CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Politieke avond Westerveld 24 juni 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan Heuvelenweg 34 Dwingeloo30.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo TAM Imro NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

24AF118

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo

Inhoudsopgave

Motivering

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Het omgevingsplan 1.5 Leeswijzer

3 3 3 4 4 6

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

7

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 De ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

9 9 10

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid Drenthe 4.3 Beleid Waterschap 4.4 Gemeentelijk beleid

12 12 14 16 19

Hoofdstuk 5 Aspecten van de fysieke leefomgeving 5.1 Geluid door activiteiten 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Omgevingsveiligheid 5.5 Ecologie 5.6 Archeologie en cultuurhistorie 5.7 Milieubelastende activiteiten 5.8 Gezondheid 5.9 Duurzaamheid 5.10 Besluit Milieueffectrapportage 5.11 Geur

21 21 23 25 26 28 31 34 36 37 37 39

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

40 40 40 41

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid

43 43

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

44 44 44 44

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2 Quickscan natuurwaarden Bijlage 3 AERIUS-berekening Bijlage 4 PvE opgravingen archeologie Bijlage 5 Digitale watertoets Bijlage 6 Participatielogboek

45 46 123 162 184 233 239

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

2

Motivering Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo staat bebouwing waar voorheen een supermarkt gevestigd was. Daarnaast zijn er binnen het plangebied een bedrijfswoning en diverse gebouwen aanwezig waar detailhandel is toegestaan en plaatsvindt. Initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. De bestaande bebouwing zal in zijn geheel gesloopt worden en hiervoor in de plaats is de realisatie van 9 woningen met bijbehorende infrastructuur beoogd. Er worden met het plan 5 vrijstaande woningen en 4 levensloopbestendige twee-onder-één-kapwoningen gerealiseerd. Op grond van het geldende omgevingsplan van rechtswege is de beoogde herontwikkeling van het perceel aan de Heuvelenweg 34, waarbij 9 woningen gerealiseerd worden, niet mogelijk, aangezien het perceel voorzien is van de hoofdfunctie 'Detailhandel'. Om het voorgenomen bouwplan mogelijk te maken, dient het omgevingsplan gewijzigd te worden. Voorliggende TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld om de voorgenomen herontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging van het plangebied

Ligging Het plangebied ligt aan de Heuvelenweg 34 in het westelijke gedeelte van het dorp Dwingeloo. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Dwingeloo, sectie K, percelen 1867, 1975, 2028 en 2031 met een gezamenlijke oppervlakte van 6.652 m². Figuur 1.1 toont de ligging van het plangebied aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo.

Figuur 1.1: Ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Kadastralekaart.com) Begrenzing De begrenzing van het plangebied staat in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd) op een luchtfoto. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het Kerkpad. De zuidzijde

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

3

wordt begrensd door de Heuvelenweg en bestaande woonpercelen. Aan de oostzijde wordt het plangebied ook begrensd door een woonperceel. Ten westen wordt het plangebied begrensd door woonpercelen en een pand met een horecabestemming.

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Kadastralekaart.com)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo' bestaat uit de volgende stukken: Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002) en een renvooi; Motivering; Bijlagen bij de motivering; Regels; Bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de functies en gebiedsaanwijzingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van de wijziging van het omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo” en de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van de wijziging.

1.4

Het omgevingsplan

1.4.1

Geldend omgevingsplan

Het perceel ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: Dwingeloo, vastgesteld 3 mei 2018; Dwingeloo - Aldi Valderseweg, vastgesteld 26 oktober 2021; Kleinschalige hernieuwbare energie, vastgesteld 20 december 2022; Omgevingsplan gemeente Westerveld, in werking vanaf 1 januari 2024. Voor de duiding van het planologische regime van het plangebied zijn met name "Dwingeloo" en "Dwingeloo - Aldi Valderseweg" van belang. Het plan "Kleinschalige hernieuwbare energie" is niet relevant voor het voorliggende plan. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

4

uitsluitend de regels van de bruidsschat. Figuur 1.3 en figuur 1.4 tonen de plankaarten die van toepassing met het plangebied in het zwart omkaderd.

