toelichting, bijlage 2, ontwerp bp Veendijk 47 Havelte
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming soorten en gebiedsbescherming: Veendijk 47 te Havelte
projectnummer
211733
Pagina 2 van 33
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Quickscan Wet natuurbescherming Veendijk 47 te Havelte 211733 Mevr. W.W.M Duijndam Dhr. R.J.W. Huls Versienummer: Datum: 1.0 15 november 2021
Reden vervallen: Vigerende versie
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
De Stijll B.V. dhr. G. Reitsema Hoofdstraat 9, 7902 EA HOOGEVEEN
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Veendijk 47 te Havelte. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Havelte_211733_Veendijk 47_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 3 van 33
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Beschrijving van het plangebied .................................................................................................... 5 Voorgenomen werkzaamheden en toekomstige situatie .............................................................. 8
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................. 10
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3
Onderzoeksmethoden ................................................................................................................. 10 Bronnenonderzoek soortenbescherming ....................................................................................... 10 Veldinspectie .................................................................................................................................. 10 Toetsing .......................................................................................................................................... 10
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING ............................................................ 11
3.1 3.2 3.3
Natura 2000 ................................................................................................................................ 11 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 12 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 13
4.
RESULTATEN SOORTENBESCHERMING EN EFFECTEN ................................................... 15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Flora ............................................................................................................................................ 15 Vogels ......................................................................................................................................... 15 Vleermuizen ................................................................................................................................ 19 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 20 Amfibieën .................................................................................................................................... 22 Reptielen ..................................................................................................................................... 23 Vissen .......................................................................................................................................... 23 Ongewervelden ........................................................................................................................... 23
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 24
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 24 Soortenbescherming ................................................................................................................... 25 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 26 Zorgplicht .................................................................................................................................... 27 Vrijblijvend advies natuur inclusief bouwen ................................................................................ 27 Verantwoording .......................................................................................................................... 28
GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 29 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Drenthe 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten 3 Uittreksel NDFF
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 4 van 33
1. INLEIDING In opdracht van De Stijll B.V. is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming soorten uitgevoerd ter plaatse van Veendijk 47 te Havelte. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doelstelling
De opdrachtgever is voornemens de reeds aanwezige bebouwing te slopen en te vervangen voor twee nieuwbouwwoningen ter plaatse van Veendijk 47 te Havelte. Omdat de gewenste ontwikkeling effecten kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurweten regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Het aspect houtopstanden hebben geen betrekking op erven of in tuinen. Gezien bomen gekapt worden binnen een erf/ tuin is het aspect beschermde houtopstand niet relevant. De quickcan gaat uitsluitend in op de onderdelen gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) en soortenbescherming. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig.
Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 5 van 33
kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Drenthe is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1).
1.3
Beschrijving van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Veendijk 47 te Havelte, zie figuur 1.1. Het betreft een erf met bomen en ander opgaand groen, met woning en diverse opstanden: - Een vrijstaande woning (A) van circa 365 m2, - Een schuur (B) van circa 58 m2, - Een ligboxenstal (C) van circa 644 m2, - Een mestsilo (D) van circa 177 m2, - Een schuur (E) van circa 185 m2, - Een schuur (F) van circa 95 m2. Het dak van de woning is deels bedekt met riet, deels met dakpannen. De schuren zijn bedekt met golfplaten. De muren zijn steens muren en hebben geen spouwmuur. Oppervlaktewater is slechts minimaal aanwezig in de vorm van een begroeide greppel die regelmatig droogvalt. Een tuin met bomen (lindes, elzen) en struiken zijn aanwezig. Daarnaast ook enkele andere gecultiveerde soorten. Een deel van het plangebied is ingezaaid met gras. De tuin is deels verhard. In figuur 1.2 is het plangebied aangegeven. Het perceel ligt buiten de bebouwde kom van Havelte. De dorpskern van Havelte ligt op circa vier kilometer afstand. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door akkerlanden. Eveneens aanwezig zijn woningen en opgaand groen in de vorm van bomenrijen. Oppervlaktewater is beperkt aanwezig in de vorm van afwateringssloten. Ten westen van het plangebied is de A32 gepositioneerd.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 6 van 33
Figuur 1.1 Huidige situatie Veendijk 47 (bron: De Stijll, 2021).
Figuur 1.2 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: AmigoCloud).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 7 van 33
Figuur 1.3 tot en met 1.6 geven een impressie van het plangebied.
Figuur 1.3 Voorzijde woning met lindebomen met nestkastjes.
Figuur 1.4 Garage en deel van de woning (links).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 8 van 33
Figuur 1.5 Schuren en stallen binnen het plangebied.
Figuur 1.6 Schuren, oprijlaan en opgaand groen binnen het plangebied.
