Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Westerveld 2024
Tekst van het document
Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Westerveld 2024 Intitulé Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Westerveld 2024
Burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld, Overwegende dat •
de gemeenteraad op grond van artikel 3, tweede lid van de afvalstoffenverordening burgemeester en wethouders ter uitvoering van deze verordening de bevoegdheid
heeft toegekend een aantal onderwerpen op basis van een besluit nader te regelen; •
het in het belang van een doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen
wenselijk is nadere regels te stellen over de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop afvalstoffen kunnen worden overgedragen of ter inzameling aangeboden aan de
inzameldienst en andere inzamelaars, als bedoeld in de afvalstoffenverordening. Gelet op de bepalingen van de Afvalstoffenverordening gemeente Westerveld 2024 BESLUIT:
Vast te stellen het volgende Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Westerveld 2024 Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. verordening: Afvalstoffenverordening Westerveld 2024
b. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel voor één huishouden, zoals een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag;
c. inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemde bewaarplaats voor meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot;
d. inzameldienst: de krachtens artikel 3, eerste lid van de verordening, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen;
e. goedzooi: alle herbruikbare en verkoopbare producten en componenten die
overblijven na gescheiden inzameling van (verplichte) deelstromen of fracties en wat
f.
afkomstig is van huishoudens;
afvalbrengstation: de inzamelplaats van de inzameldienst waar inwoners hun grof huishoudelijk afval gescheiden kunnen aanbieden, krachtens artikel 5 van de verordening;
g. chemocar: inzamelvoertuig dat speciaal is ingericht voor het gescheiden inzamelen van klein chemisch afval.
Artikel 2. Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars
1. Als inzamelaar op grond van artikel 4, eerste lid, van de verordening worden aangewezen:
a. oud papier en karton: de verenigingen, scholen en andere non-profitorganisaties
die voor de inzameling van het oud papier en karton uit huishoudens een inzamelcontract hebben afgesloten met de gemeente of de inzameldienst;
b. textiel: de organisaties die voor de huis-aan-huis inzameling van textiel of voor het hebben van een inzamelvoorziening op een inzamellocatie een inzamelcontract hebben afgesloten met de gemeente of de inzameldienst;
c. goedzooi: kringloopbedrijven met een overeenkomst met de inzameldienst of de gemeente voor het inzamelen van goedzooi;
d. voor klein chemisch afval (KCA): •
de detaillisten, die batterijen en andere artikelen verkopen, die bij het ontdoen hiervan als klein chemisch afval worden aangemerkt;
•
de plaatselijke apotheken voor medicijnresten en (on-)gebruikte injectienaalden en spuiten.
Artikel 3. Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
1. Op grond van artikel 7, eerste lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: a. voor inzameling van huishoudelijk restafval •
voor laagbouwwoningen een daartoe bestemde 240 liter minicontainer (met een grijs deksel);
•
bij huishoudens in gebieden waar inzameling met minicontainers niet mogelijk is (zoals hoog- en stapelbouwwoningen en recreatiecomplexen) verzamelcontainers;
b. voor inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) van huishoudens •
een daartoe bestemde 240 liter minicontainer (met een groen deksel);
c. voor de inzameling van PMD-verpakkingsafval •
een daartoe bestemde 240 liter minicontainer (met een oranje deksel) in gebieden waar deze PMD-minicontainers zijn verstrekt;
•
bij huishoudens in gebieden waar inzameling met minicontainers niet mogelijk is (zoals hoog- en stapelbouwwoningen en recreatiecomplexen) verzamelcontainers;
d. voor de inzameling van oud papier en karton moet het oud papier in dozen en goed verpakt aan de openbare weg worden aangeboden zodanig dat geen verwaaiing optreedt;
e. voor verpakkingsglas (flessen en potten) de boven- of ondergrondse f.
glascontainers in de wijken en op het afvalbrengstation;
voor textiel de boven- of ondergrondse textielcontainers in de wijken/dorpen en
op het afvalbrengstation, of de door de betreffende inzamelaar verstrekte zakken;
g. voor de inzameling van gescheiden en ongescheiden grofvuil: het afvalbrengstation;
h. klein chemisch afval kan worden ingeleverd bij de chemocar, bij het kca-depot op het afvalbrengstation of bij detaillisten, die daartoe over speciale
i.
opslagvoorzieningen beschikken;
oude medicijnen en gebruikte injectienaalden kunnen worden ingeleverd bij
apotheken en apotheekservicepunten in de gemeente die door op grond van artikel 4, eerste lid onder a van de verordening zijn aangewezen als inzamellocatie;
j.
afgedankte kleine elektrische en elektronische apparatuur, waaronder
verlichtingsapparatuur, kan worden ingeleverd bij de chemokar, bij het kca-depot op het afvalbrengstation, bij de kringloopwinkel en bij de detailhandel met speciale inleverpunten;
k. afgedankte grote elektrische en elektronische apparatuur kan worden ingeleverd bij het afvalbrengstation, de kringloopwinkel en bij aankoop van een nieuw
apparaat bij de detailhandel indien daar een vergelijkbaar nieuw apparaat wordt aangeschaft (oud-voor-nieuw-regeling).
