CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting menukaart

Politieke avond Westerveld 11 mei 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Presentatie ROVA over mogelijkheden grondstoffenbeleid2.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting menukaart

Om de verschillende opties weer te geven is gekozen voor de metafoor van een menukaart. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘voorgerechten’, ‘hoofdgerechten’ en ‘bijgerechten’. De ‘desserts’ zijn de mooie resultaten die de gemeente met haar grondstoffenplan kan bereiken.

Typen gerechten

De voorgerechten zijn kleine acties die relatief weinig inzet vragen om een positief resultaat te bereiken. Het zou zonde zijn om deze maatregelen niet door te voeren. Door deze acties als eerste op te pakken zet de gemeente ‘de puntjes op de i’ van het huidige grondstoffenbeleid. De hoofdgerechten zijn de verschillende richtingen waar de gemeente met het nieuwe GGP op kan inzetten. Dit zijn grotere maatregelen die initieel meer kosten maar waar ook het meeste resultaat van te verwachten valt. De verschillende hoofdgerechten sluiten elkaar niet uit en zijn zowel afzonderlijk als in combinatie op te pakken. De bijgerechten zijn op zichzelf staande maatregelen die minder ingrijpend zijn dan de hoofdgerechten en toch significante resultaten opleveren. Met alleen bijgerechten zal de gemeente haar doelen niet bereiken, maar ze vormen een goede aanvulling op de kern van het beleid (de hoofdgerechten). Nagerechten zijn de kers op de taart. Nadat de verschillende gerechten gekozen en genuttigd (uitgevoerd) zijn, is het tijd om achterover te leunen en terug te blikken. Dit zijn acties die geen directe impact hebben op het afvalsysteem maar die wel belangrijk zijn voor de continuïteit van het circulaire economie beleid.

Indicatie effecten afvaldriehoek

Vrijwel alle gerechten (met uitzondering van de nagerechten) hebben gevolgen voor de kosten, de milieu impact en het serviceniveau van de afvalinzameling. Een indicatie van deze effecten is bij ieder gerecht weergegeven via een serie icoontjes. Het effect van de maatregelen is nog niet altijd goed in te schatten. Bij verschillende acties hangen de effecten af van de specifieke invulling. Een goed voorbeeld hiervan is de aanpak recreatieparken; de concrete invulling van de aanpak bepaalt de kosten, de mate van milieu impact en eventuele effecten op het serviceniveau. Verder is belangrijk om te beseffen dat de totale jaarlijkse kosten van de afvalinzameling door meer zaken beïnvloed worden dan alleen de inzamelmethode. Ontwikkelingen in de grondstoffenmarkten, zoals de daling van grondstoffenprijzen, of in landelijk beleid, zoals verdere verhoging van de afvalstoffenbelasting, hebben een groter effect op de jaarlijkse kosten. Hoewel kostenstijgingen dus niet altijd voorkomen kunnen worden, zorgen de voorgestelde maatregelen er wel voor dat de kosten minder hard stijgen dan wanneer er geen vervolgstappen ondernomen worden. Voorbeeld mitigatie jaarlijkse kosten De belasting op verbranding van restafval is de afgelopen jaren flink gestegen. In 2015 bedroeg deze nog €13 per ton (1.000 kg), in 2020 was dit €32,63 per ton.

Tegelijkertijd is de gemeente in 2015 gestart met het aan huis gescheiden inzamelen van pmd. Sindsdien is de hoeveelheid restafval gedaald met ca. 2.500 ton (oftewel 2,5 miljoen kg) per jaar (hoeveelheid 2020 t.o.v. 2014). Daarmee heeft de gemeente over de jaren 2015 t/m 2020 ruim €40.000,- bespaard. Dit komt overeen met ca. €5,- per huishouden. In de praktijk betekent dit dat de afvalstoffenheffing niet gedaald is, maar wel met €5,- minder gestegen is dan nodig was geweest in een scenario zonder maatregelen.

