CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Dwingeloo, Lhee 27 vastgesteld incl. bijlagen

Politieke avond Westerveld 15 april 2025, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM IMRO omgevingsplan Lhee 27, Dwingeloo (spreekrecht)23.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Dwingeloo, Lhee 27

Status: Vastgesteld

Februari 2025

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo

Plannaam: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Plantype: Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan IMRO-nummer: NL.IMRO.1701.509TAMLhee27-0002

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING.............................................................4

AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 5 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................7

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING .................................................8

3.1 3.2

HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 8 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .............................................................................. 9

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .............................................................................................................. 11 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 11 LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN ........................................................................................ 12

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 11

BELEIDSKADERS.................................................... 14

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 20

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 24

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 26

7.1 7.2 7.3 7.4

VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 26 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 27 WATERTOETSPROCES ................................................................................................. 27 CONCLUSIE ............................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 28 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 30 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 31 GEUR ................................................................................................................... 32 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 33 GEZONDHEID .......................................................................................................... 33 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ............................................................................. 35

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 38

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 38 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 38 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 39 CONCLUSIE .......................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................36

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 36 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 37 CONCLUSIE ............................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 28

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 40

ALGEMEEN........................................................................................................... 40 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 40 CONCLUSIE .......................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 41 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld 12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN........................................................................................................... 41 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 41 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 41

HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 42 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 42 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 42

HOOFDSTUK 14 14.1 14.2 14.3

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 42

JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 43

INLEIDING ........................................................................................................... 43 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 43 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 45

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................46 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ............................................................................. 46 WATERTOETS RESULTAAT .................................................................................... 47 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ......................................................... 48 STIKSTOFBEREKENING ....................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

In het landelijk gebied van de gemeente Westerveld, aan de Lhee 27 te Dwingeloo bevinden zich de opstallen van een voormalig recreatieve onderneming. De opstallen bestaan uit een bedrijfswoning en groepsaccommodatie. De groepsaccommodatie is geschikt voor 70 mensen. De bedrijfsactiviteiten op het perceel zijn gestaakt, aangezien de recreatieve onderneming ter plaatse geen duurzaam toekomstperspectief had. Deze groepsaccommodatie is bedoeld voor jongeren en studenten en heeft ruime slaapzalen en sanitaire voorzieningen. Hiermee is de accommodatie niet geschikt voor de beoogde doelgroepen in buurtschap Lhee, gemeente Westerveld en provincie Drenthe. Voorgenoemde partijen proberen namelijk rustzoekers, gezinnen, wandelaars en fietsers aan te trekken. Het voorgenomen initiatief beoogt de transformatie van het perceel, waarbij zowel de bedrijfswoning en groepsaccommodatie een reguliere woonfunctie krijgen. De groepsaccommodatie wordt verbouwd tot woonhuis. De bedrijfswoning zal regulier bewoond worden, hier zullen geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Met de herinrichting van het plangebied wordt een duurzame voortzetting van het perceel bewerkstelligd. Voor voorliggend initiatief worden kaders gegeven in de provinciale Omgevingsverordening. Het omzetten van het recreatieve perceel naar een regulier woonperceel is in strijd met het geldende omgevingsplan “Gemeente Westerveld”.

Om voorliggend initiatief mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig. De gemeente Westerveld heeft middels een principebesluit (21 november 2022) besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Hiervoor dient te worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging van het plangebied

De locatie is gelegen aan de Lhee 27 te Dwingeloo. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Dwingeloo, sectie G, perceelnummer 2116. In afbeelding 1.1 wordt de ligging van de locatie ten opzichte van Dwingeloo en de directe omgeving weergegeven met respectievelijk een rode ster en rode contour.

Afbeelding 1.1

Ligging plangebied (bron: plattekaart.nl, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het perceel ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: • • • •

Buitengebied (vastgesteld 5 mei 2012); Reparatieplan buitengebied Westerveld (vastgesteld 29 april 2016); Kleinschalige hernieuwbare energie (vastgesteld 20 december 2022); Omgevingsplan gemeente Westerveld (in werking vanaf 1 januari 2024).

Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name “Buitengebied” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend regels van de bruidsschat. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met rode stippellijn.

