CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo_Bijlagen bij motivering

Politieke avond Westerveld 21 april 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel plan Storkschoollocatie (spreekrecht)21.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Bijlagen bij motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo 16-09-2025

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Inhoudsopgave

Bijlagen bij motivering

4

Bijlage 1

Uitgangspuntennotitie waterbelang

4

Bijlage 2

Situatietekening waterberging

20

Bijlage 3

Stedenbouwkundig ontwerp

22

Bijlage 4

Beeldkwaliteitsplan

27

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

46

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek

112

Bijlage 7

Programma van Eisen archeologie

148

Bijlage 8

Proefsleuvenonderzoek

179

Bijlage 9

Natuurtoets

217

Bijlage 10

Nader onderzoek ecologie

242

Bijlage 11

AERIUS-berekening

250

Bijlage 12

AERIUS Bijlage I

264

Bijlage 13

AERIUS Bijlage II

273

Bijlage 14

AERIUS Bijlage III

279

Bijlage 15

AERIUS Bijlage IV

287

Bijlage 16

AERIUS Bijlage V

293

Bijlage 17

AERIUS Bijlage VI

301

Bijlage 18

Project-mer-beoordeling

307

Bijlage 19

Participatieverslag inloopbijeenkomst oktober 2025

317

Bijlage 20

Zienswijze

325

Bijlage 21

Zienswijzennota

328

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Bijlagen bij motivering Bijlage 1 Uitgangspuntennotitie waterbelang

4

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

Versie 2024

Inhoudsopgave 1. Wateradvies

3

1.1. Aanleiding

3

1.2. Doel en inhoud van het document

3

1.3. Vervolg van het document

3

2. Bestaande situatie

5

2.1. Aanvraag wateradvies Woningbouw Kerkpad, Dwingeloo

5

2.2. Bestaande waterhuishouding

5

3. Uitgangspunten voor het plan

6

3.1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau

6

3.2. Watersysteem

6

3.3. Overbelasting watersysteem

8

3.4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast

11

3.5. Waterkwaliteit

12

3.6. Riolering

13

4. Vervolg weging waterbelang

15

4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten

15

4.2. Beoordeling en officieel wateradvies

15

4.3. Omgevingsvergunning

15

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 2

1.

Wateradvies

1.1. Aanleiding Water is een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Vanuit de omgevingswet dienen de overheden bij de beoordeling van de fysieke leefomgeving de ‘weging van het waterbelang’ mee te nemen. Voor het beoordelen van het waterbelang dient het bevoegd gezag afstemming te zoeken met het waterschap. Om hier invulling aan te kunnen geven vraagt het Waterschap Drents Overijsselse Delta bij aanvang van een initiatief voor een omgevingsplanactiviteit of een voorgenomen ontwerp (wijziging) van een omgevingsplan een wateradvies in te dienen, zodat de weging van het waterbelang in een vroeg stadium kan worden meegenomen en kan worden uitgewerkt. Op basis van de aangeleverde informatie via invullen van de watertoets (www.wateradvies.nl) wordt er door het waterschap een uitgangspuntennotitie opgesteld. Op basis van dit uitgangspuntendocument kan het wateraspect verder worden uitgewerkt in de onderbouwing van het initiatief. Daarna zal op basis van deze uitwerking door het waterschap uiteindelijk een wateradvies worden afgegeven. Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in de Watervisie, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water en in de Uitwerkingsnotitie Stedelijk water.

Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd.

1.2. Doel en inhoud van het document Het doel van onze uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase/ontwerpfase van een plan bruikbare informatie aan te leveren om de weging van het waterbelang vorm te kunnen geven voor alle wateraspecten in en rond het plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat: • De bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2.1); • Concrete uitgangspunten voor het plan waarmee u de wateraspecten regelt (Hoofstuk 3); • Informatie over het vervolg van de weging van het waterbelang en de uiteindelijke beoordeling van WDODelta in het kader van het wateradvies (Hoofstuk 4).

1.3. Vervolg van het document Het is de bedoeling dat de u de uitgangspuntennotitie uitwerkt en deze bijvoegt bij de conceptaanvraag van een (buitenplans) omgevingsplanactiviteit, wijziging van het omgevingsplan of projectbesluit. Het enkel bijvoegen van de dit document of de ingediende digitale vragenlijst is onvoldoende om weging van het waterbelang vorm te geven.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 3

Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Legger oppervlaktewater en waterkeringen Op de website van WDODelta vindt u een geoportaal met de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: - de locatie van wateren en dijken; - de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; - de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; - de ruimte die we rond watergangen reserveren voor onderhoud; - wie het onderhoud uitvoert (als de onderhoudsplichtige niet is opgenomen, dan geldt de Keur) Waterschapsverordening In de Waterschapsverordening (voorheen Keur) staan regels: - over het voorkomen van schade aan onder andere dijken en oevers; - over het onderhoud van onder andere sloten, beken en rivieren; - over het gebruik van grondwater en water uit sloten. ArcGIS Online Diverse gegevens ontsluiten wij via het webportaal van ArcGIS Online. www.klimaateffectatlas.nl In de klimaateffectatlas ziet u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaateffectatlas kan helpen om bestaande risico’s, of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling, te minimaliseren.

Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: - Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) - RIVUS (West-Overijssel) Provincie Overijssel Provincie Overijssel heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Provincie Drenthe Provincie Drenthe heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Drenthe.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 4

2.

Bestaande situatie

2.1. Aanvraag wateradvies Woningbouw Kerkpad, Dwingeloo Het plan ligt aan het Kerkpad in de gemeente Westerveld. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Woningbouw aan het Kerkpad te Dwingeloo.

2.2. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het deelstroomgebied de Oude Vaart. Voor het plan is het van belang of er rond het plangebied oppervlaktewaterlichamen1, ook wel watergangen genoemd, en/of een bergingsgebied2 aanwezig zijn. Bij watergangen wordt er onderscheidt gemaakt in A- en B-oppervlaktewaterlichamen. Binnen het plangebied liggen geen A-oppervlaktewaterlichaam of B-oppervlaktewaterlichaam die WDODelta beheert. Het plan ligt niet in een bergingsgebied van het waterschap. Het peilgebied bevat één peil en heeft een maximumpeil van NAP +6.4 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Figuur 1 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.

-

-

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +10.0 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit veengronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) is bij het waterschap niet bekend. Echter is de GHG voor ons een indicatie en adviseren wij daarom altijd om zelf onderzoek te doen naar de daadwerkelijke GHG in het plangebied. Let op: Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. Bij extreme neerslag wordt wateroverlast bij het plangebied verwacht (zie https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/).

1

Samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna. 2 Gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 5

Figuur 2 - Kaartbeeld wateroverlast bij fikse bui 70 mm in 2 uur.

3.

Uitgangspunten voor het plan

3.1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau De uitgangspunten in dit hoofdstuk verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaald worden naar maatregelen binnen het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies vragen over waterhuishoudkundige maatregelen. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Watersysteem • Overbelasting watersysteem • Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase beoordeelt WDODelta de onderbouwing.

3.2. Watersysteem Het watersysteem is het samenhangend geheel van één of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Het is van belang om de aan- en afvoer van voldoende water via het watersysteem te kunnen waarborgen. Daarnaast is het waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water van groot belang. Criteria oppervlaktewaterlichamen: • A-oppervlaktewaterlichamen (>25 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud. • B-oppervlaktewaterlichamen (>10 l/s afvoer en <25 l/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de aanliggende eigenaar van de

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 6

•

watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud (we noemen dat onderhoudsplichtig3). Op de Bwatergangen wordt door het waterschap toezicht gehouden (dit noemen wij schouw). Overige oppervlaktewaterlichamen, ook wel C-watergangen genoemd (<10 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggende eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht of het onderhoud goed wordt uitgevoerd, behalve als de C-watergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt.

3

Onderhoud is het totaal van activiteiten met als doel, het in "een aanvaardbare conditie" houden of terugbrengen van de watergang. Specifieke kenmerken van deze conditie worden afgestemd met het waterschap.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 7

Wijzigingen aan het watersysteem4 Dempen of graven wateren: Voor het graven of dempen van watergangen (ook die niet in beheer zijn bij WDODelta) zijn regels. Voor de activiteit kan een melding of vergunning nodig zijn op basis van de Waterschapsverordening. WDODelta neemt nieuwe A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat de watergang voldoet aan deze criteria.

3.3. Overbelasting watersysteem Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren. Dit mag echter niet leiden tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die door de overheid gesteld worden aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Bij het voorkomen van wateroverlast zijn er twee zaken van belang: • Voorkomen van overbelasting van het watersysteem en • Voorkomen van versnelde afvoer van afstromend hemelwater Het is van belang om overbelasting van het watersysteem te voorkomen. Dit kan worden gerealiseerd door gebiedseigen water daar waar het valt te gebruiken of vast te houden. Hierbij is de voorkeursreeks van toepassing: hergebruik – vasthouden/infiltreren5 – afvoeren.

Regenwater dat op een onverharde bodem valt, dringt voor een belangrijk deel in de bodem. Ter plaatse van verhard oppervlak zoals bebouwing en terreinverharding zal het regenwater nauwelijks in de bodem dringen: vrijwel al het water stroomt direct af naar het slotenstelsel. Dit betekent dat het waterpeil bij een flinke regenbui snel kan stijgen. Het is van belang om wateroverlast binnen het plangebied te voorkomen. Ook mag de bebouwing, door het versneld afvoeren van water, geen wateroverlast veroorzaken buiten het plangebied, dit wordt afwentelen genoemd. Het afwentelen van wateroverlast betekent dat de problemen die ontstaan door overtollig water niet worden opgelost, maar verplaatst naar andere gebieden. Daarom is het aanleggen van extra waterberging ter compensatie van het verhard oppervlak noodzakelijk, zo wordt de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater voorkomen. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthouden-bergen-(vertraagd) afvoeren.

4

De specificatie van ons watersysteem is op te vragen bij onze beheer afdeling.