Figuur 1.3: Uitsnede omgevingsplan van rechtswege, onderdeel Dwingeloo (bron: Omgevingsloket 'Regels op de kaart')

Figuur 1.4: Uitsnede omgevingsplan van rechtswege, onderdeel Dwingeloo - Aldi Valderseweg (bron: Omgevingsloket 'Regels op de kaart') 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op grond van het omgevingsplan van rechtswege gelden voor het plangebied de hoofdfuncties 'Horeca', 'Wonen' en 'Detailhandel'. Daarnaast is de archeologische functie 'Waarde - Archeologie 3' van toepassing. 'Horeca'

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

5

De functie 'horeca' is opgenomen voor horeca(bedrijven) als bedoeld in categorie I tot en met VI van de lijst van horecabedrijven die als bijlage bij de regels is toegevoegd. Daarnaast is één (bedrijfs)woning per bestemmingsvlak toegestaan. Er is een bouwvlak opgenomen waarbinnen gebouwen gebouwd mogen worden. Da maximale goot- en bouwhoogte bedraagt hier respectievelijk 3 m en 8 m. 'Wonen' De functie 'Wonen' is opgenomen ten behoeve van het wonen in woonhuizen en een aan-huis-verbonden-beroep. Voor de functie 'Wonen' is binnen het plangebied geen bouwvlak opgenomen, waardoor het bouwen van hoofdgebouwen niet is toegestaan. 'Detailhandel' Het grootste gedeelte van het plangebied is voorzien van de functie 'Detailhandel'. Er zijn verschillende bouwvlakken opgenomen. Binnen de functie 'Detailhandel' is detailhandel toegestaan, met daaraan ondergeschikte en daarbij behorende dienstverlening en/of horeca. Verder mag er één (bedrijfs)woning aanwezig zijn. De gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Op de plankaart zijn aanduidingen opgenomen voor de maximale goot- en bouwhoogte die variëren van 3 m tot en met 6 m voor de goothoogte en 5 m tot en met 9 m voor de bouwhoogte. Met het plan 'Dwingeloo - Aldi valderseweg' is de supermarkt wegbestemd. In dit plan zijn de gronden in hoofdzaak aangewezen voor detailhandel, met uitzondering van supermarkten.

'Waarde - Archeologie 3' De functie 'Waarde - Archeologie 3' is opgenomen voor het behoud van de archeologische waarden. Wanneer de bodem dieper dan 0,3 m onder het maaiveld wordt geroerd en met een grotere oppervlakte dan 70 m², dan dient een archeologische onderzoek uitgevoerd te worden. 1.4.3

Volledige beschrijving strijdigheden met geldend omgevingsplan

Op basis van het geldende omgevingsplan is woningbouw niet toegestaan binnen de ter plaatse geldende bestemmingen 'Horeca', 'Detailhandel' en 'Wonen'. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik maken van onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 6 nader op ingegaan.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Drenthe en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving de revue. In hoofdstuk 6 wordt de ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 vooroverleg, inspraak en zienswijzen besproken.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

6

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

In de huidige situatie zijn er op het perceel aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo verschillende gebouwen aanwezig. Direct aan de Heuvelenweg bevindt zich een bedrijfswoning. Op het oostelijke gedeelte van het plangebied staat een langwerpig gebouw, waar detailhandel is toegestaan en verschillende kleine bedrijven gevestigd zitten. In het noordelijk gelegen gebouw was een supermarkt (Aldi) gevestigd. De ontsluiting van het perceel vindt plaats aan de Heuvelenweg, langs de bedrijfswoning. Het perceel is verhard en voor een groot gedeelte in gebruik als parkeerplaats ten behoeve van de supermarkt en bedrijven. Op het meest westelijke gedeelte van het perceel is een gebouw met een horecafunctie aanwezig. Deze schuur was voorheen gekoppeld aan een voormalige horecalocatie, maar is deze functie al lange tijd geleden verloren. Figuur 2.1 toont de bedrijfswoning, in-/uitrit en het bedrijfsgebouw met verschillende kleine bedrijven, gezien vanaf de Heuvelenweg. Op figuur 2.2 luchtfoto van het plangebied weergegeven, waar de voormalige supermarkt te zien is.

Figuur 2.1: Huidige situatiie, gezien vanaf de Heuvelenweg (bron: Google Maps)

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

7

Figuur 2.2: Huidige situatie, gezien vanaf het Kerkpad (bron: Google Maps)

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

8

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

De ontwikkeling

Met de beoogde ontwikkeling wordt alle bestaande verharding op het perceel verwijderd en bebouwing gesloopt. Enkel de bestaande bedrijfswoning blijft behouden. De bedrijfswoning aan de Heuvelenweg wordt met voorliggend plan omgezet naar een reguliere woning. Het verdere plan bestaat uit de ontwikkeling van 9 nieuwe woningen. Er worden 4 twee-onder-één-kap-woningen en 5 vrijstaande woningen gerealiseerd. Elke kavel wordt voorzien van een eigen oprit, waar tevens ruimte is om te parkeren op het eigen terrein. Er wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd waarmee de woningen bereikbaar zijn. Deze toegangsweg sluit aan op de Heuvelenweg. Aan de noordzijde wordt nog een calamiteiten toegang, aansluitend op het Kerkpad gerealiseerd. Het plangebied wordt ingepast met groen. Zo worden er op verschillende plekken nieuwe bomen aangeplant. De bestaande bomenrij aan de noordzijde langs de Kerkweg blijft behouden. Figuur 3.1 toont het schetsontwerp van de beoogde ontwikkeling.