1.4
Voorgenomen werkzaamheden en toekomstige situatie
De opdrachtgever is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en twee woningen met schuur te realiseren. Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Hierbij wordt op kavel 1 een woning gerealiseerd op C en op D een schuur. Op kavel 2 wordt op A een woning gerealiseerd en op B een schuur. Daarnaast worden boomsingels gerealiseerd (elzen, eken, fruitbomen, notenbomen) en wordt de slootstructuur hersteld. Met de voorgenomen werkzaamheden blijven bomen ingetekend in figuur 1.7 behouden. Opgaand groen en jonge bomen elders op het terrein worden mogelijk verwijderd. Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 9 van 33
Er zal uitsluitend overdag gewerkt worden. Zie figuur 1.7 voor de voorgenomen plannen. De opdrachtgever heeft aangegeven dat er momenteel geen planning voor de voorgenomen werkzaamheden is.
Figuur 1.7 Voorgenomen plannen ter plaatse van het onderzoeksterrein (bron: De Stijll, 2021).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 10 van 33
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING 2.1
Onderzoeksmethoden
Het onderzoek heeft bestaat uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.
2.1.1 Bronnenonderzoek soortenbescherming Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 29 oktober 2021 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van één kilometer rond het plangebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens (Broekhuizen et al., 2016; Dietz et al., 2011) en verspreidingsatlassen (NDFF, verspreidingsatlas.nl). Uit het bronnenonderzoek komen de volgende voor dit onderzoek relevante soorten naar voren: Boerenzwaluw, huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, ekster, koolmees, pimpelmees, zwarte roodstaart, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, steenmarter, poelkikker, beekrombout en noordse winterjuffer. Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.1.2 Veldinspectie Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of het plangebied geschikte biotopen bevat voor beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor zijn het plangebied en de nabije omgeving onderzocht op potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten. De waargenomen beschermde soorten zijn vastgelegd. De uitvoering van het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 1 november 2021 en is uitgevoerd door ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden. Tijdens de inventarisatie waren de weersomstandigheden als volgt: droog, half bewolkt, windkracht 3 Bft, temperatuur 13 graden Celsius.
2.1.3 Toetsing Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 11 van 33
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING 3.1
Natura 2000
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Holtingerveld en De Wieden en Dwingelderveld, op respectievelijk vier, vijf en tien kilometer afstand (zie figuur 3.1).
Afstand circa 4 km.
Afstand circa 10 km.
Afstand circa 5 km.
Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (zwarte asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (Bron: AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de relevante categorie woningbouw in relatie tot de meest nabijgelegen natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch, trillingen) en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/ vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa 4 kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000-gebieden.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 12 van 33
Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (met bijvoorbeeld specifieke waardplanten voor vlinders en libellen, maar ook oppervlaktewater, heidegebieden en hoogvenen (Natura2000.nl, 2021). Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien de habitatseisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (bebouwing en nabij verstoringsbronnen als bebouwing, wegen, opgaand groen) hebben doelsoorten geen functionele relatie met het plangebied. Dit geldt ook voor meervleermuis welke een habitatrichtlijnsoort van Natura 2000 gebied De Wieden is. Er zijn geen recente waarnemingen van meervleermuis in de omgeving van het plangebied bekend (NDFF, 2021). Gezien de afstand tot Natura 2000-gebied de Wieden en de tussenliggende bebouwing worden verblijfplaatsen van meervleermuis binnen het plangebied niet verwacht. Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden. Eventuele trillingen hebben gezien de beperkte reikwijdte en de afstand tot het Natura 2000-gebied Holtingerveld (circa 4 kilometer) geen effect. De tijdelijke realisatiefase en het toekomstig gebruik kunnen zorgen voor extra stikstofdepositie.
De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze (waaronder milieueisen machinerie) niet aan de orde. Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatie- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaan onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties of in het verkeer. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/ vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. Met de inwerkingtreding van de nieuwe stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) geldt er per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase ten aanzien van bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten (staatsblad, 2021a,b). Het aspect stikstofdepositie speelt hierdoor in het vergunningstraject alleen nog een rol in de gebruiksfase. In de toekomstige gebruiksfase is waarschijnlijk echter sprake van een zeer geringe toename van stikstofemissies. Vanwege het bouwbesluit (Overheid.nl, 2018) zullen de nieuwbouwwoningen hoogstwaarschijnlijk gasloos zijn, zodat er waarschijnlijk geen sprake is van gebouwgebonden emissies. Er is slechts sprake van een kleine emissie als gevolg van bewoning (BBQ, sfeerhaard). In de gebruiksfase zijn alleen de extra verkeersbewegingen relevant.