5 Infiltreren is het insijpelen van hemelwater in de bodem.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 8

Bij een herinrichting neemt vaak het verharde oppervlak niet toe of af. Toch moet het toekomstige gebied voldoen aan het watersysteem, waarin rekening is gehouden met klimaatverandering. Wij hanteren onderstaande stappenplan bij herinrichting: • Toon kwantitatief aan hoeveel hemelwater er binnen het plangebied vrijkomt bij een extreme bui (111 mm in 48 uur) gebeurtenis die minimaal eenmaal in de 100 jaar voor komt; • Geef aan hoe in de huidige situatie met het hemelwater in het plangebied wordt omgegaan; • Geef aan of er in de huidige situatie knelpunten in het plangebied voorkomen met de afvoer van hemelwater; • Geef aan hoe in de nieuwe situatie hemelwater lokaal wordt benut, verwerkt en/of afgevoerd en beschrijf hoe aan, de door gemeente en waterschap, gestelde eisen wordt voldaan; • Beschrijf hoe de aanvoer van hemelwater op het watersysteem door de ontwikkeling wijzigt en stem met ons af of dit mogelijk is. Bovenstaande punten moeten worden uitgewerkt en worden toegevoegd bij de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Compensatie nieuwbouw grote plannen en uitbreidingslocaties (stedelijk gebied & landelijk gebied > 500 m2) Voor grotere plannen en uitbreidingslocaties geldt als regel, dat voor het totale aanwezige verhard oppervlak binnen het plan een berging, ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is.

Zoals al is aangegeven volgt compensatie de volgende trap: vasthouden-bergenafvoeren. Na realisatie van het plan is er een totaal verhard oppervlak van ongeveer 2790 m2 aanwezig binnen het plangebied. Dit houdt in dat een waterbergend van 2790 m2 * 0.08m = 223,2m3 aanwezig moet zijn of moet worden aangelegd. Houdt er wel rekening mee dat elke vorm van verharding moet worden meegenomen als verharding. Halfverharding rekenen wij als verharding omdat is gebleken dat na verloop van tijd het doorlatend vermogen van halfverharding afneemt. In het plan is zichtbaar hoe de waterberging eruit moet gaan zien. Deze kan voldoen maar let er op dat deze niet te diep wordt, een wadi mag het grondwaterpeil niet raken. Om hier inzicht van te krijgen kunt u peilbuizen plaatsen. Ook adviseren wij om een hemelwatersysteem te realiseren zodat het water dat elders in het plangebied valt naar de waterberging afgevoerd kan worden. De onderstaande uitgangspunten gelden: • Bestaand open water binnen het plangebied biedt mogelijk ruimte voor extra berging, dit moet in overleg met het waterschap bekeken worden. • Bij water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s rekenen we de bergings-/infiltratiecapaciteiten in de bodem (inclusief grondverbetering) niet mee. De hoogte van de berging wordt berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat.

Let op: o het oppervlak van de bovengrondse berging (bijvoorbeeld wadi of bergingsvijver) telt zelf ook mee bij het ‘afstromend oppervlak’ voor bepalen m3 berging. o een berging onder de grond - in de vorm van kratten of Rockflow - telt wel mee met de berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden (GHG moet niet hoger zijn dan onder de onderkant van de kratten of Rockflow). o Berging in de bestaande gemengde riolering valt hier niet onder. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 9

Wij toetsen het watersysteem op basis een regenbui van 111 mm6 in 48 uur (hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden op basis van gegevens KNMI). De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komt en belangrijke ontsluitingswegen vrij van water blijven. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA7 statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm. Criteria

Statistiek volgens STOWA - rapport 2015-10

Klimaatscenario Afvoer (l/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende bui duur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc. (mm) Benodigde berging (mm)

Huidig klimaat +10% 1,6 48 111 28 (1,6 l x 3600 s x 48 h/10.000) 3 80

Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging

Extreme neerslag (boven normatieve situatie) Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie wordt bekijken. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze komen zeker met de verandering van klimaat vaker voor. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben.

Grondwateroverlast en kwel • Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij, ter voorkoming van grondwateroverlast, een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de GHG. Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld). • Drempelhoogte gebouw: Om wateroverlast (hemelwater) en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager (beneden het maaiveld) gelegen ruimtes zoals kelders, parkeergarages is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast. • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimte loos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. • Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om, in overleg met ons, zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen.

Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan die gebruikt kunnen worden. In de praktijk zien wij dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) vaak te laag wordt ingeschat, dit leidt tot wateroverlast na realisatie van de ontwikkeling.

