TAM-omgevingsplan Ten Darperweg 46 Wapse_Motivering
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Ten Darperweg 46 Wapse
Status: Definitief
Januari 2026
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse
Plannaam: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Plantype: Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan IMRO-nummer: NL.IMRO.1701.509TAMDarperweg46-0002
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING.............................................................4
AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................7
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING .................................................8
3.1 3.2
HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 8 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .............................................................................. 8
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
ALGEMEEN .............................................................................................................. 10 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 10 LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN ........................................................................................ 11
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 10
BELEIDSKADERS.................................................... 12
RIJKSBELEID ........................................................................................................... 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 16
HOOFDSTUK 6
OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 21
HOOFDSTUK 7
BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 23
7.1 7.2 7.3 7.4
VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 23 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 24 WATERTOETSPROCES ................................................................................................. 24 CONCLUSIE ............................................................................................................. 24
HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7
GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 25 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 28 GEUR ................................................................................................................... 28 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 29 GEZONDHEID .......................................................................................................... 30 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ............................................................................. 31
HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 36
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 36 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 36 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 37 CONCLUSIE .......................................................................................................... 37
HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3
BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................33
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 33 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 34 CONCLUSIE ............................................................................................................. 35
HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4
BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ................. 25
M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 38
ALGEMEEN........................................................................................................... 38 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 38 CONCLUSIE .......................................................................................................... 38
HOOFDSTUK 12
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 39 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief 12.1 12.2 12.3
ALGEMEEN........................................................................................................... 39 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 39 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 39
HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3
PARTICIPATIE ....................................................................................................... 40 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 40 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 41
HOOFDSTUK 14 14.1 14.2 14.3
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 40
JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 42
INLEIDING ........................................................................................................... 42 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 44
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................45 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ............................................................................. 45 WATERTOETS RESULTAAT .................................................................................... 46 VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................... 47 AERIUS-BEREKENING ...................................................................................... 48 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................... 49
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
HOOFDSTUK 1
1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de rand van de kern Wapse, binnen de gemeente Westerveld, aan de Ten Darperweg 46 bevinden zich verschillende opstallen en bedrijfsgebouwen die in de huidige situatie hun functie zijn verloren. Specifiek gaat het om een bedrijfswoning en een bijgebouw. Initiatiefnemer is voornemens één woning te realiseren in het bijgebouw, de bedrijfswoning in gebruik te nemen als reguliere woning en 3 nieuwbouwwoningen achter op het perceel te realiseren in de vorm van schuurwoningen. Het omzetten van het bedrijfsperceel naar een regulier woonperceel is in strijd met het geldende omgevingsplan “Gemeente Westerveld”. Om voorliggend initiatief mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig. De gemeente Westerveld heeft middels een principebesluit (12 februari 2025) besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Hiervoor dient te worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging van het plangebied
De locatie is gelegen aan de Ten Darperweg 46 te Wapse. Het plangebied staat kadastraal bekend als Diever, sectie F, perceelnummer 2243. In afbeelding 1.1 wordt de ligging van de locatie ten opzichte van Wapse en de directe omgeving weergegeven met respectievelijk een rode ster en rode contour.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (bron: plattekaart.nl, bewerkt)
1.3
Het omgevingsplan
1.3.1
Geldend omgevingsplan
Het perceel ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 17 juli 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: •
bestemmingsplan Wapse 2009 (vastgesteld 26 mei 2009); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief • •
Kleinschalige hernieuwbare energie (vastgesteld 20 december 2022); Omgevingsplan gemeente Westerveld (in werking vanaf 1 januari 2024).
Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name “bestemmingsplan Wapse 2009” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend regels van de bruidsschat. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met rode contour.
