CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Treasurystatuut 2026

Politieke avond Westerveld 26 mei 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Treasurystatuut 2026 (spreekrecht)5.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Treasurystatuut 2026

Financieel Beleid 5 januari 2026

Inhoud 1.

Inleiding en belangrijkste wijzigingen..................................................................................3

2.

Wet- en regelgeving...........................................................................................................4

3.

Definities en kaders ...........................................................................................................6 3.1.

Definities..................................................................................................................6

3.2.

Doelstelling van de treasuryfunctie ..............................................................................8

3.3.

Risicobeheer .............................................................................................................9

3.4.

Gemeentefinanciering .............................................................................................. 10

3.5.

Administratieve organisatie en interne controle ........................................................... 12

Toelichting treasurystatuut ....................................................................................................... 13

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 2 van 17

1. Inleiding en belangrijkste wijzigingen Het treasurystatuut kan gedefinieerd worden als een beleidsrichting op langere termijn en het zorgt ervoor dat het voor iedereen duidelijk is binnen welke strategische kaders gehandeld wordt en met welke mate van handelingsvrijheid. Dit statuut is primair bedoeld als kader waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie het beheer en de registratie van financiële middelen adequaat dient te voeren. Het huidige treasurystatuut dateert uit 2020. Door de aanpassing van de financiële verordening van de gemeente Westerveld per 2025 is het noodzakelijk om het huidige treasurystatuut opnieuw te laten vaststellen. De financiële verordening van de gemeente Westerveld per 2025 stelt dat het College eens in de vier jaar de raad een treasurystatuut aanbiedt. Het is dus van belang dat deze opnieuw wordt vastgesteld per 2026. Wijzigingen Er zijn geen voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het treasurystatuut van 2020. Er is geen nieuwe of andere wetgeving dan is genoemd in het treasurystatuut van 2020. Ook is er geen aanpassing geweest van interne kaders ten behoeve van het treasury beleid.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 3 van 17

2. Wet- en regelgeving In onderstaande tabel staan de belangrijkste wet- en regelgeving vermeld rondom treasury. Wettelijke bepaling Gemeentewet, artikel 212, lid 1

Gemeentewet, artikel 212, lid 2c

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 9 en 13

BBV, artikel 26

Wet financiering decentrale overheden (Fido), artikel 2 lid 1

Wet Fido, artikel 2a, lid 2 in samenhang met de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden

Wet Fido, artikel 2a, lid 3

Wet Fido, artikel 4

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Toelichting De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening heeft de raad in december 2025 vastgesteld. De financiële verordening bevat regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. Dit is uitgewerkt in dit Treasurystatuut. De begroting bevat een paragraaf Financiering. Deze bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Het jaarverslag bevat een paragraaf Financiering. Deze bevat de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Het aangaan van leningen, uitzetten van middelen en het verlenen van garanties, gebeurt uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak. Voor het overige houden gemeenten hun liquide middelen in Rijksschatkist aan. Deze norm sluit commercieel bankieren uit.

Uitzetten van middelen anders dan voor de publieke taak en het hanteren van derivaten, mag alleen indien de uiteenzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Uitzetten van middelen en hanteren van derivaten kan bovendien alleen binnen specifieke eisen. Deze norm sluit commercieel bankieren uit. Er worden geen hypothecaire geldleningen afgesloten ten gunste van het eigen personeel, college of raad noch worden garanties gegeven op de verstrekking ervan door derden. Deze norm sluit commercieel bankieren uit. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam overschrijdt de kasgeldlimiet niet. Deze norm stelt een eis aan de verhouding tussen aangetrokken kort- en langlopende leningen, ter begrenzing van herfinancierings- en renterisico’s.