6

mm neerslag = liters/vierkante meter

7 Stowa: stichting toegepast onderzoek waterbeheer.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 10

3.4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Grondwater - grondwateronttrekking In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet, na het bouwrijp maken. Op grond van de Waterschapsverordening is een melding aan of vergunning van het waterschap nodig voor grondwateronttrekkingen. Het uitgangspunt is dat de minder risicovolle grondwateronttrekkingen met een melding worden toegestaan en daarmee vrijgesteld zijn van de vergunningplicht. Als niet voldaan kan worden aan de criteria uit de algemene regel uit de waterschapsverordening, blijft het verbod om zonder vergunning grondwater te onttrekken van toepassing. Structurele grondwateronttrekking (vanaf 10 m3/uur) zijn in principe niet gewenst. Grondwaterstanden veengebieden In zettingsgevoelige gebieden houden we rekening met de bodemgesteldheid en de relatief hoge grondwaterstanden (tot bestaande maaiveld). Hierbij handhaaft u het bestaand grondwaterpeil en past u de bouwwijze hierop aan. Verdroging/vernatting Wij gaan bij het plan uit van het bestaande of verhogen van grond- en oppervlaktewaterregime. Indien bij het ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied er een wens is tot waterpeil wijziging, dan is het nodig om ons hier tijdig bij te betrekken.

Neemt u hiervoor contact op met de gebiedsbeheerder van het waterschap.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 11

3.5. Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Beleid en regelgeving Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Voor de borging van waterkwaliteit gelden diverse maatregelen. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o Schoon hemelwater (dakoppervlakken) mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater binnen het plangebied. o Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater binnen het plangebied. o In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Als dit niet kan is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Hemelwater wordt vastgehouden alvorens het vertraagt wordt afgevoerd. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden in het ontwerp geen uitlogende (bouw)materialen gebruikt. • Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden.

Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer. Stilstaand water - zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte). • Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar wij geen water kunnen aanvoeren en sloten droogvallen, kunnen wij de waterkwaliteit niet sturen. We adviseren om in deze gebieden bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te hanteren van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen. Verontreinigingen - afvalwater Bij verontreinigd afvalwater, bijvoorbeeld verontreinigd hemelwater, geldt de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van afvalwater: 1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 3. afvalwaterstromen gescheiden houden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; 4. huishoudelijk afvalwater en afvalwater wat betreft biologische afbreekbaarheid daarmee overeenkomt, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, worden ingezameld en naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd; 5. ander afvalwater dan bedoeld onder 4, wordt, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, opnieuw gebruikt; 6.

ander afvalwater dan bedoeld onder 4 wordt lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu gebracht en 7. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 wordt naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd. De gemeente of provincie gaan over lozingen in het openbaar rioolstelstel en het waterschap over lozing in het oppervlaktewater8. Afhankelijk van het soort afvalwater, gelden er regels uit de Waterschapsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving. Er kan een meldplicht of een 8 Of in een uitzonderlijke situatie wanneer op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap wordt geloosd.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 12

vergunningplicht gelden, neem voor meer informatie contact op met het waterschap, of zo nodig met uw gemeente of provincie. In het algemeen adviseren wij: • Het gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing; o Stoffen, bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen (ook milieuvriendelijke), niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater te lozen. • Bij een agrarisch terrein de inrichting van het terrein dusdanig in te richten, dat geen overmatige toevoer van meststoffen (onder andere stikstof en fosfaat) naar het watersysteem loopt. Het terrein is onder andere bezemschoon. De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. Dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Omgevingswet: Besluit activiteiten leefomgeving).

3.6. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater, zie paragraaf 3.4. • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.

• Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een activiteit/inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater gelden lozingsvoorschriften in paragraaf 6.2.4 en 7.2.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast is afdeling 4.4 ‘Lozen van huishoudelijk afvalwater’ van de Waterschapsverordening van toepassing. Er kunnen ook aanvullende regels in het omgevingsplan van de gemeente staan. De voorkeursroute voor lozing is via het vuilwaterriool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. In de Waterschapverordening zijn afstandsbepalingen opgenomen waarbij verplicht in het vuilwaterriool moet worden geloosd. o Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een zuiveringsvoorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o De regels voor het lozingen van (bedrijfs)afvalwater vindt u terug in de Waterschapsverordening en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 13

•

Gemeentelijk rioleringsbeleid: De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan. Eventueel geldt er een bergingseis vanuit de gemeente. Bekijk voor alle voorwaarden en eisen altijd het omgevingsplan van de gemeente.

Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het omgevingsplan. Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 14

4.

Vervolg weging waterbelang

4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten Bij elk plan of project met een ruimtelijk aspect moet een weging van het waterbelang plaatsvinden. Hierdoor is er aandacht voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium overlegd met het waterschap. Het proces begint met een plan of schets. In dit stadium wordt een wateradvies ingediend. Dit document geeft u handvatten om verdere uitvoering te geven aan de waterhuishouding van het idee of schets. Het is de bedoeling dat u op basis van de waterhuishouding in en rondom uw plangebied en deze uitgangspuntennotitie het waterbelang uitwerkt, daar waar nodig doet u dit met het opstellen van een WHP. Het plan kan informeel worden besproken met het waterschap, meestal gebeurt dit via de zogeheten omgevingstafel of bilateraal. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspuntennotitie dan gaan wij graag met u in gesprek. Mocht u graag willen sparren over de uitwerking van de waterhuishouding op het perceel, ook dan gaan we graag met u in gesprek.