Afbeelding 1.2 Verbeelding ruimtelijkeplannen.nl)
behorende
bij
bestemmingsplan
“bestemmingsplan
Wapse
2009”
(Bron:
Op grond van het “bestemmingsplan Wapse 2009” zijn de gronden bestemd als ‘Bedrijf’, met een aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf- 1’, een bedrijfswoning, een bouwvlak en maximale gooten bouwhoogte. Daarnaast is er tevens een ‘Waarde – Archeologie’. Onderstaand is een beschrijving opgenomen van voorgenoemde. ‘Bedrijf’ De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijven, opslag en installaties. Ter plaatse van het plangebied geldt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf-1’, waardoor een smederij hier is toegestaan. Op het perceel is een bouwvlak aanwezig en geldt tevens voor de bedrijfswoning een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 7 meter. Voor de bedrijfsgebouwen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 6 meter. ‘Waarde – Archeologie’ De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud, de bescherming en/of herstel van de voorkomende archeologische waarden. 1.3.2
Opheffen strijdigheid
Op basis van het geldende omgevingsplan is het regulier bewonen van de bedrijfswoning, het transformeren van het bijgebouw naar reguliere woning en de realisatie van drie nieuwe woningen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief niet toegestaan binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om het voornemen te kunnen realiseren. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 8 nader op ingegaan.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
In de huidige situatie wordt de ruimtelijk-functionele structuur van de directe omgeving voornamelijk gekenmerkt woonpercelen en agrarische cultuurgronden. Aan de noord- en zuidzijde wordt het plangebied omgeven door agrarische cultuurgronden. De oost- en westzijde wordt omgeven door woningen. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Ten Darperweg. Op dit moment bestaat uit het erf uit een bedrijfswoning met bedrijfsbebouwing. Hier was in het verleden een smederij gevestigd. De werkzaamheden zijn reeds gestopt, de smederij is niet langer op deze locatie aanwezig. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen. Hierbij is het plangebied met rode stippellijn weergegeven. In afbeelding 2.2 is een impressie weergegeven van de huidige situatie van het plangebied.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie (Bron: Regels op de kaart)
Afbeelding 2.2
Impressie huidige situatie (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
HOOFDSTUK 3
3.1
PLANBESCHRIJVING
Het voornemen
De voorgenomen ontwikkeling beoogt de transformatie van het perceel, waarbij zowel de bedrijfswoning en een deel van de bedrijfsgebouwen een woonfunctie krijgen. Een deel van het bestaande bedrijfsgebouw wordt ten behoeve van het voornemen gesloopt. Daarnaast worden aan de noordzijde van het perceel drie nieuwe grondgebonden woningen gerealiseerd. Er wordt een inrit gerealiseerd aan de oostzijde van het projectgebied om de drie nieuwbouw woningen te bereiken. Verder worden er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. Het perceel wordt zo veel mogelijk groen ingericht. In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 3.1
Gewenste situatie (Bron: Architektenburo van Ruth)
3.2
Infrastructuur en openbare ruimte
3.2.1
Algemeen
Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief 3.2.2
Verkeer en parkeren
De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2020-2030 (GVVP). Ten aanzien van de parkeernormen wordt daarin vermeld dat bij nieuwe ontwikkelingen de parkeerkencijfers uit de CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren - van parkeerkencijfers naar parkeernormen) als parkeernorm worden gehanteerd. Aangezien in augustus 2024 een nieuwe CROW publicatie is uitgebracht wordt in voorliggend geval aangesloten bij publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 - Basis voor parkeernormering’ van het CROW. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk (Bron; CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. Tabel met uitgangspunten Functie/activiteit Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, tussen/hoek
Parkeernorm per woning 2,1 2
Verkeersgeneratie per woning 7,8 7,4
Parkeerbehoefte In de gewenste situatie is sprake van een behoefte van afgerond (2 x 2,1 + 3 x 2 = 8,1) 9 parkeerplaatsen in het plangebied. Rondom de woningen is op eigen perceel voldoende ruimte aanwezig om te kunnen voorzien in die parkeerbehoefte. Hiervoor wordt ook verwezen naar de schets die is weergegeven in afbeelding 3.1. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het parkeeraspect geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Verkeersgeneratie en ontsluiting In de gewenste situatie is sprake van een verkeersgeneratie van afgerond (2 x 7,8 + 3 x 7,4 = 37,8) 38 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gezien de ligging aan de Ten Darperweg en de omvang van deze weg wordt gesteld dat de omliggende wegen van voldoende capaciteit zijn om de verkeersgeneratie af te wikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeersgeneratie geen belemmering oplevert voor de gewenste ontwikkeling. 3.2.2
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
HOOFDSTUK 4
4.1
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN
Algemeen
In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •
Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking;
Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.2.1
Algemeen
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief 4.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
4.3
Landschappelijke waarden
Er is een landschappelijke inpassing opgesteld. Hierin is aandacht besteedt aan het bergen van water door middel van een wadi en voldoende groen op het perceel. Daarnaast wordt tevens een fruithofje gerealiseerd. De wadi en het fruithofje worden ten noorden van de rijwoningen gerealiseerd. De woningen worden zo op een goede manier opgenomen binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. In afbeelding 4.1 en bijlage 1 wordt de landschappelijke inpassing weergegeven.