Omdat er reeds één woning aanwezig is, wordt op basis van kerngetallen uitgegaan van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal (CROW, 2018) voor de nieuw te realiseren tweede woning. Gezien dit beperkte aantal en de ruime afstand tussen het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Holtingerveld (circa 4 kilometer), zal het extra verkeer als gevolg van het plan naar alle waarschijnlijkheid geen stikstofdepositie op Natura 2000gebieden tot gevolg hebben. Middels een berekening met AERIUS-Calculator kan dit eventueel (juridisch) worden onderbouwd.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). De NNN maakt onderdeel uit van de Zone Ondernemen met Natuur en Water (Zone ONW). In de Zone ONW is het beleid gericht op ruimte te creëren voor economische ontwikkelingen zoals de landbouw, recreatie en natuurgebonden woon- en werklocaties (bijvoorbeeld nieuwe landgoederen).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 13 van 33
Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1.5 kilometer afstand. Andere NNN-gebieden liggen op circa vier en zes kilometer afstand. Effectbeoordeling In voorliggend geval is sprake van een nieuwe ruimte ontwikkeling, er is namelijk sprake van een functiewijziging (nieuwbouwwoningen). Het plangebied ligt echter buiten het NNN, zodat een verder NNN-toets niet nodig is. De provincie Drenthe hanteert ook geen externe werking ten aanzien van het NNN (provincie Drenthe, 2021a). Gezien het huidige gebruik van het erf in combinatie met de lokale aard en geringe omvang van het plan zijn- in kader van een goede ruimtelijke ordening- geen effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-deelgebied te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Drenthe).
3.3
Natuur buiten het NNN
Ligging plangebied t.o.v. natuur buiten het NNN In het Drentse ruimtelijk beleid is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk in bijzonder provinciale natuurgebieden, ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe – Omgevingsvisie, 2018). Daarnaast zijn in het kader van agrarisch natuurgebieden zoekgebieden voor ontwikkeling/behoud van leefgebieden (open grasland, open akkerland, droge en natte dooradering) aangewezen. Het agrarisch natuurbeheer wordt ingezet voor de instandhouding van (inter)nationaal beschermde soorten, waar Drenthe een verantwoordelijkheid in heeft en aangevuld met soorten die voor kenmerkend zijn voor natuur en landschap in Drenthe (Provincie Drenthe, 2021b).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 14 van 33
Effectbeoordeling In Drenthe is momenteel één gebied aangewezen als bijzonder provinciaal natuurgebied: Landgoed Overcingel. Dit gebied ligt in Assen, op meer dan 35 kilometer afstand. Ook ligt het plangebied niet in/nabij ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe – Natuurbeheerplan 2021). In Drenthe is alleen het Leekstermeer als ganzenrustgebied aangewezen. Daarnaast ligt het plangebied tuin buiten de aangewezen agrarisch leefgebieden (zie figuur 3.3). Gezien de afstanden tot deze gebieden en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van negatieve effecten. Vervolgstappen ten aanzien van natuur buiten het NNN zijn niet aan de orde.
Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode marker) ten opzichte ban zoekgebieden voor agrarische leefgebieden (bron: Provincie Drenthe – Kaart Natuurbeheerplan 2021).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 15 van 33
4. RESULTATEN SOORTENBESCHERMING EN EFFECTEN In dit hoofdstuk zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden in relatie tot de resultaten van de inventarisatie gepresenteerd.
4.1
Flora
De veldinspectie is uitgevoerd na het bloeiseizoen van vele soorten planten. Desondanks is op basis van de terreinkenmerken en aangetroffen soorten een goed beeld verkregen van de potentie voor beschermde flora. Daarnaast stonden enkele soorten nog in bloei en alle bomen hadden nog blad. Het plangebied bestaat uit een perceel met schuren, een woning en een tuin met gecultiveerde soorten. Naast de wei is een groenstrook waar een bloemenmix ingezaaid is. Soorten als rode klaver, zonnebloem en diverse groenbemesters zijn waargenomen. Daarnaast aangetoond gedurende de veldinspectie zijn klein kaasjeskruid, schijfkamille, speerdistel, witte klaver, dagkoekoeksbloem, echt vetmos, varkensgras en boerenwormkruid. Ook zijn ook ratelpopulier, fluweelboom, krulhazelaar, linde, berk en els waargenomen. In het plangebied zijn gedurende de veldinspectie geen beschermde soorten aangetroffen. De waargenomen flora duiden op (matig) voedselrijke omstandigheden. Er worden gezien de voedselrijke omstandigheden en het beheer (frequent maaien van het gazon, deels verhard, gecultiveerde tuin) geen beschermde soorten binnen het plangebied verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn zodoende niet aan de orde.