4.2. Beoordeling en officieel wateradvies Na deze (informele) fase dient het onderdeel ‘water’ uitgewerkt te worden om te komen tot een volledige onderbouwing voor een aanvraag voor een (buitenplans) omgevingsplan activiteit, wijziging van een omgevingsplan of projectbesluit. Hierbij zien wij graag de ‘water en bodem sturend’ filosofie terug zodat er een goede weging van de waterbelangen kan worden gemaakt. Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u ons deze ter beoordeling toe. Wij kunnen alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij het waterbelang in het plan wegen in het licht van de geldende regels vanuit het omgevingsplan, de Waterschapsverordening en het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Geldigheid van de uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van onze beleidsregels. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteren wij een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar.

Wanneer deze termijn verstreken is, kunt u met ons contact opnemen voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar of wij sturen u de geactualiseerde uitgangspunten.

4.3. Omgevingsvergunning Heeft u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig op grond van de Waterschapsverordening? De uitgangspuntennotitie dat wij opstellen in het kader van het wateradvies is geen omgevingsvergunning voor (water)activiteiten. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Waterschapsverordening of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit aanvragen op het digitale omgevingsloket of via onze website wdodelta.nl. In de uitgangspunten (paragraaf 2) staat waar mogelijk een watervergunning voor nodig is.

© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Dominic Suurling op 7 augustus 2025. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over het wateradvies op de website van WDODelta.

Watertoets Kerkpad Dwingeloo

pagina 15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Bijlage 2 Situatietekening waterberging

20

N

6.01 2.00

10.00

A B

4.80

C

4 01 voetpad

D 2.00

0 10.0 8.51

E

0.992.50

4.99

5 02 voetpad

2.00

F

1 01 parkeren

G 6.30 2.00

H

6.01

3 02 rijweg 00

6.

I 0 .5

2

J 0 .0

00 5.

10

K

bergingen

Verharding Type 01 parkeren

362 m²

B

118 m²

01 rijweg

215 m²

C

129 m²

02 rijweg

1234 m²

D

182 m²

01 voetpad

216 m²

E

181 m²

02 voetpad

466 m²

F

129 m²

G

129 m²

H

169 m²

I

148 m²

J

88 m²

Watertoets (indicatie) Benodigd wadi oppervlakte 2491+1224=3715m2 * 0,08 = 297m3 / 0,5m (wadi diepte) = 594 m2 Aanwezig wadi oppervlakte = 600m2

2.00

Publiek groen

Oppervlakte

176 m²

Type 01 groenstroken

Oppervlakte 1516 m² 1516 m²

Bomen behouden verwijderen

2494 m²

Parkeren sociaal 8 woning x 2 starters 10 woning x 2,4 totaal

= 16 parkeren = 24 parkeren = 40 parkeren

Project

K

88 m²

M

195 m²

N

252 m²

O

113 m²

P

113 m²

Q

113 m²

Onderwerp

R

191 m²

S

844 m²

Situatietekening V4.2

3360 m²

10.00 6.00

ed

Oppervlakte

N

ebi

A

0

2.0

ng ele

ikk

Mark

O

10

0

.00

5 02 voetpad

ntw

wadi

Kavels

P

0

te o

niet te ontwikkelen gebied

Q

2.0

M

6.30

R

6.3

L

S

4.80

2 01 rijweg

Woningontwikkeling Storkschool Dwingeloo Opdrachtgever

Gemeente Westerveld

Getekend Datum

Gemeente Westerveld Raadhuislaan 1 7981 EL Diever

Gewijzigd 18-6-25

Datum

12-09-25

Formaat

A3

Fase

Schaal

-

VO

Projectnummer

Bladnummer

0004

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Bijlage 3 Stedenbouwkundig ontwerp

22

3

3 3 3 3 3 3 3 3

3

5

ϬϬ

3 ϱϵ ϵϴ

3

Ϯϱ

ϲϬϬϵ

3

ϮϱϬϬ

&

3

3

4

3

3

'

ϭϬϬϬϬ

3

%

$

3

3

3

ϮϱϬϬ

3 3

3

3

3

3

3

3

ϰϯϬϬ

3 3

(

)

Ϭ ϭϬϬϬ

ϮϬϬϬ

3

P

+

ϬϬ Ϭ ϭϬ

*

P

ϮϬϬϬ

6

P

P

P

EHUJLQJHQ

2

P

P

P

1

,

P

ϲϯϬϬ

-

ϲϬϬϬ

ϮϬϬϬ ϮϬϬϬ

ϭϬϬϬϬ

ϲϯϬϬ

.