Afbeelding 4.1 Kampen)
Landschappelijke inrichting projectgebied (bron: Architektenburo van Ruth, Bouwbedrijf J. van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
HOOFDSTUK 5
BELEIDSKADERS
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
5.1
Rijksbeleid
5.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2
Instructieregels Rijk (Amvb’s)
Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o
o
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
5.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2022
5.2.1.1 Algemeen Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 geeft de provincie invulling aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen landbouw, natuur, water, wonen, werklocaties, verkeer en vervoer, landschap en cultureel-, aardkundig- en archeologisch erfgoed. De visie beschrijft de provinciale belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing, beschrijft het beleid en schetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe richting 2030. De Omgevingsvisie 2022 is een geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie 2018. De maatschappij verandert snel, en het provinciale beleid verandert mee. Al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving dat sinds 2018 nieuw of gewijzigd is vastgesteld, is doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2022. 5.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit en robuuste systemen De provincie Drenthe verwoordt haar missie als volgt: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.’ Onder de Drentse kernkwaliteiten worden landschap, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden, aardkundig erfgoed, natuur, stilte en duisternis verstaan.
De missie draagt uit dat de provincie Drenthe bij nieuwe ontwikkelingen bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Onder ‘bruisend Drenthe’ verstaat de provincie Drenthe een provincie waar het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. Deze missie wordt vervolgens verwoordt in de visie ‘Ontwikkeling van robuuste systemen mét ruimtelijke kwaliteit.’ De provincie Drenthe ordent de ruimte van de provincie in vier functies: natuur, landbouw, water en sociaaleconomisch. Voor deze functies streeft de provincie naar robuustheid. Dat betekent dat een functie zo stevig is, dat het weinig gevoelig is voor verstoringen. Hiervoor zijn de volgende robuuste systemen aangewezen: • • • •
Het robuust sociaaleconomisch systeem: heeft betrekking op wonen, werklocaties, infrastructuur en een gezond economisch klimaat; Het robuust landbouwsysteem: heeft betrekking op de ontwikkeling van een toekomstgerichte landbouw; Het robuust natuursysteem: heeft betrekking op de natuurgebieden en de verbindingen die de ruggengraat vormen voor de natuur; Het robuust watersysteem: betreft de samenhang van beken en kanalen die zorgdragen voor een optimaal waterbeheer.
5.2.1.3 Uitwerking robuuste systemen Gelet op vorenstaande is voor onderhavig voornemen voornamelijk het robuust sociaaleconomisch systeem. Onderstaand is dit nader uitgewerkt. Robuust sociaaleconomisch systeem Ten aanzien van het voornemen is met name het thema wonen relevant. Wonen De woningnood in Nederland wordt ook gevoeld in Drenthe. De regio Oost-Drenthe is door het Rijk aangewezen als één van de regio’s waar de bevolkingskrimp in Nederland het sterkt is, maar deze laat zich vooralsnog niet vertalen in huishoudenskrimp. Dit komt omdat huishoudens steeds kleiner worden, waardoor de krimp opgevangen wordt door de vraag naar de woningen. De autonome woningbouwopgave in Drenthe krijgt tot 2020 te maken met een daling van het aantal huishoudens,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief maar hier tegenover staat dat vanuit Groningen en Zwolle sprake is van een regionaal overkokende woningvraag die landt in de Drentse gemeenten. Per saldo betekent dit een woningbehoefte van ca. 10.000 tot 20.000 extra woningen tot en met 2030. De provincie zet in om toekomstbestendige woningen voor jong en oud. Dat betekent duurzaam, betaalbaar en passend bij de woonwens. Toetsing van het initiatief aan het sociaaleconomisch systeem Het voorgenomen initiatief sluit aan bij de Omgevingsvisie Drenthe 2022 en draagt bij aan het robuust sociaaleconomisch systeem, in het bijzonder op het gebied van wonen. Door het transformeren van een bedrijfswoning en een deel van de bedrijfsbebouwing naar een woonfunctie en het realiseren van drie rijwoningen op het erf, wordt voorzien in de actuele woningbehoefte binnen de regio. Dit is in lijn met het provinciale beleid dat inzet op duurzame en passende woningen, mede in het licht van demografische veranderingen zoals huishoudensverdunning en de overloop van woningvraag vanuit stedelijke regio’s. Door hergebruik van bestaande bebouwing wordt tevens bijgedragen aan ruimtelijke kwaliteit en het voorkomen van leegstand, wat de leefbaarheid en vitaliteit van het gebied versterkt.