4.2
Vogels
De veldinspectie is uitgevoerd na het broedseizoen van vele soorten vogels. Nestlocaties zijn daardoor minder goed waar te nemen. Desondanks kan er op basis van de veldinspectie een goed beeld verkregen worden van geschiktheid voor vogelsoorten. Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 - 4) Gedurende de veldinspectie zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermd nest waargenomen. Binnen het plangebied kan de in de omgeving bekend huismus (NDFF, 2021, bijlage 3) tot broeden komen. Huismussen hebben toegang tot onder de eerste rij dakpannen en nokpannen van de woning (figuur 4.1). Daarnaast geven enkele nokpannen toegang tot onder het dak. Mussen hebben eveneens toegang tot garage en stallen en kunnen daar tot broeden komen in gaten en kieren van gebouwen. Eveneens kunnen mussen tot broeden komen in de aanwezige nestkasten. De voorgenomen werkzaamheden hebben mogelijk negatieve effecten op nestplaatsen van huismussen. Een overtreding op de Wet natuurbescherming is niet uitgesloten. Voor gierzwaluw zijn er geen geschikte invliegopeningen aanwezig. De voorzijde van het dak van de woning is met dakpannen bedekt (waaronder toegang mogelijk is), maar grote lindes blokkeren de aanvliegroute (figuur 1.3). Ook in de aanwezige schuren worden nestplaatsen van gierzwaluwen uitgesloten in verband met het ontbreken van geschikte nestlocaties; dakbeschot ontbreekt.
Negatieve effecten op nestplaatsen van gierzwaluwen worden zodoende niet verwacht. De in de omgeving bekende kerkuil en steenuil (NDFF, 2021, bijlage 3) kunnen binnen het plangebied in de aanwezige stallen tot broeden komen. Echter zijn er geen sporen (uitwerpselen, braakballen, sporen van nesten) waargenomen en zijn zodoende binnen het plangebied uitgesloten. Een vogelnest is waargenomen in een elzen aan de achterzijde van het terrein (zie figuur 4.2). Het is niet exact te zeggen welk soort gebruik gemaakt heeft van het nest omdat enkele soorten vogels met jaarrond beschermd nest gebruik maken van bestaande nesten. Mogelijk is het nest gebruikt door Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 16 van 33
een roofvogel, waarschijnlijk een buizerd. Deze boom blijft echter behouden met de voorgenomen werkzaamheden waardoor vervolgstappen niet aan de orde zijn.
Figuur 4.1. Vogels hebben toegang tot onder nokpannen
Figuur 4.2 Locatie van vogelnest, vermoedelijk van een roofvogel (waarschijnlijk buizerd) (Achtergrondkaart: GoogleMaps, 2021).
Categorie 5 vogelsoorten Gedurende de veldinspectie zijn overvliegende spreeuwen waargenomen. Daarnaast zijn nesten van boerenzwaluw waargenomen in de oude stal (figuur 4.3) en garage. Nesten van Categorie 5 vogelsoorten zijn jaarrond beschermd wanneer onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze soorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Gedurende de veldinspectie is onvoldoende duidelijk geworden of er alternatieve nestlocaties in de Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 17 van 33
omgeving aanwezig zijn voor boerenzwaluw. Er bevinden zich schuren en woningen in de omgeving van het plangebied, maar het is niet duidelijk of deze beschikbaar zijn boerenzwaluw. Met de voorgenomen werkzaamheden worden nestplaatsen beschadigd. Vervolgstappen zijn zodoende aan de orde. Ook andere categorie 5 vogelsoorten zoals ekster, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart (NDFF, 2021, bijlage 3) kunnen binnen het plangebied tot broeden komen. Potentiële nestplaatsen bevinden zich in de aanwezige nestkasten (figuur 4.4 en figuur 1.3) (aan de voorzijde van de woning, aan de elzenbomen of aan de schuur), in bomen en ander opgaand groen en in de gebouwen binnen het plangebied. Met name de voormalige hooizolder in de stal binnen het plangebied is goed te bereiken voor vogelsoorten (zie figuur 4.5). Voor overige categorie 5 vogelsoorten zoals ekster, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart zijn er voldoende alternatieven in de directe omgeving van het plangebied aanwezig in de vorm van woningen, bomen en ander opgaand groen. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
Figuur 4.3 Nest van boerenzwaluw (rood omcirkeld).
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 18 van 33
Figuur 4.4 Een van de aanwezige nestkastjes binnen het plangebied.
Figuur 4.5 De voormalige hooizolder is goed te bereiken voor vogelsoorten. Aan de rechterzijde is een nest aanwezig.
Soorten zonder jaarrond beschermd nest Gedurende de veldinspectie is een merel waargenomen. Ook sijzen en vinken zijn waargenomen. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in de gebouwen (met name de stallen) en het aanwezige opgaand groen tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Verstoring van vogels is toegestaan zolang dit geen wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding heeft.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 19 van 33
Foerageergebied Vogels kunnen van het plangebied gebruik maken als foerageergebied. Echter bevindt zich in de directe omgeving voldoende alternatief foerageergebied in de vorm van bomen, akkerland, tuinen en ander opgaand groen. Het betreft daarom geen essentieel foerageergebied.