Pagina 4 van 17

Wettelijke bepaling Wet Fido, artikel 6

Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), artikel 3.1

Regeling schatkistbankieren Wet Fido artikel 2, lid 1

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Toelichting Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet. Deze norm stelt een eis aan de samenstelling van de leningenportefeuille ter begrenzing van renterisico’s, waarbij het erom gaat te vermijden dat een groot deel van de leningen wordt beïnvloed door de marktrente op één moment. Decentrale overheden zijn beperkt in het aantrekken van leningen op de geld- en kapitaalmarkt. Deze norm helpt het Rijk om te voldoen aan de middellange termijn-doelstelling voor het structureel EMU-saldo. Decentrale overheden zijn verplicht overtollige kasmiddelen bij het Rijk te beleggen. Deze norm begrenst het risico van de treasuryfunctie.

Pagina 5 van 17

3. Definities en kaders 3.1. Definities Artikel 1. Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: Begrip Deposito

Derivaten

Drempelbedrag

Financiering

Geldstromenbeheer

Interne liquiditeitsrisico

Intradaglimiet Kasgeldlening Kasgeldlimiet

Koersrisico Kredietrisico

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Definitie Het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden. Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Het maximale bedrag aan overtollige middelen dat een decentrale overheid niet hoeft aan te houden bij ’s Rijks schatkist. Dit is 0,75% van het begrotingstotaal. Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Het maximum bedrag dat gedurende de dag rood mag worden gestaan op de tussenrekening. Kortlopende lening van meestal 1, 2, 3 maanden en maximaal 12 maanden waarbij de rente gedurende de looptijd vaststaat.

Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.

Pagina 6 van 17

Begrip Liquiditeitenbeheer Liquiditeitenplanning Medium Term Notes (MTN)

Onderhandse lening

Rating Renterisico Renterisiconorm

Rentetypische looptijd

Rentevisie Saldobeheer Schatkistbankieren Treasuryfunctie

Treasurybeleid Treasurystatuut Uitgezonderde middelen

Uitzetting

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Definitie Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid. Medium Term Notes (MTNs) zijn vergelijkbaar met een obligatie, maar kennen veelal een grotere coupure dan normale obligaties en/of een kortere looptijd. Handel vindt plaats op de onderhandse markt en dus niet op de beurs, zoals bij gewone obligaties. Een lening waarbij een geldnemer geld leent van één of enkele geldgevers. De verschillende partijen maken zelf in onderling overleg de afspraken. De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Een bij aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden. Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

Het aanhouden van alle overtollige middelen in de schatkist van het Ministerie van Financiën. De Treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen op het gebied van treasury. Het document waarin het treasurybeleid is vastgelegd. Middelen die niet verplicht in ’s Rijks schatkist behoeven te worden aangehouden (bijlage 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden). Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben

Pagina 7 van 17

betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

3.2. Doelstelling van de treasuryfunctie Artikel 2. Doelstellingen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, valutarisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en de richtlijnen van het treasurystatuut; 5. Het realiseren van een flexibel en controleerbaar beheer van contant geld in de organisatie; 6. Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van treasury duidelijk worden geregeld; 7. Het opzetten en onderhouden van goed en efficiënt betalingsverkeer.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 8 van 17

3.3. Risicobeheer Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen en/of garanties uitsluitend verstrekken wegens de “publieke taak”. Voor het overige houdt de gemeente haar overtollige liquide middelen in ’s Rijks schatkist aan. De middelen die een openbaar lichaam in ’s Rijks schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak. 2. De gemeente kan leningen verstrekken aan andere openbare lichamen, met dien verstande dat openbare lichamen geen leningen kunnen verstrekken aan openbare lichamen ten aanzien waarvan zij met het financiële toezicht zijn belast. Bij regeling van Onze Ministers worden hieraan met betrekking tot deze leningen nadere regels gesteld. Daarbij kunnen bepaalde middelen worden uitgezonderd van de verplichting deze aan te houden in ’s Rijks schatkist. 3. Het is niet toegestaan middelen aan te trekken met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten Artikel 4. Renterisicobeheer Renterisico is het gevaar van ongewenste effecten op de financiële resultaten van de gemeente welke voortvloeien uit renteontwikkelingen. Het beleid van renterisicobeheer is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn te bevorderen.