2. Voor een besluit over een (ondergrondse of bovengrondse) verzamelcontainer wordt de “richtlijn locatiekeuze ondergrondse of bovengrondse verzamelcontainers” (zie bijlage) gehanteerd en wordt de afdeling 3:4 uniforme openbare
voorbereidingsbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd;
Artikel 4. Frequentie van inzameling van huishoudelijke afvalstoffen
Op grond van artikel 7 van de verordening wordt de frequentie van inzameling
vastgesteld van de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen bij elk perceel: a. Restafval in minicontainers: 1x per 8 weken; b. GFT in minicontainers: 1x per 2 weken;
c. PMD in minicontainers: 1x per 3 weken;
d. oud papier en karton: conform de inzamelfrequentie van de lokale inzamelorganisatie; e. grof huishoudelijk afval: op afroep en tegen betaling.
Artikel 5. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
1. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van de inzamelmiddelen en (collectieve) inzamelvoorzieningen:
a. het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de inzameldienst;
b. de door de inzameldienst verstrekte inzamelmiddelen zijn uitgerust met een
registratiechip. Deze chip bevat een uniek nummer dat is gekoppeld aan het type, het volume van de minicontainer en het adres;
c. de inzameldienst is bevoegd de minicontainer te voorzien van een sticker waarop staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor de minicontainer is bestemd, het volume van de minicontainer en de adresgegevens (postcode, plaatsnaam, straatnaam en huisnummer); d. de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen horen bij de woning; e. de gebruiker van een perceel dient zich tot het klantcontactcentrum van de
inzameldienst te wenden indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel wordt
aangetroffen, bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens f.
de gemeente te verstrekken inzamelmiddel;
de gebruiker van een perceel dient zich tot het klantcontactcentrum van de
inzameldienst te wenden voor defecte inzamelmiddelen, het uitzetten van extra inzamelmiddelen;
g. de inzamelmiddelen blijven eigendom van de inzameldienst en worden bij
normale slijtage voor rekening van de inzameldienst technisch onderhouden;
h. de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in i. j.
bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;
de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaken;
het uiterlijk van het inzamelmiddel mag niet worden veranderd door deze
bijvoorbeeld te beschilderen of te beplakken, anders dan met een voor de gebruiker herkenbare sticker met een afmeting van 15 x 15 cm.
2. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening stelt het college de volgende regels over de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden:
inzameling via minicontainers en verzamelcontainers
a. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter
lediging aangeboden minicontainer mag in totaal niet zwaarder zijn dan 80 kg;
b. het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in minicontainers moet ordelijk
geschieden door plaatsing van de container op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare
weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en
gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;
c. de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen met minicontainer vindt plaats met
een voertuig met zijbelading; daartoe dienen de containers met de voorzijde in de richting van de straat te worden gezet, conform de aanwijzingen van de inzameldienst;
d. inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden;
e. uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval f.
steken;
het is verboden afvalstoffen naast het inzamelmiddel of de inzamelvoorziening te plaatsen;
g. afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;
h. indien door bijvoorbeeld wegwerkzaamheden de straat is afgesloten voor verkeer, dient de minicontainer op een bereikbare plaats voor het inzamelvoertuig te worden aangeboden. i.
het is verboden restafval, glas, papier, textiel of PMD bij de (verzamel)containers
j.
in de inzamelvoorzieningen voor fijn huishoudelijk restafval en textiel mag
achter te laten, indien in de daarvoor bestemde container(s) geen ruimte is;
uitsluitend huishoudelijk afval ter inzameling worden aangeboden in een gesloten zak; k. het is verboden de volgende voorwerpen of stoffen in de minicontainers en de verzamelcontainers te deponeren: •
brandende of gloeiende voorwerpen;
•
hete vloeibare stoffen;
•
agressieve, giftige of explosieve stoffen;
•
accu’s en batterijen;
•
omvangrijke en/of zware voorwerpen die schade aan de inzamelauto, de medewerkers van de inzamelaar of de afvalverwerkingsinstallatie kunnen toebrengen, zoals gasflessen en lachgascilinders.
inzameling via het afvalbrengstation
a. het afvalbrengstation van de inzameldienst is aangewezen als brengdepot waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 7, derde lid, van de verordening kunnen worden achtergelaten;
b. het afvalbrengstation is gevestigd aan de Oeveraseweg 19 te Havelte; c. bij de afgifte van afvalstoffen op een afvalbrengstation zijn de acceptatievoorwaarden van de inzameldienst van toepassing;
d. de aanbieder van afvalstoffen moet zich bij of op een afvalbrengstation kunnen legitimeren.
3. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening kunnen grof huishoudelijk
afval, en grote elektrische en elektronische apparaten zonder inzamelmiddel maar wel gescheiden ter inzameling worden aangeboden.
a. de inzameling van grof huishoudelijk afval en grote elektrische en elektronische apparaten vindt op afroep plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling een afspraak te maken met de inzameldienst;
b. het grof huishoudelijk afval en grote elektrische en elektronische apparaten
dienen op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelvoertuig goed bereikbare plaats bij de woning klaar te staan conform de aanbiedingsvoorwaarden van de inzameldienst;
c. huishoudelijk restafval of gft-afval dat in een minicontainer past of kan worden aangeboden in een verzamelcontainer, wordt niet aangemerkt als grof huishoudelijk afval of grof tuinafval; d. grof huishoudelijk afval of grof tuinafval mag een maximaal volume van 1 m³ hebben en niet zwaarder zijn dan 25 kg per stuk; e. kleinere stukken grof huishoudelijk afval of grof tuinafval moeten zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en gebonden worden aangeboden, waarbij een bundel niet langer mag zijn dan 2 meter. Artikel 6. Regels over het gebruik van een afvalpas
Op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening stelt het college de volgende regels voor het gebruik van een afvalpas vast:
a. adressen in de gemeente die gebruik maken van verzamelcontainers met elektronische toegangscontrole zijn in het bezit van een afvalpas, die toegang biedt tot de verzamelcontainer. De pas staat op het woonadres geregistreerd. Bij verhuizing dient de pas in de woning achter te blijven; b. bij oplevering van een nieuwbouwwoning die is aangesloten op een verzamelcontainer verstrekt de inzameldienst éénmalig een afvalpas aan de nieuwe bewoners;. c. de gebruiker is aansprakelijk voor de financiële gevolgen van schade, welke –anders dan ten gevolgen van gebruikelijke slijtage - aan de afvalpas is toegebracht, en van vermissing, ongeacht of beide het gevolg is van schuld van de gebruiker of van derden, dan wel het gevolg van overmacht;
d. bij vermissing of beschadiging kan tegen betaling een vervangende pas worden aangevraagd bij het klantcontactcentrum van de inzameldienst.
Artikel 7. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
Het college stelt de volgende regels op grond van artikel 9 van de verordening:
a. de dagen dat afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden, alsmede afwijkingen daarvan in verband met feestdagen en dergelijke worden bekendgemaakt op de website van de inzameldienst (afvalkalender) en via de afvalapp; b. bij wegwerkzaamheden of slechte weersomstandigheden waarbij de inzameling moet stoppen, dan wel wijzigen, worden door de uitvoerder de ter plaatse betrokken gebruikers van percelen nader geïnformeerd over eventuele wijzigingen in de afvalinzameling, dan wel wordt de wijziging terstond verwerkt in de afvalapp; c. de gebruiker van een minicontainer of een ander inzamelmiddel of de ontdoener van afvalstoffen op afroep moet er voor zorgen dat het inzamelmiddel op de vastgestelde of met de inzameldienst afgesproken inzameldag tussen 07.00 uur en 07.30 uur wordt aangeboden en zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch voor 20.00 uur, is verwijderd; d. de inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk voor de in de door de inzameldienst digitaal beschikbaar gestelde of jaarlijks verstrekte afvalkalender vermelde tijd, van de weg zijn verwijderd;
e. grof huishoudelijk afval en grote elektrische en elektronische apparatuur worden op afroep ingezameld, deze categorieën mogen slechts worden aangeboden op het
f.
tijdstip dat is afgesproken;
verzamelcontainers en glasbakken mogen alleen tussen 7.00 en 22.00 uur worden gebruikt;
g. Huishoudelijke afvalstoffen mogen op het afvalbrengstation uitsluitend tijdens de openingstijden worden aangeboden. De inzameldienst maakt de openingstijden op zijn website bekend. Artikel 8. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Als het voor de inzameldienst door werkzaamheden niet mogelijk is om de normale inzamelplaatsen te bereiken, kunnen op grond van artikel 10, derde lid van de
verordening, de inzameldienst dan wel de gemeente voor de duur van de werkzaamheden tijdelijke inzamelplaatsen aanwijzen.