Afbeelding 1.2

Verbeelding behorende bij bestemmingsplan “Buitengebied” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op grond van het bestemmingsplan “Buitengebied” zijn de gronden bestemd als ‘Recreatie – 5’, met ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘vrijwaringszone - laagvlieggebied’. Onderstaand is een beschrijving opgenomen van voorgenoemde. ‘Recreatie - 5’ De voor ‘Recreatie - 5’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: •

bedrijfsgebouwen en overkappingen, alsmede gebouwen ten behoeve van onderhoud en sanitaire voorzieningen, ten behoeve van de verblijfsrecreatie in de vorm van groepsaccommodaties, recreatieappartementen en naar de aard daarmee gelijk te stellen verblijfsrecreatieve voorzieningen al dan niet in combinatie met sociaal - culturele doeleinden en horeca;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld • •

bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep, een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en/of kinderopvang; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van karakteristieke bijgebouwen

met daaraan ondergeschikt • • •

kleinschalige duurzame energiewinning wegen en paden water

met de daarbij behorende • • •

tuinen, erven en terreinen parkeervoorzieningen bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

‘Waarde – Archeologie 3’ De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve de daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht bij grondingrepen met een oppervlakte van meer dan 1.000 m 2. ‘vrijwaringszone - laagvlieggebied’ De voor ‘vrijwaringzone - laagvlieggebied’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplanting vanwege een laagvliegroute. 1.3.2

Opheffen strijdigheid

Op basis van het geldende omgevingsplan is het regulier bewonen van de bedrijfswoning en transformeren van de groepsaccommodatie naar reguliere woning niet toegestaan binnen de bestemming ‘Recreatie - 5’. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 8 nader op ingegaan.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

In de huidige situatie wordt de ruimtelijk-functionele structuur van de directe omgeving voornamelijk gekenmerkt door agrarische bedrijfspercelen, agrarische cultuurgronden en woonerven. Aan de noord-, oost- en westzijde wordt het plangebied omgeven door agrarische cultuurgronden. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een woonerf. Bovendien is de provinciale weg de N855, welke zich ten oosten van het plangebied bevindt, een belangrijke structuurdrager. Op dit moment bestaat uit het erf uit een bedrijfswoning met bijgebouw, groepsaccommodatie en enkele andere opstallen bijbehorend de voormalig recreatieve bedrijfsactiviteiten, zoals een beachvolleybalveld en springkussen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. Hierbij is het plangebied met rode stippellijn weergegeven. In afbeelding 2.2 is een impressie weergegeven van de huidige situatie van het plangebied.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.2

Impressie huidige situatie (Bron: Van de Loosdrecht makelaars)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen

De voorgenomen ontwikkeling beoogt de transformatie van het perceel, waarbij zowel de bedrijfswoning en groepsaccommodatie een woonfunctie krijgen. De groepsaccommodatie wordt verbouwd tot woonhuis. De bedrijfswoning zal regulier bewoond worden, hier zullen geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Zowel de woning als de bijgebouwen zullen behouden blijven en toegankelijk blijven via de bestaande ingang aan de Lhee. Er zullen twee gescheiden erven ontstaan. De groepsaccommodatie welke achter de voormalige bedrijfswoning is gelegen zal worden getransformeerd tot reguliere woning. De woning zal toegankelijk worden middels een eigen ontsluiting aan de Lhee. Het geheel zal landschappelijk worden ingepast. Bestaand groen blijft behouden en versterkt. Bovendien wordt nieuw groen toegevoegd. In afbeelding 3.1 is de landschappelijke inpassing weergegeven. Door Reuvers – Buro voor Groene Ruimtes is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, welke uiteen wordt gezet in paragraaf 4.3 Het volledige plan is in bijlage 1 van deze toelichting opgenomen.

Afbeelding 3.1

Landschappelijke inpassing (Bron: Reuvers – Buro voor Groene Ruimtes)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

3.2

Infrastructuur en openbare ruimte

3.2.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2

Verkeer en parkeren

De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2020-2030 (GVVP). Ten aanzien van de parkeernormen wordt daarin vermeld dat bij nieuwe ontwikkelingen de parkeerkencijfers uit de CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren - van parkeerkencijfers naar parkeernormen) als parkeernorm worden gehanteerd. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk (Bron; CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. Tabel met uitgangspunten Functie/activiteit Koop, huis, vrijstaand

