Toelichting wijzigingen APV
Tekst van het document
APV wijzigingen 2022 Wijziging: Artikel 1.7 Termijnen Toegevoegd is lid 2. Hiermee wordt uitleg gegeven aan het begrip “schaarse vergunningen”. In dat geval wordt een vergunning niet voor onbepaalde tijd verleend. Artikel 1.8 Weigeringsgronden Lid 2 is toegevoegd. Hierin is het oude artikel 1.3 opgenomen. De termijn van 3 weken is verlengd naar 8 weken. Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden Het begrip “wanordelijkheden” is gewijzigd in “ongeregeldheden”. Artikel 2.6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Lid 1 is gewijzigd. Artikel 2.9 Vertoningen op openbare plaatsen De titel “straatartiest” is aangepast in “vertoningen op openbare plaatsen”. In lid 1 is “tekenaar” toegevoegd. Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg In dit artikel was een meldingsysteem opgenomen. Dit is gewijzigd in een vergunningsysteem.
Toelichting wijziging: Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld standplaatsvergunningen.
De verlenging van de termijn heeft te maken met complexere vergunningaanvragen, zoals voor een evenement. Betreft een technische wijziging. Er is een verduidelijking opgenomen over welke stukken dit gaat en ten behoeve waarvan. Dit artikel is aangepast conform het VNG-model. In de praktijk wordt er voor het maken of veranderen van een uitweg een vergunning verleend. Bij de vorige aanpassing van de APV is het meldingsysteem ingevoerd, om aanvragen sneller te kunnen afhandelen. Ook werd gedacht dat er geen bezwaar of beroep mogelijk was. Door een uitspraak van de Raad van State is het zo dat ook een acceptatie van de melding een besluit is, waardoor een meldingsysteem praktisch gezien geen voordelen biedt, eerder onduidelijkheden.
1
Artikel 2.14 Winkelwagentjes Dit artikel is vervallen. Artikel 2.24 Begripsbepaling Lid 1: a. Toegevoegd is theatervoorstellingen. b. Drank- en horecawet is aangepast in Alcoholwet. Lid 2: b. toegevoegd is snuffel- of rommelmarkt op of aan de weg. f. vechtsportwedstrijden of –gala’s is toegevoegd. Artikel 2.25 Evenement Lid 2 is toegevoegd. Lid 3 onder g.: de termijn van 10 dagen is aangepast in 14 dagen. Lid 4: het bestuursorgaan college is aangepast in burgemeester. Artikel 2.27 Begripsbepalingen Toegevoegd is “waterpijpcafé”
In de praktijk zijn er geen problemen met overlast van winkelwagentjes.
Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting Dit artikel is opnieuw opgenomen. Wel is er een uitzondering gemaakt voor bepaalde inrichtingen en geldt het artikel niet voor inrichtingen die al een vergunning hebben op grond van de Alcoholwet.
Er is een exploitatievergunning vereist voor inrichtingen de geen alcohol schenken. Hiermee wordt het mogelijk om verschillende branches te screenen door middel van een Bibob toets. De inrichtingen die op basis van de Alcoholwet een vergunning nodig hebben, hoeven niet ook nog een exploitatievergunning aan te vragen.
Artikel 2.34a Proeverijen in slijtlokaliteiten Dit artikel is nieuw.
Het is voor slijters verboden in hun slijterij een proeverij te organiseren. He is alleen toegestaan de klant te laten proven indien hij daarom verzoekt en dat proeven moet bovendien gratis zin (art. 13, tweede lid, van de Alcoholwet). De Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van dit verbod, zodat betaalde proeverijen in
Dit betreft een aanpassing als gevolg van gewijzigde regelgeving of jurisprudentie.
In de praktijk blijkt een termijn van 10 dagen niet haalbaar. Daarom wordt voorgesteld om de termijn te verlengen naar 14 dagen. De burgemeester is het bevoegde bestuursorgaan, daarom een wijziging in de tekst. Dit begrip is overgenomen uit het wijzigingsvoorstel van de VNG. Op dit moment kennen we in de gemeente Westerveld geen “waterpijpcafé”. Mocht dit in de toekomst wel het geval zijn, dan gelden de artikelen ook voor een dergelijke inrichting, ook wel ‘Shisha lounges’ genoemd. In dit soort inrichtingen wordt naast de waterpijpactiviteiten ook vaak gedeald of illegaal gegokt en is vaak sprake van vernielingen, geluids- en parkeeroverlast, bedreiging en mishandeling.