Toelichting gerechten

In de menukaart staat bij ieder gerecht een beknopte toelichting. Hieronder gaan we wat dieper op de verschillende opties in en geven we een toelichting bij de indicatie van effecten.

Optie 0: Vasten

Onder deze optie worden er geen nieuwe maatregelen rondom de afvalinzameling voorbereid. Het huidige systeem wordt gehandhaafd maar niet doorontwikkeld. In het landelijke beleid worden wel diverse ontwikkelingen verwacht; de afvalstoffenbelasting zal de komende jaren verder stijgen, evenals de CO2-heffing op afvalverbranding. Daarnaast zullen autonome ontwikkelingen in de grondstoffenmarkt leiden tot strengere eisen aan de kwaliteit van ingezameld afval en/of hogere verwerkingstarieven voor vervuilde materialen. Indien de gemeente het huidige beleid handhaaft zullen de resultaten (hoeveelheid restafval, afvalscheidingspercentage, kwaliteit grondstoffen) stabiliseren op het huidige niveau. De VANG-doelen voor 2020 zijn dicht benaderd, maar niet gehaald, en de doelen voor 2025 blijven buiten bereik. Deze optie vergt geen initiële investering vanuit de gemeente en levert geen wijzigingen op in milieu impact of service niveau. Doordat de resultaten gelijk blijven en de externe kosten ieder jaar toenemen stijgen de jaarlijkse kosten voor de gemeente ieder jaar verder.

Voorgerecht: Aanpak recreatieparken

De afgelopen jaren is gebleken dat de recreatieparken binnen de gemeente Westerveld bovengemiddeld veel restafval produceren. In 2018 produceerden de recreatieparken gemiddeld 271 kg restafval per inwoner, terwijl dit voor de rest van de gemeente Westerveld slechts 151 kg per inwoner was. Er is reeds geïnventariseerd hoe de gescheiden inzameling bij recreatieparken nu georganiseerd is en waarom dit verschilt per park/complex. Op basis van die informatie kan de inzameling gestroomlijnd worden. Enerzijds zal hierdoor de inzameling efficiënter worden, doordat de logistiek zoveel mogelijk aansluit bij de overige huishoudelijke inzameling. Anderzijds zal dit leiden tot betere afvalscheiding en minder restafval op de recreatieparken, doordat de voorzieningen hier zoveel mogelijk op ingericht zijn. Voor deze aanpak is naar verwachting geen (of een zeer beperkte) investering nodig, aangezien het om een beperkt aantal wijzigingen in de inzameling gaat. De effecten op service zullen neutraal zijn, aangezien waarschijnlijk alleen het inzamelmiddel en niet de locatie van inzamelen wijzigt.

Voorgerecht: Uitsluiten bedrijfsafval op milieubrengstation

De gemeente heeft reeds in 2018 besloten dat bedrijven niet langer bedrijfsafval op het milieubrengstation mogen aanbieden. Er bestaat immers een duidelijk onderscheid: de gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijk afval, maar ieder bedrijf is verantwoordelijk voor het af (laten) voeren van het eigen afval. In de praktijk wordt er echter nog steeds bedrijfsafval naar het milieubrengstation gebracht. Dit betekent dat de gemeente, en dus de inwoner (via de afvalstoffenheffing), betaalt voor de inzameling en verwerking van bedrijfsafval. Dit is niet toegestaan volgens de Wet Milieubeheer en sluit niet aan bij het principe ‘de vervuiler betaalt’. Bovendien vertekent dit het beeld van de behaalde resultaten, aangezien de maatregelen die de gemeente neemt om die resultaten te behalen niet gelden voor bedrijven. Om dit aan te pakken zal strenger gehandhaafd moeten worden op het milieubrengstation. Dit vereist geen eenmalige investering, maar kan mogelijk een lichte stijging van de jaarlijkse kosten met zich meebrengen doordat er extra inzet van personeel nodig is. Daar staat tegenover dat er minder afval voor verwerking wordt aangeboden, wat (afhankelijk van de hoeveelheden) tot een lichte daling van de jaarlijkse kosten leidt. Het netto effect op de jaarlijkse kosten zal ongeveer neutraal of licht negatief zijn.