Parkeernorm per woning 2,4

Verkeersgeneratie per woning 8,2

Parkeerbehoefte In de gewenste situatie is sprake van een behoefte van 2 x 2,4 = 4,8 (5) parkeerplaatsen in het plangebied. Rondom de woningen is op eigen perceel voldoende ruimte aanwezig om te kunnen voorzien in die parkeerbehoefte. Hiervoor wordt ook verwezen naar de schets die is weergegeven in afbeelding 3.1. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het parkeeraspect geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Verkeersgeneratie en ontsluiting In de gewenste situatie is sprake van een verkeersgeneratie van 2 x 8,2 = 16,4 (17) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Echter wordt vermeld dat in de huidige situatie de planologische mogelijkheden voor een bedrijfswoning en groepsaccommodatie* aanwezig zijn op het perceel. De huidige verkeersgeneratie wordt uiteengezet in de onderstaande tabel. Functie

Verkeersbewegingen

Aantal woningen/personen

Totaal aantal verkeersbeweg ingen per weekdag etmaal

Koop, huis, vrijstaand

8,2 per woning

1

8,2

Groepsaccommodatie *

4,57 per 10 personen

70

32

Totaal

40,2

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld *Voor een groepsaccommodatie bestaan geen kengetallen. Daarom wordt de verwachte verkeersbewegingen van de groepsaccommodatie geschat. In voorliggend geval is aangenomen dat 70 personen aanwezig kunnen zijn, waarbij is uitgegaan van 90% autogebruik en 4 personen per auto. Bij de aanwezigheid van 70 personen zij volgens deze uitgangspunten 16 auto’s benodigd. Wanneer vertrek en aankomst op één dag bij elkaar worden opgeteld is er sprake van 32 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In bovenstaande tabel wordt weergegeven dat op basis van de planologische mogelijkheden op het perceel een verkeersgeneratie van 40,2 (41) verkeersbewegingen per weekdagetmaal mogelijk zijn. Dit betekend dat er in de nieuwe situatie de verkeersgeneratie afneemt, namelijk met 41 – 17 = 24 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Bovendien wordt vermeld dat de omliggende wegen van voldoende capaciteit zijn om de verkeersgeneratie af te wikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeersgeneratie geen belemmering oplevert voor de gewenste ontwikkeling. 3.2.2

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking;

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke waarden

Zoals reeds vermeld in paragraaf 3.1 is door Reuvers – Buro voor Groene Ruimtes is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin is rekening gehouden met het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld. Het erf valt binnen het ‘Veldontginningslandschap’, waarvan de kernkwaliteiten zijn: • • • •

behoud en versterken afwisselend karakter van open en besloten delen; behoud afwisseling akkers en grasland; behoud onregelmatig verkavelingspatroon; behoud en versterken ontginningsassen en ervenclusters.

Het huidige erf maakt deel uit van een ervencluster genaamd “De Hooge Haer”, zoals weergegeven in afbeelding 4.1. Dit cluster ligt net buiten het dorp Lhee en ligt op de overgang tussen de esgronden en het beekdal van de Dwingelerstroom. In het verleden was ‘De Hooge Haer’ een bos dat plaats moest maken voor bebouwing. Rond 1950 veranderde de locatie in een gehucht, bestaande uit drie woningen en bijbehorende schuren. Met de geplande ontwikkeling wordt dit historische karakter hersteld door een derde woning toe te voegen. Het beeld dat zal ontstaan, zoals weergegeven in afbeelding 4.2, is een gehucht midden in een open landschap met groene uitstraling verankerd door een bossingel aan de ontsluitingsweg. Er zullen zich drie woningen bevinden met bijgebouwen. Door het versterken van de bestaande houtwal en aanplanten van de overige erfbeplanting (hagen en overige bomen) wordt dit beeld verder versterkt.

Afbeelding 4.1

Situatie “De Hooge Haer” (Bron: Reuvers – Buro voor Groene Ruimtes)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

Afbeelding 4.2

Landschappelijke inpassing (Bron: Reuvers – Buro voor Groene Ruimtes)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2022

5.2.1.1 Algemeen Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 geeft de provincie invulling aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen landbouw, natuur, water, wonen, werklocaties, verkeer en vervoer, landschap en cultureel-, aardkundig- en archeologisch erfgoed. De visie beschrijft de provinciale belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing, beschrijft het beleid en schetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe richting 2030. De Omgevingsvisie 2022 is een geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie 2018. De maatschappij verandert snel, en het provinciale beleid verandert mee. Al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving dat sinds 2018 nieuw of gewijzigd is vastgesteld, is doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2022. 5.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit en robuuste systemen De provincie Drenthe verwoordt haar missie als volgt: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.’ Onder de Drentse kernkwaliteiten worden landschap, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden, aardkundig erfgoed, natuur, stilte en duisternis verstaan.

