CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Legesverordening 2024 vanuit vakafdeling VTH - RO

Politieke avond Westerveld 19 december 2023, gemeente WesterveldBij agendapunt: Verordening Leges 20241.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Legesverordening 2024 Toelichting Algemeen De legesverordening 2024 is een aanpassing van de tarieven in verband met o.a. prijsindexering en een aanpassing aan gewijzigde regels, met name de Omgevingswet die per 1 januari 2024 ingaat. Voor het overige is de wijziging beleidsneutraal. De verordening is een bewerking van de model-legesverordening 2024 van de VNG.

Relatie met de VNG-toelichting We hebben er niet voor gekozen om de VNG toelichting op de modelverordening geheel over te nemen en toe te snijden op die van Westerveld. We verwijzen er aanvullend naar voor de onderwerpen waar deze toelichting niet op in gaat.

Verordening marktgelden blijft bestaan De verordening marktgelden is een aparte legesverordening en blijft bestaan.

Omgevingswet Behalve een wijziging van tarieven betreft de nieuwe verordening de invoering van de Omgevingswet. De onderliggende wetsartikelen van de vergunningen wijzigen en ook de vooroverlegprocedures. Omdat de wettelijke proceduretijd van 8 weken te kort is, zal de aanvraag moeten worden voorbereid door aanvrager en gemeente. Dit verloopt in een vooroverlegtraject aan de hand van een conceptverzoek, analoog aan de eigenlijke vergunningprocedure. Hiervoor zullen leges worden gevraagd, welke grotendeels worden gerestitueerd bij het behandelen van de definitieve aanvraag.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Door de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, vervalt de technische toets voor bouwaanvragen voor Gevolgklasse-1 bouwwerken. Dat zijn eenvoudige bouwwerken zoals woningen en kantoren. Die technische toets gaat over sterkteberekeningen, kwaliteit van de toegepaste materialen en constructies. Voor deze toets moet de opdrachtgever voortaan zelf een kwaliteitsborger huren en dit bij de gemeente melden. Na voltooiing van het bouwwerk gaat het dossier van de kwaliteitsborger naar de gemeente. Door het vervallen van deze technische toets kunnen de bouwleges omlaag. De tarieven zijn hierop aangepast. De bestemmingsplantoets qua afmetingen en gebruik, en de welstandstoets blijven, en hiervoor moet dus nog steeds een vergunning worden aangevraagd en leges worden betaald.

Opbouw van de leges: Bouwen en gebruik Voor bouwtechnische vergunningen verandert er weinig behalve dat Gevolgklasse 1-bouwwerken (huizen en eenvoudige bedrijfspanden) niet meer bouwtechnisch worden getoetst. Dit moet de aanvrager zelf laten verzorgen door een private kwaliteitsborger. De planologische toets aan bouwafmetingen en gebruik blijft als legesplichtige vergunning bestaan. De leges voor de behandeling van een aanvraag voor een bouwwerk wordt net als voor 2024 betaald aan de hand van de aanneemsom van het te bouwen bouwwerk. Dit geldt zowel voor de bouwtechnische vergunning die niet onder de private kwaliteitsborging vallen, als voor de ruimtelijke

bouwvergunningen (de toets van de afmetingen van het te bouwen bouwwerk aan de bouwregels van het omgevingsplan). Wanneer hierbij een binnenplanse vergunning voor het afwijken van bouwmaten wordt verleend zoals voor erkers en luchtbehandelingsinstallaties, wordt hiervoor extra leges betaald. Er volgt dan niet daarnaast nog een aparte bijdrage voor de binnenplanse vergunning. Binnenplanse vrijstellingen/vergunningen, gebruikswijzigingen en -vergunningen worden naar omvang betaald in vier tarieven, vermeld in artikel 2.29. Tenslotte wordt bijbetaald voor deelonderzoeken, zoals archeologie of milieu. Voor een groot publiek gebouw dat niet op een passende bestemming komt, wordt dus leges betaald voor de bouwtechnische vergunning, de ruimtelijke bouwvergunning, het gewijzigd gebruik (buitenplanse omgevingsplan-vergunning) en eventueel te beoordelen deelonderzoeken zoals een milieu-onderzoek.