2
Artikel 2.38 Verschaffing gegevens nachtregister Dit artikel is aangepast aan de regels in de AVG.
Afdeling 6 Toezicht op campings en recreatieparken De artikelen 2.38a tot en met 2.38h zijn toegevoegd. Artikel 2.38i Begripsbepalingen Dit artikel is toegevoegd. Artikel 2.39 Speelgelegenheden Dit artikel is vereenvoudigd en verduidelijkt. Begripsbepalingen staan nu in artikel 2.38a. Artikel 2.40 Speelautomaten De begripsbepalingen zijn overgebracht naar artikel 2.38a. Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing is vervallen. Artikel 2.44 vervoer inbrekerswerktuigen Het artikel is vereenvoudigd, verduidelijkt en lid 2 is toegevoegd.
slijtlokaliteiten zijn toegestaan. Maximaal één proeverij per dag en drie in de week. In de praktijk worden proeverijen gehouden bij bijvoorbeeld een rondleiding in een Whisky slijterslokaliteit. Deze vrijstelling geldt voor alle slijterijen in de gemeente. Op grond van artikel 438 van het WvSr is een ondernemer die een hotel of pension drijft verplicht om een nachtregister bij te houden. Dit artikel in de APV komt die ondernemer tegemoet door de gast te verplichten daaraan mee te werken en zijn of haar gegevens te verstrekken. Zo’n aanvulling van het WvSr bij plaatselijke verordening werd door de Hoge Raad toelaatbaar geacht (HR 10-04-1979, NJ 1979, 442). Daarbij wordt vaak opgemerkt dat een goed bijgehouden nachtregister ook in het belang van de gemeente is, bijvoorbeeld voor de brandweer, mocht er onverhoopt brand uitbreken in een hotel of pension. De sinds 25 mei 2018 geldende AVG heeft, net als de daarvoor geldende Wbp, als uitgangspunt dat er niet meer wordt uitgevraagd dan nodig. Er worden alleen de gegevens uitgevraagd die artikel 438 van het WvSr noemt. Er is een vergunning vereist voor campings en recreatieparken. Hiermee wordt het mogelijk om deze branches te screenen door middel van een Bibob toets. De inhoud van dit artikel, maakte onderdeel uit van artikel 2.40. Voor de duidelijkheid is dit nu in een apart artikel opgenomen.
Het verplaatsen van de begripsbepalingen maakt de regeling duidelijker. Het verplaatsen van de begripsbepalingen maakt de regeling duidelijker. De wijziging is conform het VNG-model. Lid 2 is toegevoegd om winkeldiefstal tegen te kunnen gaan.
3
Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen Dit artikel is vereenvoudigd. Toegevoegd is lid 2 met een ontheffingsmogelijkheid. Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Toegevoegd is lid 1 onder c. het aanzetten tot schijngevechten en vechten en d. iemand uitjouwen en schreeuwen, met aanstootgevende taal lastig te vallen, al dan niet met een voorwerp hinderlijk aan te raken, dan wel op andere wijze overlast aan te doen.
Dit betreft een technische aanpassing.
Artikel 2.48 Verboden drankgebruik Toegevoegd is “personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt”. Artikel 2.51 Neerzetten van fietsen en bromfietsen e.d. Toegevoegd is “bromfietsen”. Artikel 2.53 Bespieden van personen Dit artikel is vervallen. Artikel 2.57 Loslopende honden Toegevoegd is “hulphond”. Artikel 2.59 Gevaarlijke honden - In lid 1 is “college” veranderd in “burgemeester”. - Toegevoegd is de mogelijkheid om een cursus gedrag te verplichten Artikel 2.59a Gevaarlijke honden op eigen terrein Dit artikel is nieuw. Artikel 2.60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren In dit artikel is “opheffing van overlast” vervangen door “beëindigen van overlast”. Artikel 2.64 Bijen De afstand tot andere woningen is van 30 meter aangepast in 50 meter.
Dit artikel is aangepast aan de gewijzigde Alcoholwet.
Dit artikel is aangepast conform het VNG-model.