Artikel 9. Inzameling door de inzameldienst van andere categorieën afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen
1. De inzameldienst zamelt krachtens artikel 11 van de verordening categorieën niethuishoudelijke afvalstoffen in die qua aard, samenstelling en hoeveelheid
vergelijkbaar zijn met de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die eveneens door de inzameldienst worden ingezameld;
2. De inzameling van niet-huishoudelijke gescheiden afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid vindt plaats bij maatschappelijke accommodaties en instellingen voor onderwijs en sport. Het betreft alleen de gescheiden grondstoffen en geen ongescheiden restafval.
Artikel 10. Registratie en gebruik persoonsgegevens
1. Op grond van artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening
gegevensbescherming (AVG), verwerkt de inzameldienst namens de gemeente
Westerveld persoonsgegevens in het kader van de vervulling van haar opdracht. Deze registratie is nodig voor het berekenen van de variabele afvalstoffenheffing (per
aanbieding restafval) en het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de verordening.
2. Registratie gebeurt onder meer voor de volgende doeleinden:
a. het behalen van milieudoelstellingen en het optimaliseren van het afvalbeleid;
b. afvalinzameling, waaronder adresgebonden inzameling (zoals grofvuil ophalen op afspraak);
c. uitgifte van inzamelmiddelen (zoals minicontainer, toegangspas, afvalpas en/of sleutel);
d. de registratie van de aanbiedingen van minicontainers en van inworpen in verzamelcontainers;
e. het voorkomen van afvaltoerisme; f.
het voorkomen van afvalstortingen door bedrijven bij voorzieningen voor huishoudens;
g. het beheer van en de controle op het gebruik van de inzamelvoorzieningen, waaronder beheer en beveiliging van de milieustraat;
h. de controle op de naleving van en het handhaven van de verordening; i.
het verbeteren van de efficiency van de inzameling van afvalstoffen voor
j.
de beantwoording van vragen, het behandelen van meldingen en klachten over de
kostenbeheersing (zoals routeoptimalisatie); afvalinzameling;
k. communicatie en het verstrekken van informatie over afvalinzameling; l.
het geven van voorlichting over afvalstoffen en milieu;
m. het analyseren van de (effectiviteit van de) inzameling van afvalstoffen; n. het naleven van wettelijke verplichtingen en rechterlijke bevelen. Artikel 11. Intrekking en inwerkingtreding
Dit nieuwe uitvoeringsbesluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking en het
bestaande Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Westerveld 2019 wordt op dezelfde dag ingetrokken.
Artikel 12. Citeerbepaling
Dit uitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Westerveld 2024.
Bijlage 1: richtlijn en procedure locatiekeuze (ondergrondse) verzamelcontainers De gemeente Westerveld plaatst ondergrondse of bovengrondse verzamelcontainers voor het inzamelen van restafval en grondstoffen. Het plaatsen van een ondergrondse
container kan invloed hebben op de leefomgeving van de direct omwonenden. Een locatie dient dan ook met de juiste zorg te worden gekozen. Naast een duidelijk procedure
waarin ook inwoners betrokken worden, zijn er ook richtlijnen nodig om een locatie te kunnen bepalen. Deze richtlijnen staan hieronder vermeld. procedure locatiekeuze verzamelcontainer
Conform artikel 3, tweede lid, van het uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening
Westerveld 2024 wordt de afdeling 3:4 uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Dit bestaat uit een ontwerp-collegebesluit, 6 weken ter inzage leggen met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze en vervolgens een definitief collegebesluit.
Voorafgaand aan dit formele traject wordt als volgt gezocht naar de meest geschikte locatie: • • •
onderzoek naar mogelijke locaties (is er ondergronds en bovengronds ruimte?);
overleg met betrokkenen (omwonenden en gebruikers van de verzamelcontainers); afweging van de meest geschikte locaties aan de hand van de richtlijnen voor de locatiekeuze en de inbreng van betrokkenen.
richtlijnen voor de locatiekeuze ondergrondse of bovengrondse verzamelcontainers restafval en PMD-afval
1. De locaties voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers dienen zoveel mogelijk overlast te voorkomen voor aangrenzende percelen. Het risico op schade
tijdens het laden en lossen aan overige eigendommen (zoals openbare verlichting, dakgevels e.d.) moet zoveel mogelijk beperkt worden. De verzamelcontainer dient voor de gebruikers veilig bereikbaar te zijn.