4.3
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Vleermuizen hebben hun verblijfplaatsen in gebouwen en/of bomen. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het gebouw potentiële verblijfplaatsen bevat. De in de omgeving bekende gewone dwergvleermuis en laatvlieger (NDFF, 2021) kunnen verblijfplaatsen hebben in de woning. Er is toegang tot onder de (eerste rij) dakpannen en nokvorsten. Daarnaast is er toegang tot de spouwmuur via scheuren in de muur (zie figuur 4.6). Daarnaast is er toegang tot de garage via gaten in het dak maar ook via de dakplaten. Ook is er toegang tot de aanwezige stallen maar verblijfplaatsen worden daar niet verwacht vanwege tocht en lekkages. Mogelijk bevinden verblijfplaatsen zich op de hooizolder. De verblijfplaatsen zijn potentieel geschikt als zomer-, -kraam-, paar en winterverblijf voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Mogelijk kunnen grootoorvleermuizen van de stallen gebruik maken. Met de voorgenomen werkzaamheden worden mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen beschadigd en/of vernield. Een overtreding op de wet natuurbescherming is zodoende niet uitgesloten. Ter plaatse van het plangebied is in de aanwezige bomen geen sprake van loszittende schorsdelen. Tevens zijn er geen holtes of gaten waargenomen in de bomen. Daarnaast blijven grote bomen binnen het plangebied behouden.
Figuur 4.6 Scheuren in de woning geven vleermuizen toegang tussen de muur.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 20 van 33
Vliegroute De straat en bosschages in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. De aanwezigheid van vliegroutes kan niet worden uitgesloten. Echter gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving zal het hier niet gaan om essentiële vliegroutes. Bovendien zullen bij de werkzaamheden geen vliegroutes worden aangetast. Foerageergebied Mogelijk maakt het plangebied deel uit van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden (zie 1.4) en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt zullen blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.
4.4
Grondgebonden zoogdieren
Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling) worden op basis van habitatseisen, verspreidingsgegevens, terreinkenmerken en het veldbezoek niet worden uitgesloten. Gedurende de veldinspectie zijn geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Steenmarter Mogelijk maakt het plangebied onderdeel uit van het leefgebied de in de nabijheid bekende steenmarter (NDFF, 2021). Steenmarters hebben toegang tot de stallen, schuren en tot de woning. Op het rieten dak van de woning zijn sporen aanwezig, vermoedelijk veroorzaakt door steenmarter (zie figuur 4.7). Daarnaast zijn op het terrein steenhopen, takkenbossen en lage struiken aanwezig, die potentieel geschikt zijn als verblijfplaats voor steenmarter. Met de voorgenomen werkzaamheden worden negatieve effecten verwacht. Een overtreding op de Wet natuurbescherming is zodoende niet uitgesloten.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 21 van 33
Figuur 4.7 Een gat in het rieten dak, mogelijk veroorzaakt door steenmarter
Overige grondgebonden zoogdieren In het projectgebied zijn eveneens vaste verblijfplaatsen van egel en (kleine) marterachtigen zoals bunzing en wezel te verwachten. Hermelijnen worden binnen het plangebied minder verwacht omdat deze soort een grotere binding heeft met water. Egels en kleine marterachtigen kunnen verblijfplaatsen hebben onder takkenhopen, struikjes en ‘rommelhoekjes’ (zie figuur 4.8). Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen niet aan de orde is. Om te voorkomen dat mogelijk aanwezige zoogdieren geschaad worden met de voorgenomen werkzaamheden, kan -in het kader van de zorgplicht- voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein nagelopen worden en vervolgens de te verwijderen vegetatie kort te maaien (en houden) zodat dieren de kans krijgen buiten het plangebied verblijfplaatsen en leefgebied te vinden.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 22 van 33
Figuur 4.8 ‘Rommelhoekjes’ op het terrein met geschikte verblijfplaatsen voor egels en kleine marterachtigen.
4.5
Amfibieën
Gedurende de veldinspectie zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen. Oppervlaktewater is slechts beperkt aanwezig binnen het plangebied. In de naastgelegen greppel staat nauwelijks water en valt gedurende de zomer droog (figuur 4.9). Aanwezigheid van voortplantingsbiotoop van beschermde amfibieën wordt zodoende binnen het plangebied uitgesloten. Enkele amfibiesoorten zoals in de omgeving bekende poelkikker (Ravon, 2021) overwinteren op het land. Echter ontbreekt oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied en wordt op basis hiervan en op basis van de habitatseisen (water minnend, vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden (Ravon.nl, 2021)) binnen het plangebied niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van amfibieën zonder provinciale vrijstelling zijn niet aan de orde. Algemeen voorkomende amfibiesoorten zoals gewone pad, kan zijn landbiotoop hebben binnen het plangebied. Bij de voorgenomen werkzaamheden kunnen enkele exemplaren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor algemeen voorkomende amfibieën zoals gewone pad in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, zie bijlage 1. Vervolgstappen zijn zodoende niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 23 van 33
Figuur 4.9 De begroeide greppel (rood omcirkeld) bevat nauwelijks water en valt regelmatig droog.