De missie draagt uit dat de provincie Drenthe bij nieuwe ontwikkelingen bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Onder ‘bruisend Drenthe’ verstaat de provincie Drenthe een provincie waar het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. Deze missie wordt vervolgens verwoordt in de visie ‘Ontwikkeling van robuuste systemen mét ruimtelijke kwaliteit.’ De provincie Drenthe ordent de ruimte van de provincie in vier functies: natuur, landbouw, water en sociaaleconomisch. Voor deze functies streeft de provincie naar robuustheid. Dat betekent dat een functie zo stevig is, dat het weinig gevoelig is voor verstoringen. Hiervoor zijn de volgende robuuste systemen aangewezen: • • • •

Het robuust sociaaleconomisch systeem: heeft betrekking op wonen, werklocaties, infrastructuur en een gezond economisch klimaat; Het robuust landbouwsysteem: heeft betrekking op de ontwikkeling van een toekomstgerichte landbouw; Het robuust natuursysteem: heeft betrekking op de natuurgebieden en de verbindingen die de ruggengraat vormen voor de natuur; Het robuust watersysteem: betreft de samenhang van beken en kanalen die zorgdragen voor een optimaal waterbeheer.

5.2.1.3 Uitwerking robuuste systemen Gelet op vorenstaande is voor onderhavig voornemen voornamelijk het robuust sociaaleconomisch systeem. Onderstaand is dit nader uitgewerkt. Robuust sociaaleconomisch systeem Ten aanzien van het voornemen is met name het thema wonen relevant. Wonen De woningnood in Nederland wordt ook gevoeld in Drenthe. De regio Oost-Drenthe is door het Rijk aangewezen als één van de regio’s waar de bevolkingskrimp in Nederland het sterkt is, maar deze laat zich vooralsnog niet vertalen in huishoudenskrimp. Dit komt omdat huishoudens steeds kleiner worden, waardoor de krimp opgevangen wordt door de vraag naar de woningen. De autonome woningbouwopgave in Drenthe krijgt tot 2020 te maken met een daling van het aantal huishoudens,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld maar hier tegenover staat dat vanuit Groningen en Zwolle sprake is van een regionaal overkokende woningvraag die landt in de Drentse gemeenten. Per saldo betekent dit een woningbehoefte van ca. 10.000 tot 20.000 extra woningen tot en met 2030. De provincie zet in om toekomstbestendige woningen voor jong en oud. Dat betekent duurzaam, betaalbaar en passend bij de woonwens. Vrijetijdseconomie De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur. Dat wil de provincie zo houden en wil dit verder uitbouwen. Voor recreatieve functies die geen of onvoldoende perspectief hebben in de verblijfssector, is transformatie naar een andere functie een mogelijke optie. Bij transformatie naar een andere functie valt te denken aan: wonen en bijzondere woonvormen, zoals pauzewoningen, zorgconcepten, huisvesting arbeidsmigranten, zakelijke huisvesting, maar ook natuurontwikkeling en agrarische- en landgoedontwikkeling. Wij stimuleren een gebiedsgerichte, integrale aanpak van deze transformatie (gebiedsproces). De specifieke kenmerken en ligging van het gebied zijn daarin richtinggevend.

Verder moet een ruimtelijke, maatschappelijke of landschappelijke meerwaarde ontstaan en streven we naar een ecologische meerwaarde. Toetsing van het initiatief aan het sociaaleconomisch systeem Het voorgenomen initiatief beoogt de transformatie van het perceel, waarbij zowel de bedrijfswoning en groepsaccommodatie een woonfunctie krijgen. De groepsaccommodatie wordt verbouwd tot woonhuis. De bedrijfswoning zal regulier bewoond worden, hier zullen geen fysieke ingrepen plaatsvinden. Met onderhavig voornemen wordt voorzien in de woningbehoefte. Bovendien heeft de recreatieve functie op het perceel onvoldoende toekomstperspectief. De groepsaccommodatie is namelijk bedoeld voor jongeren en studenten en heeft ruime slaapzalen en sanitaire voorzieningen. Hiermee is de accommodatie niet geschikt voor de beoogde doelgroepen in buurtschap Lhee, gemeente Westerveld en provincie Drenthe. Voorgenoemde partijen proberen namelijk rustzoekers, gezinnen, wandelaars en fietsers aan te trekken. Hiermee sluit het initiatief aan bij de ambitie van de provincie om voor dergelijke locaties te kiezen voor transformatie naar een andere functie, in dit geval wonen. Gelet op vorenstaande sluit de voorgenomen ontwikkeling aan bij de visie van provincie Drenthe. 5.2.2

