TOE Bijlage 10 Quickscan ecologie update Oostrand Dwingeloo definitief
Tekst van het document
Update quickscan Oostrand Dwingeloo Toets Wet natuurbescherming voor Oostrand Dwingeloo <Klik en voeg hier de afbeelding in>
<Klik en voeg hier de afbeelding in>
Update quickscan Oostrand Dwingeloo Toets Wet natuurbescherming voor Oostrand Dwingeloo
Opdrachtgever Architektenburo van Ruth Contactpersoon B. van Ruth Status Definitief Datum 14 juli 2020 Vrijgave K. Breed
2
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
Inhoud
1 | Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5 Aanleiding en doel Wettelijk kader Onderzoeksmethode Ligging en beschrijving plangebied Planbeschrijving
5 5 6 6 7
2 | Resultaten en effecten 2.1 2.2 2.3
Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten Nationaal (andere) beschermde dier- en plantensoorten
3 | Conclusie 3.1 3.2
9 9 10 12 15
Conclusie beschermde soorten Benodigde vervolgstappen
4 | Literatuur en bronnen
15 15 17
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
3
1 | Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Architektenburo van Ruth is bezig met de voorbereidingen van het bouwrijp maken en het realiseren van woningen naast een bestaand bedrijventerrein aan de rand van Dwingeloo. Voor deze ontwikkeling zijn eerder in 2007 en 2014 quickscans uitgevoerd door Buro Bakker. Hierbij is getoetst aan de destijds geldende Flora- en faunawet (Ffwet). Inmiddels is de eerste fase gerealiseerd, waarin een deel van het bedrijventerrein is uitgebreid. De Ffwet is per 1 januari 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming. Doordat de Ffwet vervangen is, en omdat de laatste quickscan 6 jaar geleden heeft plaatsgevonden en de situatie in het plangebied veranderd kan zijn, dient ter voorbereiding van de bestemmingsplanprocedure voor de tweede fase, het realiseren van woningen, opnieuw een quickscan te worden uitgevoerd. Hierbij wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. Deze quickscan geeft antwoord op de volgende vragen:
• Welke beschermde flora en fauna zijn aanwezig of kunnen in het plangebied en omgeving voorkomen?
• Kunnen de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op beschermde flora en fauna, • •
waardoor de Wet natuurbescherming wordt overtreden? Zo ja, welke effecten kunnen optreden en welke maatregelen zijn dan nodig om deze negatieve effecten te voorkomen? Indien schade niet volledig is te vermijden, welke vervolgstappen zijn dan aan de orde?
1.2 Wettelijk kader Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. Met deze quickscan vindt de toetsing aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming plaats. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. 2. 3.
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B)
De lijst ‘jaarrond beschermde nesten’ die onder de Flora- en faunawet is opgesteld, is ook onder de Wnb geldig. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren. Voor dit project is de provincie Drenthe het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en voor het verlenen van een eventuele ontheffing. De provincie Drenthe heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden.
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
5
1.3 Onderzoeksmethode Voor het bepalen van de mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden is het noodzakelijk te weten welke beschermde soorten aanwezig zijn en kunnen zijn, in en in de omgeving van het plangebied. Hiervoor is bronnenonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 11 juni 2020) en vrij beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna. Hiervoor zijn de meest actuele en relevante bronnen geraadpleegd (zie ook hoofdstuk 4). Veldonderzoek Op 17 juni 2020 is een verkenning van het plangebied en de directe omgeving (onderzoeksgebied) uitgevoerd door een ecoloog van Buro Bakker. Tijdens dit veldbezoek zijn de waargenomen beschermde soorten genoteerd.
1.4 Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit een perceel gelegen ten oosten van Dwingeloo, gemeente Westerveld in de provincie Drenthe (figuur 1).
Figuur 1
Het plangebied bij het bedrijventerrein in Dwingeloo (rood kader). Bron: NDFF.
Het plangebied bestaat uit meerdere percelen. In het noordelijke deel is eerder een poel met natuurvriendelijke oever aangelegd. Hier groeien kruiden en gras. Het zuidelijk deel is agrarisch in gebruik.
6
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
De volgende foto’s geven een impressie van het plangebied.
Figuur 2
Het plangebied met linksboven de aangelegde poel en rechtsboven de natuurvriendelijke oever met kruiden.