Er wordt geprobeerd de overmatige blootstelling aan rentebewegingen zoveel mogelijk te beperken. De volgende maatregelen worden hiervoor genomen: 1. Conform de Wet Fido wordt de kasgeldlimiet niet overschreden; 2. Conform de Wet Fido wordt de renterisiconorm niet overschreden; 3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de liquiditeitsplanning en op de actuele rentestand; 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand van de rentevisie; 5. Binnen de kaders opgesteld onder lid 3 en lid 4, wordt tevens gestreefd naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen en leningen. Artikel 5. Koersrisicobeheer Doordat het uitzetten van middelen alleen nog mogelijk is in de schatkist van het Rijk of bij lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals gemeenschappelijke regelingen en gemeentelijke diensten, doen zich geen koersrisico’s voor. Artikel 6. Kredietrisicobeheer 1. Bij het verstrekken van leningen op grond van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. Artikel 7. Valutarisico Dit risico kan ontstaan door waardedaling van een koers van een valuta. Om dit risico te voorkomen worden alleen leningen verstrekt, aangetrokken of gegarandeerd in euro’s. Artikel 8.

Intern liquiditeitsrisicobeheer De interne liquiditeitsrisico’s worden beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd welke minimaal gelijk is aan die van de meerjarenbegroting van de gemeente.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 9 van 17

3.4. Gemeentefinanciering Artikel 9. Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken (totaalfinanciering). Dit om de renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: rekening-courant bij banken, daggeld, kasgeld, onderhandse leningen, medium term notes (MTN) en obligatieleningen; 3. De betrokken medewerker vraagt namens de gemeente Westerveld een offerte op bij minimaal één instelling; 4. Financieringen worden uitsluitend aangetrokken bij financiële instellingen die gevestigd zijn in een lidstaat die tenminste beschikt over een AA-rating, afgegeven door een gezaghebbend ratingbureau. Bovendien dient de geldgever ingeschreven te staan in het vergunningenregister van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland. Artikel 10. Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van overtollige middelen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Middelen worden uitsluitend uitgezet ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.

Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van een dergelijke uitzetting van middelen en bedingt indien mogelijk en zo nodig voldoende zekerheden. Alvorens dit besluit door het college wordt genomen, moet de gemeenteraad vooraf in de gelegenheid worden gegeven zijn wensen en bedenkingen te uiten. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen overtollige middelen in de vorm van leningen worden uitgezet bij andere openbare lichamen met dien verstande dat geen leningen kunnen worden verstrekt aan openbare lichamen ten aanzien waarvan de gemeente Westerveld met het financiële toezicht is belast. 3. Voor het overige worden gelden, rekening houdend met in de Wet Fido opgenomen uitzonderingen, in ’s Rijks schatkist aangehouden. 4. Bij uitzettingen is minimaal de hoofdsom gegarandeerd. 5. Uitzettingen waarbij uitsluitend de hoofdsom of de hoofdsom vermeerderd met een percentage lager dan de dag-depositorente is gegarandeerd zijn mogelijk. Alvorens dit besluit door het college wordt genomen, moet de gemeenteraad, in die gevallen waarin de uitvoering van dit besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, de gelegenheid hebben gehad om zijn wensen en bedenkingen te uiten. 6. Het kopen van aandelen is uitgesloten, behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 10 van 17

Artikel 11. Relatiebeheer Voor af te nemen financiële diensten wordt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities beoogd. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties en bancaire condities worden doorlopend beoordeeld op marktconformiteit; 2. Financiële instellingen moeten onder Nederlands toezicht vallen, zoals de Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer; 3. Financiële instellingen (en eventueel de geldmakelaar) dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Artikel 12. Geldstromenbeheer Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen (totaalfinanciering). Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. Artikel 13. Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Er wordt gestreefd naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de meest gunstige condities; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kunnen kortlopende middelen worden aangetrokken.

Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet overschreden; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening-courant;

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 11 van 17

3.5. Administratieve organisatie en interne controle Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. 1. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijke voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd; b. de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen c. de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen 2. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie, zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 3. Een transactie wordt direct geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.

3.6. Slotbepalingen Artikel 15. Inwerkingtreding Dit treasurystatuut heeft een geldigheid na vaststelling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 en kan worden aangehaald als ‘Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026’. Met de inwerkingtreding van dit statuut wordt het ’Treasurystatuut gemeente Westerveld 2020’ ingetrokken. Artikel 16. Afwijken Het College van Burgemeester en Wethouders kan besluiten af te wijken van de voorwaarden opgenomen in dit statuut. Hiervoor zal het college een separaat besluit nemen. In de gevallen, de uitvoering van dit statuut betreffende, waarin dit statuut niet voorziet, beslist het College van Burgemeester en Wethouders in een separaat besluit. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Westerveld op 17 februari 2026. De voorzitter,

de griffier,

J. Spoelstra

R. Weernekers

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 12 van 17

Toelichting treasurystatuut In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het bestuur in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de financiële verordening gemeente Westerveld. Middels de limieten en richtlijnen wordt het ‘risicoprofiel’ bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. De treasuryparagraaf bij de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer.

Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet Fido, de Ruddo en het treasurystatuut blijven. De treasuryparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. Artikel 2

In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente weergegeven, hieronder worden deze afzonderlijk toegelicht.

Artikel 2 lid 1

In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente ‘duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities’. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijvoorbeeld bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen tenminste marktconform zijn.

Artikel 2 lid 2

De volgende financiële risico’s worden gelopen: renterisico’s, valutarisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

Artikel 2 lid 3

De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan onder andere uit rentekosten, provisiekosten en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

Artikel 2 lid 4

De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat en streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s, de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling (“profit center”). Binnen het risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet Fido, de Wet Ruddo en dit treasurystatuut wordt gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 13 van 17

Artikel 2 lid 5

Gestreefd wordt naar het realiseren van een flexibel en controleerbaar beheer van contant geld in de organisatie. Dit kan onder meer worden bereikt door een scheiding van kasregistratie en geldbeheer.

Artikel 2 lid 6

Door het waarborgen van de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van treasury in dit treasurystatuut is voor eenieder duidelijk wat van hem/haar verwacht wordt en bij wie aangeklopt kan worden bij onduidelijkheden.

Artikel 2 lid 7

Door het opzetten en onderhouden van een goed en efficiënt betalingsverkeer wordt tijd en geld bespaard. Daarnaast kunnen betalingen tijdig en juist worden uitgevoerd en de administratie van de inkomsten en uitgaven juist en volledig worden verwerkt.

Artikel 3 lid 1

De Wet Fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft enerzijds de “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen en anderzijds het risicomijdende karakter van (overige) uitzettingen. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen op grond van “de publieke taak” en het uitzetten van middelen op grond van treasury. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties op grond van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet Fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak” en in de verordening artikel 212 Gemeentewet staan de uitgangspunten voor het financieel beheer.

Artikel 3 lid 3

Conform de Wet Fido, dienen uitzettingen op grond van treasury (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent (risicomijdend) karakter te hebben. In de Wet Fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Uitgangspunt is hierbij dat het nemen van overmatige risico's teneinde extra inkomsten te kunnen genereren nadrukkelijk niet is toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet Fido en de memorie van toelichting op de Wet Fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet Fido. De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het risicomijdende karakter van de uitzettingen op grond van treasury te garanderen en hebben daarom géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of garanties op grond van de “publieke taak” van de gemeente

Artikel 4 lid 1

Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente; Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd van één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet Fido en de Ruddo).