De milieuresultaten zullen verbeteren doordat de hoeveelheid afval afneemt. Deze maatregel heeft geen effect op het serviceniveau voor inwoners.

Hoofdgerecht: Aanpak kwantiteit restafval

De gemeente Westerveld heeft zich gecommitteerd aan de VANG-doelstellingen. Dit betekent dat de gemeente streeft naar het terugdringen van de hoeveelheid restafval tot 30kg per inwoner en een afvalscheidingspercentage van 90% in 2025. De afgelopen jaren zijn er goede stappen in deze richting gezet. Om de VANG-doelen voor 2025 te bereiken zijn echter aanvullende stappen nodig. Binnen deze aanpak worden twee maatregelen genoemd.

Iedere maatregel op zich is een positieve stap richting de doelstellingen, maar het beste resultaat (en de beste kans om de VANG-doelen voor 2025 te bereiken) wordt gehaald door de beide maatregelen (gefaseerd) te combineren.

Diftar Diftar staat voor ‘gedifferentieerde tarieven’. Onder diftar bestaat de afvalstoffenheffing uit twee delen: een vast deel en een variabel deel. Het vaste deel dekt de kosten voor inzameling en verwerking van grondstoffen. Het variabele deel dekt de inzameling en verbranding van restafval. Hierdoor ontstaat een financiële beloning voor inwoners die goed hun afval scheiden; hoe minder restafval zij aanbieden, des te minder afvalstoffenheffing zij betalen. Ongeveer de helft van de gemeenten in Nederland hanteert een vorm van diftar. Het invoeren van diftar vraagt een initiële investering (van zowel tijd als geld) om het systeem goed voor te bereiden. Daar staat tegenover dat de jaarlijkse kosten dalen doordat de hoeveelheid restafval daalt; uit landelijke cijfers blijkt dat de afvalbeheerkosten in gemeenten met diftar lager zijn dan in gemeenten zonder diftar. De milieu impact is ook positief, aangezien er minder restafval geproduceerd en verbrand wordt. Het serviceniveau voor de inwoner blijft hetzelfde, aangezien het inzamelsysteem niet verandert.

Omgekeerd inzamelen

Omgekeerd inzamelen is een systeemwijziging die inwoners via een gemaksprikkel stimuleert om hun grondstoffen zoveel mogelijk te scheiden. De grondstoffen worden aan huis opgehaald, terwijl het restafval via verzamelcontainers ingezameld wordt. Inwoners kunnen gescheiden grondstoffen dus aan huis kwijt, maar moeten wat meer moeite doen om hun restafval weg te brengen. Omgekeerd inzamelen vraagt een initiële investering om de verzamelcontainers te plaatsen en de inwoners goed mee te nemen in de systeemwijziging (via communicatie, bewonersavonden etc.). De jaarlijkse kosten nemen licht af, enerzijds doordat er minder restafval geproduceerd wordt en anderzijds doordat de inzameling via verzamelcontainers logistiek iets efficiënter is. Omgekeerd inzamelen leidt tot positieve milieu impact; gemeenten met omgekeerd inzamelen produceren minder restafval en hebben een hoger afvalscheidingspercentage. De service voor inwoners neemt iets af, doordat inwoners geen minicontainer voor restafval meer bij huis hebben. Deze maatregel is eventueel in twee stappen uit te voeren. In dat geval gaan eerst de kernen over op verzamelcontainers voor restafval. In een later stadium wordt het systeem ook in het buitengebied doorgevoerd. Dit spreidt de benodigde investeringskosten en kan (mits goed gecommuniceerd) zorgen voor meer draagvlak voor de maatregel.