Omgevingsverordening Drenthe

De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 3.1 (Kernkwaliteit Landschap), artikel 3.2 (Kernkwaliteit Cultuurhistorie), artikel 3.4 (Kernkwaliteit Aardkundige Waarden) en artikel 3.16 (Woningbouw) relevant. Artikel 3.1 Kernkwaliteit Landschap 1. Kernkwaliteit Landschap bestaat uit: a. Esdorpenlandschap; b. Esgehuchtenlandschap; c. Wegdorpenlandschap van de laagveenontginning; d. Wegdorpenlandschap van de veenrandontginning; e. Landschap van de Veenkoloniën; f. Landschap van de kolonien van Weldadigheid; g. Macrogradiënt; h. Wegpanorama; i. Harde grens stad en land. 2. De landschappelijke kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt in de Bijlage 1 Kernkwaliteiten Landschap. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kernkwaliteit landschap:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld a. b.

Houdt rekening met het behoud van de aanwezige kernkwaliteiten, en; bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. 4. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een stads- of dorpsrand houdt rekening met de aanwezige landschappelijke waarden. Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.1 Kernkwaliteit Landschap Het plangebied ligt in het ‘Esdorpenlandschap’. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld om de kenmerken van het landschap ter plaatse te behouden en versterken, hierbij is uitgegaan van de uitgangspunten zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld. Het versterken van de bestaande houtwal en het aanplanten van extra erfbeplanting zoals hagen en bomen zal bijdragen aan een verdere versterking van de landschappelijke kenmerken. Voor nadere toetsing wordt ook verwezen naar paragraaf 4.3 en bijlage 1 van deze toelichting.

Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie 1. Kernkwaliteit Cultuurhistorie bestaat uit de Historische infrastructuur , Kop van Drenthe , Het esdorpenlandschap rond Norg , Drentsche Aa , Assen , Hondsrug , Hunzedal en randveen , De Monden , Weerdingervenen en Roswinkel , Maatschappij van Weldadigheid , Drentse Hoofdvaart , Havelterberg , Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa , Velden en beekdalen van Centraal Drenthe , Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom , Coevorden beekdal en ontginningen , De Reest , Meppel en het laagveen rondom , Hollandscheveld en Hoogeveen , Het Amsterdamscheveld , Emmen, venen en randveenontginningen 2. De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt in de Bijlage 2 Kernkwaliteiten Cultuurhistorie. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kop van Drenthe, Drentsche Aa, Hondsrug, De Monden, Maatschappij van Weldadigheid: a. houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. 4.

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in Historische Infrastructuur, Het esdorpenlandschap rond Norg, Assen, Hunzedal en randveen, Weerdingervenen en Roswinkel, Drentse Hoofdvaart, Havelterberg, Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa, Velden en beekdalen van Centraal Drenthe, Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom, Coevorden beekdal en ontginningen, De Reest, Meppel en het laagveen rondom, Hollandscheveld en Hoogeveen, Het Amsterdamscheveld, Emmen, venen en randveenontginningen: a. betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de toedeling van functies en activiteiten aan locaties, en; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in cultuurhistorische gebied ‘Velden en beekdalen van Centraal Drenthe.’ De voorgestelde ontwikkeling draagt bij aan het behoud en bevordering van de cultuurhistorie van het gebied. Zoals reed vermeld in paragraaf 4.3 wordt door het toevoegen van een derde woning aan het erfcluster “De Hooge Haer” de historische erfstructuur van het plangebied herstelt. Dit draagt bij aan het bewaren van de historische identiteit van het gebied. Het versterken van de bestaande houtwal en aanplanten van extra erfbeplanting draagt hier ook aan bij.

Gelet op vorenstaande wordt de cultuurhistorische karakter binnen het plangebied versterkt.