Dit betreft een technische aanpassing. Dit artikel wordt in de praktijk niet toegepast. Dit betreft een technische aanpassing. In de praktijk is gebleken dat hiertoe noodzaak is. Dit in verband met de toegenomen bijtincidenten. In de praktijk is gebleken dat hiertoe noodzaak is. Dit in verband met de toegenomen bijtincidenten. Dit betreft een technische aanpassing. In de praktijk wordt soms overlast ervaren van bijenhouders in de bebouwde kom. Om hiertegen te kunnen optreden is het aantal meters verhoogd. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod en daarbij kunnen dan bijvoorbeeld voorschriften worden gesteld ten aanzien van het aantal bijenkasten.
4
Artikel 2.71 Begripsbepalingen
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Dit artikel is nieuw. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2.79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Dit artikel is verduidelijkt en aangepast aan de huidige regelgeving omtrent vuurwerk. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie. In de publieke ruimte kunnen mensen hinder ervaren, overlast en gevoelens van onveiligheid doordat op die plaatsen drugs worden gebruikt. Een aantal gemeenten heeft daarom al enkele jaren een bepaling in de APV opgenomen waarbij openlijk drugsgebruik wordt verboden. De rechtspraak is een aantal jaren wisselend geweest, waarbij in een aantal gevallen zo’n bepaling onverbindend werd geacht omdat de rechter van oordeel was dat door de overlap met de Opiumwet (men kan immers verboden substanties niet gebruiken zonder deze – in strijd met de Opiumwet – voorhanden te hebben) de bovengrens van de gemeentelijke regelgevende bevoegdheid werd geschonden. Maar inmiddels is er een rechterlijke consensus ontstaan waarbij zo’n bepaling, omwille van de openbare orde, dus met een ander motief dan de Opiumwet, toelaatbaar wordt geacht.
In artikel 2.79 van de APV is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen 5
dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder In lid 1 onder b. is toegevoegd de veroordeling voor een gewelds- of zedendelict en mensenhandel. Artikel 3.13 Weigeringsgronden Dit artikel is verduidelijkt. Artikel 4.1 Begripsbepalingen Dit artikel is aangepast aan het Activiteitenbesluit milieubeheer Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Dit artikel is aangepast aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. In lid 4 onder a. is Koninginnedag gewijzigd in Koningsdag. Ook is de datum aangepast. Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten Dit artikel is aangepast aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 4.7a Verbod oplaten ballonnen Dit artikel is nieuw.
Dit betreft een technische aanpassing.
Afdeling 3 Bewaren van houtopstanden
De artikelen over het vellen van houtopstanden zijn opgenomen in de Bomenverordening. Als de Bomenverordening is vastgesteld, dan kan deze afdeling vervallen. Deze regels zijn in de Bomenverordening opgenomen.
Dit betreft een technische aanpassing. Dit betreft een technische aanpassing. Dit betreft een technische aanpassing.
Dit betreft een technische aanpassing. In verband met brandgevaar en milieubelasting is dit verbod toegevoegd aan de APV.
6
Artikel 4.13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d. In dit artikel is “opheffing van overlast” vervangen door “beëindigen van overlast”. Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen Dit artikel is aangepast aan de Omgevingswet. Artikel 5.11 Aantasten groenvoorzieningen door voertuigen Dit artikel is aangepast conform VNG model. In het oude artikel was het zogenaamde bermparkeren (parkeren op een groenstrook) niet toegestaan. Dit is in strijd met de regels uit de WVW en het RVV.
Dit betreft een technische aanpassing.
Artikel 5.12 Overlast van fietsen of bromfietsen In dit artikel is “opheffing van overlast” vervangen door “beëindigen van overlast”.
Dit betreft een technische aanpassing.
Dit betreft een technische aanpassing. Met de onderhavige bepaling wordt beoogd beschadiging van groenstroken en dergelijke, die het uiterlijk aanzien van de gemeente beogen te verfraaien, te voorkomen en het groen beter aan zijn bestemming te doen beantwoorden. Doorgaans zal een groenstrook geen deel uitmaken van de weg. Bermen maken wel deel uit van de ‘wegen’ in de zin van artikel 1 van de WVW 1994. Aangezien deze bepaling zich uitsluitend richt tegen een ’oneigenlijk’ parkeerexces – dat wil zeggen tegen een gedraging welke buiten de ‘weg’ (in de zin van de WVW 1994) plaatsvindt, behoeft voor strijd met de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving niet te worden gevreesd. Om deze reden bestaat er geen bezwaar tegen dat in deze bepaling ook bijvoorbeeld het rijden over openbare beplantingen wordt verboden. Artikel 10 van het RVV 1990 bepaalt dat bijvoorbeeld auto’s en motoren op de rijbaan en op andere weggedeelten – met uitzondering van het trottoir, het voetpad, het fietspad of het ruiterpad – mogen worden geparkeerd. Onder deze andere weggedeelten waar wel geparkeerd mag worden vallen ook de bermen van een weg. Indien in een bepaald geval het parkeren in een berm als ongewenst moet worden aangemerkt, kan een parkeerverbod voor die berm worden ingesteld. Zie artikel 5:10a en de toelichting daarop.