2. De verzamelcontainers voor restafval en PMD-afval moeten vanaf de aangesloten
percelen goed te bereiken zijn. Gestreefd wordt naar een maximale loopafstand van 250 meter vanaf de erfgrens. Hier kan van worden afgeweken als er dan te weinig percelen op de ondergrondse container kunnen worden aangesloten of als de
ondergrondse container elders in de loop- en rijrichting kan worden geplaatst.
3. De afstand van de ondergrondse container tot de gevel van een woning bedraagt
minimaal 3.00 meter. Bij een blinde muur kan hiervan worden afgeweken, in dit geval is de afstand bij voorkeur 2.00 meter. De afstand tot de erfgrens bedraagt minimaal
2.00 meter. De horizontale afstand van de ondergrondse container tot een balkon of
galerij bedraagt bij voorkeur ten minste 3.00 meter. Afstanden worden gemeten vanaf de rand van de vloerplaat.
4. De ondergrondse containers moeten vanuit de aangewezen woningen goed bereikbaar zijn. Dat betekent dat op de paden naar de containers geen obstakels mogen staan
die de veiligheid in gevaar brengen Er dient rekening te worden gehouden met minder validen, rolstoel- en rollatorgebruikers.
5. Om schade aan de ondergrondse container te voorkomen en de veiligheid te verbeteren kunnen paaltjes of kattenruggen worden aangebracht.
6. De ondergrondse container dient bij voorkeur op gemeentegrond te worden geplaatst. De opstelplaats voor het inzamelvoertuig, met een maximaal gewicht van 36 ton,
dient veilig en verkeerstechnisch verantwoord te zijn. Voor het plaatsen op niet-
gemeentegrond is een recht van opstal nodig. Dat is een zakelijk recht waarvoor een overeenkomst, notariële akte en inschrijving in het kadaster nodig is.
7. Om de ondergrondse of bovengrondse verzamelcontainer te kunnen legen, bedraagt
de afstand vanaf de zijkant van het inzamelvoertuig tot het hart van de container niet meer dan 5.00 meter.
8. Er mag zich tussen de ondergrondse verzamelcontainer en het inzamelvoertuig geen
rijwielpad bevinden. De locatie moet zodanig zijn gesitueerd dat het inzamelvoertuig de afvalcontainer niet over geparkeerde auto’s takelt.
9. Bij het bepalen van de locatie van ondergrondse containers bij bomen wordt rekening gehouden met de uiteindelijke grootte van de bomen, de te verwachten
kroonprojectie en de benodigde ondergrondse groeiruimte die de boom nodig heeft om gezond uit te groeien.
10. De ondergrondse verzamelcontainers moeten bij voorkeur aan een openbare weg
grenzen zodat de containers vanaf de openbare weg kunnen worden opgepakt en geleegd.
11. De ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat er geen belemmering voor de verkeersveiligheid ontstaat en dat er op ledigingsmomenten minimale
verkeershinder en –oponthoud ontstaat. In nauwe straten zou dat kunnen betekenen dat bestuurders achter het ledigingsvoertuig even moeten wachten.
12. Achteruit rijden door het inzamelvoertuig moet zoveel mogelijk worden vermeden. Dit in het kader van de bereikbaarheid en veiligheid voor het voertuig en de omgeving.
13. In verband met het leegmaken van de verzamelcontainer(s) mag ter plaatse niet worden geparkeerd. Dat betekent dat op locatie waar dat noodzakelijk is een
verkeersbesluit wordt genomen / parkeerverbod wordt ingesteld. Het inzamelvoertuig is ca.10.00 meter lang en 2.50 meter breed.
14. De afstand tot de riolering (zijkant buis en/of put) bedraagt minimaal 1.00 meter. De
afstand tot overige kabels en leidingen bedraagt minimaal 2.00 meter. Bij een kortere afstand tussen 0.50 meter (vanuit de mal gemeten) en 2.00 meter moet er altijd overleg zijn tussen de grondroerder en/of gemeente en de netbeheerder. Het
verleggen van kabels en leidingen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Indien
er geen alternatieve locatie voorhanden is dan wordt overgegaan tot aanpassen van de ondergrondse infra.
15. Rondom de vloerplaat moet minimaal een hele stoeptegel geplaatst kunnen worden. De container steekt voldoende uit boven het maaiveld om inwateren van de ondergrondse container te voorkomen.
16. De ondergrondse container is bij voorkeur zodanig gesitueerd dat er voldoende sociale controle en toezicht op het gebruik van de container mogelijk is.
Gestreefd wordt naar een optimale verdeling van de ondergrondse verzamelcontainers,
zodat een dekkend netwerk ontstaat met een minimaal aantal ondergrondse containers in de gemeente.