Artikel 3.4 Kernkwaliteit Aardkundige Waarden 1. Kernkwaliteit Aardkundige Waarden bestaat uit Aardkundige waarden Beschermingsniveau Hoog en Aardkundige waarden Beschermingsniveau Middel. 2. De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied vastgelegd in de Bijlage 3 Kernkwaliteiten Aardkundige Waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de gebieden Aardkundige waarden Beschermingsniveau Hoog: a. houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten; b. stelt regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. 4. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het gebied Aardkundige waarden Beschermingsniveau Middel: a. betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de toedeling van functies en activiteiten aan locaties; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.4 Kernkwaliteit Aardkundige Waarden Het plangebied heeft het Aardkundige Waarden Beschermingsniveau Middel. Voor de ontwikkeling hoeven geen grootschalige grondwerkzaamheden plaats te vinden, zoals heien. Gesteld wordt dat negatieve gevolgen voor de aardkundige waarden kunnen worden uitgesloten. Voor een nadere toetsing aan het aspect archeologie wordt verwezen naar paragraaf 10.2.

Artikel 3.16 Woningbouw 1. Een omgevingsplan dat in Landelijk Gebied aansluitend op Bestaand Stedelijk Gebied voorziet in nieuwe woningbouw, toont de behoefte aan op basis van de gemeentelijke woonvisie. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt ten minste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur.; c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d. geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd, en e. geeft een lange termijnbeeld. 2. Een omgevingsplan kan in Landelijk Gebied voorzien in incidentele woningbouwmogelijkheden wanneer sprake is van bedrijfswoningen, een tweede bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf, het splitsen van boerderijen in twee of meer woningen en nieuwbouw die past binnen de kaders van de ruimte-voor-ruimte regeling. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 3, kan een omgevingsplan in Landelijk Gebied voorzien in een incidentele woningbouwmogelijkheid wanneer: a. de bebouwing is gelegen in een bebouwingslint of een cluster van bebouwing; b. er sprake is van een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; c.

er sprake is van een landschappelijke inpassing passend bij de gebiedskenmerken die zijn vastgelegd in een landschappelijk inpassingsplan, en; d. het plan past binnen de gemeentelijke woonvisie. 4. In uitzonderlijke gevallen kan een omgevingsplan in Landelijk Gebied voorzien in de realisatie van bijzondere woonmilieus, mits wordt aangetoond dat: a. deze kleinschalig zijn; b. deze gericht zijn op woonwensen en leefstijlen van kleine specifieke doelgroepen; c. het uitgangspunt bij de ontwikkeling van deze woonmilieus een landschappelijk kader is dat aansluit bij de kernkwaliteit van het gebied, en; c. het woonmilieu alleen kan worden ontwikkeld samen met het verbeteren van andere waarden, zoals het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het vergroten van het cultuurhistorische karakter, het verbeteren van voorzieningen, het realiseren van de water- en natuuropgave en het versterken van de recreatie. 5. Een omgevingsplan kan voorzien in een woonfunctie voor gronden met bebouwing die zijn functie verloren heeft, mits: a. het bebouwing betreft die niet landschapsontsierend is; b. het omgevingsplan een verbetering van de landschappelijke kwaliteit verzekert; c. het omgevingsplan ten hoogste 6 woningen mogelijk maakt en niet gepaard gaat met externe bouwactiviteiten; en d. wordt voldaan aan artikel 3.15, lid 3, sub a, c en d van de Omgevingsverordening Drenthe.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.16 Woningbouw In provinciaal beleid is het toevoegen van woningen in het buitengebied met name voorbehouden aan vrijkomende agrarische bebouwing, in de vorm van ruimte voor ruimte, waarbij bebouwing wordt gesloopt. Dat is met voorliggend ontwikkeling niet het geval. Echter is incidentele nieuwbouw buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk, mits de bebouwing is gelegen in een bebouwingslint of cluster van bebouwing, zoals aangegeven in artikel 3.16 lid 3. Voorliggende ontwikkeling ligt binnen een cluster van bebouwing, zoals reeds aangegeven in paragraaf 4.3. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet het plan wel bijdragen aan een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, er moet sprake zijn van landschappelijke inpassing en het plan moet passen binnen de gemeentelijke woonvisie. Voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 4.3 en bijlage 1 van deze toelichting. Voor nadere toetsing van de woonvisie wordt verwezen naar paragraaf 5.3.2. 5.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.

5.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1

Omgevingsvisie Westerveld

5.3.1.1 Algemeen Deze Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. Voor 2040 heeft de gemeente vijf ambities: • • • • •

Een bereikbaar en veilig Westerveld; Een bedrijvig en gastvrij Westerveld; Een leefbaar en inclusief Westerveld; Een gezond en groen Westerveld; Een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld.

