdag van 12.00 uur tot 16.00 uur en op zaterdag van 8.30 uur tot 12.00 uur. Verruiming van de openingstijden op het afvalbrengstation is tijdens de verschillende belevingsonderzoeken van ROVA door de inwoners genoemd als service-verhoging. Uiteraard zijn ruimere openingstijden een verhoging van het serviceniveau, maar financieel gezien is dit niet realistisch en op dit moment ook niet noodzakelijk. Dit beeld is ook bevestigd door de infoquête. Maar liefst 85 procent van de inwoners is tevreden over de (eventuele) wachttijd bij een bezoek aan het afvalbrengstation. In 2020 zijn er incidenteel lange wachtrijen geweest. Dit is een landelijke ontwikkeling die zich vooral afspeelde aan het begin van de Covid-19 crisis. Ook de vakantieperiode was drukker, omdat veel mensen vakantie vierden vanuit huis of in eigen land door de geldende Covid-maatregelen. De situatie is inmiddels weer genormaliseerd. We houden dagelijks bij hoeveel bezoekers zijn geweest, op welke tijden en of wachtrijen tot buiten de poort zijn voorgekomen. Op basis hiervan kunnen, wanneer nodig, extra maatregelen getroffen worden zoals een verkeersregelaar.

7.3.

Tarieven

Op dit moment zijn de baten en lasten van het afvalbrengstation niet kostendekkend. Het huidige tarief op het betaalde veld is € 0,10 per kilo. De verwachting is dat het afvalbrengstation bij een tarief van € 0,20 per kilo op het betaalde veld kostendekkend is. Echter is differentiatie wenselijk. Het verwerkingstarief van puin is bijvoorbeeld veel lager dan de verwerking van restafval.

16

Een kostendekkend afvalbrengstation komt financieel ten goede aan de afvalstoffenheffing. Dit sluit aan bij het principe ‘de vervuiler betaalt’; de kosten worden gedragen door de aanbieder, niet verdeeld over alle inwoners. Ook levert dit een positieve bijdrage in relatie tot bedrijfsafval. Niet al het bedrijfsafval is op het afvalbrengstation namelijk te weren, omdat inwoners bijvoorbeeld een milieupas hebben en tevens zzp’er zijn. Op dat moment valt niet aan te tonen of het particulier afval of bedrijfsafval is. Door een kostendekkend tarief wordt geen bedrijfsafval doorberekend aan de inwoners via de afvalstoffenheffing. In 2023 wordt onderzoek gedaan naar het kostendekkend maken van het afvalbrengstation. De resultaten van dit onderzoek zullen onderdeel worden van het ‘Uitvoeringsplan 2024-2025’. Na besluitvorming wordt het besluit verwerkt in de ‘Verordening op de heffing en invordering afvalstoffenheffing 2024’. Daarmee kunnen eventuele nieuwe tarieven ingaan op 1 januari 2024, waarmee ‘diftarlekken’ ook worden voorkomen.

7.4.

GRIP-wagen

Tijdens de verschillende bewonersonderzoeken is gebleken dat de inwoners graag een hoger serviceniveau willen als het gaat om het wegbrengen van grof huishoudelijk afval. Een mogelijkheid hiervoor is de GRIP-wagen van ROVA. GRIP staat voor Grondstoffen Inlever- en Informatiepunt. De GRIP-wagen is een brengvoorziening in aanvulling op, niet ter vervanging van, het afvalbrengstation en is vooral bedoeld om de service te verhogen voor inwoners: dichtbij huis, onderweg naar de supermarkt, met een persoonlijke benadering van een speciaal hiervoor opgeleide chauffeur. Naast het inleveren van grondstoffen kunnen inwoners ook informatie krijgen bij de wagen over afval en grondstoffen. De GRIP-wagen heeft hiermee ook een belangrijk voorlichtings- en educatiefunctie. Bij de GRIP-wagen kunnen inwoners een kleine hoeveelheid grof huishoudelijk afval inleveren (omvang ‘boodschappentas’). Het gaat hierbij om zeven grondstoffenstromen: harde kunststoffen, klein chemisch afval, hout en puin, ijzer, EPS (piepschuim), vlakglas en elektrische apparaten. De GRIP-wagen staat op vaste tijden op centrale punten in het dorp, bijvoorbeeld bij (super-)markten. Het idee hierachter is dat inwoners voor kleine hoeveelheden grof huishoudelijk afval niet altijd naar het afvalbrengstation willen rijden. Denk hierbij aan een stukje piepschuim of een kapotte elektrische tandenborstel.

Vaak belandt dit type afval toch bij het restafval, waardoor recycling niet meer mogelijk is. Dat is zonde van de grondstoffen en slecht voor het milieu. De GRIP-wagen maakt het gescheiden inleveren van dit type afval makkelijker en laagdrempeliger. Bovendien functioneert de wagen ook direct als informatiepunt waar inwoners terecht kunnen met vragen over bijvoorbeeld afvalscheiding.

7.5.

Wat gaan we concreet doen?

2023 zal in de eerste plaats benut worden om het functioneren van het afvalbrengstation te monitoren en evalueren. Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe het afvalbrengstation het beste kostendekkend gemaakt kan worden. Op basis van dit onderzoek en de evaluatie worden in het ‘Uitvoeringsplan 2024-2025’ eventuele verbetermogelijkheden voorgesteld. Verder wordt in 2023 een voorstel opgesteld voor de invoering van de GRIP-wagen, inclusief financiële consequenties. Dit voorstel dient als input voor het ‘Uitvoeringsplan 2024-2025’. De verwachting is dat invoering van de GRIP-wagen in 2024 kan plaatsvinden.