Linksonder en rechtsonder laat het zuidelijke deel zien, dat agrarisch in gebruik is.
1.4.1 Natura 2000-gebieden Ten zuiden van het plangebied ligt op ca. 1.5 km gelegen Natura 2000-gebied Dwingelderveld en op ca. 3.5 km het Drents-Friese Wold & Leggelderveld. Het voornemen kan mogelijk zorgen voor stikstofdepositie in deze natuurgebieden. De berekening hiervan zal los van deze quickscan uitgevoerd moeten worden.
1.5 Planbeschrijving De geplande werkzaamheden bestaan uit het bouwrijp maken van de grond, waarna woningen en tiny houses worden gebouwd. Voor de ontwikkelingen worden geen sloten gedempt of bomen gekapt. Wel kan het noodzakelijk zijn om de sloten te verleggen of meer te laten meanderen om afwatering te borgen.
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
7
2 | Resultaten en effecten
Dit hoofdstuk beschrijft het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna. Per beschermingsregime zijn de effecten beschreven en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vervolgens zijn de eventuele vervolgstappen aangegeven. In dit hoofdstuk is een onderscheid gemaakt in Vogelrichtlijnsoorten (paragraaf 2.1), Habitatrichtlijnsoorten (paragraaf 2.2) en nationaal beschermde soorten (paragraaf 2.3).
2.1 Vogelrichtlijnsoorten Aanwezige soorten Jaarrond beschermde nesten Uit bronnenonderzoek blijkt dat buizerd, huismus, gierzwaluw, kerkuil, ransuil, ooievaar, roek en sperwer in de directe omgeving (100-200 meter) van het plangebied voorkomen. Deze soorten kunnen in boomopstanden en bosgebieden tot broeden komen in door eigen gemaakte of door andere grote vogels gemaakte nesten (buizerd, sperwer, ransuil), op palen en afgebroken boomtoppen (ooievaar), in holen of kasten (kerkuil) of in kolonieverband (roek). De huismus en gierzwaluw broeden doorgaans in gebouwen. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig en is het dus uitgesloten dat de huismus of gierzwaluw broeden in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn alleen huismussen en buizerds waargenomen. De huismussen waren aanwezig bij een nabijgelegen bedrijfspand, waar zand aanwezig was. Hier badderden en foerageerden de vogels. Een paartje buizerds is alleen overvliegend waargenomen. Beide vogelsoorten hadden geen binding met het plangebied. Ook zijn geen nesten waargenomen binnen of net buiten het plangebied die een jaarrond beschermde status zouden kunnen hebben. Categorie 5 vogelsoorten Categorie 5 vogels zijn soorten met nesten die alleen een jaarrond beschermde status hebben als zwaarwegende ecologische redenen dit onderbouwen. In het plangebied zijn meerdere huiszwaluwen en boerenzwaluwen waargenomen.
De dieren foerageerden boven de poel en dronken uit de plas. Omdat geen gebouwen aanwezig zijn binnen het plangebied, zijn nesten van de huiszwaluw en boerenzwaluw uitgesloten. De nesten van de huiszwaluwen zaten voornamelijk aan de gevels van woningen rondom het plangebied. Ook is een huiszwaluwtil aanwezig op ca. 100 meter afstand van het plangebied, maar deze leek niet in gebruik te zijn. De boerenzwaluwen zijn waarschijnlijk aan het nestelen in schuren van nabijgelegen boerderijen. Ook de spreeuw is waargenomen binnen het plangebied. Het betrof uitgevlogen jongen die in de bomen aan de rand van het plangebied aanwezig waren. Nesten van de spreeuw zijn in het plangebied uitgesloten vanwege de afwezigheid van gebouwen en nestkasten. Overige broedvogels In de directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek verschillende andere broedvogels waargenomen: meerkoet, kievit, witte kwikstaart en heggenmus. Voor een deel van deze soorten is het plangebied of de directe omgeving van het plangebied geschikt vanwege de aanwezige bomen, struweel en oeverbegroeiing. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen nesten waargenomen. De percelen die ten oosten van het plangebied liggen zijn open graslanden. Hier zijn kieviten waargenomen. De weilanden bieden geschikt broedbiotoop voor de kievit en andere weidevogelsoorten.