Daarmee ondersteunt het initiatief het streven naar een toekomstbestendig en aantrekkelijk Drenthe waar het goed wonen is. 5.2.2
Omgevingsverordening Drenthe
De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 3.2 (Kernkwaliteit Cultuurhistorie) en artikel 3.4 (Kernkwaliteit Aardkundige Waarden) relevant.
Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie 1. Kernkwaliteit Cultuurhistorie bestaat uit de Historische infrastructuur, Kop van Drenthe, Het esdorpenlandschap rond Norg, Drentsche Aa, Assen, Hondsrug, Hunzedal en randveen, De Monden, Weerdingervenen en Roswinkel, Maatschappij van Weldadigheid, Drentse Hoofdvaart, Havelterberg, Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa, Velden en beekdalen van Centraal Drenthe, Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom, Coevorden beekdal en ontginningen, De Reest, Meppel en het laagveen rondom, Hollandscheveld en Hoogeveen, Het Amsterdamscheveld, Emmen, venen en randveenontginningen; 2. De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt in de Bijlage 2 Kernkwaliteiten Cultuurhistorie. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kop van Drenthe, Drentsche Aa, Hondsrug, De Monden, Maatschappij van Weldadigheid: a. houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. 4.
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in Historische Infrastructuur, Het esdorpenlandschap rond Norg, Assen, Hunzedal en randveen, Weerdingervenen en Roswinkel, Drentse Hoofdvaart, Havelterberg, Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa, Velden en beekdalen van Centraal Drenthe, Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom, Coevorden beekdal en ontginningen, De Reest, Meppel en het laagveen rondom, Hollandscheveld en Hoogeveen, Het Amsterdamscheveld, Emmen, venen en randveenontginningen: a. betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de toedeling van functies en activiteiten aan locaties, en; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in het ‘Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa’. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld om de kenmerken van het landschap ter plaatse te behouden en versterken, hierbij is uitgegaan van het toevoegen van voldoende groen, infiltratie- en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief bergingsmogelijkheden voor water. Gezien de ligging van het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied worden geen landschappelijke kenmerken aangetast.
Artikel 3.4 Kernkwaliteit Aardkundige Waarden 1. Kernkwaliteit Aardkundige Waarden bestaat uit Aardkundige waarden Beschermingsniveau Hoog en Aardkundige waarden Beschermingsniveau Middel. 2. De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied vastgelegd in de Bijlage 3 Kernkwaliteiten Aardkundige Waarden. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de gebieden Aardkundige waarden Beschermingsniveau Hoog: a. houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten; b. stelt regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. 4. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het gebied Aardkundige waarden Beschermingsniveau Hoog: a) Houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten; b) Stelt regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.4 Kernkwaliteit Aardkundige Waarden Het plangebied heeft het Aardkundige Waarden Beschermingsniveau Hoog. Voor de ontwikkeling hoeven geen grootschalige grondwerkzaamheden plaats te vinden, zoals heien. Gesteld wordt dat negatieve gevolgen voor de aardkundige waarden kunnen worden uitgesloten. Voor een nadere toetsing aan het aspect archeologie wordt verwezen naar paragraaf 10.2. 5.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.