Daar staat tegenover dat de positieve milieu impact pas over langere tijd bereikt wordt.

Hoofdgerecht: Aanpak kwaliteit grondstoffen

Naarmate de resultaten op kwantiteit beter worden, neemt het effect van kwaliteit op het totale resultaat toe. Wanneer er nog veel restafval geproduceerd wordt, is dit de grootste kostenpost en de belangrijkste bron van negatieve milieu impact. Naarmate de hoeveelheid restafval echter afneemt wordt het relatieve aandeel van de gescheiden ingezamelde grondstoffen groter. Dit betekent dat de kosten en milieu impact van vervuiling in de grondstoffen een groter aandeel vormen van de totale kosten en milieu impact. Daarom heeft ROVA een aanpak ontwikkeld, genaamd Terugwinnaars, die gericht is op het verbeteren van de kwaliteit (zuiverheid) van de ingezamelde grondstoffen. Terugwinnaars bestaat uit drie onderdelen: 

Via gemeente-brede communicatie krijgen inwoners informatie over wat er wel en niet bij de verschillende grondstoffen mag. Ook wordt het belang en resultaat van goede afvalscheiding zichtbaar gemaakt.  Er worden buurtgerichte interventies en acties ingezet in enkele (met de gemeente bepaalde) kernen/buurten. Deze maatwerk interventies worden specifiek gekozen en ingericht op de buurt/kern.  Er vinden kwaliteitscontroles door een voorloopteam plaats. Dit team loopt voor de inzamelronde uit om de aangeboden containers visueel te controleren. Indien een container vervuild is krijgt de aanbieder hierover feedback via een kaart aan de container, waarop staat aangegeven welke vervuiling het betreft. Optioneel kunnen deze kwaliteitscontroles gecombineerd worden met de inzet van Toezicht en Handhaving door de gemeente. Het uitvoeren van Terugwinnaars vergt een investering (zowel in tijd als in geld) voor de voorbereiding en uitvoering. De jaarlijkse kosten blijven min of meer gelijk, doordat het systeem niet verandert. Op de lange termijn

wordt wel een stijging van de jaarlijkse kosten vermeden; nu heeft de kwaliteit van de grondstoffen nog weinig tot geen effect op de verwerkingskosten, maar de verwachting is dat dit de komende jaren wel het geval wordt. Voor gft is deze ontwikkeling al begonnen. Door nu al in te zetten op een hogere kwaliteit van grondstoffen wordt een stijging van de verwerkingskosten (als gevolg van lagere kwaliteit) vermeden. De milieu impact van Terugwinnaars is positief, doordat meer grondstoffen zuiver aangeboden en dus gerecycled kunnen worden. Het serviceniveau voor de inwoner blijft hetzelfde, omdat er niets aan de inzameling verandert.

Bijgerecht: Aanpak verkeerd afval in ondergrondse verzamelcontainers

In ondergrondse verzamelcontainers komt nu nog vaak afval terecht wat er niet in thuishoort. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan bedrijfsafval of grof huishoudelijk afval. In het geval van bedrijfsafval heeft dit dezelfde gevolgen als eerder aangegeven bij het voorgerecht ‘Uitsluiten bedrijfsafval op milieubrengstation’. Andere stromen die in het restafval terechtkomen kunnen voor problemen in de logistiek zorgen, verhogen de totale hoeveelheid restafval en verlagen het percentage afvalscheiding. Er zijn verschillende manieren om verkeerd afval uit ondergrondse verzamelcontainers te weren. De effecten hangen af van de gekozen methode. Over het algemeen is er geen investering nodig voor deze aanpak. Afhankelijk van de gekozen methode kan er een lichte stijging in de jaarlijkse kosten zijn, maar deze wordt gecompenseerd door een lichte daling in de verwerkingskosten wanneer het restafval afneemt en het afvalscheidingspercentage stijgt. Daarmee is de verwachte milieu impact licht positief. Er is waarschijnlijk geen effect op het serviceniveau voor de inwoner.