Figuur 3.1: Schetsontwerp beoogde ontwikkeling (bron: Plankaart Stedenbouwkundig Tekenwerk)

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

9

3.2

Verkeer en parkeren

Het beleid voor verkeer en parkeren heeft de gemeente Westerveld verwoord in het 'Gemeentelijk Verkeer- en vervoerplan 2020-2030 (GVVP)'. In de GVVP staat de visie van de gemeente op het gebied van verkeer en vervoer tot ca. 2030. De leidraad van de visie is het principe 'duurzaam veilig verkeer'. Verkeer Om de verkeersgeneratie die veroorzaakt wordt vanwege de beoogde ontwikkeling kan gebruik gemaakt worden van de kencijfers verwoord in de CROW-publicatie 'Parkeerkencijfers 2024'. Volgens de GVVP moet daarbij uitgegaan worden van de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk'. Daarnaast wordt uitgegaan van de categorie 'rest bebouwde kom'. Het beoogde plan maakt in totaal 9 nieuw woningen mogelijk en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. In onderstaande tabel staat een overzicht van de verkeersgeneratie op basis van de kencijfers van de CROW-publicatie 'Parkeercijfers 2024' weergegeven. Soort woning

Aantal woningen

CROW kencijfer (gemiddeld)

Verkeersgeneratie

Om te zetten Bedrijfswoning, koop, huis, vrijstaand

1

8,2

8,2

koop, huis, vrijstaand

5

8,2

41,0

koop, huis, twee-onder-één-kap

4

7,8

31,2

Totaal

80,4

In totaal bedraagt de verkeersgeneratie van de 9 nieuwe woningen en bestaande bedrijfswoning die omgezet wordt naar een reguliere woning afgerond 81 verkeersbewegingen per etmaal. Het plangebied wordt ontsloten aan de Heuvelenweg, langs de om te zetten bedrijfswoning. Er wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd die zal worden beheerd door de gemeente. Door middel van deze weg zijn de 9 nieuwe woningen bereikbaar. Gelet op de relatief lage verkeersgeneratie die de ontwikkeling met zich meeneemt, kan gesteld worden dat de Heuvelenweg de verkeersgeneratie kan opvangen. Parkeren Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt uitgegaan van de kencijfer van de CROW-publicatie 'Parkeercijfers 2024'. In de navolgende tabel staat een overzicht van de benodigde parkeerplaatsen weergegeven. Soort woning

Aantal woningen

CROW kencijfer (gemiddeld)

Aantal parkeerplaatsen

Om te zetten Bedrijfswoning, koop, huis, vrijstaand

1

2

2

koop, huis, vrijstaand

5

2

10

koop, huis, twee-onder-één-kap

4

1,9

7,6

Totaal

19,6

Voor de 9 nieuwe woningen en bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een reguliere woning zijn afgerond 20 parkeerplaatsen nodig. Voor de nieuwe woningen worden er bij elke woning op het eigen terrein 2 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de om te zetten bedrijfswoning geldt dat er voldoende ruimte op het perceel is om te voorzien in 2 parkeerplaatsen. Er worden dan ook voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd en er wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan gesteld worden dat het aspect 'verkeer en parkeren' geen

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

10

belemmeringen veroorzaakt voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

11

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Instructieregels Rijk

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Het Rijk geeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl). Bovenlokale belangen werken daarmee door in de vaststelling en wijziging van een omgevingsplan. Ten aanzien van de instructieregels wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten instructieregels: 'betrekken bij', 'rekening houden met' en 'in acht nemen'. De eerste twee geven gemeenten ruimte voor eigen overwegingen. De laatste - ‘in acht nemen’ - is dwingend.

Voor de volgende onderwerpen gelden rijksinstructieregels: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen.

Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Planspecifiek Het voorliggende omgevingsplan houdt rekening met de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. In deze motivering wordt onder andere ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, ten aanzien van (externe) veiligheid, waterbelangen en de bescherming van gezondheid en het milieu. De volgende instructieregels zijn voor onderhavig project van toepassing: Paragraaf 5.1.2 Bkl Waarborgen van veiligheid (zie paragraaf 5.4) Paragraaf 5.1.3 Bkl Beschermen waterbelangen (zie paragraaf 4.3) Paragraaf 5.1.4 Bkl Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (zie paragrafen 5.11, 5.2, 5.1, 5.3 en 5.9) Paragraaf 5.1.5 Bkl Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hoofdstuk 3 en paragrafen 4.1.3 en 5.6).

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

12

4.1.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk.

Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van het perceel aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo, waarbij in totaal 9 nieuwe woningen worden mogelijk gemaakt en een bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het provinciale- en gemeentelijke beleid. Daarin wordt aangetoond dat het plan past binnen het provinciale- en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet voorziet het plan in 9 nieuwe woningen en het omzetten van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning, waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de ambitie van het Rijk om meer woningen te realiseren. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

13

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.

Voor de Ladder is van belang in hoeverre het plan: in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging; en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan. Daarbij gaat het enerzijds over bestaande bebouwing en ook over de bebouwing die op grond van het geldende omgevingsplan nog gebouwd kan worden, inclusief verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan. Ook als de Ladder niet van toepassing is. Dan moet wel de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Planspecifiek Met het voorliggende plan worden in totaal 9 nieuwe woningen gerealiseerd en wordt er een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Artikel 5.129g van het Bkl bepaalt dat de ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet.

Op grond van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 nieuwe woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Gelet op het feit dat er met het voorliggende plan 9 nieuwe woningen worden gerealiseerd (de om te zetten bedrijfswoning is reeds bestaand) is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook wanneer de ladder niet van toepassing is met gemotiveerd worden dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De voorliggende motivering toont aan dat hier sprake van is.

4.2

Provinciaal beleid Drenthe

4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2022

De 'Omgevingsvisie Drenthe 2022' is vastgesteld op 28 september 2022. De missie van de provincie Drenthe luidt als volgt: 'Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten'. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang is het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten zijn landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie, aardkundig erfgoed en rust (stilte en duisternis). In de Omgevingsvisie zijn de volgende kernkwaliteiten uitgewerkt: Landschap

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

14

Natuur Cultuurhistorie Archeologie Rust Zorgvuldig Ruimtegebruik De provincie gaat zuinig en zorgvuldig om met de ruimte. Veel ingrepen in de ruimte hebben gevolgen voor de langere termijn en beperken ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst. Het zorgvuldig gebruikten van de ruimte is van provinciaal belang. Milieu- en leefomgevingskwaliteit Het beschermen van de milieukwaliteit van de leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn van provinciaal belang. Wonen De leefbaarheid in dorpen en wijken is belangrijk, met basisvoorzieningen die voldoende op peil blijven, goede bereikbaarheid, culturele initiatieven en een betaalbaar en aantrekkelijk woningaanbod. Wonen is voor onze inwoners belangrijk. De provincie wil toekomstbestendige woningen voor jong én oud. Toekomstbestendig betekent duurzaam, betaalbaar en passend bij de woonwens. De ambities voor de woningmarkt zijn nader uitgewerkt in de Drentse Woonagenda. Er wordt gestreefd naar een balans tussen aanbod voor wonen en de demografische behoefte. Er zal ruimte moeten zijn voor ten minste 16.200 woningen.

Planspecifiek De voorgenomen herontwikkeling van het perceel aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo sluit aan op de ambities en doelen van de provincie Drenthe. Er wordt een locatie in het binnenstedelijk gebied herontwikkeld. Daarbij worden er 9 nieuwe woningen gerealiseerd en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Het plan is stedenbouwkundig ingepast en sluit aan op de bebouwing en functies in de omgeving. Door middel van een goede stedenbouwkundige opzet wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de provincie Drenthe. Doordat er sprake is van een herontwikkeling in bebouwd gebied, kan gesteld worden dat er zorgvuldig met het ruimtegebruik in de provincie omgegaan wordt. Tevens gaat de herontwikkeling de leegstand van de bestaande gebouwen op het perceel tegen. Ook wordt rekening gehouden met de milieu- en leefkwaliteit. Voor een nadere uitwerking van de verschillende milieuaspecten wordt verwezen naar Hoofdstuk 5. Hieruit is gebleken dat vanuit dit oogpunt geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling. In de provincie Drenthe bestaat er een behoefte aan nieuwe woningen. Aangegeven wordt dat er ten minste 16.200 woningen nodig zijn op de middellange termijn. De realisatie van 9 nieuwe woningen en het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning dragen hieraan bij.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling aansluit op de ambities en doelen van de provincie Drenthe. 4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe

Om uitvoering te kunnen geven aan het omgevingsbeleid beschikt de provincie Drenthe over de 'Provinciale Omgevingsverordening'. Het omgevingsbeleid omvat vele aspecten, onder andere ruimtelijke ordening, duurzame energie, bodemsanering, bescherming van het grondwater en verkeer en vervoer. In de Provinciale Omgevingsverordening zijn met betrekking tot deze onderwerpen regels opgesteld. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient rekening gehouden te worden met de regels uit de Provinciale Omgevingsverordening. Planspecifiek

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

15

Voor de beoogde herontwikkeling van het perceel aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 3.1 Kernkwaliteit landschap artikel 3.16 Woningbouw Artikel 3.1 Kernkwaliteit landschap 1. De landschappelijke kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt in de Bijlage 1 Kernkwaliteiten Landschap. 2. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kernkwaliteit landschap: a. Houdt rekening met het behoud van de aanwezige kernkwaliteiten, en; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een stads- of dorpsrand houdt rekening met de aanwezige landschappelijke waarden. De planlocatie ligt aan de dorpsrand in het dorp Dwingeloo. Echter gaat het in onderhavig geval om de herontwikkeling van een locatie in het bebouwd gebied. De bestaande bebouwing wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats worden 9 nieuwe woningen gerealiseerd en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Met de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de stedenbouwkundige structuur en de functies in de omgeving. Ondanks dat de planlocatie aan de dorpsrand ligt, zijn er rondom de planlocatie al voornamelijk woningen en andere 'dorpse' functies.

Er komen geen ontsluitingen op het bestaande zandpad (Kerkpad), waardoor dit zandpad zijn cultuurhistorische waarde behoudt. De bomenrij langs dit zandpad blijft in tact door ook de situering van de woningen hierop aan te passen. De beoogde ontwikkeling heeft nauwelijks invloed op de kernkwaliteiten van het landschap. Artikel 3.16 Woningbouw Een omgevingsplan dat in Landelijk Gebied aansluitend op Bestaand Stedelijk Gebied voorziet in nieuwe woningbouw, toont de behoefte aan op basis van de gemeentelijke woonvisie. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a.

draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt ten minste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur; c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d. geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd, en e. geeft een lange termijnbeeld. Het voorliggende plan maakt 9 nieuwe woningen en het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning mogelijk. De gemeentelijke woonvisie wordt behandeld in paragraaf 4.4.2. Hieruit blijkt dat er een behoefte bestaat aan nieuwe woningen. De realisatie van het plan levert een bijdrage aan het toevoegen van nieuwe woningen aan de woningmarkt. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er voldaan wordt aan de regels zoals verwoord in de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe.

4.3

Beleid Waterschap

Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

16

4.3.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). 4.3.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 4.3.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Drenthe wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 4.3.4

Waterschap Drents Overijsselse Delta

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Hierin aangegeven hoe uitvoering wordt gegeven de wettelijke waterschaptaken als zorgen: Een goede bescherming tegen hoog water; Een goed functionerend regionaal watersysteem; Het zuiveren van afvalwater. 4.3.5

Gemeentelijk beleid

De gemeente Westerveld beschikt over het Watertakenplan 2016 – 2021 en bijbehorende Grond- en Hemelwaternotitie. In het watertakenplan worden de gemeentelijke watertaken van Westerveld verder uitgewerkt. Het is tevens de invulling van de wettelijke zorgplicht en voldoet daarmee aan de eisen die aan een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden gesteld. De term “verbreed” duidt op de gemeentelijke watertaken, zoals grondwaterbeheer, baggeren en stedelijke waterkwaliteit. Na invoering van de Wet Gemeentelijke Watertaken en de Waterwet zijn deze taken onder de rioolheffing gebracht. In de artikel 10.33 van de Wet milieubeheer zijn de zorgplichten van de gemeenten geregeld. In de Wet op de Gemeentelijke Watertaken is de ruimte voor gemeenten vergroot ten aanzien van de wijze waarop ze de zorgplichten invult. In het ‘Verbreed GRP Westerveld 2010 t/m 2014’ is hier al op een goede wijze invulling aangegeven. Het beleid blijft daarin ongewijzigd. In het kort worden de drie zorgplichten als volgt ingevuld: Zorgplicht voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater Zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater Zorgplicht voor voorkomen/beperken van schade door grondwateroverlast