ϮϬϬϬ

ϲϯϬϬ ϭϵϵϵ

ZDGL

EHKRXG Y D Q  K D D J W LMGHQVGH XLWYRHULQJQ WE

/

ϬϬ ϮϬ

0

STORKSCHOOLLOCATIE DWINGELOO

Ϭ ϬϬ ϭϬ

ϬϬ ϮϬ

WONINGBOUWONTWIKKELING

ϲϯ ϬϬ

ϰϯϬϬ

ϬϬ

ϱϬ

1

WONINGBOUWONTWIKKELING STORKSCHOOLLOCATIE DWINGELOO

GEBIEDSVISIE

STORKSCHOOLLOCATIE DWINGELOO 1 Verkaveling

1

Positionering 3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

$

%

$

%

&

nok: 8,25m goot: 3m

'

& 3 3

8 sociale huurwoning

uim enr tuss ene gro

'

(

3 3

3 3

)

3 3

(

3

g

te

+

3

ol o h c

s

rk sto

3

3

)

3

3

nok: 8,25m goot: 3m

3

w u o eb

*

3

3

3

3

*

3

3 3 3

3

+

3

3

3 3

3

3

3

3

3

3

,

3

3

3

3

-

3 3 3

3

,

3

3 3

3 3

-

3

3

.

6

Bruges

10 hofwoningen (senioren)

3

/

0

3 3 3

.

6

5

/

4

3

beschermd dorpsgezicht 2

1

Sin

0

5

rk

ke s a a l o c t Ni

nok: 8,25m goot: 3m

4

3

2

nok: 8,25m goot: 3m

1

ZDGL

brink

3 3 3 3

ZDGL

3 3

• de woningbouwlocatie ligt ingeklemd tussen de historische lintbebouwing van Dwingeloo en de jaren 80 wijk Bruges • de woningontwikkeling sluiten met zijn groen en infrastructuur aan op de bestaande woonomgeving maar krijgt qua uitstraling een eigen identiteit • bij de hofwoningen is de binnentuin met paden in gezamelijk eigendom • de hofwoningen hebben losse bergingen gecentreerde op de binnentuin

• de bouwvolumes van het seniorenhof ligt in de contouren van de voormalige storkschool • het aanzicht op de kerk blijft behouden • door de bouwvolumes in een gebogen lint te plaatsen ontstaat er een groene tussenruimte • vanaf de brink is er zicht op de binnentuin van de hofwoningen

aanzichten kaders groene tussenruimte bouwwerken beschermd dorpsgezicht

GEBIEDSVISIE

STORKSCHOOLLOCATIE DWINGELOO 1 Wegen en paden

1

Groen 3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

$

%

$

&

%

'

& 3 3

'

(

3 3

3 3

)

3 3

(

*

3 3

3

3

+

3

3

)

3

3

3

3

3

3

*

3

3

3

3

3 3

3

+

3

3

3 3

3

3

3

3

3

3

,

3

3

3

3

-

3 3 3 3

.

3 3

,

3

3

6

/

3

3 3

-

3

0

3 3 3

.

6

5

4

3

2

/

0

5

4

1

waterberging benodigd 600 m2 3

3

3

2

3

1

3

ZDGL

3 3

3 3 3 3

ZDGL

• rondrit structuur (tweerichtingsverkeer) • parkerenkoffers verspreid over de locatie • deels parkeren op eigen erf • behoud van bestaande inritten • zoveel mogelijke behouden van bestaande wegen en paden

3 3

autoverkeer (tweerichtingen) bestaande inritten

• zoveel mogelijke behouden van bomen • behouden van hagen (voornamelijk op de perceelgrenzen) • aanleg van waterberging op locatie

te behouden bomen te verwijderen bomen te behouden haag_hoog te behouden haag_laag

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan

27

BEELDKWALITEITSPLAN WONINGBOUW STORKSCHOOLLOCATIE

DWINGELOO

29-10-25

Inhoud 1. Het plangebied ▪ De locatie 2. Het plan ▪ 3D view ▪ gebiedsvisie 3. Uitwerking ▪ Vormgeving ▪ Beoordeling ▪ Materialen en kleuren ▪ Erfafscheidingen ▪ Zo niet / zo wel

Gemeente Westerveld | 1

1. Het plangebied De locatie Dit beeldkwaliteitsplan is geschreven vanuit de gewenste ruimtelijke kwaliteit die het gebied van de voormalige Storkschool rijk is. Dit document bevat de spelregels waaraan de nieuwe bebouwing zal moeten voldoen. Het beeldkwaliteitsplan dient daarbij als toetsingskader en inspiratiebron. De inspiratiebeelden in dit documenten moeten niet gezien worden als een keurslijf maar als een hulpmiddel om zo gezamenlijk de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied te waarborgen. Perceelgegevens: • Oppervlakte: Circa. 6.800 m² • Omgeven door groene erfafscheidingen: Het perceel wordt omsloten door bestaande bebouwing met grotendeels groene erfafscheidingen. • Toekomstige ontwikkeling: Gezien de aard van de locatie en de omliggende bebouwing, is het gebied geschikt voor een kleinschalige nieuwbouwontwikkeling met een lage dichtheid. De omgeving biedt ruimte voor een inpassing die het historische karakter respecteert. Contouren voormalige storkschool

Gemeente Westerveld | 2

De locatie ▪ ▪ ▪

De locatie ligt ten noorden van de Kleine Brink. Aan de zuidkant wordt de locatie ontsloten richting de Brink en in de zuidwesthoek via de Bruges en het Kerkpad. De locatie valt buiten het gebied dat is aangewezen als beschermd Dorpsgezicht.