Samen met de gemeente brede keuzes vormen deze vijf ambities de basis voor de Visiekaart. Op basis van de ligging van het plangebied op de Visiekaart zijn met name de keuzes en ambities behorend bij deelgebied ‘Oude veldontginningen’ van toepassing. 5.3.1.2 Uitwerking deelgebiedsvisie: ‘Oude Veltonginningen’ Dit deelgebied bestaat uit de oude gronden, voornamelijk zijn dit essen, veldontginningen en (delen van) veenrandontginningen. Het karakter van het gebied is wisselend. Van grote open agrarische landschappen naar kleinschalig esdorpenlandschap en wegdorpen. Passend bij het wisselende karakter is ook de variatie aan gebruik van dit gebied. Naast akkerbouw en grasland bestaan in dit gebied ook de functies natuur en recreatie. Enkele delen van dit deelgebied maken onderdeel uit van het door de provincie Drenthe aangewezen Natuur Netwerk Nederland. Gebied specifieke keuzes Combinatie van functies Schaalvergroting van (agrarische) bedrijven is in dit gebied moeilijk te realiseren. Dit als gevolg van de kleinschalige eigendomssituatie, de aanwezigheid van waardevolle essen, de nabijheid van andere (milieugevoelige) functies en de nabijheid van natuurgebieden. Daar waar kansen liggen, willen we deze echter faciliteren. Ontwikkeling van agrarische bedrijven zal naar verwachting met BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld name plaatsvinden door functieverandering of functieverbreding, bijvoorbeeld met de verkoop van lokale producten. Ook daarvoor bieden we ruimte. Duurzame landbouw is hier zeker kansrijk, evenals kleinschalig en biologisch boeren. In het gebied liggen agrarische gronden die binnen de doelbegrenzing van het Natuur Netwerk Nederland vallen. De realisatie van het Natuur Netwerk Nederland vindt hier idealiter – voortbordurend op de landelijke ontwikkelingen - plaats door extensivering van de landbouw in vormen als agrarisch natuurbeheer en biologische landbouw. Boerderijen waar dit niet lukt, krijgen een andere passende functie, bijvoorbeeld wonen of kleinschalige verblijfsrecreatie. Beleefbaarheid Tot slot, omdat dit deelgebied grenst aan bijna alle dorpen, wordt het belangrijk gevonden om dit deelgebied vanuit de dorpen zo toegankelijk en uitnodigend mogelijk te maken - waar dat nog niet het geval is. Dit sluit aan bij de gemeentebrede ambitie om bewegen te stimuleren. Daarnaast vinden we het kleinschalige en authentieke landschap belangrijk om te behouden, zeker als er allerlei ontwikkelingen in het gebied zijn. Bebouwing moet altijd passen bij de omgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen vinden we dit belangrijk: • • • •

Het ondersteunen van functieverandering of functieverbreding van agrarisch bedrijven waar dit nieuwe kansen oplevert en de waarden over eind blijven. In dit gebied is ruimte voor een innovatieve en dynamische recreatieve sector. Ontwikkelingen, onder andere ten aanzien van opwek van duurzame energie, mogen geen afbreuk doen aan de beleefbaarheid en herkenbaarheid van het authentieke, kleinschalige landschap. Vanwege de variatie in het gebied bieden we hierin maatwerk. Gebiedsontwikkeling nabij dorpen wordt bij voorkeur gecombineerd met een functie die uitnodigt om te bewegen.

5.3.1.3 Toetsing aan de ‘Omgevingsvisie Westerveld’ Het voorgenomen initiatief beoogt de transformatie van het plangebied, waarbij zowel de aanwezige bedrijfswoning en groepsaccommodatie een woonfunctie krijgen. De groepsaccommodatie wordt verbouwd tot woonhuis. De bedrijfswoning zal regulier bewoond worden, hier zullen geen fysieke ingrepen plaatsvinden. De recreatieve functie had geen duurzaam toekomstperspectief, maar er is wel vraag naar nieuwe woningen in de gemeente. Hierdoor krijgt het plangebied een nieuwe, duurzame invulling die aansluit bij de behoeften van de gemeenschap. Hiermee wordt aangesloten bij de ambitie van de gemeente om functieverandering mogelijk te maken op erven die geen duurzaam toekomstperspectief hebben. Bovendien zal door middel van landschappelijke inpassing de belevingswaarde van het landschap worden behouden en versterkt en zal de bebouwing passend worden gemaakt binnen de omgeving, zoals nader toegelicht in paragraaf 4.3 en bijlage 1 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de beoogde doelstellingen voor het gebied en hiermee in oversteenstemming is met ‘Omgevingsvisie Westerveld’.