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

17

In de beleidsnotitie Grond- en hemelwater gemeente Westerveld worden de keuzes ten aanzien van grond- en hemelwater geconcretiseerd en vastgelegd, zodat duidelijk is wat de gemeente redelijkerwijs van bewoners verwacht en wat bewoners redelijkerwijs van de gemeente mogen verwachten. 4.3.6

Watertoets

Paragraaf 5.1.3 van het Bkl bevat instructieregels voor het beschermen van de waterbelangen. Er wordt gesteld dat in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van het watersystemen. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 tot en met 5.49 van het Bkl rijksregels met betrekking tot: het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de watertoets vervangen door de term 'weging van het waterbelang'. Het begrip houdt in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente is verplicht om de waterbelangen mee te nemen in het omgevingsplan. Dit is een instructieregel van het Rijk die volgt uit artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de opvattingen van de waterbeheerder betrokken worden bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: Grondwater; Oppervlaktewater; Regenwater en; Afvalwater. Op 8 november 2024 is de digitale watertoets uitgevoerd, zie Bijlage 5. Op basis van de locatie en antwoorden op de vragen blijkt dat er waterschapsbelangen geraakt worden.

De korte procedure is van toepassing.

Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het plan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1.500 m2. De oppervlakte aan verharding neemt ten opzichte van de huidige situatie flink af. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur.

Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor het plangebied geldt dat het in de huidige situatie volledig verhard is. In de nieuwe situatie wordt de oppervlakte aan verharding aanzienlijk verminderd. Hierdoor heeft het hemelwater meer kans om te infiltreren in de bodem. Op het gebied van hemelwaterafvoer zal de situatie dan ook verbeteren binnen het plangebied en de omgeving. Binnen het plangebied is verder geen ruimte om oppervlaktewater toe te voegen.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

18

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het beoogde plan voldoet aan het beleid van het Waterschap. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft aangegeven dat het voorliggende plan in principe akkoord is. Er zullen nadere afspraken gemaakt worden tussen de gemeente het het Waterschap Drents Overijsselse Delta over de technische invulling van het waterbeheer en de waterhuishouding. Het aspect 'water' vormt geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Westerveld

De 'Omgevingsvisie Westerveld' is door de raad van de gemeente Westerveld op 1 februari 2024 vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. Het is een integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie geeft de richting aan wat de gemeente in 2040 bereikt wil hebben. In de Omgevingsvisie zijn vijf gemeentebreede en integrale ambities geformuleerd: 1. ... een bereikbaar en veilig Westerveld 2. ... een bedrijvig en gastvrij Westerveld 3. ... een leefbaar en inclusief Westerveld 4. ... een gezond en groen Westerveld 5. ... een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld Naast de gemeentebreede ambities en keuzes heeft de gemeente Westerveld ook haar visie per deelgebied beschreven. Het plangebied van het voorliggende plan ligt in het deelgebied 'Dwingeloo'. Dwingeloo Dwingeloo is een voorzieningendorp met, naast de functie wonen, een grote diversiteit aan centrale voorzieningen.

In Dwingeloo zijn verschillende waarden aanwezig: veel groen in het dorp toeristisch aantrekkelijk hoge kwaliteit van de openbare ruimte, in het bijzonder rond de brink/beschermd dorpsgezicht brede middenstand en horeca cultuurhistorisch waardevol dorpscentrum actief verenigingsleven, veel sportvoorzieningen cultuurhistorisch waardevolle landgoederengordel (Enthinge, Bathinge en Oldengaerde) de brink als belangrijke plek voor ontmoeting en activiteiten economische waarde vanwege bedrijventerrein De Valderse Op het gebied van woningbouw ziet de gemeente kansen in een beperkte uitbreiding van hoge kwaliteit op inbreidingslocaties. Woningbouw op uitbreidingslocaties worden niet op voorhand uitgesloten. Planspecifiek Het voorliggende plan maakt de herontwikkeling van het perceel aan de Heuvelenweg 34 te Dwingeloo mogelijk. De bestaande bebouwing op het perceel wordt gesloopt en hiervoor in de plaats worden 9 nieuwe woningen gerealiseerd, bestaande uit 5 vrijstaande woningen en 4 twee-onder-één-kapwoningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De herontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie in het dorp Dwingeloo. De ruimte voor inbreiding in Dwingeloo en de gemeente Westerveld is beperkt.