17

8. Onderzoek optimale benutting verzamelcontainers In 2019 zijn in de gemeente Westerveld zestien ondergrondse verzamelcontainers voor restafval geplaatst. Deze dienen vooral als extra voorziening, zodat huishoudens die met de laagfrequente inzameling van restafval niet uitkomen alsnog de mogelijkheid hebben om zich van hun afval te ontdoen. Uit de infoquête blijkt dat 78% van de inwoners weet waar de dichtstbijzijnde verzamelcontainer te vinden is. Tegelijkertijd is gesignaleerd dat sommige verzamelcontainers vaker gebruikt lijken te worden dan andere. Het is belangrijk hier meer inzicht in te krijgen. Indien dit beeld klopt dan kan het interessant zijn om op enkele locaties meer of minder verzamelcontainers te plaatsen. Dat zou leiden tot betere benutting van de verzamelcontainers, wat de logistiek efficiënter maakt en beter aansluit bij de behoefte van de inwoners. Tegelijkertijd is de verwachting dat de invoering van diftar ook invloed zal hebben op het gebruik van de ondergrondse containers.

8.1.

Wat gaan we concreet doen?

In 2023 en 2024 monitoren we hoe de verschillende verzamelcontainers benut worden. Hierbij zal onder andere aandacht worden besteed aan hoe vaak de container gebruikt wordt, hoe vaak deze geledigd wordt en hoe vaak er meldingen van storingen zijn. Op basis van deze informatie zal een advies worden opgesteld over hoe de benutting van de verzamelcontainers geoptimaliseerd kan worden. Dit onderwerp krijgt een vervolg in het ‘Uitvoeringsplan 2024-2025’.

18

9. Opschalen project zwerfvuil Sinds 2014 ontvangt de gemeente een vergoeding per inwoner per jaar vanuit het Afvalfonds om zwerfafval te bestrijden. Hiervan zijn in het verleden een aantal blikvangers gekocht die zijn geplaatst langs schoolroutes van Stad en Esch in Diever. Ook is een actie gehouden tijdens wandel- en fietsevenementen. Sinds september 2017 houden verenigingen uit de gemeente Westerveld, tegen een vergoeding, gezamenlijk de bermen schoon. De verenigingen krijgen op deze manier een mooie bijdrage voor de clubkas, terwijl de gemeente grote delen van de bermen zwerfafvalvrij heeft. Wel moet de vereniging de vergoeding gebruiken voor het verduurzamen van de vereniging en niet voor feestjes. De verenigingen zijn zeer tevreden en in 2022 is maar liefst 156 kilometer wegberm zwerfvuil vrij gehouden door achttien verenigingen. Het project geeft een boost aan de maatschappelijke organisaties, draagt bij aan verduurzaming en (jeugd)educatie en is een groot succes. Op 1 juli 2021 is statiegeld ingevoerd op kleine plastic flesjes. Vanaf 1 januari 2023 zal deze regeling ook voor blikjes gaan gelden. De vergoeding vanuit het Afvalfonds komt tegelijkertijd te vervallen. Op dit moment is de trend dat er inderdaad minder kleine flesjes worden gevonden. De verwachting is ook dat er minder blikjes in de openbare ruimte terecht gaan komen.

De noodzaak van het project komt echter niet te vervallen. Het afgelopen jaar is er totaal zo’n 500 kilo PMD-afval en 500 kilo restafval verzameld door de vrijwilligers. Vanaf 1 januari 2023 is de subsidie verwerkt in de gemeentelijke begroting. In de praktijk moeten er af en toe afvalgrijpers, zakken, ringen en andere zaken besteld worden om de vrijwilligers te faciliteren. Ook is er soms de wens om een blikvanger te plaatsen of zijn er meer verenigingen die graag willen deelnemen. Op dit moment is hier geen ruimte voor. Totaal wordt een structureel budget aangevraagd van € 15.000, zodat bovenstaande zaken faciliteert kunnen worden.

9.1.

Wat gaan we concreet doen?

Omdat het project zo succesvol is vragen wij een structureel budget van € 15.000 ter beschikking te stellen voor de opschaling van het project en dit te verwerken bij de ‘Kadernota 2023’.

19

10.

Financiële paragraaf

Dit uitvoeringsplan heeft als doel om de dienstverlening naar de inwoner verder te optimaliseren. Daarnaast willen we de inwoners faciliteren om afval goed te kunnen scheiden en grondstoffen zo zuiver mogelijk te kunnen aanbieden. Om uitvoering te geven aan het ‘Uitvoeringsplan 2023’ is structureel en incidenteel budget nodig. Wij vragen voor deze kosten een structureel budget van € 57.500 en een incidenteel budget van € 61.500 beschikbaar te stellen in 2023 en dit te verwerken in de ‘Kadernota 2023’. De structurele lasten uit dit uitvoeringsplan worden vanaf 2024 opgenomen in de afvalstoffenheffing voor 2024. In de onderstaande begroting worden de structurele en incidentele lasten per stelpost weergegeven:

Structurele lasten Garantiesubsidie oud papier Licentiekosten belastingsysteem Opschalen project zwerfvuil

€ 40.000 € 2.500 € 15.000 -----------€ 57.500

Incidentele lasten Breed communicatiebudget Implementatie nieuw belastingsysteem Inhuurkosten implementatie diftar Plaatsingskosten verzamelsystemen rolcontainerroute

20

€ 25.000 € 7.500 € 12.500 € 16.500 -----------€ 61.500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=7a7ef014-4825-440e-be1f-20d35e10d92e