ontsluitingwegen autoverkeer Gemeente Westerveld | 3

2. Het plan 3D view

Gemeente Westerveld | 4

Gebiedsvisie ▪ ▪ ▪ ▪

de bouwvolumes van het seniorenhof ligt in de contouren van de voormalige storkschool het aanzicht op de kerk blijft behouden door de bouwvolumes in een gebogen lint te plaatsen ontstaat er een groene tussenruimte vanaf de brink is er zicht op de binnentuin van de hofwoningen

Gemeente Westerveld | 5

▪ ▪ ▪

zoveel mogelijke behoud van bomen behouden van hagen (voornamelijk op de perceelgrenzen) aanleg van waterberging op locatie

Gemeente Westerveld | 6

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

rondrit structuur (tweerichtingsverkeer) parkeerkoffers verspreid over de locatie deels parkeren op eigen erf behoud van bestaande inritten zoveel mogelijke behouden van bestaande wegen en paden

Gemeente Westerveld | 7

voordeuren verbijzondering kopgevels

*

▪

*

▪

B

▪

A

C

▪

D

v E

v

F

v G

de woningbouwlocatie ligt ingeklemd tussen de historische lintbebouwing van Dwingeloo en de woonwijk Bruges de woningontwikkeling sluiten met zijn groen en infrastructuur aan op de bestaande woonomgeving maar krijgt qua uitstraling een eigen identiteit bij de hofwoningen is de binnentuin met paden in gezamelijk eigendom de hofwoningen hebben losse bergingen gecentreerde op de binnentuin

v

H

v

* v v *v I

vJ K L

* R

vM Q

P

O

N

*

v * v v v

v

v

v

v

v

Gemeente Westerveld | 8

3. Uitwerking

Hoofdvorm: woningblokken ▪ Vorm: rechthoekige grondvorm. ▪ Kap: zadeldak in de langs richting van het bouwblok. ▪ Gevelopeningen: verticale geleding. ▪ Dakopeningen: ondergeschikt aan het dakvlak. ▪ Geen dakkapellen.

Vormgeving

Afmetingen: woningblokken A t/m R ▪ Nokhoogte hoofdvolume: maximaal 8,3 meter. ▪ Dakhelling hoofdvolume: tussen de 30 en 45 graden

*

Afmetingen: bergingen A t/m H ▪ Hoogte volume: maximaal 3 meter. Afmetingen: bergingen I t/m R ▪ Kap: zadeldak. ▪ Nokhoogte volume: maximaal 5 meter. ▪ Goothoogte volume: maximaal 3 meter.

*

* verbijzondering kopgevels

Woningblok A t/m D

Bergingen (hofwoningen)

* Woningblok E t/m H

* * Woningblok I t/m M

* Woningblok N t/m R

Gemeente Westerveld | 9

Beoordeling Welstandscriteria Ligging 1. Voorgevels worden aangegeven door de voordeuren (zie pagina 8; verkaveling). 2. Hofwoningen I t/m R dienen de voor- en achtergevels van een gelijkmatige kwaliteit te worden voorzien. 3. Bijgebouwen zoals aangegeven in de verkavelingstekening (zie pagina 8; verkaveling ). Massa en vorm 1. De bebouwing kenmerkt zich door één bouwlaag met een kap en een lage gootlijn, waarbij de kap het meest dominant is. 2. Bijgebouwen moeten in de bouwmassa passen binnen de daarvoor aangegeven contouren en moet ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw op het perceel (zie pagina 9; vormgeving). 3. Bergingen en geen garageboxen. 4. Geen dakkapellen. Detaillering 1. Woningen A t/m H. Een sobere, maar zorgvuldige, bij het bouwtype behorende detaillering toepassen. 2. Hofwoningen I t/m R. Rijk gedetailleerd, bij het bouwtype behorende detaillering toepassen. 3. Detaillering bijgebouwen sober, passend bij en ondergeschikt aan het hoofdgebouw. 4. * verbijzondering kopgevels doormiddel van detaillering, materialisatie en gevelopeningen.

6. Bergingen hofwoningen: gevels in steenachtige materialen, baksteen, kleur passend bij het hoofdvolume 7. Kozijnen, kleur zwart of hout naturel. 8. Zonnepanelen, kleur zwart (geen stalen omranding). Voorschriften beeldkwaliteit Vanuit de beoogde en gewenste ruimtelijke kwaliteit worden de voorgenoemde welstandscriteria in dit beeldkwaliteitsplan op de volgende punten aangescherpt: Ligging 1. De bebouwing dient te worden gesitueerd conform de plankaart behorende bij het omgevingsplan en de in dit beeldkwaliteitsplan opgenomen situatietekening. 2. De situering, rooilijnen en nokoriëntatie zijn vastgelegd in het omgevingsplan. 3. Om de eenheid in het gebied te bewaren zijn uitbouwen en overige bergingen bij de hofwoningen niet gewenst. 4. Zonnepanelen moeten in één vlak of strook op of in het dakvlak worden geplaatst (zie pagina 15, zo wel). Duurzaamheid 1. Een circulaire bouwmethode met biobased materialen gebruik heeft de voorkeur.