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
9
Effecten en vervolg Jaarrond beschermde soorten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat zij hun nestplaatsen en/of hun vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond in gebruik hebben, of hier jaarlijks weer naar terugkeren. Deze nesten vallen jaarrond onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Er zijn in het plangebied geen nesten aangetroffen die tot een vogel met een jaarrond beschermd nest zouden kunnen behoren. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Categorie 5 soorten De boeren- en huiszwaluw maken gebruik van het plangebied om te foerageren en drinken. Omdat de poel niet gedempt gaat worden, zullen de vogels dit kunnen blijven doen. Ook is rondom het plangebied nog voldoende alternatief foerageergebied, in de vorm van boerenlandschap, aanwezig. Nesten van beide soorten zijn in het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Overige broedvogels De bomen en het struweel in en nabij het werkgebied vormen geschikt broedbiotoop voor verschillende algemene vogelsoorten. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het werkgebied geen vogelnesten waargenomen. Dit wil niet zeggen dat nesten niet aanwezig zijn, of gaan zijn wanneer de werkzaamheden gaan plaatsvinden. Hierdoor is het nodig om het risico op negatieve effecten op broedvogels te minimaliseren en overtreding van de wet te voorkomen en adviseren we om buiten het broedseizoen (ca.
half maart t/m half juli) te werken.
2.2 Habitatrichtlijnsoorten 2.2.1 Planten Aanwezige soorten Er zijn vier planten beschermd onder de Habitatrichtlijn (HR), te weten: drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm en zomerschroeforchis. Deze soorten komen alleen in zeer specifieke milieus voor en zijn afhankelijk van kalkrijke, voedselarme en vochtige tot natte omstandigheden met kwelinvloed. De beschermde planten van de Habitatrichtlijn eisen voedselarme en extensief beheerde omstandigheden. In het plangebied ontbreken deze specifieke omstandigheden waardoor het ongeschikt is voor planten van de Habitatrichtlijn. Het is dus uitgesloten dat beschermde planten van de Habitatrichtlijn voorkomen in het plangebied. Effecten en vervolg Vanwege het ontbreken van geschikte groeiplaatsen zijn negatieve effecten uitgesloten. Daarom zijn vervolgstappen voor beschermde flora niet aan de orde.
2.2.2 Reptielen en amfibieën Aanwezige beschermde soorten De aanwezigheid van (beschermde) reptielen kan op voorhand worden uitgesloten. Deze komen niet in de regio voor en waarnemingen ontbreken in de NDFF (2020). De heikikker en poelkikker komen wel in de buurt voor (RAVON). In de poel is gekwaak gehoord van een groene kikkersoort. De soort kon tijdens de quickscan niet gespecificeerd worden. Hierdoor is het niet uitgesloten dat de poelkikker en heikikker in de poel en nabijgelegen sloten voorkomt. De poelkikker is een soort van pioniersituaties (BIJ12 2017). Omdat de poel recentelijk is aangelegd en de begroeiing nog in ontwikkeling is, is de poel zeer geschikt voor de poelkikker. Effecten en vervolg Vanwege het ontbreken van waarnemingen en geschikte omstandigheden, zijn effecten op beschermde reptielen uitgesloten. Het is niet uitgesloten dat de heikikker en/of poelkikker aanwezig zijn
10
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
in de poel en sloten binnen het plangebied. Bij werkzaamheden aan de poel en sloten is nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten nodig.
2.2.3 Vissen, insecten en ongewervelden Aanwezige beschermde soorten De aanwezigheid van vissen, insecten en ongewervelden is uit te sluiten. Dit omdat omstandigheden zoals geschikte vegetatie, vennetjes e.d. ontbreken binnen het plangebied. Ook ontbreken waarnemingen in de NDFF (2020). Effecten en vervolg Vanwege het ontbreken van waarnemingen en geschikte omstandigheden voor zwaarder beschermde vissen, insecten en ongewervelden, zijn effecten uitgesloten en vervolgstappen niet aan de orde.