Bijgerecht: Herstellen frequentie pmd-inzameling

Voorheen werd pmd in Westerveld eens per vier weken ingezameld. In 2019 is deze frequentie verhoogd naar eens per drie weken. De resultaten laten zien dat deze wijziging weinig tot geen effect heeft gehad op de hoeveelheid gescheiden ingezameld pmd. Dit terwijl de logistieke kosten wel hoger zijn dan bij inzameling per vier weken. Het herstellen van de inzamelfrequentie voor pmd naar eens per vier weken vraagt geen investering. De jaarlijkse kosten dalen licht doordat de kosten voor de logistiek dalen. Er wordt geen effect verwacht op de milieu impact, aangezien de frequentieverhoging ook geen effect heeft gehad. Wel betekent deze maatregel een lichte daling in het serviceniveau voor de inwoners, doordat zij minder vaak pmd kunnen aanbieden.

Bijgerecht: Optimalisatie inzameling oud papier

De inzameling van oud papier staat, net als in diverse andere gemeenten, ook in Westerveld onder druk. Dit heeft verschillende oorzaken. Enerzijds is de prijs van oud papier de afgelopen jaren sterk gedaald. Hierdoor weegt de opbrengst nog maar nauwelijks op tegen de kosten voor inzameling. Dit betekent dat steeds meer maatschappelijke organisaties stoppen met de inzameling van papier. In het uiterste geval kan dit betekenen dat inwoners geen gelegenheid meer hebben om hun oud papier af te danken. In dat geval dient de gemeente een alternatief te verzorgen, vanuit de zorgplicht voor huishoudelijk afval. Tot slot geven steeds meer organisaties aan niet meer met vrijwilligers op een achterlader te willen inzamelen, vanwege veiligheidsredenen. Optimalisatie van de inzameling dekt deze risico’s af en maakt de inzameling van oud papier daarmee minder kwetsbaar, zowel voor de nu lopende ontwikkelingen als voor nog onvoorziene ontwikkelingen in de toekomst. Optimalisatie van de oud papier inzameling vraagt waarschijnlijk een investering, maar zal voor de jaarlijkse kosten weinig tot geen verschil maken. Ook de milieu impact zal ongeveer gelijk blijven. Afhankelijk van de gekozen oplossing kan optimalisatie wel tot meer service voor de inwoners leiden.

Nagerecht: Evaluatie GGP

Hoewel het nog ver weg is, zal het nieuwe GGP tegen het einde van de looptijd geëvalueerd moeten worden. Een goede evaluatie zorgt ervoor dat we kunnen leren van onze ervaringen. Daarnaast biedt het de gemeente een basis om het daaropvolgende GGP te baseren. Deze continuïteit maakt het beleid effectiever. Door in het GGP de evaluatie op te nemen wordt voorkomen dat deze vergeten of te lang uitgesteld wordt.

Nagerecht: Voorbereiding volgend GGP

Het is te vroeg om nu al inhoudelijk vooruit te kijken naar het volgende GGP. Wel is het belangrijk om tijdig met de voorbereiding te starten, zodat er geen gat valt tussen de looptijden van de plannen. Tijdige voorbereiding zorgt

voor continuïteit van het beleid. Ook biedt dit de kans om voldoende tijd in te plannen en te nemen voor de voorbereiding, wat leidt tot beter onderbouwde keuzes. Bij de voorbereiding van een nieuw GGP zal de hierboven genoemde evaluatie benut worden. Daarnaast kan rekening worden gehouden met ontwikkelingen in het bredere circulaire economie beleid, zowel van de gemeente zelf als van de provinciale, landelijke en Europese overheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=12c9a0d4-6783-4ee8-8d09-36cf22239a57