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 14 van 17

Artikel 4 lid 2

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld per 1 januari van enig jaar (zie artikel 6 van de Wet Fido en de Ruddo)

Artikel 4 lid 3

Afstemming op de liquiditeitsplanning beoogt middelen slechts te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar zijn

Artikel 4 lid 4

Een rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne of externe) ontwikkelingen zal de rentevisie worden geactualiseerd. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd indien men een rentestijging verwacht.

Artikel 4 lid 5

Ten aanzien van de rentetypische looptijden van uitzettingen en leningen wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling in de portefeuille tussen soorten uitzettingen en de door leningen (Fixe; annuïtair of lineair)

Artikel 8

Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer middelen voor een bepaalde periode worden uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat tijdelijk een lening moet worden aangetrokken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet worden verkocht (bijvoorbeeld een obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben op de financiële resultaten. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op de meerjarige investeringsplanning is gekozen voor een liquiditeitenplanning die gelijk is aan die van de meerjarenbegroting van de gemeente. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeiten planning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat Financieel Beleid juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten.

Artikel 9 lid 1

Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet Fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet Fido) nadrukkelijk niet toegestaan.

Artikel 9 lid 2

Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 15 van 17

Artikel 9 lid 3

Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. Een Medium Term Note (MTN) is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimum looptijd van twee jaar. Deze maakt onderdel uit van een Medium Term Note-programma.

Artikel 9 lid 4

Op basis van de wekelijkse liquiditeitsbehoefte wordt in de financiering voorzien door kasgeldleningen aan te trekken met een looptijd van in principe een week. Deze wekelijkse financiering wordt wekelijks getoetst aan de norm van de kasgeldlimiet en de kwartaaleis. Worden deze beide overschreden dan wordt doorgeschakeld naar een lening met een looptijd van langer dan een jaar. In dat proces past het, vanwege het snel kunnen inspelen op de financieringsbehoefte, om te volstaan met één offerte. De financieringsbehoefte, het aantrekken van geldleningen met een looptijd van langer dan een jaar, is voorzien in paragraaf D: Financiering van de programmabegroting. In principe worden de aan te trekken gelden binnen dit mandaat van de gemeenteraad aangetrokken. Wordt dat mandaat overschreden dan kan het college de raad daarover vooraf informeren. Wel zal het college van Burgemeester en Wethouders hierover een besluit moeten nemen. De gemeenteraad zal aansluitend worden geïnformeerd. Marktconformiteit kan worden gewaarborgd door renteontwikkelingen te volgen van andere financiële instellingen. Indien daar aanleiding toe bestaat kunnen altijd meerdere offertes worden opgevraagd bij andere financiële instellingen.

Artikel 11 lid 1

Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten.

Artikel 11 lid 2

Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing.

Artikel 11 lid 3

Om dit (artikel 11 lid 2) te ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten staan en daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.

Artikel 12 lid 1

Geldstromenbeheer omvat vooral het zorg dragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat tijdelijk middelen moeten worden aangetrokken (cq. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moeten worden onttrokken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.

Artikel 12 lid 2

Bij het uitvoeren van het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk gekozen voor één bank, dit met het oogpunt van kostenoptimalisatie en verwerkingsstromen.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 16 van 17

Artikel 13 lid 1

Het saldo- en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant). Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden de verschillende rekeningen die bij één bank worden aangehouden, opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.

Artikel 13 lid 3

In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (‘rood’) te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen condities.

Artikel 14

Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het treasurystatuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in casu welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties.

Artikel 15

Bij het inwerking treden van dit statuut, zal het vorige statuut komen te vervallen.

Artikel 16

Het college kan besluiten af te wijken van de voorwaarden opgenomen in dit statuut. Hiervoor zal het college een apart besluit nemen. Daarnaast kunnen zich zaken voordoen met betrekking tot de treasury die niet zijn geregeld in dit statuut. Wanneer dat het geval is, zal het College van Burgemeester en Wethouders hierover beslissen en zal dit in de herziening van het statuut worden meegenomen.

Treasurystatuut gemeente Westerveld 2026

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=26572573-0010-41f3-8acd-8bc486fe4064