Met de realisatie van 9 nieuwe woningen wordt op een duurzame wijze een bijdrage geleverd aan het toevoegen van nieuwe woningen aan de woningmarkt. De woningen worden stedenbouwkundig ingepast en ten opzichte van de huidige situatie vindt er tevens vergroening plaats. Gesteld kan worden dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling aansluit op de ambities van de

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

19

gemeente Westerveld en in lijn is met de 'Omgevingsvisie Westerveld'. 4.4.2

Woonvisie 2019-2025

De 'Woonvisie 2019-2025' van de gemeente Westerveld geeft een vooruitblik naar 2025. Westerveld heeft een aantrekkelijk woonklimaat en is wat betreft natuur, groen, en landelijk wonen onderscheidend ten opzichte van de omgeving. De mensen wonen in een mooi, groen en landelijk gebied. Voorzieningen in de grotere dorpen maar ook saamhorigheid worden gewaardeerd en maken deel uit van een aantrekkelijk woonmilieu. Westerveld is aantrekkelijk vanwege gunstige huizenprijzen, goede bereikbaarheid en doet vaak dienst als goede uitvalsbasis waar wonen en werken goed gecombineerd kunnen worden. De Woonvisie biedt handvatten om dit te behouden en eventueel waar mogelijk te versterken. Daarbij kijken we niet alleen naar nieuwbouw maar ook naar mogelijke inbreiding en waar mogelijk het aanjagen van verbetering van de huidige woningvoorraad. Dat laatste heeft uiteraard ook te maken met het verduurzamen van de woningvoorraad. Op 25 oktober 2022 is het 'Addendum op de Woonvisie 2019-2025' vastgesteld. Omdat de woningmarkt de laatste paar jaar flink in beweging is gekomen was het nodig om een Addendum op de woonvisie vast te stellen. De gemeente wil met het Addendum beter inspelen op veranderingen in de woningmarkt en een groter percentage sociale huurwoningen en goedkopere koopwoningen gaan bouwen. De gemeente wil hierbij meer regie pakken en niet alles aan marktpartijen overlaten.

De doelstelling is om tot 2030 plannen te ontwikkelen voor in totaal 750 - 1000 woningen. Planspecifiek Met de beoogde herontwikkeling worden 9 nieuwe woningen gerealiseerd, bestaande uit 5 vrijstaande woningen en 4 twee-onder-één-kapwoningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand bebouwd gebied, waardoor er sprake is van inbreiding. Met de realisatie van de 9 nieuwe woningen wordt een bijdrage geleverd aan de behoefte aan nieuwe woningen in de gemeente en wordt er herinvulling gegeven aan een leegkomende plek in het dorp. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de 'Woonvisie 2019-2025' en het 'Addendum op de Woonvisie 2019-2025'.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

20

Hoofdstuk 5

Aspecten van de fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd.

5.1

Geluid door activiteiten

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.20 van het Bkl zijn de geluidsgevoelige gebouwen aangewezen. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond de woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Onder geluidgevoelige gebouwen wordt verstaan: woningen Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in artikel 5.78t van het Bkl. Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen, dan gelden de afstanden uit artikel 17.5 Omgevingsregeling: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 meter; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 meter. In het Bkl zijn eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. In onderstaande tabel zijn de standaardwaarden en grenswaarden weergegeven.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

21

Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden. Meer geluid dan de standaardwaarde kan echter als aanvaardbaar beoordeeld worden (artikel 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Een grenswaarde is een uiterste grens waar niet van mag worden afgeweken. Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd moeten worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarden. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: 1. geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; 2. de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; 4. het gecumuleerd geluid de grenswaarde niet overschrijdt; 5. het gezamenlijke geluid is bepaald en de grenswaarde niet overschrijdt; 6. besluit tot het treffen van geluidwerende maatregelen.

Er zal bij de voorbereiding van een omgevingsplan of omgevingsvergunning, onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten, wanneer deze zich binnen het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen bevinden. Geluid door activiteiten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder paragraaf 5.1.4.2.1 zijn regels voor het aspect geluid opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een BOPA op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van deze paragraaf van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare voorzieningen zijn voorzien, zoals groen of speeltuinen. De instructieregels zijn ook van toepassing op geluid afkomstig van een locatie waar woningen met een bedrijf aan huis zijn toegelaten.