APV-vergunningen APV-bepalingen die in het omgevingsplan thuishoren, zoals kapvergunningen en uitwegvergunningen, en die nog niet op 1 januari 2024 in het omgevingsplan van Westerveld zijn opgenomen, worden van rechtswege op grond van artikel 22.8 van de Omgevingswet, omgevingsplan-activiteiten.

Omgevingstafels De vooroverleg-mogelijkheden zijn uitgebreid zodat de vergunningprocedure kan worden voorbereid door initiatiefnemer en gemeente. Dit omgevingsoverleg-proces is opgesplitst in een “intaketafel” en één of meerdere “omgevingstafels”. Dit is een door de VNG voorgestelde structuur die in alle gemeenten in een bepaalde vorm is uitgewerkt. De terminologie is nog divers, zoals “voorfase”, en het laatst door de VNG/IPLO voorgestelde “conceptverzoek”. Westerveld heeft bij het proces aansluiting gezocht bij omliggende gemeenten en Drentse partners als de RUD, waterschappen en de provincie. De intaketafel betreft een globale beoordeling van een nieuw initiatief of plan. De beoordeling valt negatief of positief uit (wenselijk of niet wenselijk) en wordt (ook) schriftelijk gecommuniceerd. Voor de beoordeling wordt leges gevraagd. Het betreft een betaalde dienst waarvoor een reële inspanning wordt geleverd door de gemeente, maar zonder rechtsgevolg. De beoordeling vindt plaats aan de hand van geldende kaders zoals de Omgevingsvisie. Het kan incidenteel ook zijn dat een initiatief door het college wenselijk wordt geacht ondanks dat het niet is voldaan aan de geldende kaders. Bij een positieve uitspraak kan voor een complex initiatief een vervolgbeoordeling plaatsvinden in één of meer omgevingstafels. Het eindresultaat is een ontwerp-vergunning.

Het kan daarbij theoretisch ook gebeuren dat een wenselijk initiatief bij nader onderzoek, niet haalbaar wordt bevonden, bijvoorbeeld door nieuwe regels of jurisprudentie. Een omgevingstafel is een overleg, maar tussen de overleggen door worden door de initiatiefnemer plannen uitgewerkt, onderzoeken ingediend welke door de gemeente en de partners worden beoordeeld. De gemeente geeft adviezen om tot een haalbaar initiatief te komen. Er worden deelonderzoeken gedaan zoals milieu, natuur, welstand en archeologie. Er wordt per deelonderzoek betaald. Wanneer het conceptverzoek in de voorfase al snel strandt, zijn de leges evenredig laag. Dat komt omdat per deelonderzoek wordt betaald en omdat er recht op gedeeltelijke teruggave bestaat bij een snelle intrekking van het verzoek.

Modaliteiten Het betalen per onderzoek is geregeld in het hoofdstuk “modaliteiten”. Een deelonderzoek kan ook los van de voorfase of vergunningprocedure plaatsvinden. De leges voor de omgevingstafel of vergunning worden verlaagd bij een weigering, een intrekking of het stopzetten van de behandeling wegens het niet aanleveren van noodzakelijke informatie.

Definitieve aanvraag en vergunning Wanneer de ontwerpvergunning positief uitvalt is er een grote mate van zekerheid dat de definitieve aanvraag snel en met positieve uitkomst kan worden behandeld. De voor de intake- en omgevingstafel betaalde leges worden in mindering gebracht bij de behandeling van de definitieve aanvraag. In de regel zijn de gedane onderzoeken nog geldig, maar sommige onderzoeken hebben een beperkte geldingsduur.

Moment van verschuldigd zijn De leges worden verschuldigd op het in de tekst aangegeven moment, meestal het in behandeling nemen van een aanvraag. De rekening wordt verstuurd bij het einde van de procedure. De procedure eindigt door een brief.