Het is tevens mogelijk dat het parkeren op de rijbaan niet wenselijk is, bijvoorbeeld uit oogpunt van de verkeersveiligheid, maar dat het parkeren in de berm wel kan worden toegestaan. In dat geval is plaatsing van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 noodzakelijk.
7
Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen Dit artikel is aangepast en vereenvoudigt. Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting Dit artikel is vervallen. Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Dit artikel is aangepast aan de Omgevingswet en gewijzigd in verband met de schaarse vergunningen.
Dit betreft een technische aanpassing. …. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2016 een uitspraak gedaan in een zaak over een speelautomatenhal die consequenties heeft voor vergunningverlening bij gemeenten. Het betekent dat daar waar sprake is van een beperkt aantal vergunningen waarbij het aantal gegadigden het aantal vergunningen overtreft (zgn. schaarse vergunningen) vergunningen voor onbepaalde tijd in beginsel niet zijn toegestaan. Dit geldt dus ook voor standplaatsen en de warenmarkt. Hiervoor zal het beleid en desbetreffende verordening worden aangepast. Voor bestaande vergunningen zal dit op termijn wellicht kunnen betekenen dat de huidige vergunning voor onbepaalde tijd moet worden herzien. Dit wordt opgepakt in samenspraak met de desbetreffende ondernemers. In artikel 1.7 zijn de termijnen voor vergunningen opgenomen. Dit artikel is hierop aangepast. In de praktijk worden standplaatsvergunningen nu voor 3 jaar verleend. Vergunningen voor de markt op basis van de Marktverordening worden nu voor 3 jaar verleend en er zijn nog een paar “oude” vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend.
8
Artikel 5.32 Crossterreinen Dit artikel is aangepast aan de geldende regelgeving. Artikel 6.1 Sanctiebepaling Dit artikel is aangepast. De categorie 1 is aangepast in categorie 2. Het derde lid is toegevoegd.
Dit betreft een technische aanpassing. In artikel 23 van het WvSr zijn de maxima van de zes boetecategorieën opgenomen. Het maximum van een boete van de eerste categorie bedraagt € 450 en van de tweede categorie € 4.500. Het is uiteindelijk de strafrechter die de soort en de maat van de straf in een concreet geval bepaalt, tot de grens de door de raad gekozen boetecategorie. Hierbij dient de rechter op grond van artikel 24 WvSr rekening te houden met de draagkracht van de verdachte. Het algemeen geldende minimum van de geldboete bedraagt € 3. Algemene uitgangspunten zijn dat de hoogte van de op te leggen boete in overeenstemming moet zijn met de aard van de overtreding. Gezien de aard van de bepalingen van de APV kan als algemene lijn worden gehanteerd dat op overtredingen een straf van de tweede categorie wordt gesteld. Het zal zelden voorkomen dat voor een overtreding van een APV-bepaling hechtenis wordt opgelegd, zeker nu ernaar gestreefd wordt de korte vrijheidsstraf nog meer terug te dringen “ten gunste” van een geldboete. Toch kan bij voorbaat niet worden uitgesloten dat in bepaalde uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld in het geval van recidive) de rechter behoefte heeft aan de mogelijkheid tot oplegging van een vrijheidsstraf.
Derde lid: in derde lid is de bevoegdheid neergelegd een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van de regels gesteld krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s. De hoogte van deze boete is maximaal gelijk aan een geldboete van de derde categorie. Voorheen was de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen in de Brandbeveiligingsverordening. Met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen wordt in het onderwerp van de in de Brandveiligheidsverordening neergelegde regels voorzien. Doordat de Brandbeveiligingsverordening is vervallen is de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete ondergebracht in de APV.
9
10