Materiaal en kleurgebruik 1. Woningen A t/m H: gevels in steenachtige materialen, baksteen, kleur roodbruin, roodgeel of grijs en hout, kleur zwartgrijs of naturel. 2. Hofwoningen I t/m R: gevels in steen- en houtachtige materialen, baksteen, kleur roodbruin of roodgeel 3. Woningen A t/m R: dakbedekking in dakpannen, kleur rood of zwart (geen geglazuurde dakpannen toepassen). 4. Bergingen hofwoningen: gevels in houtachtige materialen, hout, zwartgrijs of naturel. 5. Bergingen hofwoningen: dakbedekking in dakpannen, kleur rood of zwart. Gemeente Westerveld | 10

Materiaal en kleurgebruik_woningen A t/m H vormgeving

materialen

geveldetaillering vormgeving en gevelcompositie

eenvoud in gevelcompositie

geveldetaillering

Gemeente Westerveld | 11

Materiaal en kleurgebruik_ woningen I t/m R materialen

vormgeving

variatie in materiaalgebruik

gevelcompositie geveldetaillering

Gemeente Westerveld | 12

Erfafscheidingen

Gemeente Westerveld | 13

erfafscheidingen

hederahaag (houtenhekwerk)

meidoornhaag

beukenhaag (hoogte 1m)

ligusterhaag beukenhaag (hoogte 2m)

hederahaag (stalenhekwerk)

Gemeente Westerveld | 14

Zo niet

Zo wel

warmtepompen & airco’s

erfafscheidingen

zonnepanelen

Gemeente Westerveld | 15

BEELDKWALITEITSPLAN WONINGBOUW STORKSCHOOLLOCATIE DWINGELOO

Gemeente Westerveld | 16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Storkschoollocatie Dwingeloo

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek

46

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl

juli ’25

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

Projectnummer:

25-M11728-01

Opdrachtgever:

BügelHajema Adviseurs

Datum:

10-7-2025

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

datum

10-7-2025

projectnummer

25-M11728-01

in opdracht van

BügelHajema Adviseurs Vaart NZ 50 9401 GN Assen

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

juli ’25

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen.................................................................................................................................... 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek.............................................................................................................. 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................... 4

1.5

Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

Hypothese en onderzoeksstrategie .......................................................................................... 13

VELDONDERZOEK……………………………………………………………………………………….13 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 14 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 14

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 16

4.2

Toetsingscriteria ....................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 18

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 21

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 24

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 25

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Boorprofielen onderzoekslocatie 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring

juli ’25

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BügelHajema Adviseurs is in april/juni 2025 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 uitgevoerd op de kadastrale percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo (gemeente Westerveld). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).

Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande woningbouw op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging.

juli ’25

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. 1.4

Referentiekader van het onderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN-5725 (versie 2023); 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740+C1 (versie 2024); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond'. 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

juli ’25

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Eigendomssituatie

A O

B O

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

H

✓

✓ ✓

✓

O

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

Oa

Oa

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

Ob

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Oc

O

Od

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd

✓

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig

✓

✓

✓

O

0 Optioneel a) b) c) d)

ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.

juli ’25

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

aanleiding vooronderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande woningbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie” uit de NEN-5725 (2023). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Westerveld (verkregen via OD Drenthe d.d. 14-04-2025); • informatie van de asbestdakenkaart van de gemeente Westerveld; • informatie van het kaartenportaal van de provincie Drenthe; • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.

locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (totaal) Algemene omschrijving

juli ’25

Kerkpad percelen sectie K nrs. 2004 (ged.) en 2005 Dwingeloo Westerveld Zie bijlage 1 X = 220.852 Y= 539.160 (middelpunt) Perceel Dwingeloo sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 Niet nagegaan. Ca. 5.265 m2 De onderzoekslocatie betreft de kadastrale percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo. De onderzoekslocatie is onbebouwd, grotendeels onverhard en in gebruik als grasveld. Aan de zuidwestzijde bevind zich een met betonklinkers verhard wandelpad. De opdrachtgever is voornemens op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.

figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd)

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Geplande herinrichting bijzonderheden: -

juli ’25

Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De locatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard (gras) en deels verhard met betonklinkers Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. Woningbouw.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten is de onderzoekslocatie voor 1924 voor zover te beoordelen niet eerder bebouwd geweest. Sinds 1932 tot 2016 is er enige bebouwing te herkennen die zich door de jaren heen gewijzigd heeft. Vanaf 2017 is de onderzoekslocatie onbebouwd. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf het jaar 1850 is er in de directe omgeving van de basis van onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. Deze topografische bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen.

juli ’25

●Langdurige bebouwing.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 percelen sectie K nrs. 2002, 2003, 2004 (ged.) en 2005 gelegen aan het Kerkpad te Dwingeloo

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=616296d4-0f8a-4640-bc5b-1b751ef96654