5.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1
Omgevingsvisie Westerveld
5.3.1.1 Algemeen Deze Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. Voor 2040 heeft de gemeente vijf ambities: • • • • •
Een bereikbaar en veilig Westerveld; Een bedrijvig en gastvrij Westerveld; Een leefbaar en inclusief Westerveld; Een gezond en groen Westerveld; Een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld.
Samen met de gemeente brede keuzes vormen deze vijf ambities de basis voor de Visiekaart. Op basis van de ligging van het plangebied op de Visiekaart zijn met name de keuzes en ambities behorend bij deelgebied ‘Essen en oude veldontginningen’ en ‘overige kernen’ van toepassing. 5.3.1.2 Uitwerking deelgebiedsvisie: ‘Essen en oude Veldontginningen’ Dit deelgebied bestaat uit de oude gronden, voornamelijk zijn dit essen, veldontginningen en (delen van) veenrandontginningen. Het karakter van het gebied is wisselend. Van grote open agrarische landschappen naar kleinschalig esdorpenlandschap en wegdorpen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief Passend bij het wisselende karakter is ook de variatie aan gebruik van dit gebied. Naast akkerbouw en grasland bestaan in dit gebied ook de functies natuur en recreatie. Enkele delen van dit deelgebied maken onderdeel uit van het door de provincie Drenthe aangewezen Natuur Netwerk Nederland.
Gebied specifieke keuzes Combinatie van functies Schaalvergroting van (agrarische) bedrijven is in dit gebied moeilijk te realiseren. Dit als gevolg van de kleinschalige eigendomssituatie, de aanwezigheid van waardevolle essen, de nabijheid van andere (milieugevoelige) functies en de nabijheid van natuurgebieden. Daar waar kansen liggen, willen we deze echter faciliteren. Ontwikkeling van agrarische bedrijven zal naar verwachting met name plaatsvinden door functieverandering of functieverbreding, bijvoorbeeld met de verkoop van lokale producten. Ook daarvoor bieden we ruimte. Duurzame landbouw is hier zeker kansrijk, evenals kleinschalig en biologisch boeren. In het gebied liggen agrarische gronden die binnen de doelbegrenzing van het Natuur Netwerk Nederland vallen. De realisatie van het Natuur Netwerk Nederland vindt hier idealiter – voortbordurend op de landelijke ontwikkelingen - plaats door extensivering van de landbouw in vormen als agrarisch natuurbeheer en biologische landbouw. Boerderijen waar dit niet lukt, krijgen een andere passende functie, bijvoorbeeld wonen of kleinschalige verblijfsrecreatie. Beleefbaarheid Tot slot, omdat dit deelgebied grenst aan bijna alle dorpen, wordt het belangrijk gevonden om dit deelgebied vanuit de dorpen zo toegankelijk en uitnodigend mogelijk te maken - waar dat nog niet het geval is.
Dit sluit aan bij de gemeentebrede ambitie om bewegen te stimuleren. Daarnaast vinden we het kleinschalige en authentieke landschap belangrijk om te behouden, zeker als er allerlei ontwikkelingen in het gebied zijn. Bebouwing moet altijd passen bij de omgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen vinden we dit belangrijk: • • • •
Het ondersteunen van functieverandering of functieverbreding van agrarisch bedrijven waar dit nieuwe kansen oplevert en de waarden over eind blijven. In dit gebied is ruimte voor een innovatieve en dynamische recreatieve sector. Ontwikkelingen, onder andere ten aanzien van opwek van duurzame energie, mogen geen afbreuk doen aan de beleefbaarheid en herkenbaarheid van het authentieke, kleinschalige landschap. Vanwege de variatie in het gebied bieden we hierin maatwerk. Gebiedsontwikkeling nabij dorpen wordt bij voorkeur gecombineerd met een functie die uitnodigt om te bewegen.