2.2.4 Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten Uit bronnenonderzoek blijkt dat de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis binnen 1 kilometer van het plangebied zijn waargenomen door derden (NDFF 2020). Een baardvleermuis kolonie is aanwezig in de Sint Nicolaaskerk, gelegen ten westen van het plangebied op ca. 500 meter afstand. Verblijfplaatsen Vleermuizen hebben hun verblijfplaatsen in gebouwen of in boomholten. Gebouwen zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Het is dus uitgesloten dat gebouw bewonende vleermuizen, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis maar ook de laatvlieger, verblijven in het plangebied. Boombewonende vleermuizen maken gebruik van kleine holten of scheuren in bomen. De opening hoeft maar een 1.5 tot 2 centimeter te zijn om voldoende ruimte te bieden. In het plangebied zijn alleen kleine bomen aanwezig, welke niet geschikt zijn voor vleermuizen om in te verblijven. Langs de randen van het plangebied staan wel grote, oudere bomen. Deze bomen blijven behouden en zodoende zullen eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen niet worden aangetast. Essentiële vliegroutes Vleermuizen gebruiken lijnvormige elementen in het landschap, zoals bomenrijen en watergangen, om van hun verblijfplaatsen in bomen en gebouwen te vliegen naar locaties die voedsel (insecten) bieden.
Dit soort verbindingen zijn niet aanwezig in het plangebied, maar wel nabij het plangebied. De bomenlaan langs de Lheeweg kan gebruikt worden als vliegroute (figuur 2). De bomen langs deze weg worden niet gekapt en de mogelijke vliegroute blijft dus onaangetast.
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
11
Figuur 3
Mogelijke vliegroute (gele pijl) en foerageerlocaties voor vleermuizen nabij het plangebied (globaal aange-
geven met rood kader). Bron: NDFF.
Essentieel foerageergebied Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Enkele luwe plekken in het plangebied zijn aanwezig en kunnen gebruikt worden als foerageerplek. Vleermuizen maken gebruik van groenelementen zoals tuinen, bomenrijen, luwte van gebouwen en parken, die in de omgeving in met mate voorhanden zijn. Voornamelijk nabij de woningen in het zuiden van Dwingeloo is veel groen aanwezig dat geschikt is foerageergebied (figuur 3). Ook naast het plangebied en ten noorden van Dwingeloo zijn groene locaties die geschikt zijn voor vleermuizen om te foerageren. Het plangebied maakt deel uit van een veel groter gebied waarin geschikt foerageergebied door het open karakter van het landschap met mate aanwezig is. Essentieel en onmisbaar foerageergebied is daarom niet aanwezig in het plangebied.
2.3 Nationaal (andere) beschermde dier- en plantensoorten Aanwezige beschermde soorten Zoogdieren In het plangebied en omgeving is in beperkte mate geschikt habitat aanwezig voor een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Op basis van verspreidingsgegevens en waarnemingen uit de NDFF is de aanwezigheid van de steenmarter, boommarter, egel en algemene muizensoorten in en in de omgeving van het plangebied niet uit te sluiten (NDFF).
12
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
Steenmarters verblijven vaak in en nabij gebouwen in zowel stedelijk als landelijk gebied. Via allerlei openingen bereiken zij de droge en warme binnenkant van gebouwen. Gebouwen ontbreken in het plangebied en hierdoor is de aanwezigheid van steenmarterverblijfplaatsen uitgesloten. Boommarters verblijven in bomen, welke niet aanwezig zijn binnen het plangebied. Ook verblijfplaatsen van boommarters in het plangebied zijn uitgesloten. De steenmarter kan gebruik maken van de weiden om in te foerageren. Het hoogstaande gras en kruiden bieden hierbij geschikte schuilgelegenheden. Omdat rondom het plangebied voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is, is uitgesloten dat er essentieel foerageergebied van steenmarters verloren gaat. Amfibieën In de poel binnen het plangebied zijn groene kikkers waargenomen. Het is mogelijk dat dit de minder beschermde bastaardkikker betreft, maar het kan ook de nationaal beschermde meerkikker betreffen. De poel en sloten bieden een geschikt biotoop voor deze soorten. Effecten en vervolg Zoogdieren Voor steenmarters en boommarters geldt geen vrijstelling. Verstoring van deze soorten is toegestaan, vernietiging van vaste verblijfplaatsen niet. Op basis van de quickscan kunnen verblijfplaatsen van de marterachtigen uitgesloten worden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Amfibieën In de poel en sloten van het plangebied zijn mogelijk bastaardkikkers en meerkikkers aanwezig. Bij werkzaamheden aan de poel en sloten is nader onderzoek naar de aanwezigheid van de meerkikker nodig. De soort kan tijdens het poelkikker en heikikker onderzoek meegenomen worden. Voor de overige aanwezige nationaal beschermde soorten geldt conform de verordening natuurbescherming provincie Drenthe, een algehele vrijstelling. Eventuele schade aan soorten, waarvoor een vrijstelling geldt, hoeft niet te worden gecompenseerd. Wel is op deze soorten de zorgplicht van kracht (Wet natuurbescherming artikel 1.11). De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
13
3 | Conclusie
3.1 Conclusie beschermde soorten Op basis van de quickscan zijn met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna de volgende conclusies te trekken:
• In en rond het plangebied zijn geen nesten met een jaarrond beschermde status aanwezig; • In en rond het plangebied is geschikt broedbiotoop voor algemene broedvogels zoals kievit en • • • • •
merel aanwezig; In het plangebied zijn geen geschikte locaties voor verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Een mogelijke vliegroute voor vleermuizen grenst aan het plangebied, aan de Lheeweg; Het plangebied is ongeschikt voor verblijfplaatsen van steen- en boommarters; In het plangebied zijn in de wateren mogelijk poel-, hei- en meerkikkers aanwezig; In en rond het plangebied komen verder nationaal beschermde soorten voor, namelijk de egel en enkele muizensoorten. De egel en de muizensoorten zijn opgenomen in bijlage 5 van de provinciale verordening, zodat voor deze soorten een vrijstelling geldt. De algemene zorgplicht is wel van kracht. Indien andere werkzaamheden dan die zijn genoemd in Hoofdstuk 2 gaan plaatsvinden, dienen ook deze ingrepen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De conclusies kunnen dan afwijken van de bovenstaande conclusies.
3.2 Benodigde vervolgstappen • Voor de kikkersoorten is bij werkzaamheden aan de poel en/of sloten een nader onderzoek nodig.
• • •
Dit onderzoek bestaat uit: o Heikikker: 3 inventarisatie ronden in de periode eind februari tot begin april. Hierbij wordt ook gezocht naar eiklompen. In april – mei kunnen larven geïnventariseerd worden. o Poel- en meerkikker: 2 ronden in de periode mei tot juli met minimale tussenpozen van 10 dagen. In deze periode kan de kooractiviteit in kaart gebracht worden. Ook kan in de periode mei – september volwassen individuen worden gevangen zodat de soort gedetermineerd kan worden. Om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op de aanwezige broedvogels te voorkomen, dient te worden gewerkt buiten het broedseizoen (buiten de periode half maart t/m half juli). Belichting moet voorkomen worden op de Lheeweg vanwege de mogelijke vliegroute van vleermuizen. Het advies is om overdag de werkzaamheden uit te voer en ’s nachts geen verlichting te laten schijnen op de Lheeweg. Voor nationaal beschermde soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Dit kan door het rooien van de struiken in één richting uit te voeren, zodat eventuele grondgebonden zoogdieren zelfstandig het gebied kunnen verlaten.
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
15
4 | Literatuur en bronnen
• BIJ12 Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Versie 1.0, juli 2017. • BIJ12 Kennisdocument Gierzwaluw. Versie 1.0, juli 2017. • BIJ12 Kennisdocument Heikikker. Versie 1.0, juli 2017. • BIJ12 Kennisdocument Huismus. Versie 1.0, juli 2017. • BIJ12 Kennisdocument Poelkikker. Versie 1.0, juli 2017. • Kapteyn, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Schuyt & Co Uitgevers, Haarlem.
• Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd 11 juni 2020. Websites www.zoogdiervereniging.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl www.sovon.nl www.openstreetmaps.org
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
17
<Voeg hier de afbeelding in>
Colofon
Uitgevoerd door Buro Bakker adviesburo voor ecologie Stationsstraat 29c Postbus 10034 | 9400 CA Assen T 0592 - 313389 | info@burobakker.nl www.burobakker.nl Projectleiding Dagmar Heidinga Rapportage Aaron Sibma Veldwerk Aaron Sibma Kwaliteitscontrole Koen Breed © Buro Bakker adviesburo voor ecologie Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren Buro Bakker (2020); Update quickscan Oostrand Dwingeloo. Toets Wet natuurbescherming voor Oostrand Dwingeloo. Rapport P20132, Assen. Foto's: Aaron Sibma
2020 | P20132 | Update quickscan Oostrand Dwingeloo
19