4.6
Reptielen
Reptielen zijn gedurende de veldinspectie niet waargenomen. Op basis van de resultaten van het bronnenonderzoek (geen relevante waarnemingen in de omgeving van het plangebied) en de veldinspectie kan de aanwezigheid van beschermde reptielen worden uitgesloten. De mesthoop op de achterzijde van het perceel is potentieel geschikt als broedhabitat voor ringslang, echter ontbreekt oppervlaktewater. Ringslang is aan water gebonden en wordt zodoende niet verwacht binnen het plangebied. Hagedissoorten (zandhagedis en levendbarende hagedis, hazelworm) hebben hun voorkomen in duin- en heidegebieden of zand- en lössgronden, nauwelijks in bebouwing of in de bebouwde omgeving en worden binnen het plangebied niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van reptielen zijn zodoende niet aan de orde.
4.7
Vissen
Rondom het terrein is een greppel aanwezig, echter valt deze regelmatig droog. De aanwezigheid van (beschermde) vissen is uitgesloten.
4.8
Ongewervelden
Beschermde slakken en geleedpotigen worden binnen het plangebied niet verwacht. Waardplanten worden binnen het plangebied vanwege de gecultiveerde omstandigheden niet verwacht, waardoor onderhavig onderzoekslocatie geen cruciale rol speelt voor plaatselijke beschermde vlinderpopulaties. Omdat er in de omgeving van het plangebied geen geschikte permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de in de omgeving bekende beekrombout en noordse winterjuffer worden uitgesloten. Gezien de biotoop en het ontbreken van waardplanten is de verwachting dat de omgeving van het plangebied geen deel uitmaakt van een essentieel leefgebied van beschermde overige geleedpotigen en slakken.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 24 van 33
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Er is zodoende geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. Op basis van bekende verstoringsafstanden (tot maximaal 1.500 meter, Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is er eveneens geen sprake van tijdelijke verstoring op Natura 2000-gebieden. Op doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden worden geen effecten verwacht aangezien deze gebonden zijn aan specifieke biotopen. Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebeden. Stikstofdepositie kan gedurende de realisatiefase ontstaan, deze valt echter onder de vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase en is zodoende niet aan de orde. In de gebruiksfase is sprake van zeer geringe toename van stikstofemissies. Omdat er reeds één woning aanwezig is, wordt op basis van kerngetallen uitgegaan van een toename van maximaal 8.6 verkeersbewegingen per etmaal voor de nieuw te realiseren woningen.
Gezien dit beperkte aantal en de ruime afstand tussen het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Holtingerveld (circa 4 kilometer), zal het extra verkeer als gevolg van het plan waarschijnlijk geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. Middels een berekening met AERIUS-Calculator kan dit eventueel (juridisch) worden onderbouwd. Natuurnetwerk Nederland en natuur buiten het NNN Gezien de ruime afstand tussen het dichtstbijzijnde NNN-gebied en aangewezen natuurgebieden buiten het NNN, de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied is geen sprake van negatieve effecten op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van (natuur buiten) het NNN zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 25 van 33
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: -
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Beschermde flora wordt gezien de voedselrijke omstandigheden en het beheer (frequent maaien gazon, deels verhard, tuin met gecultiveerde soorten) niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn zodoende niet aan de orde. Soorten met jaarrond beschermd nest zoals huismus kan tot broeden komen binnen het plangebied. Huismussen hebben toegang onder dakpannen en toegang tot schuren/ stallen waar mogelijke nestlocaties zich bevinden. De voorgenomen sloop kan potentiële nestplaatsen vernielen en daarmee een negatief effect hebben op huismus. Een overtreding op de Wet natuurbescherming is daarmee niet uitgesloten. Nader soortgericht onderzoek is derhalve noodzakelijk om de aan- of afwezigheid van huismus aan te tonen. Nesten van boerenzwaluw (categorie 5 vogelsoort) zijn aangetroffen binnen het plangebied. Onduidelijk is of er voldoende alternatieve nestlocaties in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Nader soortgericht onderzoek is derhalve noodzakelijk om aan te tonen of nesten van boerenzwaluw jaarrond beschermd zijn. Ook overige categorie 5 vogelsoorten zoals spreeuw, ekster en zwarte roodstaart kunnen binnen het plangebied tot broeden komen. Voor deze soorten zijn in de omgeving voldoende alternatieve nestlocaties aanwezig in de vorm van bomen, woningen en schuren. Vervolgstappen voor overige categorie 5 vogelsoorten zijn zodoende niet aan de orde.