5.3.1.3 Uitwerking deelgebiedsvisie: ‘Overige kernen: dynamische dorpen’ De gemeente Westerveld kent een groot aantal dorpen en buurtschappen. Ieder dorp is uniek, kent zijn eigen geschiedenis en heeft daardoor een eigen identiteit ontwikkeld. Grofweg zien we – naast de voorzieningendorpen Diever, Havelte, Dwingeloo en Vledder – twee typen dorpen in onze gemeente. Dit zijn woondorpen en dynamische dorpen. Wapse wordt getypeerd als een dynamisch dorp. Dynamische dorpen liggen qua omvang tussen de woondorpen en de voorzieningendorpen in. Naast de woonfunctie zijn er nog een paar voorzieningen aanwezig zoals een (door de gemeente ondersteund) dorpshuis of een basisschool. Of ze hebben een strategische ligging ten opzichte van bepaalde dynamische locaties. Voor voorzieningen zoals hoger onderwijs of grotere winkels moeten de inwoners het dorp uit. Koers voor de overige dorpen
•
Omdat ieder dorp uniek is, vind de gemeente maatwerk erg belangrijk. Dit betekent dat de gemeente samen met de dorpen kijkt waar de behoeften liggen en hoe de gemeente daarin ruimte kan bieden via regelgeving of kunnen faciliteren. Een aantal dorpen heeft (in eigen beheer) een Dorpsvisie opgesteld. Die Dorpsvisies kunnen dienen als leidraad.
•
Het 'dorpse en groene karakter' van de dorpen is een belangrijke pijler van de woonkwaliteit. Het behouden van de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
•
Voor het goed functioneren van een dorp is het belangrijk dat er voldoende ruimte voor ontmoeting is. De gemeente wil zich ervoor inzetten om deze voorziening voor de dorpen te behouden.
•
De gemeente wil de aantrekkelijkheid van de dorpen vergroten door ruime(re) mogelijkheden te bieden voor werken aan huis.
•
In alle dorpen is ruimte voor (beperkte) woningbouw. Wat betreft woningbouw in de overige dorpen kiest de gemeente hoofdzakelijk voor een vraag gestuurde aanpak. Eigen initiatief wordt toegejuicht, bijvoorbeeld om het eigen huis aan veranderende woonwensen of familiesamenstelling aan te passen. Ook experimenteel en exclusief wonen is mogelijk, zoals in de vorm van collectief particulier opdrachtgeverschap. Hierbij kijkt de gemeente wat bij de waarden voor het betreffende dorp past.
•
Naast deze visie formuleert de gemeente een visie op de voorzieningen in onze dorpen, die te beschouwen is als een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie wat betreft de ambitie ‘Een leefbaar en inclusief Westerveld’.
•
Initiatieven vanuit de dorpen die als doel hebben de sociale betrokkenheid en de leefbaarheid te verbeteren worden gestimuleerd. Ook initiatieven op het gebied van collectieve verduurzaming worden door de gemeente gestimuleerd.
5.3.1.3 Toetsing aan de ‘Omgevingsvisie Westerveld’ Het voorgenomen initiatief beoogt de transformatie van het plangebied, waarbij in totaal 5 woningen worden gerealiseerd. De bedrijfswoning wordt gewijzigd naar reguliere woning. Een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing wordt verbouwd tot woning en er worden drie rijwoningen gerealiseerd aan de noordzijde van het plangebied. Het voorgenomen initiatief sluit goed aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie Westerveld, in het bijzonder die voor de deelgebieden ‘Essen en oude veldontginningen’ en ‘Overige kernen’. De functieverandering van een reguliere bedrijfsfunctie naar een woonfunctie op een perceel aan de rand van het dorp, vormt een passende invulling binnen de visie op dorpsgerichte ontwikkeling. Voor dynamische dorpen zoals Wapse wordt ruimte geboden aan eigen initiatief en maatwerk, waarbij behoud van het dorpse, groene karakter vooropstaat. Deze ontwikkeling versterkt de woonfunctie van het dorp zonder dat sprake is van uitbreiding in het buitengebied. Omdat het plan voor een deel gebruikmaakt van bestaande bebouwing op een erf dat reeds deel uitmaakt van de dorpsrand, blijft de ruimtelijke structuur herkenbaar en wordt zorgvuldig aangesloten bij de bestaande omgeving.