Dat betekent dat het geluid dat afkomstig is van het wonen niet wordt beoordeeld, maar het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten wel. De instructieregels zijn niet van toepassing op tijdelijk gebouwen (minder dan 10 jaar) en op geluid afkomstig van doorgaand verkeer op wegen en spoorwegen. Toets Wegverkeerslawaai Met dit plan worden 9 nieuwe woningen mogelijk gemaakt en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Het plangebied ligt in het dorp Dwingeloo, waar in de directe omgeving van het plangebied enkel 30 km/uur wegen aanwezig zijn. Figuur 5.1 toont een uitsnede van de geluidskaart wegverkeer van Atlas Leefomgeving.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

22

Figuur 5.1: Uitsnede geluidskaart wegverkeer, projectgebied zwart omkaderd (bron: Atlas Leefomgeving) Uit het raadplegen van de geluidskaart wegverkeer blijkt dat voor vrijwel het gehele plangebied geldt dat de geluidbelasting minder bedraagt dan, of gelijk is aan 45 dB. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB die geldt voor gemeentelijke wegen. Om die reden wordt het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk geacht. Voor de nieuwe woningen en de bedrijfswoning geldt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Railverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen relevante spoorwegen aanwezig die invloed kunnen hebben op de beoogde ontwikkeling. Een akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidgezoneerde bedrijven- of industrieterreinen aanwezig. Een akoestisch onderzoek naar industrielawaai is niet noodzakelijk. Voor een toetsing aan de overige bedrijven en functies in de omgeving wordt verwezen naar paragraaf 5.7. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geluid' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

Wanneer ontwikkelingen plaatsvinden m.b.t. de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en/of activiteit. De bodemkwaliteit mag geen gezondheidsrisico opleveren voor gebruikers van de bodem. In deze paragraaf wordt omschreven hoe bij voorliggend project rekening zal worden gehouden met het aspect bodem. Voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie moet worden getoetst aan paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Deze paragraaf bevat regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. De instructieregels zijn mede gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw.

TAM Imro TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Heuvelenweg 34 Dwingeloo NL.IMRO.1701.509TAMHeuvweg-0002

23

Uit artikel 5.89g van het Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op o.a. een bodemgevoelig gebouw en definieert het als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Deze paragraaf is niet van toepassing op bijbehorende bouwwerken tot 50 m². Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Toets Met dit plan worden nieuwe woningen gebouwd en vinden er werkzaamheden in de bodem plaats. Woningen zijn bodemgevoelige gebouwen. Om die reden is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 1. Uit dit verkennend bodemonderzoek zijn de volgende resultaten naar voren gekomen. Zintuigelijk Ter plaatse van de westzijde van het terrein is sprake van toegepast menggranulaat (laagdikte circa 0,5 m). Het materiaal bevat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal.

De bodemopbouw is niet geheel eenduidig. De bodem bestaat uit zand en leem. Verspreid over de locatie zijn in de bodemlagen tot 1,0 m-mv lichte bijmengingen met baksteenpuin en grind aanwezig (< 5%). Verder is zeer plaatselijk een lichte bijmenging met menggranulaat aanwezig. In de bodem zijn geen asbestverdachte materialen aanwezig. Analytisch verhardingsmateriaal Op basis van een indicatieve monstername en analyse wordt verwacht dat het fundatiemateriaal geschikt is voor hergebruik als niet-vormgegeven bouwstof. Verder is voor het materiaal een asbestconcentratie van 13 mg/kg ds. vastgesteld. Dit is gebaseerd op één asbesthoudend deeltje in de fractie 8-20 mm. Dit deeltje betreft hechtgebonden materiaal met 10-15% chrysotiel. Formeel gezien is er geen sprake van met asbest verontreinigd fundatiemateriaal. Analytisch grond Uit de resultaten van de grond blijkt dat geen van de gemeten gehalten van de onderzochte parameters de interventiewaarde bodemkwaliteit en of de voormalige achtergrondwaarde overschrijdt. Alle grond is indicatief beoordeeld als klasse landbouw/natuur. Analytisch grondwater Geen van de onderzochte parameters overschrijdt de signaleringsparameter en of d e voormalige interventiewaarde. Wel overschrijdt de gemeten concentratie kobalt de voormalige streefwaarde.

Conclusie De vooraf gestelde hypothese verdachte locatie wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd. De onderzoeksresultaten geven echter geen aanleiding tot de uitvoering van een nader bodemonderzoek en vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden en het toekomstig gebruik als woonlocatie. Na indicatieve toetsing volgens de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt alle grond indicatief aangemerkt als klasse landbouw/natuur. Indien grond vanaf de locatie wordt afgevoerd, is bij hergebruik elders de Regeling bodemkwaliteit van toepassing. Indien de grond elders wordt toegepast, dient toestemming te worden verkregen van het bevoegd gezag en kan onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit gevraagd worden. Indien grondverzet wordt uitgevoerd met een volume van meer dan 25 m³ (< interventiewaarde), worden de werkzaamheden volgens het Besluit Activiteiten Leefomgeving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=b30bf399-48b5-4315-978a-ac3987be9793