5.3.2 Woonvisie 2019 – 2025, afwegingskader nieuwbouw en Addendum op de Woonvisie 5.3.2.1 Algemeen In de woonvisie zijn de gemeentelijke ambities om het woonklimaat te behouden en te versterken vastgelegd. De woonvisie is een visie voor de lange termijn waarbij als stip op de horizon 2025. De gemeente Westerveld heeft aan de hand van vijf hoofdthema’s haar wens vertaald: 1. 2. 3. 4. 5.

Profileren als woongemeente; Beschikbaarheid en betaalbaarheid sociale huur; Naar een toekomstbestendige woningvoorraad; Wonen met zorg; Ontwikkeling van de woningvoorraad. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Lhee 27 Dwingeloo Vastgesteld Binnen dit project zijn met name de thema’s ‘profileren als woongemeente’, ‘naar een toekomst bestendige woonvoorraad’ en ‘ontwikkeling van de woningvoorraad’ van belang. In een onderzoek naar de leefstijlen van huishoudens in de gemeente Westerveld komen drie groepen sterk naar voren: ‘landelijk leven’, ‘vrijheid en ruimte’ en ‘welverdiend genieten’. Bereikbaarheid en leefbaarheid in de dorpen zijn belangrijk om te profileren als woongemeente. De gemeente wenst vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Ook focust de gemeente zich op kwalitatieve woningvraag. 5.3.2.2 Afwegingskader nieuwbouw Nieuwbouwplannen binnen de gemeente Westerveld worden getoetst aan de het ‘Afwegingskader nieuwbouw’. Het instrument is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat het woningbouwprogramma zo goed mogelijk aansluit op de ontwikkeling van de woningbehoefte. Het afwegingskader bestaat uit een kwalitatieve en kwantitatieve toetsing. Kwalitatieve toetsing •

•

•

•

•

Inbreiding boven uitbreiding o Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats binnen bestaand stedelijk gebied. o Bij uitbreidingslocaties wordt eerst gekeken of alternatieve locaties beschikbaar zijn binnen de bestaande dorpskernen (binnen bestaand stedelijk gebied, conform de definitie van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking). Verrijking voor de bestaande voorraad o Biedt het plan een gevarieerd programma naar financieringscategorie en prijsniveaus, en draagt het bij aan de ambitie voor (aantrekken van) gezinnen, of voorziet het in Vernieuwende concepten die expliciet gericht zijn op Levenslang Wonen, experimentele vormen van Verduurzaming of woonconcepten die gericht zijn op het versterken van gemeenschapszin? o Voor de beoordeling van initiatieven wordt gekeken naar de bijdrage die het initiatief levert aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde daarvan. Hierbij wordt gedacht aan locaties die beschikbaar komen door hergebruik of transformatie van bepalende gebouwen of herontwikkeling na sloop verouderd (maatschappelijk) vastgoed: ▪ Het object heeft bij voorkeur een gezichtsbepalend karakter. Bijvoorbeeld een voormalige melkfabriek, schoolgebouw of karakteristieke boerderij. Dit betekent ook dat we aan transformatie van bijvoorbeeld niet-monumentale schuren of andere (voormalige) bedrijfsgebouwen naar woonfunctie geen medewerking verlenen.

▪ Transformaties hebben in landschappelijk waardevolle gebieden voorrang boven nieuwbouw, om zodoende de waardevolle open ruimten te sparen. Passend binnen de woonomgeving o Past het woningbouwplannen binnen de maat en schaal van de bestaande omgeving. o Verdere verstening van het buitengebied, en dus nieuwe woningen, wordt in principe niet toegestaan. Zie ook de structuurvisie, het bestemmingsplan Buitengebied en de provinciale omgevingsverordening. Toekomstbestendige woningvoorraad o Er wordt voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van levensloopgeschikte/voor senioren geschikte woningen in de voorzieningendorpen. o Er wordt voorkeur gegeven aan ontwikkelingen die Nul op de Meter zijn. Wonen met zorg o Initiatieven voor (kleinschalige) woonzorg vastgoed worden gefaciliteerd. o Ook hier wordt hierbij voorkeur gegeven aan transformatie-initiatieven, zoals vrijkomende agrarische bebouwing, oude schoolgebouwen en dergelijke om bouwen naar kleinere wooneenheden voor senioren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=bc5b8364-26fa-41e1-b038-8ec851927486