Door het toevoegen van drie rijwoningen wordt bovendien tegemoetgekomen aan de woningbehoefte, in lijn met de vraaggestuurde benadering wat de gemeente stimuleert. De functieverandering draagt bij aan een leefbaar en toekomstgericht Westerveld, versterkt de vitaliteit van het dorp en voorkomt leegstand of onderbenutting van bestaand vastgoed. Daarbij blijft de beleefbaarheid van het landschap behouden en wordt invulling gegeven aan het streven naar een compacte, kwalitatief sterke dorpsontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de beoogde doelstellingen voor het gebied en hiermee in oversteenstemming is met ‘Omgevingsvisie Westerveld’. 5.3.2 Woonvisie 2019 – 2025, afwegingskader nieuwbouw en Addendum op de Woonvisie 5.3.2.1 Algemeen In de woonvisie zijn de gemeentelijke ambities om het woonklimaat te behouden en te versterken vastgelegd. De woonvisie is een visie voor de lange termijn waarbij als stip op de horizon 2025. De gemeente Westerveld heeft aan de hand van vijf hoofdthema’s haar wens vertaald: 1. 2. 3. 4. 5.
Profileren als woongemeente; Beschikbaarheid en betaalbaarheid sociale huur; Naar een toekomstbestendige woningvoorraad; Wonen met zorg; Ontwikkeling van de woningvoorraad.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief Binnen dit project zijn met name de thema’s ‘profileren als woongemeente’, ‘naar een toekomst bestendige woonvoorraad’ en ‘ontwikkeling van de woningvoorraad’ van belang. In een onderzoek naar de leefstijlen van huishoudens in de gemeente Westerveld komen drie groepen sterk naar voren: ‘landelijk leven’, ‘vrijheid en ruimte’ en ‘welverdiend genieten’. Bereikbaarheid en leefbaarheid in de dorpen zijn belangrijk om te profileren als woongemeente. De gemeente wenst vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Ook focust de gemeente zich op kwalitatieve woningvraag. 5.3.2.2 Afwegingskader nieuwbouw Nieuwbouwplannen binnen de gemeente Westerveld worden getoetst aan de het ‘Afwegingskader nieuwbouw’. Het instrument is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat het woningbouwprogramma zo goed mogelijk aansluit op de ontwikkeling van de woningbehoefte. Het afwegingskader bestaat uit een kwalitatieve en kwantitatieve toetsing. Kwalitatieve toetsing •
•
•
•
•
Inbreiding boven uitbreiding o Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats binnen bestaand stedelijk gebied. o Bij uitbreidingslocaties wordt eerst gekeken of alternatieve locaties beschikbaar zijn binnen de bestaande dorpskernen (binnen bestaand stedelijk gebied, conform de definitie van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking). Verrijking voor de bestaande voorraad o Biedt het plan een gevarieerd programma naar financieringscategorie en prijsniveaus, en draagt het bij aan de ambitie voor (aantrekken van) gezinnen, of voorziet het in Vernieuwende concepten die expliciet gericht zijn op Levenslang Wonen, experimentele vormen van Verduurzaming of woonconcepten die gericht zijn op het versterken van gemeenschapszin? o Voor de beoordeling van initiatieven wordt gekeken naar de bijdrage die het initiatief levert aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde daarvan. Hierbij wordt gedacht aan locaties die beschikbaar komen door hergebruik of transformatie van bepalende gebouwen of herontwikkeling na sloop verouderd (maatschappelijk) vastgoed: ▪ Het object heeft bij voorkeur een gezichtsbepalend karakter. Bijvoorbeeld een voormalige melkfabriek, schoolgebouw of karakteristieke boerderij. Dit betekent ook dat we aan transformatie van bijvoorbeeld niet-monumentale schuren of andere (voormalige) bedrijfsgebouwen naar woonfunctie geen medewerking verlenen.
▪ Transformaties hebben in landschappelijk waardevolle gebieden voorrang boven nieuwbouw, om zodoende de waardevolle open ruimten te sparen. Passend binnen de woonomgeving o Past het woningbouwplannen binnen de maat en schaal van de bestaande omgeving. o Verdere verstening van het buitengebied, en dus nieuwe woningen, wordt in principe niet toegestaan. Zie ook de structuurvisie, het bestemmingsplan Buitengebied en de provinciale omgevingsverordening. Toekomstbestendige woningvoorraad o Er wordt voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van levensloopgeschikte/voor senioren geschikte woningen in de voorzieningendorpen. o Er wordt voorkeur gegeven aan ontwikkelingen die Nul op de Meter zijn. Wonen met zorg o Initiatieven voor (kleinschalige) woonzorg vastgoed worden gefaciliteerd. o Ook hier wordt hierbij voorkeur gegeven aan transformatie-initiatieven, zoals vrijkomende agrarische bebouwing, oude schoolgebouwen en dergelijke om bouwen naar kleinere wooneenheden voor senioren.