Overige broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest) kunnen tot broeden komen binnen het plangebied. Vogels hebben toegang tot de aanwezige schuren/ stallen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Verstoring van broedgevallen is toegestaan zolang dit geen wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding heeft. De woning is potentieel geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Er is toegang onder het dak (via dakpannen en nokpannen) en tot de scheuren in de muur. De woning is daarmee geschikt als zomer-, paar-, kraam-, en winterverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Voor grootoorvleermuis is er toegang tot de stal. Het is niet uitgesloten dat de voorgenomen sloop verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord en daarmee negatieve effecten hebben op beschermde soorten. Een overtreding op de Wet natuurbescherming is daarmee niet uitgesloten. Verblijfplaatsen van vleermuizen worden in bomen niet verwacht. Er is geen sprake van loszittende schordelen. Tevens zijn geen holtes of gaten waargenomen. Daarnaast blijven grote bomen binnen het plangebied behouden Mogelijk vormt het projectgebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied van vleermuizen.
Echter worden deze door de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast en blijven na de voorgenomen ontwikkelingen voldoende geschikt. Het projectgebied wordt mogelijk gebruikt als vaste rust- of verblijfplaats voor steenmarter gedurende de inspectie zijn sporen van (waarschijnlijk) steenmarter aangetroffen. Met de voorgenomen sloop worden mogelijke verblijfplaatsen van steenmarter vernield. Een overtreding op de Wet natuurbescherming is zodoende niet uitgesloten. Overige grondgebonden zoogdieren kunnen eveneens gebruik maken van het plangebied. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen niet aan de orde is. Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 26 van 33
-
-
-
5.3
Voortplantingsbiotoop van beschermde amfibieën wordt door het ontbreken van oppervlaktewater van voldoende omvang uitgesloten. Ook overwinteringsgebied wordt op basis van de terreinkenmerken niet verwacht. Reptielen worden op basis van bronnenonderzoek, veldinspectie en terreinkenmerken uitgesloten. Oppervlakte ontbreekt. Daarnaast worden reptielen niet binnen bebouwde omgeving verwacht. Omdat de hoeveelheid water in de watergang beperkt is en de sloot regelmatig droog zal vallen worden beschermde vissen niet verwacht. Ongewervelden worden gezien de biotoop, mate van onderhoud en ontbreken van waardplanten niet verwacht.
Advies en vervolgstappen
Stikstofdepositie Naar verwachting is geen sprake van stikstofdepositie als gevolg van het toekomstige gebruik, gezien de gasloeg woning en het beperkt aantal verkeersbewegingen als gevolg van een extra woning. Eventueel kan met behulp van het rekenmiddel AERIUS-Calculator een berekening voor de gebruiksfase worden uitgevoerd, om inzichtelijk te maken of sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr.), is geen vergunning nodig. In dat geval kan het plan worden vastgesteld en uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen zoals een nadere ecologische beoordeling (voortoets stikstof), saldering en/of een vergunning aan de orde. Soortgericht nader onderzoek huismus, vleermuizen, steenmarter en boerenzwaluw Om te bepalen of er nestplaatsen van huismussen en vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming.
Huismusonderzoek vindt plaats middels twee veldbezoeken in de periode april – 15 mei (conform het Kennisdocument Huismus, BIJ12 2017c). Huismussen worden gedurende de meest optimale periode van de dag geïnventariseerd; tussen één à twee uur na zonsopkomst en één à twee uur voor zonsondergang. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Steenmarteronderzoek vindt plaats middels cameraonderzoek en sporenonderzoek. De wildcamera’s dienen enkele weken aaneengesloten operationeel in het plangebied aanwezig te zijn. Dit onderzoek kan het gehele jaar plaatsvinden. Binnen het plangebied zijn nesten van boerenzwaluwen waargenomen. Nesten van deze soort zijn niet jaarrond beschermd mits er voldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 27 van 33
gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Met een omgevingsscan naar geschikte broedlocaties van boerenzwaluw in de directe omgeving, kan worden vastgesteld of jaarronde bescherming van nesten aan de orde is. De omgevingsscan kan gecombineerd worden met het onderzoek naar huismus. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Geadviseerd wordt om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vaststellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is.
Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken.
5.4
Zorgplicht
Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. In kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om kort voorafgaand (ca. een week) aan de start van de sloopwerkzaamheden het terrein na te lopen op eventuele aanwezigheid van dieren (o.a. egel, (kleine) marterachtigen) om vervolgens de te kappen vegetatie kort te maaien en kort te houden. Zodoende wordt het plangebied onaantrekkelijk gemaakt en krijgen dieren de kans buiten het plangebied verblijfplaatsen/ leefgebied te zoeken. Geadviseerd wordt dit buiten de kwetsbare voortplantingsperiode uit te voeren, dit wil zeggen, buiten de periode maart tot en met september.