Artikelsgewijze toelichting 2.5 Bouwtechnische aanvraag Dit betreft alle aanvragen die een gevolgklasse 2 en hoger bouwwerk betreffen, met uitzondering van de technisch bouwvergunningvrije objecten ( BKL 2.25 t/m 2.27). In vrijwel alle gevallen zal artikel 2.6 tevens aan de orde zijn omdat GK 2 bouwwerken vrijwel altijd een vergunningplichtige omgevingsactiviteit vormen. Overigens kan het technisch bouwdeel los worden aangevraagd van het gebruiksdeel. Wanneer het gebruiksdeel gecompliceerder of onzekerder is, ligt dat ook voor de hand. 2.6 Bouwen, ruimtelijk deel Deze legesbepaling behelst uitsluitend het toetsen aan de bouwvoorschriften uit het omgevingsplan, los van de aard van het gebruik. Bij de ruimtelijke bouwtoets is er minder evenredigheid tussen de omvang van de toetsingswerkzaamheden en de aanneemsom, dan bij de technische toets. Er is een lid 1c ingevoegd voor binnenplans geregelde afwijkingen van de bouwmaten, zoals voor erkers, schoorstenen en technische voorzieningen. Deze legesbepaling sluit uit dat er tevens een andere bepaling voor de zelfde binnenplanse afwijking toepassing vindt. Als echter voor het zelfde project ook een andere binnenplanse toestemming nodig is, bijvoorbeeld voor gebruik als recreatief nachtverblijf, dan vindt die legesverplichting wel toepassing.

Bij een bouwproject dat eenduidig binnen de gebruiksvoorschriften plaatsvindt volgens de aanvraag (afwijken van ruimtelijke regels is niet aangevraagd), blijft 2.29 dus buiten beschouwing. De welstandstoets staat in artikel 2.50. 2.10 Monumenten- cq erfgoedactiviteiten De volgende regimes zijn in Westerveld aan de orde: a. Rijksmonumenten b. bestemmingsplan - beschermd dorpsgezicht (Havelte, Wilhelminaoord-Frederiksoord) c. Provinciale monumenten d. gemeentelijke monumenten e. Unesco-werelderfgoed - nog niet in werking. Hier moet de Provincie nog een instructieregel maken. f. “karakteristieke”panden in beschermd stads- en dorpsgezicht en andere bestemmingen. Deze mogen over het algemeen niet gesloopt worden en bij verbouwen gelden extra voorschriften.

(Archeologische) rijksmonumenten Bij een initiatief met een (archeologisch) rijksmonument (en er zijn geen gemeentelijke archeologische monumenten) is het Rijk behandelaar als het een enkelvoudige aanvraag betreft. Bij een meervoudige aanvraag, bijvoorbeeld wanneer dieper wordt gegraven dan 30 cm en een aanlegvergunning van de gemeente nodig is, is de gemeente bevoegd over het archeologisch monumentendeel, waarbij de gemeente de Rijksdienst voor cultureel erfgoed, RCE, moet consulteren. Voor het advies zijn leges verschuldigd op grond van het hoofdstuk modaliteiten. De rijksmonumenten staan op de bekende rijksmonumentenlijst, waaronder ook archeologische monumenten zoals hunebedden. Lid 3 Unesco-werelderfgoed Een speciale werelderfgoed-vergunning is er nog niet. Via een rijks- en een provinciale instructie moet die regeling nog in het omgevingsplan komen. Met dit artikel is de legesverordening hier al vast op voorbereid. 2.23 Opbreken en graven in archeologisch gebied Dit gaat over de omgevingsplanactiviteit “aanleggen” op grond van het omgevingsplan waarbij in aangewezen gebieden met een dubbelbestemming onderzocht moet worden of er geen archeologische waarden worden aangetast. Bij de leges zullen in de regel kosten komen voor het beoordelen van archeologisch onderzoek conform het onderdeel “Modaliteiten”.

Deze graafwerkzaamheden in dit artikel hebben betrekking op de archeologische aspecten en staan los van de legeskosten die volgens artikel 3.18 worden berekend, met andere woorden, de kosten van 3.18 komen er mogelijk bij. 2.28 Aanlegvergunning Wanneer voor de beoordeling van de aanvraag onderzoeken moeten worden beoordeeld, komen deze in de “modaliteiten” aan de orde. 2.29 Hier staan de afwijkingsbesluiten opgesomd. Bij een complexe binnenplanse afwijking zullen extra kosten komen voor het beoordelen van onderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=d49cb292-d0c4-4895-abb1-adba4ae7677c