Kwantitatieve toetsing •
Alleen bouwen bij aantoonbare behoefte en (maatschappelijke) meerwaarde o Nieuwbouw binnen de bestaande planologische ruimte (bestemmingsplannen) is mogelijk. Jaarlijks wordt vastgesteld in welke mate recente realisaties aansloten bij de vraag, en wat dit betekent voor de ruimte voor de komende jaren.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief 5.3.2.3 Addendum op de woonvisie Op 6 september 2022 heeft de raad van de gemeente Westerveld een addendum op de Woonvisie vastgesteld. De tijd en de woningbouwopgaven hebben de bestaande Woonvisie 2019-2025 ingehaald. Deze actualisatie in de vorm van het addendum dient als kader voor het uitvoeringsprogramma woningbouw voor de komende vier jaar. Gemeente Westerveld heeft de ambitie om 1.000 nieuwe woningen voor 2030 te realiseren. Hierbij gaat het tevens om de herbestemming van (deels) leegstaande panden. De basisopgave voor gemeente Westerveld is een minimale bouwopgave van 450 tot 500 woningen voor diverse doelgroepen. Uit de huidige plancapaciteit en toekomstige plannen blijkt dat verwacht wordt dat er tot 2030 een aantal van 100 of 200 woningen gerealiseerd worden op basis van particuliere plannen voor ruimte voor ruimte, woningsplitsing, transformatie van bedrijfslocaties en CPO’s. 5.3.2.3 Toetsing aan de Woonvisie 2019-2025, afwegingskader nieuwbouw en Addendum op de Woonvisie Het plan sluit goed aan op de Woonvisie 2019-2025. Het benut een bestaande locatie binnen het bebouwingslint en speelt in op de vraag naar woningen. Het plan betreft een inbreidingslocatie, waardoor verdere verstening van het buitengebied wordt voorkomen. Door hergebruik van het terrein wordt ook leegstand voorkomen.
Rijwoningen passen goed bij de dorpsstructuur en dragen bij aan meer variatie in het woningaanbod. Ook sluit het plan aan bij het addendum op de woonvisie, dat inzet op heronwikkeling van bestaande locaties als aanvulling op grootschalige woningbouw. Zo draag dit project bij aan de ambitie om voor 2030 1.000 nieuwe woningen te realiseren. Het initiatief versterkt het toekomstbestendige woningaanbod en sluit aan bij de woonwensen van mensen die kiezen voor ‘landelijk leven’ en ‘vrijheid en ruimte’. De ontwikkeling past daarmee binnen de Woonvisie 2019–2025, inclusief het addendum en afwegingskader. 5.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijke beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
HOOFDSTUK 6 6.1
OMGEVINGSVEILIGHEID
Algemeen
Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij dit wijzigingsbesluit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) 6.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan de hand van de risicokaart van Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van de risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 6.1 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven met daarop middels een rode ster de locatie van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief
Afbeelding 6.1
Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)
In de omgeving van het plangebied zijn twee risicobronnen aanwezig. Ten zuiden en ten noorden van het plangebied. Het betreffen windturbines. Gezien de afstand en het feit dat het plangebied niet binnen een aandachtsgebied valt is nadere toetsing aan de omgevingsveiligheid niet noodzakelijk. Daarnaast is er geen sprake van opslag voor het bewerken en/of her verpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl). Ook is er geen sprake van het opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). In de nabijheid van het plangebied is ook geen sprake van het exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Ten slotte ligt het plangebied ook niet in de nabijheid van een inrichting voor het opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Er zijn geen (veiligheid) maatregelen nodig voor de realisatie van het project. 6.3
Conclusie
Met voorliggend omgevingsplan wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Ten Darperweg 46 Wapse Definitief