5.5
Vrijblijvend advies natuur inclusief bouwen
In deze paragraaf geven wij nog een aantal vrijblijvende adviezen, er is geen wettelijke verplichting om deze uit te voeren. Maar het opvolgen van deze adviezen kan bijvoorbeeld de biodiversiteit in een gebied vergroten, een positief effect hebben op de leefomgeving of aanvullende verblijfplaatsen creëren voor bepaalde soorten die wel wat hulp kunnen gebruiken. Vleermuizen Vleermuizen zijn nuttige dieren die veel insecten wegvangen en bovendien geen overlast (stank, schade aan het gebouw of lawaai) veroorzaken. Geadviseerd wordt om bij de inrichting van de woning verblijfplaatsen beschikbaar te maken voor vleermuizen. Met de realisatie van twee woningen en opstallen kunnen verblijfplaatsen voor vleermuizen gerealiseerd worden. Met het opmetselen van muren kunnen (prefab) vleermuiskasten ingemetseld worden. Deze vleermuiskasten dienen minimaal drie meter boven de grond ingemetseld te worden, waarbij in de toekomstige situatie aanvliegroutes vrijgehouden worden. Dit is van belang in verband met het vrij in en uit kunnen vliegen van vleermuizen. Vleermuizen kunnen ook toegang tot onder het dak krijgen Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 28 van 33
wanneer er toegang onder dakpannen op nokvorsten is. Wellicht kan met de keuze voor dakpannen hier rekening mee gehouden worden. Huismussen Huismussen broeden in gebouwen onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Daarnaast kunnen mussen tot broeden komen in mussenkasten. Om huismussen een mogelijkheid te geven om tot broeden te komen wordt geadviseerd om neststenen specifiek voor huismussen op te hangen of in te metselen. Met voorkeur worden deze neststenen op minimaal drie meter hoogte opgehangen. Dit kunnen locaties uit te volle zon en op beschutte plekken zijn, die bovendien beschermd zijn tegen katten. Amfibieën en libellen Met de voorgenomen herstelwerkzaamheden aan de slootstructuur ontstaat de kans om potentieel leefgebied voor amfibieën en libellen beschikbaar te maken. Wanneer er één zacht glooiende helling is (met voorkeur aan de noordzijde zodat die optimaal verwarmd wordt door de zon) kunnen amfibieën makkelijk de sloot in en uit. Daarnaast komen verschillende dieptes ten goede voor overwinteringshabitat (80 tot 120 cm) en voortplantingsbiotoop (tot 50 cm) waar amfibieën eieren kunnen afzetten en de larven zich kunnen ontwikkelen. Wanneer waterplanten toegevoegd worden is er ook voldoende beschutting en zuurstof in het water aanwezig. Egels Egels overwinteren het liefst tussen gevallen bladeren onder een haag, een takkenbos, snoeihout of een composthoop.
Door enkele takkenbossen te laten liggen (en gevallen bladeren te laten liggen), struiken te planten of door een composthoop te realiseren (die gedurende de wintermaanden onaangetast blijft) zijn op eenvoudige wijze verblijfplaatsen te realiseren. Deze ‘rommelhoekjes’ komen ook ten goede aan andere kleine zoogdieren, vogels en insecten. Daarnaast maken amfibieën ook gebruik van ‘rommelhoekjes’.
5.6
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.4 beschreven werkzaamheden en onder de voorwaarden en uitgangspunten genoemd in het document (en overige communicatie met de opdrachtgever). Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 29 van 33
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur/ documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1375, oktober 2006 BIJ122 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ125. (2017). Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. CROW (2018). Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Ede, 10 december 2018 Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, De Fontein/ Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie.
23 december 2008. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Provincie Drenthe (2021a). Ontwerp Omgevingsverordening Drenthe 2022. Provincie Drentheprovinciale verordening, ontwerp (2021-04-14). Provincie Drenthe (2021b). Natuurbeheerplan Drenthe, versie 2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. Internet Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 9 november 2021 van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 29 oktober 2021, van www.NDFF.nl1
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Quickscan Wet natuurbescherming soorten Veendijk 47 te Havelte (kenmerk: 211733 v1.0)
Pagina 30 van 33
Nationale Databank Flora en Fauna. Meervleermuis. Geraadpleegd op 10 oktober 2021. Van www.NDFF.nl Natuurnetwerk Nederland (2021) NNN geoportaal van https://geo.drenthe.nl/geoportaal/src/?lang=nl&topic=ehs&bgLayer=openbasiskaart.nl&catalogNod es=1,26,28,29&layers=GBI.FO_MASK_DR_NL,GBI_NAT_NNN_2020_V&X=532925.13&Y=217173.79&z oom=5 Overheid (2020). Wettekst Wet natuurbescherming. Van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 Provincie Drenthe (2021). NNN Drenthe 2020. Van https://geo.drenthe.nl/geoportaal/src/?lang=nl&topic=ehs&bgLayer=openbasiskaart.nl&catalogNod es=1,26,28,29&layers=GBI.FO_MASK_DR_NL Ravon (2021). Poelkikker. Van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/poelkikker RVO (2021). Indicatieve lijst jaarronde beschermde vogelnesten van, https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf Staatsblad (2021a). Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering), van https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/2021-07-01 Staatsblad (2021b). Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021287.html#d17e1570 Ruimtelijke plannen (2020). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen.